Een rustige plek in de bibliotheek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a library, one person asks for a quiet work area and learns where silent study and phone calls are allowed..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een rustige plek in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Y a-t-il un endroit calme où je peux travailler ?

jaa-tiel uh(n) an-droa kal oe zje pö tra-va-jee Is er een rustige plek waar ik kan werken?
B

À l'étage, à gauche, il y a des bureaux pour étudier au calme.

aa lee-taazj, aa goosj, iel ja dee bü-roo poor ee-tü-djee oo kalm Boven aan de linkerkant staan bureaus om rustig te studeren.
A

Est-ce que je peux y passer un bref appel ?

ess-kuh zje pö ie pa-see uh(n) bref a-pèl Kan ik daar even bellen?
B

Ces bureaux sont seulement pour étudier en silence.

see bü-roo soh(n) seul-uh-ma(n) poer ee-tü-djee ah(n) see-lah(n)s Die bureaus zijn alleen om in stilte te studeren.
A

Alors, je vais téléphoner ailleurs.

ah-lor zje vè tee-lee-fo-nee ah-jeur Dan ga ik ergens anders bellen.
B

Le hall est mieux pour téléphoner.

luh al è mjeu poer tee-lee-fo-nee De hal is beter om te bellen.
A

Un bureau à l'étage, ça me va.

uh(n) bü-roo aa lee-taazj, saa muh va Een bureau boven is prima voor mij.
B

L'après-midi, c'est généralement calme.

lap-rè-mie-die, sè zjee-nee-raa-luh-ma(n) kalm In de middag is het er meestal rustig.

