Een muziekinstrument leren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, one adult describes learning guitar through online lessons and practicing in a quiet room..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een muziekinstrument leren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.

zjee ree-sa-mahn ko-mahn-sé a a-pran-dr la gie-taar Ik ben onlangs gitaar gaan leren.
B

Tu prends des cours ?

tuu prahn dee koer Neem je lessen?
A

Je prends des cours en ligne après le travail.

zje prahn dee koer ahn lienj ah-prè luh tra-vaj Ik volg na het werk online lessen.
B

C'est difficile quand on débute ?

sè dee-fee-seel kan-ton dee-buu Is het moeilijk als je net begint?
A

Le rythme est difficile, mais j'aime ça.

luh reetm è dee-fee-seel mè zjem sa Het ritme is moeilijk, maar ik vind het leuk.
B

Tu pratiques à quelle fréquence ?

tuu prah-teek a kel freh-kahns Hoe vaak oefen je?
A

Je pratique le soir quand ma chambre est calme.

zje prah-teek luh swaar kan ma sjahn-br è kalm Ik oefen 's avonds als mijn kamer stil is.
B

Un moment régulier devrait t'aider à progresser.

uhn mo-mahn ree-gee-ljee duh-vrè tè-dé a pro-gre-sé Een vast moment zou je moeten helpen om beter te worden.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.

    Ik ben onlangs gitaar gaan leren.

    J'ai
    ik heb
    récemment
    onlangs
    commencé
    begonnen
    apprendre
    leren
    la guitare
    de gitaar
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd: “ik heb”. Samen met commencé vormt het hier de passé composé, een veelgebruikte vorm voor een voltooide gebeurtenis in het verleden. Het onderwerp is dus “ik”; ai draagt de persoonsvorm. récemment betekent hier “onlangs” of “recentelijk”. Het is een bijwoord en geeft aan dat het begin dicht bij het spreekmoment ligt. Bijvoorbeeld: J'ai récemment déménagé. — “Ik ben onlangs verhuisd.” commencé is het voltooid deelwoord van commencer (“beginnen”). De combinatie avoir + voltooid deelwoord maakt hier de passé composé: j'ai commencé — “ik ben begonnen” of letterlijker “ik heb begonnen”. De stamvorm is commencer; andere nuttige vormen zijn je commence — “ik begin” en je commencerai — “ik zal beginnen”. In deze zin betekent commencé specifiek dat het leerproces al is gestart. apprendre is de infinitief (“leren”). Na commencer staat vaak à + infinitief om aan te geven waarmee iemand begint: commencer à apprendre — “beginnen te leren”. Bijvoorbeeld: Elle commence à lire. — “Zij begint te lezen.” Het voorzetsel à hoort bij deze constructie; het maakt apprendre niet tot een vervoegde persoonsvorm. la guitare betekent “de gitaar”. guitare is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord verwijst naar het soort instrument dat wordt geleerd, niet naar een expliciet genoemde afzonderlijke gitaar. Bijvoorbeeld: Il joue de la guitare. — “Hij speelt gitaar.” Samen betekent J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.: “Ik ben onlangs gitaar gaan leren.” De structuur is J'ai commencé à + infinitief: de spreker zegt dat die persoon onlangs begonnen is met gitaar leren. De volgende vraag over lessen sluit inhoudelijk aan bij deze activiteit, maar verandert de betekenis van de vaste zin niet.

  2. Tu prends des cours ?

    Neem je lessen?

    prends
    volgt; neemt
    cours
    lessen
    Uitgebreide uitleg

    prends is hier de vorm van prendre bij tu in de tegenwoordige tijd: tu prends. In deze combinatie betekent prendre des cours natuurlijk “lessen volgen” of “lessen nemen”, niet letterlijk alleen “nemen”. De vorm prends hoort bij tu; bij je is het je prends en bij il/elle il prend. Voorbeeld: Tu prends des cours en ligne ? — “Volg je online lessen?” De vraagvorm blijft hier hetzelfde als een gewone mededelende zin; de vraag blijkt uit de vraagintonatie en het vraagteken. In het Frans kan ook Est-ce que tu prends des cours ? worden gebruikt. cours is hier een meervoudig zelfstandig naamwoord met de betekenis “lessen”. Het woord kan in andere contexten ook “cursus” of “loop” betekenen, maar in prendre des cours gaat het om lessen volgen. De vorm cours ziet er in het enkelvoud en meervoud hetzelfde uit: un cours = “een les/cursus”, des cours = “lessen/cursussen”. Samen vormen Tu prends des cours ? de herbruikbare vraag Tu prends des cours ? — “Volg je lessen?” Tu is de informele tweede persoon enkelvoud, prends geeft de handeling in de tegenwoordige tijd weer, en des cours benoemt de lessen die iemand volgt. In deze context past dat bij lessen, bijvoorbeeld gitaarlessen, zonder dat de vraag zelf het soort lessen noemt.

