Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met De volgende stappen na het afronden van een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
J'ai terminé la tâche principale.
zjee tèr-mi-nee la tasj prè(n)-sie-pal. Ik heb de hoofdtaak afgerond.Fais vérifier le travail par quelqu'un avant de le partager.
fè vee-rie-fjee luh tra-vaaj paar kel-ke(n) a-van duh luh par-ta-zjee. Laat iemand het nakijken voordat je het deelt.Qui devrait le vérifier ?
kie duh-vrè luh vee-rie-fjee? Wie moet het nakijken?Demande au chef d'équipe, car le plan peut changer.
duh-ma(n)d oo sjèf dee-kiep, kar luh pla(n) puh sjan-zjee. Vraag het aan de teamleider, want het plan kan veranderen.Est-ce que je dois aussi préparer un court message ?
ès-kuh zuh dwaa oo-sie pree-pa-ree uun koer me-sazj? Moet ik ook een kort bericht voorbereiden?Explique ce qui a changé et où trouver le fichier.
èks-pliek suh kie aa sjan-zjee ee oe troe-vee luh fie-sjee. Leg uit wat er is veranderd en waar je het bestand kunt vinden.Je demanderai une vérification et j'ajouterai une courte note.
zuh duh-ma(n)-duh-rè uun vee-rie-fie-ka-sjo(n) ee zja-zjoe-tuh-rè uun koert not. Ik zal om een controle vragen en een korte notitie toevoegen.Cela devrait rendre la remise du travail plus claire.
seh-la duh-vrè ra(n)-dr la ruh-miez dü tra-vaaj plü klèr. Dat zou de overdracht duidelijker moeten maken.Uitleg van de zinnen
J'ai terminé la tâche principale.
Ik heb de hoofdtaak afgerond.
- J'ai
- ik heb
- terminé
- afgerond
- tâche
- taak
- principale
- belangrijkste
Uitgebreide uitleg
J'ai is de samentrekking van je (“ik”) en ai, de tegenwoordige vorm van avoir (“hebben”) bij je. Samen vormt dit hier met een voltooid deelwoord de passé composé, een veelgebruikte manier om een afgeronde gebeurtenis in het verleden uit te drukken. Voorbeeld: J'ai compris. — “Ik heb het begrepen.” terminé komt van terminer (“beëindigen, afronden”). Dit is het voltooid deelwoord; in deze zin staat het bij ai in de passé composé. De vorm betekent hier dat de spreker de taak heeft afgerond. Voorbeeld: Elle a terminé le rapport. — “Zij heeft het verslag afgerond.” tâche betekent hier “taak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor la, het bepaalde lidwoord voor een vrouwelijk enkelvoud. Het meervoud is tâches: les tâches — “de taken”. principale is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van principal (“belangrijkste”, “hoofd-”). De uitgang -e stemt hier af op het vrouwelijke enkelvoud van tâche; de vorm verandert dus niet omdat tâche een nieuw werkwoordelijk onderwerp zou zijn, maar omdat het bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig naamwoord beschrijft. Voorbeeld: la question principale — “de hoofdvraag”. Samen betekent J'ai terminé la tâche principale.: “Ik heb de hoofdtaak afgerond.” De structuur is je + avoir + voltooid deelwoord + bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord: de spreker meldt dat de hoofdtaak voltooid is.
Fais vérifier le travail par quelqu'un avant de le partager.
Laat iemand het nakijken voordat je het deelt.
- Fais vérifier
- laat nakijken
- travail
- werk
- quelqu'un
- iemand
- avant de
- voordat je …
- partager
- delen
Uitgebreide uitleg
Fais vérifier gebruikt faire in de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: fais, gevolgd door het infinitief vérifier. De constructie faire + infinitief betekent hier dat je iemand iets laat doen: Fais vérifier le travail = “Laat het werk nakijken”. Dit is niet hetzelfde als zelf nakijken. Voorbeeld: Fais réparer la porte. = “Laat de deur repareren.” travail betekent hier “werk”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde lidwoord in le travail laat zien dat het om het bedoelde werk gaat. Het meervoud is travaux, niet een simpel gevormd *travails*. Voorbeeld: Le travail est terminé. = “Het werk is klaar.” quelqu'un is het onbepaalde voornaamwoord “iemand”. Het noemt geen specifieke persoon bij naam. In par quelqu'un geeft par de persoon aan die de controle uitvoert: “door iemand”. Voorbeeld: Quelqu'un arrive. = “Er komt iemand aan.” avant de leidt een handeling met een infinitief in: avant de + infinitief betekent “voordat je … doet” of algemener “voor het …”. Hier volgt de infinitief in le partager: “voordat je het deelt”. Het onderwerp van beide handelingen wordt in deze Franse constructie niet opnieuw genoemd; de Nederlandse vertaling maakt het hier expliciet met “je”. partager is het infinitief “delen”. In le partager staat le ervoor als lijdend-voorwerpsvoornaamwoord. Volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar het werk: “het delen”. Voorbeeld: Je vais partager le document. → Je vais le partager. = “Ik ga het document delen.” Samen opgebouwd betekent de zin: Fais vérifier le travail par quelqu'un — laat iemand het werk nakijken — avant de le partager — voordat je het deelt. De volledige bedoeling is dus: “Laat iemand het nakijken voordat je het deelt.”
