Een klein doel voor je taaloefening kiezen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language learning setting, two adults set a small speaking practice goal and choose a way to track progress..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een klein doel voor je taaloefening kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux me fixer un objectif pour pratiquer la langue.

Zje vuh muh fiksee uhn obzjèktief poer pratiké la lang. Ik wil een doel stellen voor mijn taaloefening.
B

Quelle compétence te semble la plus difficile maintenant ?

Kèl kompuh-tans tuh sambluh la pluu difisiel mèn-tuh-nan? Welke vaardigheid vind je nu het moeilijkst?
A

Parler facilement dans de courtes conversations.

Parlee fasil'man dan duh koert konversasjun. Vlot spreken in korte gesprekken.
B

Alors, choisis un petit exercice de conversation chaque jour.

Alor, sjwazi uhn puh-tie ègzersies duh konversasjun sjak zjoer. Kies dan elke dag één kleine spreekoefening.
A

Comment puis-je suivre mes progrès ?

Komman pui-zje sjuivr mè progré? Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?
B

Enregistre une réponse et réécoute-la plus tard.

Anruh-zjis-tree uhn ree-pons é ree-ékoot-la pluu tar. Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.
A

Cette routine semble facile à suivre.

Set roetien sambl fasil a sjuivr. Die routine klinkt makkelijk om te volgen.
B

Garde l’exercice court et répète-le souvent.

Gard lègzersies koer é ree-pèt-luh soevan. Houd de oefening kort en herhaal die vaak.

