Tu
Tu betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon aan wie de spreker iets vraagt. Deze vorm staat als onderwerp vóór ‘veux’, zoals in ‘Tu veux venir’. Je gebruikt tu in een informele aanspreking van één persoon.
veux
Veux betekent hier ‘wilt’ of ‘hebt zin om’ in de vraag ‘Tu veux venir faire une balade photo demain ?’. Het is een vorm van het werkwoord vouloir. Na veux staat hier een infinitief, namelijk ‘venir’.
venir
Venir betekent hier ‘komen’, als onderdeel van het voorstel om mee te gaan. Het is een infinitief na ‘veux’ in ‘veux venir faire’. Je gebruikt venir vaak om te zeggen dat iemand naar een plaats of activiteit toe komt.
faire
Faire betekent hier ‘doen’ in de vaste combinatie ‘venir faire une balade photo’: komen om een fotowandeling te maken. Het is een infinitief na ‘venir’. Je kunt faire gebruiken vóór een activiteit of handeling.
une
Une betekent hier ‘een’ vóór het vrouwelijke woord ‘balade’. Het geeft één niet nader bepaalde fotowandeling aan in ‘une balade photo’. Je gebruikt une vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
balade
Balade betekent hier ‘wandeling’, meer bepaald de geplande fotowandeling. In ‘une balade photo’ bepaalt ‘photo’ waar de wandeling om draait. Je kunt balade gebruiken voor een ontspannen wandeling of uitstap.
photo
Photo geeft hier aan dat de wandeling op fotografie gericht is in ‘balade photo’. De vorm wordt ook gebruikt in samenstellingen of uitdrukkingen rond foto’s. Je gebruikt photo hier direct achter ‘balade’.
demain
Demain betekent hier ‘morgen’ en plaatst de fotowandeling in de tijd. In ‘faire une balade photo demain’ staat het achter de activiteit. Je gebruikt demain om naar de dag na vandaag te verwijzen.
J'ai
J’ai betekent hier ‘ik heb’ in de uitdrukking ‘J’ai besoin de plus de pratique’. Het is de vorm van avoir bij je. Met J’ai besoin de zeg je dat je iets nodig hebt.
besoin
Besoin betekent hier ‘behoefte’ in de vaste uitdrukking ‘J’ai besoin de’, die ‘ik heb nodig’ betekent. Het woord wordt hier gevolgd door ‘de’ en wat nodig is. Je gebruikt deze uitdrukking om een behoefte of noodzaak te benoemen.
de
De verbindt in ‘besoin de plus de pratique’ de behoefte met datgene wat nodig is. De vorm kan hier worden opgevat als ‘aan’ of ‘voor’ in de Nederlandse betekenis van de hele uitdrukking. Na ‘besoin’ hoort deze verbinding bij het patroon J’ai besoin de gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
plus
Plus betekent hier ‘meer’ in ‘plus de pratique’: er is behoefte aan een grotere hoeveelheid oefening. Het staat vóór ‘de pratique’ en geeft een hoeveelheid aan. Je gebruikt plus de vóór een hoeveelheid van iets.
pratique
Pratique betekent hier ‘oefening’ of ‘praktijk’ in ‘plus de pratique en photographie’. Het verwijst naar extra oefenen met fotografie. In deze betekenis staat het na ‘de’ om aan te geven wat iemand nodig heeft.
en
En geeft hier het gebied of onderwerp aan in ‘en photographie’: oefenen op het gebied van fotografie. Deze verbinding staat na ‘pratique’. Je gebruikt en hier om een activiteit of vaardigheidsgebied te noemen.
photographie
Photographie betekent hier ‘fotografie’, het onderwerp waarin de spreker meer oefening nodig heeft. In ‘pratique en photographie’ benoemt het de vaardigheid of activiteit. Je gebruikt photographie voor fotografie als activiteit of vakgebied.
La
La betekent hier ‘de’ vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord ‘lumière’. In ‘La lumière du matin’ introduceert het het ochtendlicht als onderwerp van de zin. Je gebruikt la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
lumière
Lumière betekent hier ‘licht’, specifiek het licht van de ochtend in ‘La lumière du matin’. Het woord is het onderwerp waarvan wordt gezegd dat het beter zou moeten zijn. Je kunt lumière combineren met een tijdsaanduiding zoals ‘du matin’.
du
Du betekent hier ‘van de’ of ‘van het’ in ‘du matin’, waarmee wordt aangegeven dat het om ochtendlicht gaat. Du is de vaste samengetrokken vorm van de en le. Je gebruikt du vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
matin
Matin betekent hier ‘ochtend’ in ‘du matin’. De combinatie ‘lumière du matin’ verwijst naar licht dat bij de ochtend hoort. Je gebruikt matin na een tijdsverbinding zoals du matin.
devrait
Devrait betekent hier ‘zou moeten’ of ‘zou waarschijnlijk’ in ‘La lumière du matin devrait être meilleure’. Het is een vorm van devoir en drukt hier een verwachting uit, geen harde zekerheid. Na devrait staat hier ‘être’.
