Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het staat vóór het werkwoord prépare; samen zegt de spreker wat hij of zij zelf doet. Gebruik Je vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
prépare
prépare betekent hier ‘maak klaar’ of ‘bereid voor’ in de zin over de tas. Het is een vorm van préparer en past bij het onderwerp Je. Je kunt deze vorm gebruiken om te zeggen wat je op dit moment klaarmaakt of voorbereidt.
mon
mon betekent hier ‘mijn’ en hoort bij sac: mijn tas. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en geeft bezit aan. Gebruik mon vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
sac
sac betekent hier ‘tas’, namelijk de tas die voor de uitstap wordt klaargemaakt. Het woord staat na mon in de combinatie mon sac. Gebruik sac voor een tas waarin je spullen meeneemt.
pour
pour betekent hier ‘voor’ en geeft het doel van het klaarmaken aan: voor de sortie. Het staat vóór de activiteit of bestemming waarvoor iets bedoeld is. Gebruik pour ook om het doel van een voorwerp of handeling aan te geven.
la
la betekent hier ‘de’ en staat vóór sortie in la sortie. Het is het lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Gebruik la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
sortie
sortie betekent hier ‘uitstapje’ of ‘uitje’. In la sortie verwijst het naar de geplande activiteit waarvoor de tas wordt ingepakt. Gebruik sortie voor een uitje of een andere geplande gelegenheid buitenshuis.
Qu'est-ce
Qu'est-ce is hier het eerste deel van de vraagformule Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?, waarmee je vraagt wat iemand nodig heeft of moet meenemen. Het staat aan het begin van een directe vraag. Gebruik deze formule om naar een ding of handeling te vragen.
que
que maakt hier samen met Qu'est-ce de vraagformule Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?. Het verbindt het vragende deel met de rest van de zin. In deze formule staat que vóór het onderwerp tu.
tu
tu betekent hier ‘jij’ en is de persoon die de spullen moet meenemen. Het staat vóór dois. Gebruik tu in een directe, informele aanspreking van één persoon.
dois
dois betekent hier ‘moet’ in de vraag over wat iemand nog moet meenemen. Het is een vorm van devoir en staat bij tu. Gebruik deze vorm om bij tu een verplichting of noodzakelijke handeling uit te drukken.
encore
encore betekent hier ‘nog’ en geeft aan dat er mogelijk extra spullen moeten worden meegenomen. Het staat vóór prendre in de vraag. Gebruik encore om aan te geven dat iets op dit moment nog nodig is of nog moet gebeuren.
prendre
prendre betekent hier ‘nemen’ of, in deze context, ‘meenemen’. Het staat na dois in de constructie over wat iemand nog moet doen. Gebruik prendre met een voorwerp wanneer je zegt dat iemand het moet nemen of meenemen.
J'ai
J'ai betekent hier ‘ik heb’ en introduceert de spullen die al in de tas zitten. Het is de vaste schrijfwijze van je vóór ai in deze zin; ai is een vorm van avoir. Gebruik J'ai vóór een zelfstandig naamwoord om te zeggen wat je hebt.
un
un betekent hier ‘een’ en staat vóór chargeur. Het introduceert één niet nader bepaalde oplader. Gebruik un vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
chargeur
chargeur betekent hier ‘oplader’, een van de spullen in de tas. Het staat na un in un chargeur. Gebruik chargeur voor een apparaat waarmee je een batterij oplaadt.
encas
encas betekent hier ‘snack’ of ‘tussendoortje’, dat samen met de oplader en regenjas wordt genoemd. Het staat na un in un encas. Gebruik encas voor iets kleins dat je tussen maaltijden door eet.
et
et betekent hier ‘en’ en verbindt de opgesomde spullen in de tas. Het staat tussen encas en imperméable. Gebruik et om woorden of meerdere voorwerpen in één opsomming te verbinden.
imperméable
imperméable betekent hier ‘regenjas’ of ‘waterdichte jas’. Het is het derde voorwerp dat de spreker bij zich heeft. Gebruik imperméable voor kleding die bescherming tegen regen biedt.