Woord voor woord

Je “Je” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “veux”. Het staat vóór de persoonsvorm, zoals in “Je veux me fixer un objectif”. Je gebruikt “Je” om over jezelf te spreken.
veux “veux” betekent hier “wil” en drukt de wens van de spreker uit. Het is de vorm die in “Je veux” bij “Je” hoort en wordt gevolgd door een infinitief, zoals in “Je veux me fixer”. Je gebruikt deze combinatie om te zeggen wat je wilt doen.
me “me” verwijst hier naar de spreker zelf in “me fixer un objectif”: de spreker stelt zichzelf een doel. Het is een voornaamwoord dat vóór de infinitief staat. De uitdrukking “me fixer un objectif” gebruik je voor jezelf een doel stellen.
fixer “fixer” betekent hier “stellen” in de uitdrukking “me fixer un objectif”. De infinitief staat na “veux” en benoemt wat de spreker wil doen. Je kunt “Je veux” gebruiken met een infinitief om een eigen voornemen te formuleren.
un “un” betekent hier “een” en introduceert “objectif”. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord in “un objectif”. Je gebruikt “un” wanneer je naar één niet nader bepaald mannelijk zelfstandig naamwoord verwijst.
objectif “objectif” betekent hier “doel”, namelijk het doel dat de spreker voor de taaloefening wil stellen. In “un objectif” wordt het voorafgegaan door het onbepaalde lidwoord “un”. Je kunt “un objectif pour” gebruiken om een doel en het doel ervan te noemen.
pour “pour” geeft hier het doel aan: “pour pratiquer la langue” betekent “om de taal te oefenen”. In deze zin staat “pour” vóór een infinitief. Je gebruikt “pour” met een infinitief om uit te leggen waarvoor je iets doet.
pratiquer “pratiquer” betekent hier “oefenen” in “pour pratiquer la langue”. De infinitief volgt op “pour” en benoemt het doel van het doel stellen. Je kunt “pratiquer” combineren met een activiteit of vaardigheid die je oefent.
la “la” is hier het bepaalde lidwoord bij “langue” en betekent “de”. Het staat vóór “langue” in de vaste woordgroep “la langue”. Je gebruikt “la” voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat als bepaald wordt bedoeld.
langue “langue” betekent hier “taal” in “pratiquer la langue”. Het verwijst naar de taal die de gesprekspartners leren en oefenen. Je kunt “pratiquer” met “la langue” gebruiken om taaloefening te beschrijven.
Quelle “Quelle” betekent hier “welke” en vraagt naar één vaardigheid in “Quelle compétence”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarnaar gevraagd wordt. Je gebruikt “Quelle” om naar een vrouwelijke enkelvoudige zaak of eigenschap te vragen.
compétence “compétence” betekent hier “vaardigheid”. In “Quelle compétence” vraagt het woord naar de specifieke vaardigheid die het moeilijkst voelt. Je kunt “Quelle compétence” gebruiken om iemand te vragen welke vaardigheid hij of zij bedoelt.
te “te” verwijst hier naar de aangesproken persoon in “te semble”: iets lijkt voor jou op een bepaalde manier. Het staat vóór de werkwoordsvorm. Je gebruikt “te semble” om te zeggen hoe iets volgens de ander overkomt.
semble “semble” betekent hier “lijkt” in “te semble la plus difficile”. De vorm hoort bij “compétence”, waarover de vraag gaat. Je kunt “X te semble” gebruiken om te vragen of zeggen hoe iets voor iemand lijkt.
plus “plus” betekent hier “meest” in “la plus difficile”. Samen met “la” en “difficile” vormt het de overtreffende trap voor de vaardigheid die het moeilijkst is. Je gebruikt “la plus” vóór een bijvoeglijk naamwoord om één ding als het meest bepaalde eigenschap te beschrijven.
difficile “difficile” betekent hier “moeilijk” in “la plus difficile”: de vaardigheid voelt het moeilijkst. Het staat na “la plus” en beschrijft “compétence”. Je kunt “facile” of “difficile” gebruiken om de ervaren moeilijkheid van een taak te beschrijven.
maintenant “maintenant” betekent hier “nu” en beperkt de vraag tot het huidige moment. Het staat aan het einde van “Quelle compétence te semble la plus difficile maintenant ?”. Je gebruikt “maintenant” om naar de huidige situatie te verwijzen.
Parler “Parler” betekent hier “spreken” en benoemt de vaardigheid die moeilijk is: “Parler facilement dans de courtes conversations”. De infinitief staat aan het begin als onderwerp of activiteit van de zin. Je kunt een infinitief aan het begin gebruiken om een activiteit als onderwerp te noemen.
facilement “facilement” betekent hier “soepel” of “gemakkelijk” en beschrijft hoe de spreker wil spreken. Het hoort bij “Parler” in “Parler facilement”. Je gebruikt “facilement” om de manier waarop iemand iets doet te beschrijven.
dans “dans” betekent hier “in” en geeft de context aan waarin het spreken plaatsvindt: “dans de courtes conversations”. Het staat vóór de woordgroep die de gesprekken noemt. Je gebruikt “dans” om een plaats, situatie of context aan te geven.
de “de” maakt hier deel uit van “de courtes conversations” en leidt de meervoudige woordgroep in na “dans”. In deze zin betekent de hele woordgroep “in korte gesprekken”. Je kunt “de” vóór een bijvoeglijk naamwoord en een meervoudig zelfstandig naamwoord zien, zoals in deze uitdrukking.
courtes “courtes” betekent hier “korte” en beschrijft “conversations”. De vorm staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in “de courtes conversations”. Je gebruikt een bijvoeglijk naamwoord hier om de duur of omvang van gesprekken te beschrijven.
conversations “conversations” betekent hier “gesprekken” en staat in het meervoud. In “de courtes conversations” verwijst het naar korte gesprekssituaties waarin de spreker wil oefenen. Je kunt “dans de courtes conversations” gebruiken om een oefencontext te noemen.
Alors “Alors” betekent hier “dan” en leidt het advies in dat volgt uit de genoemde moeilijkheid. Het staat aan het begin van “Alors, choisis un petit exercice”. Je gebruikt “Alors” om een gevolgtrekking of volgend advies aan te kondigen.
choisis “choisis” betekent hier “kies” en is een directe aansporing aan één persoon. Het krijgt in “choisis un petit exercice” een direct object. Je gebruikt “Choisis” om iemand te vragen één optie of taak te nemen.
