Fouten in het huiswerk nakijken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults review homework sentence errors and rewrite a corrected line..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Fouten in het huiswerk nakijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce qu'on peut revoir mes erreurs dans mes devoirs ?

Es-kuõ pə r-vwaar mee zèr-eur dã mee də-vwaar? Kunnen we mijn fouten in het huiswerk doornemen?
B

J'ai marqué quelques petites erreurs dans les phrases.

Zjee mar-kee kelk pə-tiet zèr-eur dã lee fraaz. Ik heb een paar kleine fouten in de zinnen gemarkeerd.
A

Pourquoi avez-vous fait cette correction ?

Poer-kwaa a-vee voe fee set korèk-sjõ? Waarom heb je deze correctie gemaakt?
B

Le nom a besoin d'un article ici.

Lə nõ aa bə-zwẽ dũ ar-tie-kəl ie-sie. Het zelfstandig naamwoord heeft hier een lidwoord nodig.
A

J'ai oublié cela dans quelques réponses.

Zjee oe-bli-ee sə-la dã kelk ree-põs. Dat heb ik in een paar antwoorden gemist.
B

Si vous l'ajoutez ici, la phrase est complète.

Sie voe la-zjoe-tee ie-sie, la fraaz è kõ-plèt. Als je het hier toevoegt, is de zin compleet.
A

Je vais réécrire cette partie maintenant.

Zjə vee ree-ee-krier set par-tie mẽt-nã. Ik ga dat deel nu opnieuw schrijven.
B

Cela vous aidera à vous souvenir de la règle.

Sə-la voe zè-dra aa voe soe-və-nier də la règl. Dat helpt je de regel te onthouden.

