Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een grote pan lenen en veilig terugbrengen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Est-ce que je peux emprunter ta grande poêle aujourd’hui ?
ès-ke zje peu an-prun-té ta grand pwal oe-zjoer-dwie? Mag ik vandaag jouw grote pan lenen?Oui, mais fais attention au manche, car il devient chaud.
wie, mè fè za-tan-sjon oo mansj, kar il duh-vjèn sjo. Dat kan, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.Est-ce que ça ira sur cette cuisinière ?
ès-ke sa ie-raa suur set kwi-zie-njèr? Zal dat goed gaan op dit fornuis?Ça devrait aller si tu gardes le feu doux.
sa duh-vrè a-lé sie tuu gard luh feu doe. Dat zou goed moeten gaan als je het vuur laag houdt.Je la laverai juste après le dîner.
zje la lav-rè zjuust a-prè luh die-né. Ik was hem meteen na het eten af.Sèche-la bien avant de me la rapporter.
sesj-la bjèn a-van duh muh la ra-por-té. Droog hem goed af voordat je hem bij mij terugbrengt.Quand veux-tu la récupérer ?
kan veu-tuu la ree-kuu-peu-ré? Wanneer wil je hem terug?Après le dîner, ça va.
a-prè luh die-né, sa va. Na het eten is goed.Je n’en aurai pas besoin avant plus tard dans la semaine.
zje nan oo-ré pa buh-zwèn a-van pluu tar dan la suh-mèn. Ik heb hem pas later deze week weer nodig.Uitleg van de zinnen
Est-ce que je peux emprunter ta grande poêle aujourd’hui ?
Mag ik vandaag jouw grote pan lenen?
- Est-ce que
- vraagmarkeerder
- je peux
- mag ik / kan ik
- emprunter
- lenen
- ta
- jouw
- grande
- grote
- poêle
- pan
- aujourd’hui
- vandaag
Uitgebreide uitleg
Est-ce que markeert hier een directe vraag. Het is een vaste Franse vraagconstructie die vooraan kan staan zonder de volgorde van onderwerp en werkwoord om te keren. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? = Kom je? je peux komt van pouvoir = kunnen/mogen. peux is de tegenwoordige tijd voor je; het onderwerp is hier dus je, niet het volgende werkwoord. In deze zin drukt de combinatie met emprunter toestemming uit: “mag ik lenen?” Andere vormen zijn bijvoorbeeld tu peux = jij kunt/mag en il peut = hij kan/mag. emprunter is een regelmatig gebruikt werkwoord voor iets lenen. De infinitief staat na peux: je peux emprunter = ik kan/mag lenen. Het betekent hier dat de spreker de pan tijdelijk wil gebruiken en later teruggeven. Voor “iemand iets lenen” gebruikt het Frans een andere constructie, bijvoorbeeld Je prête un livre à Léa = Ik leen een boek uit aan Léa. ta is een bezittelijk woord voor “jouw” bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier naar de pan, niet naar een zelfstandig benoemde persoon. Vergelijk ton bij een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord: ton livre = jouw boek. De keuze van ta wordt bepaald door het grammaticale geslacht en getal van het bezeten zelfstandig naamwoord, niet door het geslacht van de bezitter. grande betekent hier “grote”. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord grand; de uitgang -e past bij poêle. De basisvormen zijn grand (mannelijk enkelvoud), grande (vrouwelijk enkelvoud), grands (mannelijk meervoud) en grandes (vrouwelijk meervoud). Bijvoorbeeld: une grande table = een grote tafel. poêle is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een pan om in te bakken of te koken. Daarom staat er ta poêle en grande poêle. Het woord poêle moet niet worden verward met casserole, dat meestal een kookpan met hogere rand en vaak een steel aanduidt; de precieze keuze hangt af van het bedoelde keukengerei. aujourd’hui betekent “vandaag”. De apostrof maakt deel uit van de vaste spelling. Het tijdsbepalende woord staat hier aan het einde, maar kan ook vooraan staan: Aujourd’hui, je peux emprunter ta grande poêle ? = Mag ik vandaag jouw grote pan lenen? Samen vormen de delen de vraag: Est-ce que maakt er een vraag van; je peux emprunter vraagt om toestemming om iets tijdelijk te lenen; ta grande poêle specificeert welk voorwerp het is; en aujourd’hui geeft aan wanneer. De volledige betekenis is: “Mag ik vandaag jouw grote pan lenen?”
Oui, mais fais attention au manche, car il devient chaud.
Dat kan, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.