petit “petit” betekent hier “klein” in “un petit exercice”. Het beschrijft de oefening als beperkt en haalbaar. Je kunt “un petit” vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord gebruiken om iets kleins of bescheidens aan te duiden.
exercice “exercice” betekent hier “oefening” of “taak” in “un petit exercice de conversation”. Het is de concrete spreektaak die elke dag gekozen wordt. Je kunt “exercice de conversation” gebruiken voor een oefening rond gesprekken.
conversation “conversation” betekent hier “gesprek” in “exercice de conversation”. Het specificeert het soort oefening dat gekozen moet worden. Je gebruikt “de conversation” na “exercice” om aan te geven dat de oefening op gesprekken gericht is.
chaque “chaque” betekent hier “elke” in “chaque jour”. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “jour”. Je gebruikt “chaque” om een herhaling per afzonderlijke dag of ander tijdstip aan te geven.
jour “jour” betekent hier “dag” in “chaque jour”: de taak wordt dagelijks gedaan. Samen met “chaque” vormt het een tijdsaanduiding. Je gebruikt “chaque jour” om een dagelijkse gewoonte of opdracht te beschrijven.
Comment “Comment” betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier waarop de spreker de vooruitgang kan bijhouden. Het staat aan het begin van “Comment puis-je suivre mes progrès ?”. Je gebruikt “Comment” om naar een werkwijze of manier te vragen.
puis-je “puis-je” betekent hier “kan ik” in de vraag “Comment puis-je suivre mes progrès ?”. Het is de omgekeerde vraagvorm van “je” en de werkwoordsvorm die mogelijkheid uitdrukt. Je gebruikt “Comment puis-je” om beleefd te vragen hoe je iets kunt doen.
suivre “suivre” betekent hier “bijhouden” in “suivre mes progrès”. De infinitief volgt op “puis-je” en benoemt de handeling waarnaar gevraagd wordt. Je kunt “suivre” met een object gebruiken wanneer je iets volgt of de ontwikkeling ervan bijhoudt.
mes “mes” betekent hier “mijn” en verwijst naar de vooruitgang van de spreker in “mes progrès”. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “progrès”. Je gebruikt “mes” om bezit of betrokkenheid bij meerdere zaken aan te geven.
progrès “progrès” betekent hier “vooruitgang” in “suivre mes progrès”. Het gaat om de ontwikkeling die de spreker tijdens het oefenen wil volgen. Je kunt “suivre mes progrès” gebruiken om te zeggen dat je je eigen ontwikkeling bijhoudt.
Enregistre “Enregistre” betekent hier “neem op” en geeft één persoon een directe opdracht. Het krijgt “une réponse” als direct object in “Enregistre une réponse”. Je gebruikt “Enregistre” om iemand te vragen een antwoord, stem of ander geluid vast te leggen.
une “une” betekent hier “een” en introduceert “réponse”. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandige naamwoord in “une réponse”. Je gebruikt “une” wanneer je naar één niet nader bepaalde vrouwelijke zaak verwijst.
réponse “réponse” betekent hier “antwoord”, namelijk het antwoord dat opgenomen moet worden. In “Enregistre une réponse” is het datgene wat de luisteraar moet opnemen. Je kunt “enregistrer une réponse” gebruiken voor het opnemen van een antwoord.
et “et” betekent hier “en” en verbindt twee opdrachten: opnemen en opnieuw luisteren. Het staat tussen “Enregistre une réponse” en “réécoute-la plus tard”. Je gebruikt “et” om handelingen of zinsdelen naast elkaar te plaatsen.
réécoute-la “réécoute-la” betekent hier “luister er opnieuw naar”. Het werkwoord drukt opnieuw luisteren uit en “-la” verwijst naar “une réponse”. In een opdracht kan een voornaamwoord als “-la” achter de werkwoordsvorm staan wanneer het naar een vrouwelijk enkelvoudig object verwijst.
tard “tard” betekent hier “later” in de uitdrukking “plus tard”. Die uitdrukking geeft aan dat het opnieuw luisteren op een later moment gebeurt. Je gebruikt “plus tard” om naar een later tijdstip te verwijzen.
Cette “Cette” betekent hier “deze” in “Cette routine”. Het wijst naar de routine die zojuist is voorgesteld. Je gebruikt “Cette” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets specifieks aan te wijzen.
routine “routine” betekent hier “routine”: een vaste manier waarop de oefening wordt uitgevoerd. In “Cette routine semble facile à suivre” verwijst het naar opnemen en later opnieuw luisteren. Je kunt “une routine” gebruiken voor een herhaalde reeks handelingen.
facile “facile” betekent hier “gemakkelijk” in “facile à suivre”. Het beschrijft de routine als eenvoudig om vol te houden of uit te voeren. Je gebruikt “facile à” vóór een infinitief om aan te geven dat een handeling eenvoudig is.
à “à” maakt hier deel uit van de constructie “facile à suivre” en verbindt “facile” met de handeling “suivre”. De hele constructie betekent dat de routine gemakkelijk te volgen is. Je gebruikt “à” in deze constructie vóór de infinitief die beschrijft wat gemakkelijk is.
Garde “Garde” betekent hier “houd” en geeft een directe opdracht: houd de oefening kort. Het staat vóór “l’exercice” als object en wordt aangevuld door “court”. Je gebruikt “Garde” om iemand te vragen iets in een bepaalde toestand te houden.
l’exercice “l’exercice” betekent hier “de oefening”. “l’” is het bepaalde lidwoord vóór “exercice”, dat met een klinker begint. In “Garde l’exercice court” is de oefening datgene wat kort gehouden moet worden.
court “court” betekent hier “kort” en beschrijft de oefening in “Garde l’exercice court”. Het geeft aan dat de taak niet lang moet duren. Je kunt “Garder quelque chose court” in deze opdracht gebruiken om de omvang of duur beperkt te houden.
répète-le “répète-le” betekent hier “herhaal het” en verwijst met “-le” naar de oefening. De vorm combineert de opdracht om te herhalen met het voornaamwoord voor het object. Je kunt een opdracht met “-le” gebruiken wanneer je naar één eerder genoemd mannelijk object verwijst.
souvent “souvent” betekent hier “vaak” en geeft aan dat de oefening regelmatig herhaald moet worden. Het staat na “répète-le” en beschrijft de frequentie van die handeling. Je gebruikt “souvent” om te zeggen dat iets dikwijls gebeurt.

