Een tas beschrijven bij de gevonden voorwerpen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a lost property desk, an adult describes a bag by its strap, zipper, and front pattern before signing a form..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een tas beschrijven bij de gevonden voorwerpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je cherche mon sac aux objets trouvés.

zje sjèrsj mong sak oo zobzjè troevé Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.
B

Pouvez-vous me le décrire ?

poeve voe me le dekrier Kunt u hem voor mij beschrijven?
A

Il a une sangle rouge et une fermeture éclair cassée.

iel aa uun sangl roezj ee uun fermetuur eeklee kassee Hij heeft een rode band en een kapotte rits.
B

Est-ce qu'il y a un motif sur le devant ?

ès kiel ja eung motief suur le devang Zit er een patroon op de voorkant?
A

Il y a un petit motif de fleurs.

iel ja eung puh-tie motief de flur Er staat een klein bloemenpatroon op.
B

C'est peut-être le vôtre.

sè peutètr le vootr Deze kan van u zijn.
A

C'est bien mon sac.

sè bjèng mong sak Dat is zeker mijn tas.
B

Veuillez signer ce formulaire avant de l'emporter.

veujè sinjee se formylèèr avang de langportee Teken dit formulier voordat u hem meeneemt.

Uitleg van de zinnen

  1. Je cherche mon sac aux objets trouvés.

    Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.

    Je cherche
    ik zoek
    mon
    mijn
    sac
    tas
    aux
    bij de
    objets
    voorwerpen
    trouvés
    gevonden
    Uitgebreide uitleg

    Je cherche betekent hier “ik zoek”. cherche is de tegenwoordige tijd van chercher (zoeken), in de eerste persoon enkelvoud: je cherche. Het onderwerp Je is hier dus “ik”. Bijvoorbeeld: Je cherche mes clés. — “Ik zoek mijn sleutels.” mon betekent hier “mijn” en hoort bij sac. Het is de bezittelijke vorm die bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat: mon sac. De vorm van mon wordt bepaald door het bezeten woord, niet door het geslacht van de eigenaar. Voor een vrouwelijk enkelvoudig woord staat bijvoorbeeld ma: ma voiture — “mijn auto”. sac betekent “tas”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk; daarom staat ervoor mon en niet ma. Het meervoud is sacs: mes sacs — “mijn tassen”. aux is de samentrekking van à les: à + het meervoudige bepaalde lidwoord les. In deze zin geeft de combinatie de plaats aan: “bij de”. De vorm aux hoort dus bij een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals objets. objets betekent “voorwerpen”. Het is het meervoud van objet (“voorwerp”). In de vaste uitdrukking objets trouvés verwijst het naar de afdeling of plaats voor gevonden voorwerpen. trouvés betekent hier “gevonden” en beschrijft objets. Het komt van trouver (“vinden”) en staat hier als voltooid deelwoord dat als bijvoeglijke bepaling wordt gebruikt. Omdat objets mannelijk meervoud is, heeft het de vorm trouvés; de uitgang -s markeert hier het meervoud en -é hoort bij deze vorm van het deelwoord. Bijvoorbeeld: des objets trouvés — “gevonden voorwerpen”. Samen vormen de delen Je cherche mon sac (“Ik zoek mijn tas”) en aux objets trouvés (“bij de gevonden voorwerpen”). De volledige betekenis is: “Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.”

  2. Pouvez-vous me le décrire ?

    Kunt u hem voor mij beschrijven?

    Pouvez-vous
    kunt u
    me
    mij
    le
    hem
    décrire
    beschrijven
    Uitgebreide uitleg

    Pouvez-vous komt van pouvoir (“kunnen”). pouvez is de tegenwoordige tijd bij vous; vous kan één formeel aangesproken persoon of meerdere personen aanduiden. De omkering van werkwoord en onderwerp maakt hier een vraag: Vous pouvez... wordt Pouvez-vous.... Een gewoon alternatief is Est-ce que vous pouvez.... me is een voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. In deze zin is het het meewerkend voorwerp: de beschrijving is voor de spreker. Bij vous verandert dezelfde functie bijvoorbeeld in vous: Pouvez-vous vous le décrire ? betekent “Kunt u het aan u beschrijven?”; dat is alleen een vormvoorbeeld, niet de betekenis van de vaste zin. le is hier geen lidwoord maar een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. Het verwijst in de vaste vertaling naar het bedoelde voorwerp (“hem”); binnen de gegeven context gaat het om het voorwerp dat de spreker zoekt en dat daarna verder wordt beschreven. le is de mannelijke enkelvoudsvorm in deze functie. Als het lijdend voorwerp vrouwelijk enkelvoud is, staat er doorgaans la, bijvoorbeeld: Pouvez-vous la décrire ? — “Kunt u haar/het beschrijven?” décrire is de infinitief (“beschrijven”), met als basisvorm eveneens décrire. Het werkwoord wordt gebruikt met wat beschreven wordt als lijdend voorwerp en eventueel met de ontvanger van de beschrijving: décrire quelque chose à quelqu’un. Voorbeeld: Je décris le sac à la vendeuse. — “Ik beschrijf de tas aan de verkoopster.” In de vaste zin blijven me en le vóór de infinitief staan: me le décrire = “het aan mij beschrijven”. Samen betekent Pouvez-vous me le décrire ? letterlijk opgebouwd: “Kunt u het aan mij beschrijven?” De beleefde vraag gebruikt pouvoir om naar de mogelijkheid of bereidheid te vragen, le voor het beschreven voorwerp en me voor de persoon die de beschrijving ontvangt. De formulering is geschikt in een formele of beleefde situatie.

