Een zakdoekje uit een tas lenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a daily life setting, one adult asks to borrow a tissue from another person's bag and checks permission before opening a pocket..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een zakdoekje uit een tas lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je peux emprunter un mouchoir dans ton sac ?

Ès kuh zje peu ang-prun-tee eung moeswaar dang tong sak? Mag ik een zakdoekje uit je tas lenen?
B

Ils sont dans la poche latérale.

Iel song dang la posj laa-te-raal. Ze zitten in het zijvak.
A

Est-ce que je peux l'ouvrir ?

Ès kuh zje peu oe-vrir? Mag ik het openmaken?
A

Tu préfères prendre toi-même un mouchoir ?

Tuu pre-fèr prangdr twaa-mèm eung moeswaar? Wil je liever zelf een zakdoekje pakken?
B

Tu peux l'ouvrir.

Tuu peu oe-vrir. Je mag het openmaken.
A

J'en ai un maintenant.

Zjang nè eung mèng-te-nang. Ik heb er nu een.
B

Referme la poche quand tu as fini, s'il te plaît.

Reufèrm la posj kang tuu aa fi-nie, siel tuh ple. Doe het zijvak dicht als je klaar bent, alsjeblieft.
A

Je vais la refermer soigneusement.

Zje vè la reufèr-mee swan-njeuz-mang. Ik doe het voorzichtig dicht.
B

Garde un autre mouchoir avec toi si tu en as besoin.

Gard eung otr moeswaar a-vèk twaa sie tuu ang na buh-zwèng. Neem nog een zakdoekje mee als je het nodig hebt.

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce que je peux emprunter un mouchoir dans ton sac ?

    Mag ik een zakdoekje uit je tas lenen?

    Est-ce que
    vraagmarkeerder
    je peux
    ik mag
    emprunter
    lenen
    un mouchoir
    een zakdoekje
    dans
    in
    ton
    je
    sac
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que markeert hier een directe vraag. Het is een vaste vraagconstructie die vóór een gewone mededelende woordvolgorde kan staan: Est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ? Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? je peux komt van pouvoir en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je peux — ik kan / ik mag. In deze zin drukt het, passend bij de vertaling, toestemming uit. Het onderwerp je hoort bij de werkwoordsvorm; peux is niet de infinitief. De infinitief is pouvoir. emprunter is een infinitief en betekent hier ‘lenen’: iets tijdelijk van iemand gebruiken en het later teruggeven. Na pouvoir staat de volgende handeling in de infinitief: je peux emprunter ... — ik mag ... lenen. Dit verschilt van prêter, dat betekent dat je iets aan iemand anders uitleent. Voorbeeld: Je peux emprunter ton livre ? — Mag ik je boek lenen? un mouchoir betekent ‘een zakdoekje’. mouchoir is een zelfstandig naamwoord; un is het bijbehorende onbepaalde lidwoord voor dit mannelijke enkelvoud. Het lidwoord geeft hier geen specifiek aantal als extra bewering, maar introduceert een niet nader bepaald zakdoekje. Voorbeeld: J’ai un mouchoir. — Ik heb een zakdoekje. dans is een voorzetsel voor ‘in’ en leidt hier de plaats aan waaruit het zakdoekje geleend wordt: dans ton sac — in je tas. Voorbeeld: Le livre est dans le sac. — Het boek is in de tas. ton is een bezittelijk bepalend woord met de betekenis ‘je ...’ of ‘jouw ...’. In ton sac verwijst het naar de aangesprokene als bezitter. ton heeft hier de vorm voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, omdat sac mannelijk enkelvoud is; de vorm wordt dus niet bepaald door het geslacht van de bezitter. Vergelijk: ton sac — je tas, maar ta poche — je zak. Voor een meervoudig zelfstandig naamwoord staat tes, bijvoorbeeld tes livres — je boeken. sac is een zelfstandig naamwoord voor ‘tas’. In deze zin staat het na ton als het zelfstandig naamwoord waarvan wordt aangegeven dat het van de aangesprokene is. Voorbeeld: Mon sac est ici. — Mijn tas is hier. Samen vormen de delen de vraag Est-ce que je peux emprunter un mouchoir dans ton sac ?: de vraagmarkeerder maakt er een vraag van, je peux vraagt om toestemming, emprunter benoemt de tijdelijke handeling, en un mouchoir dans ton sac specificeert wat en waaruit. De volledige betekenis is: ‘Mag ik een zakdoekje uit je tas lenen?’

