Peux
In deze vraag betekent „Peux” dat je iets kunt of kunt doen, zoals in „Peux-tu expliquer”. Het is een vorm van „pouvoir” en staat hier vóór „tu” en een infinitief. Je gebruikt dit patroon om iemand beleefd iets te vragen.
tu
„tu” betekent hier „je” of „jij” en spreekt één persoon rechtstreeks aan. In „Peux-tu expliquer” hoort het bij de vraagvorm met „Peux”. Gebruik „tu” in een directe vraag aan één persoon.
expliquer
„expliquer” betekent hier „uitleggen” en verwijst naar het uitleggen van de grammaticale structuur. Het staat als infinitief na „Peux-tu”. Je kunt het patroon „Peux-tu expliquer ... ?” gebruiken om om uitleg te vragen.
encore
In „encore une fois” betekent „encore” „opnieuw” of „nog een keer”. Samen met „une fois” vraagt het om dezelfde uitleg opnieuw. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iets nogmaals moet worden uitgelegd of gedaan.
une
„une” betekent hier „een” en hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord „fois” in „une fois”. Het is het onbepaalde lidwoord vóór dat woord. Gebruik „une” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
fois
„fois” betekent hier „keer” in de vaste uitdrukking „encore une fois”. De uitdrukking verwijst naar het opnieuw uitvoeren of herhalen van iets. Je kunt „une fois” gebruiken om één keer aan te geven.
cette
„cette” betekent hier „deze” en verwijst naar de structuur die de gesprekspartners bespreken. Het staat vóór „structure grammaticale”. Je gebruikt „cette” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
structure
„structure” betekent hier „structuur”, namelijk het grammaticale patroon waarover de cursisten praten. In „cette structure grammaticale” wordt het nader omschreven door „grammaticale”. Je kunt „structure” gebruiken voor een opbouw of patroon dat je wilt uitleggen.
grammaticale
„grammaticale” betekent hier „grammaticaal” en beschrijft „structure” in „cette structure grammaticale”. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke woord „structure”. Gebruik het vóór of na een zelfstandig naamwoord wanneer je naar grammatica verwijst.
Cela
„Cela” verwijst hier naar de grammaticale structuur en betekent „dat” of „dit”. In „Cela montre qu'une action est déjà terminée” is het onderwerp van de uitleg. Je kunt het patroon „Cela montre que ...” gebruiken om te zeggen wat iets laat zien.
montre
„montre” betekent hier „toont” of „laat zien” en beschrijft wat de structuur duidelijk maakt. Het hoort bij het onderwerp „Cela” in „Cela montre”. Je kunt „Cela montre que ...” gebruiken om een gevolg of betekenis uit te leggen.
qu'une
„qu'une” leidt hier de inhoud in van wat de structuur laat zien: „dat een handeling ...”. Het is „que” vóór „une”, waarbij de klinker van „que” wegvalt. In „Cela montre qu'une action ...” volgt na deze combinatie de uitgelegde situatie.
action
„action” betekent hier „handeling” of „actie” en is de gebeurtenis die al voltooid is. In „qu'une action est déjà terminée” wordt deze handeling beschreven. Je kunt „action” gebruiken voor iets wat iemand doet of wat plaatsvindt.
est
„est” betekent hier „is” in de beschrijving van de handeling. In „une action est déjà terminée” verbindt het de handeling met de beschrijving „terminée”. Het is een vorm van „être” en wordt gebruikt om een toestand of kenmerk uit te drukken.
déjà
„déjà” betekent hier „al” en geeft aan dat de handeling op dat moment voltooid is. Het staat in „est déjà terminée”. Je gebruikt „déjà” om aan te geven dat iets eerder dan het besproken moment is gebeurd of bereikt.
terminée
„terminée” betekent hier „afgerond” of „voltooid” en beschrijft „une action” als klaar. De uitgang „-ée” sluit hier aan bij het vrouwelijke woord „action”. Je kunt „action terminée” gebruiken om een voltooide handeling te beschrijven.
