Een beschadigd geleend gereedschap bespreken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared space, one adult apologizes for damaging a borrowed tool and discusses whether to repair or replace it..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een beschadigd geleend gereedschap bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je dois m'excuser pour ce qui est arrivé à l'outil que j'ai emprunté.

Zje dwa meks-kü-zee poer se kie èt arie-vee aa loetie ke zjee an-prun-tee. Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het gereedschap dat ik heb geleend is gebeurd.
B

Qu'est-ce qui lui est arrivé ?

Kès kie lwie èt arie-vee? Wat is ermee gebeurd?
A

Le manche s'est fissuré pendant que je l'utilisais.

Leu mansj see fie-suu-ree pan-dan keu zje luu-tie-lie-zè. Het handvat is gebarsten terwijl ik het gebruikte.
B

Laisse-moi voir à quel point l'outil est abîmé.

Lès-mwa vwar aa kèl pwan loe-tie èt abie-mee. Laat me zien hoe erg het gereedschap beschadigd is.
A

Je peux le remplacer ou aider à le réparer.

Zje peu leu ran-plaa-see oe ee-dee aa leu ree-paa-ree. Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.
B

Nous devrions vérifier si la réparation va tenir.

Noe de-vrie-jon vee-rie-fie sie laa ree-paa-raa-sjon va te-nier. We moeten controleren of de reparatie het houdt.
A

Je suis désolé de t'avoir donné plus de travail.

Zje swie dee-zo-lee deu taa-vwaar do-nee pluu deu tra-vaj. Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.
B

Dis-le-moi tout de suite la prochaine fois.

Die-leu-mwa toe deu swiet laa pro-sjen fwa. Laat het me de volgende keer meteen weten.
B

Nous pouvons régler ça.

Noe poe-von ree-glee saa. We kunnen het oplossen.