- Oui
- ja
- mais
- maar
- fais attention
- pas op
- manche
- handvat
- car
- want
- devient
- wordt
- chaud
- heet
Uitgebreide uitleg
Oui bevestigt hier de mogelijkheid uit de voorafgaande vraag: in deze context betekent het dus ongeveer “ja, dat kan”. Als kort antwoord kan oui ook eenvoudig “ja” betekenen. mais verbindt een beperking of waarschuwing met wat ervoor is gezegd. Het patroon oui, mais ... betekent “ja, maar ...”. Voorbeeld: Oui, mais attends. — “Ja, maar wacht.” fais attention is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van faire attention, “opletten” of “voorzichtig zijn”. fais is de vorm van faire voor tu in deze constructie; het is niet het gewone tegenwoordige tijdsgebruik “je doet”. Voorbeeld: Fais attention à la marche. — “Pas op voor de trede.” In au manche betekent manche hier “handvat”, specifiek het handvat van de pan uit de context. au is de samentrekking van à le; samen geeft dit de plaats of het object van de waarschuwing aan: “voor/op het handvat”. Het zelfstandig naamwoord manche heeft ook andere betekenissen in andere contexten, maar hier bepaalt de pancontext de bedoelde betekenis. car geeft de reden voor de waarschuwing: “want”. Het leidt hier een verklarende reden in. Voorbeeld: Ferme la fenêtre, car il fait froid. — “Doe het raam dicht, want het is koud.” devient is de tegenwoordige tijd van devenir bij een derde persoon enkelvoud. devenir betekent “worden” in de zin van een verandering van toestand; devient chaud beschrijft dus dat iets heet wordt, niet alleen dat het al heet is. Voorbeeld: L’eau devient froide. — “Het water wordt koud.” chaud is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “heet”. Het staat in de mannelijke enkelvoudsvorm, passend bij il en bij het mannelijke zelfstandig naamwoord manche. De vorm voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is doorgaans chaude, bijvoorbeeld une tasse chaude — “een hete kop”. Het il in il devient chaud is een mannelijk enkelvoudig onderwerp; samen met de vertaling en de context verwijst het naar het handvat. De volledige opbouw is: Oui, mais (“Ja, maar”), fais attention au manche (“pas op voor het handvat”), en car il devient chaud (“want het wordt heet”). Samen betekent de zin: “Dat kan, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.”
Est-ce que ça ira sur cette cuisinière ?
Zal dat goed gaan op dit fornuis?
- Est-ce que
- vraagmarkeerder
- ça
- dat
- ira
- zal gaan
- sur
- op
- cette
- deze
- cuisinière
- fornuis
Uitgebreide uitleg
Est-ce que maakt van de volgende zin een ja-neevraag. Het is een vaste Franse vraagconstructie; de woorden zelf betekenen hier niet afzonderlijk iets als ‘is dat’. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? ça is een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’ of ‘het’ in een algemene, niet nader benoemde verwijzing. In deze zin verwijst het volgens de vertaling naar datgene waarover men spreekt, zonder dat de vorm zelf een zelfstandig naamwoord specificeert. Ça is de gebruikelijke vorm in de omgangstaal; cela is een formelere variant. ira is de vorm van aller (‘gaan’) voor de derde persoon enkelvoud in de futur simple. Het onderwerp is hier ça, dus: ça ira — dat zal gaan / dat zal goed gaan. In deze vaste uitdrukking kan aller met een bijwoord als bien of, zoals in de Nederlandse vertaling, met ‘goed’ de geschiktheid of het verloop aanduiden. Vergelijk: Ça ira. — Dat komt goed / Dat zal wel gaan. De vorm ira is toekomst; va in ça va is de tegenwoordige tijd. sur is een voorzetsel dat hier een plaats- of contactrelatie uitdrukt: iets staat of wordt gebruikt op een oppervlak of toestel. Bijvoorbeeld: Le livre est sur la table. — Het boek ligt op tafel. cette is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzende bijvoeglijke woord ce, met de betekenis ‘deze’ of ‘die’. De vorm past bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord dat erop volgt; meervoud is ces, en vóór een mannelijk enkelvoudig woord dat met een klinker begint staat cet. cuisinière is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een fornuis of kooktoestel. Het lidwoord of aanwijzende woord laat hier zien dat het om een enkelvoudig vrouwelijk woord gaat: cette cuisinière. In een andere context kan cuisinière ook ‘vrouwelijke kok’ betekenen; in deze zin geeft sur samen met de vaste vertaling de betekenis ‘fornuis’. Samen vormen de delen de vraag Est-ce que ça ira sur cette cuisinière ?: zal dat goed gaan op dit fornuis? Est-ce que markeert de vraag, ça verwijst naar het besproken voorwerp of de besproken handeling, ira plaatst het verwachte verloop in de toekomst, en sur cette cuisinière geeft aan op welk fornuis het betrekking heeft.