Qui devrait le vérifier ?
Wie moet het nakijken?
- Qui
- wie
- devrait
- zou moeten
- le
- het
- vérifier
- nakijken
Uitgebreide uitleg
Qui betekent hier “wie” en vraagt naar de persoon die de handeling moet uitvoeren. Het is een vraagwoord voor een persoon; het verandert niet omdat de onbekende persoon enkelvoud of meervoud kan zijn. Voorbeeld: Qui vient ? — “Wie komt?” devrait is de conditionnel présent van devoir (“moeten”): devoir → il/elle doit (moet) → il/elle devrait (zou moeten). De vorm devrait is derde persoon enkelvoud. Hier drukt ze uit dat het volgens de spreker aangewezen of verwacht is dat iemand controleert; ze is dus niet hetzelfde als de stellige vorm doit. Na devoir staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Il devrait venir. — “Hij zou moeten komen.” le is hier een Frans mannelijk enkelvoudig lijdend-voorwerpspronomen. In deze context verwijst het naar het eerder genoemde le travail (“het werk”): het werk moet nagekeken worden. Het pronomen staat vóór het werkwoord waarmee het verbonden is. Voorbeeld: Je le lis. — “Ik lees het.” vérifier is de infinitief “nakijken” of “controleren”. De infinitief en basisvorm zijn vérifier; de werkwoordstam is vérifi-, en het is een werkwoord op -er. In deze zin blijft vérifier in de infinitief omdat het volgt op devrait: devrait vérifier. Voorbeeld: Elle vérifie le document. — “Zij controleert het document.” Samen vormen Qui devrait le vérifier ? de vraag “Wie zou het moeten nakijken?” / “Wie moet het nakijken?” De volgorde is vraagwoord + conditionele vorm van devoir + objectpronomen + infinitief: Qui + devrait + le + vérifier. De vraag zoekt dus de persoon, terwijl le naar het eerder genoemde werk verwijst.
Demande au chef d'équipe, car le plan peut changer.
Vraag het aan de teamleider, want het plan kan veranderen.
- Demande
- vraag
- au chef d'équipe
- aan de teamleider
- car
- want
- le plan
- het plan
- peut changer
- kan veranderen
Uitgebreide uitleg
Demande betekent hier “vraag” en is de gebiedende wijs van demander voor tu. In een bevel wordt het onderwerp meestal niet uitgesproken: Demande ... = “Vraag ...”. Vergelijk: Demande au professeur. = “Vraag het aan de leraar.” au chef d'équipe betekent “aan de teamleider”. au is de samentrekking van à + le; het drukt hier de persoon uit aan wie je iets vraagt. chef is het zelfstandig naamwoord voor “leider/hoofd”, en équipe betekent “team”. De apostrof in d'équipe hoort bij de voor een klinker. car leidt de reden in en betekent “want” of “omdat”. Het verbindt de opdracht met de reden ervoor, zonder zelf de werkwoordsvorm te veranderen. le plan betekent “het plan”. le is hier het bepaald lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord; plan is in deze zin het concrete plan waarnaar wordt verwezen. peut changer betekent “kan veranderen”. peut is de derde persoon enkelvoud van pouvoir (“kunnen”) en staat voor een infinitief: pouvoir + infinitief. changer is de infinitief van “veranderen”. Bijvoorbeeld: Le plan peut changer. = “Het plan kan veranderen.” Samen is de structuur: Demande à [persoon], car [onderwerp] peut [infinitief]. De volledige zin betekent: “Vraag het aan de teamleider, want het plan kan veranderen.” De gebiedende wijs geeft de opdracht; het tweede deel geeft daarvoor als reden dat het plan mogelijk verandert.
Est-ce que je dois aussi préparer un court message ?
Moet ik ook een kort bericht voorbereiden?
