Je
« Je » betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van « Je dois passer un petit coup de fil ». Je gebruikt deze vorm wanneer je over jezelf spreekt.
dois
« dois » drukt hier noodzaak uit: ‘moet’. Het is de vorm van devoir bij « Je » en staat vóór het werkwoord « passer ». Een nieuw voorbeeld is: « Je dois partir ».
passer
« passer » betekent hier ‘plegen’ in de vaste uitdrukking « passer un petit coup de fil »: een kort telefoontje plegen. De infinitief volgt hier op « dois ».
un
« un » betekent hier ‘een’ en introduceert het telefoontje in « un petit coup de fil ». Je gebruikt deze vorm vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
petit
« petit » betekent hier ‘kort’ in « un petit coup de fil », en beschrijft dus een telefoontje van korte duur. Een nieuw voorbeeld is: « un petit problème ».
coup de fil
« coup de fil » is hier de vaste Franse uitdrukking voor ‘telefoontje’. « coup » en « fil » krijgen samen deze betekenis in de uitdrukking, terwijl « de » de delen met elkaar verbindt. Een bruikbaar patroon is « passer un coup de fil à quelqu’un ».
Tu
« Tu » betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. Het is het onderwerp van « Tu peux aller dans le couloir ».
peux
« peux » betekent hier ‘kunt’ en drukt de mogelijkheid of toestemming uit om iets te doen. Het is de vorm van pouvoir bij « Tu » en wordt gevolgd door de infinitief « aller ». Een nieuw voorbeeld is: « Tu peux attendre ».
aller
« aller » betekent hier ‘gaan’ en volgt als infinitief op « peux ». In « aller dans le couloir » geeft het werkwoord de beweging naar de gang aan.
dans
« dans » betekent hier ‘in’ en geeft aan waar iemand naartoe gaat: « dans le couloir ». Je gebruikt « dans » vóór een plaats of ruimte.
le
« le » is hier het bepaalde lidwoord vóór « couloir » en komt in het Nederlands overeen met ‘de’. Het maakt van « couloir » de bedoelde gang.
couloir
« couloir » betekent hier ‘gang’ of ‘hal’. In « dans le couloir » verwijst het naar de ruimte waar iemand naartoe kan gaan voor privacy.
si
« si » betekent hier ‘als’ en introduceert de voorwaarde « si tu as besoin d’intimité ». Je gebruikt « si » vóór een voorwaardelijke bijzin.
as
« as » betekent hier ‘hebt’ in « tu as besoin d’intimité ». Het is de vorm van avoir bij « tu » en maakt samen met « besoin de » de uitdrukking voor ‘nodig hebben’.
besoin
« besoin » betekent hier ‘behoefte’ en maakt samen met « as » de betekenis ‘nodig hebben’: « tu as besoin d’intimité ». De uitdrukking wordt gebruikt vóór datgene wat iemand nodig heeft.
d’intimité
« d’intimité » betekent hier ‘privacy’ en is datgene waaraan iemand behoefte kan hebben. « d’ » is de verkorte vorm van « de » vóór de klinker in « intimité ». Het komt voor in « as besoin d’intimité ».
ne
« ne » is hier het eerste deel van de ontkenning in « Je ne veux pas déranger tout le monde ». Het krijgt samen met « pas » de betekenis ‘niet’.
veux
« veux » betekent hier ‘wil’ in « Je ne veux pas déranger tout le monde ». Het is de vorm van vouloir bij « Je » en wordt gevolgd door de infinitief « déranger ».
pas
« pas » voltooit hier de ontkenning met « ne »: « ne veux pas » betekent ‘wil niet’. Je gebruikt het in deze zin om te zeggen dat je niemand wilt storen.
déranger
« déranger » betekent hier ‘storen’ en staat als infinitief na « veux ». Het directe object is « tout le monde », dus de zin betekent dat de spreker niemand wil storen.
tout
In « tout le monde » geeft « tout » aan dat de hele groep wordt bedoeld. Samen met « monde » betekent de uitdrukking ‘iedereen’.
monde
In « tout le monde » verwijst « monde » hier naar de mensen die aanwezig zijn, niet naar de wereld als plaats. Samen met « tout » vormt het de vaste uitdrukking voor ‘iedereen’.
Ça
« Ça » betekent hier ‘het’ of ‘dat’ en verwijst naar de situatie daarbuiten. Het is het onderwerp van « Ça devrait être calme là-bas maintenant ».
devrait
« devrait » drukt hier een verwachting uit: ‘zou moeten’. Het is de vorm van devoir in deze voorzichtige uitspraak en wordt gevolgd door « être ».