  3. Je prends des cours en ligne après le travail.

    Ik volg na het werk online lessen.

    prends
    volg / neem
    cours
    lessen
    en ligne
    online
    après
    na
    travail
    werk
    Uitgebreide uitleg

    prends betekent hier “volg” in de combinatie met cours: het is de tegenwoordige tijd van prendre bij je (ik neem/volg). De vorm prends kan ook bij tu voorkomen; het onderwerp bepaalt hier dat het om de eerste persoon enkelvoud gaat. prendre kan in andere contexten letterlijk “nemen” betekenen, maar met cours betekent het “lessen volgen”. cours betekent hier “lessen”. Het is het meervoud van un cours; de spelling cours blijft in het enkelvoud en meervoud gelijk. Een bruikbaar patroon is prendre des cours (“lessen volgen”). en ligne betekent “online”. Dit is een vaste voorzetseluitdrukking die de manier of vorm van de lessen aanduidt. Bijvoorbeeld: Je travaille en ligne. — “Ik werk online.” après betekent “na” en plaatst wat volgt later in de tijd. In deze zin leidt het de tijdsbepaling après le travail in. travail betekent “werk”. Het zelfstandige naamwoord is mannelijk: le travail. In après le travail verwijst le naar het werk als bepaald tijdsmoment of bekende activiteit; het betekent dus “na het werk”. Samen vormt Je prends des cours en ligne après le travail de betekenis: “Ik volg na het werk online lessen.” Je prends des cours geeft de activiteit aan, en ligne beschrijft de vorm ervan en après le travail zegt wanneer die activiteit plaatsvindt. Het patroon Je prends des cours ... kan bijvoorbeeld worden uitgebreid met een andere plaats- of tijdsbepaling.

  4. C'est difficile quand on débute ?

    Is het moeilijk als je net begint?

    C'est
    het is
    difficile
    moeilijk
    quand
    als; wanneer
    on
    men; je
    débute
    begint
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce en est, in de praktijk geschreven als c'est. Hier vormt ze de structuur “het is …”. Est is de tegenwoordige tijd van être bij ce. difficile betekent hier “moeilijk” en beschrijft de situatie. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In deze zin staat het als naamwoordelijk deel na c'est; de vorm is hier difficile. Dit woord heeft dezelfde spelling in het mannelijk en vrouwelijk enkelvoud; in het meervoud wordt het difficiles. Voorbeeld: C'est facile. — “Het is gemakkelijk.” quand leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “als” of “wanneer”. Het verbindt de algemene beoordeling met het moment waarop iemand begint. Voorbeeld: Je suis nerveux quand je parle. — “Ik ben nerveus als ik praat.” on is een Frans persoonlijk voornaamwoord. In deze zin heeft het, overeenkomstig de vertaling, de betekenis van “je”: iemand die begint, zonder dat die persoon met een naam wordt genoemd. In andere contexten kan on ook een groep of mensen in het algemeen aanduiden; dat blijkt uit de context. Het werkwoord na on staat grammaticaal in de derde persoon enkelvoud. débute komt van het werkwoord débuter, “beginnen”. Dit is de tegenwoordige tijd bij on: on débute. De werkwoordsvorm past bij on, niet bij een meervoudige vorm. Voorbeeld: On débute demain. — “Je begint morgen.” Samen vormen quand on débute de tijdsbepaling “als je begint”; in de vaste vertaling wordt dat “als je net begint”. De hele vraag C'est difficile quand on débute ? betekent dus: “Is het moeilijk als je net begint?” De vraag gebruikt dezelfde woordvolgorde als een mededeling en wordt hier door de vraagintonatie, weergegeven met het vraagteken, als vraag begrepen.

