Een pauze tijdens het studeren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: During a study session, two adults pause so one person can rest and return later to vocabulary review..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een pauze tijdens het studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'étudie depuis longtemps.

zjee-tuu-die de-pwie lon-tan. Ik studeer al lange tijd.
B

Mets ton travail de côté.

mè ton tra-vaj de ko-tee. Leg je werk even opzij.
B

Repose-toi un moment.

re-pooz-twa un mo-man. Rust even uit.
A

C'est difficile de me concentrer maintenant.

sè die-fee-seel de me kon-san-tree mèn-te-nan. Het is nu moeilijk om me te concentreren.
B

Ça veut généralement dire que ton cerveau a besoin d'une pause.

sa vuh zjee-nee-raal-man dier ke ton sèr-vo a bə-zwan dune pooz. Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.
A

Est-ce que je dois revoir le vocabulaire plus tard ?

ès-ke zhe dwa re-vwaar le vo-ka-buu-lèr pluu taar? Moet ik later de woordenschat herhalen?
B

Commence par les mots plus faciles quand tu reviens.

ko-man-s par le mo pluu fa-seel kan tu re-vjan. Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.
A

Je fermerai le cahier pendant que je me repose.

zhe fer-me-ree le ka-jee pan-dan ke zhe me re-pooz. Ik zal mijn notitieboek dichtdoen terwijl ik rust.
B

Alors, nous pourrons continuer plus calmement.

a-lor, noe poe-ron kon-tie-nwee pluu kalm-man. Dan kunnen we rustiger verdergaan.

Uitleg van de zinnen

  1. J'étudie depuis longtemps.

    Ik studeer al lange tijd.

    étudie
    studeer
    depuis longtemps
    al lange tijd
    Uitgebreide uitleg

    étudie komt van het werkwoord étudier (studeren). In J'étudie is het de tegenwoordige tijd van de eerste persoon enkelvoud: “ik studeer”. Dezelfde werkwoordsvorm komt ook voor bij il, elle en on, maar dan is het onderwerp expliciet anders; étudie is hier dus niet op zichzelf een vorm voor een derde persoon. De apostrof in J' markeert de elisie van je voor een klinker. Voorbeeld: J'étudie le français. — Ik studeer Frans. depuis longtemps geeft hier een duur aan: de activiteit begon eerder en duurt nog voort. Het Frans gebruikt bij zo'n nog voortdurende situatie de tegenwoordige tijd met depuis; het Nederlands gebruikt daarbij vaak al. longtemps betekent “lange tijd”. Voorbeeld: Elle travaille ici depuis longtemps. — Zij werkt hier al lange tijd. Samen betekenen J'étudie en depuis longtemps: “Ik studeer al lange tijd.” De tegenwoordige tijd presenteert het studeren als nog lopend, terwijl depuis longtemps aangeeft dat het al eerder is begonnen.

  2. Mets ton travail de côté.

    Leg je werk even opzij.

    Mets
    leg / zet
    ton
    je (bezittelijk)
    travail
    werk
    de côté
    opzij
    Uitgebreide uitleg

    Mets betekent hier “leg” en is de gebiedende wijs van mettre (“leggen”, ook “zetten” of “plaatsen”). De vorm is gericht aan één persoon; het onderwerp “jij” staat niet apart in de zin. Voorbeelden: Mets le livre ici. = “Leg het boek hier.” De gebiedende wijs gebruikt hier mets, niet de gewone tegenwoordige tijd tu mets in een volledige mededelende zin. ton betekent “je/jouw” en hoort bij travail. Het is een bezittelijk woord voor één bezitter en een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst dus naar het werk van de aangesprokene; het zegt niet hoeveel werk er is. Vergelijk: ton travail = “je werk”, maar ta tâche = “je taak”, omdat tâche vrouwelijk is. travail betekent hier “werk”. Het kan in het Frans zowel naar werk als activiteit in het algemeen als naar een concrete taak of opdracht verwijzen; de vaste vertaling maakt hier de betekenis “je werk” passend. Het meervoud is travaux, niet een vorm met alleen een toegevoegde -s. de côté betekent in deze combinatie “opzij”. Samen met mettre vormt het een herbruikbaar patroon: mettre quelque chose de côté = “iets opzijleggen” of “iets apart leggen”. de côté beschrijft hier de plaatsing van het werk, niet een afzonderlijke handeling. De zin als geheel is een aansporing aan één persoon: “Leg je werk opzij.” Mets geeft de opdracht, ton travail is wat opzij moet worden gelegd en de côté geeft aan waarheen of in welke positie. De Franse zin vermeldt geen afzonderlijke hoeveelheid; het Nederlandse “even” in de vaste vertaling maakt de aansporing slechts wat natuurlijker in die vertaling.

