Rust nemen tijdens een drukke werkdag | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At work, one adult feels tired under a close deadline while another suggests resting and reviewing the draft..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Rust nemen tijdens een drukke werkdag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai beaucoup de travail aujourd'hui.

zjee boe-koo duh tghavaj oo-zjoer-dwie. Ik heb vandaag veel werk.
B

Tu as l'air fatigué, alors fais une pause.

tü aa lèr fatigee, aloor fèz ün pooz. Je ziet er moe uit, dus neem even pauze.
A

Je suis inquiet parce que la date limite approche.

zje swie èn-kjè parskuh la dat limiet aproosj. Ik maak me zorgen omdat de deadline eraan komt.
B

T'éloigner un moment peut t'aider à mieux travailler ensuite.

teelwanjee eun mo-man peu tee-dee aa mjeu tghavajee an-swiet. Als je even weggaat, kun je daarna beter werken.
A

Je devrais peut-être reposer mes yeux pendant une minute.

zje duh-vrè peu-tètruh ghuh-poo-zee mee zjeu pan-dan ün mie-nuut. Misschien moet ik mijn ogen een minuut rust geven.
B

Bois de l'eau et respire lentement pendant une minute.

bwaa duh loo ee ghuh-spiegh lan-tuh-man pan-dan ün mie-nuut. Drink water en adem een minuut rustig.
A

Ensuite, je pourrai finir la dernière partie.

an-swiet, zje poe-ghè fie-niegh la dègh-njègh par-tie. Dan kan ik het laatste deel afmaken.
B

Je vais relire le brouillon pendant que tu te reposes.

zje wè ghuh-liegh luh bghoe-jon pan-dan kuh tü tuh ghuh-pooz. Ik zal het concept nakijken terwijl jij rust.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai beaucoup de travail aujourd'hui.

    Ik heb vandaag veel werk.

    J'ai
    ik heb
    beaucoup de
    veel
    travail
    werk
    aujourd'hui
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de samentrekking van je (ik) en ai, de eerste persoon enkelvoud van avoir (hebben) in de tegenwoordige tijd. Het werkwoord avoir verandert mee met het onderwerp: j'ai = ik heb, tu as = jij hebt. Voorbeeld: J'ai un livre. — Ik heb een boek. beaucoup de betekent hier “veel” en vormt een vaste hoeveelheidspatroon vóór een zelfstandig naamwoord: beaucoup de + zelfstandig naamwoord. Na beaucoup blijft de ook staan vóór een meervoud: beaucoup de livres = veel boeken. Voorbeeld: Elle a beaucoup de temps. — Zij heeft veel tijd. travail is het zelfstandig naamwoord “werk”. In deze zin gaat het om de hoeveelheid werk die de spreker heeft. Het meervoud is travaux, maar dat heeft niet altijd precies dezelfde gebruikscontext als travail; leer hier vooral de herbruikbare combinatie avoir beaucoup de travail = veel werk hebben. aujourd'hui is een bijwoord dat “vandaag” betekent. Het verwijst naar de dag waarop de zin wordt uitgesproken of geschreven. Voorbeeld: Aujourd'hui, je travaille. — Vandaag werk ik. Samen betekent J'ai beaucoup de travail aujourd'hui.: “Ik heb vandaag veel werk.” De volgorde is: J'ai (ik heb) + beaucoup de travail (veel werk) + aujourd'hui (vandaag). De zin gebruikt dus het patroon avoir + hoeveelheid + zelfstandig naamwoord en voegt daarna de tijdsaanduiding toe.

  2. Tu as l'air fatigué, alors fais une pause.

    Je ziet er moe uit, dus neem even pauze.

