Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een beschadigd geleend gereedschap bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je dois m'excuser pour ce qui est arrivé à l'outil que j'ai emprunté.
Zje dwa meks-kü-zee poer se kie èt arie-vee aa loetie ke zjee an-prun-tee. Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het gereedschap dat ik heb geleend is gebeurd.Qu'est-ce qui lui est arrivé ?
Kès kie lwie èt arie-vee? Wat is ermee gebeurd?Le manche s'est fissuré pendant que je l'utilisais.
Leu mansj see fie-suu-ree pan-dan keu zje luu-tie-lie-zè. Het handvat is gebarsten terwijl ik het gebruikte.Laisse-moi voir à quel point l'outil est abîmé.
Lès-mwa vwar aa kèl pwan loe-tie èt abie-mee. Laat me zien hoe erg het gereedschap beschadigd is.Je peux le remplacer ou aider à le réparer.
Zje peu leu ran-plaa-see oe ee-dee aa leu ree-paa-ree. Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.Nous devrions vérifier si la réparation va tenir.
Noe de-vrie-jon vee-rie-fie sie laa ree-paa-raa-sjon va te-nier. We moeten controleren of de reparatie het houdt.Je suis désolé de t'avoir donné plus de travail.
Zje swie dee-zo-lee deu taa-vwaar do-nee pluu deu tra-vaj. Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.Dis-le-moi tout de suite la prochaine fois.
Die-leu-mwa toe deu swiet laa pro-sjen fwa. Laat het me de volgende keer meteen weten.Nous pouvons régler ça.
Noe poe-von ree-glee saa. We kunnen het oplossen.Uitleg van de zinnen
Je dois m'excuser pour ce qui est arrivé à l'outil que j'ai emprunté.
Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het gereedschap dat ik heb geleend is gebeurd.
- Je dois
- ik moet
- m'excuser
- mijn excuses aanbieden
- ce qui est arrivé
- wat er is gebeurd
- l'outil
- het gereedschap
- emprunté
- geleend
Uitgebreide uitleg
Je dois geeft hier een verplichting aan: “ik moet”. dois is de eerste persoon enkelvoud van devoir in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp Je bepaalt deze vorm; bij il/elle staat bijvoorbeeld doit. De infinitief die erop volgt benoemt wat men moet doen. m'excuser betekent hier “mijn excuses aanbieden” of “zich verontschuldigen”. Het werkwoord is s'excuser; in de infinitief staat hier de wederkerende vorm me, die vóór een klinker wordt verkort tot m'. Samen met Je verwijst die vorm naar dezelfde persoon: “ik moet me verontschuldigen”. Een ander onderwerp geeft bijvoorbeeld Elle doit s'excuser — “Zij moet zich verontschuldigen.” ce qui est arrivé betekent “wat er is gebeurd”. ce qui verwijst hier niet naar een vooraf genoemd zelfstandig naamwoord, maar is de Franse vorm voor “wat” wanneer ce qui zelf het onderwerp van de bijzin is. In ce qui est arrivé is ce qui dus het onderwerp van est arrivé. est arrivé is de passé composé van arriver: arriver → est arrivé. De hulpvorm is est, omdat arriver in deze tijd met être wordt gevormd. Vergelijk ce que tu dis — “wat jij zegt”: daar is ce que het lijdend voorwerp van dis, terwijl ce qui in ce qui est arrivé het onderwerp is. l'outil betekent “het gereedschap”. Het zelfstandig naamwoord is outil, mannelijk en enkelvoud; l' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinker. In pour l'outil zou het dus om “voor het gereedschap” gaan. Hier staat l'outil binnen een langere omschrijving van wat er is gebeurd. emprunté betekent hier “geleend”. De basisvorm is emprunter — “lenen”. emprunté is het voltooid deelwoord in j'ai emprunté, de passé composé met avoir. In l'outil que j'ai emprunté staat que voor l'outil; omdat het lijdend voorwerp vóór de passé composé staat, stemt het voltooid deelwoord ermee overeen. outil is mannelijk enkelvoud, waardoor de zichtbare vorm emprunté blijft; bij een vrouwelijk enkelvoud zou men bijvoorbeeld la chose que j'ai empruntée schrijven — “het ding dat ik heb geleend”. Samen vormt pour ce qui est arrivé à l'outil que j'ai emprunté de betekenis “voor wat er is gebeurd met het gereedschap dat ik heb geleend”. à l'outil geeft aan met welk voorwerp de gebeurtenis verband houdt, en que j'ai emprunté specificeert welk gereedschap bedoeld is. De volledige zin betekent daarom: “Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er is gebeurd met het gereedschap dat ik heb geleend.”
