Praten over joggen als hobby | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: During a personal conversation, one adult describes a new jogging routine around the park and a goal to keep running..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Praten over joggen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai commencé à faire du jogging après le travail.

zjee ko-mã-see a feer dü dzjoging a-pre le tra-vaj Ik ben na het werk begonnen met joggen.
B

Comment ça se passe pour l'instant ?

ko-mã sa suh pas poer len-stã Hoe gaat het tot nu toe?
A

Mon rythme est lent, mais je progresse.

mõ reetm è lã, mè zje pro-gres Mijn tempo is laag, maar ik word beter.
B

Tu as un parcours habituel ?

tü a un par-koer a-bi-tü-èl Heb je een vaste route?
A

Je cours généralement autour du parc.

zje koer zje-ne-raal-mã a-toer dü park Ik loop meestal rond het park.
B

Quel objectif veux-tu atteindre ?

kel ob-zjek-tief vuh-tü a-tẽdr Welk doel wil je bereiken?
A

Je veux faire du jogging sans m'arrêter.

zje vuh feer dü dzjoging sã ma-re-tee Ik wil joggen zonder te stoppen.
B

C'est réaliste si tu progresses petit à petit.

seh ree-a-list sie tü pro-gres puh-tee a puh-tee Dat is haalbaar als je het rustig opbouwt.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai commencé à faire du jogging après le travail.

    Ik ben na het werk begonnen met joggen.

    J'ai commencé
    Ik ben begonnen
    faire
    doen
    jogging
    joggen
    après
    na
    travail
    werk
    Uitgebreide uitleg

    J’ai commencé betekent hier dat de spreker met een activiteit is begonnen. Het werkwoord is commencer; commencé is het voltooid deelwoord en ai is de vorm van avoir voor de eerste persoon enkelvoud. Samen vormen ze de passé composé: j’ai commencé = “ik ben begonnen”. Bij commencer kan een infinitief met à volgen: commencer à + infinitief. faire is de infinitief van faire, “doen” of “maken”. In deze zin staat het na à in de constructie commencer à faire quelque chose: “beginnen iets te doen”. Voorbeeld: Elle commence à lire. — “Ze begint te lezen.” jogging is hier de naam van de activiteit joggen. De vaste uitdrukking is faire du jogging; du is hier de samentrekking van de en le. Het is geen afzonderlijke telbare hoeveelheid, maar maakt deel uit van de Franse uitdrukking voor deze activiteit. Voorbeeld: Nous faisons du jogging le matin. — “Wij joggen ’s ochtends.” après betekent “na” en geeft aan dat iets later gebeurt dan een ander moment of een andere activiteit. In après le travail staat het vóór de volledige tijdsbepaling. Voorbeeld: Je téléphone après le dîner. — “Ik bel na het avondeten.” travail betekent “werk”. In le travail verwijst het lidwoord le naar werk als activiteit of periode; het is niet noodzakelijk een specifieke werkplek. Voorbeeld: Il rentre après le travail. — “Hij komt na het werk thuis.” De hele structuur is J’ai commencé à faire du jogging après le travail: J’ai commencé à geeft “ik ben begonnen met”, faire du jogging benoemt de activiteit, en après le travail plaatst die activiteit na het werk. Samen betekent de zin: “Ik ben na het werk begonnen met joggen.”

  2. Comment ça se passe pour l'instant ?

    Hoe gaat het tot nu toe?

    Comment ça se passe
    Hoe gaat het?
    pour l'instant
    tot nu toe
    Uitgebreide uitleg

    Comment ça se passe is een vaste, herbruikbare vraagconstructie voor “Hoe gaat het?” of “Hoe verloopt het?”. Comment vraagt naar de manier waarop iets verloopt. ça is hier het onderwerp: een aanwijzend voornaamwoord dat naar de besproken situatie verwijst, zonder dat het in deze zin zelf een specifiek zelfstandig naamwoord noemt. se passe komt van se passer (“verlopen”, “gebeuren”); passe is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij ça. Het werkwoord is dus niet passer in de betekenis “iets doorgeven”, maar de wederkerende constructie se passer. Voorbeeld: Comment se passe ton cours ? — “Hoe verloopt je les?” pour l'instant is een vaste tijdsbepaling voor de periode tot het huidige moment: hier “tot nu toe”. In andere contexten kan dezelfde uitdrukking ook “voorlopig” of “op dit moment” betekenen. De betekenis wordt bepaald door de situatie en de tijdsgrens die de spreker bedoelt. Voorbeeld: Pour l'instant, tout va bien. — “Tot nu toe gaat alles goed.” Samen vormt de zin een vraag naar het verloop van de situatie tot nu: Comment ça se passe vraagt hoe het gaat, en pour l'instant beperkt die vraag tot het huidige tussenmoment. De natuurlijke volledige betekenis is: “Hoe gaat het tot nu toe?”