  2. Ils sont dans la poche latérale.

    Ze zitten in het zijvak.

    Ils sont
    ze zijn / ze zitten
    dans
    in
    poche
    zak; vak
    latérale
    zijdelings
    Uitgebreide uitleg

    Ils sont betekent hier dat de bedoelde dingen zich ergens bevinden: letterlijk ongeveer “ze zijn”, maar in deze plaatsaanduiding natuurlijk “ze zitten”. Ils is een meervoudig persoonlijk voornaamwoord; de vorm sont is de tegenwoordige tijd van être bij dit meervoudige onderwerp. Het voornaamwoord verwijst hier, volgens de vaste vertaling en de context, naar de bedoelde voorwerpen. dans betekent “in” en introduceert de plaats waarin iets zich bevindt. Een bruikbaar patroon is être dans + plaats: Le livre est dans le sac. — “Het boek zit in de tas.” poche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een zak of vak. In deze zin past de betekenis “vak” het best: une poche — “een zak/vak”. Het woord kan ook naar een kledingzak verwijzen; de context bepaalt de precieze soort. latérale beschrijft poche en betekent hier “aan de zijkant gelegen”, dus “zij-”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van latéral, omdat poche vrouwelijk enkelvoud is. Ter vergelijking: un compartiment latéral gebruikt de mannelijke vorm latéral, terwijl une poche latérale de vorm latérale gebruikt. Samen vormen de delen Ils sont + dans + la poche latérale: “Ze zitten in het zijvak.” De plaatsbepaling staat na sont en specificeert waar de bedoelde voorwerpen zich bevinden.

  3. Est-ce que je peux l'ouvrir ?

    Mag ik het openmaken?

    Est-ce que
    maakt een ja-neevraag
    je peux
    mag ik
    ouvrir
    openen
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin van de zin en maakt van wat erop volgt een ja-neevraag. Het is een vaste vraagconstructie. Voorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? je peux betekent hier ‘mag ik’ en drukt een verzoek om toestemming uit. peux is de vorm van het werkwoord pouvoir (‘kunnen/mogen’) bij je; vergelijk tu peux en il/elle peut. In deze zin gaat het door de betekenis om toestemming, niet om feitelijke vaardigheid. Voorbeeld: Je peux entrer ? — Mag ik binnenkomen? ouvrir betekent hier ‘openen’ of ‘openmaken’. Het is de infinitief na pouvoir: je peux ouvrir — ik mag/kan openen. Het voornaamwoord l' vóór ouvrir is hier het lijdend-voorwerpspronomen voor het bedoelde voorwerp; de vaste vertaling geeft dat weer als ‘het’. In deze positie is l' een verkorte vorm van le of la vóór een klinker (of een stomme h), maar de vorm zelf laat hier niet zien welk grammaticaal geslacht het voorwerp heeft. Voorbeeld: Je peux l'utiliser ? — Mag ik het gebruiken? Samen vormen de delen Est-ce que + je peux + l'ouvrir de betekenis ‘Mag ik het openmaken?’. De spreker vraagt dus rechtstreeks toestemming om het bedoelde voorwerp open te maken.

  4. Tu préfères prendre toi-même un mouchoir ?

    Wil je liever zelf een zakdoekje pakken?

    Tu
    je / jij
    préfères
    verkiest; liever wilt
    prendre
    pakken; nemen
    toi-même
    zelf
    mouchoir
    zakdoekje
    Uitgebreide uitleg