Woord voor woord

Y In Y a-t-il betekent Y hier ‘er’ in een vraag naar het bestaan van iets. Samen met a-t-il vormt het de vraagstructuur waarmee je naar een aanwezige plek of zaak vraagt, zoals in Y a-t-il un endroit calme ?
a-t-il In Y a-t-il geeft a-t-il hier samen met Y de betekenis ‘is er’ in de vraag. Deze vraagstructuur gebruik je om te vragen of iets op een bepaalde plaats aanwezig is, zoals in Y a-t-il un endroit calme ?
un In un endroit en Un bureau betekent un ‘een’ en introduceert het een niet nader bepaalde plek of een niet nader bepaald bureau. Je gebruikt un vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in un endroit calme en Un bureau à l'étage, bijvoorbeeld wanneer je naar één mogelijke plek verwijst.
endroit In un endroit calme betekent endroit ‘plek’ of ‘ruimte’, dus een plaats waar de spreker kan werken. Samen met een beschrijving vormt het een concrete locatie, zoals in un endroit calme; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je in een gebouw naar een geschikte plek vraagt.
calme In un endroit calme beschrijft calme de plek als rustig en stil genoeg om te werken. Hetzelfde woord komt in c'est généralement calme voor als beschrijving van een rustige situatie; je gebruikt het bijvoorbeeld om de sfeer of geluidsomgeving van een plaats te beschrijven.
In où je peux travailler betekent où ‘waar’ en het leidt de informatie in over de plaats waar de spreker kan werken. De combinatie un endroit où je peux travailler koppelt een plek aan een activiteit; je gebruikt zo’n combinatie wanneer je vraagt welke plaats geschikt is voor iets.
je In je peux travailler betekent je ‘ik’ en verwijst het naar de persoon die spreekt. Het staat hier vóór peux om aan te geven wie kan werken; je gebruikt je wanneer je over je eigen mogelijkheid of handeling spreekt.
peux In je peux travailler drukt peux uit dat de spreker kan werken of daartoe in staat is. De vorm hoort bij je; de citatievorm is pouvoir. De combinatie je peux travailler gebruik je om je eigen mogelijkheid in een bepaalde situatie te beschrijven.
travailler In je peux travailler betekent travailler ‘werken’ en benoemt het de activiteit die de spreker wil uitvoeren. Na peux staat hier travailler als werkwoord voor de handeling; je gebruikt de combinatie je peux travailler bijvoorbeeld wanneer je wilt zeggen dat je ergens kunt werken.
À In À l'étage en à gauche geeft À samen met de daaropvolgende plaatsaanduiding een locatie aan: op de verdieping en links. Je gebruikt deze vorm om iemand in een gebouw de weg of een plaats te wijzen, zoals in À l'étage, à gauche.
l'étage In À l'étage betekent l'étage ‘de verdieping’ en verwijst het hier naar de bovenverdieping. Samen met À vormt het de plaatsaanduiding À l'étage; je gebruikt die bijvoorbeeld om te zeggen waar bureaus zich bevinden.
gauche In à gauche betekent gauche ‘links’ en geeft het aan aan welke kant de plek zich bevindt. De combinatie à gauche gebruik je als richting of locatie, zoals in À l'étage, à gauche, wanneer je iemand aanwijzingen geeft.
il In il y a is il onderdeel van de uitdrukking waarmee je aangeeft dat iets aanwezig is of bestaat. In il y a des bureaux betekent de hele uitdrukking ‘er zijn bureaus’; je gebruikt deze constructie bijvoorbeeld om beschikbare plaatsen of voorwerpen te noemen.
a In il y a is a onderdeel van de uitdrukking il y a, die hier ‘er zijn’ betekent. Je gebruikt il y a des bureaux om aan te geven dat er bureaus aanwezig zijn; a betekent in deze uitdrukking niet afzonderlijk ‘heeft’.
des In des bureaux duidt des op meerdere, niet nader bepaalde bureaus. Het staat hier vóór bureaux om deze bureaus als aanwezige mogelijkheden te introduceren; je gebruikt des zo vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je niet naar specifieke exemplaren verwijst.
bureaux In des bureaux betekent bureaux ‘bureaus’ en verwijst het naar de werktafels in de bibliotheek. Bureaux is de meervoudsvorm van bureau, dat later voorkomt in Un bureau à l'étage. Je gebruikt het hier om meerdere beschikbare werkplekken te noemen.
pour In pour étudier betekent pour ‘om te’ en geeft het aan waarvoor de bureaus bedoeld zijn. Het verbindt de bureaus met het doel étudier, zoals in des bureaux pour étudier; je gebruikt deze combinatie om het doel van een plaats of voorwerp aan te geven.
étudier In pour étudier betekent étudier ‘studeren’ en benoemt het de activiteit waarvoor de bureaus bedoeld zijn. Het staat hier na pour in pour étudier; je gebruikt die combinatie bijvoorbeeld om te zeggen waarvoor een ruimte of plek geschikt is.
au In au calme is au de samengevoegde vorm van à en le. Samen met calme vormt het de uitdrukking au calme, die hier ‘in alle rust’ of ‘rustig’ betekent; je gebruikt bijvoorbeeld étudier au calme om rustig studeren te beschrijven.
Est-ce In Est-ce que je peux y passer un bref appel? is Est-ce het eerste deel van een neutrale vraagopener. Samen met que leidt het de vraag in of de spreker iets mag doen; je gebruikt de volledige structuur Est-ce que je peux y passer un bref appel? om toestemming te vragen.
que In Est-ce que je peux y passer un bref appel? is que het tweede deel van de vraagopener Est-ce que. Het verbindt deze vraagopener met de eigenlijke vraag; je gebruikt de volledige structuur om een directe, neutrale vraag te formuleren.
passer In passer un bref appel betekent passer hier ‘een gesprek voeren’ of ‘een telefoontje plegen’. De betekenis ontstaat in de combinatie passer un bref appel, niet uit passer alleen; je gebruikt deze combinatie wanneer je vraagt of je kort kunt bellen.
