Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een rustige plek in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Y a-t-il un endroit calme où je peux travailler ?
jaa-tiel uh(n) an-droa kal oe zje pö tra-va-jee Is er een rustige plek waar ik kan werken?À l'étage, à gauche, il y a des bureaux pour étudier au calme.
aa lee-taazj, aa goosj, iel ja dee bü-roo poor ee-tü-djee oo kalm Boven aan de linkerkant staan bureaus om rustig te studeren.Est-ce que je peux y passer un bref appel ?
ess-kuh zje pö ie pa-see uh(n) bref a-pèl Kan ik daar even bellen?Ces bureaux sont seulement pour étudier en silence.
see bü-roo soh(n) seul-uh-ma(n) poer ee-tü-djee ah(n) see-lah(n)s Die bureaus zijn alleen om in stilte te studeren.Alors, je vais téléphoner ailleurs.
ah-lor zje vè tee-lee-fo-nee ah-jeur Dan ga ik ergens anders bellen.Le hall est mieux pour téléphoner.
luh al è mjeu poer tee-lee-fo-nee De hal is beter om te bellen.Un bureau à l'étage, ça me va.
uh(n) bü-roo aa lee-taazj, saa muh va Een bureau boven is prima voor mij.L'après-midi, c'est généralement calme.
lap-rè-mie-die, sè zjee-nee-raa-luh-ma(n) kalm In de middag is het er meestal rustig.Uitleg van de zinnen
Y a-t-il un endroit calme où je peux travailler ?
Is er een rustige plek waar ik kan werken?
- Y a-t-il
- is er
- un endroit
- een plek
- calme
- rustig
- où
- waar
- je peux
- ik kan
- travailler
- werken
Uitgebreide uitleg
Y a-t-il is een vaste vraagconstructie met de betekenis ‘is er’. Ze hoort bij il y a (‘er is/zijn’); in de vraag staat het werkwoord vóór il: Y a-t-il ... ? Voorbeeld: Y a-t-il une table libre ? — ‘Is er een vrije tafel?’ un endroit betekent hier ‘een plek’. endroit is een mannelijk zelfstandig naamwoord; un is het onbepaalde lidwoord voor een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord. Het lidwoord drukt hier geen specifiek genoemde hoeveelheid uit, maar introduceert een niet nader bepaalde plek. calme betekent hier ‘rustig’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat endroit beschrijft en ermee overeenkomt in mannelijk enkelvoud. De vorm blijft in deze combinatie calme; bijvoorbeeld une pièce calme betekent ‘een rustige kamer’. où betekent hier ‘waar’ en leidt een bijzin in die de plek nader bepaalt. Het verwijst in deze zin naar de bedoelde plek, zonder dat het woord zelf het geslacht of getal van die plek toont. Voorbeeld: Voici l'endroit où je travaille. — ‘Dit is de plek waar ik werk.’ je peux betekent ‘ik kan’. peux is de eerste persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd. Na pouvoir volgt een infinitief: je peux venir betekent ‘ik kan komen’. De vorm peux hoort dus bij het onderwerp je; bij il/elle staat bijvoorbeeld peut. travailler betekent ‘werken’. Dit is de infinitief. Hier staat hij na peux en benoemt hij wat de spreker kan doen. Voorbeeld: Je peux travailler ici. — ‘Ik kan hier werken.’ Samen bestaat de vraag uit Y a-t-il (‘is er’), un endroit calme (‘een rustige plek’) en où je peux travailler (‘waar ik kan werken’). De volledige betekenis is: ‘Is er een rustige plek waar ik kan werken?’
À l'étage, à gauche, il y a des bureaux pour étudier au calme.
Boven aan de linkerkant staan bureaus om rustig te studeren.