    Tu
    je; jij
    as l'air
    ziet eruit
    fatigué
    moe
    alors
    dus
    fais
    doe; maak
    pause
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    Tu is de onderwerpsvorm voor één aangesproken persoon: “jij”. In deze zin hoort het bij as l'air; samen vormen ze de vaste constructie avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord, letterlijk “de indruk hebben”, maar hier natuurlijk vertaald als “eruitzien”. Het werkwoord avoir staat bij tu als as. Vergelijk: J'ai l'air prêt. — “Ik zie er klaar voor uit.” fatigué betekent hier “moe” en beschrijft de aangesproken persoon. Deze vorm is mannelijk enkelvoud; de vrouwelijke enkelvoudsvorm is fatiguée. Het bijvoeglijk naamwoord past zich in het Frans aan de persoon of het zelfstandig naamwoord aan dat het beschrijft. alors verbindt de waarneming met wat daarna volgt. Hier betekent het “dus” en leidt het een gevolg of aansporing in. fais is de gebiedende wijs van faire (“doen/maken”) voor tu. In fais une pause krijgt faire de vaste, natuurlijke betekenis “een pauze nemen”. De gebiedende wijs heeft hier geen uitgesproken onderwerp: Fais une pause ! — “Neem een pauze!” pause is het zelfstandig naamwoord “pauze”. Het is vrouwelijk; daarom staat er une voor. Une pause betekent “een pauze”, zonder dat dit op zichzelf een precieze hoeveelheid of duur vastlegt. De zin als geheel bestaat uit een observatie en een gevolg: Tu as l'air fatigué betekent “Je ziet er moe uit”, en alors fais une pause betekent “dus neem een pauze”. Samen: “Je ziet er moe uit, dus neem even pauze.”

  3. Je suis inquiet parce que la date limite approche.

    Ik maak me zorgen omdat de deadline eraan komt.

    Je suis
    ik ben
    inquiet
    bezorgd
    parce que
    omdat
    date
    datum
    limite
    uiterste
    approche
    komt dichterbij
    Uitgebreide uitleg

    Je suis is de combinatie van het onderwerp je en de eerste persoon enkelvoud van être (“zijn”): je suis = “ik ben”. Het werkwoord être heeft per persoon andere vormen: je suis, tu es, il/elle est. Hier vormt suis samen met inquiet een beschrijving van de spreker. inquiet betekent hier “bezorgd” of “ongerust”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat bij de spreker hoort. De vrouwelijke vorm is inquiète; het verschil zit in de spelling en uitspraak van het bijvoeglijk naamwoord, niet in suis. Voorbeeld: Elle est inquiète. = “Zij is bezorgd.” parce que leidt de redengevende bijzin in en betekent “omdat”. Het patroon X parce que Y betekent “X omdat Y”. Voorbeeld: Je reste parce qu'il pleut. = “Ik blijf omdat het regent.” date betekent hier “datum”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une date, la date. Samen met limite duidt het een datum aan waarop iets uiterlijk moet gebeuren. limite is hier een bijvoeglijk naamwoord bij date en betekent “uiterste” of “als grens geldend”; het betekent hier dus niet zelfstandig “grens”. In date limite staat het na het zelfstandig naamwoord, zoals vaak bij dit soort vaste combinaties. Date limite betekent “deadline” of “uiterste datum”. Voorbeeld: La date limite est demain. = “De deadline is morgen.” approche is de derde persoon enkelvoud van approcher, “dichterbij komen” of “naderen”. Het onderwerp is la date limite, een enkelvoudige naamwoordgroep: la date limite approche = “de deadline komt dichterbij”. Bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld les dates limites approchent = “de deadlines komen dichterbij”. De hele zin wordt opgebouwd als Je suis inquiet + parce que + la date limite approche: “Ik ben bezorgd omdat de deadline eraan komt.” De tegenwoordige tijd beschrijft zowel de huidige bezorgdheid als het feit dat de deadline dichterbij komt.

  4. T'éloigner un moment peut t'aider à mieux travailler ensuite.

    Als je even weggaat, kun je daarna beter werken.