  3. Repose-toi un moment.

    Rust even uit.

    Repose-toi
    rust uit
    un moment
    even
    Uitgebreide uitleg

    Repose-toi is de gebiedende wijs voor één persoon die je met tu aanspreekt. Het werkwoord is se reposer (“uitrusten”); in deze vorm staat het wederkerende voornaamwoord toi achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden. Vergelijk bijvoorbeeld: Repose-toi ! — “Rust uit!” Bij een bevestigende gebiedende wijs gebruikt het Frans hier toi, niet te. un moment betekent hier “een poosje” of “even”. Het is een korte, niet precies bepaalde tijdsduur; un drukt in deze uitdrukking niet noodzakelijk één exact geteld moment uit. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Attends un moment. — “Wacht even.” Samen vormen de delen de aansporing Repose-toi un moment.: “Rust even uit.” De gebiedende wijs maakt er een directe instructie of aansporing aan één aangesproken persoon van, en un moment geeft aan dat het uitrusten kort duurt.

  4. C'est difficile de me concentrer maintenant.

    Het is nu moeilijk om me te concentreren.

    C'est
    het is
    difficile
    moeilijk
    me concentrer
    me concentreren
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce en est (de derde persoon enkelvoud van être, “zijn”). Hier vormt het een onpersoonlijke structuur met de betekenis “het is”. Het onderwerp ce verwijst in deze zin niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord; de hele daaropvolgende situatie wordt beoordeeld. Voorbeeld: C'est facile de comprendre. — “Het is gemakkelijk om te begrijpen.” difficile betekent hier “moeilijk” en beschrijft de situatie die volgt. Het is het bijvoeglijk naamwoord bij de infinitiefgroep de me concentrer. De basisvorm is difficile; in het meervoud wordt dat difficiles. In het enkelvoud heeft deze vorm dezelfde spelling voor mannelijk en vrouwelijk: un exercice difficile en une tâche difficile. me concentrer bestaat uit me en de infinitief concentrer, voorafgegaan door de. De vaste werkwoordelijke vorm is se concentrer (“zich concentreren”); me is daarvan de vorm bij je: je me concentre — “ik concentreer me”. Na de staat hier de infinitief: de me concentrer — “om me te concentreren”. Het voornaamwoord me geeft de persoon aan die zich concentreert; de zin zegt dus dat het voor de spreker moeilijk is om zich te concentreren. Voorbeeld: J'essaie de me concentrer. — “Ik probeer me te concentreren.” maintenant is een bijwoord van tijd met de betekenis “nu”. Het plaatst de beschreven moeilijkheid in het huidige moment. Voorbeeld: Je travaille maintenant. — “Ik werk nu.” Samen betekent C'est difficile de me concentrer maintenant.: “Het is nu moeilijk om me te concentreren.” De structuur is C'est + bijvoeglijk naamwoord + de + infinitiefgroep; maintenant bepaalt wanneer die situatie geldt.

  5. Ça veut généralement dire que ton cerveau a besoin d'une pause.

    Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.

