Pouvez
In « Pouvez-vous recommander », betekent « Pouvez » dat u iets kunt of zou kunnen doen. Het is een vorm van pouvoir en staat hier vooraan in een beleefde vraag met omgekeerde woordvolgorde. Je gebruikt dezelfde constructie om iemand beleefd iets te vragen.
vous
In « Pouvez-vous recommander » verwijst « vous » naar de aangesproken persoon: u. Het is de beleefde aanspreekvorm voor één persoon of de vorm voor meerdere personen en staat hier na het werkwoord door de vraagconstructie. Je gebruikt « vous » wanneer je in een formele situatie iemand aanspreekt.
recommander
« Recommander » betekent hier iets aanbevelen, namelijk een boek. Het is een infinitief na « pouvez » in « Pouvez-vous recommander un livre ». Je gebruikt het met het aanbevolen voorwerp, zoals « recommander un livre » in deze dialoog, wanneer je om een suggestie vraagt of er een geeft.
un
In « un livre » betekent « un » een, zonder dat het om een specifiek eerder genoemd boek gaat. Het is het enkelvoudige onbepaalde lidwoord vóór « livre ». Je gebruikt « un » vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één niet nader bepaald ding noemt.
livre
« Livre » betekent hier boek, in de woordgroep « un livre pour les apprenants en langues ». Het zelfstandig naamwoord staat na het lidwoord « un ». Je kunt « livre » gebruiken voor een boek dat je wilt aanbevelen, lenen of lezen.
pour
In « un livre pour les apprenants en langues » geeft « pour » aan voor wie het boek bedoeld is: voor taalleerders. Het verbindt « un livre » met de doelgroep. Je gebruikt « pour » vóór een persoon of groep waarvoor iets bestemd is.
les
In « les apprenants en langues » betekent « les » de en verwijst het naar taalleerders als een bepaalde meervoudige groep. Het staat vóór « apprenants ». Je gebruikt « les » vóór een meervoudige groep wanneer je die groep als geheel bedoelt.
apprenants
« Apprenants » betekent hier leerders, in « les apprenants en langues » dus mensen die talen leren. De vorm staat in het meervoud na « les ». Je gebruikt het met een aanduiding van wat iemand leert, zoals « apprenants en langues ».
en
In « les apprenants en langues » verbindt « en » de leerders met het gebied waarin ze leren: talen. Het betekent hier niet eenvoudigweg een zelfstandige plaatsaanduiding, maar maakt deel uit van de aanduiding voor taalleerders. Je gebruikt « en » in deze woordgroep vóór « langues ».
langues
« Langues » betekent talen in « les apprenants en langues ». Het is het meervoud van langue en staat na « en ». Je gebruikt het hier om te zeggen op welk leergebied de apprenants gericht zijn.
Cherchez
In « Cherchez-vous des histoires faciles » betekent « Cherchez » zoekt u. Het is een vorm van chercher in een beleefde vraag met « vous » erachter. Je gebruikt deze vraagvorm om te vragen waar iemand naar op zoek is.
des
In « des histoires faciles » is « des » een onbepaald meervoudig lidwoord vóór « histoires ». Het introduceert enkele verhalen zonder ze eerder specifiek te hebben genoemd. Je gebruikt « des » vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je een niet-bepaalde hoeveelheid bedoelt.
histoires
« Histoires » betekent verhalen in « des histoires faciles ». Het zelfstandig naamwoord staat in het meervoud en wordt nader beschreven door « faciles ». Je gebruikt « histoires » voor de korte verhalen waarnaar de bibliotheekmedewerker vraagt.
faciles
In « des histoires faciles » betekent « faciles » makkelijk. De vorm beschrijft « histoires » en past zich daaraan aan in het meervoud. Je gebruikt het hier om verhalen te typeren die voor de taalleerder niet moeilijk zijn.
ou
« Ou » betekent of en verbindt in « des histoires faciles ou de courts articles » twee keuzemogelijkheden. Het geeft aan dat de aangesproken persoon één van beide soorten teksten kan zoeken. Je gebruikt « ou » om alternatieven naast elkaar te zetten.
de
In « de courts articles » maakt « de » deel uit van de meervoudige woordgroep en betekent het niet zelfstandig van. Voor een meervoudig zelfstandig naamwoord met het ervoor geplaatste bijvoeglijk naamwoord « courts » staat hier « de » in plaats van « des ». Je gebruikt deze vorm in dezelfde structuur vóór een bijvoeglijk naamwoord en een meervoudig zelfstandig naamwoord.
courts
In « de courts articles » betekent « courts » korte. De vorm beschrijft de meervoudige « articles ». Je gebruikt het hier om artikelen aan te duiden die weinig lengte hebben.
articles
« Articles » betekent artikelen in « de courts articles ». Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord na « courts ». Je gebruikt « articles » hier voor korte leesteksten als alternatief voor verhalen.