être
« être » betekent hier ‘zijn’ en volgt als infinitief op « devrait ». In « être calme » verbindt het de situatie met de eigenschap ‘rustig’.
calme
« calme » betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de situatie daarbuiten. Het staat na « être » in « être calme ».
là-bas
« là-bas » betekent hier ‘daar’ of ‘daarbuiten’ en verwijst naar een plek die niet bij de huidige ruimte hoort. Het geeft in « Ça devrait être calme là-bas maintenant » de locatie van de verwachte rust aan.
maintenant
« maintenant » betekent hier ‘nu’ en verwijst naar het huidige moment. Het bepaalt wanneer het daar rustig zou moeten zijn.
reviendrai
« reviendrai » betekent hier ‘zal terugkomen’. Het is de vorm van revenir bij « Je » en drukt een aangekondigde toekomstige terugkeer uit. In « Je reviendrai avant le début de la réunion » wordt de terugkeer vóór een bepaald moment geplaatst.
avant
« avant » betekent hier ‘voor’ in de tijd: de spreker komt terug vóór het begin van de vergadering. Het wordt gevolgd door « le début de la réunion ».
début
« début » betekent hier ‘begin’ in « le début de la réunion ». Met « de la réunion » wordt aangegeven waarvan het begin is.
de
« de » verbindt in « le début de la réunion » het begin met de vergadering en betekent daar ‘van’. Het verbindt ook de delen in « coup de fil ».
réunion
« réunion » betekent hier ‘vergadering’. In « le début de la réunion » verwijst het naar de vergadering waarvan het begin als tijdstip wordt genoemd.
marche
In « Ça marche » betekent « marche » niet letterlijk ‘loopt’, maar maakt het deel uit van een vaste uitdrukking die ‘dat werkt’ of ‘akkoord’ betekent. Het is de vorm van marcher in deze uitdrukking.
On
« On » betekent hier ‘we’ en verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. In « On a encore assez de temps » is het het onderwerp van « a ».
a
« a » betekent hier ‘heeft’ in « On a encore assez de temps ». Het is de vorm van avoir bij « On » en drukt uit dat er nog voldoende tijd beschikbaar is.
encore
« encore » betekent hier ‘nog’ en geeft aan dat de tijd op dit moment nog beschikbaar is. Het staat in « encore assez de temps » vóór de hoeveelheid tijd.
assez
« assez » betekent hier ‘genoeg’ en geeft aan dat de beschikbare hoeveelheid tijd voldoende is. Het staat in de constructie « assez de temps ».
temps
« temps » betekent hier ‘tijd’ in « assez de temps ». Het verwijst naar de tijd die nog over is vóór de vergadering.
Garde
« Garde » is hier een verzoek: ‘bewaar’ of ‘houd vrij’. Het is de gebiedende vorm van garder en heeft « ma place » als object. Een nieuw voorbeeld is: « Garde ce document ».
ma
« ma » betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat « place » van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord « place ».
place
« place » betekent hier ‘plaats’ of ‘zitplaats’. In « Garde ma place » gaat het om de plek die de spreker tijdens het telefoontje wil behouden.
pendant
« pendant » geeft hier de tijdsduurrelatie aan in « pendant que je téléphone »: ‘terwijl ik bel’. Met « que » leidt het een bijzin in die gelijktijdig plaatsvindt.
que
In « pendant que je téléphone » leidt « que » de bijzin ‘terwijl ik bel’ in. Samen met « pendant » verbindt het de twee gelijktijdige handelingen.
téléphone
« téléphone » betekent hier ‘bel’ in « je téléphone ». Het is de werkwoordsvorm van téléphoner bij « je » en beschrijft de handeling die op dat moment plaatsvindt. Een veelgebruikt patroon is téléphoner à quelqu’un.
s’il te plaît
« s’il te plaît » is hier een beleefde uitdrukking voor ‘alsjeblieft’. Binnen de uitdrukking betekent « s’il » letterlijk ‘als het’, verwijst « te » naar de aangesprokene en verwijst « plaît » naar ‘bevalt’ of ‘pleziert’; samen vormt dit de beleefde vraag.
tes
« tes » betekent hier ‘jouw’ en staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord « notes ». Het geeft aan dat de aantekeningen van de aangesprokene zijn.
notes
« notes » betekent hier ‘aantekeningen’. In « Je garde tes notes ici » verwijst het naar de aantekeningen die de andere persoon op deze plek bewaart.
ici
« ici » betekent hier ‘hier’ en geeft de plek aan waar de aantekeningen worden bewaard. In « Je garde tes notes ici » verwijst het naar de huidige plaats.