Buitengesloten zijn en om hulp vragen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, one adult asks for a place to wait while calling a landlord about being locked out of an apartment..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Buitengesloten zijn en om hulp vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je suis bloqué dehors et je ne peux pas entrer dans mon appartement.

zje swie blo-kee do-or ee zje nuh puh pah ahn-tree dahn mon na-par-tuh-mahn Ik ben buitengesloten en ik kan mijn appartement niet in.
B

Tu as une clé de rechange quelque part ?

tuu aa uun klee duh ruh-sjanzj kel-kuh par Heb je ergens een reservesleutel?
A

Je n'en ai pas, mais mon propriétaire en a peut-être une.

zje nan-ne pah, mee mon pro-prie-jee-teer an ah puh-tetrr uun Dat heb ik niet, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.
B

Essaie d'appeler ton propriétaire maintenant.

eh-seh da-pleh ton pro-prie-jee-teer men-tuh-nan Probeer nu je verhuurder te bellen.
A

Est-ce que je peux attendre à l'intérieur pendant que j'appelle ?

es kuh zje puh ah-tahn-dr ah lan-teer-jeur pahn-dahn kuh zja-pel Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?
B

Entre, reste un moment.

ahntr rest uhn mo-mahn Kom maar even binnen.
B

Il fait froid dehors.

iel fee frwaa do-or Het is daar buiten koud.
A

Je vais expliquer ce qui s'est passé et lui poser une question sur la clé.

zje vee eks-plee-kee suh kie seh pah-see ee lwie poh-zay uun kes-tyon suur lah klee Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en naar de sleutel vragen.
B

Dis-moi si tu as besoin de quelque chose pendant que tu attends.

die-mwaa sie tie aa buh-zwan duh kel-kuh sjoz pahn-dahn kuh tie ah-tahn Zeg het me als je iets nodig hebt terwijl je wacht.

Uitleg van de zinnen

  1. Je suis bloqué dehors et je ne peux pas entrer dans mon appartement.

    Ik ben buitengesloten en ik kan mijn appartement niet in.

    Je suis
    ik ben
    bloqué dehors
    buitengesloten
    je ne peux
    ik kan
    entrer
    naar binnen gaan
    appartement
    appartement
    Uitgebreide uitleg

    Je suis gebruikt être (zijn) in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud. Dit patroon kan een toestand of identificatie uitdrukken. Voorbeeld: Je suis fatigué. — Ik ben moe. Een bijvoeglijk naamwoord kan daarbij in vorm overeenkomen met het onderwerp. bloqué dehors betekent hier ‘buitengesloten’. bloqué is de mannelijke enkelvoudsvorm van bloqué; bij een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp is de vorm bloquée. dehors betekent ‘buiten’. Samen beschrijven ze hier de toestand van buiten vastzitten. Voorbeeld: Elle est bloquée dehors. — Zij zit buiten vast. je ne peux bevat pouvoir (kunnen) in de eerste persoon enkelvoud: je peux. In de volledige ontkenning staan ne en pas rond het vervoegde werkwoord: je ne peux pas entrer. Het patroon je ne peux pas + infinitief betekent ‘ik kan niet ...’. Voorbeeld: Je ne peux pas venir. — Ik kan niet komen. entrer is de infinitief en betekent ‘naar binnen gaan’. Na pouvoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: je peux entrer of, ontkennend, je ne peux pas entrer. Rentrer kan in andere contexten ‘weer naar binnen gaan’ of ‘terugkeren’ betekenen; dat is niet de vorm in deze zin. appartement is een zelfstandig naamwoord voor een appartement en is in het Frans mannelijk enkelvoud. In mon appartement is mon het bezittelijke woord voor ‘mijn’ bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Frans gebruikt echter ook mon vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat met een klinker begint, bijvoorbeeld mon amie; de vorm mon bewijst dus op zichzelf niet altijd het grammaticale geslacht. Dans mon appartement betekent ‘in mijn appartement’. De volledige opbouw is Je suis bloqué dehors — ‘Ik ben buitengesloten’ — gevolgd door et — ‘en’ — en je ne peux pas entrer dans mon appartement — ‘ik kan mijn appartement niet in’. Samen betekent de zin: ‘Ik ben buitengesloten en ik kan mijn appartement niet in.’

