Est-ce que
Est-ce que vormt in deze dialoog de vraagconstructie voor een ja-neevraag. Est-ce markeert de vraag en que leidt de daaropvolgende zin in; samen staat de constructie vóór je peux emprunter.
je
je betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die de pan wil lenen en later zal wassen. Het staat als onderwerp vóór een werkwoord, zoals in je peux en Je la laverai; Je is dezelfde vorm met een hoofdletter aan het begin van een zin.
peux
peux betekent hier ‘kan’ of ‘mag’ en drukt uit dat de spreker toestemming vraagt. De vorm staat bij je en wordt gevolgd door een infinitief, hier emprunter.
emprunter
emprunter betekent hier iets tijdelijk van iemand lenen. Het is de infinitief na peux en krijgt als voorwerp de pan; een veelgebruikt patroon is emprunter + een voorwerp.
ta
ta betekent hier ‘jouw’ en verwijst naar de persoon tot wie A spreekt. De vorm staat vóór de vrouwelijke enkelvoudsvorm poêle, zoals in ta grande poêle; ta + een zelfstandig naamwoord geeft bezit aan.
grande
grande betekent hier ‘grote’ en beschrijft de afmeting van de pan. De vorm staat vóór poêle en heeft hier de vorm die bij dit zelfstandig naamwoord past; grande poêle vormt samen de beschrijving van de pan.
poêle
poêle betekent hier ‘pan’, meer bepaald de pan die A wil lenen en later terugbrengen. In deze keukencontext gaat het om het voorwerp dat wordt gebruikt, gewassen en teruggebracht.
aujourd’hui
aujourd’hui betekent ‘vandaag’ en geeft aan wanneer A de pan wil lenen. Het is een tijdsaanduiding die hier aan het einde van de vraag staat.
Oui
Oui betekent ‘ja’ en is hier een bevestigend antwoord op de vraag of A de pan mag lenen. Het antwoord wordt meteen gevolgd door mais, waardoor naast de toestemming ook een waarschuwing komt.
mais
mais betekent ‘maar’ en zet in deze dialoog de waarschuwing tegenover de toestemming. In Oui, mais fais attention leidt het een belangrijke beperking of aanvulling in.
fais attention
fais attention betekent hier ‘let op’ of ‘wees voorzichtig’ en is een waarschuwing over het hete handvat. Fais draagt de aansporing uit en attention benoemt de vereiste oplettendheid; samen staat de uitdrukking vóór au manche.
au
au betekent hier ‘aan het’ of in de vertaling ‘voor het’ en hoort bij de uitdrukking fais attention au manche. Au is de samengevoegde vorm van à en le; hij staat hier vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord manche.
manche
manche betekent hier ‘handvat’, namelijk het handvat van de pan dat heet kan worden. Het woord staat na au en is het onderdeel waarvoor de ander moet oppassen.
car
car betekent hier ‘want’ of ‘omdat’ en geeft de reden voor de waarschuwing. In car il devient chaud volgt de uitleg waarom het handvat gevaarlijk kan zijn.
il
il betekent hier ‘het’ en verwijst naar het handvat, manche. Het staat als onderwerp vóór devient en wordt gebruikt voor een mannelijk zelfstandig naamwoord zoals manche.
devient
devient betekent hier ‘wordt’ en beschrijft een verandering naar een warme toestand. Het is de vorm van devenir die bij il staat, zoals in il devient chaud; devenir + een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een verandering van toestand.
chaud
chaud betekent hier ‘heet’ en beschrijft de toestand waarin het handvat kan komen. Het staat na devient in il devient chaud en geeft aan waarnaar de toestand verandert.
ça
ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ en verwijst in de vraag naar de pan of de situatie op het fornuis. Dezelfde vorm komt ook terug in ça devrait aller en ça va; Ça krijgt aan het begin van een zin een hoofdletter.
ira
ira betekent hier ‘zal goed gaan’ of ‘zal in orde zijn’ in ça ira. Het is een toekomstige vorm van aller en wordt gebruikt om te vragen of iets zal werken of goed zal verlopen.
sur
sur betekent hier ‘op’ en geeft aan dat de pan op de cuisinière wordt geplaatst. Het staat vóór de plaats of ondergrond waarop iets zich bevindt, zoals in sur cette cuisinière.
cette
cette betekent hier ‘deze’ en verwijst naar het fornuis dat wordt aangewezen. De vorm staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord cuisinière, zoals in cette cuisinière.
cuisinière
cuisinière betekent hier ‘fornuis’ en is de plek waarop de pan gebruikt wordt. In sur cette cuisinière benoemt het woord het apparaat waarop de pan moet staan.
devrait
devrait betekent hier ‘zou moeten’ en geeft een voorzichtige verwachting: het zou goed moeten gaan. De vorm komt van devoir en staat in ça devrait aller vóór de infinitief aller.
aller
aller betekent hier niet letterlijk ‘gaan’, maar ‘goed gaan’ of ‘in orde zijn’ in ça devrait aller. Het is de infinitief na devrait; de uitdrukking wordt gebruikt om een voorzichtige geruststelling te geven.
si
si betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde voor de geruststelling in. In si tu gardes le feu doux wordt uitgelegd onder welke voorwaarde het goed zal gaan.
tu
tu betekent hier ‘je’ en verwijst naar de persoon die de pan gebruikt. Het is het onderwerp van gardes en staat in tu gardes vóór het werkwoord.
