Een tas inpakken voor een uitstapje | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before an outing, two adults check a packed bag for a charger, a snack, a raincoat, and water..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een tas inpakken voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je prépare mon sac pour la sortie.

zje pre-paar mong sak poer la sor-tie. Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.
B

Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?

kes-kuh tuu dwaa ang-kor prang-dr? Wat moet je nog meenemen?
A

J'ai un chargeur, un encas et un imperméable.

zjee ung sjarger, ung ang-ka ee ung eng-per-mee-abl. Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.
B

Ça devrait suffire si le temps change.

sa duh-vrè suu-fier sie luh tang sjangzj. Daarmee zou je genoeg moeten hebben als het weer verandert.
A

Est-ce que je dois prendre une bouteille d'eau en plus ?

ès-kuh zje dwaa prang-dr uun boe-tèj doo ang pluu? Moet ik een extra fles water meenemen?
B

Prends-en une au cas où la balade durerait plus longtemps que prévu.

prang-zang uun oo ka oe la ba-lad duu-rè pluu long-tang kuh pre-vuu. Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.
A

Mon sac est plein.

mong sak è pleng. Mijn tas zit vol.
A

Il n'est pas trop lourd.

il nè pa troe loer. Hij is niet te zwaar.
B

Alors, tu es prêt à partir.

a-lor, tuu è prè a par-tier. Dan ben je klaar om te vertrekken.

Uitleg van de zinnen

  1. Je prépare mon sac pour la sortie.

    Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.

    prépare
    pak in / maakt klaar
    mon
    mijn
    sac
    tas
    pour
    voor
    sortie
    uitstapje
    Uitgebreide uitleg

    prépare komt van préparer en is hier de tegenwoordige tijd bij je: “ik maak klaar” of, in deze context, “ik pak in”. De vorm prépare is ook dezelfde vorm voor il/elle/on; het onderwerp bepaalt hier de betekenis als eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Je prépare le dîner. — “Ik maak het avondeten klaar.” mon is een bezittelijk bijvoeglijk woord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het betekent hier “mijn” en verwijst naar de bezitter in de eerste persoon. De vorm stemt hier af op sac, niet op het geslacht van de bezitter. Voorbeeld: mon livre — “mijn boek.” sac betekent “tas”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor mon en niet de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bezittelijk woord. Voorbeeld: un sac léger — “een lichte tas.” pour betekent hier “voor” en verbindt sac met het doel of de gelegenheid waarvoor de tas wordt klaargemaakt. Voorbeeld: un sac pour le voyage — “een tas voor de reis.” sortie betekent hier “uitstapje”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. In andere contexten kan het ook een uitje of een uitstap betekenen; hier past “uitstapje” bij de vaste vertaling. Voorbeeld: une sortie scolaire — “een schooluitstapje.” Samen vormt Je prépare mon sac de betekenis “Ik pak mijn tas in” of letterlijker “Ik maak mijn tas klaar”. pour la sortie geeft aan waarvoor: “voor het uitstapje”. De hele zin betekent dus: “Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.”

  2. Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?

    Wat moet je nog meenemen?

    Qu'est-ce que
    wat …?
    tu dois
    je moet
    encore
    nog
    prendre
    nemen / meenemen
    Uitgebreide uitleg