    Tu is de informele tweede persoon enkelvoud: “jij”. Het onderwerp is hier dus één aangesproken persoon. In formelere of meervoudige aanspreking gebruik je vous; het werkwoord krijgt dan een andere vorm. préfères komt van préférer, “verkiezen” of “liever willen”. De vorm eindigt op -es omdat het onderwerp tu is: je préfère, tu préfères, il/elle préfère. In deze vraag betekent tu préfères + infinitief “wil je liever …?” prendre betekent hier “pakken” of “nemen”. Het is de infinitief; na préfères blijft het werkwoord in deze vorm. Bijvoorbeeld: Je préfère prendre le bus. — “Ik neem liever de bus.” toi-même betekent “zelf”, met nadruk op de aangesproken persoon. toi is de beklemtoonde vorm die bij tu hoort, en même versterkt die nadruk. Vergelijk: moi-même = “zelf” bij je, lui-même = “zelf” bij il”. Hier benadrukt toi-même` dat jij degene bent die het pakt. mouchoir is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een zakdoek of tissue; in deze zin wordt het door de vertaling bedoeld als “zakdoekje”. Het enkelvoudige onbepaalde lidwoord un staat ervoor: un mouchoir betekent “een zakdoekje”, zonder dat daarmee op zichzelf een exact aantal als nadruk wordt gelegd. Samen vormt Tu préfères prendre ... ? de vraag “Wil je liever ... pakken?” Daarna specificeert toi-même wie de handeling uitvoert, en un mouchoir wat er gepakt wordt. De volledige betekenis is dus: “Wil je liever zelf een zakdoekje pakken?”

  5. Tu peux l'ouvrir.

    Je mag het openmaken.

    Tu peux
    je mag
    l'ouvrir
    het openmaken
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “je mag”. tu is de onderwerpsvorm voor één aangesproken persoon. peux is de vorm van pouvoir bij tu; pouvoir kan mogelijkheid of toestemming uitdrukken. De vaste vertaling maakt hier de toestemmingsbetekenis duidelijk. Ter vergelijking: Je peux venir. kan, afhankelijk van de context, “Ik kan komen” of “Ik mag komen” betekenen. l'ouvrir betekent hier “het openmaken”. ouvrir is de infinitief en betekent “openen” of “openmaken”. Na peux staat een infinitief: het patroon tu peux + infinitief kan “je kunt + werkwoord” of “je mag + werkwoord” betekenen. l' is een enkelvoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord vóór een klinker. Het is de weggelaten vorm van le of la; in deze zin geeft de vaste vertaling de betekenis “het” aan, maar die vertaling bepaalt niet of het Franse antecedent grammaticaal mannelijk of vrouwelijk is. Voor een klinker wordt le of la beide l', bijvoorbeeld Je l'ouvre. — “Ik maak het open.” Samen vormt Tu peux l'ouvrir. het patroon tu peux + l' + infinitief: “Je mag het openmaken.” De zin richt deze toestemming rechtstreeks tot de aangesprokene.

  6. J'en ai un maintenant.

    Ik heb er nu een.

    en
    er
    ai
    heb
    un
    één exemplaar
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    en is hier een voornaamwoord dat verwijst naar een eerder genoemd of uit de context bekend voorwerp of exemplaar. In deze zin kun je J'en ai un hergebruiken als patroon voor “Ik heb er een”. en staat vóór het vervoegde werkwoord: J'en ai. ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir (“hebben”): j'ai = “ik heb”. De vorm ai hoort bij het onderwerp je; na een klinker wordt je hier verkort tot j'. Andere nuttige vormen zijn tu as (“jij hebt”) en il/elle a (“hij/zij heeft”). Voorbeeld: J'ai le sac. — “Ik heb de tas.” un betekent hier “één exemplaar” of “een ervan”. Het staat zelfstandig en vervangt een niet-herhaald mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. un kan dus zowel het aantal één als een onbepaald mannelijk enkelvoud aanduiden; in deze vaste vertaling is de betekenis “een”. Het vrouwelijke zelfstandige voornaamwoord is une. Voorbeeld: J'en ai une. — “Ik heb er een”, wanneer het weggelaten woord vrouwelijk is. maintenant betekent “nu” en geeft aan dat het hebben op het huidige moment geldt. Het kan vaak aan het einde staan, zoals hier, maar ook eerder in de zin: Maintenant, j'en ai un. — “Nu heb ik er een.” Samen vormt J'en ai un maintenant de structuur je + en + avoir + un + tijdsbepaling: “Ik heb er nu een.” en verwijst naar het bekende soort voorwerp, terwijl un zegt dat er één exemplaar van is. De zin gebruikt dus een bestaand gespreksonderwerp zonder het zelfstandig naamwoord opnieuw te noemen.