  2. Tu as une clé de rechange quelque part ?

    Heb je ergens een reservesleutel?

    Tu as
    je hebt
    clé
    sleutel
    de rechange
    reserve-
    quelque part
    ergens
    Uitgebreide uitleg

    Tu as betekent hier “je hebt”. as is de vorm van avoir (hebben) bij tu in de tegenwoordige tijd: j’ai, tu as, il/elle a. In deze zin vormt de stijgende vraagintonatie de vraag; in schrijftaal kan ook Est-ce que tu as ... ? worden gebruikt. Voorbeeld: Tu as le temps ? — “Heb je tijd?” clé betekent hier “sleutel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, daarom staat ervoor une: une clé. Het meervoud is des clés. Voorbeeld: J’ai une clé. — “Ik heb een sleutel.” de rechange specificeert het soort sleutel: het gaat om een reservesleutel, niet zomaar om een sleutel. De rechange is een vaste manier om “reserve-” of “ter vervanging” uit te drukken en blijft hier na het zelfstandig naamwoord staan. Voorbeeld: J’ai une batterie de rechange. — “Ik heb een reservebatterij.” quelque part betekent “ergens”. Het is een onbepaalde plaatsaanduiding: de precieze plek wordt niet genoemd. Het staat hier na une clé de rechange en vraagt of zo’n sleutel zich op een onbekende plek bevindt. Voorbeeld: Elle est quelque part ici. — “Ze is ergens hier.” Samen vormen de delen de vraag Tu as une clé de rechange quelque part ?: “Heb je ergens een reservesleutel?” Une clé de rechange is het gevraagde voorwerp, en quelque part voegt de onbepaalde plaats toe. De vraag gebruikt de gewone spreektaalvolgorde met een vraagintonatie; het onderwerp tu blijft vóór het werkwoord staan.

  3. Je n'en ai pas, mais mon propriétaire en a peut-être une.

    Dat heb ik niet, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.

    Je
    ik
    n'en
    ervan / er
    ai
    heb
    pas
    niet
    mais
    maar
    mon
    mijn
    propriétaire
    verhuurder
    en
    er / ervan
    a
    heeft
    peut-être
    misschien
    une
    een
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud; de vorm verandert niet naargelang het geslacht van de spreker. n'en combineert ne met en. Samen met pas vormt dit de Franse ontkenning: ne ... pas. en verwijst hier naar het eerder genoemde soort voorwerp, in deze context een sleutel. Het patroon ne + en + avoir + pas betekent “er geen hebben”. In gewone gesproken Franse taal valt ne vaak weg, maar het staat hier wel in de vaste zin. ai is de vorm van avoir (“hebben”) bij je: j'ai = “ik heb”. Voorbeelden: j'ai une clé = “ik heb een sleutel”; je n'ai pas de clé = “ik heb geen sleutel”. In deze zin staat ai tussen ne en pas. pas betekent in deze constructie “niet” en maakt de uitdrukking negatief. ne en pas werken samen; pas alleen draagt hier niet de volledige standaardontkenning. mais betekent “maar” en verbindt twee tegengestelde mededelingen. mon betekent “mijn” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijk woord stemt hier af op propriétaire, niet op het geslacht van de eigenaar: mon propriétaire = “mijn verhuurder”. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de gewone vorm ma, bijvoorbeeld ma clé = “mijn sleutel”. propriétaire is hier “verhuurder”, dus de persoon die als eigenaar/verhuurder wordt aangeduid. Het woord kan afhankelijk van de context ook een eigenaar in bredere zin betekenen. Het heeft dezelfde vorm voor een man en een vrouw; het lidwoord of andere woorden kunnen wel het grammaticale geslacht van de naamwoordgroep tonen. en verwijst opnieuw naar het bedoelde voorwerp en betekent hier “er één / ervan”. In mon propriétaire en a vervangt en de herhaalde naam van het voorwerp. De twee voorkomens hebben dus dezelfde verwijzende functie, maar n'en ... pas zegt dat de spreker er geen heeft, terwijl en a zegt dat de verhuurder er één heeft. a is de vorm van avoir bij de derde persoon enkelvoud: il/elle a = “hij/zij heeft”. Het onderwerp is hier mon propriétaire; daarom staat niet ai, maar a. peut-être betekent “misschien”. Het maakt de bewering over de verhuurder onzeker: de zin beweert niet met zekerheid dat die persoon er één heeft. Het kan vóór de werkwoordgroep staan, zoals hier. une betekent hier “één”, als zelfstandig gebruikt vrouwelijk enkelvoudig woord. Het verwijst naar één exemplaar van het weggelaten vrouwelijke zelfstandig naamwoord dat in de context door clé (“sleutel”) wordt geleverd. Vergelijk: J'en ai une = “Ik heb er één”; bij een mannelijk zelfstandig naamwoord zou de vorm un zijn. De eerste helft, Je n'en ai pas, betekent letterlijk dat de spreker er geen heeft. mais zet daar de tweede helft tegenover: mon propriétaire en a peut-être une, “maar mijn verhuurder heeft er misschien één”. Samen betekent de volledige uiting: “Dat heb ik niet, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.”