Woord voor woord

Je «Je» betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van «Je dois». Het staat vooraan als onderwerp; gebruik «je» met een werkwoord om over jezelf te spreken.
dois «dois» betekent hier ‘moet’ in «Je dois m'excuser». Het is de vorm van devoir bij je en wordt gevolgd door een infinitief, zoals in «dois m'excuser».
m'excuser «m'excuser» betekent hier ‘me verontschuldigen’. «m'» verwijst naar de spreker en «excuser» staat na «dois» als infinitief; de combinatie «Je dois m'excuser» gebruik je om verantwoordelijkheid te nemen.
pour «pour» betekent hier ‘voor’ in «pour ce qui est arrivé». Het leidt hier datgene in waarvoor iemand zijn excuses aanbiedt; «s'excuser pour» kan gevolgd worden door een gebeurtenis of situatie.
ce «ce» betekent hier ‘datgene’ of ‘wat’ in de vaste combinatie «ce qui». Samen verwijst «ce qui est arrivé» naar wat er gebeurd is; gebruik «ce qui» wanneer datgene wat volgt het onderwerp is.
qui «qui» verwijst hier binnen «ce qui» naar datgene wat gebeurd is. In «ce qui est arrivé» is «qui» het onderwerp van «est arrivé»; de combinatie «ce qui» gebruik je voor ‘wat/datgene wat’.
est «est» betekent hier ‘is’ in «ce qui est arrivé». Het is de tegenwoordige vorm van être bij «ce qui» en vormt samen met «arrivé» de uitdrukking voor een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden.
arrivé «arrivé» betekent hier ‘gebeurd’ in «est arrivé». Het is de voltooide vorm van arriver en staat met «est» in «ce qui est arrivé»; die combinatie gebruik je om te vragen of te zeggen wat er is gebeurd.
à «à» heeft hier twee functies: in «à l'outil» hoort het bij ‘aan/het gereedschap’, en in «à quel point» maakt het deel uit van een uitdrukking voor een mate. Gebruik «à quel point» gevolgd door een beschrijving om te vragen hoe sterk iets het geval is.
l'outil «l'outil» betekent ‘het gereedschap’. De apostrof in «l'outil» is de verkorte vorm van «le» voor de klinker aan het begin van «outil»; gebruik het woord om het geleende voorwerp te benoemen.
que «que» betekent hier ‘dat/die’ in «l'outil que j'ai emprunté». Het verbindt «l'outil» met de informatie dat de spreker het heeft geleend; gebruik «que» om een zelfstandig naamwoord met een beschrijvende bijzin te verbinden.
j'ai «j'ai» betekent hier ‘ik heb’ in «j'ai emprunté». «j'» is de verkorte vorm van je voor een klinker en «ai» is de vorm van avoir bij ik; samen leidt het een voltooide gebeurtenis in.
emprunté «emprunté» betekent hier ‘geleend’ in «j'ai emprunté». Het is de voltooide vorm van emprunter en staat met «j'ai»; «emprunter» gebruik je voor iets dat je tijdelijk van iemand meeneemt.
Qu'est-ce «Qu'est-ce» begint hier een vraag naar ‘wat’ in «Qu'est-ce qui lui est arrivé ?». In de volledige vraag vraagt het wat er met het gereedschap is gebeurd; gebruik «Qu'est-ce qui» wanneer je vraagt wat iets heeft gedaan of wat er is gebeurd.
lui «lui» betekent hier ‘hem’ of ‘het’ in «lui est arrivé» en verwijst naar het gereedschap. Het staat bij de uitdrukking «arriver à»; gebruik «Qu'est-ce qui lui est arrivé ?» om te vragen wat iemand of iets is overkomen.
Le «Le» betekent ‘het/de’ in «Le manche» en de kleine vorm «le» betekent ‘het’ in «le remplacer» en «le réparer». In «Le manche» is het een bepaald lidwoord, terwijl «le» vóór een infinitief naar het gereedschap verwijst.
manche «manche» betekent hier ‘handvat’ in «Le manche». Het benoemt het onderdeel van het gereedschap dat beschadigd is; gebruik «le manche» wanneer je naar zo’n handvat verwijst.
s'est «s'est» maakt in «s'est fissuré» duidelijk dat het handvat zelf gebarsten is of die verandering heeft ondergaan. «s'» en «est» horen hier samen bij de werkwoordelijke constructie; gebruik «s'est» vóór een voltooide vorm om zo’n verandering te beschrijven.
fissuré «fissuré» betekent hier ‘gebarsten’ in «s'est fissuré». Het beschrijft het resultaat van de beschadiging van het handvat; «s'est fissuré» gebruik je om te zeggen dat iets een barst heeft gekregen.
pendant «pendant» betekent hier ‘tijdens’ in «pendant que je l'utilisais». Met «que» leidt het een handeling in die gelijktijdig met een andere gebeurtenis plaatsvindt; gebruik «pendant que» gevolgd door een bijzin.
l'utilisais «l'utilisais» betekent hier ‘ik het gebruikte’ in «je l'utilisais». «l'» verwijst naar het gereedschap en de werkwoordsvorm beschrijft het gebruik dat op dat moment bezig was; gebruik «pendant que je l'utilisais» om een gelijktijdige achtergrondhandeling te geven.
Laisse «Laisse» betekent hier ‘laat’ in het verzoek «Laisse-moi voir». Het is een bevel- of verzoeksvorm van laisser; «Laisse-moi» gebruik je om iemand te vragen je iets te laten doen.
moi «moi» betekent hier ‘mij/me’ in «Laisse-moi voir». Het verwijst naar de persoon die wil kijken en staat na de verzoeksvorm «Laisse»; gebruik «Laisse-moi» vóór een infinitief om toestemming of ruimte te vragen.
voir «voir» betekent hier ‘zien’ in «Laisse-moi voir». Het is de infinitief na «Laisse-moi» en geeft aan wat de spreker wil doen; gebruik «Laisse-moi voir» wanneer je iets zelf wilt bekijken.
quel «quel» draagt in «à quel point» bij aan de vraag naar de mate waarin iets zo is. De betekenis ‘hoe erg’ komt uit de hele combinatie «à quel point l'outil est abîmé»; gebruik «à quel point» vóór een beschrijving.
point «point» betekent hier niet letterlijk ‘punt’, maar vormt met «à quel» de uitdrukking «à quel point» voor ‘in welke mate’. In «à quel point l'outil est abîmé» vraagt de spreker hoe ernstig de schade is; gebruik de volledige combinatie bij een graad of intensiteit.
abîmé «abîmé» betekent hier ‘beschadigd’ in «l'outil est abîmé». Het beschrijft de toestand van het gereedschap; gebruik «être abîmé» om te zeggen dat iets beschadigd is.
