Een boek verlengen bij de bibliotheek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a library desk, one person asks how to renew a borrowed book when their online account is not working..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek verlengen bij de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je voudrais renouveler un livre que j'ai emprunté.

zje voe-dre rə-noe-və-lee un lievr kə zjee an-prun-tee Ik wil graag een boek dat ik heb geleend verlengen.
B

Vous pouvez le renouveler depuis votre compte en ligne.

voe poe-vee lə rə-noe-və-lee də-pwie vootr kont an lienj U kunt het via uw onlineaccount verlengen.
A

Je n'arrive pas à me connecter à mon compte aujourd'hui.

zje na-riev pa a mə ko-nek-tee aa mon kont oe-zjoer-dwie Ik kan vandaag niet in mijn account komen.
B

Nous pouvons vous aider à l'accueil.

noe poe-von voe zee-day aa la-keuj We kunnen u aan de balie helpen.
A

Est-ce que j'ai besoin de ma carte de bibliothèque ?

ès kə zjee bə-zwan də ma kart də biblio-tek Heb ik mijn bibliotheekkaart nodig?
B

Apportez votre carte, et nous pourrons retrouver votre dossier.

a-por-tee vootr kart, ee noe poe-ron rə-troe-vay vootr do-sjee Neem uw kaart mee, zodat we uw gegevens kunnen vinden.
A

Est-ce que je peux ensuite renouveler le livre aujourd'hui ?

ès kə zje peu an-swiet rə-noe-və-lee lə lievr oe-zjoer-dwie Kan ik het boek daarna vandaag nog verlengen?
B

Vous pouvez le faire, sauf si quelqu'un d'autre l'a demandé.

voe poe-vee lə feer, sof sie kel-kun dootr la də-man-day U kunt dat doen, tenzij iemand anders het heeft aangevraagd.

Uitleg van de zinnen

  1. Je voudrais renouveler un livre que j'ai emprunté.

    Ik wil graag een boek dat ik heb geleend verlengen.

    Je voudrais
    ik zou graag willen
    renouveler
    verlengen
    livre
    boek
    j'ai
    ik heb
    emprunté
    geleend
    Uitgebreide uitleg

    Je voudrais betekent hier “ik zou graag willen”. voudrais is de conditionnel présent van vouloir (“willen”): je veux is directer (“ik wil”), terwijl je voudrais een beleefde wens uitdrukt. Voorbeeld: Je voudrais un café. — “Ik zou graag een koffie willen.” renouveler betekent hier “verlengen”, namelijk de uitleentermijn opnieuw geldig maken. Het is een infinitief na voudrais: Je voudrais renouveler... — “Ik zou ... willen verlengen.” Hetzelfde werkwoord verschijnt ook in de contextzin bij Vous pouvez le renouveler (“U kunt het verlengen”). livre betekent “boek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier un livre, met het mannelijke onbepaalde lidwoord un. Voorbeeld: un livre intéressant — “een interessant boek.” j'ai betekent hier “ik heb”. Dit is je vóór een klinker, geschreven als j', plus de eerste persoon enkelvoud van avoir: j'ai. In que j'ai emprunté helpt j'ai samen met het voltooid deelwoord emprunté om een handeling in het verleden uit te drukken. emprunté betekent hier “geleend”. Het is het voltooid deelwoord van emprunter (“lenen”), gebruikt met avoir: j'ai emprunté — “ik heb geleend”. Het gaat hier om een boek dat de spreker eerder heeft geleend; emprunté is niet het werkwoord “verlengen”. Voorbeeld: J'ai emprunté ce livre. — “Ik heb dit boek geleend.” Samen vormt un livre que j'ai emprunté de woordgroep “een boek dat ik heb geleend”. Que leidt de bijzin in; daarin is j' de handelende persoon en ai emprunté de verleden handeling. De volledige zin Je voudrais renouveler un livre que j'ai emprunté. betekent daarom: “Ik zou graag een boek dat ik heb geleend willen verlengen.”

  2. Vous pouvez le renouveler depuis votre compte en ligne.

    U kunt het via uw onlineaccount verlengen.

