Een kapotte paraplu in de regen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Outside in heavy rain, one adult offers shelter and an extra umbrella after another person's umbrella breaks..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kapotte paraplu in de regen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Mon parapluie s'est cassé à cause du vent fort.

mong paraplwie sè kasee aa kooz duu vang for. Mijn paraplu is gebroken door de harde wind.
B

Viens à l'abri avant d'être trempé.

vjèng aa labrie avang dètr trangpee. Kom schuilen voordat je helemaal nat wordt.
A

La pluie est plus forte qu'elle n'en avait l'air.

la plwie è pluu for kèl nang navè lèr. De regen is harder dan hij leek.
B

Tu peux emprunter mon parapluie de rechange.

tuu puh angprunte mong paraplwie de reusjangzj. Je kunt mijn reserveparaplu lenen.
A

Tu es sûr que tu n'en as pas besoin ?

tuu è suur keu tuu nang naa paa beuzwèng? Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?
B

J'ai un imperméable, donc je peux me débrouiller.

zjee eung èngpermee-aabl, dongk zjeuh puh meu debrwiejee. Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.
A

Je peux le rapporter demain.

zjeuh puh leu raportee deumèng. Ik kan hem morgen terugbrengen.
B

Reste simplement au sec en rentrant chez toi.

rèst sèngpleumang oo sèk ang rangtrang sjee twa. Blijf gewoon droog op weg naar huis.

Uitleg van de zinnen

  1. Mon parapluie s'est cassé à cause du vent fort.

    Mijn paraplu is gebroken door de harde wind.

    Mon parapluie
    mijn paraplu
    s'est cassé
    is kapotgegaan / brak
    à cause du vent fort
    door de harde wind
    Uitgebreide uitleg

    Mijn paraplu is kapotgegaan door de harde wind. « s'est cassé » gebruikt het wederkerende werkwoord « se casser » in de passé composé; « à cause de » geeft de oorzaak aan.

  2. Viens à l'abri avant d'être trempé.

    Kom schuilen voordat je helemaal nat wordt.

    Viens
    Kom
    à l'abri
    beschut; in veiligheid
    avant d'être
    voordat je bent
    trempé
    doorweekt; helemaal nat
    Uitgebreide uitleg

    Viens is de gebiedende wijs van venir (“komen”) voor één aangesproken persoon: tu viens → viens!. Het onderwerp tu staat hier niet apart; het zit niet letterlijk in de werkwoordsvorm, maar wordt door de gebiedende wijs aan één aangesproken persoon gekoppeld. Voorbeeld: Viens ici ! = “Kom hier!” à l'abri is een vaste voorzetselgroep voor een beschutte plek of toestand: “beschut”, “uit de regen” of “in veiligheid”. à blijft hier een apart voorzetsel; l' is de verkorte vorm van het lidwoord vóór een klinker. Voorbeeld: Mets-toi à l'abri. = “Ga ergens schuilen.” avant d'être bevat het patroon avant de + infinitief: “voordat je …” wanneer het volgende gebeuren hetzelfde onderwerp heeft als de hoofdzin. être is de infinitief “zijn”; de wordt vóór être verkort tot d'. Hier hoort het begrepen onderwerp bij de aangesproken persoon uit Viens. Voorbeeld: Pars avant de tomber. = “Vertrek voordat je valt.” In trempé betekent de vorm “doorweekt” of “helemaal nat”. Hier wordt trempé als bijvoeglijk naamwoord gebruikt om een toestand te beschrijven; de vorm is tegelijk historisch de voltooid deelwoordvorm van tremper, maar in deze zin is het geen vervoegde werkwoordsvorm. De getoonde vorm is mannelijk enkelvoud; de vrouwelijke vorm is trempée en de meervoudsvormen zijn trempés en trempées wanneer de overeenkomst dat vereist. Voorbeeld: Le chien est trempé. = “De hond is doorweekt.” Samen bestaat de zin uit de aansporing Viens à l'abri (“Kom naar een beschutte plek”) en de tijdsbepaling avant d'être trempé (“voordat je doorweekt raakt”). De volledige betekenis is dus: “Kom schuilen voordat je helemaal nat wordt.”

  3. La pluie est plus forte qu'elle n'en avait l'air.

    De regen is harder dan hij leek.

