Een plan voor een hete dag | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before going outside on a very hot day, two adults plan to avoid the strongest heat, use sunscreen, carry water, and visit a park later..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een plan voor een hete dag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il va faire très chaud aujourd'hui.

iel vaa fehr treh sjoo oo-zjoer-dwie. Het wordt vandaag echt warm.
B

Ne marchons pas au moment le plus chaud de la journée.

nuh mar-sjon paa oo mo-maa(n) luh plu sjoo duh la zjoer-nee. Laten we niet wandelen op het heetste moment van de dag.
A

Je vais mettre de la crème solaire avant de partir.

zuh vè met(r) duh la krem so-lèr a-vaa(n) duh par-tier. Ik smeer zonnebrandcrème op voordat we weggaan.
B

Reste aussi à l'ombre quand tu peux.

rèst oo-see aa lombr kaan tu peuh. Blijf ook in de schaduw als je kunt.
A

Je peux vite me déshydrater avec cette chaleur.

zuh peuh viet muh dee-ie-draa-teh a-vèk set sja-lur. Ik kan in deze hitte snel uitdrogen.
B

Prends de l'eau et bois souvent.

pran duh loo ee bwaa suu-vaa(n). Neem water mee en drink vaak.
A

Allons au parc plus tard, quand il fera plus frais.

aa-lon oo park plu taar, kaan iel fuh-raa plu frè. Laten we later naar het park gaan als het koeler is.
B

Ce sera plus sûr et plus confortable.

suh suh-raa plu suur ee plu kon-for-ta-bl. Dat zal veiliger en comfortabeler zijn.

Uitleg van de zinnen

  1. Il va faire très chaud aujourd'hui.

    Het wordt vandaag echt warm.

    Il va
    het gaat...
    faire
    zijn (in een weeruitdrukking)
    chaud
    warm
    aujourd'hui
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Il va: Samen met het volgende werkwoord vormt dit de futur proche: aller in de tegenwoordige tijd + een infinitief. Va is de vorm van aller voor de derde persoon enkelvoud. In deze weerzin is il een onpersoonlijk grammaticaal onderwerp, niet een concreet genoemde persoon. De constructie drukt een nabije of verwachte toekomstige gebeurtenis uit. Voorbeeld: Il va pleuvoir. — Het gaat regenen. faire: In de weeruitdrukking faire chaud betekent dit werkwoord niet letterlijk “doen”. Samen met chaud beschrijft het de temperatuur: in de tegenwoordige tijd betekent il fait chaud “het is warm”. Met de futur proche krijgt de hele uitdrukking hier de toekomstige betekenis “het wordt warm”. Voorbeeld: Il fait froid. — Het is koud. chaud: Dit bijvoeglijk naamwoord betekent hier “warm” en beschrijft de temperatuur. De vergelijkingsvormen zijn plus chaud — warmer en le plus chaud — het warmst. Voorbeeld: Aujourd'hui, il fait plus chaud. — Vandaag is het warmer. aujourd'hui: Dit bijwoord betekent “vandaag” en plaatst de uitspraak op de huidige dag. Als bijwoord krijgt het geen meervoudsvorm. Voorbeeld: Il va neiger aujourd'hui. — Het gaat vandaag sneeuwen. Samen betekent Il va faire très chaud aujourd'hui.: “Het wordt vandaag echt heel warm.” Il va faire chaud gebruikt de futur proche voor de verwachte toekomstige temperatuur; très versterkt chaud, en aujourd'hui geeft aan wanneer dit geldt. De Franse formulering is dus een onpersoonlijke weeruitdrukking, niet een mededeling over een concrete persoon die iets gaat doen.

  2. Ne marchons pas au moment le plus chaud de la journée.

    Laten we niet wandelen op het heetste moment van de dag.

