J'ai
“J'ai” betekent hier “ik heb” en vormt samen met “commencé” de mededeling dat de spreker onlangs is begonnen. Een herbruikbaar patroon is “J'ai” gevolgd door een voltooid deelwoord om een afgeronde gebeurtenis over jezelf te beschrijven.
récemment
“récemment” betekent “onlangs” en geeft aan dat de gebeurtenis kort geleden plaatsvond. In “J'ai récemment commencé” bepaalt het de tijd van de hele gebeurtenis. Gebruik het wanneer je wilt zeggen dat iets recent is gebeurd.
commencé
“commencé” betekent hier “begonnen” en staat na “J'ai” in “J'ai récemment commencé”. Samen met “à apprendre” geeft het aan met welke activiteit de spreker is begonnen. De bijbehorende basisvorm is commencer.
à
“à” maakt hier deel uit van “commencé à apprendre” en introduceert de activiteit die begint. De constructie is commencer à gevolgd door een werkwoord in de infinitief.
apprendre
“apprendre” betekent hier “leren” in “apprendre la guitare”. Het staat na “à” en benoemt de activiteit waarmee de spreker is begonnen. Een bruikbare combinatie is “apprendre” gevolgd door wat je leert, zoals in “apprendre la guitare”.
la
“la” is hier het bepaald lidwoord bij “guitare” en maakt samen “la guitare”, “de gitaar”. Gebruik “la” vóór een bepaald enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
guitare
“guitare” betekent “gitaar” en verwijst hier naar het instrument dat de spreker leert. In “la guitare” wordt het instrument als een specifieke gitaar genoemd. De combinatie “apprendre la guitare” is bruikbaar wanneer je vertelt welk instrument je leert.
Tu
“Tu” betekent “je” of “jij” en richt de vraag aan één gesprekspartner. In “Tu prends des cours ?” staat het aan het begin van de vraag. Gebruik “Tu” wanneer je rechtstreeks aan die persoon vraagt wat die doet.
prends
“prends” betekent hier “volgt” of “neemt” in de combinatie “Tu prends des cours ?”. De betekenis komt in deze context uit de combinatie met “des cours”, niet uit letterlijk iets nemen. De basisvorm is prendre.
des
“des” is hier een onbepaald meervoudig lidwoord in “des cours” en verwijst naar lessen zonder ze nader te bepalen. Gebruik “des” vóór een niet-specifieke meervoudige groep.
cours
“cours” betekent hier “lessen” in “des cours”. Samen met “prends” vormt het de uitdrukking voor lessen volgen. Een bruikbaar patroon is prendre des cours.
Je
“Je” betekent “ik” en is het onderwerp van “Je prends des cours en ligne”. Het laat zien dat de spreker over zichzelf vertelt. Gebruik “Je” vóór een werkwoord om te zeggen wat je zelf doet.
en
“en” heeft hier samen met “ligne” de betekenis “online” in “en ligne”. Het geeft aan dat de lessen via een online medium worden gevolgd. Een bruikbare combinatie is “cours en ligne” voor online lessen.
ligne
“ligne” betekent hier samen met “en” “online”; “en ligne” beschrijft de lessen als online lessen. In “cours en ligne” staat de uitdrukking direct na het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijft. Gebruik “en ligne” om een online activiteit of dienst aan te duiden.
après
“après” betekent “na” en geeft in “après le travail” de tijdsvolgorde aan. Het staat vóór de gebeurtenis waarna iets plaatsvindt. Gebruik “après” gevolgd door een tijdstip of gebeurtenis.
le
“le” is het bepaald lidwoord in “après le travail” en maakt “le travail” tot een specifieke verwijzing naar het werk. Aan het begin van een zin verschijnt hetzelfde lidwoord als “Le”, zoals in “Le rythme”. Gebruik “le” vóór een bepaald enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
travail
“travail” betekent “werk” in “le travail”. In “après le travail” geeft het aan wanneer de online lessen plaatsvinden. Deze combinatie is bruikbaar om te zeggen dat iets na het werk gebeurt.
C'est
“C'est” betekent hier “is het” in de vraag “C'est difficile quand on débute ?”. Het introduceert een beoordeling of beschrijving van iets. Een bruikbaar patroon is “C'est” gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord, zoals in “C'est difficile”.
difficile
“difficile” betekent “moeilijk” en beschrijft in “C'est difficile quand on débute ?” hoe het is wanneer iemand begint. Het beschrijft ook het ritme in “Le rythme est difficile”. Gebruik het na een vorm van être om moeilijkheid aan te geven.
quand
“quand” betekent hier “wanneer” of “als” en leidt de bijzin “quand on débute” in. Die bijzin geeft aan in welke situatie iets moeilijk is. Gebruik “quand” gevolgd door een volledige bijzin om een tijdstip of situatie te noemen.
on
“on” verwijst hier algemeen naar iemand die begint, zonder een specifieke persoon te noemen, in “quand on débute”. Het kan in zulke algemene uitspraken naar mensen in het algemeen verwijzen. Een bruikbaar patroon is “on” gevolgd door een werkwoord in een algemene bewering.