- Est-ce que
- vraagmarkering
- je dois
- ik moet
- aussi
- ook
- préparer
- voorbereiden
- court
- kort
- message
- bericht
Uitgebreide uitleg
Est-ce que maakt van de daaropvolgende zin een gewone ja/nee-vraag. Het verandert de woordvolgorde niet: Est-ce que tu viens ? betekent “Kom je?”; Est-ce que is hier dus geen zelfstandig inhoudswoord. je dois komt van devoir (“moeten”). dois is de tegenwoordige tijd bij je; na devoir staat meestal een infinitief: Je dois partir. = “Ik moet vertrekken.” In deze zin drukt je dois préparer uit dat de spreker moet voorbereiden. aussi betekent hier “ook” en voegt deze taak toe aan iets anders dat de spreker moet doen. De plaats vóór het werkwoordelijk deel is natuurlijk: Je dois aussi répondre. = “Ik moet ook antwoorden.” préparer is de infinitief “voorbereiden”. Na dois blijft het werkwoord in de infinitief, omdat devoir de verplichting uitdrukt en préparer de handeling benoemt. Bijvoorbeeld: Je dois préparer le dossier. = “Ik moet het dossier voorbereiden.” court betekent hier “kort”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en stemt af op message: beide zijn mannelijk enkelvoud. Bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord krijgt het de vorm courte, bijvoorbeeld: une courte pause = “een korte pauze”. message is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een “bericht”. Het meervoud is messages: J’envoie un message. = “Ik stuur een bericht.” Samen betekent Est-ce que je dois aussi préparer un court message ?: “Moet ik ook een kort bericht voorbereiden?” Het onbepaalde lidwoord un hoort bij het mannelijke enkelvoud message; het drukt hier niet op zichzelf een expliciet aantal uit. De vraag vraagt of deze extra handeling nodig is.
Explique ce qui a changé et où trouver le fichier.
Leg uit wat er is veranderd en waar je het bestand kunt vinden.
- Explique
- leg uit
- ce qui
- wat
- a changé
- is veranderd
- où
- waar
- trouver
- vinden
- fichier
- bestand
Uitgebreide uitleg
Explique komt van expliquer en is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: “leg uit”. De vorm draagt dus een opdracht uit; hij is niet hetzelfde als de infinitief expliquer. Voorbeeld: Explique la règle. — “Leg de regel uit.” ce qui betekent hier “wat” in de rol van onderwerp van de volgende handeling. Het verwijst naar datgene wat veranderd is, zonder zelf een specifiek zelfstandig naamwoord te noemen. Vergelijk: Je sais ce qui manque. — “Ik weet wat er ontbreekt.” a changé komt van changer en betekent hier “is veranderd”. Dit is de passé composé: a (de derde persoon enkelvoud van avoir) + het voltooid deelwoord changé. Het onderwerp is ce qui, dus de vorm is enkelvoud. De constructie quelque chose a changé betekent “iets is veranderd”. où is het vraag- of betrekkelijke bijwoord voor een plaats: “waar”. In deze zin opent het het tweede inhoudelijke deel, waarin gevraagd wordt naar de plaats van het bestand. Voorbeeld: Je sais où il travaille. — “Ik weet waar hij werkt.” trouver is de infinitief van “vinden”. Na où vormt hij hier samen met het niet-uitgedrukte handelende onderwerp een patroon met de betekenis “waar je kunt vinden”. Het werkwoord staat dus niet in een vervoegde vorm; trouver, trouve en trouvez zijn respectievelijk infinitief, gebiedende wijs voor één persoon en gebiedende wijs voor meerdere personen of een formele aanspreking. fichier is het zelfstandig naamwoord “bestand”. In de zin staat het met het bepaalde lidwoord le: le fichier, “het bestand”. Het Franse woord is mannelijk; het meervoud is fichiers, bijvoorbeeld les fichiers — “de bestanden”. Samen vormen Explique en ce qui a changé het eerste deel: “Leg uit wat er is veranderd.” Daarna geeft et een tweede opdrachtinhoud aan: où trouver le fichier betekent “waar je het bestand kunt vinden”. De volledige uiting is dus: “Leg uit wat er is veranderd en waar je het bestand kunt vinden.”
Je demanderai une vérification et j'ajouterai une courte note.
Ik zal om een controle vragen en een korte notitie toevoegen.