    Vous pouvez
    u kunt
    le
    het
    renouveler
    verlengen
    compte
    account
    en ligne
    online
    Uitgebreide uitleg

    Vous pouvez betekent hier “u kunt”. pouvez is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij vous. vous kan zowel één formeel aangesproken persoon als meerdere personen aanduiden; de vorm pouvez blijft in beide gevallen hetzelfde. Na pouvoir volgt een infinitief: Vous pouvez venir betekent bijvoorbeeld “U kunt komen”. le is hier het directe voornaamwoord “het”. Het staat vóór de infinitief renouveler. De voorafgaande context ondersteunt als referent het geleende boek, maar in de huidige zin wordt dat object alleen met le aangeduid. renouveler is de infinitief “verlengen” of “vernieuwen”. Na pouvoir blijft het werkwoord in de infinitief: Je peux renouveler betekent “Ik kan verlengen” en Vous pouvez renouveler betekent “U kunt verlengen”. In deze zin is de handeling mogelijk die door renouveler wordt genoemd. compte betekent hier “account”. Het is een zelfstandig naamwoord. In votre compte betekent votre “uw”; votre wordt gebruikt vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, ongeacht het grammaticale geslacht daarvan. Vergelijk mon compte (“mijn account”) met votre compte (“uw account”). en ligne betekent “online”. In compte en ligne beschrijft deze woordgroep het account als een onlineaccount. Het is geen extra werkwoordelijke handeling. depuis votre compte en ligne geeft aan vanuit welk account of via welk account de handeling gebeurt: “via uw onlineaccount”. Samen vormen de delen Vous pouvez, le, renouveler en depuis votre compte en ligne de betekenis: “U kunt het via uw onlineaccount verlengen.” Het herbruikbare patroon Vous pouvez le + infinitief betekent “U kunt het + handeling”, bijvoorbeeld Vous pouvez le consulter — “U kunt het raadplegen”.

  3. Je n'arrive pas à me connecter à mon compte aujourd'hui.

    Ik kan vandaag niet in mijn account komen.

    Je n'arrive pas à
    ik krijg het niet voor elkaar om
    me connecter
    inloggen
    compte
    account
    aujourd'hui
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Je n'arrive pas à betekent hier dat de spreker iets niet voor elkaar krijgt. De constructie is arriver à + infinitief: J'arrive à comprendre. — Ik krijg het voor elkaar om het te begrijpen. In de ontkenning omringen ne ... pas het vervoegde werkwoord: Je n'arrive pas à comprendre. — Ik krijg het niet voor elkaar om het te begrijpen. Arrive is de tegenwoordige tijd van arriver bij je; in de gesproken taal valt ne vaak weg, maar hier staat het volledig. Me connecter betekent hier inloggen. Het is de infinitief van se connecter, een pronominaal werkwoord; me past bij de persoon je. Vergelijk: Je me connecte. — Ik log in. Na à blijft het werkwoord in de infinitief staan, dus à me connecter, niet een vervoegde vorm. Compte betekent hier account. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor mon in mon compte, mijn account. Het bezittelijk woord stemt hier af op het grammaticale geslacht en getal van compte, niet op het geslacht van de bezitter. Un compte betekent een account; het onbepaalde lidwoord drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Aujourd'hui is het bijwoord voor vandaag. Het bepaalt wanneer de situatie geldt en staat hier aan het einde van de zin. Een bruikbaar voorbeeld is Je travaille aujourd'hui. — Ik werk vandaag. Samen betekent Je n'arrive pas à me connecter à mon compte aujourd'hui.: Ik kan vandaag niet in mijn account komen. Je is de spreker, n'arrive pas à geeft het niet lukken aan, me connecter à mon compte benoemt het inloggen op mijn account, en aujourd'hui legt vast dat dit vandaag geldt.

  4. Nous pouvons vous aider à l'accueil.

    We kunnen u aan de balie helpen.

    Nous pouvons
    we kunnen
    vous
    u
    aider
    helpen
    accueil
    balie
    Uitgebreide uitleg

