Rust nemen tijdens een drukke werkdag | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At work, one adult feels tired under a close deadline while another suggests resting and reviewing the draft..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Rust nemen tijdens een drukke werkdag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai beaucoup de travail aujourd'hui.

zjee boe-koo duh tghavaj oo-zjoer-dwie. Ik heb vandaag veel werk.
B

Tu as l'air fatigué, alors fais une pause.

tü aa lèr fatigee, aloor fèz ün pooz. Je ziet er moe uit, dus neem even pauze.
A

Je suis inquiet parce que la date limite approche.

zje swie èn-kjè parskuh la dat limiet aproosj. Ik maak me zorgen omdat de deadline eraan komt.
B

T'éloigner un moment peut t'aider à mieux travailler ensuite.

teelwanjee eun mo-man peu tee-dee aa mjeu tghavajee an-swiet. Als je even weggaat, kun je daarna beter werken.
A

Je devrais peut-être reposer mes yeux pendant une minute.

zje duh-vrè peu-tètruh ghuh-poo-zee mee zjeu pan-dan ün mie-nuut. Misschien moet ik mijn ogen een minuut rust geven.
B

Bois de l'eau et respire lentement pendant une minute.

bwaa duh loo ee ghuh-spiegh lan-tuh-man pan-dan ün mie-nuut. Drink water en adem een minuut rustig.
A

Ensuite, je pourrai finir la dernière partie.

an-swiet, zje poe-ghè fie-niegh la dègh-njègh par-tie. Dan kan ik het laatste deel afmaken.
B

Je vais relire le brouillon pendant que tu te reposes.

zje wè ghuh-liegh luh bghoe-jon pan-dan kuh tü tuh ghuh-pooz. Ik zal het concept nakijken terwijl jij rust.