    La pluie
    de regen
    est
    is
    plus forte
    heviger
    qu'elle n'en avait l'air
    dan hij leek
    Uitgebreide uitleg

    La pluie betekent hier “de regen”. pluie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord later de vrouwelijke vorm forte. Een bruikbaar voorbeeld is: La pluie tombe. — “De regen valt.” est is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”), hier bij het enkelvoudige onderwerp la pluie. De vormreeks is bijvoorbeeld je suis, tu es, il/elle est. plus forte betekent hier “heviger”. forte is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van fort, passend bij pluie; plus maakt de vergrotende trap: fort → plus fort en forte → plus forte. Een voorbeeld is: Cette pluie est plus forte. — “Deze regen is heviger.” qu'elle n'en avait l'air geeft de vergelijking “dan hij leek”. elle is vrouwelijk enkelvoud en verwijst hier naar la pluie; het Nederlandse hij in de vaste vertaling verandert niets aan de Franse grammaticale vorm. avait is de imparfait van avoir. In avoir l'air betekent de uitdrukking “lijken” of “eruitzien”. Het voornaamwoord en neemt hier het eerder genoemde kenmerk of de graad over: de regen zag er minder hevig uit dan zij in werkelijkheid was. In deze vergelijkende constructie is ne een zogenoemde explétieve ne: het maakt de zin niet negatief. Vergelijk: Il est plus grand qu'il n'en a l'air. — “Hij is groter dan hij lijkt.” Samen vormt La pluie est plus forte de hoofdmededeling “de regen is heviger”, en qu'elle n'en avait l'air vergelijkt die hevigheid met de eerdere indruk. De volledige betekenis is dus: “De regen is heviger dan hij leek.”

  4. Tu peux emprunter mon parapluie de rechange.

    Je kunt mijn reserveparaplu lenen.

    Tu peux
    je kunt
    emprunter
    lenen
    mon
    mijn
    parapluie
    paraplu
    de rechange
    reserve-
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux bevat peux, de vorm van pouvoir bij tu. Hier drukt pouvoir mogelijkheid of toestemming uit: “je kunt”. Na deze vervoegde vorm volgt een infinitief. Vergelijk: Je peux venir. — “Ik kan komen.” De vorm peux hoort bij tu; bij je is het peux en bij il/elle peut. emprunter is een infinitief en betekent hier “lenen”: iets tijdelijk van iemand gebruiken en het later teruggeven. Het is niet hetzelfde als prêter, dat betekent dat iemand iets aan een ander uitleent. Voorbeeld: Je peux emprunter ton livre ? — “Kan ik je boek lenen?” mon is een bezittelijk woord voor “mijn” vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier grammaticaal naar parapluie, dat mannelijk is: mon parapluie. Het bezittelijke woord past zich aan het bezeten zelfstandig naamwoord aan, niet aan het geslacht van de bezitter. Voor een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat doorgaans ma, bijvoorbeeld: ma valise — “mijn koffer”. parapluie betekent “paraplu”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un parapluie, mon parapluie. Voorbeeld: Le parapluie est dans l’entrée. — “De paraplu staat in de hal.” de rechange vormt na een zelfstandig naamwoord een vaste beschrijving met de betekenis “reserve-” of “extra voor vervanging”. In parapluie de rechange gaat het dus om een reserveparaplu, niet om een handeling van vervangen. Voorbeeld: J’ai une batterie de rechange. — “Ik heb een reservebatterij.” Samen vormt Tu peux emprunter mon parapluie de rechange. de structuur Tu peux + infinitief + bezittelijk woord + zelfstandig naamwoord + beschrijving. De letterlijke opbouw is: “Je kunt mijn reserveparaplu lenen.” De modaliteit komt van peux, de handeling van emprunter, en de rechange specificeert welk van de paraplu’s bedoeld is.

  5. Tu es sûr que tu n'en as pas besoin ?

    Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?