Je
« Je » betekent ik in « Je veux de courtes histoires ». Het is het onderwerp van de zin en geeft aan wie de wens heeft. Je gebruikt « Je » vóór een werkwoord om over jezelf te spreken.
veux
In « Je veux de courtes histoires » betekent « veux » wil. Het is de vorm van vouloir die bij « je » hoort en wordt gevolgd door datgene wat je wilt. Je gebruikt « Je veux » om een wens of voorkeur uit te drukken.
courtes
In « de courtes histoires » betekent « courtes » korte. De vorm beschrijft « histoires » en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het hier om verhalen met weinig lengte te vragen.
avec
« Avec » betekent met in « avec des mots simples ». Het geeft aan welke eigenschap de verhalen hebben: ze bevatten eenvoudige woorden. Je gebruikt « avec » om iets te verbinden met wat erbij hoort of erin voorkomt.
mots
« Mots » betekent woorden in « des mots simples ». Het is het meervoud van mot en wordt beschreven door « simples ». Je gebruikt « mots » hier om het taalniveau van de verhalen te specificeren.
simples
In « des mots simples » betekent « simples » eenvoudige. Het beschrijft de woorden in de verhalen en staat na « mots ». Je gebruikt het hier om aan te geven dat de woordenschat gemakkelijk te begrijpen is.
Ce
In « Ce livre contient » betekent « Ce » dit en wijst het naar het boek waarover de medewerker spreekt. Het staat direct vóór « livre ». Je gebruikt « Ce » vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om naar een specifiek voorwerp te wijzen.
contient
In « Ce livre contient des histoires » betekent « contient » bevat. Het is een vorm van contenir met « Ce livre » als onderwerp. Je gebruikt het met wat ergens in zit, zoals « contient des histoires ».
à
In « faciles à comprendre » maakt « à » deel uit van de constructie die betekent dat iets gemakkelijk te begrijpen is. Het verbindt « faciles » met de infinitief « comprendre ». Je gebruikt deze structuur om te zeggen dat iets gemakkelijk of moeilijk is om te doen of te begrijpen.
comprendre
In « faciles à comprendre » betekent « comprendre » begrijpen. Het is een infinitief die samen met « à » de eigenschap van de verhalen uitdrukt. Je gebruikt het hier om te zeggen dat de inhoud van de verhalen begrijpelijk is.
et
« Et » betekent en en verbindt in « des histoires faciles à comprendre et des images utiles » twee dingen die het boek bevat. Het koppelt de verhalen aan de afbeeldingen. Je gebruikt « et » om gelijkwaardige informatie toe te voegen.
images
« Images » betekent afbeeldingen in « des images utiles ». Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord dat naast de verhalen wordt genoemd. Je gebruikt « images » hier voor visueel materiaal dat de taalleerder kan helpen.
utiles
In « des images utiles » betekent « utiles » nuttige of handige. Het beschrijft « images » en geeft aan dat de afbeeldingen de lezer helpen. Je gebruikt het hier om het praktische nut van iets aan te geven.
Est
In « Est-ce que je peux l'emporter » is « Est » het eerste onderdeel van de vaste vraagconstructie « Est-ce que ». Samen maakt die constructie van de mededeling een vraag; « Est » betekent hier dus niet op zichzelf gewoon is. Je gebruikt « Est-ce que » vóór een zin wanneer je een directe vraag wilt vormen.
que
In « Est-ce que je peux l'emporter » is « que » het tweede onderdeel van de vaste vraagconstructie « Est-ce que ». Het draagt samen met « Est-ce » bij aan de vraagvorm en moet hier niet los als dat worden vertaald. Je gebruikt de volledige constructie vóór de rest van de vraag.
peux
In « je peux l'emporter » betekent « peux » kan. Het is een vorm van pouvoir die bij « je » hoort en wordt gevolgd door de infinitief « l'emporter ». Je gebruikt « je peux » om te vragen of te zeggen dat je iets mag of kunt doen.
l'emporter
« L'emporter » betekent het meenemen, waarbij « l' » naar het boek verwijst. Het staat na « peux » in « je peux l'emporter » en vormt samen met dat werkwoord de handeling die de spreker wil uitvoeren. Je gebruikt deze vorm wanneer je een voorwerp van de huidige plaats naar een andere plaats meeneemt.
chez
In « chez moi » verwijst « chez » naar de plaats bij of thuis van een persoon. Samen met « moi » betekent « chez moi » bij mij thuis; in deze zin gaat het om het boek mee naar huis nemen. Je gebruikt « chez » vóór een persoon om diens huis of gebruikelijke plaats aan te duiden.
moi
In « chez moi » betekent « moi » mij en verwijst het naar de spreker. Na « chez » vormt het de uitdrukking voor bij mij thuis. Je gebruikt deze beklemtoonde vorm na « chez » om naar je eigen huis of plaats te verwijzen.
aujourd'hui
« Aujourd'hui » betekent vandaag en geeft in « l'emporter chez moi aujourd'hui » aan wanneer de handeling plaatsvindt. Het verduidelijkt dat het boek nog op dezelfde dag mee naar huis zou gaan. Je gebruikt het om een handeling aan de huidige dag te koppelen.
