Excusez
In « Excusez-moi » betekent « Excusez » ‘neem me niet kwalijk’ of ‘excuseer’. Het is een beleefde manier om de aandacht van iemand te vragen, bijvoorbeeld aan een servicebalie.
moi
In « Excusez-moi » betekent « moi » ‘mij’: de spreker vraagt de ander om hem of haar te excuseren. Deze vorm staat hier na het werkwoord in de vaste beleefde uitdrukking « Excusez-moi ».
je
In « je crois » betekent « je » ‘ik’ en is het de persoon die denkt of gelooft. Een veelgebruikt patroon is « je crois que » gevolgd door wat je denkt.
crois
In « je crois » betekent « crois » ‘denk’ of ‘geloof’. Samen met « je » drukt het uit dat de spreker niet volledig zeker is; « je crois que » wordt gebruikt om een mening of inschatting in te leiden.
que
In « je crois que » betekent « que » ‘dat’ en verbindt het de gedachte met de informatie die erop volgt. Het patroon « je crois que » is bruikbaar wanneer je een vermoeden of mening uitspreekt.
j'ai
In « j'ai reçu » betekent « j'ai » ‘ik heb’ en helpt het vertellen dat de spreker iets heeft ontvangen. Het staat hier samen met « reçu »; een bruikbaar patroon is « j'ai » gevolgd door wat je hebt gedaan of ontvangen.
reçu
In « j'ai reçu » betekent « reçu » ‘ontvangen’ of ‘gekregen’. Samen met « j'ai » verwijst het hier naar de bestelling die de spreker heeft gekregen; het werkwoord recevoir heeft deze vorm in de dialoog.
la
In « la mauvaise commande » betekent « la » ‘de’ en hoort het bij « commande ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord om naar die specifieke bestelling te verwijzen.
mauvaise
In « la mauvaise commande » betekent « mauvaise » ‘verkeerde’ en beschrijft het de bestelling als niet de bestelde bestelling. Het staat direct vóór « commande » om die bestelling te omschrijven.
commande
In « la mauvaise commande » betekent « commande » ‘bestelling’. In deze situatie gaat het om de maaltijd die de klant heeft besteld en ontvangen; « une commande » is een bruikbaar patroon voor ‘een bestelling’.
Laissez
In « Laissez-moi vérifier » betekent « Laissez » ‘laat’ in een beleefde instructie: de medewerker vraagt de klant hem of haar iets te laten controleren. Een bruikbaar patroon is « laissez-moi » gevolgd door een handeling.
vérifier
In « Laissez-moi vérifier » betekent « vérifier » ‘controleren’. Het staat na « laissez-moi » en benoemt wat de medewerker wil doen; het patroon « vérifier quelque chose » kan worden gebruikt voor iets controleren.
Qu'avez-vous
In « Qu'avez-vous commandé ? » leidt « Qu'avez-vous » de vraag in naar wat de klant heeft besteld. De vorm bevat de vraag naar ‘wat’ en de beleefde aanspreekvorm « vous »; de hele vraag wordt gebruikt om iemands bestelling te achterhalen.
commandé
In « Qu'avez-vous commandé ? » betekent « commandé » ‘besteld’. Samen met « avez-vous » verwijst het naar de bestelling van de klant; het werkwoord commander heeft hier deze vorm.
une
In « une soupe » betekent « une » ‘een’ en staat het vóór « soupe ». Het introduceert hier één portie soep als het gerecht dat de klant had besteld.
soupe
In « une soupe » betekent « soupe » ‘soep’. Het is hier het gerecht dat de klant heeft besteld; « une soupe » is een bruikbare combinatie wanneer je één soep bestelt.
mais
In « mais il y a une salade » betekent « mais » ‘maar’ en introduceert het de tegenstelling met de bestelde soep. Je gebruikt « mais » om twee tegenstrijdige of afwijkende feiten met elkaar te verbinden.
il y a
« Il y a » is hier de vaste Franse constructie voor ‘er is’ of ‘er ligt’: « il y a une salade sur ce plateau » zegt dat er een salade op dit dienblad aanwezig is. « Il », « y » en « a » vormen samen deze constructie; je vertaalt ze hier niet afzonderlijk.
salade
In « une salade » betekent « salade » ‘salade’. In de dialoog benoemt het het gerecht dat op het dienblad ligt in plaats van de bestelde soep.
sur
In « sur ce plateau » betekent « sur » ‘op’ en geeft het de plaats aan waar de salade ligt. Het staat vóór de plaats of het voorwerp: « sur » gevolgd door iets waarop iets ligt.
ce
In « ce plateau » betekent « ce » ‘dit’ en wijst het naar het dienblad dat hier voor de gesprekspartners aanwezig is. Het staat vóór « plateau » om naar dat specifieke dienblad te verwijzen.
plateau
In « ce plateau » betekent « plateau » ‘dienblad’. De zin gebruikt het om aan te geven waarop de salade ligt; « sur un plateau » is een bruikbaar patroon voor iets op een dienblad.
peux
In « Je peux remplacer ça » betekent « peux » ‘kan’ en drukt het uit dat de medewerker in staat is de bestelling te vervangen. Het werkwoord pouvoir heeft hier deze vorm na « je »; een bruikbaar patroon is « je peux » plus een handeling.
remplacer
In « Je peux remplacer ça » betekent « remplacer » ‘vervangen’. Het benoemt de oplossing voor de verkeerde bestelling en staat na « peux »; het patroon « remplacer quelque chose » betekent iets vervangen.