    T'éloigner
    even weggaan
    un moment
    een tijdje
    peut
    kan
    t'aider
    je helpen
    mieux
    beter
    travailler
    werken
    ensuite
    daarna
    Uitgebreide uitleg

    T'éloigner betekent hier «even weggaan» of «afstand nemen». Het is de infinitief van s'éloigner: éloigner betekent iemand of iets verwijderen, terwijl s'éloigner betekent dat iemand zelf weggaat of zich verwijdert. De t' is het wederkerend voornaamwoord bij de infinitief: letterlijk gaat het om «jezelf verwijderen». De combinatie T'éloigner un moment vormt een infinitiefgroep die als onderwerp van de zin fungeert. Un moment betekent hier «een tijdje» of «even». Het geeft een korte duur aan; het stelt niet noodzakelijk één exact meetbaar moment vast. Bijvoorbeeld: Attends un moment. — «Wacht even.» Peut is de derde persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd. In deze zin drukt het mogelijkheid uit: «kan». De vorm hoort bij het onderwerp van de hoofdzin, namelijk de hele infinitiefgroep T'éloigner un moment, en niet bij t'. Handige vormen zijn bijvoorbeeld je peux («ik kan») en nous pouvons («wij kunnen»). Peut staat vóór de infinitiefgroep t'aider. T'aider bestaat uit t' plus aider, «helpen». Voor een klinker wordt te verkort tot t': te aider wordt t'aider. Hier is te het lijdend voorwerp van aider, dus «jou helpen». Na pouvoir staat de tweede werkwoordsvorm in de infinitief: peut t'aider betekent «kan je helpen». Mieux betekent hier «beter» en is de vergrotende vorm van bien, «goed» wanneer dat woord de manier van handelen beschrijft. Mieux travailler betekent dus «beter werken», niet «meer werken». Ter vergelijking: bien travailler — «goed werken»; mieux travailler — «beter werken». Travailler is de infinitief «werken». In t'aider à mieux travailler volgt het op à en benoemt het wat de hulp mogelijk maakt: iemand helpen om beter te werken. Een bruikbaar patroon is aider quelqu'un à + infinitief: Elle m'aide à comprendre. — «Zij helpt me om het te begrijpen.» Ensuite betekent «daarna» of «vervolgens». Het plaatst het werken na het eerder genoemde weggaan: eerst t'éloigner un moment, daarna mieux travailler. Het verandert niet de tijdsvorm van travailler; het geeft alleen de volgorde aan. Samen betekent T'éloigner un moment peut t'aider à mieux travailler ensuite: «Als je even weggaat, kun je daarna beter werken.» De infinitiefgroep T'éloigner un moment is het onderwerp; peut drukt mogelijkheid uit; t'aider à mieux travailler beschrijft het mogelijke effect; en ensuite maakt duidelijk dat dat effect later komt. De zin formuleert dit als een mogelijkheid, niet als een zekerheid.

  5. Je devrais peut-être reposer mes yeux pendant une minute.

    Misschien moet ik mijn ogen een minuut rust geven.

    Je devrais
    ik zou moeten
    peut-être
    misschien
    reposer
    rust geven
    yeux
    ogen
    minute
    minuut
    Uitgebreide uitleg

    Je devrais bevat de vorm devrais van devoir in de conditionnel présent, bij je. In deze zin drukt het een voorzichtige aanbeveling of overweging uit: “ik zou moeten”. Vergelijk je dois (“ik moet”, directer) met je devrais (“ik zou moeten”, minder stellig). Voorbeeld: Je devrais dormir davantage. — “Ik zou meer moeten slapen.” peut-être betekent hier “misschien”. Het maakt de uitspraak onzeker of voorzichtig, maar verandert niet wie de handeling uitvoert. Het kan ook op andere plaatsen in de zin staan, bijvoorbeeld: Peut-être que je devrais attendre. — “Misschien zou ik moeten wachten.” reposer betekent hier “rust geven” of “laten rusten”. Het is een werkwoord op zichzelf; in reposer mes yeux krijgt het mes yeux als aanvulling. Dat verschilt van se reposer, “zelf rusten”: Je me repose. — “Ik rust uit.” De vorm reposer is hier een infinitief, omdat hij volgt op de vervoegde vorm devrais in de constructie je devrais + infinitief. yeux betekent hier “ogen”. Dit is het meervoud van œil (“oog”); het meervoud heeft dus niet simpelweg dezelfde stam als het enkelvoud. mes is het bezittelijke woord bij de eerste persoon enkelvoud en stemt hier af op het meervoudige zelfstandig naamwoord: mes yeux, “mijn ogen”. minute betekent “minuut”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier une minute. De combinatie pendant une minute geeft de duur aan: “gedurende één minuut” of natuurlijker “een minuut lang”. Une markeert hier een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, terwijl de concrete duur door de hele combinatie wordt uitgedrukt. Samen vormen de delen je devrais peut-être + infinitief en reposer mes yeux pendant une minute de betekenis: “Misschien zou ik mijn ogen een minuut rust moeten geven.” De spreker overweegt dus voorzichtig om gedurende één minuut de ogen te laten rusten.