  3. Il a une sangle rouge et une fermeture éclair cassée.

    Hij heeft een rode band en een kapotte rits.

    Il a
    Hij heeft
    sangle
    band
    rouge
    rood
    fermeture éclair
    rits
    cassée
    kapot
    Uitgebreide uitleg

    Il a betekent hier “hij heeft”. Il is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud; in deze vaste vertaling verwijst het naar de beschreven mannelijke persoon. a is de vorm van avoir (“hebben”) in de tegenwoordige tijd voor il/elle/on: j’ai, tu as, il a. De combinatie il a is een herbruikbaar patroon om bezit of een kenmerkende eigenschap uit te drukken: Il a un sac. — “Hij heeft een tas.” Sangle betekent hier “band” of “riemachtige band”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une sangle. Het onbepaalde lidwoord une markeert hier een enkel, niet nader bepaald exemplaar; het is niet op zichzelf een volledige uitspraak over een getal. Een bruikbaar voorbeeld is: La sangle est solide. — “De band is stevig.” Rouge betekent hier “rood” en beschrijft sangle. Het bijvoeglijk naamwoord staat in het enkelvoud; rouge heeft in het mannelijk en vrouwelijk enkelvoud dezelfde vorm. In het meervoud wordt het rouges: une sangle rouge, maar des sangles rouges. Het staat na het zelfstandig naamwoord, zoals vaak bij kleuradjectieven in het Frans. Fermeture éclair is de vaste uitdrukking voor “rits”. Het geheel is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une fermeture éclair. Het hoofdwoord fermeture is vrouwelijk; éclair maakt deel uit van de vaste benaming en moet hier niet als een los bijvoeglijk naamwoord voor “bliksemend” worden opgevat. Bijvoorbeeld: La fermeture éclair est ouverte. — “De rits is open.” Cassée betekent hier “kapot” of “stuk” en beschrijft de rits. De vorm komt van casser (“breken” of “stukmaken”): cassé is de mannelijke enkelvoudsvorm en cassée de vrouwelijke enkelvoudsvorm. De extra -e stemt hier overeen met het vrouwelijke fermeture: une fermeture éclair cassée. Dit is een voltooid deelwoord dat als bijvoeglijke beschrijving wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: La fermeture est cassée. — “De sluiting is kapot.” Samen bestaat de zin uit twee delen die met et (“en”) verbonden zijn: Il a une sangle rouge = “Hij heeft een rode band”, en une fermeture éclair cassée = “een kapotte rits”. De volledige betekenis is dus: “Hij heeft een rode band en een kapotte rits.”

  4. Est-ce qu'il y a un motif sur le devant ?

    Zit er een patroon op de voorkant?

    Est-ce qu'il y a
    is er ...?
    motif
    patroon
    devant
    voorkant
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'il y a is een vaste manier om in het Frans een ja-neevraag te vormen met il y a, dat hier “er is/er zijn” betekent. il verwijst hier niet naar een man of een andere concrete persoon; samen drukt de constructie het bestaan of de aanwezigheid van iets uit. Voorbeeld: Est-ce qu'il y a une erreur ? = “Zit er een fout in?” In zo’n vraag geeft une niet op zichzelf een expliciete numerieke telling; het hoort bij het onbepaalde zelfstandige naamwoord. motif betekent hier “patroon” of “decoratief motief”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is motifs. Voorbeeld: Il y a des motifs géométriques. = “Er staan geometrische patronen op.” devant betekent “voorkant” in de woordgroep le devant. Het kan ook als voorzetselbijwoord “ervoor” of “vooraan” betekenen, maar in deze zin is het een zelfstandig naamwoord in de bepaling sur le devant. sur betekent hier “op”, en le devant specificeert het oppervlak of de zijde waarop iets staat. Samen vormt Est-ce qu'il y a un motif sur le devant ? de vraag: “Zit er een patroon op de voorkant?” De vraag gaat na of daar een patroon aanwezig is; de context noemt vervolgens een klein bloemenpatroon.

