Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een kookles volgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Il y a un cours de cuisine au centre communautaire.
iel ja eun koer duh kwie-zien oo santr kommünotèr Er is een kookles in het buurthuis.Quels plats vont-ils t'apprendre à préparer ?
kèl pla von-tiel ta-prangdr a prepa-ree Wat voor gerechten leren ze je maken?Des plats de pâtes simples et des sauces de base.
dee pla duh pat sèngpl ee dee sos duh baaz Eenvoudige pastagerechten en basissauzen.Est-ce que le cours est ouvert aux débutants ?
ès-kuh luh koer è oe-vèr oo dee-buu-tang Is de les voor beginners?Le cours commence par les étapes de base.
luh koer ko-mangss par lee ee-tap duh baaz De les begint met de basisstappen.Tu devrais t'inscrire.
tuu duh-vrè tèng-skr ier Je zou je moeten inschrijven.Je veux apprendre une recette utile.
zjuh vuh a-prangdr uun ruh-sèt uu-tiel Ik wil één handig recept leren.Tu peux ensuite cuisiner ça pour nous.
tuu peu ang-swiet kwie-zie-nee sa poer noe Daarna kun je het voor ons koken.Uitleg van de zinnen
Il y a un cours de cuisine au centre communautaire.
Er is een kookles in het buurthuis.
- Il y a
- er is
- cours
- les
- cuisine
- koken
- centre
- centrum
- communautaire
- gemeenschappelijk
Uitgebreide uitleg
Il y a is een vaste constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets te noemen: “er is” of, met een meervoudig genoemd element, “er zijn”. Het werkwoord a is hier de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”), maar de hele constructie werkt als één presentatieve uitdrukking. Bijvoorbeeld: Il y a un problème. — “Er is een probleem.” cours betekent hier “les” of “cursus”: een georganiseerde onderwijsactiviteit. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is ook cours, zodat het lidwoord of de context het aantal kan aangeven. In un cours de cuisine specificeert de cuisine het onderwerp van de les. Dit is niet de betekenis “loop” of “verloop” die cours in andere contexten kan hebben. cuisine betekent hier “koken” als onderwerp of soort activiteit, en in andere contexten ook “keuken”. In de cuisine staat het na de als bepaling van het type les. Bijvoorbeeld: J'aime la cuisine. — “Ik hou van koken.” centre betekent “centrum” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Het kan een plaats of instelling aanduiden; hier is het het centrum waar de les plaatsvindt. Bijvoorbeeld: Le centre est ouvert. — “Het centrum is open.” communautaire betekent “gemeenschappelijk” of “van de gemeenschap”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat centre nader bepaalt. De vorm communautaire is hier mannelijk enkelvoud bij centre; bij dit bijvoeglijk naamwoord valt de geschreven vorm voor mannelijk en vrouwelijk enkelvoud samen. Bijvoorbeeld: une activité communautaire — “een gemeenschappelijke activiteit.” Samen bestaat de zin uit Il y a (“er is”), gevolgd door un cours de cuisine (“een kookles”), en daarna au centre communautaire (“in het buurthuis”). au is de samensmelting van à en le; het geeft hier de plaats aan. De volledige betekenis is dus: “Er is een kookles in het buurthuis.”
Quels plats vont-ils t'apprendre à préparer ?
Wat voor gerechten leren ze je maken?