    Tu
    jij
    es sûr
    zeker zijn
    que
    dat
    n'en as pas besoin
    het niet nodig hebben
    Uitgebreide uitleg

    Tu is de informele tweede persoon enkelvoud: “jij”. De vorm hoort bij één aangesproken persoon; de beleefde of meervoudsvorm is vous. es sûr betekent hier “zeker zijn”. es is de tegenwoordige tijd van être bij tu: je suis, tu es, il/elle est. sûr is een bijvoeglijk naamwoord en staat hier in het mannelijk enkelvoud. Bij een vrouwelijke aangesprokene wordt dat sûre; in het meervoud zijn de vormen sûrs en sûres, afhankelijk van het grammaticale geslacht. que leidt de inhoud van de zekerheid in: “dat”. Het verbindt Tu es sûr met de bijzin die uitlegt waarvan de aangesprokene zeker zou zijn. n'en as pas besoin is het herbruikbare patroon ne ... pas avoir besoin de ...: “iets niet nodig hebben”. as is de tu-vorm van avoir in de tegenwoordige tijd. In avoir besoin de is besoin een zelfstandig naamwoord; en vervangt hier de plus wat nodig zou zijn. De vaste vertaling en de context maken duidelijk dat en hier naar de paraplu verwijst: de spreker vraagt of de ander die paraplu niet nodig heeft. ne ... pas maakt de inhoud ontkennend; de ontkenning hoort dus bij “nodig hebben”, niet bij de vraag of de ander zeker is. Als voorbeeld: J'en ai besoin. — “Ik heb het nodig.” Hier vervangt en eveneens iets dat met de wordt uitgedrukt. Voor een bevestigende vorm bij tu zeg je Tu en as besoin. — “Jij hebt het nodig.” Samen vormt de zin de vraag Tu es sûr que ... ?: “Weet je zeker dat ...?” Gevolgd door tu n'en as pas besoin wordt de volledige betekenis: “Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?” De eerdere zin identificeert en in deze context als de reserveparaplu.

  6. J'ai un imperméable, donc je peux me débrouiller.

    Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.

    J'ai
    ik heb
    imperméable
    regenjas
    donc
    dus
    je peux
    ik kan
    me débrouiller
    me redden
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de samengevoegde vorm van je + ai. Ai is de tegenwoordige tijd van avoir in de eerste persoon enkelvoud: j'ai = “ik heb”. De apostrof hoort bij de Franse elisie voor een klinker. Voorbeeld: J'ai une idée. — “Ik heb een idee.” imperméable betekent hier “regenjas”. Het is in deze zin een zelfstandig naamwoord; het bijbehorende onbepaalde lidwoord is un, dus dit woord is hier mannelijk: un imperméable. Hetzelfde woord kan in andere contexten ook als bijvoeglijk naamwoord “waterdicht” betekenen, maar dat is niet de functie in deze zin. donc betekent “dus” en verbindt een gevolg met wat eraan voorafgaat. Het maakt duidelijk dat het hebben van de regenjas de reden is voor de volgende mededeling. je peux bestaat uit het onderwerp je en de vervoegde vorm peux van pouvoir (“kunnen”). Peux is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud. Na pouvoir volgt doorgaans een infinitief: Je peux venir. — “Ik kan komen.” me débrouiller is de infinitiefconstructie van se débrouiller, hier met me omdat het onderwerp je is. In deze context betekent de uitdrukking “me redden” of “het wel voor elkaar krijgen”. Het wederkerende voornaamwoord verandert mee met het onderwerp: je me débrouille, maar tu te débrouilles. Voorbeeld: Elle peut se débrouiller seule. — “Zij kan zich alleen redden.” Samen geeft J'ai un imperméable de betekenis “Ik heb een regenjas”. Donc leidt het gevolg in: dankzij die regenjas kan de spreker zich redden. Je peux me débrouiller betekent “ik kan me redden”, zodat de volledige zin betekent: “Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.”

  7. Je peux le rapporter demain.

    Ik kan hem morgen terugbrengen.

    Je peux
    ik kan
    le
    hem
    rapporter
    terugbrengen
    demain
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier dat de spreker iets kan doen. peux is de vorm van pouvoir bij je in de tegenwoordige tijd: je peux, tu peux, maar il/elle peut. Na pouvoir volgt een infinitief zonder voorzetsel. Voorbeeld: Je peux venir demain. — Ik kan morgen komen. le is een mannelijk enkelvoudig lijdendvoorwerpspronomen. De vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis hem, maar identificeert niet precies wie of wat ermee wordt aangeduid. Het pronomen staat vóór de infinitief: Je peux le rapporter. Het vervangt dus het lijdend voorwerp; rapporter blijft in de infinitief. rapporter is de infinitief en betekent hier ‘terugbrengen’. De infinitief is de basisvorm; na peux blijft die vorm onveranderd. Voorbeeld: Je vais rapporter le livre. — Ik ga het boek terugbrengen. De combinatie pouvoir + infinitief is een herbruikbaar patroon: Je peux le rapporter = ik kan het terugbrengen. demain is een bijwoord van tijd en betekent ‘morgen’. Het geeft aan wanneer de handeling kan gebeuren. Voorbeeld: Nous revenons demain. — Wij komen morgen terug. Samen geeft Je peux de mogelijkheid van de spreker aan, verwijst le rapporter naar het terugbrengen van het bedoelde lijdend voorwerp, en bepaalt demain het tijdstip. De volledige betekenis is: ‘Ik kan hem morgen terugbrengen.’