  5. Il y a un petit motif de fleurs.

    Er staat een klein bloemenpatroon op.

    Il y a
    er is / er staat
    petit
    klein
    motif
    patroon
    fleurs
    bloemen
    Uitgebreide uitleg

    Il y a is een vaste Franse existentiële constructie: ze zegt dat iets aanwezig is of zich ergens bevindt. In deze zin past de Nederlandse weergave “er staat” bij de vaste vertaling. De constructie verandert niet mee met het aantal van wat erop volgt: Il y a un motif en Il y a des motifs gebruiken allebei Il y a. petit betekent hier “klein” en beschrijft motif. De vorm is mannelijk enkelvoud, passend bij het mannelijke enkelvoud motif. De basisvorm is petit; een veelgebruikte vrouwelijke vorm is petite, bijvoorbeeld in une petite fleur — “een kleine bloem”. Het tegengestelde is grand — “groot”. motif betekent hier “patroon” of “motief”: een zichtbaar ontwerp of versiering. Het woord is mannelijk: un motif, meervoud des motifs. Bijvoorbeeld: J’aime ce motif. — “Ik vind dit patroon mooi.” fleurs betekent “bloemen”. Het enkelvoud is fleur — “bloem”; de -s in fleurs markeert hier het meervoud en wordt in het Frans niet uitgesproken. In de fleurs geeft de het materiaal of type aan: letterlijk gaat het om een patroon van bloemen, dus een bloemenpatroon. Samen vormen de delen Il y a + un petit motif + de fleurs: er bevindt zich een klein patroon van bloemen. un introduceert één niet nader bepaald patroon, maar de zin legt niet de nadruk op een getelde hoeveelheid; de volledige betekenis is volgens de vaste vertaling “Er staat een klein bloemenpatroon op.”

  6. C'est peut-être le vôtre.

    Deze kan van u zijn.

    C'est
    dit is
    peut-être
    misschien
    le vôtre
    van u; het uwe
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce en est: letterlijk een aanwijzende vorm plus “is”. Hier wijst ce naar het bedoelde voorwerp; de vertaling maakt dat als “deze” duidelijk. C'est staat vaak voor een zelfstandig naamwoord of een bezittelijk voornaamwoord: C'est mon sac. = “Dat is mijn tas.” peut-être betekent “misschien” en drukt onzekerheid uit. Het verandert de bewering in een mogelijkheid, zonder zelf aan te geven wie de eigenaar is. Een herbruikbaar voorbeeld is: Il viendra peut-être. = “Hij komt misschien.” le vôtre is een bezittelijk voornaamwoord en betekent hier “het uwe” of natuurlijker “van u”. Le verwijst naar een mannelijk enkelvoudig bezeten woord; de vorm van het bezittelijk voornaamwoord past zich dus aan het bezeten ding aan, niet aan de bezitter. Vôtre hoort bij vous en kan daarom naar één beleefd aangesproken persoon of naar meerdere aangesproken personen verwijzen. Vergelijk: la vôtre = “de uwe” bij een vrouwelijk enkelvoudig bezeten woord, les vôtres = “de uwe/de jullie” bij meervoud. Het accent in vôtre hoort bij dit voornaamwoord; votre zonder accent is het bezittelijk bijvoeglijk woord vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in votre sac (“uw tas”). Samen vormt C'est peut-être le vôtre. de betekenis: “Deze kan misschien van u zijn.” C'est identificeert het bedoelde voorwerp, peut-être maakt de identificatie onzeker, en le vôtre benoemt het als het uwe zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen. De zin is beleefd en gebruikt de vous-vorm voor de aangesprokene.

  7. C'est bien mon sac.

    Dat is zeker mijn tas.

    C'est
    Dat is
    bien
    zeker
    mon
    mijn
    sac
    tas
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce + est: letterlijk “dit/dat is”. In deze zin verwijst het naar de tas die wordt aangewezen of geïdentificeerd. Ce is hier een aanwijzend voornaamwoord; est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). bien betekent hier “zeker” of “inderdaad”. In combinatie met c'est versterkt het de bevestiging: C'est bien... = “Het is inderdaad...”. Dat is hier niet de betekenis “goed”; die betekenis komt in andere contexten wel voor. mon betekent “mijn” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het hoort grammaticaal bij sac, niet bij C'est. Vergelijk voor vrouwelijke enkelvoudige zelfstandige naamwoorden ma, bijvoorbeeld in ma voiture (“mijn auto”). Voor het meervoud gebruik je mes, bijvoorbeeld mes livres (“mijn boeken”). sac betekent “tas” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un sac. Het meervoud is des sacs (“tassen”). In deze zin vormt het met mon de naamwoordgroep mon sac (“mijn tas”). Samen ontstaat de betekenis C'est bien mon sac.: “Dat is zeker mijn tas.” De volgorde is: aanwijzen of identificeren (C'est), bevestigen (bien), bezit aangeven (mon) en het benoemde voorwerp noemen (sac).

