Samen naar een muziekevenement | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a community hall, two friends plan to attend a music event, get tickets at the door, and choose where to meet..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Samen naar een muziekevenement oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il y a un événement musical à la salle communale.

iel jaa uhn ee-veh-nuh-mang muu-zie-kaal aa la sal ko-muu-naal. Er is een muziekevenement in het buurthuis.
B

Ça a l'air intéressant. Est-ce facile d'y participer ?

saa aa leer èng-te-res-sang. es fa-siel die par-tie-sie-pee? Dat klinkt interessant. Is het makkelijk om mee te doen?
A

Nous pouvons acheter des billets à l'entrée.

noe poe-vong a-sjee-tee dee bie-jeh aa lang-tree. We kunnen kaartjes aan de deur kopen.
B

J'aimerais y aller avec toi si tu es libre.

zjem-ree ie a-lee a-vek twaa sie tuu ee liebr. Ik wil graag met je meegaan als je vrij bent.
A

J'apporterai les informations sur l'événement.

zja-por-te-ree lee-z èng-for-ma-sjong suur lee-vee-nuh-mang. Ik neem de informatie over het evenement mee.
B

Nous pouvons les utiliser pour décider quand arriver.

noe poe-vong lee-z uu-tie-lie-zee poer dee-sie-dee kang t aa-rie-vee. We kunnen die gebruiken om te beslissen wanneer we aankomen.
A

Choisissons aussi un lieu de rendez-vous facile à trouver.

sjwa-zie-song oo-sie uhn lie-uh duh rang-de-voe fa-siel aa troe-vee. Laten we ook een ontmoetingsplek kiezen die makkelijk te vinden is.
B

Un plan clair rendra la soirée plus simple.

uhn plang kleer rang-draa la swaa-ree pluu sèngpl. Een duidelijk plan maakt de avond makkelijker.