  4. Essaie d'appeler ton propriétaire maintenant.

    Probeer nu je verhuurder te bellen.

    Essaie
    probeer
    d'appeler
    te bellen
    ton
    je
    propriétaire
    verhuurder
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Essaie komt van essayer en betekent hier “probeer”. Het is de gebiedende wijs voor tu (enkelvoud): essaie ! = “probeer!”. In een volledige zin kun je ook zeggen: Tu essaies d'appeler. = “Je probeert te bellen.” d'appeler komt van appeler, “bellen”. Na essayer volgt de constructie essayer de + infinitief: essayer d'appeler = “proberen te bellen”. De de wordt vóór appeler verkort tot d', omdat het volgende woord met een klinker begint. De apostrof hoort bij de Franse schrijfwijze; appeler blijft de infinitief. ton is een bezittelijk woord met de betekenis “je”. Het verwijst naar de persoon die wordt aangesproken en drukt uit dat de verhuurder van die persoon is. ton staat hier bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de vorm doorgaans ta, en vóór een klinker of stomme h kan het Frans ook ton gebruiken, bijvoorbeeld ton amie = “je vriendin”. propriétaire betekent hier “verhuurder”. Het woord kan ook “eigenaar” betekenen; de vaste vertaling en de context ondersteunen hier de betekenis “verhuurder”. Het is een zelfstandig naamwoord dat voor een man of een vrouw kan worden gebruikt; het lidwoord of andere begeleidende woorden kunnen het grammaticale geslacht aangeven, bijvoorbeeld un propriétaire of une propriétaire. maintenant betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Voorbeelden: Je travaille maintenant. = “Ik werk nu.” Maintenant verandert niet mee met persoon of getal. Samen vormt Essaie d'appeler ton propriétaire maintenant de gebiedende aansporing: “Probeer nu je verhuurder te bellen.” Essaie geeft de opdracht of aansporing, d'appeler noemt de handeling die geprobeerd moet worden, ton propriétaire wie er gebeld moet worden, en maintenant wanneer dat moet gebeuren.

  5. Est-ce que je peux attendre à l'intérieur pendant que j'appelle ?

    Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?