- À l'étage
- boven, op de verdieping
- à gauche
- aan de linkerkant
- il y a
- er is / er zijn
- bureaux
- bureaus
- étudier
- studeren
- au calme
- in alle rust
Uitgebreide uitleg
À l'étage betekent hier dat de bedoelde plek zich op een verdieping boven het huidige niveau bevindt. étage is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier à l' voor à + l' vóór de klinker. Een bruikbaar patroon is à l'étage = “op de verdieping”. à gauche geeft de positie aan: aan de linkerkant. Het vormt een contrast met à droite (“aan de rechterkant”). Samen met een plaatsaanduiding kun je bijvoorbeeld zeggen: La salle est à gauche. — “De zaal is aan de linkerkant.” il y a is de vaste Franse constructie om aanwezigheid of bestaan uit te drukken: “er is” of “er zijn”. De vorm blijft il y a, ook wanneer wat daarna komt meervoudig is; het getal blijkt uit het zelfstandig naamwoord erna. Bijvoorbeeld: Il y a une table. — “Er is een tafel.” bureaux is het meervoud van bureau: un bureau → des bureaux. In deze zin verwijst het naar bureaus, niet naar kantoren; de precieze betekenis volgt uit de context. Na il y a noemt des bureaux wat er aanwezig is. Des markeert hier een niet nader bepaald meervoud, zonder zelf een exact aantal te geven. étudier is de infinitief “studeren”. Na pour geeft een infinitief het doel aan: pour étudier = “om te studeren”. Het onderwerp van deze infinitief wordt hier door de zin zelf niet apart genoemd; het gaat om het doel waarvoor de bureaus bedoeld zijn. Bijvoorbeeld: Je viens pour étudier. — “Ik kom om te studeren.” au calme is een vaste uitdrukking voor “in alle rust” of “op een rustige manier”. au is hier de samentrekking van à + le; calme is een mannelijk zelfstandig naamwoord in deze uitdrukking. Het betekent niet simpelweg dat iets fysiek op een plaats met de naam “rust” staat, maar beschrijft rustige omstandigheden. Bijvoorbeeld: Je travaille au calme. — “Ik werk in alle rust.” De zin bouwt de plaatsaanduidingen eerst op: À l'étage, à gauche — “op de verdieping, aan de linkerkant”. Daarna geeft il y a aan wat daar aanwezig is: des bureaux. Pour étudier au calme legt het doel en de omstandigheden vast: het zijn bureaus om in alle rust te studeren. Het geheel betekent dus: “Boven aan de linkerkant staan bureaus om rustig te studeren.”
Est-ce que je peux y passer un bref appel ?
Kan ik daar even bellen?
- Est-ce que
- maakt een ja-neevraag
- je peux
- ik kan
- y
- daar
- passer
- passeren
- bref
- kort
- appel
- telefoongesprek
Uitgebreide uitleg
Est-ce que opent hier een ja-neevraag. Het is een vaste vraagconstructie: Est-ce que + zin? Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? je peux komt van pouvoir — kunnen. peux is de vorm voor je in de tegenwoordige tijd; bij tu is de vorm ook peux, terwijl il/elle peut heeft. Hier vraagt de spreker of iets mogelijk of toegestaan is: “Kan ik …?” y is hier een voornaamwoord met de betekenis “daar”. Het verwijst naar de bedoelde plaats en staat vóór het werkwoord: j’y vais — ik ga ernaartoe. In andere zinnen kan y ook een andere plaatsverwijzende functie hebben. passer betekent als zelfstandig werkwoord onder meer “passeren” of “doorgaan”. In deze zin krijgt het samen met un appel de contextuele betekenis “een telefoongesprek voeren”, dus “bellen”: passer un appel. Na peux staat de infinitief: je peux passer — ik kan bellen. bref betekent “kort” en beschrijft appel. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van bref; de vrouwelijke enkelvoudsvorm is brève, zoals in une brève pause — een korte pauze. Het bijvoeglijk naamwoord past zich hier aan appel aan, dat mannelijk en enkelvoudig is. appel is een zelfstandig naamwoord voor een telefoongesprek of telefoontje. In un appel staat het onbepaalde lidwoord; dat duidt hier een niet nader bepaald telefoongesprek aan en drukt niet op zichzelf een expliciet aantal uit. Voorbeeld: Je passe un appel bref. — Ik voer een kort telefoongesprek. Samen vormen Est-ce que je peux + y passer + un bref appel de vraag “Kan ik daar even bellen?” y geeft de plaats aan, de combinatie passer un appel betekent hier “een telefoongesprek voeren”, en bref zegt dat het telefoongesprek kort is. De formulering is een neutrale manier om naar de mogelijkheid of toestemming te vragen.
Ces bureaux sont seulement pour étudier en silence.
Die bureaus zijn alleen om in stilte te studeren.