  8. Veuillez signer ce formulaire avant de l'emporter.

    Teken dit formulier voordat u hem meeneemt.

    Veuillez
    gelieve
    signer
    ondertekenen
    ce
    dit/deze
    formulaire
    formulier
    avant de
    voordat je/u …
    l'emporter
    het meenemen
    Uitgebreide uitleg

    Veuillez is hier een beleefde, formele manier om een verzoek of instructie te formuleren: “gelieve”. Het is de vorm van vouloir voor vous in de gebiedende wijs. In deze vaste uitdrukking wordt het gevolgd door een infinitief: Veuillez signer = “Gelieve te ondertekenen”. signer betekent hier “ondertekenen”. Dit is de infinitief, dus de onbepaalde vorm die na veuillez staat. Voorbeelden: Je signe le document. = “Ik onderteken het document.” Signez ici. = “Onderteken hier.” ce betekent hier “dit/deze” en staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het stemt af op formulaire, niet op een eventueel bedoelde persoon. Vergelijk: ce formulaire = “dit formulier”; voor een vrouwelijk enkelvoud staat vaak cette, zoals in cette lettre = “deze brief”. formulaire is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor “formulier”. Het meervoud is formulaires: des formulaires = “formulieren”. In de zin is formulaire het lijdend voorwerp van signer: het is wat ondertekend moet worden. avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. Het patroon is avant de + infinitief: avant de partir = “voordat [iemand] vertrekt”. Hier verbindt avant de de ondertekening met de latere handeling van meenemen. l'emporter betekent hier “het meenemen”. emporter is de infinitief “meenemen”; l' is de verkorte vorm van le, een mannelijk enkelvoudig lijdend voornaamwoord. De apostrof verschijnt voor een klinker: le formulaire wordt als voornaamwoord l' in l'emporter. De vaste vertaling maakt duidelijk dat dit voornaamwoord naar het formulier verwijst. Emporter legt bovendien de nadruk op iets meenemen vanaf de huidige plaats. Samen vormen de delen: Veuillez signer ce formulaire = “Gelieve dit formulier te ondertekenen”, en avant de l'emporter = “voordat u het meeneemt”. De volledige instructie is dus: “Teken dit formulier voordat u hem meeneemt.” Veuillez maakt de instructie beleefd en formeel; de twee infinitieven na veuillez en avant de beschrijven respectievelijk de gevraagde handeling en de handeling die daarna niet eerst moet gebeuren.

Grammatica

Veuillez + infinitif

Veuillez signer le formulaire.

veujè sinjee le formylèèr

Gelieve het formulier te ondertekenen.

Een beleefde manier om een verzoek of instructie te formuleren: veuillez gevolgd door een infinitief.

le vôtre

Le sac rouge est peut-être le vôtre.

le sak roezj è peutètr le vootr

De rode tas is misschien van u.

Le vôtre is een bezittelijk voornaamwoord en vervangt een mannelijk zelfstandig naamwoord, zoals sac.

Frans woordenschat

cassé bijvoeglijk naamwoord
kassee kapot cassée

Une fermeture éclair cassée.

chercher werkwoord
sjèrsj zoeken cherche

Je cherche mon sac aux objets trouvés.

décrire werkwoord
dekr ier beschrijven

Pouvez-vous me le décrire ?

devant zelfstandig naamwoord
devang voorkant

Un motif sur le devant.

fermeture éclair uitdrukking
fermetuur eeklee rits

Il a une sangle rouge et une fermeture éclair cassée.

fleurs zelfstandig naamwoord
flur bloemen

Un petit motif de fleurs.

motif zelfstandig naamwoord
motief patroon

Est-ce qu'il y a un motif sur le devant ?

objets trouvés uitdrukking
obzjè troevé gevonden voorwerpen

Je cherche mon sac aux objets trouvés.

petit bijvoeglijk naamwoord
puh-tie klein

Il y a un petit motif de fleurs.

rouge bijvoeglijk naamwoord
roezj rood

Il a une sangle rouge.

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

Je cherche mon sac aux objets trouvés.

sangle zelfstandig naamwoord
sangl band

Il a une sangle rouge et une fermeture éclair cassée.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kunt u hem voor mij beschrijven?

Antwoord tonenPouvez-vous me le décrire ?

Deze kan van u zijn.

Antwoord tonenC'est peut-être le vôtre.

Dat is zeker mijn tas.

Antwoord tonenC'est bien mon sac.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

patroon

Antwoord tonenmotif

rood

Antwoord tonenrouge

band

Antwoord tonensangle

kapot

Antwoord tonencassée