Qu'est-ce qui lui est arrivé ?
Wat is ermee gebeurd?
- Qu'est-ce qui
- wat …?
- lui
- ermee
- est arrivé
- is gebeurd
Uitgebreide uitleg
Qu'est-ce qui vraagt naar het onderwerp van wat er is gebeurd: ongeveer “wat is het dat …?”. In deze zin gaat het dus om de gebeurtenis die heeft plaatsgevonden. Vergelijk voor hergebruik Qu'est-ce que tu fais ? — “Wat doe je?”, waarbij qu'est-ce que naar het object van fais vraagt, niet naar het onderwerp. lui is hier het enkelvoudige indirecte voornaamwoord bij arriver. In de gegeven context verwijst het naar het geleende gereedschap, zoals ermee in de Nederlandse vertaling. De vorm lui onderscheidt in deze functie geen mannelijk en vrouwelijk geslacht; bij een meervoudig indirect object staat doorgaans leur. Voorbeeld: Qu'est-ce qui leur est arrivé ? — “Wat is er met hen/ze gebeurd?” est arrivé is de passé composé van arriver, met est als vorm van être en arrivé als voltooid deelwoord. Hier betekent arriver in de constructie arriver à quelqu'un/à quelque chose niet “aankomen”, maar “iemand/iets overkomen” of “met iemand/iets gebeuren”. De tijd verwijst naar een voorbije gebeurtenis. Voorbeeld: Un accident lui est arrivé. — “Er is hem een ongeluk overkomen.” Samen vormen de delen de vraag Qu'est-ce qui lui est arrivé ?: “Wat is ermee gebeurd?” Qu'est-ce qui vraagt wat de gebeurtenis is, lui verwijst indirect naar het gereedschap, en est arrivé plaatst de gebeurtenis in het verleden.
Le manche s'est fissuré pendant que je l'utilisais.
Het handvat is gebarsten terwijl ik het gebruikte.
- Le manche
- het handvat
- s'est fissuré
- is gebarsten
- pendant que
- terwijl
- je l'utilisais
- ik het gebruikte
Uitgebreide uitleg
Le manche betekent hier “het handvat”. manche is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaalde lidwoord le ervoor. Hetzelfde woord kan in andere contexten ook “mouw” betekenen, maar hier geeft de vaste vertaling de betekenis “handvat”. Voor een onbepaald handvat gebruik je bijvoorbeeld un manche. Bij s'est fissuré beschrijft het werkwoord se fissurer dat iets barsten of scheuren vertoont. De vorm staat in de passé composé: s'est + fissuré. Bij dit gebruik stemt het voltooid deelwoord overeen met het onderwerp: fissuré is hier mannelijk enkelvoud bij le manche. Vergelijk als voorbeeld: La poignée s'est fissurée — “De handgreep is gebarsten.” Daar krijgt het voltooid deelwoord een vrouwelijke uitgang. Pendant que leidt een bijzin in die gelijktijdigheid uitdrukt: “terwijl”. Het verbindt een gebeurtenis met een activiteit die op dat moment bezig was. Een herbruikbaar patroon is pendant que + onderwerp + werkwoord, bijvoorbeeld: Pendant que je cuisinais, il a téléphoné. — “Terwijl ik kookte, belde hij.” In je l'utilisais is utilisais de imparfait-vorm van utiliser voor je: j'utilisais betekent “ik gebruikte” als lopende of achtergrondactiviteit in het verleden. De imparfait-stam is utilis-; vergelijk j'utilise — “ik gebruik” en j'utiliserai — “ik zal gebruiken”. l' is het enkelvoudige directe objectvoornaamwoord le of la, verkort voor een klinker. De vaste gegevens geven niet uniek aan welk enkelvoudig object met l' wordt bedoeld; de vorm drukt hier wel uit dat ik “het” gebruikte. Het voornaamwoord staat vóór het werkwoord: je l'utilisais. De passé composé in s'est fissuré presenteert het barsten als de afzonderlijke gebeurtenis. De imparfait in je l'utilisais geeft de activiteit weer die toen gaande was. Samen vormen de delen de betekenis: “Het handvat is gebarsten terwijl ik het gebruikte.”