    Ça
    dat
    veut … dire
    betekent
    généralement
    meestal
    cerveau
    brein
    a besoin d'
    nodig hebben
    pause
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    Ça is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’. Het verwijst in deze zin naar een eerder genoemde of bedoelde toestand, niet noodzakelijk naar een zelfstandig naamwoord met een bepaald grammaticaal geslacht. In een andere context kan ça ook naar iets anders verwijzen. veut dire komt van vouloir dire, letterlijk ‘willen zeggen’, maar deze vaste combinatie betekent hier ‘betekenen’. veut is de derde persoon enkelvoud van vouloir in de tegenwoordige tijd; dire blijft in de infinitief. Herbruikbaar patroon: X veut dire que ... = ‘X betekent dat ...’. Voorbeeld: Ce mot veut dire « pause ». = ‘Dat woord betekent “pauze”.’ généralement betekent ‘meestal’ of ‘in het algemeen’. Het is een bijwoord en nuanceert de hele bewering: de uitleg geldt doorgaans, niet noodzakelijk zonder uitzondering. Het staat hier tussen veut dire en de daaropvolgende que-bijzin. cerveau betekent hier ‘hersenen’ in de Nederlandse vertaling, maar de Franse vorm is enkelvoud: le cerveau = ‘de hersenen’ als orgaan of ‘het brein’. Het meervoud is les cerveaux. Het Franse zelfstandig naamwoord heeft in deze zin geen zichtbaar lidwoord, omdat het voorafgegaan wordt door ton (‘jouw’). a besoin d' hoort bij de vaste constructie avoir besoin de = ‘nodig hebben’. a is de derde persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd; het onderwerp is ton cerveau. Voor een meervoudig onderwerp wordt dat bijvoorbeeld ont besoin de. Voor een klinker valt de in d' samen met het volgende woord: a besoin d'une ...; voor een medeklinker blijft de staan, zoals in a besoin de repos (‘heeft rust nodig’). pause betekent ‘pauze’. In d'une pause is une het onbepaalde vrouwelijke lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord pause; het drukt hier niet op zichzelf een afzonderlijk getal uit, maar maakt deel uit van de Franse naamwoordgroep. Voorbeeld: J'ai besoin d'une pause. = ‘Ik heb een pauze nodig.’ Samen opgebouwd: Ça veut généralement dire = ‘Dat betekent meestal’, gevolgd door que. De bijzin ton cerveau a besoin d'une pause betekent ‘je hersenen hebben een pauze nodig’: ton cerveau is het onderwerp, a besoin de geeft de behoefte aan, en d'une pause noemt wat nodig is. De volledige betekenis is dus: ‘Dat betekent meestal dat je hersenen een pauze nodig hebben.’

  6. Est-ce que je dois revoir le vocabulaire plus tard ?

    Moet ik later de woordenschat herhalen?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    je dois
    ik moet
    revoir
    opnieuw bekijken; herhalen
    vocabulaire
    woordenschat
    plus tard
    later
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin van een gewone ja/nee-vraag. Het maakt van de mededeling Je dois revoir le vocabulaire plus tard een vraag, zonder de woordvolgorde van het onderwerp en het werkwoord om te keren. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — “Kom je?” je dois komt van devoir, “moeten”. dois is de tegenwoordige tijd bij je; vergelijk tu dois en il/elle doit. Als deel van deze vraag betekent het letterlijk “ik moet”; door de vraagvorm krijgt het geheel de betekenis “moet ik?”. Hier gaat het om de vraag of het nodig is om later opnieuw te studeren. Devoir kan ook een verplichting uitdrukken, afhankelijk van de context. revoir betekent hier “opnieuw bekijken” of “herhalen”. In deze betekenis gaat het om eerder geleerde stof opnieuw doornemen, niet alleen om iemand opnieuw te zien. Bijvoorbeeld: Je dois revoir cette règle. — “Ik moet deze regel opnieuw doornemen.” vocabulaire is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor de woordenschat van een persoon, tekst of taal; daarom staat er hier le vocabulaire. Het woord verwijst naar de woorden als geheel, niet naar één afzonderlijk woord. Voor één woord gebruikt het Frans bijvoorbeeld un mot. plus tard betekent “later”, dus op een tijdstip na het huidige moment. Het staat hier bij revoir en geeft aan wanneer het opnieuw doornemen zou gebeuren. Het tijdscontrast is maintenant — “nu”. Bijvoorbeeld: Je le ferai plus tard. — “Ik doe het later.” Samen vormen de delen de vraag Est-ce que + je dois + revoir le vocabulaire + plus tard — “Moet ik later de woordenschat herhalen?” De vraag gaat dus over de noodzaak om de woordenschat op een later moment opnieuw door te nemen.