  8. Reste simplement au sec en rentrant chez toi.

    Blijf gewoon droog op weg naar huis.

    Reste
    blijf
    simplement
    gewoon
    au sec
    droog
    en rentrant
    bij het naar huis gaan
    chez toi
    bij jou thuis
    Uitgebreide uitleg

    Reste is de gebiedende wijs van rester voor tu: “blijf”. De vorm spreekt dus rechtstreeks één persoon aan. Vergelijk: Reste ici. — “Blijf hier.” De ontkenning is Ne reste pas ici. — “Blijf hier niet.” simplement is een bijwoord met de betekenis “gewoon” of “simpelweg”. Hier voegt het een eenvoudige, praktische toon toe zonder de opdracht zelf te veranderen. au sec is een vaste uitdrukking voor “droog”, vooral in combinaties zoals rester au sec — “droog blijven”. au is de samentrekking van à en le; sec is hier de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Een bruikbaar contrast is au chaud — “warm” of “op een warme plek”, afhankelijk van de context. en rentrant bestaat uit en plus het tegenwoordig deelwoord rentrant, van rentrer — “teruggaan” of “naar huis gaan”. De constructie kan aangeven dat iets gebeurt tijdens of bij het uitvoeren van die handeling: En rentrant, j’appelle ma sœur. — “Als ik naar huis ga, bel ik mijn zus.” In deze zin geeft en rentrant chez toi de omstandigheid aan waaronder je droog moet blijven: tijdens het naar huis gaan. chez toi betekent “bij jou thuis” of, met rentrer, “naar jouw huis/thuis”. chez verwijst naar iemands huis of verblijfplaats; toi is de beklemtoonde vorm van “jou” na een voorzetsel. Het patroon is chez + beklemtoond persoonlijk voornaamwoord, bijvoorbeeld chez moi — “bij mij thuis” en chez elle — “bij haar thuis”. Samen vormen de delen de directe instructie: Reste geeft de opdracht om te blijven, au sec zegt dat je droog moet blijven, en en rentrant chez toi bepaalt dat dit geldt terwijl je naar huis gaat. De volledige betekenis is: “Blijf gewoon droog op weg naar huis.”

Grammatica

avant de + infinitif

Avant d'être trempé, viens à l'abri.

avang dètr trangpee, vjèng aa labrie.

Kom schuilen voordat je doorweekt bent.

Na « avant de » staat een infinitief; vóór een klinker wordt « de » verkort tot « d’ ».

Impératif

Viens à l'abri et reste au sec !

vjèng aa labrie ee rèst oo sèk!

Kom schuilen en blijf droog!

De impératif gebruik je voor een bevel of aansporing; het onderwerp « tu » wordt weggelaten.

Frans woordenschat

à cause de voorzetsel
aa kooz de vanwege
à l'abri uitdrukking
aa labrie beschut; onderdak
avant de voorzetsel
avang de voordat
avoir l'air uitdrukking
avwaar lèr eruitzien; lijken avait l'air
être werkwoord
ètr zijn d'être
fort bijvoeglijk naamwoord
for sterk; hard
parapluie zelfstandig naamwoord
paraplwie paraplu
pluie zelfstandig naamwoord
plwie regen
se casser werkwoord
seu kasee kapotgaan; breken s'est cassé
trempé bijvoeglijk naamwoord
trangpee doorweekt; kletsnat
venir werkwoord
veunier komen Viens
vent zelfstandig naamwoord
vang wind

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kom schuilen voordat je helemaal nat wordt.

Antwoord tonenViens à l'abri avant d'être trempé.

Ik kan hem morgen terugbrengen.

Antwoord tonenJe peux le rapporter demain.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wind

Antwoord tonenvent

paraplu

Antwoord tonenparapluie

sterk; hard

Antwoord tonenfort

komen

Antwoord tonenViens