Samen een rollenspel oefenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults practice a role-play together and agree how to pause, repeat lines, and correct mistakes..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Samen een rollenspel oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce qu'on peut pratiquer ce jeu de rôle ensemble ?

ès kon puh prak-tie-see seuh zjeuh deuh rol ansambl? Kunnen we dit rollenspel samen oefenen?
B

Je peux prendre l'autre rôle.

zjeuh puh prandr lotr rol. Ik kan de andere rol doen.
A

Fais une pause après chaque question, s'il te plaît.

fè ün pooz aprè sjak kès-tjon, sil te plè. Pauzeer alsjeblieft na elke vraag.
B

Ça te donnera le temps de répondre naturellement.

sa teuh don-ra leuh tan deuh ree-pondr natürel-man. Dat geeft je tijd om natuurlijk te antwoorden.
A

Si je fais une erreur, répète la phrase, s'il te plaît.

si zjeuh fè ün èr-eur, ree-pèt la fraz, sil te plè. Als ik een fout maak, herhaal de zin dan alsjeblieft.
B

Je le dirai lentement et je te montrerai une correction importante.

zjeuh leuh die-rè lant-man é zjeuh teuh mon-truh-rè ün ko-rèk-sjon èm-por-tant. Ik zal het langzaam zeggen en je op één belangrijke correctie wijzen.
A

Ça m'aide à me sentir plus calme.

sa mèd a meuh san-tier plü kalm. Dat helpt me om me rustiger te voelen.
B

Commence par cette scène.

ko-mans par set sèn. Begin met deze scène.
B

Je suivrai ton rythme.

zjeuh sjuiv-rè ton rietm. Ik volg jouw tempo.