- Ces
- die/deze
- bureaux
- bureaus
- sont
- zijn
- seulement
- alleen
- étudier
- studeren
- en silence
- in stilte
Uitgebreide uitleg
Ces betekent hier “die/deze” en staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm is voor het meervoud hetzelfde bij mannelijke en vrouwelijke woorden; enkelvoudige vormen zijn bijvoorbeeld ce en cette, en vóór een klinker kan cet staan. In deze zin verwijst Ces bureaux volgens de vertaling naar de bureaus. bureaux betekent hier “bureaus”. Het is het meervoud van bureau; de uitgang verandert van -eau naar -eaux: un bureau → des bureaux. Het woord staat dus in het meervoud, wat ook de vorm ces en sont ondersteunt. Sont is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon meervoud: ils/elles sont. Het onderwerp is hier Ces bureaux, niet een enkel bureau. Bijvoorbeeld: Ces salles sont grandes. — “Deze zalen zijn groot.” Seulement betekent hier “alleen” en beperkt de toegestane functie van de bureaus. Het staat vóór het doelgedeelte pour étudier; daardoor gaat het om uitsluitend studeren, niet om een andere activiteit. Étudier is de infinitief van “studeren”. Na pour wordt in het Frans vaak een infinitief gebruikt om een doel uit te drukken: pour étudier betekent “om te studeren”. De infinitief heeft hier geen persoonsuitgang; het doel wordt niet als een aparte vervoegde handeling met een genoemd onderwerp geformuleerd. En silence betekent “in stilte”. En vormt hier samen met silence een vaste manier om de omstandigheden van de activiteit aan te geven. Het zegt hoe het studeren moet gebeuren: stil, zonder geluid te maken. Samen betekent Ces bureaux sont seulement pour étudier en silence: “Die bureaus zijn alleen om in stilte te studeren.” Ces bureaux benoemt wat besproken wordt, sont koppelt dat onderwerp aan de bestemming, en seulement pour étudier en silence beperkt die bestemming tot stil studeren.
Alors, je vais téléphoner ailleurs.
Dan ga ik ergens anders bellen.
- Alors
- dan
- je vais
- ik ga
- téléphoner
- bellen
- ailleurs
- ergens anders
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en markeert de volgende stap in de situatie. Het kan in andere contexten ook “dus” of “nou” betekenen, maar in deze zin past de tijdsvolgende betekenis. Voorbeeld: Alors, on commence. — “Dan beginnen we.” je vais bestaat uit je (“ik”) en de vervoegde vorm vais van aller (“gaan”). Samen met het daaropvolgende hele werkwoord vormt dit in het Frans de nabije toekomst: je vais + infinitief betekent “ik ga …”. De vorm vais hoort bij het onderwerp je; andere onderwerpen krijgen andere vormen, bijvoorbeeld tu vas (“jij gaat”) en ils vont (“zij gaan”). Het is dus niet alleen de betekenis “ik verplaats me”, maar hier een constructie voor een geplande of onmiddellijk volgende handeling. téléphoner is het infinitief en betekent “telefoneren” of “bellen”. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief: je vais téléphoner — “ik ga bellen”. Voorbeeld: Elle va téléphoner. — “Zij gaat bellen.” ailleurs betekent “ergens anders” of “elders”. Het is een bijwoord en benoemt geen specifiek genoemde plaats. Het kan zelfstandig staan: Je travaille ailleurs. — “Ik werk ergens anders.” Samen vormt Alors, je vais téléphoner ailleurs de betekenis: “Dan ga ik ergens anders bellen.” Alors geeft de overgang naar deze beslissing aan; je vais téléphoner drukt de nabije toekomstige handeling uit; ailleurs geeft aan dat die handeling op een andere, niet nader genoemde plaats zal gebeuren.
Le hall est mieux pour téléphoner.
De hal is beter om te bellen.
- hall
- hal
- mieux
- beter
- pour téléphoner
- om te bellen
Uitgebreide uitleg
hall betekent hier “hal” of “ontvangstruimte”. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het met het enkelvoudige mannelijke lidwoord le: le hall. Voorbeeld: Le hall est grand. — De hal is groot. mieux betekent hier “beter”. Het is de vergrotende vorm van het bijwoord bien: bien — goed, mieux — beter, le mieux — het best. Bij een bijvoeglijk naamwoord gebruik je bijvoorbeeld bon — goed en meilleur — beter. Voorbeeld: Ici, je travaille mieux. — Hier werk ik beter. pour téléphoner is het patroon pour + infinitief en geeft hier aan waarvoor de hal beter geschikt is: om te bellen. téléphoner is de infinitief en betekent “bellen”. Het is een regelmatig werkwoord op -er; in de tegenwoordige tijd krijg je bijvoorbeeld je téléphone — ik bel en nous téléphonons — wij bellen. Na pour blijft het werkwoord in de infinitief staan: pour téléphoner, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: C’est pratique pour travailler. — Dat is handig om te werken. Samen betekent Le hall est mieux pour téléphoner.: “De hal is beter om te bellen.” Le hall is het onderwerp, est verbindt het onderwerp met mieux, en pour téléphoner geeft de activiteit aan waarvoor de hal beter is. De vergelijking met een andere mogelijkheid zit in mieux; die mogelijkheid wordt in deze zin niet opnieuw genoemd.
Un bureau à l'étage, ça me va.
Een bureau boven is prima voor mij.
