Een telefoon opladen voor een dringend telefoontje | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a daily life situation, one adult asks to use a charging cable so a phone has enough battery for an urgent call..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een telefoon opladen voor een dringend telefoontje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

La batterie de mon téléphone est presque vide.

la batri de mon telefoon è presk vid. De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.
B

Est-ce que tu as un chargeur ou une batterie externe avec toi ?

èskə tu a èn sjarzjeur oe uun batri ekstèrn avèk twa? Heb je een oplader of powerbank bij je?
A

J'ai laissé les deux à la maison.

zjee lèssee lee deu a la mèzong. Ik heb ze allebei thuisgelaten.
A

Je dois passer un appel urgent.

zje dwa passee èn apèl ürzjang. Ik moet dringend bellen.
B

Il y a une prise à côté de la fenêtre.

il ja uun priez a kotee de la fənètr. Er is een stopcontact naast het raam.
A

Est-ce que je peux utiliser ton câble pendant quelques minutes ?

èskə zje peu uutilizee tong kabl pandang kèlk minuut? Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?
B

Tu peux l'utiliser assez longtemps pour passer l'appel.

tu pe lutilizee asee longtang poer passee lapèl. Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.
A

Je te le rendrai dès que mon téléphone s'allumera.

zje te lə rangdrè dè kə mon telefoon salümra. Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.
B

Laisse-le branché jusqu'à ce que ton téléphone ait assez de batterie.

lès lə brangsjee zjusk'a sə kə tong telefoon èt asee de batri. Laat hem aangesloten totdat je telefoon genoeg is opgeladen.