    Qu'est-ce que is de vaste vraagconstructie voor “wat …?”. In deze zin vraagt ze naar wat de aangesprokene nog moet meenemen. De vaste schrijfwijze bevat apostroffen en koppeltekens; leer de hele constructie als patroon: Qu'est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ?. tu dois komt van devoir (“moeten”). dois is de tegenwoordige tijd bij tu; het onderwerp tu maakt duidelijk dat de aangesprokene degene is die iets moet doen. Het werkwoord dat daarop volgt blijft in de infinitief: tu dois prendre = “je moet meenemen”. Bijvoorbeeld: Tu dois attendre. — “Je moet wachten.” encore betekent hier “nog”: er is kennelijk iets dat op dit moment nog moet worden meegenomen. Het staat vóór de infinitief prendre. De betekenis is niet “opnieuw” in deze zin; die lezing kan in andere contexten wel mogelijk zijn. prendre is de infinitief van “nemen”. In combinatie met de context van een tas en spullen krijgt het hier de concrete betekenis “meenemen”. De infinitief na devoir verandert niet mee met tu: je dois prendre, tu dois prendre, ils doivent prendre. Bijvoorbeeld: Je dois prendre mon manteau. — “Ik moet mijn jas meenemen.” Samen ontstaat de vraag Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?: “Wat moet je nog meenemen?” Qu'est-ce que vraagt naar het ontbrekende voorwerp, tu dois drukt de verplichting van de aangesprokene uit, encore geeft aan dat die handeling nog moet gebeuren, en prendre benoemt het meenemen. De antwoorden in de context — een oplader, een snack en een regenjas — passen bij die vraag.

  3. J'ai un chargeur, un encas et un imperméable.

    Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.

    J'ai
    ik heb
    chargeur
    oplader
    encas
    snack
    imperméable
    regenjas
    Uitgebreide uitleg

    J'ai betekent hier “ik heb”. Het is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd: j'ai = ik heb, tu as = jij hebt, il/elle a = hij/zij heeft. De vorm j' is de verkorte vorm van je vóór een klinker; ai is de vervoegde vorm van avoir. Voorbeeld: J'ai un billet. — Ik heb een kaartje. chargeur betekent hier “oplader”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is chargeurs. Met un staat het in deze zin als één niet nader bepaalde oplader genoemd, zonder dat het Franse onbepaalde lidwoord op zichzelf een nadruk op het aantal legt. Voorbeeld: J'ai un chargeur. — Ik heb een oplader. encas betekent “snack” of “tussendoortje”. De spelling is in enkelvoud en meervoud gelijk: un encas, des encas; het lidwoord maakt het aantal duidelijk. Voorbeeld: Je prends un encas. — Ik neem een snack. imperméable betekent hier “regenjas”, dus een kledingstuk dat tegen regen beschermt. Het woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt met de betekenis “waterdicht” of “regenbestendig”; in deze zin is het een zelfstandig naamwoord. Als zelfstandig naamwoord heeft het de vorm un imperméable in het mannelijk enkelvoud en des imperméables in het meervoud. Voorbeeld: J'emporte un imperméable. — Ik neem een regenjas mee. De reeks un chargeur, un encas et un imperméable noemt drie dingen die de spreker heeft: een oplader, een snack en een regenjas. Et betekent “en” en verbindt hier het tweede en derde onderdeel van de opsomming. Samen met J'ai vormt dit de volledige betekenis: “Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.”

  4. Ça devrait suffire si le temps change.

    Daarmee zou je genoeg moeten hebben als het weer verandert.

    Ça devrait
    dat zou
    suffire
    voldoende zijn
    si
    als
    temps
    weer
    change
    verandert
    Uitgebreide uitleg

    Ça devrait betekent hier “daarmee zou”. Ça verwijst volgens de vaste vertaling naar de eerder genoemde spullen als geheel. Devrait is de conditionnel présent van devoir; de basisvorm is devoir. In deze combinatie drukt het een voorzichtige verwachting uit: “zou moeten”. suffire is de infinitief van suffire, “voldoende zijn” of “volstaan”. Na devoir staat de infinitief: Ça devrait suffire = “Daarmee zou je genoeg moeten hebben”. Een bruikbaar voorbeeld is Cela devrait suffire pour aujourd’hui. — “Dat zou voor vandaag voldoende moeten zijn.” Si betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in. In si le temps change staat change in de tegenwoordige tijd. Een voorbeeld is Je reste ici si le temps change. — “Ik blijf hier als het weer verandert.” Le temps betekent in deze zin “het weer”; in andere contexten kan le temps ook “de tijd” betekenen. De vaste vertaling en de context ondersteunen hier alleen de betekenis “het weer”. Change betekent hier “verandert”. Het onderwerp is le temps, en de vorm is daarom derde persoon enkelvoud van changer. De basisvorm is changer; il/elle change en ça change hebben dezelfde werkwoordsvorm. De constructie si le temps change betekent “als het weer verandert”. Samen vormen de delen Ça devrait suffire + si le temps change de betekenis: “Daarmee zou je genoeg moeten hebben als het weer verandert.” De zin drukt dus een voorzichtige verwachting uit dat de genoemde spullen voldoende zullen zijn wanneer het weer verandert.