Laisse-moi voir à quel point l'outil est abîmé.
Laat me zien hoe erg het gereedschap beschadigd is.
- Laisse-moi
- laat me
- voir
- zien
- à quel point
- hoe erg; in welke mate
- l'outil
- het gereedschap
- abîmé
- beschadigd
Uitgebreide uitleg
Laisse-moi betekent hier “laat me”. laisse is de gebiedende wijs van laisser voor tu; moi is het beklemtoonde voornaamwoord “mij” en staat na het werkwoord met een koppelteken. In een verzoek kan dit patroon gevolgd worden door een infinitief: Laisse-moi entrer betekent bijvoorbeeld “Laat me binnenkomen”. voir is de infinitief “zien”. Na laisse-moi benoemt deze infinitief wat de spreker wil doen: “laat me zien”. De infinitief blijft hier onvervoegd; de gebiedende vorm laisse draagt de grammaticale informatie. à quel point vraagt naar de mate waarin iets het geval is: “hoe erg” of “in welke mate”. Het leidt hier de bijzin in die beschrijft hoe sterk de beschadiging is. Een bruikbaar patroon is Je ne savais pas à quel point c'était difficile — “Ik wist niet hoe moeilijk het was.” l'outil betekent “het gereedschap”. l' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord le vóór een klinker; het woord zelf is outil. Het Franse zelfstandig naamwoord outil is mannelijk, wat relevant is voor vormen die ermee overeenkomen. abîmé betekent hier “beschadigd”. Het is het voltooid deelwoord van abîmer, “beschadigen”, en functioneert hier als beschrijvend woord bij l'outil. Omdat outil mannelijk enkelvoud is, staat de vorm op -é: abîmé. Bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord verschijnt doorgaans abîmée, bijvoorbeeld une machine abîmée — “een beschadigde machine”. Samen vormen de delen: Laisse-moi voir (“Laat me zien”) + à quel point l'outil est abîmé (“hoe erg het gereedschap beschadigd is”). De hele zin betekent dus: “Laat me zien hoe erg het gereedschap beschadigd is.”
Je peux le remplacer ou aider à le réparer.
Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.
- Je peux
- Ik kan
- le
- het
- remplacer
- vervangen
- aider
- helpen
- réparer
- repareren
Uitgebreide uitleg
Je peux komt van pouvoir en betekent hier dat de spreker iets kan doen: “ik kan”. peux is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux remplacer = “ik kan vervangen”. le is hier een mannelijk enkelvoudig lijdend-voorwerpspronomen. In deze context verwijst het naar l'outil uit de vorige zin; samen met de vaste vertaling betekent le dus “het”. Het pronomen staat vóór de infinitief: le remplacer = “het vervangen”. In een andere zin kan hetzelfde pronomen naar een ander passend mannelijk enkelvoudig object verwijzen. remplacer is de infinitief “vervangen”. Na een vervoegd werkwoord zoals peux blijft dit werkwoord in de infinitief staan. Voorbeeld: Je peux remplacer la pièce. — “Ik kan het onderdeel vervangen.” aider is de infinitief “helpen”. In de constructie aider à wordt een handeling ingeleid door à plus een infinitief. Hier staat aider na ou, zodat de zin twee mogelijkheden naast elkaar zet: vervangen, of helpen bij een reparatie. réparer is de infinitief “repareren”. In le réparer staat le vóór deze infinitief; samen betekent dit “het repareren”. Voorbeeld: Elle aide à réparer la machine. — “Ze helpt met het repareren van de machine.” De volledige structuur is Je peux [le remplacer] ou [aider à le réparer]: “Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.” ou verbindt de twee handelingen. De spreker noemt dus twee mogelijkheden met dezelfde mogelijkheidsaanduiding peux; alleen de tweede mogelijkheid bevat aider à en gebruikt le opnieuw als object van réparer.
Nous devrions vérifier si la réparation va tenir.
We moeten controleren of de reparatie het houdt.