Woord voor woord

Il In de vaste uitdrukking ‘Il y a’ helpt ‘Il’ om het bestaan van iets uit te drukken: er is een evenement. ‘Il’ verwijst hier niet naar een concrete persoon. Je gebruikt ‘Il y a’ om te zeggen dat iets ergens is of bestaat.
y In ‘Il y a’ maakt ‘y’ deel uit van de vaste uitdrukking voor ‘er is’. In ‘d’y participer’ verwijst ‘y’ naar het evenement: eraan deelnemen. De betekenis van ‘y’ hangt dus af van de volledige uitdrukking waarin het staat.
a In ‘Il y a’ betekent ‘a’ niet gewoon ‘heeft’, maar vormt het samen met ‘Il y’ de uitdrukking ‘Il y a’ voor ‘er is’. Je gebruikt ‘Il y a’ bijvoorbeeld om een gebeurtenis of plaats te introduceren.
un ‘Un’ betekent hier ‘een’ vóór ‘événement’: er wordt één, nog niet nader bepaald evenement genoemd. Het hoort bij het mannelijke enkelvoudige woord ‘événement’. Je gebruikt ‘un’ vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
événement ‘Événement’ betekent hier ‘evenement’ en verwijst naar de muzikale gebeurtenis in het buurthuis. Het staat in ‘un événement musical’. Je kunt het gebruiken voor een geplande gebeurtenis, activiteit of bijeenkomst.
musical ‘Musical’ betekent hier ‘muzikaal’ en beschrijft wat voor soort ‘événement’ het is. Het staat na het zelfstandig naamwoord in ‘un événement musical’. Je gebruikt het om een activiteit of gebeurtenis met muziek te beschrijven.
à In ‘à la salle communale’ en ‘à l’entrée’ geeft ‘à’ een plaats aan: bij of in de zaal en bij de ingang. Het verbindt de gebeurtenis of handeling met een locatie. Je gebruikt ‘à’ vaak vóór een plaatsaanduiding.
la ‘La’ betekent hier ‘de’ in ‘la salle communale’. Het staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord ‘salle’. Je gebruikt ‘la’ wanneer je naar een bepaalde vrouwelijke enkelvoudige zaak verwijst.
salle ‘Salle’ betekent hier ‘zaal’ en verwijst naar de ruimte van het buurthuis waar het evenement plaatsvindt. Het staat in ‘la salle communale’. Je kunt ‘salle’ gebruiken voor een ruimte waarin mensen samenkomen of iets organiseren.
communale ‘Communale’ betekent hier ‘gemeentelijk’ of ‘van de gemeente’ en beschrijft de zaal. In ‘la salle communale’ gaat het dus om een gemeentelijke zaal. Deze vorm hoort bij het vrouwelijke woord ‘salle’.
Ça ‘Ça’ verwijst hier naar het evenement en betekent in ‘Ça a l’air intéressant’ ongeveer ‘dat’ of ‘het’. Samen met ‘a l’air’ geeft het een indruk van het evenement. Je gebruikt ‘Ça’ vaak om naar een eerder genoemde situatie of zaak te verwijzen.
l'air In ‘Ça a l’air intéressant’ betekent ‘l’air’ de indruk of aanblik die iets geeft; de hele uitdrukking betekent ‘dat lijkt interessant’. ‘L’ is de verkorte vorm van ‘le’ vóór ‘air’. Een bruikbaar patroon is ‘avoir l’air + bijvoeglijk naamwoord’ om een indruk te beschrijven.
intéressant ‘Intéressant’ beschrijft in ‘Ça a l’air intéressant’ het evenement als interessant. Het staat na ‘avoir l’air’ en geeft aan welke indruk het evenement maakt. Je kunt het gebruiken om een activiteit, idee of voorstel te beoordelen.
Est-ce ‘Est-ce’ is hier de vraagformule in ‘Est-ce facile d’y participer ?’ en betekent ‘is het ...?’. ‘Est’ is de vorm van ‘être’ en ‘ce’ verwijst naar de situatie waarnaar gevraagd wordt; samen maken ze de vraag. Je gebruikt ‘Est-ce’ om op een neutrale manier een vraag te beginnen.
facile ‘Facile’ betekent hier ‘gemakkelijk’ in de vraag of deelnemen eenvoudig is. Het staat in ‘Est-ce facile d’y participer ?’ en later in ‘facile à trouver’. Een veelgebruikt patroon is ‘facile à + infinitief’, zoals in ‘facile à trouver’.
d'y In ‘d’y participer’ verwijst ‘y’ naar het evenement en betekent de volledige combinatie ‘eraan deelnemen’. De vorm ‘d’y’ verbindt ‘de’ met ‘y’ vóór het infinitief ‘participer’. Na ‘facile’ staat hier de constructie ‘facile d’y participer’.
participer ‘Participer’ betekent hier ‘deelnemen’ aan het evenement. Het staat als infinitief in ‘d’y participer’, na ‘facile’. Je gebruikt dit werkwoord om deelname aan een activiteit of gebeurtenis uit te drukken.
Nous ‘Nous’ betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van ‘Nous pouvons acheter’. Het verwijst naar de twee vrienden die samen kaartjes kunnen kopen. Je gebruikt ‘Nous’ als onderwerp voor een groep waarin de spreker zit.
pouvons ‘Pouvons’ betekent hier ‘kunnen’ en drukt de mogelijkheid uit om kaartjes te kopen. Het staat in ‘Nous pouvons acheter’, vóór het infinitief ‘acheter’; de grondvorm is ‘pouvoir’. Een bruikbaar patroon is ‘Nous pouvons + infinitief’.
acheter ‘Acheter’ betekent hier ‘kopen’, namelijk kaartjes bij de ingang. Het staat na ‘Nous pouvons’ in ‘Nous pouvons acheter des billets’. Na ‘pouvoir’ volgt hier een infinitief voor de handeling die mogelijk is.
des ‘Des’ betekent hier ‘enkele’ of gewoon ‘kaartjes’ in ‘des billets’; het introduceert meerdere nog niet nader bepaalde kaartjes. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord ‘billets’. Je gebruikt ‘des’ vóór een onbepaald meervoud.
billets ‘Billets’ betekent hier ‘kaartjes’ of ‘tickets’ voor het evenement. Het staat in ‘acheter des billets’; de grondvorm is ‘billet’, waarvan ‘billets’ de gebruikte meervoudsvorm is. Je kunt ‘billets’ gebruiken voor toegangskaartjes of andere tickets.
l'entrée ‘L’entrée’ betekent hier ‘de ingang’, de plaats waar de kaartjes gekocht kunnen worden. ‘L’ is de verkorte vorm van ‘la’ vóór ‘entrée’. In ‘à l’entrée’ geeft de volledige uitdrukking de locatie aan.
J'aimerais ‘J’aimerais’ betekent hier ‘ik zou graag willen’ en drukt een vriendelijke wens uit om mee te gaan. Het staat in ‘J’aimerais y aller avec toi’; de werkwoordelijke grondvorm is ‘aimer’. Een bruikbaar patroon is ‘J’aimerais + infinitief’, zoals in deze zin.
aller ‘Aller’ betekent hier ‘gaan’ in ‘J’aimerais y aller avec toi’. Het is de handeling die de spreker graag wil doen. Na ‘J’aimerais’ volgt hier een infinitief.
avec ‘Avec’ betekent hier ‘met’ en geeft aan met wie de spreker wil gaan: ‘avec toi’. Het staat direct vóór de persoon die meegaat. Je gebruikt ‘avec + persoon’ om gezelschap uit te drukken.
toi ‘Toi’ betekent hier ‘jou’ in ‘avec toi’ en verwijst naar de persoon met wie de spreker wil gaan. Na het voorzetsel ‘avec’ staat deze vorm. Je gebruikt ‘avec toi’ om ‘met jou’ te zeggen.