    Nous pouvons betekent hier “wij kunnen”. pouvons is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij nous; het drukt hier mogelijkheid of bereidheid uit. Na pouvoir volgt een infinitief: Nous pouvons aider = “Wij kunnen helpen”. Vergelijk: Nous pouvons attendre. = “Wij kunnen wachten.” vous is hier het lijdend voorwerp van aider: de hulp is gericht aan de aangesproken persoon of personen. In het Nederlands past de vaste vertaling “u” bij deze context. Als onderwerp heeft vous bovendien de betekenis “u” of “jullie”, maar dat is niet zijn rol in deze zin. aider is de infinitief “helpen”. Het blijft na pouvons in de infinitief en wordt dus niet vervoegd als een tweede persoonsvorm. De constructie pouvoir + infinitief is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Vous pouvez entrer. = “U kunt binnenkomen.” accueil is hier het zelfstandig naamwoord voor de ontvangst- of balieplaats. In de volledige woordgroep staat het na à l': à l'accueil betekent “aan/bij de balie” of “bij de receptie”. l' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinker; de apostrof hoort bij de Franse schrijfwijze van die woordgroep. Het zelfstandig naamwoord is accueil, niet l'accueil als afzonderlijk lemma. Samen vormen de delen Nous pouvons + vous aider + à l'accueil de betekenis: “We kunnen u aan de balie helpen.” De zin zegt dat de spreker en anderen hulp kunnen bieden aan de aangesproken persoon of personen, en lokaliseert die hulp bij de balie.

  5. Est-ce que j'ai besoin de ma carte de bibliothèque ?

    Heb ik mijn bibliotheekkaart nodig?

    Est-ce que
    een vraag inleiden
    j'ai besoin de
    nodig hebben
    ma
    mijn
    carte
    kaart
    bibliothèque
    bibliotheek
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que leidt in het Frans een gewone vraag in. De woordvolgorde blijft hier die van een mededelende zin; de vraag wordt dus niet gevormd door de onderwerp- en werkwoordvolgorde om te keren. Bijvoorbeeld: Est-ce que vous avez votre carte ? — “Hebt u uw kaart?” j'ai besoin de betekent hier “ik heb nodig”. j'ai is de samentrekking van je + ai, de eerste persoon enkelvoud van avoir (“hebben”). avoir besoin de is een vaste constructie: letterlijk “behoefte hebben aan”, maar natuurlijk vertaald als “nodig hebben”. Het voorzetsel de hoort bij deze constructie. Bijvoorbeeld: J'ai besoin d'aide. — “Ik heb hulp nodig.” Voor een klinker wordt de vaak d'. ma is het bezittelijk woord voor “mijn” bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het stemt hier af op carte, niet op de persoon die bezit. Bij een mannelijk enkelvoud staat doorgaans mon, en bij meervoud mes: mon livre — “mijn boek”; mes cartes — “mijn kaarten”. carte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; dat is ook zichtbaar in ma carte. In deze context gaat het om de kaart die in de vaste vertaling als de bibliotheekkaart wordt bedoeld. Bijvoorbeeld: J'ai ma carte. — “Ik heb mijn kaart.” bibliothèque betekent “bibliotheek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In carte de bibliothèque verbindt de dit woord met carte: het geeft aan om welk soort kaart of welke instelling de kaart betrekking heeft. De volledige groep betekent dus “bibliotheekkaart”. Bijvoorbeeld: La bibliothèque est ouverte. — “De bibliotheek is open.” Samen vormen de delen: Est-ce que + j'ai besoin de + ma carte de bibliothèque → “Heb ik mijn bibliotheekkaart nodig?” Het is een vraag naar de noodzaak van de kaart; ma maakt duidelijk dat het om de kaart van de spreker gaat, en de bibliothèque specificeert het type kaart.

  6. Apportez votre carte, et nous pourrons retrouver votre dossier.

    Neem uw kaart mee, zodat we uw gegevens kunnen vinden.

    Apportez
    neem mee / breng mee
    votre
    uw
    carte
    kaart
    nous pourrons
    wij zullen kunnen
    retrouver
    terugvinden
    dossier
    dossier / gegevens
    Uitgebreide uitleg