bref In un bref appel beschrijft bref het telefoongesprek als kort of beknopt. Het staat direct bij appel in de combinatie un bref appel; je gebruikt dit wanneer je de korte duur of beperkte omvang van een telefoontje wilt aangeven.
appel In un bref appel betekent appel ‘telefoontje’ of ‘gesprek’. Samen met passer vormt het de uitdrukking passer un bref appel, waarmee je een telefoontje plegen bedoelt; je gebruikt die combinatie bijvoorbeeld wanneer je toestemming vraagt om kort te bellen.
Ces In Ces bureaux verwijst Ces naar de eerder genoemde bureaus en betekent het ‘deze’ of ‘die’ bureaus. Het staat vóór bureaux om aan te geven over welke werkplekken de spreker spreekt; je gebruikt Ces bureaux wanneer je naar die specifieke bureaus verwijst.
sont In Ces bureaux sont seulement pour étudier en silence betekent sont ‘zijn’ en verbindt het de bureaus met hun toegestane doel. De citatievorm is être. Je gebruikt Ces bureaux sont ... om iets over deze bureaus te beschrijven, zoals hun gebruiksregel.
seulement In sont seulement pour étudier en silence beperkt seulement het doel van de bureaus tot studeren in stilte. Het maakt duidelijk dat bellen daar niet bij hoort; je gebruikt seulement om een regel of beperking aan te geven, zoals in Ces bureaux sont seulement pour étudier en silence.
en In en silence geeft en samen met silence de manier aan waarop iets gebeurt: in stilte. De combinatie en silence beschrijft hier hoe je moet studeren; je gebruikt haar bijvoorbeeld om aan te geven dat een activiteit zonder geluid plaatsvindt.
silence In en silence betekent silence ‘stilte’. Samen met en vormt het de uitdrukking en silence, die hier aangeeft dat het studeren stil moet gebeuren; je gebruikt deze uitdrukking wanneer stilte tijdens een activiteit belangrijk is.
Alors In Alors, je vais téléphoner ailleurs geeft Alors een gevolgtrekking aan: ‘dan’ of ‘dus’. De spreker reageert ermee op de regel over stilte en kondigt daarna een andere keuze aan; je gebruikt Alors aan het begin van een antwoord wanneer nieuwe informatie tot een beslissing leidt.
vais In je vais téléphoner drukt vais uit dat de spreker van plan is te bellen. De vorm hoort bij je; de citatievorm is aller. De combinatie je vais téléphoner gebruik je om een voorgenomen of nabije actie aan te kondigen.
téléphoner In je vais téléphoner en pour téléphoner betekent téléphoner ‘telefoneren’ of ‘bellen’. In je vais téléphoner benoemt het de geplande actie, terwijl pour téléphoner het doel van een plaats aangeeft; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je zegt waar je telefoongesprekken zult voeren.
ailleurs In téléphoner ailleurs betekent ailleurs ‘ergens anders’ en verwijst het naar een andere plaats dan de eerder genoemde bureaus. Het staat hier bij de activiteit téléphoner; je gebruikt téléphoner ailleurs wanneer je aankondigt dat je een handeling op een andere locatie zult uitvoeren.
Le In Le hall betekent Le ‘de’ en introduceert het de specifieke hal of lobby die in deze situatie bedoeld is. Het staat vóór hall; je gebruikt Le hall wanneer je naar deze bekende plaats in het gebouw verwijst.
hall In Le hall betekent hall ‘hal’ of ‘lobby’, de plaats die geschikter is om te bellen. Het vormt samen met Le het onderwerp van Le hall est mieux pour téléphoner; je gebruikt het bijvoorbeeld om een ontvangstruimte of doorgangsruimte in een gebouw aan te wijzen.
est In Le hall est mieux pour téléphoner betekent est ‘is’ en verbindt Le hall met de beoordeling mieux. De citatievorm is être. Je gebruikt Le hall est ... om iets over de geschiktheid van de hal te zeggen.
mieux In est mieux pour téléphoner betekent mieux ‘beter’ in de zin van geschikter voor telefoongesprekken. De combinatie Le hall est mieux pour téléphoner vergelijkt de geschiktheid van deze plaats voor een doel; je gebruikt haar om een locatie aan te bevelen.
bureau In Un bureau à l'étage betekent bureau ‘bureau’ en verwijst het naar één werkplek boven. Samen met Un en à l'étage vormt het een concrete keuze van de spreker; je gebruikt Un bureau à l'étage bijvoorbeeld wanneer je een werkplek in een gebouw kiest.
ça In ça me va verwijst ça naar de voorgestelde keuze, hier het bureau boven. De hele uitdrukking ça me va betekent dat iets voor de spreker geschikt of acceptabel is; je gebruikt haar om op een voorstel te reageren.
me In ça me va geeft me aan voor wie de voorgestelde keuze geschikt is: voor de spreker. De betekenis hoort bij de hele uitdrukking ça me va; je gebruikt deze combinatie wanneer je wilt zeggen dat iets voor jou goed is.
va In ça me va draagt va binnen de hele uitdrukking de betekenis ‘is goed’ of ‘komt goed uit’, niet de gewone betekenis ‘gaat’. De citatievorm is aller. Je gebruikt ça me va om een voorgestelde plaats, tijd of optie te accepteren.
L'après-midi In L'après-midi betekent L'après-midi ‘de middag’ en geeft het aan wanneer de situatie rustig is. Aan het begin van L'après-midi, c'est généralement calme stelt het de tijdsperiode in; je gebruikt deze uitdrukking om iets aan de middag te koppelen.
c'est In c'est généralement calme introduceert c'est de beschrijving van de situatie: ‘het is doorgaans rustig’. De combinatie c'est généralement calme beschrijft hier de omstandigheden in de middag; je gebruikt c'est bijvoorbeeld om een plaats of situatie te karakteriseren.
généralement In c'est généralement calme betekent généralement ‘gewoonlijk’ of ‘over het algemeen’ en maakt het de uitspraak minder absoluut. Het staat hier bij de beschrijving calme in c'est généralement calme; je gebruikt het wanneer iets meestal zo is, maar niet noodzakelijk altijd.