Woord voor woord

J'ai « J'ai » betekent hier « ik heb » en geeft aan dat de spreker werk heeft. Het is de vorm die met je wordt gebruikt; een herbruikbaar patroon is « J'ai » gevolgd door wat iemand heeft, zoals in « J'ai beaucoup de travail ». Je gebruikt dit bijvoorbeeld om op het werk te vertellen welke taak of hoeveelheid werk je hebt.
beaucoup « beaucoup » betekent hier « veel » en geeft een grote hoeveelheid aan. In « beaucoup de travail » staat het vóór de combinatie de + zelfstandig naamwoord; dit patroon kun je gebruiken voor andere hoeveelheden. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen dat je veel werk, tijd of energie hebt.
de « de » verbindt hier « beaucoup » met « travail » en maakt de hoeveelheid « veel werk ». Na « beaucoup » staat deze verbinding vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt hetzelfde patroon wanneer je een grote hoeveelheid van iets noemt.
travail « travail » betekent hier « werk » en is datgene waarvan de spreker veel heeft. In « beaucoup de travail » verwijst het naar werk als hoeveelheid of bezigheid. Je gebruikt het bijvoorbeeld om tijdens een werkdag over je taken te praten.
aujourd'hui « aujourd'hui » betekent « vandaag » en geeft aan wanneer de spreker veel werk heeft. Het is een tijdsaanduiding die hier aan het einde van de zin staat. Je gebruikt het om een activiteit of situatie aan de huidige dag te koppelen.
Tu « Tu » betekent hier « jij » en is het onderwerp van de zin tegen de andere persoon. Het staat vóór het werkwoord in « Tu as l'air fatigué ». Je gebruikt het om één aangesproken persoon rechtstreeks advies of een observatie te geven.
as « as » draagt hier de vorm van « hebben » in de uitdrukking « Tu as l'air fatigué »; samen betekent die uitdrukking dat iemand er moe uitziet. De vorm staat bij « Tu » en wordt gevolgd door « l'air ». Je gebruikt deze constructie om een indruk van iemands uiterlijk of toestand te beschrijven.
l'air « l'air » verwijst hier naar iemands verschijning in « Tu as l'air fatigué », dus naar hoe iemand lijkt of eruitziet. De betekenis ontstaat door de hele combinatie met « as » en « fatigué », niet door « l'air » alleen. Je gebruikt « Tu as l'air fatigué » bijvoorbeeld wanneer je merkt dat een collega moe lijkt.
fatigué « fatigué » betekent hier « moe » en beschrijft de toestand van de aangesproken persoon. Het staat in « Tu as l'air fatigué » na de uitdrukking voor hoe iemand eruitziet. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld om tegen iemand te zeggen dat die persoon moe lijkt.
alors « alors » betekent hier « dus » en leidt het advies « fais une pause » in als gevolg van de observatie dat iemand moe lijkt. Het staat tussen twee delen van de zin en verbindt reden en gevolg. Je gebruikt het bijvoorbeeld om na een vaststelling meteen een passend advies te geven.
fais « fais » betekent hier « neem » in het directe advies « fais une pause ». De vorm geeft een aansporing en staat vóór wat iemand moet doen. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je iemand tijdens een drukke dag aanraadt een pauze te nemen.
une « une » betekent hier « een » en staat vóór « pause » in « fais une pause ». Het is het onbepaalde lidwoord dat bij dit zelfstandig naamwoord hoort. Je gebruikt « une » vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één niet nader bepaalde zaak noemt.
pause « pause » betekent « pauze » en is datgene wat de aangesproken persoon volgens het advies moet nemen. In « fais une pause » vormt het samen met « fais » een praktische uitdrukking voor rust nemen. Je gebruikt dit bijvoorbeeld op het werk wanneer iemand even moet stoppen.
Je « Je » betekent « ik » en is het onderwerp in zinnen waarin de spreker over zichzelf vertelt, zoals « Je suis inquiet » en « Je vais relire le brouillon ». Het staat vóór het werkwoord. Je gebruikt het om je eigen toestand, plan of handeling uit te drukken.
suis « suis » betekent hier « ben » in « Je suis inquiet » en beschrijft de toestand van de spreker. Deze vorm staat bij « Je » en wordt gevolgd door een beschrijving van de persoon. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen hoe je je voelt.
inquiet « inquiet » betekent hier « bezorgd » en beschrijft wat de spreker voelt over de naderende deadline. Het staat na « Je suis » als beschrijving van de spreker. Je gebruikt het bijvoorbeeld om uit te leggen dat een deadline of andere situatie je zorgen baart.
parce que « parce que » betekent als geheel « omdat » en introduceert in « Je suis inquiet parce que la date limite approche » de reden voor de bezorgdheid. « parce » en « que » vormen samen deze oorzaakverbinding; « que » leidt de daaropvolgende redenzin in. Je gebruikt « parce que » na een uitspraak wanneer je de reden daarvoor wilt geven.
la « la » betekent hier « de » en staat vóór « date » in « la date limite ». Het is het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het wanneer je naar een specifieke datum of deadline verwijst.
date « date » betekent hier « datum » en maakt samen met « limite » de uitdrukking voor de uiterste datum. In « la date limite » is het de datum waarover de spreker zich zorgen maakt. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij afspraken, deadlines of andere vastgelegde dagen.
limite « limite » betekent hier « limiet » of « uiterste » en specificeert in « la date limite » om welke datum het gaat. Samen met « date » verwijst de hele uitdrukking naar de deadline. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je praat over de uiterste datum waarop werk klaar moet zijn.
approche « approche » betekent hier « nadert » en zegt dat de deadline steeds dichterbij komt. Het werkwoord hoort bij « la date limite » als onderwerp. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te waarschuwen dat een afgesproken datum dichtbij komt.
T'éloigner « T'éloigner » betekent hier « je even verwijderen » of « afstand nemen » in « T'éloigner un moment peut t'aider ». « T' » is de verkorte vorm van « te » vóór het werkwoord en maakt deel uit van deze infinitiefconstructie. Je gebruikt deze uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je iemand adviseert even van het werk of de situatie weg te gaan.
un « un » betekent hier « een » en staat vóór « moment » in « T'éloigner un moment ». Het is het onbepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om een korte, niet precies afgebakende tijdsduur aan te geven.
moment « moment » betekent hier « moment » of « korte tijd » en geeft aan hoe lang iemand weggaat. In « T'éloigner un moment » vormt het samen met « un » een korte tijdsaanduiding. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt of adviseert iets slechts kort te doen.
peut « peut » betekent hier « kan » en drukt uit dat even afstand nemen een mogelijk positief effect heeft. Het staat vóór « t'aider » in « peut t'aider ». Je gebruikt deze vorm om uit te leggen dat een handeling iemand kan helpen.
t'aider « t'aider » betekent hier « je helpen » en verwijst naar de hulp die de aangesproken persoon kan krijgen. « t' » staat vóór « aider » en verwijst naar de persoon die geholpen wordt; de hele combinatie staat na « peut ». Je gebruikt « peut t'aider à mieux travailler » om te zeggen dat iets iemand helpt om beter te werken.