    Est-ce que
    vraagmarker
    je peux
    ik mag
    attendre
    wachten
    à l'intérieur
    binnen
    pendant que
    terwijl
    j'appelle
    ik bel
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin als een vaste vraagmarker. Het maakt van de mededeling erna een ja-neevraag; het betekent hier niet zelfstandig mag. Voorbeelden: Est-ce que tu viens ? — Kom je?; Est-ce qu'il peut entrer ? — Mag hij naar binnen? Voor een klinker wordt que in deze marker qu', zoals in het tweede voorbeeld. je peux komt van pouvoir en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je peux. Pouvoir kan mogelijkheid of toestemming uitdrukken. In deze zin kiest de vaste vertaling voor toestemming: mag ik. De vorm peux hoort bij je; andere personen hebben bijvoorbeeld tu peux en il peut. Samen met een infinitief vormt dit een herbruikbaar patroon: je peux + werkwoord. Voorbeeld: Je peux entrer ? — Mag ik binnenkomen? attendre is de infinitief en betekent hier wachten. Na pouvoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: je peux attendre — ik mag wachten. De infinitief kan ook zonder pouvoir voorkomen, bijvoorbeeld in Je vais attendre. — Ik ga wachten. à l'intérieur is een plaatsaanduiding met de betekenis binnen of in een ruimte. In l'intérieur is l' de vóór een klinker verkorte vorm van het bepaalde lidwoord le; à staat daarvóór. Dit is dus geen omzetting van à le naar deze vorm: à le trekt in het Frans gewoonlijk samen tot au, terwijl vóór een klinker het lidwoord als l' wordt geschreven. Voorbeeld: Il reste à l'intérieur. — Hij blijft binnen. pendant que is een voegwoordelijke constructie met de betekenis terwijl. Er volgt een volledige bijzin met een vervoegd werkwoord. De constructie verbindt hier het wachten met een gelijktijdige handeling. Voorbeeld: Je lis pendant que tu cuisines. — Ik lees terwijl jij kookt. j'appelle komt van appeler en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: j'appelle — ik bel. Je wordt vóór een klinker verkort tot j', zoals in j'appelle. De dubbele l hoort bij deze vervoegde vorm van appeler; schrijf dus niet j'apelle. Voorbeeld: J'appelle le bureau. — Ik bel het kantoor. De hele structuur is: Est-ce que + je peux + infinitief + plaatsaanduiding + pendant que + een tweede vervoegde handeling. Daardoor wordt de vraag gevormd of de spreker binnen mag wachten terwijl die persoon belt. De bijzin j'appelle heeft dezelfde spreker als je peux, maar herhaalt die persoon in het Frans omdat de bijzin een eigen vervoegd werkwoord nodig heeft.

  6. Entre, reste un moment.

    Kom maar even binnen.

    Entre
    kom binnen
    reste
    blijf
    un moment
    even
    Uitgebreide uitleg

    Entre is hier de gebiedende wijs van entrer (“binnenkomen”). Bij een werkwoord als entrer gebruik je in een directe aansporing deze vorm voor één aangesproken persoon: Entre ! = “Kom binnen!” De vaste vertaling geeft hier duidelijk de betekenis “binnenkomen”, niet een andere mogelijke betekenis van de vorm. reste is de gebiedende wijs van rester (“blijven”). Het betekent hier dat de aangesproken persoon na het binnenkomen niet meteen weggaat. Vergelijk als voorbeeld: Reste ici. = “Blijf hier.” un moment betekent hier “een poosje” of “even”. Het is een korte tijdsduur; het stelt niet noodzakelijk een precies meetbare tijd vast. Als voorbeeld: Attends un moment. = “Wacht even.” Samen vormen de delen een korte reeks aansporingen: Entre vraagt de persoon om binnen te komen, en reste un moment vraagt daarna om een poosje te blijven. Daarom betekent de volledige zin: “Kom maar even binnen.” De gebiedende wijs maakt de formulering direct, terwijl un moment de verblijfsduur verzacht en beperkt tot een korte tijd.