  5. Est-ce que je dois prendre une bouteille d'eau en plus ?

    Moet ik een extra fles water meenemen?

    Est-ce que
    vraagmarkering
    je dois
    ik moet
    prendre
    meenemen
    bouteille
    fles
    eau
    water
    en plus
    extra
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de zin een ja-neevraag. Het is een vaste vraagmarkering; het betekent hier niet zelf “moeten” of “doen”. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — “Kom je?” je dois komt van devoir en betekent hier “ik moet”. dois is de tegenwoordige tijd bij je. Dezelfde vorm komt ook voor bij tu: tu dois — “jij moet”; bij il of elle staat de vorm doit. Hier drukt devoir een noodzaak of praktische vraag om advies uit. prendre staat als infinitief na dois: devoir + infinitief betekent “moeten + iets doen”. Hier betekent prendre volgens de vaste vertaling en de context “meenemen”, niet alleen algemeen “nemen”. De vorm blijft na je dois de infinitief; bijvoorbeeld Je dois attendre. — “Ik moet wachten.” bouteille is een zelfstandig naamwoord voor een fles. Het is vrouwelijk, wat in deze woordgroep zichtbaar is aan une bouteille; une is hier een onbepaald lidwoord en drukt niet op zichzelf een numerieke telling uit. Een herbruikbaar voorbeeld is une bouteille de jus — “een fles sap”. eau betekent hier “water”. In une bouteille d'eau staat d' voor de vóór de klinker aan het begin van eau; samen geeft de woordgroep aan wat de inhoud van de fles is: “een fles water”. De apostrof hoort dus bij deze verkorte spelling van de. en plus betekent hier “extra”. Het voegt aan prendre une bouteille d'eau toe dat deze fles boven op iets anders wordt meegenomen. In een andere zin kan en plus ook “bovendien” betekenen, maar die lezing past hier niet bij de vaste vertaling. Samen wordt de structuur: Est-ce que + je dois + prendre + une bouteille d'eau + en plus? Dat levert op: “Moet ik een extra fles water meenemen?” De zin combineert dus een ja-neevraagmarkering, de noodzakelijkheid je dois, de infinitief prendre, het object une bouteille d'eau en de toevoeging en plus.

  6. Prends-en une au cas où la balade durerait plus longtemps que prévu.

    Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.

    Prends-en
    Neem ervan mee
    une
    één exemplaar
    au cas où
    voor het geval dat
    la balade
    de wandeling
    durerait
    zou duren
    plus longtemps
    langer
    que prévu
    dan verwacht
    Uitgebreide uitleg