  7. Referme la poche quand tu as fini, s'il te plaît.

    Doe het zijvak dicht als je klaar bent, alsjeblieft.

    Referme
    doe dicht
    poche
    zakje; vak
    quand
    wanneer; als
    tu as
    je hebt
    fini
    klaar; beëindigd
    s'il te plaît
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Referme is de gebiedende wijs van refermer voor één aangesproken persoon: “doe dicht” of “sluit opnieuw”. Het onderwerp tu wordt in deze vorm niet uitgesproken. In deze zin is het voorwerp la poche, dus de opdracht is om het vak dicht te doen. Voorbeeld: Referme la porte. — “Doe de deur weer dicht.” poche betekent hier “vak” in de vaste vertaalde lezing het zijvak; het is een zelfstandig naamwoord. Het Franse woord is vrouwelijk, wat je in deze zin ziet aan la: la poche. Dat grammaticale geslacht zegt niet dat er een vrouwelijke persoon bedoeld wordt. quand verbindt de hoofdzin met een tijdsomstandigheid en betekent hier “als/wanneer”. Het introduceert de handeling die het moment bepaalt waarop je het vak moet sluiten. Voorbeeld: Quand tu arrives, appelle-moi. — “Als je aankomt, bel me.” tu as bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord tu en de tegenwoordige vorm as van avoir voor de tweede persoon enkelvoud. Samen kan dit de hulpwerkwoordconstructie tu as fini vormen. as is dus de vervoegde vorm; de infinitief is avoir. fini is het voltooid deelwoord van finir. In tu as fini vormt het met as een voltooide handeling: “je bent klaar” of letterlijker “je hebt beëindigd”. Het deelwoord hoort bij finir, niet bij tu; in deze constructie verschijnt het als fini. Voorbeeld: J’ai fini le travail. — “Ik heb het werk af.” s'il te plaît is een vaste beleefdheidsuitdrukking voor “alsjeblieft”. Ze maakt van de opdracht een beleefd verzoek. In deze zin staat ze aan het einde en geldt ze voor het verzoek om het zijvak dicht te doen. Samen geeft Referme la poche quand tu as fini, s'il te plaît. de betekenis: “Doe het zijvak dicht als je klaar bent, alsjeblieft.” De gebiedende wijs geeft de opdracht, la poche noemt wat dicht moet, en quand tu as fini bepaalt dat dit gebeurt nadat de aangesprokene klaar is.

  8. Je vais la refermer soigneusement.

    Ik doe het voorzichtig dicht.

    Je vais
    ik ga
    refermer
    opnieuw sluiten
    soigneusement
    zorgvuldig
    Uitgebreide uitleg

    Je vais vormt hier de nabije toekomst: aller staat in de tegenwoordige tijd (je vais) en wordt gevolgd door een infinitief. Het betekent dus niet alleen letterlijk “ik ga”, maar samen met het volgende werkwoord “ik ga … doen”. Het onderwerp is je, de spreker. Vergelijk: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” refermer is de infinitief en betekent hier “weer sluiten” of “opnieuw dichtdoen”. Het voorvoegsel re- geeft in dit werkwoord het opnieuw sluiten aan; het zegt niet dat er een nieuw object bijkomt. De infinitief blijft na vais onveranderd. Voorbeeld: Je vais refermer la porte. — “Ik ga de deur weer dichtdoen.” soigneusement is een bijwoord en zegt hoe het dichtdoen gebeurt: voorzichtig en zorgvuldig. Het beschrijft dus de handeling refermer, niet het object. Het hoort bij het bijvoeglijk naamwoord soigneux (“zorgvuldig”): soigneux → soigneusement. Voorbeeld: Elle travaille soigneusement. — “Zij werkt zorgvuldig.” Tussen deze onderdelen staat la, een vrouwelijk enkelvoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord. In deze zin verwijst het naar het ding dat wordt dichtgedaan; de vaste vertaling maakt duidelijk dat dit in het Nederlands als “het” wordt weergegeven, maar identificeert het ding zelf niet verder. De volgorde is Je vais + la + refermer + soigneusement: “Ik ga het zorgvuldig weer dichtdoen.”

