On
"On" betekent hier "we" en verwijst naar de twee gesprekspartners. In gesproken Frans wordt "On" vaak als onderwerp gebruikt vóór een werkwoord, zoals in "On a bientôt".
a
"A" draagt hier samen met "On" de betekenis "hebben" in "On a bientôt un petit contrôle". Het staat vóór wat men heeft; een bruikbaar patroon is "On a + zelfstandig naamwoord".
bientôt
"Bientôt" betekent "binnenkort" en geeft aan dat het controlewerk niet ver weg is. Het kan bij een gebeurtenis staan, zoals in "On a bientôt un petit contrôle".
un
"Un" introduceert in "un petit contrôle" één niet nader bepaald controlewerk: "een korte toets". Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, samen met eventuele beschrijvende woorden.
petit
"Petit" betekent hier "kort" of "klein van omvang" in "un petit contrôle". Het beschrijft het controlewerk en staat in deze uitdrukking vóór "contrôle".
contrôle
"Contrôle" betekent hier een toets of korte beoordeling, niet een algemene controlehandeling. In "un petit contrôle" verwijst het naar de toets die binnenkort plaatsvindt; je kunt het gebruiken voor een beoordeling in een leeromgeving.
c'est
"C'est" betekent in "c'est ça ?" ongeveer "is dat zo?" en maakt van de uitspraak een bevestigingsvraag. Samen met "ça" wordt nagegaan of de ander de bewering bevestigt.
ça
"Ça" verwijst in "c'est ça ?" naar wat zojuist gezegd is: "dat" of "het". Samen met "c'est" vormt het een alledaagse manier om bevestiging te vragen.
Il
"Il" verwijst hier naar "un petit contrôle" en betekent in de Nederlandse vertaling "hij" of "het". Het staat als onderwerp vóór het werkwoord in "Il porte sur les principales parties de cette unité".
porte
In "Il porte sur" betekent "porte" samen met "sur" dat iets betrekking heeft op een onderwerp of onderdelen behandelt. Een bruikbaar patroon is "porter sur + onderwerp" wanneer je zegt waar iets over gaat.
sur
In "porte sur les principales parties" betekent "sur" hier "over" of "met betrekking tot". Het hoort bij de constructie "porter sur" en wordt gevolgd door het onderwerp waar iets over gaat.
les
"Les" betekent "de" in "les principales parties" en verwijst naar meerdere bepaalde onderdelen. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord en eventuele beschrijving ervan.
principales
"Principales" betekent "belangrijkste" in "les principales parties". De vorm beschrijft daar het meervoudige woord "parties"; je gebruikt zo'n beschrijving vóór het zelfstandig naamwoord wanneer je de hoofdonderdelen aanwijst.
parties
"Parties" betekent hier "onderdelen" of "secties" van een lesunit. In "les principales parties" verwijst het naar de afzonderlijke delen die de toets behandelt.
de
"De" verbindt in "les principales parties de cette unité" de onderdelen met de unit waar ze bij horen. Het kan vóór een zelfstandig naamwoord staan om een relatie van "van" of "uit" aan te geven.
cette
"Cette" betekent "deze" in "cette unité" en wijst naar één specifieke unit. Het staat direct vóór "unité" en past bij dit vrouwelijke enkelvoudige woord.
unité
"Unité" betekent "unit" of lesonderdeel in "cette unité". Hier verwijst het naar het leeronderdeel waaruit de belangrijkste secties komen; het staat na de aanwijzende vorm "cette".