Woord voor woord

Est-ce “Est-ce” markeert in “Est-ce qu'on peut revoir mes erreurs dans mes devoirs ?” een ja-neevraag. Het wordt hier gebruikt om beleefd te vragen of iets mogelijk is. Je gebruikt deze vraaginleiding wanneer je een bevestiging of ontkenning wilt krijgen.
qu'on “qu'on” leidt in “Est-ce qu'on peut revoir mes erreurs dans mes devoirs ?” de vraagzin in en bevat “on”, dat hier “we” betekent. Het is de samentrekking van “que” en “on”. Je gebruikt het na “Est-ce” om de rest van de ja-neevraag aan te sluiten.
peut “peut” betekent hier “kan” in “Est-ce qu'on peut revoir mes erreurs dans mes devoirs ?”. Het is een vorm van “pouvoir” en staat voor het infinitief “revoir”. Je gebruikt “peut” in het patroon “Est-ce qu'on peut + infinitief” om naar een mogelijkheid of toestemming te vragen.
revoir “revoir” betekent hier iets opnieuw bekijken of doornemen, namelijk de fouten in “revoir mes erreurs dans mes devoirs”. Het is een infinitief na “peut”. Je gebruikt “revoir” voor het opnieuw bekijken van bijvoorbeeld lesstof, antwoorden of een tekst.
mes “mes” betekent “mijn” voor het meervoudige zelfstandig naamwoord in “mes erreurs”. De vorm verwijst hier naar fouten die van de spreker zijn. Je gebruikt “mes” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
erreurs “erreurs” betekent hier “fouten” in “mes erreurs dans mes devoirs”. Het is de meervoudsvorm van “erreur” en verwijst naar fouten in het huiswerk. Je gebruikt dit woord in een leercontext om onjuiste antwoorden of formuleringen te benoemen.
dans “dans” betekent hier “in” en verbindt “mes erreurs” met “mes devoirs” in “mes erreurs dans mes devoirs”. Het geeft aan waar de fouten zich bevinden. Je gebruikt “dans” vóór een zelfstandig naamwoord voor een plaats, tekst of ander kader.
devoirs “devoirs” betekent hier huiswerkopdrachten in “mes devoirs”. Het is de meervoudsvorm van “devoir”. Je gebruikt het in een schoolcontext wanneer je naar gemaakte of te maken huiswerkopdrachten verwijst.
J'ai “J'ai” betekent hier “ik heb” in “J'ai marqué quelques petites erreurs dans les phrases”. Het is de samentrekking van “je” en “ai” en vormt samen met “marqué” de mededeling over een afgeronde handeling. Je gebruikt “J'ai” hier om te vertellen dat je iets hebt gedaan.
marqué “marqué” betekent hier “gemarkeerd” in “J'ai marqué quelques petites erreurs dans les phrases”. Het is het voltooid deelwoord van “marquer” en staat bij “J'ai”. Je gebruikt het wanneer je fouten, woorden of plaatsen in een tekst hebt aangeduid.
quelques “quelques” betekent hier “een paar” in “quelques petites erreurs”. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord en geeft een klein, niet precies genoemd aantal aan. Je gebruikt “quelques” samen met een meervoudig zelfstandig naamwoord.
petites “petites” betekent hier “kleine” in “quelques petites erreurs”. De vorm is meervoudig en vrouwelijk en past bij “erreurs”. Je gebruikt het om de fouten als beperkt of gering te beschrijven.
les “les” betekent hier “de” vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in “les phrases”. Het verwijst naar de zinnen die in de opdracht staan. Je gebruikt “les” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om bepaalde zaken gaat.
phrases “phrases” betekent hier “zinnen” in “les phrases”. Het is de meervoudsvorm van “phrase” en verwijst naar de zinnen waarin fouten zijn gemarkeerd. Je gebruikt dit woord in een taalles om afzonderlijke zinnen te benoemen.
Pourquoi “Pourquoi” betekent “waarom” in “Pourquoi avez-vous fait cette correction ?”. Het vraagt naar de reden voor de correctie. Je gebruikt “Pourquoi” aan het begin van een vraag wanneer je een uitleg of reden wilt weten.
avez-vous “avez-vous” betekent hier “hebt u” of “hebben jullie” in “Pourquoi avez-vous fait cette correction ?”. De vorm combineert “vous” en “avez” in een vraag met omgekeerde woordvolgorde. Je gebruikt dit in een formele vraag of wanneer je meerdere personen aanspreekt.
fait “fait” betekent hier “gemaakt” in “avez-vous fait cette correction ?”. Het is het voltooid deelwoord van “faire” en staat bij “avez-vous”. Je gebruikt het hier om te vragen welke handeling tot de correctie heeft geleid.
cette “cette” betekent hier “deze” in “cette correction”. Het staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord “correction” en wijst naar een specifieke correctie. Je gebruikt “cette” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets bepaalds aan te wijzen.
correction “correction” betekent hier “correctie” in “cette correction”. Het verwijst naar de aanpassing die in het huiswerk is aangebracht. Je gebruikt het woord wanneer je een verbeterde formulering of aanpassing bespreekt.
Le “Le” betekent hier “het” of “de” vóór “nom” in “Le nom”. Het is het bepaald lidwoord bij dit mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “le” vóór een bepaald mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
nom “nom” betekent hier “zelfstandig naamwoord” in “Le nom a besoin d'un article ici”. Het benoemt het taalkundige onderdeel dat in de zin een lidwoord nodig heeft. Je gebruikt dit woord wanneer je een zelfstandig naamwoord in een grammaticale uitleg bespreekt.
a “a” betekent hier “heeft” in “Le nom a besoin d'un article ici”. Samen met “besoin de” vormt het de uitdrukking “a besoin de”, die “nodig hebben” betekent. Je gebruikt deze constructie om aan te geven wat iets nodig heeft.
besoin “besoin” betekent hier “behoefte” binnen “a besoin d'un article”. De volledige uitdrukking “a besoin de” betekent dat iets iets nodig heeft. Je gebruikt “besoin” in deze constructie vóór “de” en het benodigde element.