Ça
Ça betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de spullen die zojuist zijn genoemd. In Ça devrait suffire si le temps change gaat het om de vraag of die spullen genoeg zullen zijn. Gebruik Ça om naar iets eerder genoemde te verwijzen.
devrait
devrait betekent hier ‘zou moeten’ in de inschatting dat de spullen voldoende zullen zijn. Het is een vorm van devoir en drukt hier een verwachting uit, geen directe opdracht. Gebruik devrait om voorzichtig te zeggen wat waarschijnlijk voldoende of passend zal zijn.
suffire
suffire betekent hier ‘voldoende zijn’ of ‘genoeg zijn’. In Ça devrait suffire gaat het om de vraag of de meegenomen spullen genoeg zijn. Gebruik suffire na een vorm zoals devrait om te zeggen dat iets waarschijnlijk genoeg zal zijn.
si
si betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in: als het weer verandert. Het verbindt de hoofdzin met een mogelijke situatie. Gebruik si vóór een voorwaarde waarop de hoofdzin betrekking heeft.
le
le betekent hier ‘het’ en staat vóór temps in le temps. Het is het lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Gebruik le vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
temps
temps betekent hier ‘weer’, niet een tijdsduur. In le temps change gaat het om een verandering in de weersomstandigheden. Gebruik temps met le om over het weer te spreken.
change
change betekent hier ‘verandert’ en beschrijft een mogelijke verandering van het weer. Het is een vorm van changer en staat na le temps. Gebruik deze vorm wanneer je zegt dat iets bij le temps verandert.
Est-ce
Est-ce is hier het eerste deel van de vraagformule Est-ce que je dois prendre une bouteille d'eau en plus ?. De formule maakt van de mededeling een directe ja-neevraag. Gebruik Est-ce que vóór een volledige zin wanneer je iets rechtstreeks wilt vragen.
une
une betekent hier ‘een’ en staat vóór bouteille. Het introduceert één niet nader bepaalde fles. Gebruik une vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
bouteille
bouteille betekent hier ‘fles’, meer bepaald de fles water die misschien moet worden meegenomen. Het woord staat vóór d'eau in bouteille d'eau. Gebruik bouteille met de inhoud erna om te zeggen wat voor soort fles het is.
d'eau
d'eau betekent hier ‘water’ in de combinatie bouteille d'eau: een fles water. Het geeft aan wat er in de bouteille zit. Gebruik deze combinatie wanneer je een fles met water bedoelt.
en
en verwijst hier naar een extra exemplaar van het eerder genoemde voorwerp, namelijk een fles water, in prendre une bouteille d'eau en plus. In Prends-en une verwijst en naar dat voorwerp zonder het opnieuw volledig te noemen. Gebruik en zo om naar iets eerder genoemds te verwijzen bij prendre.
plus
plus betekent hier ‘extra’ of ‘meer’ in en plus. Het geeft aan dat er bovenop de al genoemde spullen nog een fles water wordt overwogen. Gebruik en plus na een zelfstandig naamwoord om een extra exemplaar aan te duiden.
Prends-en
Prends-en betekent hier ‘neem er een mee’ en verwijst naar een fles water. De vorm combineert prends, een bevelsvorm van prendre, met en, dat naar het eerder genoemde voorwerp verwijst. Gebruik Prends-en wanneer je iemand aanspoort om iets eerder genoemds mee te nemen.
au
au betekent hier ‘in het’ in de vaste uitdrukking au cas où. Het is onderdeel van een voorwaardelijke uitdrukking en krijgt zijn betekenis samen met cas où. Gebruik au cas où om een voorzorgssituatie of mogelijke omstandigheid in te leiden.
cas
cas betekent hier ‘geval’ in au cas où. Samen verwijst au cas où naar de mogelijkheid dat de wandeling langer duurt dan verwacht. Gebruik cas in vaste uitdrukkingen wanneer je over een mogelijk geval of scenario spreekt.