  7. Il fait froid dehors.

    Het is daar buiten koud.

    froid
    koud
    dehors
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    froid betekent hier “koud” en is een bijvoeglijk naamwoord. In de vaste weersuitdrukking il fait froid staat het in de mannelijke enkelvoudsvorm. Het onpersoonlijke il verwijst hier niet naar een genoemde persoon; faire wordt in deze constructie gebruikt om het weer te beschrijven. Vergelijk: Il fait chaud. = “Het is warm.” dehors is een bijwoord en betekent “buiten”. Het benoemt de plaats van de weerssituatie. Het verandert niet mee voor getal of geslacht. Voorbeeld: Les enfants jouent dehors. = “De kinderen spelen buiten.” Samen vormt Il fait froid dehors. de betekenis “Het is buiten koud.” Il fait froid beschrijft de temperatuur en dehors beperkt die beschrijving tot buiten.

  8. Je vais expliquer ce qui s'est passé et lui poser une question sur la clé.

    Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en naar de sleutel vragen.

    Je vais
    ik zal / ik ga
    expliquer
    uitleggen
    ce qui
    wat er / datgene wat
    s'est passé
    is gebeurd
    lui
    aan hem of haar
    poser
    stellen
    question
    vraag
    sur
    over / betreffende
    clé
    sleutel
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit je (ik) en de tegenwoordige tijd van aller (gaan): je vais. Met een infinitief erna vormt dit de nabije toekomst: je vais expliquer = “ik zal uitleggen” of “ik ga uitleggen”. Het onderwerp is hier dus de eerste persoon enkelvoud. expliquer is de infinitief “uitleggen”. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief staan. Bijvoorbeeld: Je vais répondre. = “Ik zal antwoorden.” ce qui betekent hier “wat er” of “datgene wat”. Deze combinatie leidt een bijzin in waarin ce qui zelf de functie van onderwerp heeft. Vergelijk: Je comprends ce qui arrive. = “Ik begrijp wat er gebeurt.” Ce que gebruik je daarentegen wanneer “wat” niet het onderwerp maar een object in de bijzin is. s'est passé komt van se passer, “gebeuren” of “plaatsvinden”. De vorm is de passé composé: s'est (= se + est) plus het voltooid deelwoord passé. Hier betekent de hele vorm “is gebeurd”. In ce qui s'est passé verwijst ce qui naar wat er heeft plaatsgevonden; de zin legt niet verder vast welke gebeurtenis dat was. lui is een enkelvoudig indirect objectpronomen en betekent hier “aan hem” of “aan haar”. De vorm maakt het grammaticale geslacht niet zichtbaar. Het staat bij poser: iemand een vraag stellen wordt in het Frans uitgedrukt als poser une question à quelqu'un, bijvoorbeeld Je lui pose une question. = “Ik stel hem/haar een vraag.” poser betekent “stellen” in deze combinatie, meer bepaald een vraag stellen. Het is een regelmatig werkwoord van de eerste groep; de infinitief eindigt op -er. In vais poser zou het opnieuw na aller als infinitief staan. question is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une question = “een vraag”. Het nuttige patroon is poser une question à quelqu'un (“iemand een vraag stellen”) en poser une question sur quelque chose (“een vraag stellen over iets”). sur betekent hier “over” of “betreffende”. In une question sur la clé bepaalt het de inhoud van de vraag: die gaat over de sleutel. Dit is niet hetzelfde als à, dat in poser une question à quelqu'un de persoon aanduidt aan wie je de vraag stelt. clé is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “sleutel”. In de volledige woordgroep staat het met het bepaalde lidwoord la: la clé = “de sleutel”. De twee hoofdhandelingen worden verbonden door et: eerst Je vais expliquer ce qui s'est passé (“ik zal uitleggen wat er is gebeurd”), daarna lui poser une question sur la clé (“hem/haar een vraag stellen over de sleutel”). Omdat vais voor beide infinitieven geldt, wordt poser niet opnieuw vervoegd: Je vais expliquer ... et lui poser .... Samen betekent de uiting: “Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en hem/haar een vraag stellen over de sleutel.”