d'un “d'un” betekent hier “van een” en geeft in “a besoin d'un article” aan wat het zelfstandig naamwoord nodig heeft. Het is de samentrekking van “de” en “un”. Je gebruikt “d'un” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord na “avoir besoin de”.
article “article” betekent hier “lidwoord” in “d'un article”. Het verwijst naar het kleine woord dat vóór het zelfstandig naamwoord moet staan. Je gebruikt “article” in grammaticale uitleg over bepalingen bij zelfstandige naamwoorden.
ici “ici” betekent “hier” in “Le nom a besoin d'un article ici”. Het wijst naar de specifieke plaats in de zin waar het lidwoord ontbreekt. Je gebruikt “ici” om in een tekst of zin een concrete plek aan te wijzen.
oublié “oublié” betekent hier “vergeten” in “J'ai oublié cela dans quelques réponses”. Het is het voltooid deelwoord van “oublier” en verwijst naar het niet onthouden of niet opnemen van het lidwoord. Je gebruikt het om te zeggen dat je iets niet hebt onthouden of over het hoofd hebt gezien.
cela “cela” betekent hier “dat” in “J'ai oublié cela dans quelques réponses”. Het verwijst naar het eerder besproken lidwoord of de bijbehorende regel. Je gebruikt “cela” om naar een eerder genoemde zaak of uitleg terug te verwijzen.
réponses “réponses” betekent hier “antwoorden” in “quelques réponses”. Het is de meervoudsvorm van “réponse” en verwijst naar antwoorden waarin dezelfde fout voorkwam. Je gebruikt dit woord in een oefen- of toetscontext voor gegeven antwoorden.
Si “Si” betekent hier “als” in “Si vous l'ajoutez ici, la phrase est complète”. Het introduceert de voorwaarde waaronder de zin compleet wordt. Je gebruikt “Si” aan het begin van een voorwaardelijke bijzin.
vous “vous” betekent hier “u” of “jullie” in “Si vous l'ajoutez ici”. In deze les spreekt de docent de leerling formeel aan. Je gebruikt “vous” voor één formeel aangesproken persoon of voor meerdere personen.
l'ajoutez “l'ajoutez” betekent hier “het toevoegt” in “Si vous l'ajoutez ici”. “l'” verwijst naar het eerder genoemde artikel en staat vóór de werkwoordsvorm “ajoutez”. Je gebruikt deze vorm wanneer je een bepaald element aan een tekst of zin toevoegt.
la “la” betekent hier “de” vóór “phrase” in “la phrase”. Het is het bepaald lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord “phrase”. Je gebruikt “la” vóór een bepaalde vrouwelijke enkelvoudige zaak.
phrase “phrase” betekent hier “zin” in “la phrase est complète”. Het verwijst naar de volledige taalkundige zin die wordt gecorrigeerd. Je gebruikt dit woord wanneer je een afzonderlijke zin in een tekst of oefening bespreekt.
est “est” betekent hier “is” in “la phrase est complète”. Het verbindt “la phrase” met de eigenschap “complète”. Je gebruikt deze vorm om een toestand of kenmerk van iets te beschrijven.
complète “complète” betekent hier “compleet” in “la phrase est complète”. De vorm past bij het vrouwelijke enkelvoudige woord “phrase”. Je gebruikt deze uitdrukking om te zeggen dat een zin alle noodzakelijke onderdelen bevat.
Je “Je” betekent “ik” in “Je vais réécrire cette partie maintenant”. Het is het onderwerp van de aangekondigde handeling. Je gebruikt “Je” om jezelf als handelende persoon te noemen.
vais “vais” betekent hier “ga” in “Je vais réécrire cette partie maintenant”. Samen met het infinitief “réécrire” vormt het de constructie voor een handeling die de spreker nu van plan is te doen. Je gebruikt “Je vais + infinitief” om een nabije of geplande handeling aan te kondigen.
réécrire “réécrire” betekent hier “opnieuw schrijven” in “Je vais réécrire cette partie maintenant”. Het is een infinitief na “vais” en verwijst naar het opnieuw formuleren van een deel van de tekst. Je gebruikt dit woord wanneer je een geschreven passage na een correctie opnieuw opstelt.
partie “partie” betekent hier “deel” in “cette partie”. Het verwijst naar het specifieke gedeelte van de zin of tekst dat opnieuw wordt geschreven. Je gebruikt “partie” om een afgebakend gedeelte van een tekst aan te wijzen.
maintenant “maintenant” betekent “nu” in “Je vais réécrire cette partie maintenant”. Het geeft aan dat de handeling op dit moment zal beginnen. Je gebruikt het om de timing van een huidige of onmiddellijk volgende actie te verduidelijken.
aidera “aidera” betekent hier “zal helpen” in “Cela vous aidera à vous souvenir de la règle”. Het is de toekomstige vorm van “aider” en zegt dat iets een nuttig effect zal hebben. Je gebruikt het patroon “aider quelqu'un à + infinitief” om uit te leggen waarbij iemand geholpen wordt.
à “à” staat hier vóór het infinitief in “vous aidera à vous souvenir de la règle”. Het verbindt “aidera” met de handeling die de leerling daardoor kan uitvoeren. Je gebruikt “à” in het patroon “aider quelqu'un à + infinitief”.
souvenir “souvenir” betekent hier “herinneren” binnen “vous souvenir de la règle”. Samen met het wederkerende voornaamwoord en “de” vormt het de uitdrukking “se souvenir de”, oftewel iets herinneren. Je gebruikt deze constructie vóór datgene wat iemand zich herinnert.
de “de” staat hier in “vous souvenir de la règle” en leidt aan wat herinnerd wordt. Het hoort bij de constructie “se souvenir de”. Je gebruikt “de” in dit patroon vóór een zelfstandig naamwoord of andere verwijzing naar de herinnerde zaak.
règle “règle” betekent hier “regel” in “de la règle”. Het verwijst naar de grammaticale regel die de leerling door het herschrijven beter zal onthouden. Je gebruikt dit woord wanneer je een vaste grammaticale afspraak of instructie bespreekt.