si ‘Si’ betekent hier ‘als’ en introduceert de voorwaarde ‘si tu es libre’. De spreker wil meegaan wanneer de ander vrij is. Je gebruikt ‘si’ om een voorwaarde aan een voorstel of plan toe te voegen.
tu ‘Tu’ betekent hier ‘jij’ en is het onderwerp van ‘tu es libre’. Het verwijst naar de vriend die mogelijk vrij is. Je gebruikt ‘tu’ als onderwerp wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
es ‘Es’ betekent hier ‘bent’ in ‘tu es libre’ en beschrijft de toestand van de aangesproken persoon. Het is een vorm van ‘être’. Je gebruikt ‘tu es’ om met ‘tu’ een toestand of eigenschap te beschrijven.
libre ‘Libre’ betekent hier ‘vrij’, dus beschikbaar om mee te gaan. Het staat na ‘tu es’ in ‘si tu es libre’. Je kunt ‘être libre’ gebruiken om aan te geven dat iemand beschikbaar is.
J'apporterai ‘J’apporterai’ betekent hier ‘ik zal meebrengen’ en verwijst naar het meenemen van de informatie over het evenement. De grondvorm is ‘apporter’; de vorm in de dialoog drukt een toekomstige handeling uit. Een bruikbaar patroon is ‘J’apporterai + voorwerp’.
les In ‘les informations’ betekent ‘les’ ‘de’ vóór het meervoudige woord ‘informations’. In ‘les utiliser’ is ‘les’ een voornaamwoord dat naar die informatie verwijst en ‘ze’ betekent. De precieze functie wordt dus bepaald door de volledige woordgroep.
informations ‘Informations’ betekent hier ‘informatie’ over het evenement. Het staat in ‘les informations sur l’événement’; de grondvorm is ‘information’, waarvan ‘informations’ de gebruikte meervoudsvorm is. Je gebruikt ‘informations sur + onderwerp’ voor informatie over een onderwerp.
sur ‘Sur’ betekent hier ‘over’ in ‘les informations sur l’événement’. Het verbindt ‘informations’ met het onderwerp waarover de informatie gaat. Een bruikbaar patroon is ‘des informations sur + onderwerp’.
l'événement ‘L’événement’ betekent hier ‘het evenement’ en verwijst naar de eerder genoemde muziekactiviteit. ‘L’ is de verkorte vorm van ‘le’ vóór ‘événement’. In ‘les informations sur l’événement’ geeft het aan waarover de informatie gaat.
utiliser ‘Utiliser’ betekent hier ‘gebruiken’, namelijk de informatie gebruiken om een aankomsttijd te bepalen. Het staat in ‘les utiliser’, waarbij ‘les’ naar ‘les informations’ verwijst. Je gebruikt ‘utiliser + voorwerp’ om aan te geven wat iemand gebruikt.
pour ‘Pour’ betekent hier ‘om te’ en geeft het doel van het gebruiken van de informatie aan: ‘pour décider’. Het staat vóór het infinitief ‘décider’. Een bruikbaar patroon is ‘pour + infinitief’ om een doel uit te drukken.
décider ‘Décider’ betekent hier ‘beslissen’ over het moment van aankomst. Het staat in ‘pour décider quand arriver’ en geeft het doel van het gebruik van de informatie aan. Je kunt ‘décider quand + infinitief’ gebruiken om een tijdstip te bepalen.
quand ‘Quand’ betekent hier ‘wanneer’ en verbindt ‘décider’ met het tijdstip van aankomen in ‘décider quand arriver’. Het introduceert dus de vraag naar het moment. Je gebruikt ‘quand’ om naar een tijdstip of moment te verwijzen.
arriver ‘Arriver’ betekent hier ‘aankomen’ in ‘quand arriver’. Het benoemt de handeling waarvan men het tijdstip wil bepalen. Je gebruikt het in patronen zoals ‘décider quand arriver’.
Choisissons ‘Choisissons’ betekent hier ‘laten we kiezen’ en is een voorstel om samen een ontmoetingsplek te kiezen. Het staat vóór het object in ‘Choisissons aussi un lieu de rendez-vous’; de citation form is ‘choisir’. Je gebruikt deze vorm om samen een handeling voor te stellen.
aussi ‘Aussi’ betekent hier ‘ook’ en voegt de keuze van een ontmoetingsplek toe aan de andere afspraken. In ‘Choisissons aussi’ staat het na de werkwoordsvorm. Je gebruikt ‘aussi’ om extra informatie of een extra handeling toe te voegen.
lieu ‘Lieu’ betekent hier ‘plaats’ in ‘un lieu de rendez-vous’, dus een plaats waar de vrienden elkaar ontmoeten. Het staat vóór ‘de rendez-vous’. Een bruikbaar patroon is ‘un lieu de + activiteit of afspraak’.
de In ‘lieu de rendez-vous’ verbindt ‘de’ het woord ‘lieu’ met ‘rendez-vous’: een plaats voor de ontmoeting. Hier betekent het dus niet zelfstandig ‘van’, maar vormt het een verbinding met het volgende zelfstandig naamwoord. Je gebruikt ‘lieu de + zelfstandig naamwoord’ om het soort plaats te specificeren.
rendez-vous ‘Rendez-vous’ is hier de vaste uitdrukking voor een afspraak of ontmoeting. De delen ‘rendez’ en ‘vous’ vormen samen deze uitdrukking; in ‘lieu de rendez-vous’ gaat het om een ontmoetingsplaats. Je kunt ‘rendez-vous’ gebruiken wanneer mensen op een afgesproken moment of plaats samenkomen.
trouver ‘Trouver’ betekent hier ‘vinden’ in ‘facile à trouver’: de ontmoetingsplaats moet gemakkelijk te vinden zijn. Het staat na ‘à’ in de constructie ‘facile à + infinitief’. Je gebruikt ‘facile à trouver’ om te zeggen dat iets makkelijk te lokaliseren is.
plan ‘Plan’ betekent hier ‘plan’ en verwijst naar de duidelijke afspraken voor de avond. Het staat in ‘Un plan clair’. Je kunt ‘un plan’ gebruiken voor een voorgenomen aanpak of reeks afspraken.
clair ‘Clair’ betekent hier ‘duidelijk’ en beschrijft het plan in ‘un plan clair’. Het geeft aan dat de afspraken goed te begrijpen zijn. Je kunt ‘un plan clair’ gebruiken voor afspraken die weinig verwarring laten.
rendra ‘Rendra’ betekent hier ‘zal maken’ in ‘rendra la soirée plus simple’: een duidelijk plan zal de avond eenvoudiger maken. De grondvorm is ‘rendre’; de vorm verwijst naar een toekomstige uitwerking. Een bruikbaar patroon is ‘X rendra Y + bijvoeglijk naamwoord’.
soirée ‘Soirée’ betekent hier ‘avond’ en verwijst naar de avond van het evenement. Het staat in ‘la soirée’. Je gebruikt ‘soirée’ voor een avond als periode waarin mensen iets doen of samen zijn.
plus ‘Plus’ betekent hier ‘meer’ en vormt samen met ‘simple’ de vergelijking ‘plus simple’: eenvoudiger. In ‘rendra la soirée plus simple’ beschrijft het hoe de avond zal worden. Je gebruikt ‘plus + bijvoeglijk naamwoord’ om een sterkere mate of vergelijking uit te drukken.
simple ‘Simple’ betekent hier ‘eenvoudig’ en in ‘plus simple’ ‘eenvoudiger’. Het beschrijft het resultaat dat het plan voor de avond zal hebben. Je kunt ‘plus simple’ gebruiken wanneer iets minder ingewikkeld of makkelijker wordt.

