Désolé
Désolé betekent hier sorry en verontschuldigt de spreker voor het wijzigen van het plan. Het staat aan het begin van Désolé, je dois changer notre plan. Je gebruikt het bijvoorbeeld om je bij een vriend te verontschuldigen.
je
je betekent ik en verwijst hier naar de spreker die het plan moet veranderen. In je dois staat je vóór dois. Gebruik je + werkwoord om iets over jezelf te zeggen.
dois
dois betekent moet in je dois changer notre plan. Het drukt hier uit dat de spreker noodzakelijkerwijs het plan moet wijzigen; na dois volgt changer. Gebruik je dois + infinitief om een noodzaak voor jezelf uit te drukken.
changer
changer betekent veranderen en benoemt hier de handeling die met het plan moet gebeuren. In je dois changer notre plan volgt het na dois. Gebruik changer + een object om te zeggen wat je verandert.
notre
notre betekent ons in notre plan en geeft aan dat het plan van beide gesprekspartners is. Het staat direct vóór plan. Gebruik notre + zelfstandig naamwoord om gezamenlijk bezit aan te geven.
plan
plan betekent plan en verwijst hier naar de afspraak die moet worden veranderd. In notre plan staat het na notre. Je kunt plan gebruiken voor een voorgestelde afspraak of aanpak.
C'est
C'est betekent hier het is in C'est bien que ...; samen met bien geeft het aan dat de spreker iets fijn vindt. C'est staat aan het begin van de mededeling en que leidt daarna de inhoud in. Gebruik C'est bien que ... om positief te reageren op iets dat iemand heeft gedaan.
bien
bien betekent hier goed of fijn in C'est bien que tu me l'aies dit. Het vormt samen met C'est en que de reactie dat iets fijn is. Gebruik C'est bien que ... om waardering uit te spreken voor een gebeurtenis.
que
que betekent hier dat en verbindt C'est bien met tu me l'aies dit. De hele constructie C'est bien que ... drukt uit dat iets fijn is. Gebruik que om na zo'n beoordeling de betreffende handeling of gebeurtenis te noemen.
tu
tu betekent jij en verwijst naar de persoon die de informatie heeft verteld. In que tu me l'aies dit staat tu vóór l'aies dit. Gebruik tu + werkwoord om rechtstreeks tegen één persoon te spreken.
me
me betekent mij of me in tu me l'aies dit en verwijst naar degene aan wie iets is verteld. Het staat vóór l'aies dit, terwijl tu de verteller is. Gebruik tu me ... wanneer je zegt dat iemand iets aan jou vertelt.
l'aies
l'aies betekent hier het hebt in tu me l'aies dit. l' verwijst naar wat verteld is en aies draagt hier het element hebt; samen met dit betekent l'aies dit hebt gezegd. Gebruik tu me l'aies dit om te zeggen dat iemand jou iets heeft verteld.
dit
dit betekent gezegd in tu me l'aies dit. Dit is hier de vorm van dire die de meegedeelde inhoud weergeeft en staat na l'aies. Gebruik l'aies dit om te zeggen dat iemand iets heeft verteld.
avant
avant betekent voordat of vóór en plaatst mon départ vóór het moment van vertrek. In avant mon départ staat avant vóór een zelfstandig naamwoordelijke uitdrukking. Gebruik avant + tijdstip of gebeurtenis om aan te geven dat iets eerder gebeurt.
mon
mon betekent mijn in mon départ en geeft aan dat het vertrek bij de spreker hoort. Het staat vóór départ. Gebruik mon + zelfstandig naamwoord om bezit van de spreker aan te geven.
départ
départ betekent vertrek en verwijst hier naar het moment waarop B zou vertrekken. In avant mon départ is het de gebeurtenis waarvoor iets eerder plaatsvindt. Gebruik départ wanneer je het vertrek van een reis of persoon bespreekt.