- Quels
- welke
- plats
- gerechten
- vont-ils
- gaan ze
- t'
- jou
- apprendre
- leren
- préparer
- klaarmaken
Uitgebreide uitleg
Quels staat hier voor een meervoudig mannelijk zelfstandig naamwoord: plats. Het betekent hier “welke” of “wat voor”. De vorm past zich aan het zelfstandig naamwoord aan: quel (enkelvoud mannelijk), quelle (enkelvoud vrouwelijk), quels (meervoud mannelijk) en quelles (meervoud vrouwelijk). Voorbeeld: Quelles recettes choisis-tu ? — “Welke recepten kies je?” plats betekent hier “gerechten”. Het is het meervoud van plat; het kan in andere contexten ook “bord” betekenen, maar hier gaat het volgens de vertaling en de context om eetgerechten. Voorbeeld: Je prépare deux plats. — “Ik maak twee gerechten klaar.” vont-ils bestaat uit de tegenwoordige vorm vont van aller en het onderwerpelijk voornaamwoord ils. De omkering met een koppelteken maakt hier een vraag. Samen met het daaropvolgende infinitief vormt vont ... apprendre de nabije toekomst: “gaan leren”. Voorbeeld: Vont-ils cuisiner ce soir ? — “Gaan ze vanavond koken?” t' is de weggelaten vorm van te vóór een klinker. Hier is het een meewerkend voorwerp: degene aan wie iets wordt geleerd, dus “jou” in de vaste vertaling. De elisie verandert de grammaticale rol niet; voor een medeklinker staat bijvoorbeeld te in Je vais te montrer. — “Ik ga het je laten zien.” apprendre betekent hier “leren” of “iemand iets leren”. In de constructie apprendre à gevolgd door een infinitief geeft het aan welke vaardigheid iemand leert: apprendre à préparer betekent “leren klaarmaken”. Voorbeeld: Elle apprend à conduire. — “Ze leert autorijden.” préparer betekent “klaarmaken” of “bereiden”. Het is een infinitief na à; het verwijst hier naar de handeling die de aangesproken persoon leert uitvoeren. Voorbeeld: Nous préparons une sauce. — “Wij bereiden een saus.” De vraag bouwt dus op als Quels plats (“welke gerechten”) + vont-ils (“gaan ze”) + t'apprendre à préparer (“jou leren klaarmaken”). Als geheel betekent Quels plats vont-ils t'apprendre à préparer ?: “Wat voor gerechten leren ze je maken?” De context over een kookles en de volgende vermelding van pastagerechten en sauzen past bij deze betekenis.
Des plats de pâtes simples et des sauces de base.
Eenvoudige pastagerechten en basissauzen.
- plats
- gerechten
- pâtes
- pasta
- simples
- eenvoudig
- sauces
- sauzen
- de base
- basis- of standaard
Uitgebreide uitleg
plats betekent hier “gerechten”. Het enkelvoud is plat; het meervoud plats krijgt een stille eind-s. In plats de pâtes is plats het hoofdzelfstandig naamwoord en de pâtes specificeert het soort gerechten: pastagerechten. pâtes betekent hier “pasta”. Het is het meervoud van pâte en staat in deze uitdrukking voor pasta als voedingsmiddel. Het voorzetsel de verbindt het soort voedsel met plats; het drukt hier geen bezit uit. simples betekent hier “eenvoudige”. De basisvorm is simple; simples is de meervoudsvorm die bij plats past. Het bijvoeglijk naamwoord staat na het zelfstandig naamwoord. Vergelijk: un plat simple = “een eenvoudig gerecht” en des plats simples = “eenvoudige gerechten”. sauces betekent “sauzen”. Het enkelvoud is sauce, het meervoud sauces. In des sauces de base is sauces het hoofdzelfstandig naamwoord. de base is een vaste, compacte bepaling met de betekenis “basis-” of “standaard-”. In deze zin beschrijft ze sauces: het gaat om basissauzen, niet om een afzonderlijk bezit. Dezelfde structuur komt bijvoorbeeld voor in des notions de base, “basiskennis”. De twee groepen zijn met et verbonden: des plats de pâtes simples + des sauces de base. Het onbepaalde meervoudige lidwoord des staat voor beide zelfstandige naamwoorden. De uiting is een zelfstandige naamwoordgroep zonder uitgesproken werkwoord; in deze context benoemt ze de gerechten en sauzen die aan de orde zijn. Samen betekent de volledige zin: “Eenvoudige pastagerechten en basissauzen.”
Est-ce que le cours est ouvert aux débutants ?
Is de les voor beginners?
