Je
‘Je’ betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp in ‘Je voudrais réserver’. Gebruik ‘Je’ vóór een werkwoord om de spreker aan te duiden, bijvoorbeeld in ‘Je vais vérifier’.
voudrais
‘voudrais’ drukt hier een beleefde wens uit: ‘zou graag willen’. Het is een vorm van ‘vouloir’ en staat in het patroon ‘Je voudrais’ + infinitief, zoals ‘Je voudrais réserver’.
réserver
‘réserver’ betekent hier ‘reserveren’ en benoemt de handeling die de spreker wil uitvoeren. Na ‘Je voudrais’ gebruik je een infinitief: ‘Je voudrais réserver’.
une
‘une’ is hier het onbepaalde lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord ‘salle’: ‘een zaal of ruimte’. Aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als ‘Une’; gebruik ‘une’ vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
salle
‘salle’ betekent hier ‘ruimte’ of ‘zaal’, in ‘une salle d'étude’. De meervoudsvorm ‘salles’ staat verderop in ‘quelles salles’; gebruik ‘salle’ of ‘salles’ voor een enkele of meerdere ruimtes.
d'étude
‘d'étude’ geeft in ‘salle d'étude’ aan waarvoor de ruimte dient: een studeerruimte. De apostrof in ‘d'étude’ komt doordat ‘de’ voor de klinker in ‘étude’ wordt verkort; gebruik de volledige combinatie ‘salle d'étude’ voor dit soort ruimte.
vais
‘vais’ geeft in ‘Je vais vérifier’ aan dat de spreker iets gaat doen, namelijk controleren. Het is een vorm van ‘aller’; gebruik ‘aller’ + infinitief, zoals ‘Je vais vérifier’.
vérifier
‘vérifier’ betekent hier ‘controleren’ of ‘nakijken’. Het staat na ‘Je vais’ en kan gevolgd worden door wat je controleert, zoals ‘vérifier quelles salles sont ouvertes’.
quelles
‘quelles’ betekent hier ‘welke’ en hoort bij het vrouwelijke meervoud ‘salles’ in ‘quelles salles’. Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van ‘quel’; gebruik ‘quelles’ vóór een vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord.
salles
‘salles’ betekent hier ‘ruimtes’ of ‘zalen’ en is de meervoudsvorm van ‘salle’. In ‘quelles salles sont ouvertes’ is het het onderwerp van de beschrijving; gebruik ‘salles’ voor meerdere ruimtes.
sont
‘sont’ betekent hier ‘zijn’ in ‘les salles sont ouvertes’. Het is een vorm van ‘être’ bij een meervoudig onderwerp; gebruik ‘sont’ met een meervoudig onderwerp en een beschrijving.
ouvertes
‘ouvertes’ betekent hier ‘open’ en beschrijft de ‘salles’. Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van ‘ouvert’; in ‘salles sont ouvertes’ sluit de vorm aan bij het vrouwelijke meervoud.
aujourd'hui
‘aujourd'hui’ betekent ‘vandaag’ en geeft aan wanneer de ruimtes open zijn: ‘sont ouvertes aujourd'hui’. Gebruik ‘aujourd'hui’ om de huidige dag aan te duiden, meestal bij of aan het einde van de zin.
J'ai
‘J'ai’ betekent hier ‘ik heb’ in de uitdrukking ‘J'ai besoin de’. Het bestaat uit ‘je’ en de vorm ‘ai’ van ‘avoir’; gebruik ‘J'ai besoin de’ om een behoefte uit te drukken.
besoin
‘besoin’ geeft in ‘J'ai besoin de’ aan dat iemand iets nodig heeft. De volledige uitdrukking betekent ‘nodig hebben’; gebruik ‘J'ai besoin de’ vóór een zelfstandig naamwoord of een andere aanvulling.
d'un
‘d'un’ introduceert in ‘J'ai besoin d'un endroit’ wat iemand nodig heeft: ‘een plek’. Het is de combinatie van ‘de’ en ‘un’; gebruik na ‘besoin’ het patroon ‘besoin de’ + lidwoord + zelfstandig naamwoord.
