La
« La » betekent hier « de » bij het vrouwelijke enkelvoudige woord « batterie ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « La batterie ».
batterie
« batterie » betekent hier « batterij », namelijk de batterij van de telefoon. Je gebruikt het met « la » in « La batterie » en met « de » om aan te geven waarvan de batterij is.
de
« de » geeft hier bezit of verbondenheid aan: « de mon téléphone » betekent « van mijn telefoon ». Je gebruikt « de » vóór de bezitter of het verband dat je wilt aangeven.
mon
« mon » betekent hier « mijn » en verwijst naar « téléphone ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « mon téléphone ».
téléphone
« téléphone » betekent hier « telefoon ». In « mon téléphone » wordt het gekoppeld aan de bezitsvorm « mon ».
est
« est » betekent hier « is » en verbindt « La batterie de mon téléphone » met « presque vide ». Het is de vorm die in deze zin gebruikt wordt om een toestand te beschrijven.
presque
« presque » betekent hier « bijna »: de batterij is nog niet helemaal leeg. Je kunt het vóór een bijvoeglijk naamwoord gebruiken, zoals in « presque vide ».
vide
« vide » betekent hier « leeg » en beschrijft de toestand van de batterij. In « presque vide » betekent het dat er nog maar weinig batterij over is.
Est-ce
« Est-ce » maakt hier deel uit van de vraagvorm « Est-ce que ». De volledige vorm « Est-ce que tu as ... ? » wordt gebruikt om op een neutrale manier iets te vragen.
que
« que » maakt in « Est-ce que tu as ... ? » de vraagconstructie compleet. Samen met « Est-ce » leidt het een gewone vraagzin in.
tu
« tu » betekent hier « jij » en is het onderwerp van « tu as ». Je gebruikt het in deze informele vraag tegen één persoon.
as
« as » betekent hier « hebt » in « tu as un chargeur ». Het is de vorm die bij « tu » hoort en wordt gebruikt om te vragen of iemand iets bij zich heeft.
un
« un » betekent hier « een » vóór het mannelijke enkelvoudige woord « chargeur ». Het staat in « un chargeur ».
chargeur
« chargeur » betekent hier « oplader ». In « un chargeur ou une batterie externe » noem je het als één van twee mogelijke hulpmiddelen.
ou
« ou » betekent hier « of » en verbindt twee mogelijkheden: « un chargeur » en « une batterie externe ». Je gebruikt het om tussen opties te kiezen.
une
« une » betekent hier « een » vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord « batterie ». Het staat in « une batterie externe ».
externe
« externe » betekent hier « externe » en beschrijft « batterie » in « une batterie externe ». De combinatie verwijst naar een losse batterij waarmee je een telefoon kunt opladen.
avec
« avec » betekent hier « met » in « avec toi ». Het geeft aan dat iets samen met de aangesproken persoon aanwezig is.
toi
« toi » betekent hier « jou » in « avec toi ». Na het voorzetsel « avec » wordt deze beklemtoonde vorm gebruikt; de hele uitdrukking betekent « bij je ».
J'ai
« J'ai » betekent hier « ik heb » en introduceert wat de spreker heeft gedaan: « J'ai laissé ... ». Het is de vaste samentrekking van « je » en « ai ».
laissé
« laissé » betekent hier « achtergelaten » in « J'ai laissé les deux à la maison ». Samen met « J'ai » beschrijft het een afgeronde handeling; je kunt « laisser » ook met een voorwerp en een plaats gebruiken.
les
« les » betekent hier « de » en verwijst naar twee eerder genoemde dingen: de oplader en de externe batterij. Het staat vóór « deux » in « les deux ».
à
« à » betekent hier « in » of « bij » in de vaste uitdrukking « à la maison ». Je gebruikt deze combinatie om aan te geven dat iets thuis is.
maison
« maison » betekent hier « huis » in « à la maison », dat als geheel « thuis » betekent. De uitdrukking wordt gebruikt om de plaats van een voorwerp of persoon aan te geven.
Je
« Je » betekent hier « ik » en is het onderwerp van « dois passer ». Het staat aan het begin van de mededeling over wat de spreker nodig heeft.
dois
« dois » betekent hier « moet » of « moet ... doen » in « Je dois passer un appel urgent ». Na deze vorm volgt een infinitief om aan te geven wat noodzakelijk is.
passer
« passer » betekent hier, in « passer un appel », « een telefoontje plegen ». Deze betekenis ontstaat in de combinatie met « un appel »; gebruik dus het patroon « passer un appel ».
appel
« appel » betekent hier « telefoontje » of « oproep ». In « passer un appel urgent » is het het voorwerp van de handeling « passer ».
urgent
« urgent » betekent hier « dringend » en beschrijft « appel ». In « un appel urgent » staat het na het zelfstandig naamwoord.