Quelque chose
Quelque chose betekent iets: een niet nader genoemd ding of een niet nader genoemde gebeurtenis. Quelque draagt bij aan het onbepaalde karakter en chose betekent ding; samen vormen ze de uitdrukking voor iets. In Quelque chose d'imprévu est arrivé is het de gebeurtenis die onverwacht was.
d'imprévu
d'imprévu betekent hier onverwachts of onvoorzien in Quelque chose d'imprévu. d' verbindt de uitdrukking met imprévu, dat de aard van quelque chose beschrijft. Gebruik quelque chose d'imprévu om een onverwachte gebeurtenis te benoemen.
est
est betekent hier is in est arrivé, maar samen met arrivé beschrijft het een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden. Het verbindt quelque chose d'imprévu met arrivé in de zin. Gebruik est arrivé om te zeggen dat iets is gebeurd of aangekomen, afhankelijk van de context.
arrivé
arrivé betekent hier gebeurd in Quelque chose d'imprévu est arrivé, niet aangekomen. Arrivé is hier de vorm van arriver die de gebeurtenis als plaatsgevonden weergeeft. Gebruik est arrivé wanneer je meldt dat iets onverwachts is gebeurd.
Ce
Ce betekent hier dat of het in Ce n'est pas grave en verwijst naar de gewijzigde situatie. Samen met n'est pas grave vormt het een geruststellende reactie. Gebruik Ce n'est pas grave wanneer je wilt zeggen dat een probleem of wijziging niet erg is.
n'est
n'est combineert ne en est en betekent hier is niet in n'est pas grave. Pas maakt de ontkenning compleet, zodat de spreker zegt dat de situatie niet ernstig is. Gebruik n'est pas + beschrijving om iets te ontkennen.
pas
pas betekent niet en werkt hier samen met n'est in n'est pas grave. Het maakt van de beschrijving grave de ontkenning is niet ernstig. Gebruik pas samen met ne of n' om een ontkenning te vormen.
grave
grave betekent hier erg of ernstig in Ce n'est pas grave. In de volledige uitdrukking Ce n'est pas grave wordt een wijziging of probleem geruststellend afgezwakt tot dat is niet erg. Gebruik deze reactie na een verontschuldiging of kleine tegenvaller.
On
On betekent hier we en verwijst naar beide gesprekspartners in On peut choisir un autre jour. Het onderwerp staat vóór peut en maakt het voorstel gezamenlijk. Gebruik on peut + infinitief om een gezamenlijke mogelijkheid of een voorstel te formuleren.
peut
peut betekent hier kan in On peut choisir. Het drukt de mogelijkheid uit en wordt gevolgd door de infinitief choisir. Gebruik on peut + infinitief om voor te stellen wat jullie kunnen doen.
choisir
choisir betekent kiezen en benoemt de actie na peut in On peut choisir un autre jour. Na peut staat choisir in de infinitief. Gebruik choisir + een optie, bijvoorbeeld een dag of tijd.
un
un betekent een in un autre jour en introduceert één niet nader bepaalde dag. Het staat vóór autre jour. Gebruik un + zelfstandig naamwoord om naar één niet-specifiek item te verwijzen.
autre
autre betekent andere in un autre jour en laat zien dat het om een alternatief voor de eerdere dag gaat. Het staat vóór jour. Gebruik un autre + zelfstandig naamwoord wanneer je een alternatief voorstelt.
jour
jour betekent dag en is de nieuwe keuze in un autre jour. Samen met un autre duidt het een alternatieve dag aan. Gebruik jour bij het plannen of verplaatsen van een afspraak.