à « à » verbindt in « t'aider à mieux travailler » het helpen met de handeling die daardoor mogelijk wordt. Het staat vóór « mieux travailler » en kan hier worden opgevat als « om te ». Je gebruikt deze verbinding na een uitdrukking voor helpen wanneer je de daaropvolgende handeling noemt.
mieux « mieux » betekent hier « beter » en beschrijft hoe de persoon daarna kan werken. Het staat vóór « travailler » in « à mieux travailler ». Je gebruikt het bijvoorbeeld om een verbetering in de manier waarop iemand werkt aan te geven.
travailler « travailler » betekent hier « werken » en staat als infinitief na « à » in « à mieux travailler ». Het benoemt de activiteit die na de pauze beter zou kunnen verlopen. Je gebruikt het bijvoorbeeld om over werk of een werkhandeling te praten.
ensuite « ensuite » betekent hier « daarna » en geeft aan dat het betere werken volgt op het even weggaan. In « travailler ensuite » staat het als tijdsaanduiding bij de handeling. Je gebruikt het om de volgende stap na een eerdere handeling aan te geven.
devrais « devrais » betekent hier « zou moeten » en drukt een mogelijke raad aan jezelf uit in « Je devrais peut-être reposer mes yeux ». Het staat vóór de infinitief « reposer ». Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je overweegt wat verstandig is om nu te doen.
peut-être « peut-être » betekent als geheel « misschien » en maakt de uitspraak « Je devrais peut-être reposer mes yeux » minder stellig. « peut » verwijst naar mogelijkheid en « être » is het tweede deel van deze vaste uitdrukking; samen geven ze onzekerheid aan. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een idee of advies voorzichtig formuleert.
reposer « reposer » betekent hier « rust geven » en staat na « devrais » in « Je devrais peut-être reposer mes yeux ». Het werkwoord krijgt hier « mes yeux » als datgene dat rust krijgt. Je gebruikt deze constructie bijvoorbeeld wanneer je na schermwerk je ogen wilt laten rusten.
mes « mes » betekent hier « mijn » en staat vóór « yeux » in « mes yeux ». Het geeft aan dat de ogen bij de spreker horen en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om meerdere zaken als van jezelf aan te duiden.
yeux « yeux » betekent hier « ogen » en is datgene wat de spreker rust wil geven. Het staat na « mes » en na het werkwoord « reposer » in « reposer mes yeux ». Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je vertelt dat je ogen moe zijn of rust nodig hebben.
pendant « pendant » betekent hier « gedurende » en geeft de tijdsduur aan in « pendant une minute ». Het staat vóór de concrete tijdsduur. Je gebruikt het om aan te geven hoe lang een handeling duurt.
une minute « une minute » betekent hier « een minuut » en geeft de duur aan waarvoor de spreker zijn ogen wil laten rusten. « une » bepaalt « minute » als één tijdseenheid. Je gebruikt « pendant une minute » bijvoorbeeld om een korte rust- of adempauze aan te geven.
Bois « Bois » betekent hier « drink » en is een directe aansporing in « Bois de l'eau ». Het staat aan het begin van de instructie en wordt gevolgd door wat gedronken moet worden. Je gebruikt het bijvoorbeeld om iemand tijdens een drukke of vermoeiende dag aan te raden water te drinken.
de l'eau « de l'eau » betekent hier « water » als een niet-afgebakende hoeveelheid en is het object van « Bois ». « de l' » hoort bij « eau » in deze combinatie. Je gebruikt « Bois de l'eau » bijvoorbeeld als praktische instructie tijdens een pauze.
et « et » betekent « en » en verbindt de twee instructies « Bois de l'eau » en « respire lentement ». Het laat zien dat beide handelingen bij hetzelfde advies horen. Je gebruikt het om opeenvolgende of samenhangende handelingen te verbinden.
respire « respire » betekent hier « adem » en is de tweede directe instructie in « et respire lentement ». Het staat vóór het bijwoord dat beschrijft hoe de handeling moet gebeuren. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand wilt helpen rustig te worden.
lentement « lentement » betekent « langzaam » en beschrijft in « respire lentement » hoe iemand moet ademen. Het staat na het werkwoord dat het nader bepaalt. Je gebruikt het bijvoorbeeld om iemand aan te moedigen rustig en niet gehaast te ademen.
pourrai « pourrai » betekent hier « zal kunnen » en drukt uit dat de spreker daarna in staat zal zijn om iets af te maken. Het staat vóór de infinitief « finir » in « je pourrai finir ». Je gebruikt het bijvoorbeeld om een gevolg of mogelijkheid na een eerdere handeling te beschrijven.
finir « finir » betekent hier « afmaken » en staat als infinitief na « pourrai ». Het object van deze handeling is « la dernière partie » in « finir la dernière partie ». Je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen welk werkonderdeel nog voltooid moet worden.
dernière « dernière » betekent hier « laatste » en beschrijft welke « partie » de spreker nog moet afmaken. Het staat vóór « partie » in « la dernière partie ». Je gebruikt het om het laatste onderdeel van een reeks of taak aan te duiden.
partie « partie » betekent hier « deel » of « sectie » en is het werkonderdeel dat nog moet worden afgemaakt. In « finir la dernière partie » wordt het door « dernière » nader bepaald. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer een document, taak of project uit verschillende delen bestaat.
vais « vais » betekent hier « ga » in de nabije-toekomstconstructie « Je vais relire le brouillon »; de hele constructie betekent dat de spreker het concept zal nakijken. Het staat bij « Je » en vóór de infinitief « relire ». Je gebruikt « Je vais » gevolgd door een handeling om een voorgenomen actie aan te kondigen.
relire « relire » betekent hier « opnieuw lezen » of « nakijken » en staat als infinitief na « vais ». Het object is « le brouillon » in « relire le brouillon ». Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een tekst controleert voordat die wordt ingediend.
le « le » betekent hier « de » en staat vóór « brouillon » in « le brouillon ». Het is het bepaalde lidwoord bij het document waarnaar de spreker verwijst. Je gebruikt het wanneer het besproken concept al bekend of specifiek is.
brouillon « brouillon » betekent hier « kladversie » of « concept » en is het document dat de spreker opnieuw zal lezen. Het staat als object na « relire » in « relire le brouillon ». Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een tekst die nog gecontroleerd of verbeterd moet worden.
pendant que « pendant que » betekent als geheel « terwijl » en verbindt twee gelijktijdige handelingen in « pendant que tu te reposes ». « pendant » geeft de gelijktijdige periode aan en « que » leidt de daaropvolgende bijzin in; samen koppelen ze beide handelingen. Je gebruikt « pendant que » om te zeggen wat er gebeurt terwijl iemand anders iets doet.
te « te » verwijst hier naar « jou » in de wederkerende constructie « tu te reposes », waarin de aangesproken persoon zelf rust neemt. Het staat tussen « tu » en « reposes ». Je gebruikt deze vorm wanneer het onderwerp en degene op wie de handeling terugwerkt dezelfde persoon zijn.
reposes « reposes » betekent hier « rust » of « neemt rust » in « tu te reposes ». Samen met « te » beschrijft het dat de aangesproken persoon zelf rust neemt, terwijl de andere persoon het concept nakijkt. Je gebruikt « tu te reposes » bijvoorbeeld om te zeggen dat iemand tijdens een pauze rust.