    Ne … pas
    niet
    marchons
    wandelen
    moment
    moment
    le plus chaud
    het heetste
    journée
    dag
    Uitgebreide uitleg

    Ne … pas omringt hier de werkwoordsvorm en maakt de aansporing negatief: “laten we niet …”. In een bevestigende aansporing zou je Marchons ! hebben; bij de ontkenning wordt dat Ne marchons pas !. De twee delen horen dus bij elkaar, ook al staan ze niet naast elkaar. marchons komt van marcher (“wandelen”, ook “lopen” afhankelijk van de context). Dit is de nous-vorm van de impératif présent: de spreker rekent zichzelf mee en spoort een groep aan. Vergelijk Marchons ! — “Laten we wandelen!” — met Ne marchons pas ! — “Laten we niet wandelen!” De vorm marchons kan er ook uitzien als een gewone tegenwoordige-tijdsvorm bij nous, maar hier is de aansporende functie duidelijk door ne … pas en de betekenis van de zin. moment is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “moment” of “tijdstip”. Het staat in de vaste combinatie au moment de …: letterlijk ongeveer “op het moment van …”. au is de samentrekking van à le; in deze zin betekent de combinatie au moment “op het moment”. le plus chaud is de overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord chaud (“heet/warm”). chaud krijgt hier de vorm chaud, omdat het slaat op het mannelijke enkelvoudige moment; het lidwoord le markeert hier de mannelijke enkelvoudige vorm. De reeks is chaud — “heet”, plus chaud — “heter”, le plus chaud — “het heetste”. Het bijvoeglijk naamwoord is dus niet afgeleid van moment; moment is het zelfstandig naamwoord waarmee het overeenkomt. journée betekent “dag”, met nadruk op de dag als tijdsduur of verloop. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, wat je ziet in la journée; na de verschijnt hier de combinatie de la journée, “van de dag”. Een bruikbaar contrast is un jour — “een dag” als datum of dag in het algemeen — tegenover une journée — “een dag” als duur of beleefde tijdsperiode. Dat contrast is een algemene gebruiksmogelijkheid; in de vaste zin betekent de la journée eenvoudig “van de dag”. Samen vormen de delen Ne marchons pas (“laten we niet wandelen”) en au moment le plus chaud de la journée (“op het heetste moment van de dag”) de volledige betekenis: “Laten we niet wandelen op het heetste moment van de dag.”

  3. Je vais mettre de la crème solaire avant de partir.

    Ik smeer zonnebrandcrème op voordat we weggaan.

    Je vais
    ik ga / ik zal
    mettre
    aanbrengen, smeren
    crème solaire
    zonnebrandcrème
    avant de
    voordat
    partir
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord je (“ik”) en vais, de tegenwoordige vorm van aller (“gaan”) bij je. Samen met een infinitief vormt dit vaak de nabije toekomst: je vais + infinitief = “ik ga …” of “ik zal …”. Voorbeeld: Je vais lire. = “Ik ga lezen.” mettre betekent hier niet algemeen alleen “zetten”, maar “aanbrengen” of “opdoen”: het onderwerp brengt de zonnebrandcrème aan. De infinitief blijft na vais onveranderd. Voorbeeld: Je vais mettre une veste. = “Ik ga een jas aantrekken.” crème solaire is een zelfstandig naamwoord met zijn bijvoeglijke bepaling: letterlijk “zonnecrème”, in deze zin natuurlijk “zonnebrandcrème”. solaire beschrijft het soort crème; het is geen werkwoordsvorm van mettre. avant de leidt een tijdsbepaling met een infinitief in. Het betekent “voordat” of “alvorens”, en de hoort hier bij deze constructie. Voorbeeld: Lave tes mains avant de manger. = “Was je handen voordat je eet.” partir betekent “vertrekken” of “weggaan”. Het is hier de infinitief na avant de, dus avant de partir betekent “voordat je/men vertrekt” of, volgens de vaste vertaling, “voordat we weggaan”. De Franse zin noemt in dit fragment geen apart onderwerp bij deze infinitief; de vertaling geeft de bedoelde gezamenlijke lezing als “we”. Samen vormt Je vais mettre de la crème solaire de boodschap “Ik ga zonnebrandcrème aanbrengen”. avant de partir voegt het tijdsmoment toe: dat gebeurt voordat het vertrek plaatsvindt. De volledige betekenis is dus: “Ik ga zonnebrandcrème opdoen voordat we weggaan.”