  6. Bois de l'eau et respire lentement pendant une minute.

    Drink water en adem een minuut rustig.

    Bois
    drink
    de l'eau
    water
    respire
    adem
    lentement
    langzaam
    pendant une minute
    gedurende één minuut
    Uitgebreide uitleg

    Bois is hier de gebiedende wijs van boire (drinken) voor één aangesproken persoon: boire → tu bois (tegenwoordige tijd) → bois (imperatief). Voorbeeld: Bois de l'eau. = Drink water. de l'eau betekent hier water als niet-afgebakende stof. de l' is de vorm vóór een klinker; eau betekent water. Deze vorm drukt hier niet op zichzelf een exact aantal of een bepaalde hoeveelheid uit. Voorbeeld: Je bois de l'eau. = Ik drink water. respire is de gebiedende wijs van respirer (ademen) voor één aangesproken persoon: respirer → tu respires → respire. De uitgang -er van het werkwoord verdwijnt in deze imperatiefvorm. Voorbeeld: Respire calmement. = Adem rustig. lentement betekent langzaam of rustig. Het is een bijwoord dat beschrijft hoe de handeling gebeurt. Het hangt samen met het bijvoeglijk naamwoord lent (langzaam), maar lentement bepaalt hier de manier van ademen, niet een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Elle marche lentement. = Zij loopt langzaam. pendant une minute geeft de duur aan: gedurende één minuut. pendant leidt een tijdsduur in; une minute betekent één minuut als tijdseenheid. Voorbeeld: Attends pendant une minute. = Wacht één minuut lang. Samen zijn Bois de l'eau en respire lentement twee opdrachten aan dezelfde aangesproken persoon. pendant une minute bepaalt de duur van het rustig ademen: Drink water en adem gedurende één minuut rustig.

  7. Ensuite, je pourrai finir la dernière partie.

    Dan kan ik het laatste deel afmaken.

    Ensuite
    daarna
    je pourrai
    ik zal kunnen
    finir
    afmaken
    dernière
    laatste
    partie
    deel
    Uitgebreide uitleg

    Ensuite betekent hier “daarna” en plaatst deze handeling na iets dat al eerder genoemd is. Het kan ook aan het begin van andere zinnen staan: Ensuite, nous partirons. — “Daarna vertrekken we.” je pourrai is de toekomende vorm van pouvoir (“kunnen”): je peux = “ik kan”, je pourrai = “ik zal kunnen”. De vorm pourrai hoort bij de eerste persoon enkelvoud; andere personen hebben andere vormen, bijvoorbeeld tu pourras = “jij zult kunnen”. Hier drukt de vorm een mogelijkheid of vermogen in de toekomst uit, niet alleen een toekomstig plan. finir is een infinitief met de betekenis “afmaken” of “beëindigen”. Na pouvoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: Je pourrai finir ... — “Ik zal ... kunnen afmaken.” Het is dus pouvoir dat de toekomstige vorm draagt; finir blijft hier infinitief. Voorbeeld: Je pourrai commencer demain. — “Ik zal morgen kunnen beginnen.” dernière betekent hier “laatste” en beschrijft partie. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van dernier; de vorm past zich aan het beschreven zelfstandig naamwoord aan. Vergelijk: le dernier chapitre — “het laatste hoofdstuk” en la dernière page — “de laatste pagina”. partie betekent hier “deel”, in de zin van een gedeelte van iets dat uit meerdere delen bestaat. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, wat in deze zin de vorm dernière verklaart. Voorbeeld: Je lis la première partie. — “Ik lees het eerste deel.” Samen vormen de delen: Ensuite (“daarna”) + je pourrai finir (“ik zal kunnen afmaken”) + la dernière partie (“het laatste deel”). De volledige betekenis is: “Daarna zal ik het laatste deel kunnen afmaken.”