  9. Dis-moi si tu as besoin de quelque chose pendant que tu attends.

    Zeg het me als je iets nodig hebt terwijl je wacht.

    Dis-moi
    zeg het me
    si
    als
    as besoin de
    nodig hebben
    quelque chose
    iets
    pendant que
    terwijl
    attends
    wacht
    Uitgebreide uitleg

    Dis-moi betekent hier “zeg het me”. Het is de bevestigende gebiedende wijs van dire voor tu: dis, met het voornaamwoord moi erachter en met een koppelteken. De gebiedende wijs maakt van de zin een verzoek of instructie. Voorbeeld: Dis-moi la vérité. — “Zeg me de waarheid.” si leidt hier een voorwaarde in: “als”. In si tu as besoin de quelque chose staat de gewone tegenwoordige tijd; deze combinatie spreekt over een mogelijke behoefte. si heeft hier dus niet de betekenis “of” in een indirecte ja-neevraag. as besoin de hoort bij de vaste constructie avoir besoin de, “iets nodig hebben”. as is de vorm van avoir bij tu; het is niet de vorm van être. Het volledige patroon is j’ai besoin de, tu as besoin de, il/elle a besoin de. Na besoin de volgt wat iemand nodig heeft. quelque chose is een onbepaald voornaamwoord en betekent “iets”. Het verwijst hier niet naar een nader genoemd voorwerp; de zin laat open wat de ander nodig zou kunnen hebben. Voorbeeld: J’ai besoin de quelque chose. — “Ik heb iets nodig.” pendant que betekent “terwijl” en verbindt twee handelingen die gelijktijdig plaatsvinden. Voorbeeld: Je lis pendant que tu travailles. — “Ik lees terwijl jij werkt.” attends komt van attendre, “wachten”, en is de tegenwoordige tijd voor tu: tu attends. De vorm drukt hier de handeling uit die op hetzelfde moment plaatsvindt als de mogelijke behoefte. Voorbeeld: Tu attends le bus. — “Je wacht op de bus.” Samen bestaat de zin uit het verzoek Dis-moi, gevolgd door si tu as besoin de quelque chose (“als je iets nodig hebt”) en de tijdsbepaling pendant que tu attends (“terwijl je wacht”). De volledige betekenis is: “Zeg het me als je iets nodig hebt terwijl je wacht.”

Grammatica

pouvoir + infinitif

Je peux entrer ?

zje puh ahn-tree

Kan ik naar binnen?

Na peux volgt het hele werkwoord in de infinitief: entrer.

Dis-moi + quelque chose

Dis-moi quelque chose.

die-mwaa kel-kuh sjoz

Zeg me iets.

In de gebiedende wijs staat het voornaamwoord na het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden.

Frans woordenschat

appartement zelfstandig naamwoord
ah-par-tuh-mahn appartement
appeler werkwoord
ah-pleh bellen
bloqué bijvoeglijk naamwoord
blo-kee buitengesloten

Je suis bloqué dehors.

clé de rechange uitdrukking
klee duh ruh-sjanzj reservesleutel
dehors bijwoord
do-or buiten
entrer werkwoord
ahn-tree binnengaan
essaie werkwoord
eh-seh probeer

Essaie d'appeler ton propriétaire.

maintenant bijwoord
men-tuh-nan nu
peut-être bijwoord
puh-tetrr misschien
peux werkwoord
puh kan

Je ne peux pas entrer.

propriétaire zelfstandig naamwoord
pro-prie-jee-teer verhuurder
quelque part bijwoord
kel-kuh par ergens

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Probeer nu je verhuurder te bellen.

Antwoord tonenEssaie d'appeler ton propriétaire maintenant.

Kom maar even binnen.

Antwoord tonenEntre, reste un moment.

Het is daar buiten koud.

Antwoord tonenIl fait froid dehors.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

verhuurder

Antwoord tonenpropriétaire

binnengaan

Antwoord tonenentrer

buiten

Antwoord tonendehors

kan

Antwoord tonenpeux