  4. Reste aussi à l'ombre quand tu peux.

    Blijf ook in de schaduw als je kunt.

    Reste
    blijf
    aussi
    ook
    à l'ombre
    in de schaduw
    quand
    wanneer / als
    tu peux
    je kunt
    Uitgebreide uitleg

    Reste betekent hier “blijf”. Het is de gebiedende wijs van rester (“blijven”) voor één aangesproken persoon: rester → reste. Het onderwerp tu wordt in deze gebiedende wijs niet uitgesproken. Voorbeeld: Reste ici. — “Blijf hier.” aussi betekent “ook”. Het voegt deze raad toe aan een andere raad; het verandert niet wie moet blijven of waar die persoon moet blijven. à l'ombre betekent “in de schaduw”. à maakt hier deel uit van de vaste ruimtelijke uitdrukking à l'ombre; l' is de verkorte vorm van la voor een klinkerklank. Voorbeeld: Nous mangeons à l'ombre. — “We eten in de schaduw.” quand betekent hier “als” of “wanneer” en leidt de tijdsvoorwaarde in. De woordgroep die erop volgt, tu peux, betekent “je kunt”. Samen vormt quand tu peux de betekenis “als je kunt” — letterlijker: “wanneer je kunt”. tu peux gebruikt de tegenwoordige vorm van pouvoir (“kunnen”) bij tu: pouvoir → tu peux. De vorm peux hoort dus bij het werkwoord, niet bij tu. Voorbeeld: Tu peux venir. — “Je kunt komen.” Samen is de zin een aansporing: “Blijf ook in de schaduw als je kunt.” De hoofdhandeling is Reste; aussi voegt “ook” toe, à l'ombre geeft de plaats aan, en quand tu peux beperkt de aansporing tot de momenten waarop dat mogelijk is.

  5. Je peux vite me déshydrater avec cette chaleur.

    Ik kan in deze hitte snel uitdrogen.

    Je peux
    ik kan
    vite
    snel
    me déshydrater
    uitdrogen
    avec
    door / met
    cette
    deze
    chaleur
    hitte
    Uitgebreide uitleg

    Je peux: pouvoir betekent hier “kunnen” en staat in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je peux. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux partir = “Ik kan vertrekken.” De vorm peux hoort dus bij je; bij tu is het tu peux. vite: Dit bijwoord betekent “snel” en zegt hoe snel de uitdroging kan gebeuren. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Il arrive vite. — “Hij komt snel aan.” me déshydrater: Dit is de infinitiefconstructie se déshydrater met het wederkerende voornaamwoord voor je: me. In deze zin betekent ze “uitdrogen” of preciezer “uitgedroogd raken”: de spreker ondergaat zelf die toestand. De combinatie peux + infinitief maakt er “kan uitdrogen” van. Voorbeeld: Nous pouvons nous déshydrater sans assez d’eau. — “We kunnen uitdrogen zonder genoeg water.” avec: Dit voorzetsel betekent letterlijk “met”; in deze zin geeft het de omstandigheid of oorzaak aan, natuurlijk vertaald als “in” of “door” deze hitte. Voorbeeld: Je travaille avec cette chaleur. — “Ik werk met deze hitte.” cette: Dit is het aanwijzende woord voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord: “deze”. Het stemt hier af op chaleur, niet op de spreker. Vergelijk: ce jour = “deze dag” (mannelijk enkelvoud), maar cette nuit = “deze nacht” (vrouwelijk enkelvoud). chaleur: Dit zelfstandig naamwoord betekent “hitte” of “warmte”. In cette chaleur verwijst het naar de concrete hitte die in de situatie relevant is. chaleur is vrouwelijk enkelvoud, wat de vorm cette verklaart. Samen vormen de delen Je peux + vite me déshydrater de betekenis “ik kan snel uitdrogen”. avec cette chaleur voegt de omstandigheid toe: “in/door deze hitte”. De volledige betekenis is daarom: “Ik kan in deze hitte snel uitdrogen.”