peux «peux» betekent hier ‘kan’ in «Je peux le remplacer». Het is de vorm van pouvoir bij je en wordt gevolgd door een infinitief; gebruik «je peux» om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
remplacer «remplacer» betekent hier ‘vervangen’ in «le remplacer». Het is de infinitief na «peux» en «le» verwijst naar het gereedschap; gebruik «remplacer» wanneer iets door een ander exemplaar wordt vervangen.
ou «ou» betekent hier ‘of’ en verbindt de twee mogelijkheden in «le remplacer ou aider à le réparer». Gebruik «ou» om alternatieven naast elkaar te zetten.
aider «aider» betekent hier ‘helpen’ in «aider à le réparer». Het wordt hier gevolgd door «à» en een infinitief; de combinatie «aider à le réparer» betekent helpen om het te repareren.
réparer «réparer» betekent hier ‘repareren’ in «le réparer». Het is de infinitief na «à» en «le» verwijst naar het gereedschap; gebruik «réparer» voor het herstellen van een beschadigd voorwerp.
Nous «Nous» betekent hier ‘wij/we’ in «Nous devrions» en «Nous pouvons». Het is het onderwerp van de zin; gebruik «nous» vóór een werkwoord wanneer de spreker samen met anderen handelt.
devrions «devrions» betekent hier ‘zouden moeten’ in «Nous devrions vérifier». Het is de vorm van devoir voor «nous» en drukt een advies of passende volgende stap uit; gebruik «nous devrions» gevolgd door een infinitief.
vérifier «vérifier» betekent hier ‘controleren’ in «vérifier si la réparation va tenir». Het is de infinitief na «devrions» en wordt hier gevolgd door «si» met een hele bijzin; gebruik «vérifier si» om na te gaan of iets het geval is.
si «si» betekent hier ‘of’ in «vérifier si la réparation va tenir». Het leidt een indirecte ja-of-neevraag in, niet een voorwaarde; gebruik «vérifier si» gevolgd door de informatie die je wilt controleren.
la «la» is hier het bepaalde lidwoord in «la réparation» en betekent ‘de’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat naar de reparatie verwijst; gebruik «la» vóór een bepaald zelfstandig naamwoord van dit type.
réparation «réparation» betekent hier ‘reparatie’ in «la réparation va tenir». Het verwijst naar het herstel dat mogelijk wordt uitgevoerd; gebruik «la réparation» wanneer je over die concrete reparatie spreekt.
va «va» betekent hier ‘zal’ in «va tenir». Het is de vorm van aller bij «la réparation» en vormt met de infinitief «tenir» een nabije toekomst; gebruik «va» gevolgd door een infinitief om te zeggen wat iets zal doen of hoe het zal uitpakken.
tenir «tenir» betekent hier ‘houden’ of ‘standhouden’ in «la réparation va tenir». Het staat als infinitief na «va» en verwijst naar de vraag of de reparatie effectief blijft; gebruik «tenir» hier om te beoordelen of een reparatie blijft werken.
suis «suis» betekent hier ‘ben’ in «Je suis désolé». Het is de vorm van être bij je en staat vóór het bijvoeglijk woord «désolé»; gebruik «je suis» gevolgd door een beschrijving van jezelf.
désolé «désolé» betekent hier ‘sorry’ of ‘het spijt me’ in «Je suis désolé». De spreker gebruikt het om zich te verontschuldigen voor het extra werk; «Je suis désolé» is een directe manier om spijt te betuigen.
de «de» leidt in «désolé de t'avoir donné plus de travail» de handeling in waarvoor iemand spijt heeft. In «tout de suite» is «de» onderdeel van een vaste uitdrukking; gebruik «désolé de» vóór een handeling waarvoor je je verontschuldigt.
t'avoir «t'avoir» betekent hier ‘jou te hebben’ in «de t'avoir donné». «t'» verwijst naar de persoon die extra werk kreeg en «avoir» helpt een voltooide handeling uit te drukken; de combinatie verwijst naar iets dat al is gebeurd.
donné «donné» betekent hier ‘gegeven’ of ‘bezorgd’ in «t'avoir donné plus de travail». Het is de voltooide vorm van donner en verwijst naar het veroorzaken van extra werk voor de ander; gebruik «donner» wanneer iemand iets aan een ander geeft of bezorgt.
plus «plus» betekent hier ‘meer’ in «plus de travail». Het geeft aan dat de hoeveelheid werk groter is geworden; gebruik «plus de» vóór een zelfstandig naamwoord om een grotere hoeveelheid aan te geven.
travail «travail» betekent hier ‘werk’ in «plus de travail». Het verwijst naar de extra taak of inspanning die door de beschadiging ontstaat; «plus de travail» gebruik je voor een grotere hoeveelheid werk.
Dis «Dis» betekent hier ‘zeg’ of ‘vertel’ in «Dis-le-moi». Het is een verzoeksvorm van dire en wordt hier gecombineerd met voornaamwoorden; gebruik «Dis-le-moi» om iemand te vragen je iets te vertellen.
tout de suite «tout de suite» betekent als geheel ‘meteen’. «tout» verwijst naar het geheel, «de» maakt deel uit van de vaste verbinding en «suite» verwijst naar wat volgt; samen geeft de uitdrukking aan dat iets onmiddellijk moet gebeuren.
prochaine «prochaine» betekent hier ‘volgende’ in «la prochaine fois». De vorm hoort bij «fois» en verwijst naar de eerstvolgende gelegenheid; gebruik «la prochaine fois» om naar een volgende keer te verwijzen.
fois «fois» betekent hier ‘keer’ in «la prochaine fois». Het verwijst naar een volgende gelegenheid waarop iets kan gebeuren; gebruik de vaste combinatie «la prochaine fois» voor ‘de volgende keer’.
pouvons «pouvons» betekent hier ‘kunnen’ in «Nous pouvons régler ça». Het is de vorm van pouvoir bij «nous» en wordt gevolgd door een infinitief; gebruik «nous pouvons» om een mogelijkheid of bereidheid uit te drukken.
régler «régler» betekent hier ‘regelen’ of ‘oplossen’ in «régler ça». Het is de infinitief na «pouvons» en «ça» verwijst naar de situatie met het beschadigde gereedschap; gebruik «régler ça» om te zeggen dat je een probleem zult oplossen.
ça «ça» betekent hier ‘dat’, ‘het’ of ‘deze situatie’ in «régler ça». Het verwijst naar het probleem dat in het gesprek wordt besproken; gebruik «régler ça» wanneer de concrete kwestie al uit de context duidelijk is.