Pourquoi
„Pourquoi” betekent „waarom” en vraagt hier naar de reden voor de verandering van het werkwoord. Het staat aan het begin van „Pourquoi est-ce que le verbe change ... ?”. Gebruik „Pourquoi” wanneer je een reden wilt weten.
est-ce que
„est-ce que” is hier de vaste vraagformule die van de zin een directe vraag maakt: „Pourquoi est-ce que le verbe change ... ?”. De onderdelen „est”, „ce” en „que” vormen samen deze formule en worden hier niet los vertaald. Je kunt „Pourquoi est-ce que ... ?” gebruiken om naar een reden te vragen.
le
„le” betekent hier „het” of „de” en staat vóór „verbe” in „le verbe”. Het is het bepaalde lidwoord bij dit mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Gebruik „le” vóór een mannelijk enkelvoudig woord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
verbe
„verbe” betekent „werkwoord” en is hier het woord waarvan de vorm verandert. In „le verbe change” is het onderwerp van „change”. Je gebruikt „verbe” wanneer je over een werkwoord in een zin of grammaticale uitleg praat.
change
„change” betekent hier „verandert” en verwijst naar de verandering van het werkwoord in de zin. Het hoort bij „le verbe” in „le verbe change”. Je kunt „la forme change” of „le verbe change” gebruiken om een verandering te beschrijven.
dans
„dans” betekent hier „in” en geeft aan waar de verandering wordt bekeken: „dans cette phrase”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord „phrase”. Je gebruikt „dans” voor iets dat zich in een plaats, tekst of zin bevindt.
phrase
„phrase” betekent hier „zin” en verwijst naar de voorbeeldzin waarin het werkwoord verandert. In „dans cette phrase” geeft het aan binnen welke zin iets gebeurt. Je kunt „une phrase” gebruiken voor een zin die je leest, schrijft of maakt.
La
„La” betekent hier „de” en staat vóór „forme” in „La forme change”. Het is het bepaalde lidwoord bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De hoofdletter komt doordat het aan het begin van de zin staat.
forme
„forme” betekent hier „vorm”, namelijk de gebruikte vorm van het werkwoord. In „La forme change” is het onderwerp van de verandering. Je kunt „la forme” gebruiken wanneer je bespreekt hoe een woord of werkwoord eruitziet in een zin.
parce que
„parce que” betekent hier „omdat” en geeft de reden voor de verandering: „parce que l'événement est terminé”. „parce” en „que” vormen samen deze vaste redengevende verbinding. Je kunt „parce que ...” gebruiken om een reden aan een uitspraak toe te voegen.
l'événement
„l'événement” betekent hier „de gebeurtenis” die volgens de uitleg voorbij is. De vorm „l'” staat vóór „événement” omdat het woord met een klinker begint. In „l'événement est terminé” wordt deze gebeurtenis als onderwerp beschreven.
terminé
„terminé” betekent hier „afgelopen” of „afgerond” en beschrijft „l'événement” als voltooid. De vorm sluit hier aan bij het mannelijke woord „événement”. Je kunt „l'événement est terminé” gebruiken om te zeggen dat een gebeurtenis voorbij is.
me
„me” betekent hier „mij” in „me donner”, dus iemand geeft iets aan de spreker. Het staat vóór „donner” in de vraag „Peux-tu me donner ... ?”. Je kunt het patroon „donner quelque chose à quelqu'un” gebruiken wanneer je beschrijft aan wie iets wordt gegeven.
donner
„donner” betekent hier „geven” in de vraag om een voorbeeld. Het staat als infinitief na „Peux-tu” en krijgt „me” als ontvanger: „me donner”. Gebruik „Peux-tu me donner ... ?” om iemand te vragen iets aan je te geven.
un
„un” betekent hier „een” en hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord „exemple” in „un autre exemple”. Het is het onbepaalde lidwoord voor een mannelijk enkelvoudig woord. Je gebruikt „un exemple” wanneer je één voorbeeld noemt.
autre
„autre” betekent hier „ander” in „un autre exemple”: de spreker vraagt om een voorbeeld dat verschilt van het eerdere voorbeeld. Het staat vóór „exemple”. Je kunt „un autre ...” gebruiken om naar een andere mogelijkheid of een ander object te vragen.
exemple
„exemple” betekent hier „voorbeeld” en verwijst naar een extra zin die de grammaticale structuur verduidelijkt. In „un autre exemple” staat het na het lidwoord en „autre”. Je kunt „donner un exemple” gebruiken wanneer je een voorbeeld geeft.