Grammatica

Puis-je + infinitif ?

Puis-je pratiquer ?

Pui-zje pratiké?

Kan ik oefenen?

In een beleefde vraag staat puis-je vóór het hele werkwoord: werkwoord en onderwerp worden omgekeerd.

Impératif + pronom objet

Réécoute-la. Répète-le.

Ree-ékoot-la. Ree-pèt-luh.

Luister er opnieuw naar. Herhaal het.

Bij een bevestigende opdracht komt het voornaamwoord achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden.

Frans woordenschat

compétence zelfstandig naamwoord
kompuh-tans vaardigheid
court bijvoeglijk naamwoord
koer kort courtes
difficile bijvoeglijk naamwoord
difisiel moeilijk
facilement bijwoord
fasil'man gemakkelijk
langue zelfstandig naamwoord
lang taal
maintenant bijwoord
mènt'nan nu
objectif zelfstandig naamwoord
obzjèktief doel
parler werkwoord
parlee spreken
pratiquer werkwoord
pratiké beoefenen
quelle bepaler
kèl welke
se fixer werkwoord
suh fiksee zich stellen me fixer
sembler werkwoord
samblé lijken semble

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vlot spreken in korte gesprekken.

Antwoord tonenParler facilement dans de courtes conversations.

Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

Antwoord tonenComment puis-je suivre mes progrès ?

Die routine klinkt makkelijk om te volgen.

Antwoord tonenCette routine semble facile à suivre.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

welke

Antwoord tonenquelle

vaardigheid

Antwoord tonencompétence

doel

Antwoord tonenobjectif

moeilijk

Antwoord tonendifficile