- Nous devrions
- we zouden moeten
- vérifier
- controleren
- si
- of
- réparation
- reparatie
- va tenir
- het zal houden
Uitgebreide uitleg
Nous devrions betekent hier dat de spreker samen met anderen vindt dat controleren verstandig of nodig is. devrions is de vorm van devoir voor de eerste persoon meervoud in de conditionnel présent: nous devrions = “wij zouden moeten”. De conditionnel maakt het voorstel minder direct dan Nous devons vérifier (“wij moeten controleren”). Voorbeeld: Nous devrions attendre. — “We zouden moeten wachten.” vérifier is het werkwoord “controleren” of “nagaan”. Het staat hier in de infinitief na devoir; na devrions blijft het dus onveranderd. Voorbeeld: Je vais vérifier le câble. — “Ik ga de kabel controleren.” si betekent in deze zin “of” en leidt een indirecte ja-neevraag in: vérifier si ... = “nagaan of ...”. Dat is een ander gebruik dan si in een voorwaardelijke zin, waar het “als” betekent. Voorbeeld: Je ne sais pas s'il vient. — “Ik weet niet of hij komt.” la réparation betekent “de reparatie”. réparation is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord la markeert hier een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het woord is verwant aan het werkwoord réparer (“repareren”), maar réparation is niet de werkwoordsvorm zelf. Voorbeeld: La réparation est terminée. — “De reparatie is klaar.” va tenir bestaat uit de derde persoon enkelvoud van aller plus de infinitief tenir. In deze zin geeft va de nabije toekomst aan, terwijl tenir volgens de bedoelde betekenis zegt dat iets standhoudt of blijft werken. Omdat la réparation enkelvoud is, staat het werkwoordelijke deel bij een derde persoon enkelvoud: la réparation va tenir. Voorbeeld: Le pont va tenir. — “De brug zal het houden.” Samen vormt de zin het patroon Nous devrions vérifier si ...: “We zouden moeten controleren of ...”. Het onderwerp nous is “we”, devrions vérifier drukt het voorgestelde controleren uit, en si la réparation va tenir geeft aan wat men wil nagaan: of de reparatie stand zal houden. De volledige betekenis is daarom: “We moeten controleren of de reparatie het houdt.”
Je suis désolé de t'avoir donné plus de travail.
Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.
- Je suis
- ik ben
- désolé
- het spijt me
- t'avoir donné
- jou gegeven hebben
- plus
- extra; meer
- travail
- werk
Uitgebreide uitleg
Je suis betekent hier letterlijk ‘ik ben’. suis is de tegenwoordige tijd van être bij je; dezelfde vorm kan dus in veel zinnen als ‘ben’ worden gebruikt. De combinatie je suis is een basispatroon om een toestand of beoordeling over jezelf uit te drukken. désolé is hier het bijvoeglijk naamwoord ‘gespijt hebbend’ of natuurlijker: ‘het spijt me’. Het staat in de mannelijke enkelvoudsvorm: désolé; een vrouwelijke spreker gebruikt in dezelfde constructie doorgaans désolée. De vorm drukt hier de verontschuldiging van de spreker uit, niet een beschrijving van travail. de t'avoir donné leidt de reden voor de verontschuldiging in: ‘dat ik jou gegeven heb’. t' is de verkorte vorm van te, hier de persoon aan wie iets is gegeven. avoir donné is het voltooid infinitief van donner: avoir + voltooid deelwoord donné. In deze zin wordt de handelende persoon van die infinitief uit de context begrepen als je: ik heb jou iets gegeven. Een bruikbaar patroon is être désolé de + infinitief, bijvoorbeeld: Je suis désolé d'être en retard. — ‘Het spijt me dat ik te laat ben.’ plus betekent hier ‘extra’ of ‘meer’. In plus de + zelfstandig naamwoord geeft het een grotere hoeveelheid aan; door de vaste vertaling betekent plus de travail hier specifiek ‘extra werk’. Het is dus niet nodig om in deze zin een vergelijking met een expliciet genoemde vroegere hoeveelheid te veronderstellen. travail betekent ‘werk’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is travaux, met een andere spelling en uitspraak. In het patroon plus de travail staat het zelfstandig naamwoord na de, zoals in beaucoup de travail — ‘veel werk’. Samen vormt Je suis désolé de t'avoir donné plus de travail de betekenis: ‘Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.’ De hoofdzin Je suis désolé geeft de verontschuldiging, en de t'avoir donné plus de travail benoemt waarvoor de spreker zich verontschuldigt. Donner du travail à quelqu'un betekent iemand werk geven; hier wordt dat gecombineerd met de voltooid infinitief om aan te geven dat het geven al heeft plaatsgevonden.
Dis-le-moi tout de suite la prochaine fois.
Laat het me de volgende keer meteen weten.