Quelqu'un
„Quelqu'un” betekent „iemand” en verwijst hier naar een niet nader genoemde persoon die het boek heeft geopend. Het is het onderwerp van „a ouvert”. Je gebruikt „Quelqu'un ...” wanneer je naar een onbekende of niet genoemde persoon verwijst.
a
„a” betekent hier „heeft” en vormt samen met „ouvert” de beschrijving van een voltooide handeling: „a ouvert”. Het is een vorm van „avoir” die hier als hulpwerkwoord wordt gebruikt. Je kunt „a ouvert” gebruiken om te zeggen dat iemand iets heeft geopend.
ouvert
„ouvert” betekent hier „geopend” in „a ouvert le livre”. Samen met „a” beschrijft het dat het openen al heeft plaatsgevonden. „Ouvert” hoort bij het werkwoord „ouvrir”; je kunt het patroon „a ouvert quelque chose” gebruiken.
livre
„livre” betekent hier „boek” en is het voorwerp dat iemand heeft geopend. In „a ouvert le livre” staat het na het werkwoord en wordt het voorafgegaan door „le”. Je kunt „ouvrir un livre” gebruiken wanneer iemand een boek opent.
avant
„avant” betekent hier „voor” in de tijd: het boek werd geopend vóór de les. In „avant le cours” staat het vóór de tijdsaanduiding. Je kunt „avant ...” gebruiken om aan te geven dat iets eerder gebeurt dan een andere gebeurtenis.
cours
„cours” betekent hier „les” en verwijst naar de taalles die als tijdsmoment wordt genoemd. In „avant le cours” staat het na het bepaalde lidwoord „le”. Je kunt „le cours” gebruiken wanneer je naar een les of cursus verwijst.
Ça
„Ça” verwijst hier naar de vooraf gegeven uitleg of het voorbeeld en betekent „dat” of „dit”. In „Ça rend la structure plus facile à comprendre” is het onderwerp van wat iets gemakkelijker maakt. Je kunt het patroon „Ça rend ... plus facile à ...” gebruiken om een effect op de begrijpelijkheid te beschrijven.
rend
„rend” betekent hier „maakt” en beschrijft dat iets de structuur gemakkelijker maakt om te begrijpen. Het staat in „Ça rend la structure ...”. Het is een vorm van „rendre”; je kunt „rendre quelque chose plus facile” gebruiken om een verandering in moeilijkheid uit te drukken.
plus
„plus” betekent hier „meer” en maakt in „plus facile” een vergelijking: gemakkelijker. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord „facile”. Je gebruikt „plus” vóór een bijvoeglijk naamwoord wanneer je een hogere mate aangeeft.
facile
„facile” betekent hier „gemakkelijk” in „plus facile à comprendre”. Het beschrijft dat de structuur eenvoudiger te begrijpen wordt. Je kunt het patroon „plus facile à + infinitief” gebruiken om te zeggen dat iets gemakkelijker wordt om te doen.
à
„à” verbindt in „facile à comprendre” het bijvoeglijk naamwoord met de handeling die gemakkelijker wordt. Hier leidt het de infinitief „comprendre” in. Je gebruikt het patroon „facile à + infinitief” om uit te drukken dat iets gemakkelijk te doen is.
comprendre
„comprendre” betekent hier „begrijpen” en verwijst naar het begrijpen van de grammaticale structuur. Het staat als infinitief na „à” in „facile à comprendre”. Je kunt „facile à comprendre” gebruiken om iets als begrijpelijk te beschrijven.
Essaie
„Essaie” betekent hier „probeer” en is een aansporing aan één persoon om zelf een zin te maken. Het staat aan het begin van „Essaie maintenant de faire ...”. Het is een vorm van „essayer”; je kunt „Essaie de + infinitief” gebruiken om iemand aan te moedigen iets te proberen.
maintenant
„maintenant” betekent „nu” en geeft aan dat de oefening op dit moment begint. In „Essaie maintenant de faire ...” bepaalt het wanneer de aangesprokene moet beginnen. Je gebruikt „maintenant” om naar het huidige moment te verwijzen.
de
„de” leidt hier de handeling in die de aangesprokene moet proberen: „de faire ta propre phrase”. Het staat na „Essaie” en vóór de infinitief „faire”. Je kunt het patroon „essayer de + infinitief” gebruiken om te zeggen wat iemand probeert te doen.
faire
„faire” betekent hier „maken” in de uitdrukking „faire ta propre phrase”. Het staat als infinitief na „de” en verwijst naar het maken van een zin. Je kunt „faire une phrase” gebruiken wanneer je een zin formuleert.
ta
„ta” betekent hier „jouw” en geeft aan dat de zin door de aangesproken persoon zelf moet worden gemaakt. Het staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord „phrase” in „ta propre phrase”. Je gebruikt „ta” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat bij „tu” hoort.
propre
„propre” betekent hier „eigen” en benadrukt dat de aangesproken persoon zelf de zin moet maken. In „ta propre phrase” staat het vóór „phrase”. Je kunt „ta propre ...” gebruiken om iets aan te duiden dat iemand zelf heeft gemaakt of gekozen.