- Est-ce que
- vraaginleiding
- cours
- les
- ouvert
- open
- débutants
- beginners
Uitgebreide uitleg
Est-ce que opent hier een ja-neevraag zonder dat de woordvolgorde van de mededeling verandert. Het is een vaste vraaginleiding; vergelijk bijvoorbeeld: Est-ce que le cours commence ? — “Begint de les?” cours betekent hier “les” en is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud heeft dezelfde vorm: un cours — “een les/cursus”, des cours — “lessen/cursussen”. In deze zin bepaalt le dat het om één specifieke les of cursus gaat; cours zelf draagt die enkelvoudsvorm niet zichtbaar. ouvert betekent hier “open” of, bij een les, “toegankelijk”. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm die overeenkomt met le cours: ouvert; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld ouverte. De vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord ouvert, niet bij cours. Het is verwant aan het werkwoord ouvrir — “openen”, bijvoorbeeld: On ouvre la porte. — “Men opent de deur.” In ouvert aux débutants geeft aux de combinatie à + les weer. Die combinatie betekent hier “voor/toegankelijk voor de”. débutants is het meervoud van débutant, een zelfstandig naamwoord voor beginnende personen. Een vrouwelijke meervoudsvorm kan débutantes zijn wanneer de bedoelde groep uitsluitend vrouwelijk is; débutants is hier de vorm die in de vaste zin staat. Samen vormt de zin de vraag Est-ce que le cours est ouvert aux débutants ?: “Is de les voor beginners?” est ouvert beschrijft de toegankelijkheid van de les, en aux débutants noemt de groep voor wie die toegankelijkheid wordt bevraagd.
Le cours commence par les étapes de base.
De les begint met de basisstappen.
- cours
- les
- commence
- begint
- étapes
- stappen
- de base
- basis-
Uitgebreide uitleg
cours betekent hier “les” of “cursus”. Het zelfstandig naamwoord kan in andere contexten ook een schoolvak of een verloop aanduiden; de vaste vertaling maakt hier de betekenis “les” duidelijk. Het meervoud is cours met dezelfde geschreven vorm als het enkelvoud; het lidwoord en de context helpen het aantal bepalen. commence is de vorm van commencer bij de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: le cours commence = “de les begint”. De stam verandert hier niet van betekenis door de vervoeging; commencer is de infinitief. Een bruikbaar contrast is: Les cours commencent. = “De lessen beginnen.” Daar past de meervoudsvorm commencent bij het meervoudige onderwerp. étapes betekent “stappen” en is het meervoud van étape, “stap” of “fase”. De uitgang -s markeert hier het meervoud. Bijvoorbeeld: Voici les étapes. = “Dit zijn de stappen.” de base betekent samen “basis-” of “fundamenteel” en beschrijft étapes: les étapes de base = “de basisstappen”. In deze vaste uitdrukking blijft base in het enkelvoud staan; het is niet het zelfstandig naamwoord dat het meervoud étapes draagt. Vergelijk: une notion de base = “een basisbegrip” en des notions de base = “basisbegrippen”. De combinatie commence par betekent “begint met”. Le cours is het onderwerp, commence zegt wat het doet, en par leidt datgene in waarmee het begint. les is het bepaalde meervoudige lidwoord bij étapes; de base beperkt vervolgens welk soort stappen bedoeld zijn. Samen betekent Le cours commence par les étapes de base.: “De les begint met de basisstappen.”
Tu devrais t'inscrire.
Je zou je moeten inschrijven.
- Tu devrais
- Je zou moeten
- t'inscrire
- je inschrijven
Uitgebreide uitleg
Tu devrais betekent hier “je zou moeten”. tu is de informele tweede persoon enkelvoud: “jij”. devrais is de vorm van devoir (“moeten”) in de conditionnel présent voor tu. Deze vorm drukt hier een advies uit, niet een harde verplichting. Vergelijk: Tu dois partir. = “Je moet vertrekken.” tegenover Tu devrais partir. = “Je zou moeten vertrekken.” t'inscrire betekent hier “je inschrijven”. t' is de verkorte vorm van het wederkerende voornaamwoord te voor een klinker; inscrire begint met een klinker. Samen vormen ze te inscrire → t'inscrire. Het werkwoord inscrire staat na devrais in de infinitief. De wederkerende constructie s'inscrire betekent “zich inschrijven”; met tu wordt dat tu t'inscris in de tegenwoordige tijd, maar na devrais blijft de infinitief staan: Tu devrais t'inscrire. De opbouw is dus tu + devrais + t'inscrire: “jij” + “zou moeten” + “je inschrijven”. De hele zin betekent: “Je zou je moeten inschrijven.”
Je veux apprendre une recette utile.
Ik wil één handig recept leren.