Ça devrait aller si tu gardes le feu doux.
Dat zou goed moeten gaan als je het vuur laag houdt.
- Ça
- dat
- devrait
- zou moeten
- aller
- goed gaan
- si
- als
- tu gardes
- je houdt
- feu
- vuur
- doux
- laag
Uitgebreide uitleg
Ça is een aanwijzend voornaamwoord. Hier betekent het, in overeenstemming met de vertaling, “dat”: de bedoelde uitkomst van het koken of gebruik op het fornuis. Het verwijst dus niet noodzakelijk naar een zelfstandig naamwoord dat letterlijk in deze zin staat. Een vergelijkbare vorm is C’est facile — “Dat is gemakkelijk”. devrait is de derde persoon enkelvoud van de conditionnel présent van devoir; de basisvorm is devoir. In deze zin drukt het samen met aller een verwachting of voorzichtige voorspelling uit: “zou moeten”. Vergelijk doit (“moet” of “zal naar verwachting”) met devrait (“zou moeten”). aller staat hier in de infinitief na devrait. De combinatie aller betekent in deze context niet letterlijk alleen “gaan”, maar “goed verlopen” of “goed gaan”. In Ça va bien betekent dezelfde uitdrukking bijvoorbeeld “Het gaat goed”. si leidt de voorwaarde in: “als”. Na si staat hier een gewone tegenwoordige vorm, niet de conditionnel. Het patroon is si + tegenwoordige tijd, gevolgd door een hoofdzin die de verwachte uitkomst uitdrukt. tu gardes betekent hier “je houdt”. gardes is de tegenwoordige tijd van garder bij tu; tu is de tweede persoon enkelvoud. De vorm van het werkwoord verandert dus mee met het onderwerp: je garde, tu gardes, il/elle garde. In deze zin betekent garder dat je een bepaalde warmte-instelling aanhoudt. feu is een zelfstandig naamwoord voor “vuur” en kan in een kookcontext ook naar de warmte of kookstand verwijzen. Het is mannelijk: un feu. In feu doux is het de kern van de woordgroep. doux beschrijft feu en betekent hier “laag” in de betekenis van een lage, zachte warmte. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm die bij feu past. De vrouwelijke vorm is douce, bijvoorbeeld in une lumière douce — “zacht licht”. Samen vormt feu doux de kookuitdrukking “laag vuur” of “lage warmte”. De voorwaardelijke bijzin si tu gardes le feu doux betekent “als je het vuur laag houdt”. De hoofdzin Ça devrait aller betekent “dat zou goed moeten gaan”. De volledige betekenis is daarom: “Dat zou goed moeten gaan als je het vuur laag houdt.”
Je la laverai juste après le dîner.
Ik was hem meteen na het eten af.
- Je
- ik
- la
- hem
- laverai
- zal wassen
- juste après
- direct erna
- dîner
- avondeten
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”. Het is het onderwerpsvoornaamwoord voor de spreker. Voorbeeld: Je viens. = “Ik kom.” De vorm voor een aangesproken persoon is tu, zoals in Tu viens. = “Jij komt.” la is hier een Frans enkelvoudig vrouwelijk lijdendvoorwerpsvoornaamwoord. In de vaste Nederlandse vertaling wordt het bedoelde voorwerp met hem aangeduid; de grammaticale vorm van een voornaamwoord hoeft in twee talen niet hetzelfde geslacht te tonen. La staat vóór het vervoegde werkwoord. Het verschilt bijvoorbeeld van le voor een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp en van les voor meervoud. Voorbeeld: Je la prends. = “Ik pak hem.” laverai betekent hier “zal wassen”. De basisvorm is laver (“wassen”); laverai is de futur simple bij je: je laverai = “ik zal wassen”. Andere futurvormen zijn bijvoorbeeld tu laveras en il/elle lavera. Het voorwerp van deze handeling wordt door la weergegeven. juste après betekent “direct erna” en geeft een tijdsvolgorde aan. In deze zin wordt daarna verder ingevuld door le dîner: juste après le dîner = “direct na het avondeten”. Een herbruikbaar patroon is juste après + een tijdsaanduiding, bijvoorbeeld juste après le travail = “direct na het werk”. dîner betekent hier “avondeten” en is een zelfstandig naamwoord. Met het lidwoord vormt het le dîner (“het avondeten”): après le dîner = “na het avondeten”. Hetzelfde woord kan in een andere context ook het werkwoord “dineren” zijn, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. Samen vormen Je + la + laverai de structuur “ik zal hem wassen”. Juste après le dîner bepaalt wanneer dat gebeurt: “direct na het avondeten”. De volledige vaste betekenis is: “Ik was hem meteen na het eten af.”