  5. Le rythme est difficile, mais j'aime ça.

    Het ritme is moeilijk, maar ik vind het leuk.

    rythme
    ritme
    difficile
    moeilijk
    mais
    maar
    j'aime
    ik vind leuk
    ça
    dat / het
    Uitgebreide uitleg

    rythme betekent hier ‘ritme’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: le rythme. Het meervoud is les rythmes. Voorbeeld: Le rythme change. — ‘Het ritme verandert.’ difficile betekent hier ‘moeilijk’. De basisvorm is difficile; het bijvoeglijk naamwoord heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij mannelijk en vrouwelijk, maar krijgt in het meervoud difficiles. Voorbeeld: La tâche est difficile. — ‘De taak is moeilijk.’ mais betekent ‘maar’ en verbindt hier twee delen met een tegenstelling. Voorbeeld: C’est petit, mais pratique. — ‘Het is klein, maar praktisch.’ j’aime bestaat uit je (‘ik’) en aime, de vorm van het werkwoord aimer (‘leuk vinden’ of ‘houden van’) in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Voor een klinker wordt je verkort tot j’: j’aime, niet je aime. In deze zin betekent aimer volgens de vertaling ‘leuk vinden’. Voorbeeld: J’aime la musique. — ‘Ik vind muziek leuk.’ ça is een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’ of ‘het’ in deze context. Het verwijst hier naar wat in het voorafgaande deel als moeilijk wordt beschreven, zonder dat het Franse woord zelf een zelfstandig naamwoord herhaalt. Ça staat vaak in alledaagse taal; een formelere variant is vaak cela. Voorbeeld: J’aime ça. — ‘Ik vind dat leuk.’ Samen vormen Le rythme est difficile en j’aime ça twee hoofddelen. est is de derde persoon enkelvoud van être (‘zijn’): ‘Het ritme is moeilijk’. mais maakt vervolgens de tegenstelling: ondanks die moeilijkheid vindt de spreker het ritme leuk. De volledige betekenis is dus: ‘Het ritme is moeilijk, maar ik vind het leuk.’

  6. Tu pratiques à quelle fréquence ?

    Hoe vaak oefen je?

    Tu
    jij
    pratiques
    oefent
    à quelle fréquence
    hoe vaak
    Uitgebreide uitleg

    Tu betekent hier “jij” en is de onderwerpsvorm voor één aangesproken persoon. Het onderscheid met vous hangt niet alleen van het aantal af: vous kan ook één persoon aanduiden in een formele aanspreking. pratiques is de vorm van het werkwoord pratiquer bij tu in de tegenwoordige tijd: tu pratiques. De uitgang -es hoort hier bij de tweede persoon enkelvoud; vergelijk bijvoorbeeld tu regardes (“jij kijkt”). In deze zin betekent pratiquer concreet “oefenen”, niet zomaar “beoefenen” in een andere context. à quelle fréquence is een vaste vraagformule voor de frequentie: “hoe vaak”. quelle staat bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord fréquence en stemt daarmee overeen; quel gebruik je bijvoorbeeld bij een mannelijk zelfstandig naamwoord. De formulering vraagt naar de regelmaat van een activiteit, niet naar een specifiek tijdstip. Een vergelijkbaar patroon is À quelle fréquence lis-tu ? — “Hoe vaak lees je?” Samen vormen Tu pratiques à quelle fréquence ? de vraag “Hoe vaak oefen je?”. Tu pratiques noemt de aangesproken persoon en de activiteit; à quelle fréquence vraagt hoe regelmatig die activiteit gebeurt. De vraag staat in een alledaagse Franse vraagvolgorde, waarbij het onderwerp vóór het werkwoord blijft staan en de vraag uit de intonatie en de vraagformule blijkt.

  7. Je pratique le soir quand ma chambre est calme.

    Ik oefen 's avonds als mijn kamer stil is.

    pratique
    oefen
    soir
    avond
    quand
    als; wanneer
    chambre
    kamer
    calme
    stil; rustig
    Uitgebreide uitleg

    pratique betekent hier “ik oefen”. Het is de vorm van het werkwoord pratiquer bij je in de tegenwoordige tijd: je pratique. Vergelijk: tu pratiques = “jij oefent”; de uitgang verschilt dus volgens de persoon. Voorbeeld: Je pratique le français. = “Ik oefen Frans.” soir betekent “avond”. In le soir betekent het geheel “’s avonds” of “in de avond”; het lidwoord hoort bij deze tijdsaanduiding. Dit is iets anders dan un soir, dat “op een avond” betekent. Voorbeeld: Je lis le soir. = “Ik lees ’s avonds.” quand betekent hier “als” of “wanneer” en leidt de tijdsbepalende bijzin in. Het verbindt de handeling met het moment waarop die plaatsvindt. Voorbeeld: Je travaille quand la maison est calme. = “Ik werk als het huis stil is.” chambre betekent hier “kamer”. Afhankelijk van de context kan chambre ook specifiek “slaapkamer” betekenen, maar in deze zin geeft de vertaling alleen “kamer” aan. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une chambre, la chambre. Voorbeeld: Ma chambre est petite. = “Mijn kamer is klein.” calme betekent hier “stil” of “rustig” en beschrijft de toestand van ma chambre. Het bijvoeglijk naamwoord heeft hier de vorm calme; dezelfde spelling kan bij een vrouwelijk enkelvoud en een mannelijk enkelvoud voorkomen. Voorbeeld: Le quartier est calme. = “De buurt is rustig.” De delen vormen samen: Je pratique = “ik oefen”, le soir = “’s avonds”, en quand ma chambre est calme = “als mijn kamer stil is”. De volledige betekenis is dus: “Ik oefen ’s avonds als mijn kamer stil is.” De tegenwoordige tijd beschrijft hier een gewoonte of regelmatig terugkerende situatie.