    Apportez is de gebiedende wijs van apporter (“brengen/meenemen”) voor vous. De vorm spreekt dus één of meer aangesproken personen aan; in deze zin is de opdracht om de kaart mee te nemen. Vergelijk: Apportez le livre. — “Breng het boek mee.” votre is een bezittelijk bepalend woord voor “uw/jouw”, bij één zelfstandig naamwoord. Het drukt bezit of verbondenheid uit, maar op zichzelf geen aantal uit. In votre carte bepaalt het samen met carte de volledige naamwoordgroep. Een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt hier de andere vorm vos, bijvoorbeeld vos cartes — “uw/jouw kaarten”. carte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; dat zie je bijvoorbeeld aan combinaties als une carte en la carte. In deze zin staat geen los lidwoord, omdat het door het bezittelijke votre wordt bepaald. In de voorafgaande context gaat het om een bibliotheekkaart, maar de vaste zin zelf noemt alleen carte. nous pourrons bestaat uit het onderwerp nous (“wij”) en de toekomende vorm pourrons van pouvoir (“kunnen”). pourrons betekent hier “zullen kunnen” en verwijst naar een mogelijkheid die later beschikbaar zal zijn. De vorm hoort bij nous; andere vormen zijn bijvoorbeeld je pourrai (“ik zal kunnen”) en ils pourront (“zij zullen kunnen”). retrouver is de infinitief van retrouver, hier “terugvinden” of “vinden”. Na pourrons staat de infinitief: nous pourrons retrouver = “wij zullen kunnen terugvinden/vinden”. Het voorvoegsel re- geeft niet in elke context letterlijk een afzonderlijke herhaling aan; de vertaling van deze zin maakt duidelijk dat het gaat om het vinden van uw gegevens/dossier. dossier betekent “dossier” en kan, afhankelijk van de context, ook naar iemands administratieve gegevens of bestand verwijzen. Hier ondersteunt de vaste vertaling de betekenis “uw gegevens”. Het woord is mannelijk: un dossier, le dossier. De zin bouwt op als Apportez votre carte (“Neem uw kaart mee”) + et (“en”) + nous pourrons retrouver votre dossier (“wij zullen uw gegevens kunnen vinden”). Samen betekent hij: “Neem uw kaart mee, zodat we uw gegevens kunnen vinden.” De gebiedende wijs geeft de opdracht; de tweede helft beschrijft het gevolg of doel dat daarna mogelijk wordt.

  7. Est-ce que je peux ensuite renouveler le livre aujourd'hui ?

    Kan ik het boek daarna vandaag nog verlengen?

    Est-ce que
    maakt een vraagzin
    je peux
    ik kan
    ensuite
    daarna
    renouveler
    verlengen
    le livre
    het boek
    aujourd'hui
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin van een gewone Franse ja/nee-vraag. Het maakt van de daaropvolgende mededeling een vraag, zonder de woordvolgorde van een mededelende zin om te keren. Bijvoorbeeld: Est-ce que vous venez ? — “Komt u?” je peux is de vorm van pouvoir (“kunnen”) in de tegenwoordige tijd voor je: je peux. In deze zin drukt het uit dat de spreker vraagt of iets mogelijk of toegestaan is. Na pouvoir volgt een infinitief: je peux renouveler — “ik kan verlengen”. De vorm peux hoort bij je; bij vous staat bijvoorbeeld vous pouvez. ensuite betekent hier “daarna” en plaatst het verlengen na een eerder bedoelde stap of gebeurtenis. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. renouveler is de infinitief met de betekenis “verlengen” in deze context: de looptijd of geldigheid van iets opnieuw laten gelden. Het is een regelmatig werkwoord op -er; vergelijk de vorm je renouvelle in de tegenwoordige tijd, met een dubbele l in deze vervoegde vorm. In het vaste fragment blijft het werkwoord infinitief omdat het na peux staat. Bijvoorbeeld: Je peux renouveler mon abonnement. — “Ik kan mijn abonnement verlengen.” le livre betekent “het boek”. livre is hier een zelfstandig naamwoord; het lidwoord le markeert de bepaalde, mannelijke enkelvoudsvorm. In een andere betekenis kan livre ook “pond” betekenen, maar de vaste vertaling en deze context geven hier de betekenis “boek” aan. Bijvoorbeeld: Je lis le livre. — “Ik lees het boek.” aujourd'hui betekent “vandaag”. De apostrof hoort bij de vaste schrijfwijze van dit bijwoord. In combinatie met ensuite geeft het aan dat de gevraagde verlenging op de bedoelde dag “vandaag” plaatsvindt: ensuite ... aujourd'hui. Samen vormt de zin de vraag Est-ce que je peux ensuite renouveler le livre aujourd'hui ?: “Kan ik het boek daarna vandaag nog verlengen?” De vraagstructuur Est-ce que wordt gevolgd door het onderwerp je, de vervoegde mogelijkheidvorm peux, en daarna de infinitief renouveler met zijn object le livre; ensuite en aujourd'hui bepalen de tijdsrelatie en het tijdstip. Deze formulering is een neutrale, gangbare manier om in het Frans te vragen of een handeling mogelijk is.