Montrez
In « Montrez votre carte de bibliothèque » betekent « Montrez » toon of laat zien. Het is een beleefde opdracht of instructie aan iemand die met « vous » wordt aangesproken. Je gebruikt het met het voorwerp dat iemand moet tonen, zoals « votre carte ».
votre
In « votre carte de bibliothèque » betekent « votre » uw en geeft het aan dat de kaart van de aangesproken persoon is. Het staat vóór « carte ». Je gebruikt « votre » in een formele aanspreekvorm voor iets dat bij één of meer aangesproken personen hoort.
carte
« Carte » betekent kaart in « votre carte de bibliothèque ». In deze context gaat het om de kaart waarmee de bezoeker zich bij de bibliotheek meldt. Je gebruikt « carte » met een nadere bepaling wanneer je om een specifiek type kaart spreekt.
bibliothèque
« Bibliothèque » betekent bibliotheek in « carte de bibliothèque ». Het bepaalt welk soort kaart wordt bedoeld. Je gebruikt het hier in een woordgroep voor een kaart die bij de bibliotheek hoort.
au
In « au comptoir » betekent « au » bij het of aan het. Het is de samengevoegde vorm van à en le vóór « comptoir ». Je gebruikt « au » om een plaats of bestemming met een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord aan te duiden.
comptoir
« Comptoir » betekent balie in « au comptoir ». Het is de plaats waar de bezoeker de bibliotheekkaart moet laten zien. Je gebruikt het hier voor de balie van een bibliotheek waar de uitlening wordt geregeld.
vais
In « Je vais l'emprunter maintenant » betekent « vais » ga, maar samen met de infinitief drukt « vais l'emprunter » uit dat ik het ga lenen. Het is een vorm van aller die hier de nabije toekomst vormt. Je gebruikt « je vais » vóór een infinitief om te zeggen wat je binnenkort gaat doen.
l'emprunter
In « Je vais l'emprunter » betekent « l'emprunter » het lenen, waarbij « l' » naar het boek verwijst. De infinitief staat na « vais » in de constructie voor wat de spreker gaat doen. Je gebruikt het met een voorwerp dat je tijdelijk van iemand of een instelling meekrijgt.
maintenant
« Maintenant » betekent nu in « Je vais l'emprunter maintenant ». Het geeft aan dat het lenen onmiddellijk of op dit moment zal gebeuren. Je gebruikt het om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
Revenez
In « Revenez pour une autre recommandation » betekent « Revenez » kom terug. Het is een beleefde opdracht of uitnodiging aan iemand die met « vous » wordt aangesproken. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt later opnieuw naar dezelfde plaats of persoon te komen.
une
In « une autre recommandation » betekent « une » een en introduceert het één niet eerder genoemde aanbeveling. Het is het vrouwelijke enkelvoudige onbepaalde lidwoord vóór « recommandation ». Je gebruikt « une » vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om één niet-bepaald ding gaat.
autre
In « une autre recommandation » betekent « autre » andere en geeft het aan dat de aanbeveling verschilt van de eerdere. Het staat vóór « recommandation ». Je gebruikt « autre » om naar een extra of verschillende mogelijkheid te verwijzen.
recommandation
« Recommandation » betekent aanbeveling in « une autre recommandation ». Het verwijst hier naar een nieuw boekadvies nadat de bezoeker het huidige boek heeft uitgelezen. Je gebruikt het met « une » of een ander bepalend woord wanneer je over een aanbeveling spreekt.
après
In « après avoir fini ce livre » betekent « après » na en geeft het aan dat de terugkeer later plaatsvindt dan het uitlezen van het boek. Het staat hier vóór de constructie « avoir fini ». Je gebruikt « après » om een handeling of moment in een latere volgorde te plaatsen.
avoir
In « après avoir fini ce livre » is « avoir » de infinitief die samen met « fini » de voltooide handeling vóór de terugkeer uitdrukt. Het betekent hier niet zelfstandig hebben, maar is onderdeel van de constructie na « après ». Je gebruikt « après avoir » vóór een voltooid deelwoord om te verwijzen naar iets dat eerst is gebeurd.
fini
In « après avoir fini ce livre » betekent « fini » afgemaakt of voltooid; door de context gaat het om het boek uitlezen. Het staat na « avoir » in de constructie voor een handeling die al voltooid is voordat de persoon terugkomt. Je gebruikt deze vorm hier om aan te geven dat het lezen eerst klaar moet zijn.