Woord voor woord

Est-ce In “Est-ce qu'on peut pratiquer ce jeu de rôle ensemble ?” begint “Est-ce” een ja-neevraag. Gebruik het aan het begin van de vaste vraagconstructie “Est-ce que ...”.
qu'on In “Est-ce qu'on peut pratiquer ce jeu de rôle ensemble ?” verbindt “qu'on” de vraaginleiding met de zin over wat men kan doen. “qu'on” is de samentrekking van “que” en “on”; samen verwijst de constructie naar de groep die wil oefenen.
peut “peut” drukt in “on peut pratiquer” uit dat iets mogelijk is: men kan oefenen. Het is hier een vorm van “pouvoir” en staat vóór een infinitief, zoals in “peut pratiquer”.
pratiquer “pratiquer” betekent hier oefenen, specifiek het rollenspel oefenen. Het is een infinitief na “peut”; gebruik het met wat je oefent, zoals “pratiquer ce jeu de rôle”.
ce In “ce jeu de rôle” wijst “ce” naar het specifieke rollenspel dat de gesprekspartners samen willen oefenen. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord “jeu”.
jeu In “ce jeu de rôle” verwijst “jeu” niet zomaar naar een spel, maar naar het rollenspel dat in de les wordt geoefend. De combinatie “jeu de rôle” benoemt dit type oefening.
de In “jeu de rôle” verbindt “de” het woord “jeu” met het soort spel: een spel van een rol. Bewaar de volledige combinatie “jeu de rôle” wanneer je naar een rollenspel verwijst.
rôle “rôle” betekent in “jeu de rôle” een rol die iemand tijdens het oefenen speelt. Het komt ook terug in “l'autre rôle”, de andere rol die de gesprekspartner op zich neemt.
ensemble “ensemble” betekent hier samen: beide personen oefenen het rollenspel met elkaar. Het staat in deze zin bij de gezamenlijke activiteit “pratiquer ce jeu de rôle ensemble”.
Je “Je” is het onderwerp voor de persoon die spreekt, bijvoorbeeld in “Je peux prendre l'autre rôle.” Dezelfde vorm verschijnt ook als “je” in “je te montrerai”; aan het begin van een zin wordt hij met een hoofdletter geschreven.
peux “peux” drukt in “Je peux prendre l'autre rôle” uit dat de spreker die rol kan nemen. Het is een vorm van “pouvoir” bij “je” en staat vóór de infinitief “prendre”.
prendre “prendre” betekent hier een rol op zich nemen: “prendre l'autre rôle”. Het is een infinitief na “peux” en krijgt in deze uitdrukking het object “l'autre rôle”.
l'autre In “l'autre rôle” betekent “l'autre” de andere, nog niet door de spreker gekozen rol. De vorm bevat het verkorte lidwoord “l'” vóór “autre” en staat vóór “rôle”.
Fais “Fais” is in “Fais une pause” een directe instructie om iets te doen. Het is een vorm van “faire”; samen met “une pause” vormt het de vraag om te pauzeren.
une In “une pause” geeft “une” aan dat het om één pauze gaat. Het is hier het vrouwelijke onbepaalde lidwoord en staat vóór “pause”.
pause “pause” betekent in “Fais une pause” een onderbreking van het spreken. De combinatie “faire une pause” is bruikbaar wanneer je iemand vraagt even te stoppen.
après “après” betekent na en geeft in “après chaque question” aan wanneer de pauze moet komen. Het staat hier vóór de gebeurtenis die als tijdspunt dient: “chaque question”.
chaque “chaque” betekent elke en verwijst in “chaque question” naar iedere afzonderlijke vraag. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, zoals “question”.
question “question” betekent vraag; in “après chaque question” gaat het om elke vraag die tijdens het rollenspel wordt gesteld. Gebruik het hier na “chaque” om afzonderlijke vragen aan te duiden.
s'il te plaît “s'il te plaît” is de beleefde toevoeging “alsjeblieft” in “Fais une pause après chaque question, s'il te plaît.” “s'il” vormt het voorwaardelijke deel, “te” verwijst naar de aangesprokene en “plaît” draagt het idee van behagen; samen verzachten ze het verzoek.
Ça In “Ça te donnera le temps de répondre naturellement” verwijst “Ça” naar de zojuist genoemde pauze na elke vraag. Het betekent hier dat of dit en staat als onderwerp vóór de rest van de zin.
te “te” verwijst in “Ça te donnera” naar de persoon die tijd krijgt en in “je te montrerai” naar de persoon aan wie een correctie wordt getoond. Het staat dus bij een werkwoord om de aangesprokene als ontvanger of betrokkene aan te wijzen.
donnera “donnera” betekent in “Ça te donnera le temps” zal geven: de pauze zal de ander tijd geven om te antwoorden. Het is een toekomstige vorm van “donner” en staat vóór wat gegeven wordt, “le temps”.
le In “le temps” is “le” het bepaalde lidwoord bij “temps”. In “Je le dirai” is “le” daarentegen een kort voornaamwoord dat verwijst naar wat gezegd zal worden; de betekenis volgt dus uit de volledige woordgroep.
temps “temps” betekent in “le temps de répondre” tijd, namelijk de tijd om te antwoorden. De constructie “le temps de” wordt gevolgd door een infinitief die beschrijft waarvoor die tijd dient.
répondre “répondre” betekent antwoorden in “le temps de répondre naturellement”. Het is een infinitief na “le temps de”; het antwoord richt zich hier op de vraag uit het rollenspel.
naturellement “naturellement” betekent op een natuurlijke manier en beschrijft in “répondre naturellement” hoe iemand moet antwoorden. Het staat hier bij het werkwoord “répondre”.
Si “Si” betekent als in “Si je fais une erreur” en introduceert de voorwaarde waaronder de ander moet herhalen. Gebruik “Si” aan het begin van een voorwaardelijke bijzin.
erreur “erreur” betekent fout of vergissing in “Si je fais une erreur”. De combinatie “faire une erreur” beschrijft dat iemand een fout maakt.
répète “répète” is in “répète la phrase” een verzoek of instructie om iets opnieuw te zeggen. Het is een vorm van “répéter” en staat vóór het object “la phrase”.
phrase “phrase” betekent in “répète la phrase” de zin of tekstregel die opnieuw gezegd moet worden. Het staat na “répète” als datgene wat de gesprekspartner moet herhalen.
dirai “dirai” betekent in “Je le dirai lentement” ik zal het zeggen. Het is de toekomstige vorm van “dire”; “le” verwijst naar de eerder genoemde zin of regel.
lentement “lentement” betekent langzaam en beschrijft in “Je le dirai lentement” de manier van spreken. Het staat bij “dirai” om aan te geven hoe de zin wordt uitgesproken.
et “et” betekent en en verbindt in “Je le dirai lentement et je te montrerai” twee beloofde handelingen. Het herhaalt niet de hele zin, maar koppelt de twee werkwoordgroepen.
montrerai “montrerai” betekent in “je te montrerai une correction importante” ik zal een correctie laten zien of aanwijzen. Het is de toekomstige vorm van “montrer” en staat vóór de ontvanger “te” en wat wordt getoond, “une correction importante”.
correction “correction” betekent in “une correction importante” een verbetering of aanwijzing waarmee een fout wordt gecorrigeerd. Het staat na “une” en wordt nader omschreven door “importante”.
importante “importante” betekent belangrijk in “une correction importante”. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “correction” en staat er direct achter.
m'aide “m'aide” betekent in “Ça m'aide à me sentir plus calme” helpt mij; de genoemde aanpak helpt de spreker zich rustiger te voelen. Het is de combinatie van het voornaamwoord “m'” en een vorm van “aider”, gevolgd door “à” en een infinitiefconstructie.
à In “m'aide à me sentir plus calme” verbindt “à” het helpen met de handeling die daardoor mogelijk wordt. Het staat hier vóór de infinitief “sentir”.
me “me” verwijst in “me sentir plus calme” naar de spreker zelf, die de rustiger toestand ervaart. Het staat vóór de infinitief “sentir” in deze vaste constructie.
sentir “sentir” betekent hier voelen of zich voelen in “me sentir plus calme”. Het is een infinitief na “à” en wordt samen met “me” gebruikt om de eigen toestand te beschrijven.
plus In “plus calme” betekent “plus” meer, zodat de spreker zich rustiger voelt dan daarvoor. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord “calme” om een hogere mate aan te geven.
calme “calme” beschrijft in “me sentir plus calme” de rustige toestand waarin de spreker zich wil voelen. Het staat na “plus” in de constructie die een verandering in gevoel uitdrukt.
Commence “Commence” is in “Commence par cette scène” een directe instructie om te beginnen. Het is een vorm van “commencer” en wordt hier aangevuld door “par cette scène”, dat het startpunt noemt.
par “par” betekent in “Commence par cette scène” met of bij als startpunt. De constructie “commencer par” wordt gevolgd door de eerste activiteit of het eerste onderdeel.
cette In “cette scène” wijst “cette” naar de specifieke scène waarmee ze moeten beginnen. Het is een vrouwelijke aanwijzende bepaler bij “scène”.
scène “scène” betekent de scène of het onderdeel van het rollenspel in “cette scène”. Het is hier datgene waarmee de oefening moet beginnen.
suivrai “suivrai” betekent in “Je suivrai ton rythme” ik zal je tempo volgen. Het is de toekomstige vorm van “suivre” en krijgt “ton rythme” als datgene waarvan het tempo wordt gevolgd.
ton In “ton rythme” betekent “ton” jouw en verwijst het naar de persoon die wordt aangesproken. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “rythme” in een informele enkelvoudige aanspreking.
rythme “rythme” betekent hier tempo of ritme, dus de snelheid waarop de gesprekspartner spreekt of oefent. In “Je suivrai ton rythme” is het het tempo dat de spreker zal volgen.