- demanderai
- zal vragen
- vérification
- controle
- ajouterai
- zal toevoegen
- courte
- kort
- note
- notitie
Uitgebreide uitleg
demanderai betekent hier “ik zal vragen”. Het is de futur simple van demander in de eerste persoon enkelvoud: je demanderai. Deze vorm verwijst naar een toekomstige handeling; vergelijk je demande = “ik vraag” en je demanderai = “ik zal vragen”. vérification betekent hier “controle” of “verificatie”. Het is een zelfstandig naamwoord. Het lidwoord une en de vorm vérification tonen hier een vrouwelijke enkelvoudige woordgroep. De combinatie demander une vérification betekent “om een controle vragen”. ajouterai betekent hier “ik zal toevoegen”. Het is de futur simple van ajouter, opnieuw in de eerste persoon enkelvoud: j'ajouterai. De apostrof in j'ajouterai hoort bij de vorm van je vóór een klinker; de werkwoordsvorm zelf is ajouterai. Vergelijk j'ajoute = “ik voeg toe” met j'ajouterai = “ik zal toevoegen”. courte betekent hier “korte”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord court, omdat het bij note hoort. Het bijvoeglijk naamwoord past zich hier dus aan het zelfstandig naamwoord aan: un court ... tegenover une courte ..., wanneer de betrokken constructie dat vereist. note betekent hier “notitie”. In une courte note beschrijft courte deze vrouwelijke enkelvoudige notitie. De woordgroep betekent samen “een korte notitie”. De twee toekomstige handelingen zijn met et verbonden: Je demanderai une vérification — “Ik zal om een controle vragen” — en j'ajouterai une courte note — “ik zal een korte notitie toevoegen”. Samen vormen ze de volledige betekenis: “Ik zal om een controle vragen en een korte notitie toevoegen.”
Cela devrait rendre la remise du travail plus claire.
Dat zou de overdracht duidelijker moeten maken.
- Cela devrait
- dat zou moeten
- rendre
- maken
- remise
- overdracht
- travail
- werk
- plus claire
- duidelijker
Uitgebreide uitleg
Cela devrait betekent hier “dat zou moeten”. Cela is een aanwijzend voornaamwoord; de concrete referent wordt in de gegeven zin niet nader benoemd. devrait is de conditionnel présent van devoir in de derde persoon enkelvoud. In combinatie met een infinitief drukt devoir hier een verwachte of veronderstelde noodzaak uit: devrait rendre = “zou duidelijker moeten maken”. rendre is het infinitief “maken” in de betekenis “iets in een bepaalde toestand brengen”. Een herbruikbaar patroon is rendre quelque chose + bijvoeglijk naamwoord: Cette explication rend la règle claire. = “Deze uitleg maakt de regel duidelijk.” Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft het voorwerp dat door rendre verandert. remise betekent hier “overdracht” of “indiening”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het zelfstandig naamwoord remise; in la remise du travail wordt het bepaald door la. du is de samentrekking van de en le en verbindt travail met remise: letterlijk gaat het om de overdracht van het werk. travail betekent “werk”. In deze zin staat het na du, dus als het zelfstandig naamwoord in de woordgroep du travail. Het woord kan in andere contexten ook naar een concrete taak of een werkstuk verwijzen; de vertaling ondersteunt hier de algemene betekenis “werk”. plus claire betekent “duidelijker”. claire is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van clair, omdat het verwijst naar remise, en niet naar travail. plus clair is de mannelijke enkelvoudsvorm; plus clairs en plus claires zijn de meervoudsvormen. Het patroon plus + bijvoeglijk naamwoord vormt de vergelijkende trap: plus claire = “duidelijker”. Samen vormt de zin het patroon Cela devrait rendre la remise du travail plus claire: “Dat zou de overdracht van het werk duidelijker moeten maken.”
Grammatica
Le futur simple à la première personne : je + radical + -ai
Je demanderai une vérification.
zuh duh-ma(n)-duh-rè uun vee-rie-fie-ka-sjo(n).Ik zal om een controle vragen.
De uitgang -ai geeft de toekomende tijd bij je aan: demander → je demanderai.
L’impératif affirmatif
Explique le plan.
èks-pliek luh pla(n).Leg het plan uit.
Bij een opdracht staat het werkwoord zonder onderwerp: explique betekent ‘leg uit’.
Frans woordenschat
le plan peut changer
Demande au chef d'équipe.
Explique ce qui a changé.
un court message
avant de le partager
le plan
préparer un court message
la tâche principale
J'ai terminé la tâche principale.
le travail
Fais vérifier le travail.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb de hoofdtaak afgerond.
Antwoord tonen
J'ai terminé la tâche principale.Wie moet het nakijken?
Antwoord tonen
Qui devrait le vérifier ?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
plan
Antwoord tonen
plancontroleren
Antwoord tonen
vérifierafronden
Antwoord tonen
terminéveranderen