- Je veux
- ik wil
- apprendre
- leren
- recette
- recept
- utile
- handig
Uitgebreide uitleg
Je veux betekent hier “ik wil”. veux is de tegenwoordige tijd van vouloir (“willen”) bij je; andere nuttige vormen zijn tu veux en il/elle veut. Met een infinitief erna vormt dit een herbruikbaar patroon: Je veux + infinitief = “Ik wil …”. Voorbeeld: Je veux comprendre. — “Ik wil het begrijpen.” apprendre betekent hier “leren”. Dit is de infinitief, die na veux blijft staan: Je veux apprendre = “Ik wil leren”. Het werkwoord kan ook zelfstandig vervoegd worden, bijvoorbeeld j'apprends = “ik leer”. Voorbeeld: Je veux apprendre le français. — “Ik wil Frans leren.” recette betekent hier “recept”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une recette. Het bepaalde lidwoord is la, zoals in la recette; in het meervoud wordt dat les recettes. De vorm une is in het Frans in de eerste plaats een onbepaald lidwoord; de Nederlandse vertaling geeft dit hier weer als “één”, maar het Franse lidwoord hoeft op zichzelf geen nadruk op het aantal te leggen. utile betekent hier “handig” of “nuttig” en beschrijft recette. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is hier utile; bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de vorm eveneens utile, terwijl het meervoud utiles heeft. Voorbeeld: un conseil utile — “een nuttige tip”. Samen vormen de delen Je veux + apprendre + une recette utile de betekenis: “Ik wil één handig recept leren.” De Franse zin drukt dus de wens van de spreker uit om een recept te leren; utile geeft aan dat het recept als nuttig of handig wordt beschreven.
Tu peux ensuite cuisiner ça pour nous.
Daarna kun je het voor ons koken.
- Tu peux
- je kunt
- ensuite
- daarna
- cuisiner
- koken
- ça
- het
- pour nous
- voor ons
Uitgebreide uitleg
Tu peux betekent hier “je kunt”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij tu; het onderwerp tu is dus degene die de mogelijkheid of toestemming heeft. De vorm verandert met het onderwerp: je peux, tu peux, il/elle peut, nous pouvons, vous pouvez, ils/elles peuvent. Na pouvoir staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Tu peux venir. — “Je kunt komen.” ensuite is een bijwoord van tijd en betekent “daarna” of “vervolgens”. Het plaatst de handeling na iets dat al eerder is genoemd. In deze zin staat het vóór de infinitiefgroep cuisiner ça. cuisiner is de infinitief “koken”. Omdat het na peux staat, blijft het onvervoegd: Tu peux cuisiner betekent letterlijk “Je kunt koken”. De vorm cuisiner kan ook zelfstandig als woordenboekvorm worden gebruikt; in een gewone mededelende zin krijgt het werkwoord een vervoegde vorm, bijvoorbeeld Je cuisine. — “Ik kook.” ça is een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”, “dit” of, zoals in de vaste vertaling, “het”. Het verwijst hier naar iets dat de spreker en luisteraar uit de situatie of eerdere context kunnen begrijpen; de aangeleverde zin benoemt niet zelfstandig wat het precies is. Ça verandert niet mee met geslacht of getal. pour nous betekent “voor ons”. pour drukt hier uit voor wie de handeling bedoeld is; nous is het persoonlijke voornaamwoord voor “ons” in deze combinatie. Vergelijk: Je cuisine pour eux. — “Ik kook voor hen.” Samen vormen de delen: Tu peux + ensuite + cuisiner ça + pour nous: “Daarna kun je het voor ons koken.” De zin zegt dus dat de aangesprokene die handeling later kan uitvoeren, met ça als het bedoelde kookobject en pour nous als de personen voor wie het bedoeld is.
Grammatica
devoir au conditionnel + infinitif
Tu devrais t'inscrire.
tuu duh-vrè tèng-skr ierJe zou je moeten inschrijven.
‘Devrais’ drukt een advies uit en staat vóór het hele werkwoord: ‘t'inscrire’.
pouvoir + infinitif
Je peux cuisiner.
zjuh peu kwie-zie-neeIk kan koken.
Na ‘peux’ volgt het hele werkwoord zonder ‘te’: ‘peux cuisiner’.
Frans woordenschat
Il y a un cours de cuisine.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Je zou je moeten inschrijven.
Antwoord tonen
Tu devrais t'inscrire.Ik wil één handig recept leren.
Antwoord tonen
Je veux apprendre une recette utile.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
beginner
Antwoord tonen
débutantsbereiden
Antwoord tonen
préparersaus
Antwoord tonen
saucesgerecht