    Prends-en is de gebiedende wijs van prendre (“nemen”), gericht aan één persoon. En verwijst hier naar iets waarvan één exemplaar wordt meegenomen; de concrete context identificeert dat als een fles water. Op zichzelf bepaalt en niet het aantal. In een bevestigende gebiedende wijs staat het achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Prends-en ! betekent ongeveer “Neem ervan mee!”. Une is hier een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord: “één exemplaar”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die overeenkomt met het weggelaten bedoelde zelfstandig naamwoord bouteille (“fles”). Samen met en vormt Prends-en une dus “Neem er één mee”. In J’en prends deux betekent en bijvoorbeeld “ervan” en geeft deux de hoeveelheid; hier geeft une die hoeveelheid aan. Au cas où is een vaste verbinding met de betekenis “voor het geval dat”. Na deze verbinding staat in het Frans vaak de conditionnel wanneer het om een mogelijke omstandigheid gaat. Het introduceert hier een voorzorgsvoorwaarde, niet de bewering dat de wandeling zeker langer zal duren. La balade betekent “de wandeling”. Balade is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord la. Het contrast une balade = “een wandeling” tegenover la balade = “de wandeling” helpt bij het herkennen van onbepaald en bepaald gebruik. Durerait is de conditionnel présent, derde persoon enkelvoud, van durer (“duren”). De vorm past bij het onderwerp la balade: “de wandeling zou duren”. Vergelijk La balade dure deux heures = “De wandeling duurt twee uur” met au cas où la balade durerait deux heures = “voor het geval de wandeling twee uur zou duren”. Plus longtemps betekent hier “langer” in tijdsduur. Longtemps is het bijwoord voor een lange tijd; plus maakt de vergelijking. La balade dure plus longtemps betekent “De wandeling duurt langer”. Que prévu voltooit de vergelijking plus longtemps que prévu: “langer dan verwacht”. Prévu is het voltooid deelwoord van prévoir (“voorzien, verwachten”) en verwijst hier verkort naar wat vooraf verwacht was. Een vergelijkbaar voorbeeld is Le trajet est plus court que prévu = “De reis is korter dan verwacht”. Samen betekent Prends-en une au cas où la balade durerait plus longtemps que prévu.: “Neem er één mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.” Prends-en une geeft het advies om één fles water mee te nemen, au cas où introduceert de mogelijke omstandigheid, en het laatste deel beschrijft die omstandigheid.

  7. Mon sac est plein.

    Mijn tas zit vol.

    Mon
    mijn
    sac
    tas
    est
    is
    plein
    vol
    Uitgebreide uitleg

    Mon betekent hier “mijn”. Het is een bezittelijk woord dat bij het volgende zelfstandig naamwoord past: sac is mannelijk enkelvoud, daarom staat hier mon. Het bezittersgeslacht bepaalt deze vorm niet. sac betekent “tas”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un sac, “een tas”; het meervoud is des sacs, “tassen”. est is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd bij de derde persoon enkelvoud: il/elle est. Bijvoorbeeld: Le sac est ici. — “De tas is hier.” plein betekent hier “vol”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en stemt af op sac: mannelijk enkelvoud plein, vrouwelijk enkelvoud pleine, mannelijk meervoud pleins, vrouwelijk meervoud pleines. Bijvoorbeeld: La boîte est pleine. — “De doos is vol.” Samen vormen de delen Mon sac (“mijn tas”), est (“is”) en plein (“vol”) de volledige betekenis: “Mijn tas zit vol.” De Franse zin gebruikt letterlijk de structuur “Mijn tas is vol”; in het Nederlands is “zit vol” hier een natuurlijke vertaling.

  8. Il n'est pas trop lourd.

    Hij is niet te zwaar.

    Il
    hij
    n'est pas
    is niet
    trop
    te
    lourd
    zwaar
    Uitgebreide uitleg

    Il betekent hier “hij” en verwijst in de gegeven context naar mon sac (“mijn tas”). In het Frans kan il ook naar een mannelijk zelfstandig naamwoord verwijzen; de precieze referent moet uit de context komen. n'est pas vormt de ontkenning. n'est is de samentrekking van ne est; in een volledige standaardontkenning staat ne ... pas rond de persoonsvorm: Il n'est pas ... = “Hij is niet ...”. In informele spreektaal valt ne vaak weg, maar dat gebeurt in deze zin niet. trop betekent hier “te” in de betekenis “meer dan wenselijk” of “overmatig”: trop lourd = “te zwaar”. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord. Dit is anders dan très lourd (“erg zwaar”), dat alleen een hoge graad uitdrukt en niet noodzakelijk een probleem suggereert. lourd betekent hier “zwaar”. De basisvorm is lourd; bij een vrouwelijk enkelvoud komt doorgaans lourde, bijvoorbeeld une valise lourde = “een zware koffer”. In deze zin past de mannelijke enkelvoudsvorm bij het mannelijke referentwoord sac; de vorm lourd draagt dus de overeenkomst met dat zelfstandig naamwoord. Samen vormen de delen Il + n'est pas + trop lourd de betekenis: “Hij is niet te zwaar.” De zin ontkent niet noodzakelijk dat hij enig gewicht heeft; ze zegt dat zijn gewicht niet boven de bedoelde of aanvaardbare grens ligt.