endroit
‘endroit’ betekent hier ‘plek’ of ‘plaats’ in ‘un endroit calme’. Gebruik ‘un endroit’ voor een plek en plaats er bijvoorbeeld een beschrijving achter, zoals ‘calme’.
calme
‘calme’ betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de plek in ‘un endroit calme’. Gebruik ‘calme’ na het zelfstandig naamwoord om een plek of andere zaak te karakteriseren.
pour
‘pour’ leidt hier het doel in: ‘pour étudier’ betekent ‘om te studeren’. Gebruik ‘pour’ + infinitief om uit te leggen waarvoor iemand iets doet.
étudier
‘étudier’ betekent ‘studeren’ en staat na ‘pour’ in ‘pour étudier’. Het patroon ‘pour’ + infinitief geeft het doel van een handeling aan.
avec
‘avec’ betekent ‘met’ en introduceert in ‘avec un camarade de classe’ de persoon met wie iemand studeert. Gebruik ‘avec’ vóór een persoon of groep waarmee je iets doet.
un
‘un’ is hier het onbepaalde lidwoord bij ‘camarade’: ‘een klasgenoot’. Gebruik ‘un’ vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in ‘un camarade de classe’.
camarade
‘camarade’ betekent hier ‘klasgenoot’ door de combinatie ‘camarade de classe’. Gebruik ‘camarade de classe’ wanneer je iemand uit dezelfde klas bedoelt.
de
‘de’ verbindt in ‘camarade de classe’ de persoon met de groep waartoe die behoort. In dit patroon geeft ‘de’ een relatie aan: een klasgenoot van een bepaalde klas.
classe
‘classe’ betekent hier ‘klas’ in ‘camarade de classe’. Gebruik ‘de classe’ na een zelfstandig naamwoord wanneer je de relatie met een klas wilt aangeven.
petite
‘petite’ betekent hier ‘kleine’ en beschrijft ‘salle’ in ‘Une petite salle’. Het is de vrouwelijke vorm van ‘petit’; gebruik ‘petite’ vóór of bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
est
‘est’ betekent hier ‘is’ in ‘Une petite salle est libre’. Het is een vorm van ‘être’ bij het enkelvoudige onderwerp ‘salle’; gebruik ‘est’ om een enkelvoudig onderwerp te beschrijven.
libre
‘libre’ betekent hier ‘vrij’ in de betekenis dat de ruimte beschikbaar is. In ‘Une petite salle est libre’ volgt het op ‘est’; gebruik ‘est libre’ om te zeggen dat iets beschikbaar is.
cet
‘cet’ betekent hier ‘deze’ in ‘cet après-midi’. Het is een mannelijke enkelvoudige aanwijzende vorm die vóór een klinkerklank wordt gebruikt; gebruik ‘cet’ vóór een passend enkelvoudig zelfstandig naamwoord met zo’n begin.
après-midi
‘après-midi’ betekent ‘middag’; in ‘cet après-midi’ betekent het ‘vanmiddag’. Gebruik de vaste combinatie ‘cet après-midi’ om naar deze middag te verwijzen.
Est-ce que
‘Est-ce que’ leidt hier de ja-neevraag ‘Est-ce que je peux la réserver’ in. ‘Est-ce’ vormt de vraaginleiding en ‘que’ verbindt die met de rest van de zin; samen maakt de uitdrukking een vraag zonder de gewone woordvolgorde te veranderen.
peux
‘peux’ betekent hier ‘kan’ of ‘mag’ in ‘je peux la réserver’. Het is een vorm van ‘pouvoir’; gebruik ‘je peux’ + infinitief om naar mogelijkheid of toestemming te vragen.
la
‘la’ verwijst hier naar de vrouwelijke ‘salle’ in ‘la réserver’ en betekent ‘haar’ of ‘het’ als lijdend voorwerp. Het voornaamwoord staat vóór de infinitief; gebruik hier het patroon ‘je peux la réserver’.
au
‘au’ betekent hier ‘bij het’ of ‘aan het’ in ‘au comptoir d'accueil’. Het is de combinatie van ‘à’ en ‘le’; gebruik ‘au’ vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
comptoir
‘comptoir’ betekent hier ‘balie’ in ‘au comptoir d'accueil’. Het verwijst naar de plek waar je de reservering regelt; gebruik ‘comptoir d'accueil’ voor een ontvangst- of servicebalie.
d'accueil
‘d'accueil’ specificeert in ‘comptoir d'accueil’ dat het om een ontvangst- of servicebalie gaat. De apostrof ontstaat doordat ‘de’ vóór de klinker in ‘accueil’ wordt verkort; gebruik de volledige combinatie ‘comptoir d'accueil’.