Sèche-la bien avant de me la rapporter.
Droog hem goed af voordat je hem bij mij terugbrengt.
- Sèche
- droog
- la
- hem
- bien
- goed
- avant de
- voordat …
- me
- mij
- la
- hem
- rapporter
- terugbrengen
Uitgebreide uitleg
Sèche is de gebiedende wijs van sécher (“drogen”). De vorm richt zich tot één aangesproken persoon. In een bevestigend bevel staat een objectvoornaamwoord erna: Sèche-la. betekent “Droog hem.” la is hier het lijdend voorwerp bij sèche: in de vaste vertaling “hem”. In het Frans is la de vorm voor een vrouwelijk enkelvoudig direct object. Dat grammaticale geslacht hoeft niet overeen te komen met het Nederlandse voornaamwoord hem. bien betekent hier “goed” en geeft aan hoe de handeling moet worden uitgevoerd. Samen met Sèche-la vormt het Sèche-la bien: “Droog hem goed af”. avant de leidt een infinitiefconstructie in met de betekenis “voordat …”. Hier volgt me la rapporter; in de volledige constructie is de aangesprokene de uitvoerder: “voordat je …”. Voor een expliciet ander onderwerp gebruikt het Frans doorgaans avant que met een vervoegde bijzin. me betekent hier “mij” en is een onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord. Bij rapporter quelque chose à quelqu’un geeft het de ontvanger aan: iets aan iemand terugbrengen. me is hier dus niet het directe object; la is dat object. De tweede la is opnieuw een vrouwelijk enkelvoudig direct object, nu bij rapporter: het voorwerp dat wordt teruggebracht. De vaste vertaling geeft dit object opnieuw weer als “hem”. rapporter is de infinitief van rapporter, hier met de betekenis “terugbrengen”. Het kan een direct object combineren met een ontvanger: rapporter quelque chose à quelqu’un. In deze zin staan la en me voor die twee rollen. De betekenisvolle delen komen samen als Sèche-la bien = “Droog hem goed af” en avant de me la rapporter = “voordat je hem bij mij terugbrengt”. De volledige zin betekent: “Droog hem goed af voordat je hem bij mij terugbrengt.” Een bruikbaar patroon is [gebiedende wijs]-[object] + bien + avant de + [infinitief] + [ontvanger] + [object].
Quand veux-tu la récupérer ?
Wanneer wil je hem terug?
- Quand
- wanneer
- veux-tu
- wil je
- la
- hem
- récupérer
- terughalen
Uitgebreide uitleg
Quand betekent hier “wanneer” en vraagt naar het tijdstip. Het staat aan het begin van de vraag. Een bruikbaar contrast is quand = wanneer tegenover où = waar: Quand viens-tu ? betekent “Wanneer kom je?”, terwijl Où vas-tu ? betekent “Waar ga je heen?”. veux-tu bestaat uit veux, de tegenwoordige vorm van vouloir voor tu, plus het voornaamwoord tu achter het werkwoord. vouloir betekent “willen”; veux betekent hier “wil”. De omgekeerde volgorde veux-tu vormt een vraag. Vergelijk tu veux in een gewone mededeling met veux-tu in Quand veux-tu venir ? — “Wanneer wil je komen?” Hier drukt veux-tu de wil of gewenste keuze van de aangesprokene uit; het betekent niet op zichzelf dat die persoon al iets doet. la is een enkelvoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord. Volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar het voorwerp dat de aangesprokene wil terughalen. In het Frans is la vrouwelijk van grammaticaal geslacht; dat hoeft niet overeen te komen met het Nederlandse hem. Het staat vóór het infinitief: la récupérer = “hem terughalen”. récupérer is een infinitief en betekent hier “terughalen” of “weer ophalen”. Na vouloir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Je veux récupérer le livre = “Ik wil het boek terughalen.” De vorm récupérer draagt hier niet zelf de tijd of persoon; die informatie zit in veux. Samen vormen Quand + veux-tu + la récupérer de vraag: “Wanneer wil je hem terughalen?” De vraag gaat over het gewenste tijdstip waarop de aangesprokene het bedoelde voorwerp terughaalt. “Na het eten” past als antwoord op deze tijdsvraag.
Après le dîner, ça va.