Woord voor woord

La « La » betekent hier « de » bij het vrouwelijke enkelvoudige woord « batterie ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « La batterie ».
batterie « batterie » betekent hier « batterij », namelijk de batterij van de telefoon. Je gebruikt het met « la » in « La batterie » en met « de » om aan te geven waarvan de batterij is.
de « de » geeft hier bezit of verbondenheid aan: « de mon téléphone » betekent « van mijn telefoon ». Je gebruikt « de » vóór de bezitter of het verband dat je wilt aangeven.
mon « mon » betekent hier « mijn » en verwijst naar « téléphone ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « mon téléphone ».
téléphone « téléphone » betekent hier « telefoon ». In « mon téléphone » wordt het gekoppeld aan de bezitsvorm « mon ».
est « est » betekent hier « is » en verbindt « La batterie de mon téléphone » met « presque vide ». Het is de vorm die in deze zin gebruikt wordt om een toestand te beschrijven.
presque « presque » betekent hier « bijna »: de batterij is nog niet helemaal leeg. Je kunt het vóór een bijvoeglijk naamwoord gebruiken, zoals in « presque vide ».
vide « vide » betekent hier « leeg » en beschrijft de toestand van de batterij. In « presque vide » betekent het dat er nog maar weinig batterij over is.
Est-ce « Est-ce » maakt hier deel uit van de vraagvorm « Est-ce que ». De volledige vorm « Est-ce que tu as ... ? » wordt gebruikt om op een neutrale manier iets te vragen.
que « que » maakt in « Est-ce que tu as ... ? » de vraagconstructie compleet. Samen met « Est-ce » leidt het een gewone vraagzin in.
tu « tu » betekent hier « jij » en is het onderwerp van « tu as ». Je gebruikt het in deze informele vraag tegen één persoon.
as « as » betekent hier « hebt » in « tu as un chargeur ». Het is de vorm die bij « tu » hoort en wordt gebruikt om te vragen of iemand iets bij zich heeft.
un « un » betekent hier « een » vóór het mannelijke enkelvoudige woord « chargeur ». Het staat in « un chargeur ».
chargeur « chargeur » betekent hier « oplader ». In « un chargeur ou une batterie externe » noem je het als één van twee mogelijke hulpmiddelen.
ou « ou » betekent hier « of » en verbindt twee mogelijkheden: « un chargeur » en « une batterie externe ». Je gebruikt het om tussen opties te kiezen.
une « une » betekent hier « een » vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord « batterie ». Het staat in « une batterie externe ».
externe « externe » betekent hier « externe » en beschrijft « batterie » in « une batterie externe ». De combinatie verwijst naar een losse batterij waarmee je een telefoon kunt opladen.
avec « avec » betekent hier « met » in « avec toi ». Het geeft aan dat iets samen met de aangesproken persoon aanwezig is.
toi « toi » betekent hier « jou » in « avec toi ». Na het voorzetsel « avec » wordt deze beklemtoonde vorm gebruikt; de hele uitdrukking betekent « bij je ».
J'ai « J'ai » betekent hier « ik heb » en introduceert wat de spreker heeft gedaan: « J'ai laissé ... ». Het is de vaste samentrekking van « je » en « ai ».
laissé « laissé » betekent hier « achtergelaten » in « J'ai laissé les deux à la maison ». Samen met « J'ai » beschrijft het een afgeronde handeling; je kunt « laisser » ook met een voorwerp en een plaats gebruiken.
les « les » betekent hier « de » en verwijst naar twee eerder genoemde dingen: de oplader en de externe batterij. Het staat vóór « deux » in « les deux ».
à « à » betekent hier « in » of « bij » in de vaste uitdrukking « à la maison ». Je gebruikt deze combinatie om aan te geven dat iets thuis is.
maison « maison » betekent hier « huis » in « à la maison », dat als geheel « thuis » betekent. De uitdrukking wordt gebruikt om de plaats van een voorwerp of persoon aan te geven.
Je « Je » betekent hier « ik » en is het onderwerp van « dois passer ». Het staat aan het begin van de mededeling over wat de spreker nodig heeft.
dois « dois » betekent hier « moet » of « moet ... doen » in « Je dois passer un appel urgent ». Na deze vorm volgt een infinitief om aan te geven wat noodzakelijk is.
passer « passer » betekent hier, in « passer un appel », « een telefoontje plegen ». Deze betekenis ontstaat in de combinatie met « un appel »; gebruik dus het patroon « passer un appel ».
appel « appel » betekent hier « telefoontje » of « oproep ». In « passer un appel urgent » is het het voorwerp van de handeling « passer ».
urgent « urgent » betekent hier « dringend » en beschrijft « appel ». In « un appel urgent » staat het na het zelfstandig naamwoord.
Il « Il » is hier het onpersoonlijke onderwerp in « Il y a », de vaste uitdrukking voor « er is ». Het verwijst in deze constructie niet naar een concrete persoon of zaak.
y « y » betekent hier « daar » binnen de vaste uitdrukking « Il y a ». Samen met « Il » en « a » geeft het aan dat iets op een bepaalde plaats aanwezig is.
a « a » draagt in « Il y a » de betekenis « is » of « bevindt zich ». De volledige constructie « Il y a une prise » betekent « Er is een stopcontact ».
prise « prise » betekent hier « stopcontact » in « une prise ». In « Il y a une prise à côté de la fenêtre » wordt aangegeven waar het stopcontact zich bevindt.
côté « côté » betekent letterlijk « kant » en betekent hier « naast » in « à côté de la fenêtre ». De vaste woordgroep « à côté de » wordt gebruikt om een plaats ernaast aan te geven.
fenêtre « fenêtre » betekent hier « raam ». In « à côté de la fenêtre » is het raam het referentiepunt voor de plaats van het stopcontact.
peux « peux » betekent hier « kan » of, in deze vraag, « mag ». In « Est-ce que je peux utiliser ... ? » wordt er beleefd gevraagd om iets te mogen gebruiken.
utiliser « utiliser » betekent hier « gebruiken ». Na « je peux » staat het in de infinitief, zoals in « je peux utiliser ton câble ».
ton « ton » betekent hier « jouw » en verwijst naar de kabel van de aangesproken persoon. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « ton câble ».
câble « câble » betekent hier « kabel ». In « utiliser ton câble » is het de kabel die de spreker wil gebruiken.
pendant « pendant » betekent hier « gedurende » of « voor » en geeft de tijdsduur aan in « pendant quelques minutes ». Je gebruikt het vóór een tijdsduur.
quelques « quelques » betekent hier « een paar » of « enkele » en geeft een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid aan. Het staat vóór het meervoudige woord « minutes ».
minutes « minutes » betekent hier « minuten » en vormt met « pendant quelques » de tijdsduur « gedurende een paar minuten ». Het meervoud past bij de hoeveelheid « quelques ».
l'utiliser « l'utiliser » betekent hier « het gebruiken », waarbij « l' » verwijst naar de kabel en vóór de infinitief staat. De apostrof is nodig vóór « utiliser », dat met een klinker begint.
assez « assez » betekent hier « genoeg » in « assez longtemps ». Het versterkt de tijdsduur en geeft aan dat die voldoende is voor het telefoontje.
longtemps « longtemps » betekent hier « lang » of « lange tijd ». In « assez longtemps pour passer l'appel » betekent de combinatie « lang genoeg om het telefoontje te plegen ».
pour « pour » betekent hier « om ... te » en leidt het doel aan in « pour passer l'appel ». Na « pour » staat hier een infinitief om het doel uit te drukken.
l'appel « l'appel » betekent hier « het telefoontje » in « passer l'appel ». De apostrof is de samentrekking van « le » vóór « appel », dat met een klinker begint.
te « te » betekent hier « aan jou » of « voor jou » in « Je te le rendrai ». Het is het voornaamwoord voor de persoon aan wie de kabel wordt teruggegeven.
le « le » betekent hier « het » en verwijst naar de kabel in « Je te le rendrai ». Het staat vóór de werkwoordsvorm en vormt samen met « te » de voornaamwoordelijke combinatie « te le ».
rendrai « rendrai » betekent hier « zal teruggeven ». In « Je te le rendrai » staat het bij « je » en geeft het een beloofde handeling aan; het patroon is « rendre quelque chose à quelqu'un ».
dès « dès » betekent hier « zodra » in « dès que mon téléphone s'allumera ». Samen met « que » leidt het het moment aan waarop de kabel wordt teruggegeven.
s'allumera « s'allumera » betekent hier « zal aangaan » of « zal inschakelen », over de telefoon. In « dès que mon téléphone s'allumera » beschrijft het de gebeurtenis die eerst moet plaatsvinden.
Laisse-le « Laisse-le » betekent hier « laat het » of « houd het », waarbij « le » naar het betreffende voorwerp verwijst. Het is een bevel in de combinatie « Laisse-le branché ».
branché « branché » betekent hier « aangesloten » of « ingeplugd ». In « Laisse-le branché » beschrijft het de toestand waarin het voorwerp moet blijven.
jusqu'à « jusqu'à » betekent hier « totdat » in « jusqu'à ce que ton téléphone ait assez de batterie ». Met « ce que » leidt het een grensmoment voor de handeling aan.
ait « ait » betekent hier « heeft » in « jusqu'à ce que ton téléphone ait assez de batterie ». Na « jusqu'à ce que » wordt deze vorm gebruikt in de bijzin; de constructie geeft aan wanneer de handeling mag stoppen.