être
Être betekent hier ‘zijn’ in ‘devrait être meilleure’: het licht zou beter moeten zijn. Het is een infinitief na devrait. Je gebruikt être hier om het onderwerp met een eigenschap te verbinden.
meilleure
Meilleure betekent hier ‘beter’ en beschrijft de lumière in ‘être meilleure’. Het is de vrouwelijke vorm die bij ‘lumière’ past; de basisvorm is meilleur. Je gebruikt deze vorm na être om een vergelijking of beoordeling van iets vrouwelijks uit te drukken.
pour
Pour geeft hier aan waarvoor het licht beter zou zijn: ‘pour les photos de rue’, dus voor straatfoto’s. Het staat vóór de groep die het doel of toepassingsgebied benoemt. Je gebruikt pour om een doel, ontvanger of geschikt gebruik aan te geven.
les
Les betekent hier ‘de’ vóór het meervoudige ‘photos’. Het verwijst naar de straatfoto’s als een meervoudige groep in ‘les photos de rue’. Je gebruikt les vóór bepaalde zelfstandige naamwoorden in het meervoud.
photos
Photos betekent hier ‘foto’s’, namelijk foto’s van de straat in ‘les photos de rue’. Het is het meervoud van photo, een vorm die ook voorkomt in ‘balade photo’. Je gebruikt photos hier na ‘pour les’.
rue
Rue betekent hier ‘straat’ in ‘photos de rue’: foto’s die met de straat te maken hebben. Het staat na ‘de’ om het soort foto’s nader te bepalen. Je gebruikt rue voor een straat of in een verbinding die iets als straatfoto’s aanduidt.
Qu'est-ce
Qu’est-ce opent hier de vraag naar wat er gefotografeerd moet worden in ‘Qu’est-ce qu’on devrait photographier en premier ?’. Het maakt de vraag naar een zaak of handeling herkenbaar. Je gebruikt deze vraagopening vóór het vervolg van de vraag.
qu'on
Qu’on verbindt in ‘Qu’est-ce qu’on devrait photographier en premier ?’ de vraagopening met ‘on’, dat hier ‘we’ betekent. Qu’on is de samengevoegde schrijfwijze van que en on vóór een klinker. In deze vraag leidt het naar wat we zouden moeten fotograferen.
photographier
Photographier betekent hier ‘fotograferen’ in ‘devrait photographier’: wat we als eerste zouden moeten fotograferen. Het is een infinitief na devrait. Je gebruikt photographier vóór het onderwerp of voorwerp dat je op de foto wilt zetten.
premier
Premier betekent hier ‘eerst’ in de vaste tijdsuitdrukking ‘en premier’. Het geeft aan welke handeling of welk onderwerp als eerste komt. Je gebruikt en premier om een volgorde aan te geven.
On
On betekent hier ‘we’ in ‘On peut commencer par les vieux bâtiments’. Hoewel on ook algemener kan verwijzen, omvat het hier de twee personen die samen de wandeling plannen. Je gebruikt on vaak als onderwerp vóór een vervoegde werkwoordsvorm.
peut
Peut betekent hier ‘kan’ in ‘On peut commencer’. Het is een vorm van pouvoir en drukt hier een mogelijkheid of voorstel uit. Na peut staat de infinitief ‘commencer’.
commencer
Commencer betekent hier ‘beginnen’ in ‘commencer par les vieux bâtiments’. Het geeft aan met welk onderwerp de fotowandeling start. Je gebruikt commencer hier met par vóór het eerste onderdeel.
par
Par geeft hier aan waarmee de activiteit begint in ‘commencer par les vieux bâtiments’. De betekenis is in deze verbinding ‘met’. Je gebruikt commencer par gevolgd door het eerste onderwerp of onderdeel.
vieux
Vieux betekent hier ‘oude’ en beschrijft ‘bâtiments’ in ‘les vieux bâtiments’. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord en hoort bij de omschrijving van de gebouwen. Je gebruikt vieux hier om gebouwen als oud te karakteriseren.
bâtiments
Bâtiments betekent hier ‘gebouwen’, het eerste onderwerp dat de twee personen willen fotograferen. Het staat in de groep ‘les vieux bâtiments’. Je gebruikt bâtiments als zelfstandig naamwoord na het bijvoeglijke vieux.
Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van ‘Je vais apporter’. Het verwijst naar de persoon die de camera en batterij meeneemt. Je gebruikt je vóór een vervoegde werkwoordsvorm wanneer je over jezelf spreekt.
vais
Vais betekent hier ‘ga’ in de nabije-toekomstconstructie ‘Je vais apporter’. Het is een vorm van aller en wordt hier gevolgd door een infinitief. Je gebruikt je vais gevolgd door een infinitief om te zeggen wat je gaat doen.
apporter
Apporter betekent hier ‘meebrengen’ in ‘Je vais apporter mon petit appareil photo’. Het benoemt wat de spreker naar de afgesproken fotowandeling zal meenemen. Je gebruikt apporter met het voorwerp dat wordt meegenomen.
mon
Mon betekent hier ‘mijn’ vóór ‘petit appareil photo’. Het geeft aan dat het apparaat van de spreker is. Je gebruikt mon vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
petit
Petit betekent hier ‘klein’ en beschrijft het fototoestel in ‘mon petit appareil photo’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en geeft een eigenschap ervan. Je gebruikt petit hier vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
appareil
Appareil betekent hier ‘apparaat’ en verwijst in ‘appareil photo’ naar een camera. Het woord photo specificeert welk soort apparaat bedoeld is. Je gebruikt appareil photo als benaming voor een fotocamera.
et
Et betekent hier ‘en’ en verbindt ‘mon petit appareil photo’ met ‘une batterie supplémentaire’. Het voegt een tweede voorwerp toe dat de spreker meeneemt. Je gebruikt et om woorden of woordgroepen gelijkwaardig te verbinden.
batterie
Batterie betekent hier ‘batterij’, het tweede voorwerp dat de spreker zal meebrengen. In ‘une batterie supplémentaire’ wordt het aangevuld met de betekenis ‘extra’. Je gebruikt batterie hier na het onbepaalde lidwoord une.
supplémentaire
Supplémentaire betekent hier ‘extra’ of ‘aanvullend’ en beschrijft de batterij in ‘une batterie supplémentaire’. Het maakt duidelijk dat het om een reserve of extra batterij gaat. Je gebruikt supplémentaire na het zelfstandig naamwoord dat extra is.
se
Se maakt in ‘On se retrouve’ deel uit van de wederkerige uitdrukking waarmee de twee personen afspreken elkaar te ontmoeten. Het verwijst naar de betrokken personen zelf. Je gebruikt se vóór de vervoegde vorm van het wederkerige werkwoord.
retrouve
Retrouve betekent hier ‘spreekt af’ of ‘ontmoet’, samen met se in ‘On se retrouve’. Het is een vorm van se retrouver; in deze zin gaat het om elkaar op een afgesproken moment terugzien of ontmoeten. Je gebruikt on se retrouve om een ontmoeting af te spreken.
avant
Avant betekent hier ‘voordat’ in ‘avant que les rues deviennent animées’. Het geeft aan dat de ontmoeting plaatsvindt vóór een latere verandering. Je gebruikt avant que vóór de bijzin die beschrijft wat nog niet moet zijn gebeurd.
que
Que verbindt in ‘avant que les rues deviennent animées’ de tijdsuitdrukking met de bijzin. Samen met avant introduceert het de gebeurtenis die later wordt verwacht. Je gebruikt avant que dus vóór een volledige bijzin.
rues
Rues betekent hier ‘straten’ in ‘les rues deviennent animées’. Het is het meervoud van rue en verwijst naar de straten waar de fotowandeling plaatsvindt. Je gebruikt rues hier na les als onderwerp van de bijzin.
deviennent
Deviennent betekent hier ‘worden’ in ‘les rues deviennent animées’: de straten worden drukker of levendiger. Het is een vorm van devenir bij het meervoudige onderwerp les rues. Na deviennent staat hier de eigenschap ‘animées’.
animées
Animées betekent hier ‘druk’ of ‘levendig’ en beschrijft de straten in ‘les rues deviennent animées’. De vorm past bij het meervoudige vrouwelijke woord rues; de basisvorm is animé. Je gebruikt animées hier na deviennent om de nieuwe toestand van de straten te beschrijven.
Ensuite
Ensuite betekent hier ‘daarna’ of ‘vervolgens’ en verbindt het latere vergelijken met de eerdere fotowandeling. Het staat aan het begin van ‘Ensuite, on pourra comparer nos photos plus tard’. Je gebruikt ensuite om de volgende stap in een plan of volgorde aan te kondigen.
pourra
Pourra betekent hier ‘zal kunnen’ in ‘on pourra comparer’. Het is een vorm van pouvoir en verwijst naar een mogelijkheid in de toekomst. Na pourra staat de infinitief comparer.
comparer
Comparer betekent hier ‘vergelijken’ in ‘comparer nos photos’. De twee personen zullen hun foto’s naast elkaar beoordelen. Je gebruikt comparer met het voorwerp dat met iets anders wordt vergeleken.
nos
Nos betekent hier ‘onze’ vóór ‘photos’. Het geeft aan dat de foto’s bij de twee sprekers samen horen. Je gebruikt nos vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
tard
Tard betekent hier ‘later’ in ‘plus tard’. Het plaatst het vergelijken na de fotowandeling of na een eerder moment. Je gebruikt plus tard om naar een later tijdstip te verwijzen.