Il
« Il » is hier het onpersoonlijke onderwerp in « Il y a », de vaste uitdrukking voor « er is ». Het verwijst in deze constructie niet naar een concrete persoon of zaak.
y
« y » betekent hier « daar » binnen de vaste uitdrukking « Il y a ». Samen met « Il » en « a » geeft het aan dat iets op een bepaalde plaats aanwezig is.
a
« a » draagt in « Il y a » de betekenis « is » of « bevindt zich ». De volledige constructie « Il y a une prise » betekent « Er is een stopcontact ».
prise
« prise » betekent hier « stopcontact » in « une prise ». In « Il y a une prise à côté de la fenêtre » wordt aangegeven waar het stopcontact zich bevindt.
côté
« côté » betekent letterlijk « kant » en betekent hier « naast » in « à côté de la fenêtre ». De vaste woordgroep « à côté de » wordt gebruikt om een plaats ernaast aan te geven.
fenêtre
« fenêtre » betekent hier « raam ». In « à côté de la fenêtre » is het raam het referentiepunt voor de plaats van het stopcontact.
peux
« peux » betekent hier « kan » of, in deze vraag, « mag ». In « Est-ce que je peux utiliser ... ? » wordt er beleefd gevraagd om iets te mogen gebruiken.
utiliser
« utiliser » betekent hier « gebruiken ». Na « je peux » staat het in de infinitief, zoals in « je peux utiliser ton câble ».
ton
« ton » betekent hier « jouw » en verwijst naar de kabel van de aangesproken persoon. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « ton câble ».
câble
« câble » betekent hier « kabel ». In « utiliser ton câble » is het de kabel die de spreker wil gebruiken.
pendant
« pendant » betekent hier « gedurende » of « voor » en geeft de tijdsduur aan in « pendant quelques minutes ». Je gebruikt het vóór een tijdsduur.
quelques
« quelques » betekent hier « een paar » of « enkele » en geeft een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid aan. Het staat vóór het meervoudige woord « minutes ».
minutes
« minutes » betekent hier « minuten » en vormt met « pendant quelques » de tijdsduur « gedurende een paar minuten ». Het meervoud past bij de hoeveelheid « quelques ».
l'utiliser
« l'utiliser » betekent hier « het gebruiken », waarbij « l' » verwijst naar de kabel en vóór de infinitief staat. De apostrof is nodig vóór « utiliser », dat met een klinker begint.
assez
« assez » betekent hier « genoeg » in « assez longtemps ». Het versterkt de tijdsduur en geeft aan dat die voldoende is voor het telefoontje.
longtemps
« longtemps » betekent hier « lang » of « lange tijd ». In « assez longtemps pour passer l'appel » betekent de combinatie « lang genoeg om het telefoontje te plegen ».
pour
« pour » betekent hier « om ... te » en leidt het doel aan in « pour passer l'appel ». Na « pour » staat hier een infinitief om het doel uit te drukken.
l'appel
« l'appel » betekent hier « het telefoontje » in « passer l'appel ». De apostrof is de samentrekking van « le » vóór « appel », dat met een klinker begint.
te
« te » betekent hier « aan jou » of « voor jou » in « Je te le rendrai ». Het is het voornaamwoord voor de persoon aan wie de kabel wordt teruggegeven.
le
« le » betekent hier « het » en verwijst naar de kabel in « Je te le rendrai ». Het staat vóór de werkwoordsvorm en vormt samen met « te » de voornaamwoordelijke combinatie « te le ».
rendrai
« rendrai » betekent hier « zal teruggeven ». In « Je te le rendrai » staat het bij « je » en geeft het een beloofde handeling aan; het patroon is « rendre quelque chose à quelqu'un ».
dès
« dès » betekent hier « zodra » in « dès que mon téléphone s'allumera ». Samen met « que » leidt het het moment aan waarop de kabel wordt teruggegeven.
s'allumera
« s'allumera » betekent hier « zal aangaan » of « zal inschakelen », over de telefoon. In « dès que mon téléphone s'allumera » beschrijft het de gebeurtenis die eerst moet plaatsvinden.
Laisse-le
« Laisse-le » betekent hier « laat het » of « houd het », waarbij « le » naar het betreffende voorwerp verwijst. Het is een bevel in de combinatie « Laisse-le branché ».
branché
« branché » betekent hier « aangesloten » of « ingeplugd ». In « Laisse-le branché » beschrijft het de toestand waarin het voorwerp moet blijven.
jusqu'à
« jusqu'à » betekent hier « totdat » in « jusqu'à ce que ton téléphone ait assez de batterie ». Met « ce que » leidt het een grensmoment voor de handeling aan.
ait
« ait » betekent hier « heeft » in « jusqu'à ce que ton téléphone ait assez de batterie ». Na « jusqu'à ce que » wordt deze vorm gebruikt in de bijzin; de constructie geeft aan wanneer de handeling mag stoppen.