Grammatica

Nous devrions + infinitif

Nous devrions vérifier l'outil.

Noe de-vrie-jon vee-rie-fie loe-tie.

We zouden het gereedschap moeten controleren.

‘Devri ons’ is de conditionnel van devoir en drukt een voorzichtig advies of een voorstel uit.

pendant que + imparfait

Pendant que je l'utilisais, le manche s'est fissuré.

Pan-dan keu zje luu-tie-lie-zè, leu mansj see fie-suu-ree.

Terwijl ik het gebruikte, barstte het handvat.

Na ‘pendant que’ staat vaak de imparfait voor een handeling die bezig was toen iets gebeurde.

Frans woordenschat

à quel point uitdrukking
aa kèl pwan hoe erg / in welke mate

à quel point l'outil est abîmé

arrivé werkwoord
a-rie-vee gebeurd est arrivé

ce qui est arrivé

ce qui voornaamwoord
se kie wat

pour ce qui est arrivé

dois werkwoord
dwa moet

Je dois m'excuser

emprunté werkwoord
an-prun-tee geleend j'ai emprunté

que j'ai emprunté

laisse-moi werkwoord
lès-mwa laat me Laisse-moi

Laisse-moi voir

m'excuser werkwoord
meks-kü-zee mijn excuses aanbieden

Je dois m'excuser

manche zelfstandig naamwoord
mansj handvat Le manche

Le manche s'est fissuré

outil zelfstandig naamwoord
oe-tie gereedschap l'outil

à l'outil

pendant que voegwoord
pan-dan keu terwijl

pendant que je l'utilisais

s'est fissuré werkwoord
see fie-suu-ree is gebarsten

Le manche s'est fissuré

utilisais werkwoord
luu-tie-lie-zè gebruikte je l'utilisais

je l'utilisais

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat is ermee gebeurd?

Antwoord tonenQu'est-ce qui lui est arrivé ?

We kunnen het oplossen.

Antwoord tonenNous pouvons régler ça.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

moet

Antwoord tonendois