où
où betekent hier niet gewoon ‘waar’, maar maakt samen met au cas het vaste deel au cas où. De uitdrukking leidt de mogelijke omstandigheid in waarvoor je voorzorg neemt. Gebruik au cas où vóór een mogelijke situatie.
balade
balade betekent hier ‘wandeling’ en verwijst naar de geplande wandeling waarvoor de extra fles nodig kan zijn. Het woord staat als onderwerp vóór durerait. Gebruik balade voor een wandeling of ontspannen tocht.
durerait
durerait betekent hier ‘zou duren’ in de mogelijke situatie dat de wandeling langer duurt dan verwacht. Het is een vorm van durer en past bij balade. Gebruik deze vorm in een voorwaardelijke of veronderstelde situatie over de verwachte duur.
longtemps
longtemps betekent hier ‘lang’ of ‘lange tijd’ en geeft de duur van de wandeling aan. In durerait plus longtemps gaat het om een langere duur dan verwacht. Gebruik longtemps bij werkwoorden om te zeggen dat iets lang duurt.
prévu
prévu betekent hier ‘verwacht’ of ‘voorzien’ in plus longtemps que prévu: langer dan verwacht. Het verwijst naar een vooraf ingeschatte duur. Gebruik prévu na que wanneer je iets vergelijkt met wat vooraf was verwacht of gepland.
plein
plein betekent hier ‘vol’ en beschrijft de toestand van de tas. In Mon sac est plein staat het na est. Gebruik plein om te zeggen dat er geen of bijna geen ruimte meer over is.
Il
Il betekent hier ‘het’ en verwijst naar de tas in de vorige zin. Het staat vóór n'est om de tas opnieuw als onderwerp te nemen. Gebruik Il om naar een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord te verwijzen.
n'est
n'est betekent hier ‘is niet’ in de ontkenning van de zin over het gewicht van de tas. Het is de vorm van être bij Il met de ontkenning n'est pas. Gebruik n'est pas vóór een beschrijving wanneer je zegt dat iets niet zo is.
pas
pas is hier het tweede deel van de ontkenning n'est pas en maakt de betekenis ‘is niet’. Het staat na n'est en vóór trop lourd. Gebruik pas samen met een vervoegde werkwoordsvorm om een ontkenning te vormen.
trop
trop betekent hier ‘te’ of ‘al te’ in trop lourd. Het geeft aan dat de tas niet boven een gewenste grens van zwaarte komt. Gebruik trop vóór een bijvoeglijk naamwoord om een te hoge mate aan te duiden.
lourd
lourd betekent hier ‘zwaar’ en beschrijft het gewicht van de tas. Het staat na trop in trop lourd. Gebruik lourd om het gewicht van een voorwerp of tas te beschrijven.
Alors
Alors betekent hier ‘dan’ of ‘dus’ en trekt een conclusie uit het feit dat de tas vol maar niet te zwaar is. Het staat aan het begin van de slotzin. Gebruik Alors om vanuit eerdere informatie naar een conclusie of volgende stap te gaan.
es
es betekent hier ‘bent’ in de zin dat iemand klaar is om te vertrekken. Het is een vorm van être bij tu. Gebruik es met tu om een toestand of eigenschap van de aangesproken persoon te beschrijven.
prêt
prêt betekent hier ‘klaar’ en beschrijft dat de aangesproken persoon kan vertrekken. Het staat na es in tu es prêt à partir. Gebruik prêt à met een werkwoord om aan te geven dat iemand klaar is om iets te doen.
à
à betekent hier ‘om te’ in prêt à partir. Het verbindt de toestand prêt met de handeling die daarna volgt. Gebruik prêt à vóór een infinitief om te zeggen dat iemand klaar is om die handeling uit te voeren.
partir
partir betekent hier ‘vertrekken’ in prêt à partir. Het staat na à en benoemt de handeling waarvoor de persoon klaar is. Gebruik partir om het weggaan of vertrekken van een persoon aan te geven.