  8. Vous pouvez le faire, sauf si quelqu'un d'autre l'a demandé.

    U kunt dat doen, tenzij iemand anders het heeft aangevraagd.

    Vous pouvez
    u kunt
    le
    dat
    faire
    doen
    sauf si
    tenzij
    quelqu'un
    iemand
    d'autre
    anders
    l'
    het
    demandé
    aangevraagd
    Uitgebreide uitleg

    Vous pouvez betekent hier “u kunt”. pouvoir is het werkwoord voor “kunnen”: vous pouvez is de vorm voor vous in de tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld: Vous pouvez entrer. — “U kunt binnenkomen.” Het volgende werkwoord staat in de infinitief. le betekent hier “dat” en is een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp. Het is een voornaamwoord: het verwijst naar wat gedaan kan worden, zonder dat de bedoelde handeling in deze zin opnieuw wordt genoemd. In het Frans staat zo'n objectvoornaamwoord doorgaans vóór het vervoegde werkwoord of, zoals hier, vóór de infinitief die ermee verbonden is. faire betekent “doen” of “maken”. Dit is de infinitief; na pouvez blijft die vorm staan: Vous pouvez le faire — “U kunt dat doen.” sauf si leidt een voorwaarde met een uitzondering in: “tenzij”. Het geeft aan dat de voorafgaande mogelijkheid geldt, behalve wanneer de daaropvolgende voorwaarde waar is. Bijvoorbeeld: Je viens, sauf si je suis malade. — “Ik kom, tenzij ik ziek ben.” quelqu'un betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een persoon. De apostrof is elisie: de slotklinker van quelque valt weg vóór un. Het wijst hier niet een bepaalde persoon bij naam aan. d'autre betekent hier “anders” in quelqu'un d'autre: samen betekent die uitdrukking “iemand anders”. autre is het bijvoeglijke woord voor “ander(e)”; na een onbepaald voornaamwoord staat de constructie quelqu'un d'autre. l' is een verkorte vorm van het objectvoornaamwoord le of la vóór een klinker. In deze zin betekent het, volgens de vertaling, “het”. De apostrof is een spellingseffect; l' is geen zelfstandig woord voor “het” in alle omstandigheden. demandé is het voltooid deelwoord van demander, “aanvragen” of “vragen”. In l'a demandé vormt het met a (een vorm van avoir) de voltooide tijd: “heeft aangevraagd”. Het voltooid deelwoord zelf is dus demandé; a draagt hier de persoon- en tijdsinformatie. Bijvoorbeeld: Elle a demandé le livre. — “Zij heeft het boek aangevraagd.” Samen vormen de delen Vous pouvez le faire — “U kunt dat doen” — en sauf si quelqu'un d'autre l'a demandé — “tenzij iemand anders het heeft aangevraagd”. De volledige zin betekent: “U kunt dat doen, tenzij iemand anders het heeft aangevraagd.”

Grammatica

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

J'ai besoin de la carte.

zjee bə-zwan də la kart

Ik heb de kaart nodig.

Na avoir besoin de volgt het benodigde zelfstandig naamwoord, met de vaste voorzetselcombinatie de.

sauf si + bijzin

Sauf si quelqu'un d'autre a demandé.

sof sie kel-kun dootr aa də-man-day

Tenzij iemand anders het heeft gevraagd.

Sauf si betekent ‘tenzij’ en leidt een voorwaarde in; daarna volgt een volledige bijzin.

Frans woordenschat

accueil zelfstandig naamwoord
a-keuj balie; ontvangst
aider werkwoord
ee-day helpen
aujourd'hui bijwoord
oe-zjoer-dwie vandaag
avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar bə-zwan də nodig hebben j'ai besoin de
carte zelfstandig naamwoord
kart kaart
compte zelfstandig naamwoord
kont account
emprunter werkwoord
an-prun-tee lenen emprunté
en ligne uitdrukking
an lienj online
livre zelfstandig naamwoord
lievr boek
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen pouvez
renouveler werkwoord
rə-noe-və-lee verlengen
se connecter werkwoord
sə ko-nek-tee inloggen me connecter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

We kunnen u aan de balie helpen.

Antwoord tonenNous pouvons vous aider à l'accueil.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kunnen

Antwoord tonenpouvez

boek

Antwoord tonenlivre

helpen

Antwoord tonenaider

account

Antwoord tonencompte