Grammatica

avoir besoin de + nom / infinitif

Vous avez besoin de quelques petites phrases.

Voe za-vee bə-zwẽ də kelk pə-tiet fraaz.

U hebt enkele kleine zinnen nodig.

Na avoir besoin de volgt een zelfstandig naamwoord of infinitief; de verandert niet.

se souvenir de + nom

Vous vous souvenez de la règle ?

Voe voe soe-və-nee də la règl?

Herinnert u zich de regel?

Se souvenir de is een vaste combinatie; het voornaamwoord verandert mee met de persoon.

Frans woordenschat

article zelfstandig naamwoord
ar-tie-kəl lidwoord
avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar bə-zwẽ də nodig hebben
correction zelfstandig naamwoord
korèk-sjõ correctie
devoir zelfstandig naamwoord
də-vwaar huiswerk devoirs
erreur zelfstandig naamwoord
èr-eur fout erreurs
marquer werkwoord
mar-kee markeren marqué
nom zelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord
petit bijvoeglijk naamwoord
pə-tie klein petites
phrase zelfstandig naamwoord
fraaz zin
pourquoi bijwoord
poer-kwaa waarom
quelque bepaler
kelk enkele quelques
revoir werkwoord
rə-vwaar opnieuw doornemen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waarom heb je deze correctie gemaakt?

Antwoord tonenPourquoi avez-vous fait cette correction ?

Dat heb ik in een paar antwoorden gemist.

Antwoord tonenJ'ai oublié cela dans quelques réponses.

Ik ga dat deel nu opnieuw schrijven.

Antwoord tonenJe vais réécrire cette partie maintenant.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

correctie

Antwoord tonencorrection

zin

Antwoord tonenphrase

klein

Antwoord tonenpetites

waarom

Antwoord tonenpourquoi