Est-ce
Est-ce is hier de vraagmarker in Est-ce que plus tard cette semaine te convient ?; het maakt van de mededeling een ja-neevraag. De volledige vraaginleiding is Est-ce que, waarna de rest van de zin volgt. Gebruik Est-ce que ... ? om te vragen of iets past of klopt.
plus
plus betekent hier niet los meer, maar draagt in plus tard de betekenis later. Samen met tard verwijst het naar een later moment deze week. Gebruik plus tard met een tijdsaanduiding om een later moment aan te geven.
tard
tard betekent laat in plus tard, dat hier later betekent. Plus tard cette semaine duidt een moment later in de huidige week aan. Gebruik plus tard om een afspraak naar een later moment te verschuiven.
cette
cette betekent deze in cette semaine en verwijst naar de week waarover de gesprekspartners spreken. Het staat direct vóór semaine. Gebruik cette + zelfstandig naamwoord om naar iets specifieks in de gesprekssituatie te verwijzen.
semaine
semaine betekent week en maakt de tijdsaanduiding plus tard cette semaine compleet. In cette semaine gaat het om de huidige of relevante week. Gebruik semaine om een periode bij het plannen te benoemen.
te
te betekent jou in te convient en verwijst naar de persoon voor wie het voorgestelde moment passend moet zijn. Het staat vóór convient. Gebruik iets te convient om te vragen of een tijd of voorstel jou past.
convient
convient betekent hier past of komt uit in Est-ce que plus tard cette semaine te convient ? Convient is hier de vorm van convenir die aangeeft dat een moment geschikt is voor iemand. Gebruik iets te convient ? om te vragen of een tijd of afspraak geschikt is.
ça
ça betekent dat of het in ça me va en verwijst naar het voorgestelde moment. Aan het begin van de laatste zin verschijnt hetzelfde woord als Ça in Ça m'aide en verwijst het naar de ontvangen informatie of het nieuwe plan. Gebruik ça in alledaagse verwijzingen naar iets dat al bekend is.
va
va is hier de vorm van aller in ça me va, maar de hele uitdrukking betekent dat iets mij past of goed uitkomt. Me geeft aan voor wie het goed uitkomt. Gebruik ça me va om een voorgestelde tijd of optie te accepteren.
peux
peux betekent kan in Je peux t'envoyer le nouveau plan en drukt uit dat de spreker dit kan doen. Na peux volgt de infinitief t'envoyer. Gebruik je peux + infinitief om aan te bieden wat je kunt doen.
t'envoyer
t'envoyer betekent jou sturen in Je peux t'envoyer le nouveau plan. t' is de verkorte vorm van te voor envoyer en verwijst naar de ontvanger; envoyer betekent sturen. Gebruik je peux t'envoyer + object om aan te bieden iets naar iemand te sturen.
le
le betekent het of de in le nouveau plan en verwijst hier naar het specifieke nieuwe plan. Het staat vóór nouveau plan. Gebruik le vóór een eerder bekend of specifiek mannelijk zelfstandig naamwoord.
nouveau
nouveau betekent nieuwe in le nouveau plan en beschrijft het plan als nieuw voor de gewijzigde afspraak. Het staat tussen le en plan. Gebruik le nouveau + zelfstandig naamwoord om een specifiek nieuw item te benoemen.
m'aide
m'aide betekent helpt me in Ça m'aide à adapter mon emploi du temps. m' is me vóór aide, en aide geeft aan dat Ça hulp biedt. Gebruik iets m'aide à + infinitief om uit te leggen welke handeling iets gemakkelijker maakt.
à
à betekent hier om te in m'aide à adapter en verbindt de hulp met de handeling adapter. Na à staat hier een infinitief. Gebruik aider iemand à + infinitief om te zeggen waarmee iemand geholpen wordt.
adapter
adapter betekent aanpassen in adapter mon emploi du temps en benoemt de wijziging van de planning aan de nieuwe afspraak. Het volgt op à en heeft mon emploi du temps als object. Gebruik adapter + een planning, schema of andere afspraakcontext.
emploi du temps
emploi du temps betekent planning of agenda; het is hier de planning die aan de nieuwe afspraak moet worden aangepast. Emploi draagt in deze uitdrukking het idee van indeling of gebruik bij, du betekent van de en temps betekent tijd. Samen verwijst de uitdrukking naar een tijdschema. Gebruik mon emploi du temps om over je eigen planning te spreken.