Grammatica

Futur simple : dira, donnera, montrerai, suivrai

Il dira la phrase.

il die-ra la fraz.

Hij zal de zin zeggen.

Deze vorm drukt uit dat iets later gebeurt; in het Nederlands vertaal je hem meestal met ‘zal’.

Adverbe en -ment

Répète la phrase lentement.

ree-pèt la fraz lant-man.

Herhaal de zin langzaam.

Lentement is een bijwoord en beschrijft hoe je iets doet; veel Franse bijwoorden eindigen op -ment.

Frans woordenschat

après voorzetsel
aprè na
autre bijvoeglijk naamwoord
otr andere
chaque bepaler
sjak elke
donnera werkwoord
don-ra zal geven
ensemble bijwoord
ansambl samen
jeu de rôle uitdrukking
zjeuh deuh rol rollenspel
naturellement bijwoord
natürel-man natuurlijk
pause zelfstandig naamwoord
pooz pauze
pratiquer werkwoord
prak-tie-kee oefenen
prendre werkwoord
prandr nemen
question zelfstandig naamwoord
kès-tjon vraag
répondre werkwoord
ree-pondr antwoorden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kan de andere rol doen.

Antwoord tonenJe peux prendre l'autre rôle.

Begin met deze scène.

Antwoord tonenCommence par cette scène.

Ik volg jouw tempo.

Antwoord tonenJe suivrai ton rythme.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

samen

Antwoord tonenensemble

pauze

Antwoord tonenpause

elke

Antwoord tonenchaque

nemen

Antwoord tonenprendre