  9. Alors, tu es prêt à partir.

    Dan ben je klaar om te vertrekken.

    Alors
    dan
    tu es
    je bent
    prêt
    klaar
    à partir
    om te vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en opent de zin als gevolgtrekking uit de situatie. Het kan in andere contexten ook “toen” of “dus” betekenen, maar hier past de aansluitende betekenis “dan”. tu es bestaat uit het onderwerp tu (“jij”) en de vorm es van être (“zijn”). tu is de enkelvoudige, informele vorm voor “jij”; in een formele aanspreking of bij meerdere personen gebruikt het Frans doorgaans vous. De vaste combinatie tu es betekent hier “je bent”. prêt betekent hier “klaar” of “gereed”. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord: prêt voor een mannelijk enkelvoudig referent en prête voor een vrouwelijk enkelvoudig referent. Het Frans maakt die vormkeuze dus niet alleen op basis van enkelvoud, maar ook op basis van grammaticaal geslacht. Voorbeelden: Il est prêt. — “Hij is klaar.” Elle est prête. — “Zij is klaar.” à partir is een infinitiefconstructie: partir betekent “vertrekken”, en na prêt à geeft de infinitief aan waarvoor iemand klaar is. à betekent in deze constructie niet “naar” als bestemming. Voorbeeld: Je suis prêt à commencer. — “Ik ben klaar om te beginnen.” Samen vormen de delen: Alors + tu es prêt + à partir: “Dan ben je klaar om te vertrekken.” De punt aan het einde maakt dit een mededelende zin.

Grammatica

Prends-en

Prends-en.

prang-zang

Neem er een mee.

Bij de gebiedende wijs staat en achter het werkwoord met een koppelteken. Het verwijst naar iets dat eerder genoemd is.

Frans woordenschat

change werkwoord
sjangzj verandert

Ça devrait suffire si le temps change.

chargeur zelfstandig naamwoord
sjarger oplader

J'ai un chargeur, un encas et un imperméable.

dois werkwoord
dwaa moet

Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?

encas zelfstandig naamwoord
ang-ka snack / tussendoortje

J'ai un chargeur, un encas et un imperméable.

encore bijwoord
ang-kor nog

Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?

imperméable zelfstandig naamwoord
eng-per-mee-abl regenjas

J'ai un chargeur, un encas et un imperméable.

prendre werkwoord
prang-dr meenemen

Qu'est-ce que tu dois encore prendre ?

prépare werkwoord
pre-paar inpakken / klaarmaken

Je prépare mon sac pour la sortie.

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

Je prépare mon sac pour la sortie.

sortie zelfstandig naamwoord
sor-tie uitstapje

Je prépare mon sac pour la sortie.

suffire werkwoord
suu-fier voldoende zijn

Ça devrait suffire si le temps change.

temps zelfstandig naamwoord
tang weer

Ça devrait suffire si le temps change.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn tas zit vol.

Antwoord tonenMon sac est plein.

Hij is niet te zwaar.

Antwoord tonenIl n'est pas trop lourd.

Dan ben je klaar om te vertrekken.

Antwoord tonenAlors, tu es prêt à partir.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

regenjas

Antwoord tonenimperméable

meenemen

Antwoord tonenprendre

nog

Antwoord tonenencore

uitstapje

Antwoord tonensortie