ça
In « remplacer ça » verwijst « ça » naar ‘dat’ of ‘het’, namelijk het verkeerde gerecht of de verkeerde bestelling waarover de gesprekspartners spreken. Het is het voorwerp van « remplacer » en wordt gebruikt om naar iets aanwijsbaars uit de situatie te verwijzen.
tout de suite
« Tout de suite » betekent als vaste uitdrukking ‘meteen’ of ‘direct’. « Tout » versterkt het onmiddellijke karakter en « de suite » maakt samen met « tout » de tijdsuitdrukking compleet; de medewerker belooft de vervanging onmiddellijk te regelen.
Est-ce que
« Est-ce que » is een vaste inleiding voor een vraag en maakt van de volgende zin een vraag: « Est-ce que je dois attendre ici… ? ». « Est-ce » opent de vraag en « que » verbindt deze inleiding met de rest van de zin.
dois
In « je dois attendre » betekent « dois » ‘moet’ en geeft het aan dat de spreker vraagt of wachten noodzakelijk is. Het werkwoord devoir heeft hier deze vorm na « je »; een bruikbaar patroon is « je dois » plus een handeling.
attendre
In « je dois attendre ici » betekent « attendre » ‘wachten’. Het staat na « dois » en benoemt de handeling waarover de spreker toestemming of instructie vraagt.
ici
In « attendre ici » betekent « ici » ‘hier’ en geeft het de plaats van het wachten aan. Je gebruikt « ici » om naar de plaats van de spreker te verwijzen.
pendant que
« Pendant que » betekent ‘terwijl’ en verbindt de wachthandeling met wat de medewerker ondertussen doet. « Pendant » geeft de duur aan en « que » leidt de andere handeling in; samen gebruiken ze twee gelijktijdige handelingen.
vous
In « vous allez chercher ça » betekent « vous » hier ‘u’ en verwijst het beleefd naar de medewerker. Het staat als persoon bij « allez »; « vous » kan ook worden gebruikt wanneer je meer dan één persoon aanspreekt.
allez
In « vous allez chercher ça » betekent « allez » ‘gaat’. Samen met « chercher ça » beschrijft het dat de medewerker ergens naartoe gaat om het te halen; het werkwoord aller heeft hier deze vorm bij « vous ».
chercher
In « aller chercher ça » betekent « chercher » ‘halen’ in de betekenis van ergens naartoe gaan om iets op te halen. Het staat na « allez »; een bruikbaar patroon is « aller chercher » gevolgd door het voorwerp.
Veuillez
In « Veuillez attendre près du comptoir » betekent « Veuillez » ‘gelieve’ of ‘alstublieft’ en leidt het een beleefd verzoek aan de klant in. Een bruikbaar patroon is « veuillez » gevolgd door een handeling, zoals hier « attendre ».
près
In « près du comptoir » betekent « près » ‘dicht bij’. Het geeft aan dat de klant in de buurt van de balie moet wachten; « près de » wordt gebruikt om nabijheid aan te geven.
du
In « près du comptoir » betekent « du » hier ‘de’ in de combinatie ‘bij de balie’. « Du » is de samengevoegde vorm van « de » en « le » en staat vóór « comptoir ».
comptoir
In « près du comptoir » betekent « comptoir » ‘balie’ of ‘toonbank’. Het is de plaats waar de klant moet wachten; « près du comptoir » is een bruikbare combinatie voor ‘bij de balie’.
vais
In « Je vais là-bas » betekent « vais » ‘ga’ en drukt het uit dat de spreker zich naar een andere plaats begeeft. Het werkwoord aller heeft hier deze vorm na « je »; een bruikbaar patroon is « je vais » gevolgd door een plaats.
là-bas
In « Je vais là-bas » betekent « là-bas » ‘daarheen’ of ‘daar’. Het wijst naar een plaats die niet hier is en past bij « vais » om de bestemming aan te geven.
maintenant
In « Je vais là-bas maintenant » betekent « maintenant » ‘nu’. Het maakt duidelijk dat de spreker onmiddellijk naar die plaats gaat; je gebruikt het om het tijdstip van een handeling aan te geven.
Votre
In « Votre soupe » betekent « Votre » ‘uw’ en geeft het aan dat de soep van de klant is of voor de klant bedoeld is. Het staat vóór « soupe » om de relatie tussen de klant en de soep aan te geven.
devrait
In « Votre soupe devrait être prête bientôt » drukt « devrait » uit dat de soep naar verwachting snel klaar zal zijn. Het werkwoord devoir heeft hier deze vorm; een bruikbaar patroon is « devrait » gevolgd door een handeling of toestand.
être
In « devrait être prête » betekent « être » ‘zijn’ en verbindt het de soep met de toestand ‘klaar’. Het staat na « devrait » en vormt samen met « prête » de beschrijving van de verwachte toestand.
prête
In « être prête » betekent « prête » ‘klaar’ en beschrijft het dat de soep gereed is om te worden meegenomen of geserveerd. Het hoort hier bij « soupe » in de uitdrukking « Votre soupe devrait être prête ».
bientôt
In « prête bientôt » betekent « bientôt » ‘binnenkort’ of ‘snel’. Het geeft aan dat de soep niet onmiddellijk, maar naar verwachting kort daarna klaar zal zijn.