  9. Garde un autre mouchoir avec toi si tu en as besoin.

    Neem nog een zakdoekje mee als je het nodig hebt.

    Garde
    neem mee / houd bij je
    un autre
    nog een
    mouchoir
    zakdoekje
    avec toi
    bij je
    si tu en as besoin
    als je het nodig hebt
    Uitgebreide uitleg

    Garde is de gebiedende wijs van garder voor de informele enkelvoudige aanspreekvorm tu. Hier betekent het “neem mee” of “houd bij je”: de instructie is aan één persoon gericht. Vergelijk garder (infinitief), tu gardes (tegenwoordige tijd) en garde ! (gebiedende wijs). Voorbeeld: Garde la clé avec toi. — “Houd de sleutel bij je.” un autre betekent “nog een” of “een andere”. autre is het bijvoeglijk naamwoord. In deze woordgroep is un mannelijk enkelvoud omdat mouchoir een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is. autre heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij mannelijke en vrouwelijke woorden; het krijgt in het meervoud een -s: un autre mouchoir, une autre serviette, d’autres mouchoirs. mouchoir betekent “zakdoekje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un mouchoir. Het meervoud is des mouchoirs. Voorbeeld: J’ai un mouchoir. — “Ik heb een zakdoekje.” avec toi betekent “bij je” of “met jou”. toi is de beklemtoonde vorm die na het voorzetsel avec wordt gebruikt; het is niet de onbeklemtoonde onderwerpvorm tu. Voorbeeld: Viens avec moi. — “Kom met mij.” si tu en as besoin betekent “als je het nodig hebt”. si leidt de voorwaarde “als” in. tu as is de tweede persoon enkelvoud van avoir (“hebben”). In avoir besoin de betekent de constructie “nodig hebben”; en vervangt datgene wat met de wordt ingeleid. In deze zin verwijst en naar het benodigde zakdoekje, zonder dat het Franse voornaamwoord zelf het grammaticale geslacht van dat zelfstandig naamwoord laat zien. Voorbeeld: Tu as besoin d’aide ? — Oui, j’en ai besoin. — “Heb je hulp nodig? — Ja, die heb ik nodig.” Samen betekent de zin: “Neem nog een zakdoekje mee als je het nodig hebt.” Garde geeft de instructie, un autre mouchoir benoemt wat je bij je moet houden, avec toi geeft aan dat het bij jou blijft, en si tu en as besoin voegt de voorwaarde toe. De formulering is een directe, informele instructie aan één persoon.

Grammatica

L'impératif présent

Referme le sac, s'il te plaît.

Reufèrm luh sak, siel tuh ple.

Doe de tas dicht, alsjeblieft.

Bij de gebiedende wijs staat het onderwerp meestal niet: referme betekent ‘doe dicht’.

Accord de l'adjectif au féminin

dans la poche latérale

Dang la posj laa-te-raal

in het zijvak

Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan: poche is vrouwelijk, dus latérale krijgt -e.

Frans woordenschat

dans voorzetsel
dang in
emprunter werkwoord
ang-prun-tee lenen

emprunter un mouchoir

ils voornaamwoord
iel ze
latérale bijvoeglijk naamwoord
laa-te-raal zijdelingse

la poche latérale

mouchoir zelfstandig naamwoord
moeswaar zakdoekje
ouvrir werkwoord
oe-vrir openen
poche zelfstandig naamwoord
posj zakje; vak
préfères werkwoord
pre-fèr verkiest; liever wilt
prendre werkwoord
prangdr pakken; nemen
sac zelfstandig naamwoord
sak tas
sont werkwoord
song zijn
toi-même voornaamwoord
twaa-mèm zelf

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ze zitten in het zijvak.

Antwoord tonenIls sont dans la poche latérale.

Mag ik het openmaken?

Antwoord tonenEst-ce que je peux l'ouvrir ?

Je mag het openmaken.

Antwoord tonenTu peux l'ouvrir.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zakdoekje

Antwoord tonenmouchoir

lenen

Antwoord tonenemprunter

openen

Antwoord tonenouvrir

in

Antwoord tonendans