Na het eten is goed.
- Après
- na
- dîner
- avondeten; diner
- ça va
- dat is goed
Uitgebreide uitleg
Après betekent hier “na” en staat vóór het moment of de gebeurtenis waarnaar wordt verwezen. Het is een voorzetsel: après + zelfstandig naamwoord geeft aan dat iets later gebeurt. Voorbeeld: Après le travail, je rentre. — “Na het werk ga ik naar huis.” dîner betekent in deze zin “avondeten” of “diner”. Na le is het hier een zelfstandig naamwoord; als werkwoord kan dîner ook “dineren” of “avondeten” betekenen. Voorbeeld: Nous dînons à huit heures. — “We eten om acht uur.” ça va betekent hier “dat is goed” of “het gaat goed”. Ça is een aanwijzend voornaamwoord met de algemene betekenis “dat/het”, terwijl va de vorm van aller (“gaan”) is bij ça. In deze vaste uitdrukking wordt ça va vaak gebruikt om aan te geven dat iets in orde is. Voorbeeld: Oui, ça va. — “Ja, dat is goed.” Samen vormt Après le dîner de tijdsbepaling “na het eten”. Daarna volgt ça va, “dat is goed”, zodat de hele uiting betekent: “Na het eten is het goed.”
Je n’en aurai pas besoin avant plus tard dans la semaine.
Ik heb hem pas later deze week weer nodig.
- Je
- ik
- n’en … aurai … pas … besoin
- hem niet nodig hebben
- avant
- vóór
- plus tard
- later
- dans la semaine
- in de week
- semaine
- week
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”. Het is het Franse onderwerppronomen voor de spreker en staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm. Voorbeeld: Je comprends. — “Ik begrijp het.” n’en aurai pas besoin is de ontkende vorm van avoir besoin de (“nodig hebben”). aurai is de toekomende tijd, eerste persoon enkelvoud, van avoir: avoir → j’aurai (“ik zal hebben”). en vervangt hier het complement na de in avoir besoin de; volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar “hem”. ne wordt vóór een klinker n’, en ne ... pas omringt de vervoegde vorm aurai: Je n’en aurai pas besoin. — “Ik zal hem niet nodig hebben.” avant betekent “vóór”. In de combinatie pas ... avant markeert het een tijdsgrens: iets gebeurt niet vóór het genoemde moment. Samen met plus tard ontstaat hier de betekenis “pas eerder dan later” of natuurlijker “pas later”. plus tard betekent “later”. tard betekent “laat”; plus tard is daarvan de vergelijkende vorm in tijd: “later”. Voorbeeld: Je reviendrai plus tard. — “Ik kom later terug.” dans la semaine betekent letterlijk “in de week” of “gedurende de week”. In de volledige tijdsbepaling plus tard dans la semaine wordt dat volgens de vaste vertaling “later deze week”. dans kan bij een periode aangeven dat iets binnen die periode plaatsvindt. semaine betekent “week”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la semaine. Voorbeeld: La semaine commence lundi. — “De week begint maandag.” Samen vormen de delen Je (“ik”) + n’en aurai pas besoin (“zal hem niet nodig hebben”) + avant (“vóór”) + plus tard dans la semaine (“later deze week”). De volledige betekenis is volgens de vaste vertaling: “Ik heb hem pas later deze week weer nodig.” De Franse structuur met ne ... pas ... avant geeft daarbij aan dat de behoefte niet vóór dat latere moment zal optreden.
Grammatica
Le futur simple : radical + terminaison
Je laverai la poêle juste après le dîner.
zje lav-rè la pwal zjuust a-prè luh die-né.Ik zal de koekenpan meteen na het avondeten wassen.
De futur simple drukt een handeling in de toekomst uit; bij je krijgt laver de uitgang -ai: je laverai.
faire attention à + le → faire attention au
Fais attention au manche chaud.
fè za-tan-sjon oo mansj sjo.Let op het hete handvat.
À + le wordt au. Dit vaste patroon betekent dat je ergens voor moet opletten.
Frans woordenschat
ça ira
aujourd’hui
il devient chaud
sur cette cuisinière
il devient chaud
emprunter une grande poêle
fais attention au manche
le feu doux
si tu gardes le feu doux
une grande poêle
attention au manche
ta grande poêle
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wanneer wil je hem terug?
Antwoord tonen
Quand veux-tu la récupérer ?Na het eten is goed.
Antwoord tonen
Après le dîner, ça va.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
worden
Antwoord tonen
devientfornuis
Antwoord tonen
cuisinièreheet
Antwoord tonen
chaudlenen