Remplissez
‘Remplissez’ betekent hier ‘vult u in’ en is een beleefde instructie om het formulier in te vullen. Het is een vorm van ‘remplir’; gebruik ‘Remplissez’ + het document of formulier dat moet worden ingevuld.
le
‘le’ is hier het bepaalde lidwoord bij ‘formulaire’: ‘het formulier’. Gebruik ‘le’ vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in ‘le formulaire de demande’.
formulaire
‘formulaire’ betekent hier ‘formulier’ in ‘le formulaire de demande’. Gebruik ‘formulaire de demande’ voor een formulier waarmee iemand een aanvraag of verzoek indient.
demande
‘demande’ betekent hier ‘aanvraag’ of ‘verzoek’ en bepaalt in ‘formulaire de demande’ welk soort formulier het is. Gebruik het patroon ‘formulaire de demande’ voor een aanvraagformulier.
ici
‘ici’ betekent ‘hier’ en geeft de plaats aan waar het formulier moet worden ingevuld: ‘Remplissez le formulaire de demande ici’. Gebruik ‘ici’ om naar de plaats van de spreker of de aangewezen plek te verwijzen.
s'il vous plaît
‘s'il vous plaît’ betekent als geheel ‘alstublieft’ en maakt de instructie beleefd. ‘s'il’ is de verkorte vorm van ‘si il’, ‘vous’ verwijst naar de aangesprokene in een beleefde of meervoudige aanspreekvorm en ‘plaît’ is een vorm van ‘plaire’; samen vormen ze de vaste beleefde uitdrukking.
rends
‘rends’ betekent hier ‘breng terug’ of ‘geef terug’ in ‘je rends la clé’. Het is een vorm van ‘rendre’; gebruik ‘rendre’ + voorwerp en voeg zo nodig ‘à’ + ontvanger of plaats toe.
clé
‘clé’ betekent ‘sleutel’ en is in ‘je rends la clé’ het voorwerp dat wordt teruggebracht. Gebruik ‘la clé’ voor de sleutel en ‘rendre la clé’ om het teruggeven ervan te beschrijven.
à
‘à’ geeft hier de bestemming of plaats van het terugbrengen aan in ‘à ce comptoir’. Gebruik ‘à’ vóór een persoon of plaats waar iets naartoe gaat of wordt teruggebracht.
ce
‘ce’ betekent hier ‘deze’ in ‘ce comptoir’. Het is een mannelijke enkelvoudige aanwijzende vorm die vóór een medeklinkerklank wordt gebruikt; gebruik ‘ce’ vóór een passend mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
Rapportez-la
‘Rapportez-la’ betekent hier ‘breng haar of het terug’ en verwijst naar ‘la clé’. ‘Rapportez’ is een bevelsvorm van ‘rapporter’ en ‘la’ is het lijdend voorwerp dat met een koppelteken wordt toegevoegd; gebruik de vorm vóór een tijdsbepaling zoals ‘avant la fermeture’.
avant
‘avant’ betekent ‘vóór’ en geeft in ‘avant la fermeture’ aan dat de sleutel eerder moet worden teruggebracht dan het sluiten. Gebruik ‘avant’ + een tijdstip, gebeurtenis of zelfstandig naamwoord.
fermeture
‘fermeture’ betekent hier ‘sluiting’ in ‘avant la fermeture’, dus vóór het sluiten van de bibliotheek. Gebruik ‘la fermeture’ wanneer je naar het moment of de gebeurtenis van het sluiten verwijst.