- Dis-le-moi
- zeg het me
- tout de suite
- meteen
- prochaine
- volgende
- fois
- keer
Uitgebreide uitleg
Dis-le-moi betekent hier «zeg het tegen mij» of natuurlijker «laat het me weten». Het is de gebiedende wijs van dire («zeggen»). dis is de vorm voor één aangesproken persoon (tu); het onderwerp staat niet apart in de zin. In deze bevestigende gebiedende wijs staan de voornaamwoordelijke delen achter het werkwoord: le verwijst naar wat er gezegd of meegedeeld moet worden, en moi betekent «aan mij». Vergelijk: Dis-moi. — «Zeg het me.» De vorm dit is geen gebiedende wijs maar bijvoorbeeld een vorm in il dit («hij zegt»). tout de suite is een vaste bijwoordelijke uitdrukking voor «meteen» of «onmiddellijk». Ze bepaalt hier wanneer de handeling moet gebeuren. Voorbeeld: Viens tout de suite. — «Kom meteen.» prochaine betekent hier «volgende». Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord prochain; de vorm stemt af op fois, dat vrouwelijk enkelvoud is. Vergelijk: le prochain jour — «de volgende dag» en la prochaine semaine — «de volgende week». Het bijvoeglijk naamwoord verandert dus zelf van vorm; fois is niet de basisvorm van prochaine. fois betekent «keer» of, in deze uitdrukking, «gelegenheid». la prochaine fois is een veelgebruikte combinatie: «de volgende keer». fois is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is ook fois, maar het lidwoord en de context maken het aantal duidelijk, bijvoorbeeld une fois — «één keer» en plusieurs fois — «meerdere keren». Samen bestaat de zin uit de gebiedende wijs Dis-le-moi, de tijdsbepaling tout de suite en de tijdsaanduiding la prochaine fois: «Laat het me de volgende keer meteen weten.» De zin geeft dus de aangesproken persoon de opdracht om bij de volgende gelegenheid iets onmiddellijk aan de spreker mee te delen.
Nous pouvons régler ça.
We kunnen het oplossen.
- Nous pouvons
- wij kunnen
- régler
- oplossen
- ça
- het
Uitgebreide uitleg
Nous pouvons betekent hier “wij kunnen”. nous is het onderwerp in de eerste persoon meervoud. pouvons is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij nous; de infinitief is pouvoir, niet pouvons. Na pouvoir volgt doorgaans een infinitief: Nous pouvons attendre. = “Wij kunnen wachten.” régler betekent hier “oplossen” of “regelen”, namelijk een kwestie tot een oplossing brengen. Het is een infinitief omdat het volgt op pouvons. Voorbeeld: régler un problème = “een probleem oplossen”. Een ander werkwoord, zoals créer in créer un problème, heeft de andere betekenis “een probleem veroorzaken”. ça is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “het” in de vaste vertaling. De zin benoemt niet precies waarnaar ça verwijst. Ça is een veelgebruikte vorm in alledaags en gesproken Frans. Voorbeeld: Je comprends ça. = “Ik begrijp dat.” Samen vormen de delen Nous pouvons régler ça. de betekenis “Wij kunnen het oplossen.” Nous pouvons drukt de mogelijkheid of het vermogen uit, régler benoemt de handeling en ça duidt datgene aan waarop de handeling gericht is.
Grammatica
Nous devrions + infinitif
Nous devrions vérifier l'outil.
Noe de-vrie-jon vee-rie-fie loe-tie.We zouden het gereedschap moeten controleren.
‘Devri ons’ is de conditionnel van devoir en drukt een voorzichtig advies of een voorstel uit.
pendant que + imparfait
Pendant que je l'utilisais, le manche s'est fissuré.
Pan-dan keu zje luu-tie-lie-zè, leu mansj see fie-suu-ree.Terwijl ik het gebruikte, barstte het handvat.
Na ‘pendant que’ staat vaak de imparfait voor een handeling die bezig was toen iets gebeurde.
Frans woordenschat
à quel point l'outil est abîmé
ce qui est arrivé
pour ce qui est arrivé
Je dois m'excuser
que j'ai emprunté
Laisse-moi voir
Je dois m'excuser
Le manche s'est fissuré
à l'outil
pendant que je l'utilisais
Le manche s'est fissuré
je l'utilisais
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat is ermee gebeurd?
Antwoord tonen
Qu'est-ce qui lui est arrivé ?We kunnen het oplossen.
Antwoord tonen
Nous pouvons régler ça.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
moet