- bureau
- bureau
- à l'étage
- boven; op de verdieping
- ça me va
- dat is prima voor mij
Uitgebreide uitleg
bureau betekent hier een bureau als werkplek of meubel. Het meervoud is bureaux; dat is vooral een onregelmatige spelling, terwijl het meervoud in de uitspraak hetzelfde klinkt als het enkelvoud. Voorbeeld: J'ai un bureau près de la fenêtre. — Ik heb een bureau bij het raam. à l'étage betekent dat het bureau boven is, op een verdieping van het gebouw. à geeft hier de plaatsrelatie aan; l'étage betekent ‘de verdieping’. Voorbeeld: La salle est à l'étage. — De zaal is boven, op de verdieping. ça me va is een vaste, herbruikbare manier om te zeggen dat iets voor de spreker geschikt of aanvaardbaar is. ça is een aanwijzend voornaamwoord voor de genoemde zaak of situatie; hier verwijst het naar de mogelijkheid van een bureau boven. me is het voornaamwoord voor de spreker als indirect betrokken persoon. va is de derde persoon enkelvoud van aller (‘gaan’). In deze uitdrukking betekent aller niet letterlijk bewegen, maar ‘passen’ of ‘geschikt zijn’. Voorbeeld: Cette heure me va. — Dit tijdstip past voor mij. De woordgroep Un bureau à l'étage staat vooraan als onderwerpachtige thematische woordgroep: ‘Een bureau boven’. In de daaropvolgende constructie is ça het grammaticale onderwerp; het neemt de genoemde zaak of situatie weer op. Un is hier een onbepaald lidwoord; het zegt niet op zichzelf dat er precies één bureau wordt geteld. ça me va beoordeelt vervolgens die mogelijkheid als geschikt voor de spreker. Samen betekent de zin dus: ‘Een bureau boven is prima voor mij.’
L'après-midi, c'est généralement calme.
In de middag is het er meestal rustig.
- L'après-midi
- in de middag
- c'est
- het is
- généralement
- meestal
- calme
- rustig
Uitgebreide uitleg
L'après-midi betekent hier “in de middag” en geeft het tijdstip aan. l' is de verkorte vorm van le vóór een klinker; het hoort bij het zelfstandig naamwoord après-midi. Als tijdsaanduiding staat deze woordgroep vooraan. Voorbeeld: L'après-midi, je travaille. — “'s Middags werk ik.” c'est is de samentrekking van ce en est (être, “zijn”). In deze zin introduceert het de toestand die daarna wordt beschreven. Het Nederlandse “het is er” maakt de plaatselijke context expliciet; in het Frans kan die plaats uit de context begrepen worden. C'est is niet hetzelfde als il est: c'est wordt vaak gebruikt om iets als geheel te benoemen of te karakteriseren, terwijl il est onder meer bij een al duidelijk geïdentificeerd onderwerp kan staan. Voorbeeld: C'est facile. — “Het is gemakkelijk.” généralement betekent “meestal” of “over het algemeen”. Het is een bijwoord en zegt dat de toestand doorgaans zo is, niet noodzakelijk zonder uitzondering. Het staat hier vóór het bijvoeglijk naamwoord calme. calme betekent hier “rustig” of “kalm”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na être als beschrijving van een toestand staat. De vorm calme toont in het enkelvoud geen verschil tussen mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud is de vorm calmes. Voorbeeld: La rue est calme. — “De straat is rustig.” Samen vormt L'après-midi, c'est généralement calme de betekenis: “In de middag is het er meestal rustig.” Eerst wordt het tijdstip genoemd, daarna de algemene toestand. De zin beschrijft dus een gebruikelijke rustige toestand in de bedoelde context, niet noodzakelijk een toestand die elke middag zonder uitzondering geldt.
Grammatica
pouvoir + y + infinitif
Je peux y travailler.
zje pö ie tra-va-jeeIk kan daar werken.
Het voornaamwoord y staat vóór het hele werkwoord: peux y travailler.
ça me va
Ça me va mieux l'après-midi.
saa muh va mjeu lap-rè-mie-dieDat komt mij 's middags beter uit.
me is het indirecte voornaamwoord in de vaste uitdrukking ça me va: dat is prima voor mij.
Frans woordenschat
un endroit calme
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Dan ga ik ergens anders bellen.
Antwoord tonen
Alors, je vais téléphoner ailleurs.De hal is beter om te bellen.
Antwoord tonen
Le hall est mieux pour téléphoner.In de middag is het er meestal rustig.
Antwoord tonen
L'après-midi, c'est généralement calme.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kan
Antwoord tonen
peuxbureau
Antwoord tonen
bureauxstuderen
Antwoord tonen
étudierwerken