  8. Je vais relire le brouillon pendant que tu te reposes.

    Ik zal het concept nakijken terwijl jij rust.

    Je vais
    ik zal
    relire
    opnieuw lezen; nakijken
    le brouillon
    het concept
    pendant que
    terwijl
    tu te reposes
    jij rust
    Uitgebreide uitleg

    Je vais komt van aller in de tegenwoordige tijd: je vais. Samen met een infinitief vormt dit in het Frans de nabije toekomst: je vais + infinitief = “ik zal binnenkort … / ik ga …”. De vorm vais hoort dus bij aller, niet bij het werkwoord dat erop volgt. relire betekent hier “opnieuw lezen” en past in deze zin bij het nakijken van een tekst. Het is een infinitief. De vorm is opgebouwd rond lire (“lezen”): lire → relire (“opnieuw lezen”). Voorbeeld: Je vais relire le message. — “Ik ga het bericht opnieuw lezen.” le brouillon betekent “het concept” of “de kladversie”. brouillon is hier een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaalde lidwoord le ervoor. Voorbeeld: Le brouillon est court. — “Het concept is kort.” pendant que leidt een bijzin in met een handeling die gelijktijdig plaatsvindt: “terwijl”. Het verbindt hier het nakijken van het concept met wat er op hetzelfde moment in de andere bijzin gebeurt. Voorbeeld: Je lis pendant que tu écris. — “Ik lees terwijl jij schrijft.” tu te reposes komt van het wederkerende werkwoord se reposer, “rusten”. Bij tu wordt se te, en in de tegenwoordige tijd krijgt het werkwoord de vorm reposes: tu te reposes. Het onderwerp is dus tu; te is het wederkerende voornaamwoord. Voorbeeld: Tu te reposes après le travail. — “Jij rust na het werk.” Samen betekent Je vais relire le brouillon “ik zal het concept opnieuw lezen/nakijken”. pendant que tu te reposes voegt de gelijktijdige handeling toe: “terwijl jij rust”. De volledige betekenis is: “Ik zal het concept nakijken terwijl jij rust.”

Grammatica

avoir l'air + adjectif

Tu as l'air fatigué.

tü aa lèr fatigee.

Je ziet er moe uit.

Na avoir l'air volgt een bijvoeglijk naamwoord om een indruk of uiterlijk te beschrijven.

devoir au conditionnel + infinitif

Tu devrais te reposer.

tü duh-vrè tuh ghuh-poo-zee.

Je zou moeten rusten.

devrais drukt een zacht advies uit; daarna volgt een infinitief, zoals te reposer.

Frans woordenschat

alors bijwoord
aloor dus; dan
approcher werkwoord
aproosjee naderen approche
aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-dwie vandaag
avoir werkwoord
avwaar hebben ai
avoir l'air uitdrukking
avwaar lègh eruitzien as l'air
beaucoup bijwoord
boe-koo veel
date limite uitdrukking
dat limiet deadline; uiterste datum
faire une pause uitdrukking
fègh zun pooz een pauze nemen fais une pause
fatigué bijvoeglijk naamwoord
fatigee moe
inquiet bijvoeglijk naamwoord
èn-kjè bezorgd
parce que voegwoord
parskuh omdat
travail zelfstandig naamwoord
tghavaj werk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb vandaag veel werk.

Antwoord tonenJ'ai beaucoup de travail aujourd'hui.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

werk

Antwoord tonentravail

bezorgd

Antwoord toneninquiet

moe

Antwoord tonenfatigué

dus; dan

Antwoord tonenalors