  7. Commence par les mots plus faciles quand tu reviens.

    Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.

    Commence par
    begin with
    les mots
    the words
    plus faciles
    easier
    quand
    when
    reviens
    come back
    Uitgebreide uitleg

    Commence par betekent hier “begin met”. Commence is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van commencer (“beginnen”). De gebiedende wijs gebruikt hier geen uitgesproken onderwerp: Commence ! = “Begin!” Met par geef je aan waarmee de handeling begint: Commence par ... = “Begin met ...”. Les mots betekent “de woorden”. Mot is het basiswoord voor “woord”; mots is het meervoud. Les is het bepaalde lidwoord voor meervoud. Samen verwijst deze woordgroep naar woorden, zonder op zichzelf te zeggen hoeveel woorden het zijn. Plus faciles betekent “makkelijkere”. Faciles is de meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord facile (“makkelijk”); de vorm sluit hier aan bij mots. Plus facile is de vergrotende trap (“makkelijker”), en plus faciles is daarvan de meervoudsvorm. De vergelijking wordt hier niet met een tweede expliciet genoemde groep aangevuld; de zin kiest de woorden die relatief gemakkelijker zijn. Quand betekent “wanneer” of “als” en leidt hier een tijdsbepaling in. Het verbindt de hoofdhandeling met het moment waarop die plaatsvindt, zonder zelf informatie te geven over de persoon die terugkomt. Reviens betekent hier “terugkomt”. Het is de tegenwoordige tijd van revenir bij tu (één aangesproken persoon): tu reviens. Dezelfde vorm kan in een andere context ook als gebiedende wijs worden gebruikt, maar na quand functioneert hij hier als werkwoord in een bijzin: “als je terugkomt”. Samen betekent Commence par les mots plus faciles “Begin met de makkelijkere woorden”. Quand tu reviens bepaalt wanneer dat moet gebeuren: “als je terugkomt”. De volledige zin is dus: “Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.”

  8. Je fermerai le cahier pendant que je me repose.

    Ik zal mijn notitieboek dichtdoen terwijl ik rust.

    fermerai
    zal dichtdoen
    cahier
    notitieboek
    pendant que
    terwijl
    me repose
    rust
    Uitgebreide uitleg

    fermerai betekent hier dat de spreker het dichtdoen in de toekomst zal uitvoeren. De vorm hoort bij het werkwoord fermer (dichtdoen/sluiten): je fermerai = “ik zal dichtdoen”. De uitgang -ai markeert hier de futur simple in de eerste persoon enkelvoud. Een bruikbaar contrast is je ferme = “ik doe dicht” (tegenwoordige tijd) tegenover je fermerai = “ik zal dichtdoen”. cahier is een schrift of notitieboek. Het is een zelfstandig naamwoord; in le cahier staat het met het bepaald lidwoord le. Dat lidwoord betekent niet op zichzelf “mijn”; de vaste Nederlandse vertaling maakt hier duidelijk dat het om het notitieboek van de spreker gaat. Een herbruikbaar voorbeeld is J'ouvre le cahier. — “Ik doe het notitieboek open.” pendant que leidt een gelijktijdige bijzin in: “terwijl”. Het verbindt de handeling van het dichtdoen met een andere handeling die op hetzelfde moment plaatsvindt. Een voorbeeld is Je lis pendant que tu écris. — “Ik lees terwijl jij schrijft.” me repose komt van het wederkerende werkwoord se reposer, “rusten”. me past bij de eerste persoon enkelvoud en verwijst hier naar de spreker; repose is de tegenwoordige tijd: je me repose = “ik rust”. Bij andere personen verandert het wederkerende voornaamwoord, bijvoorbeeld tu te reposes = “jij rust”. Samen betekent Je fermerai le cahier pendant que je me repose.: “Ik zal mijn notitieboek dichtdoen terwijl ik rust.” De hoofdzin gebruikt de futur simple voor het toekomstige dichtdoen; pendant que voegt de gelijktijdige bijzin je me repose toe.