Grammatica

avoir l'air + adjectif

Tu as l'air fatigué.

tü aa lèr fatigee.

Je ziet er moe uit.

Na avoir l'air volgt een bijvoeglijk naamwoord om een indruk of uiterlijk te beschrijven.

devoir au conditionnel + infinitif

Tu devrais te reposer.

tü duh-vrè tuh ghuh-poo-zee.

Je zou moeten rusten.

devrais drukt een zacht advies uit; daarna volgt een infinitief, zoals te reposer.

Frans woordenschat

alors bijwoord
aloor dus; dan
approcher werkwoord
aproosjee naderen approche
aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-dwie vandaag
avoir werkwoord
avwaar hebben ai
avoir l'air uitdrukking
avwaar lègh eruitzien as l'air
beaucoup bijwoord
boe-koo veel
date limite uitdrukking
dat limiet deadline; uiterste datum
faire une pause uitdrukking
fègh zun pooz een pauze nemen fais une pause
fatigué bijvoeglijk naamwoord
fatigee moe
inquiet bijvoeglijk naamwoord
èn-kjè bezorgd
parce que voegwoord
parskuh omdat
travail zelfstandig naamwoord
tghavaj werk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb vandaag veel werk.

Antwoord tonenJ'ai beaucoup de travail aujourd'hui.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

werk

Antwoord tonentravail

bezorgd

Antwoord toneninquiet

moe

Antwoord tonenfatigué

dus; dan

Antwoord tonenalors