  8. Un moment régulier devrait t'aider à progresser.

    Een vast moment zou je moeten helpen om beter te worden.

    moment
    moment
    régulier
    vast
    devrait
    zou moeten
    t'aider
    je helpen
    progresser
    vooruitgaan
    Uitgebreide uitleg

    moment betekent hier een moment of tijdstip: een afgebakende tijd om iets te doen. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er un en krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm régulier. Voorbeeld: un moment calme = een rustig moment. régulier beschrijft moment en betekent hier vast of regelmatig terugkerend. De vorm is mannelijk enkelvoud, passend bij moment; bij een vrouwelijk enkelvoud wordt dit bijvoorbeeld régulière: une pratique régulière = een regelmatige oefening. devrait is de conditionele vorm van devoir bij il/elle/on; hier drukt hij een verwachting of waarschijnlijk nuttig advies uit: “zou moeten”. De basisreeks is devoir → doit (tegenwoordige tijd) → devrait (conditioneel). Tu devrais pratiquer betekent bijvoorbeeld: “Je zou moeten oefenen.” t'aider bestaat uit te + aider: te is het voornaamwoord voor “jou”, en voor een klinker wordt te verkort tot t'. aider betekent helpen; in devrait t'aider is het onderwerp van helpen un moment régulier, terwijl t' de persoon aanduidt die geholpen wordt. Na aider kan een infinitief met à volgen: aider quelqu'un à apprendre = iemand helpen leren. progresser is een infinitief en betekent vooruitgaan of beter worden. Het blijft hier een infinitief na à; het onderwerp ervan wordt door de context als “je” begrepen. Voorbeeld: Je progresse en français. = Ik ga vooruit in het Frans. Samen vormt Un moment régulier het onderwerp: een vast of regelmatig moment. devrait t'aider zegt dat dit moment jou zou moeten helpen, en à progresser geeft aan waarin die hulp bestaat. De hele zin betekent dus: “Een vast moment zou je moeten helpen om beter te worden.”

Grammatica

commencer à + infinitif

J'ai commencé à apprendre la guitare récemment.

zjee ko-mahn-sé a a-pran-dr la gie-taar ree-sa-mahn

Ik ben onlangs begonnen met gitaar leren.

Na commencer gebruik je à met een infinitief om aan te geven waarmee je begint.

prendre des cours

Je prends des cours en ligne après le travail.

zje prahn dee koer ahn lienj ah-prè luh tra-vaj

Ik volg online lessen na het werk.

In het Frans betekent prendre des cours ‘lessen volgen’; het werkwoord prendre vervoeg je volgens de persoon.

Frans woordenschat

apprendre werkwoord
a-pran-dr leren

J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.

après voorzetsel
ah-prè na

Je prends des cours en ligne après le travail.

commencer werkwoord
ko-mahn-sé beginnen commencé

J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.

cours zelfstandig naamwoord
koer les, cursus

Tu prends des cours ?

débuter werkwoord
dee-buu-té beginnen débute

C'est difficile quand on débute ?

difficile bijvoeglijk naamwoord
dee-fee-seel moeilijk

C'est difficile quand on débute ?

en ligne uitdrukking
ahn lienj online

Je prends des cours en ligne après le travail.

guitare zelfstandig naamwoord
gie-taar gitaar la guitare

J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.

prendre werkwoord
prahn-dr nemen, volgen prends

Tu prends des cours ?

récemment bijwoord
ree-sa-mahn onlangs

J'ai récemment commencé à apprendre la guitare.

rythme zelfstandig naamwoord
reetm ritme

Le rythme est difficile, mais j'aime ça.

travail zelfstandig naamwoord
tra-vaj werk

Je prends des cours en ligne après le travail.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Neem je lessen?

Antwoord tonenTu prends des cours ?

Is het moeilijk als je net begint?

Antwoord tonenC'est difficile quand on débute ?

Hoe vaak oefen je?

Antwoord tonenTu pratiques à quelle fréquence ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

les, cursus

Antwoord tonencours

werk

Antwoord tonentravail

onlangs

Antwoord tonenrécemment

na

Antwoord tonenaprès