Grammatica

pouvoir + y + infinitif

Je peux y travailler.

zje pö ie tra-va-jee

Ik kan daar werken.

Het voornaamwoord y staat vóór het hele werkwoord: peux y travailler.

ça me va

Ça me va mieux l'après-midi.

saa muh va mjeu lap-rè-mie-die

Dat komt mij 's middags beter uit.

me is het indirecte voornaamwoord in de vaste uitdrukking ça me va: dat is prima voor mij.

Frans woordenschat

à gauche uitdrukking
aa goosj links
à l'étage uitdrukking
aa lee-taazj op de bovenverdieping
au calme uitdrukking
oo kalm in alle rust
bref bijvoeglijk naamwoord
bref kort
bureau zelfstandig naamwoord
bü-roo bureau bureaux
calme bijvoeglijk naamwoord
kalm rustig
endroit zelfstandig naamwoord
an-droa plek

un endroit calme

étudier werkwoord
ee-tü-djee studeren
passer un bref appel uitdrukking
pa-see uh(n) bref a-pèl een kort telefoongesprek voeren
peux werkwoord
kan
travailler werkwoord
tra-va-jee werken
y voornaamwoord
ie daar

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dan ga ik ergens anders bellen.

Antwoord tonenAlors, je vais téléphoner ailleurs.

De hal is beter om te bellen.

Antwoord tonenLe hall est mieux pour téléphoner.

In de middag is het er meestal rustig.

Antwoord tonenL'après-midi, c'est généralement calme.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kan

Antwoord tonenpeux

bureau

Antwoord tonenbureaux

studeren

Antwoord tonenétudier

werken

Antwoord tonentravailler