gardes
gardes betekent hier ‘houdt’ of ‘behoudt’ en beschrijft dat de ander het vuur laag houdt. De vorm staat bij tu en heeft het vuur als object, zoals in tu gardes le feu doux.
le
le is hier het bepaalde lidwoord bij feu en betekent in het Nederlands ‘het’. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord in le feu.
feu
feu betekent hier ‘vuur’ en verwijst in deze keukencontext naar de warmte of het vuur van het fornuis. In le feu doux wordt het samen met doux gebruikt om een lage warmte-instelling aan te duiden.
doux
doux betekent hier ‘laag’ in de combinatie met feu, niet het Nederlandse ‘zacht’ in algemene zin. Feu doux duidt op een lage of milde warmte; doux staat na feu.
la
la betekent hier ‘haar’ of ‘het’ als voornaamwoord en verwijst naar de vrouwelijke poêle. In Je la laverai staat la vóór het werkwoord en is het voorwerp dat gewassen zal worden.
laverai
laverai betekent hier ‘zal wassen’ en beschrijft wat A na het eten zal doen met de pan. Het is de toekomstige vorm van laver in Je la laverai; la staat ervoor als verwijzing naar de pan.
juste
juste betekent hier ‘net’ of ‘meteen’ in de tijdsaanduiding juste après le dîner. Het versterkt het idee dat het wassen direct na het avondeten gebeurt.
après
après betekent hier ‘na’ en geeft de volgorde in de tijd aan. In juste après le dîner staat het vóór het moment dat als referentie dient.
dîner
dîner betekent hier ‘avondeten’ of ‘diner’. Met le vormt het het tijdsmoment in juste après le dîner en ook in Après le dîner, ça va.
Sèche-la
Sèche-la betekent hier ‘droog haar’ of ‘droog het’, waarbij la naar de pan verwijst. Sèche is een aansporing om te drogen en la is het voornaamwoord voor de pan; het koppelteken verbindt beide in deze gebiedende vorm.
bien
bien betekent hier ‘goed’ of ‘grondig’ en geeft aan dat de pan zorgvuldig gedroogd moet worden. Het staat na Sèche-la en beschrijft hoe het drogen moet gebeuren.
avant
avant betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat het drogen voorafgaat aan het terugbrengen. In avant de me la rapporter staat het vóór de infinitiefconstructie die de volgende handeling benoemt.
de
de maakt hier samen met avant de de constructie vóór een infinitief: de handeling moet eerst gebeuren voordat de pan wordt teruggebracht. In avant de me la rapporter leidt de de dus rapporter in.
me
me betekent hier ‘mij’ en verwijst naar de persoon aan wie de pan wordt teruggebracht. In me la rapporter staat me vóór la en rapporter als voornaamwoord voor de ontvanger.
rapporter
rapporter betekent hier ‘terugbrengen’ en beschrijft het teruggeven van de pan aan de eigenaar. Het is de infinitief na avant de; in me la rapporter verwijst la naar de pan en me naar de persoon die haar terugkrijgt.
Quand
Quand betekent hier ‘wanneer’ en vraagt naar het gewenste moment van terugbrengen. Het staat aan het begin van de vraag Quand veux-tu la récupérer?
veux-tu
veux-tu betekent hier ‘wil je’ of beleefd ‘zou je willen’ en vraagt naar de voorkeur van de ander. De vorm gebruikt de omgekeerde vraagvolgorde met veux en tu, gevolgd door la récupérer.
récupérer
récupérer betekent hier ‘terugkrijgen’ of ‘weer ophalen’ en verwijst naar het opnieuw in bezit krijgen van de pan. Het staat als infinitief na veux-tu en krijgt la als voorwerp in la récupérer.
va
va betekent hier ‘is goed’ in ça va en geeft aan dat het voorgestelde moment acceptabel is. Het is een vorm van aller; ça va kan ook gebruikt worden om te vragen of iets in orde is.
n’en
n’en bevat hier ne en en in de ontkenning Je n’en aurai pas besoin. En verwijst naar de pan als datgene waaraan behoefte is, terwijl ne samen met pas de ontkenning vormt; het volledige patroon betekent dat de spreker haar niet nodig zal hebben.
aurai
aurai betekent hier ‘zal hebben’ in de uitdrukking avoir besoin, dus ‘nodig hebben’. Het is de toekomstige vorm van avoir in Je n’en aurai pas besoin; en vervangt hier de verwijzing naar de pan.
pas
pas is hier het tweede deel van de ontkenning met ne in Je n’en aurai pas besoin. Samen geven n’en en pas aan dat de spreker de pan op dat latere moment niet nodig zal hebben.
besoin
besoin betekent hier ‘behoefte’ en maakt met avoir besoin de de uitdrukking ‘nodig hebben’. In Je n’en aurai pas besoin verwijst en naar datgene wat niet nodig zal zijn.
plus
plus draagt hier samen met tard de betekenis ‘later’, niet ‘meer’ als hoeveelheid. In plus tard dans la semaine duidt het op een later moment in de week.
tard
tard betekent hier ‘laat’ en vormt met plus de tijdsaanduiding plus tard, ‘later’. De uitdrukking geeft aan dat de behoefte pas op een later moment in de week terugkomt.
dans
dans betekent hier ‘in’ en plaatst het latere moment binnen een bepaalde periode. In plus tard dans la semaine betekent het dat dit moment binnen de week valt.
semaine
semaine betekent hier ‘week’ en benoemt de periode waarin de pan later opnieuw nodig zal zijn. In dans la semaine staat het als tijdsperiode na dans la.