Quelle
"Quelle" betekent "welke" in de vraag "Quelle partie dois-je réviser en premier ?". Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover de vraag gaat, hier "partie".
partie
"Partie" betekent hier "onderdeel" of "sectie" van de lesstof. In "Quelle partie" vraagt het naar één specifiek onderdeel dat eerst herhaald moet worden.
dois-je
"Dois-je" betekent hier "moet ik?" of "zou ik moeten?" en vraagt welke actie de spreker hoort te nemen. De omkering in "dois-je réviser" maakt de vraag compact en formeel van vorm.
réviser
"Réviser" betekent hier de lesstof opnieuw doornemen of herhalen. Het staat na "dois-je" in "dois-je réviser"; een bruikbaar patroon is een modaal werkwoord gevolgd door een infinitief.
en
In "en premier" draagt "en" samen met "premier" de betekenis "als eerste". Het maakt deel uit van deze vaste uitdrukking voor de volgorde waarin je iets doet.
premier
"Premier" betekent "eerste" in "en premier". Samen geeft "en premier" aan welk onderdeel of welke actie voorrang krijgt.
Commence
"Commence" betekent "begin" en is hier een directe instructie aan de andere cursist. In "Commence par l'écoute" wordt aangegeven waarmee iemand moet starten.
par
In "Commence par l'écoute" betekent "par" "met" in de betekenis van beginnen met iets. Een bruikbaar patroon is "commencer par + activiteit of onderdeel".
l'écoute
"L'écoute" betekent hier luistervaardigheid of het luisteren als onderdeel van de toets. In "par l'écoute" is het een zelfstandig benoemde activiteit; "l'" staat vóór het woord omdat het met een klinker begint.
car
"Car" betekent "want" of "omdat" en introduceert de reden voor de voorafgaande instructie. In "car elle influence souvent ta note" legt het uit waarom luisteren belangrijk is.
elle
"Elle" verwijst hier naar "l'écoute" en betekent "zij" of "het" in de vertaling. Het staat als onderwerp vóór "influence" en neemt de luistervaardigheid als besproken onderdeel weer op.
influence
"Influence" betekent hier "beïnvloedt" of "heeft invloed op". In "elle influence souvent ta note" is de score het resultaat waarop de luistervaardigheid invloed heeft; een bruikbaar patroon is "influencer + resultaat".
souvent
"Souvent" betekent "vaak" of "meestal" en verzacht de uitspraak: luisteren heeft doorgaans invloed op de score. Het kan een gewoonte of terugkerend effect beschrijven, zoals in "elle influence souvent ta note".
ta
"Ta" betekent "jouw" in "ta note" en verwijst naar de score van de aangesproken persoon. Het staat vóór het enkelvoudige woord "note" om bezit of verbondenheid aan te geven.
note
"Note" betekent hier "cijfer" of "score" voor de toets. In "ta note" gaat het om de score van de leerling; het kan in een onderwijscontext na een bezittelijke vorm staan.
Est-ce
"Est-ce" is hier het begin van de vraagmarkering in "Est-ce qu'on peut essayer...". Samen met "qu'on" maakt het een ja-neevraag zonder dat de woordvolgorde van een gewone mededeling verandert.
qu'on
"Qu'on" verbindt in "Est-ce qu'on peut" de vraagmarkering met "on", dat hier "we" betekent. De vorm is de verkorte schrijfwijze van "que" vóór "on"; daarna volgt het werkwoord "peut".
peut
"Peut" betekent hier "kan" en vraagt of de twee cursisten samen iets kunnen proberen. In "on peut + infinitief" staat het vóór de handeling die mogelijk is.
essayer
"Essayer" betekent "proberen" in "essayer quelques questions d'entraînement". Het staat na "peut" als de handeling die de cursisten samen willen uitvoeren.
quelques
"Quelques" betekent "enkele" of "een paar" en verwijst hier naar een kleine hoeveelheid vragen. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals in "quelques questions".
questions
"Questions" betekent "vragen" en verwijst hier naar de vragen waarmee de cursisten oefenen. In "quelques questions d'entraînement" wordt het nader bepaald als oefenmateriaal.
d'entraînement
"D'entraînement" betekent hier "om te oefenen" of "oefen-" in "questions d'entraînement". Het specificeert dat de vragen bedoeld zijn voor training; "d'" is de verkorte vorm van "de" vóór een klinker.