débute
“débute” betekent “begint” in “quand on débute”. Na “on” beschrijft deze vorm de situatie van iemand die met iets begint. De basisvorm is débuter.
rythme
“rythme” betekent “ritme” in “Le rythme”. Hier gaat het om het ritme dat bij het gitaarspelen moeilijk is. Een bruikbaar patroon is “Le rythme est” gevolgd door een beschrijving.
est
“est” betekent “is” en verbindt in “Le rythme est difficile” het ritme met een beoordeling. In “ma chambre est calme” verbindt het de kamer met een beschrijving. Gebruik “est” tussen een onderwerp en een eigenschap of toestand.
mais
“mais” betekent “maar” en leidt een tegenstelling in tussen “difficile” en “j'aime ça” in “difficile, mais j'aime ça”. Het laat zien dat iets moeilijk kan zijn en toch positief wordt ervaren. Een bruikbaar patroon is een eerste uitspraak, “mais”, en daarna een tegengestelde uitspraak.
j'aime
“j'aime” betekent hier “ik vind leuk” of “ik geniet van” in “j'aime ça”. De spreker zegt daarmee dat hij of zij ondanks de moeilijkheid plezier beleeft aan wat eerder is genoemd. Gebruik “j'aime” gevolgd door iets wat je leuk vindt.
ça
“ça” betekent hier “dat” of “het” en verwijst in “j'aime ça” terug naar de eerder besproken activiteit, in deze context het leren en oefenen van gitaar. Het voorkomt dat die activiteit opnieuw genoemd moet worden. Een bruikbaar patroon is “j'aime ça” wanneer je naar iets eerder genoemds verwijst.
pratiques
“pratiques” betekent “oefen” in de vraag “Tu pratiques à quelle fréquence ?”. Door de combinatie met “à quelle fréquence” vraagt de spreker hoe vaak de ander oefent. Gebruik deze vorm in een rechtstreekse vraag over iemands oefenactiviteit.
quelle
“quelle” betekent hier “welke” of “wat voor” in de vaste vraag “à quelle fréquence”. Het helpt om de gewenste frequentie te vragen. Gebruik de volledige uitdrukking “à quelle fréquence” om te vragen hoe vaak iets gebeurt.
fréquence
“fréquence” betekent “frequentie” in “à quelle fréquence”. De volledige uitdrukking betekent hier “hoe vaak”. Gebruik “à quelle fréquence” wanneer je naar de herhaling van een activiteit vraagt.
pratique
“pratique” betekent hier “ik oefen” in “Je pratique le soir”. Het beschrijft de activiteit die de spreker op een bepaald moment uitvoert. Gebruik “Je pratique” gevolgd door een tijdsaanduiding of de activiteit waarover je praat.
soir
“soir” betekent “avond”; in “le soir” betekent het “'s avonds”. Hier noemt de spreker de avond als tijdstip waarop er wordt geoefend. Gebruik “le soir” om te zeggen dat iets in de avond gebeurt.
ma
“ma” betekent “mijn” en staat vóór “chambre” in “ma chambre”. Het verbindt de kamer met de spreker als bezitter. Gebruik “ma” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets van jezelf verwijst.
chambre
“chambre” betekent “kamer” in “ma chambre”. In “ma chambre est calme” is het de kamer waarvan de rustige toestand wordt beschreven. De combinatie “ma chambre” is bruikbaar wanneer je over je eigen kamer praat.
calme
“calme” betekent hier “rustig” en beschrijft de toestand van de kamer in “quand ma chambre est calme”. De activiteit vindt plaats op het moment dat de kamer rustig is. Gebruik “est calme” om te zeggen dat iets rustig is.
Un
“Un” betekent hier “een” in “Un moment régulier”. Het introduceert één niet nader bepaald tijdstip of moment. Gebruik “un” vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets niet-specifieks noemt.
moment
“moment” betekent hier “moment” of “tijdstip” in “un moment régulier”. In deze context gaat het om een vast tijdstip om te oefenen. Gebruik “un moment” wanneer je een tijdstip of periode wilt noemen.
régulier
“régulier” betekent “regelmatig” en beschrijft in “un moment régulier” een tijdstip dat steeds terugkomt. Het geeft aan dat de oefentijd niet willekeurig is. Gebruik “un moment régulier” voor een terugkerend moment waarop je iets doet.
devrait
“devrait” drukt hier “zou moeten” uit in “devrait t'aider”. De spreker geeft daarmee een voorzichtige aanbeveling over het effect van een regelmatig tijdstip. Gebruik “devrait” gevolgd door een werkwoord om advies of een verwachte uitkomst uit te drukken.
t'aider
“t'aider” betekent “jou helpen”: “t'” verwijst naar de aangesproken persoon en “aider” benoemt de handeling. In “devrait t'aider à progresser” gaat het om hulp bij vooruitgang. Een bruikbaar patroon is iemand helpen om een bepaalde handeling uit te voeren.
progresser
“progresser” betekent “vooruitgaan” of “verbeteren” in “t'aider à progresser”. Het benoemt hier het doel van regelmatig oefenen. Gebruik “aider à progresser” wanneer je praat over beter worden in een vaardigheid.