Grammatica

devoir + infinitif

Je dois passer un appel urgent.

zje dwa passee èn apèl ürzjang.

Ik moet een dringend telefoontje plegen.

Na de vervoegde vorm dois volgt het infinitief passer. De combinatie drukt noodzaak uit.

dès que + futur simple

Dès que le téléphone s'allumera, je rendrai le chargeur.

dè kə lə telefoon salümra, zje rangdrè lə sjarzjeur.

Zodra de telefoon aangaat, geef ik de oplader terug.

Na dès que kan voor een toekomstige gebeurtenis de futur simple staan: s'allumera en rendrai.

Frans woordenschat

à la maison uitdrukking
a la mèzong thuis
appel zelfstandig naamwoord
apèl telefoontje
batterie zelfstandig naamwoord
batri batterij
batterie externe uitdrukking
batri ekstèrn powerbank
chargeur zelfstandig naamwoord
sjarzjeur oplader
devoir werkwoord
dəvwaar moeten dois
laisser werkwoord
lèssee achterlaten laissé
les deux voornaamwoord
lee deu allebei
passer un appel uitdrukking
passee èn apèl bellen
presque bijwoord
presk bijna
téléphone zelfstandig naamwoord
telefoon telefoon
vide bijvoeglijk naamwoord
vid leeg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik moet dringend bellen.

Antwoord tonenJe dois passer un appel urgent.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

telefoon

Antwoord tonentéléphone

batterij

Antwoord tonenbatterie

bijna

Antwoord tonenpresque

achterlaten

Antwoord tonenlaissé