  6. Prends de l'eau et bois souvent.

    Neem water mee en drink vaak.

    Prends
    neem mee
    de l'eau
    water
    bois
    drink
    souvent
    vaak
    Uitgebreide uitleg

    Prends betekent hier “neem mee” en is de gebiedende wijs van prendre (“nemen”) voor tu. Dezelfde vorm kan in een andere context ook “neem” betekenen; de l'eau bepaalt hier wat er meegenomen moet worden. Voorbeeld: Prends ton sac. — “Neem je tas mee.” de l'eau betekent hier “water”. de l' is de vorm van de vóór een klinker; het zelfstandig naamwoord is eau. Deze combinatie drukt een niet-afgebakende hoeveelheid water uit, niet een specifiek aantal. Voorbeeld: Je bois de l'eau. — “Ik drink water.” bois betekent hier “drink” en is de gebiedende wijs van boire (“drinken”) voor tu. De vorm bois komt ook voor als tegenwoordige tijd bij je of tu, maar hier geeft de positie na et samen met de aansporende betekenis een bevel aan. Voorbeeld: Bois lentement. — “Drink langzaam.” souvent is een bijwoord dat aangeeft dat iets vaak gebeurt. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Elle boit souvent. — “Zij drinkt vaak.” Samen vormen Prends de l'eau en bois souvent twee bevelen die met et (“en”) verbonden zijn: de aangesprokene moet water meenemen en vaak drinken. De vaste vertaling geeft daarbij de bedoelde betekenis “Neem water mee en drink vaak.”

  7. Allons au parc plus tard, quand il fera plus frais.

    Laten we later naar het park gaan als het koeler is.

    Allons
    laten we gaan
    au
    naar het
    parc
    park
    plus tard
    later
    quand
    als
    il fera
    het zal zijn
    plus frais
    koeler
    Uitgebreide uitleg

    Allons komt van aller (“gaan”) en is de gebiedende wijs voor nous: letterlijk een aansporing aan “ons”, dus “laten we gaan”. In deze zin is het werkwoord het eerste deel van het voorstel. Voorbeeld: Allons au musée. — “Laten we naar het museum gaan.” au is de samentrekking van à + le. Hier drukt het de bestemming uit: “naar het”. De vorm au gebruik je vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; vóór een vrouwelijk enkelvoud staat à la, en vóór een meervoud aux. parc betekent “park”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: le parc. In au parc is le opgenomen in de samentrekking au. plus tard betekent “later”. plus betekent hier niet zelfstandig “meer”, maar maakt samen met tard de tijdsaanduiding “later”. Voorbeeld: Nous partirons plus tard. — “We vertrekken later.” quand betekent “wanneer” of, zoals hier, “als”. Het leidt de tijdsbepaling in die aangeeft wanneer het voorstel uitgevoerd wordt. il fera bevat de onpersoonlijke il en de toekomende vorm fera van faire. In deze weeruitdrukking verwijst il niet naar een specifiek genoemde persoon; de constructie beschrijft de omstandigheden. fera is de derde persoon enkelvoud van de futur simple: faire → il fera. In weeruitdrukkingen kan faire bijvoorbeeld ook voorkomen in Il fait froid — “Het is koud.” plus frais betekent “koeler”. frais is het bijvoeglijk naamwoord “fris/koel”; plus frais is de vergelijkende trap, gevormd met plus + het bijvoeglijk naamwoord. De vergelijking is hier met een eerder of impliciet warmer moment, niet noodzakelijk met een specifiek genoemde plaats. Voorbeeld: Le soir, l’air est plus frais. — “'s Avonds is de lucht koeler.” Samen betekent Allons au parc “Laten we naar het park gaan”. plus tard plaatst dat gaan later in de tijd. quand il fera plus frais zegt wanneer: op het moment dat het koeler zal zijn. De volledige betekenis is dus: “Laten we later naar het park gaan als het koeler is.”