Grammatica

avoir l'air + adjectif

La soirée a l'air intéressante.

la swaa-ree aa leer èng-te-res-sang.

De avond lijkt interessant.

Na « avoir l'air » komt een bijvoeglijk naamwoord dat het onderwerp beschrijft; het past zich aan het onderwerp aan.

futur simple : radical + -ai

J'apporterai les informations.

zja-por-te-ree lee-z èng-for-ma-sjong.

Ik zal de informatie meenemen.

De uitgang « -ai » geeft de toekomende tijd aan bij « je ».

Frans woordenschat

acheter werkwoord
a-sjee-tee kopen
aller werkwoord
aa-lee gaan
avoir l'air uitdrukking
a-vwaar leer lijken a l'air

Dat klinkt interessant

billet zelfstandig naamwoord
bie-jeh kaartje billets
entrée zelfstandig naamwoord
ang-tree ingang l'entrée
événement zelfstandig naamwoord
ee-veh-nuh-mang evenement

muziekevenement

facile bijvoeglijk naamwoord
fa-siel makkelijk
intéressant bijvoeglijk naamwoord
èng-te-res-sang interessant
musical bijvoeglijk naamwoord
muu-zie-kaal muzikaal

muzikaal evenement

participer werkwoord
par-tie-sie-pee meedoen
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen pouvons
salle communale zelfstandig naamwoord
sal ko-muu-naal gemeentezaal

buurthuis

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik neem de informatie over het evenement mee.

Antwoord tonenJ'apporterai les informations sur l'événement.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kunnen

Antwoord tonenpouvons

meedoen

Antwoord tonenparticiper

interessant

Antwoord tonenintéressant

kopen

Antwoord tonenacheter