ensemble
"Ensemble" betekent "samen" in "essayer quelques questions d'entraînement ensemble". Het geeft aan dat beide cursisten dezelfde activiteit gezamenlijk uitvoeren.
utiliser
"Utiliser" betekent "gebruiken" in "On peut utiliser quelques questions courtes". Het staat na "peut" als de handeling die de cursisten met het oefenmateriaal kunnen uitvoeren.
courtes
"Courtes" betekent "kort" in "quelques questions courtes". Deze vorm beschrijft het meervoudige woord "questions" en geeft aan dat de vragen niet lang zijn.
et
"Et" betekent "en" en verbindt in "utiliser quelques questions courtes et vérifier chaque réponse" twee handelingen. Het maakt duidelijk dat de cursisten zowel vragen gebruiken als antwoorden controleren.
vérifier
"Vérifier" betekent "controleren" of "nakijken" in "vérifier chaque réponse". Het staat na "et" en krijgt als object elk afzonderlijk antwoord; een bruikbaar patroon is "vérifier + antwoord".
chaque
"Chaque" betekent "elk" of "iedere" in "chaque réponse". Het richt de aandacht op de antwoorden één voor één en staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
réponse
"Réponse" betekent "antwoord" in "chaque réponse". Hier gaat het om het antwoord op iedere oefenvraag, dat na afloop wordt gecontroleerd.
Je
"Je" betekent "ik" en noemt in "Je vais revoir mes erreurs" de persoon die de volgende handeling uitvoert. Het staat vóór het werkwoord en maakt het onderwerp van de zin expliciet.
vais
"Vais" vormt in "Je vais revoir" samen met "revoir" een plan voor een handeling die de spreker gaat uitvoeren. Een bruikbaar patroon is "Je vais + infinitief" om een voorgenomen actie uit te drukken.
revoir
"Revoir" betekent hier opnieuw doornemen of nakijken. In "revoir mes erreurs" gaat het om het opnieuw bekijken van de gemaakte fouten; het staat na "vais".
mes
"Mes" betekent "mijn" in "mes erreurs" en verwijst naar meerdere fouten van de spreker. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord dat bij de spreker hoort.
erreurs
"Erreurs" betekent "fouten" of "vergissingen". In "revoir mes erreurs" zijn het de fouten die de leerling na iedere vraag opnieuw bekijkt.
après
"Après" betekent "na" en geeft in "après chaque question" aan wanneer de fouten worden nagekeken. Het staat vóór een gebeurtenis of tijdsaanduiding die als referentiepunt dient.
question
"Question" betekent hier "vraag" in "chaque question". De enkelvoudige vorm volgt op "chaque" en verwijst naar iedere oefenvraag afzonderlijk.
devrait
"Devrait" betekent hier "zou moeten" en geeft aan dat het oefenen naar verwachting helpt bij de voorbereiding. In "Ça devrait + infinitief" kun je een verwachte of waarschijnlijke uitkomst beschrijven.
t'aider
"T'aider" betekent "je helpen" in "Ça devrait t'aider". De vorm bevat het voornaamwoord "t'" voor de aangesproken persoon en het werkwoord "aider"; samen vormt het de handeling die voor die persoon nuttig zou zijn.
à
In "t'aider à te préparer" koppelt "à" het werkwoord "aider" aan de volgende handeling. De constructie geeft aan waarmee iemand geholpen wordt: zich voorbereiden.
te
"Te" verwijst in "te préparer" naar de aangesproken persoon en maakt duidelijk dat die persoon zichzelf voorbereidt. Het staat vóór het infinitief "préparer" in deze wederkerende handeling.
préparer
"Préparer" betekent hier "voorbereiden"; in "te préparer" gaat het om jezelf voorbereiden op de toets. Het staat na "à" in de constructie "t'aider à te préparer".