  8. Ce sera plus sûr et plus confortable.

    Dat zal veiliger en comfortabeler zijn.

    Ce sera
    dat zal zijn
    plus sûr
    veiliger
    plus confortable
    comfortabeler
    Uitgebreide uitleg

    Ce sera betekent hier “dat zal zijn”. Ce is een aanwijzend voornaamwoord dat als onderwerp naar een situatie of zaak verwijst; de precieze referent wordt in deze zin niet verder benoemd. Sera is de toekomende tijd van être (“zijn”), in de derde persoon enkelvoud: je serai, tu seras, il/elle/on sera. De vorm drukt hier een verwachting of eigenschap in de toekomst uit. plus sûr betekent “veiliger”. Sûr betekent “veilig” of “zeker”; plus sûr is de vergelijkende vorm met plus (“meer”): sûr → plus sûr. Het bijvoeglijk naamwoord staat hier bij de situatie die door ce wordt aangeduid. Een bruikbaar voorbeeld is: Cette route est plus sûre. — “Deze weg is veiliger.” In dat voorbeeld krijgt sûr de vrouwelijke vorm sûre omdat het bij route hoort. plus confortable betekent “comfortabeler”. De vergelijking wordt opnieuw gevormd met plus voor het bijvoeglijk naamwoord: confortable → plus confortable. Confortable heeft in het enkelvoud dezelfde geschreven vorm voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud wordt het confortables. Voorbeeld: Ce siège est plus confortable. — “Deze stoel is comfortabeler.” Samen vormt Ce sera plus sûr et plus confortable een toekomstige beschrijving van dezelfde niet nader benoemde situatie: “Dat zal veiliger en comfortabeler zijn.” Et (“en”) verbindt de twee vergelijkende eigenschappen.

Grammatica

L'impératif : Reste, Prends, Bois

Prends l'eau et bois.

pran loo ee bwaa.

Neem het water en drink.

De gebiedende wijs geeft een opdracht of advies. Bij tu valt het onderwerp weg: prends en bois.

Le futur simple de être : sera

La journée sera chaude.

la zjoer-nee suh-raa sjood.

De dag zal warm zijn.

Sera is de toekomende vorm van être bij il/elle. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan journée aan: chaude.

Frans woordenschat

aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-dwie vandaag
chaud bijvoeglijk naamwoord
sjoo warm, heet
crème solaire zelfstandig naamwoord
krem so-lèr zonnebrandcrème, zonnebrand
faire werkwoord
fehr doen; zijn (voor het weer)
journée zelfstandig naamwoord
zjoer-nee dag
marcher werkwoord
mar-sjee wandelen, lopen marchons
mettre werkwoord
metr aandoen, aanbrengen
moment zelfstandig naamwoord
mo-maa(n) moment
ombre zelfstandig naamwoord
ombr schaduw
partir werkwoord
par-tier vertrekken, weggaan
rester werkwoord
rèst-ee blijven Reste
très bijwoord
treh heel, erg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het wordt vandaag echt warm.

Antwoord tonenIl va faire très chaud aujourd'hui.

Neem water mee en drink vaak.

Antwoord tonenPrends de l'eau et bois souvent.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dag

Antwoord tonenjournée

heel, erg

Antwoord tonentrès

wandelen, lopen

Antwoord tonenmarchons

moment

Antwoord tonenmoment