  9. Alors, nous pourrons continuer plus calmement.

    Dan kunnen we rustiger verdergaan.

    Alors
    dan
    nous
    wij
    pourrons
    zullen kunnen
    continuer
    doorgaan
    plus calmement
    rustiger
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” in de zin van een gevolg: op basis van wat eraan voorafgaat, volgt deze mogelijkheid. Het kan in andere contexten ook “toen” of “nou” betekenen, maar die betekenissen passen hier niet bij de vaste vertaling. nous is het Franse persoonlijke voornaamwoord voor “wij”. Het is hier het onderwerp van de werkwoordsvorm pourrons; de vorm drukt dus een eerste persoon meervoud uit. pourrons komt van pouvoir (“kunnen”) en is de futur simple voor “wij”: nous pourrons = “we zullen kunnen”. De uitgang -ons hoort hier bij de eerste persoon meervoud; de stam is onregelmatig pourr-. Bijvoorbeeld: Nous pourrons partir demain. — “We zullen morgen kunnen vertrekken.” continuer is de infinitief van “doorgaan” of “voortzetten”. Na pourrons staat de infinitief zonder extra voorzetsel: pouvoir + infinitief betekent “kunnen + werkwoord”. Bijvoorbeeld: Je peux continuer. — “Ik kan doorgaan.” plus calmement betekent “rustiger”. calmement is een bijwoord, gevormd bij calme (“rustig”), en beschrijft hier hoe het doorgaan gebeurt. plus ... maakt de vergrotende trap: plus calmement = “rustiger”, letterlijk “meer rustig”. Een vergelijking kan worden aangevuld met que, bijvoorbeeld: Elle parle plus calmement que moi. — “Zij spreekt rustiger dan ik.” Samen vormen de delen: Alors (“dan”) + nous pourrons (“we zullen kunnen”) + continuer (“doorgaan”) + plus calmement (“rustiger”). De volledige betekenis is: “Dan kunnen we rustiger verdergaan.” De futurvorm maakt duidelijk dat dit doorgaan als een toekomstige mogelijkheid wordt voorgesteld.

Grammatica

depuis + tijdsduur met de tegenwoordige tijd

J'étudie depuis longtemps.

zjee-tuu-die de-pwie lon-tan.

Ik studeer al lang.

Frans gebruikt hier de tegenwoordige tijd voor een handeling die in het verleden begon en nog steeds voortduurt.

gebiedende wijs van een wederkerend werkwoord: werkwoord + -toi

Repose-toi maintenant.

re-pooz-twa mèn-te-nan.

Rust nu uit.

Bij een bevestigende opdracht komt het wederkerend voornaamwoord achter het werkwoord: repose-toi.

Frans woordenschat

ça voornaamwoord
sa dat
de côté uitdrukking
de ko-tee opzij
depuis voorzetsel
de-pwie sinds; al gedurende
difficile bijvoeglijk naamwoord
die-fee-seel moeilijk
étudier werkwoord
ee-tuu-djee studeren j'étudie
longtemps bijwoord
lon-tan lang
maintenant bijwoord
mèn-te-nan nu
mettre werkwoord
mètr leggen; zetten mets
moment zelfstandig naamwoord
mo-man moment
se concentrer werkwoord
se kon-san-tree zich concentreren me concentrer
se reposer werkwoord
se re-poo-zee uitrusten repose-toi
travail zelfstandig naamwoord
tra-vaj werk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik studeer al lange tijd.

Antwoord tonenJ'étudie depuis longtemps.

Leg je werk even opzij.

Antwoord tonenMets ton travail de côté.

Rust even uit.

Antwoord tonenRepose-toi un moment.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

werk

Antwoord tonentravail

leggen; zetten

Antwoord tonenmets

moment

Antwoord tonenmoment

moeilijk

Antwoord tonendifficile