  3. Mon rythme est lent, mais je progresse.

    Mijn tempo is laag, maar ik word beter.

    rythme
    tempo
    lent
    laag; langzaam
    progresse
    word beter; maak vooruitgang
    Uitgebreide uitleg

    rythme betekent hier “tempo”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un rythme, le rythme. In Mon rythme betekent mon “mijn” en staat het in de mannelijke enkelvoudsvorm omdat het bij rythme hoort; ma gebruik je bijvoorbeeld bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: ma vitesse = “mijn snelheid”. Voorbeeld: Le rythme est régulier. = “Het tempo is regelmatig.” lent beschrijft hier het tempo als laag of langzaam. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord lent; bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat vaak lente, bijvoorbeeld une progression lente = “een langzame vooruitgang”. Het bijvoeglijk naamwoord stemt dus af op het woord dat het beschrijft, niet op mon. progresse betekent hier “vooruitgang boeken” of “beter worden”. De vorm komt van progresser en is de tegenwoordige tijd bij je: je progresse. Voorbeeld: Je progresse en français. = “Ik ga vooruit in het Frans.” De vorm progresse zegt hier niet op zichzelf waaruit die vooruitgang precies bestaat. Samen vormen Mon rythme est lent en je progresse twee delen die met mais (“maar”) tegenover elkaar worden geplaatst. Mon verwijst naar de spreker, je is eveneens de eerste persoon enkelvoud, en est is de vorm van être bij il/elle/on of een enkelvoudig onderwerp; hier hoort die bij mon rythme. De hele zin betekent: “Mijn tempo is laag, maar ik word beter.”

  4. Tu as un parcours habituel ?

    Heb je een vaste route?

    Tu as
    je hebt
    parcours
    route
    habituel
    vast; gebruikelijk
    Uitgebreide uitleg

    Tu as betekent hier “je hebt”. as is de vorm van avoir in de tegenwoordige tijd voor tu (de tweede persoon enkelvoud): j’ai, tu as, il/elle a. In deze zin maakt de vraagintonatie van de hele uiting er een vraag van; as betekent op zichzelf niet “vraag”. parcours is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis “route” of “traject”: een afgelegde weg of een vaste looproute. Het is mannelijk; dat zie je bijvoorbeeld aan un parcours. Het woord kan in andere contexten ook een leer- of levensloop aanduiden, maar hier past door de vaste vertaling de betekenis “route”. habituel betekent hier “gebruikelijk” en draagt samen met parcours de betekenis “vast/gebruikelijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat overeenkomt met het zelfstandig naamwoord: un parcours habituel (mannelijk enkelvoud), maar une habitude habituelle (vrouwelijk enkelvoud). De vorm habituelle hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord habituel, niet bij het zelfstandig naamwoord. De woordgroep un parcours habituel betekent letterlijk ongeveer “een gebruikelijk traject”. un is een onbepaald lidwoord; het stelt op zichzelf geen expliciete telling vast. Samen met de gegeven vertaling gaat het hier om een vaste route. De vraag bouwt vervolgens zo op: Tu as + un parcours habituel ? = “Heb je een vaste route?”

  5. Je cours généralement autour du parc.

    Ik loop meestal rond het park.

    cours
    loop
    généralement
    meestal
    autour du
    rond het
    parc
    park
    Uitgebreide uitleg

    cours komt hier van het werkwoord courir (“rennen/lopen”). cours is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: je cours = “ik loop”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld tu cours (“jij loopt”) en il/elle court (“hij/zij loopt”); bij il/elle verandert de spelling dus van cours naar court. Voorbeeld: Je cours le matin. = “Ik loop ’s ochtends.” généralement betekent hier “meestal” en geeft aan dat de handeling in het algemeen zo gebeurt, niet noodzakelijk bij elke afzonderlijke gelegenheid. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het aantal. Voorbeeld: Je travaille généralement ici. = “Ik werk meestal hier.” autour du betekent “rond het”. Dit is de combinatie van autour de (“rondom”) met het bepaalde lidwoord le; de + le wordt du. Het volgende zelfstandig naamwoord is daarom mannelijk enkelvoud. Voor een vrouwelijk enkelvoud staat bijvoorbeeld autour de la: autour de la maison = “rond het huis”. parc is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “park”. In du parc staat het bepaalde lidwoord niet los: du bevat hier de plus le, en de hele woordgroep betekent “rond het park”. Samen vormen de delen: Je cours (“ik loop”) + généralement (“meestal”) + autour du parc (“rond het park”). De volledige betekenis is dus: “Ik loop meestal rond het park.”

  6. Quel objectif veux-tu atteindre ?

    Welk doel wil je bereiken?

    Quel
    welk
    objectif
    doel
    veux-tu
    wil je
    atteindre
    bereiken
    Uitgebreide uitleg

    Quel staat vóór objectif en is hier een vragend bepalend woord: “welk”. Het past zich aan het zelfstandig naamwoord aan. objectif is mannelijk enkelvoud, daarom is de vorm quel; vergelijk bijvoorbeeld quelle idée voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In deze zin wordt niet gevraagd naar een hoeveelheid, maar naar de keuze of identiteit van het doel. objectif betekent hier “doel”: iets dat iemand wil bereiken. Het meervoud is objectifs. Een nuttig voorbeeld is: Mon objectif est simple. — “Mijn doel is eenvoudig.” veux-tu combineert de tegenwoordige tijd van vouloir (“willen”) met het onderwerp tu (“jij”, de aangesproken persoon). veux is de vorm voor tu; de -x is hier deel van de vervoegde vorm en wordt niet uitgesproken als een aparte uitgang. In deze vraag staat het onderwerp na het werkwoord. veux-tu ... ? is een formele of zorgvuldige vraagvorm; in meer gesproken taal komt ook Tu veux ... ? voor. atteindre is de infinitief van “bereiken”. Na vouloir volgt in het Frans een infinitief: Je veux atteindre ... — “Ik wil ... bereiken.” In de vaste zin noemt atteindre de handeling die de aangesprokene wil uitvoeren; het werkwoord wordt hier niet voor tu vervoegd, omdat veux al de vervoegde vorm van vouloir is. Samen vormen de delen de vraag Quel objectif veux-tu atteindre ?: “Welk doel wil je bereiken?” Quel objectif vraagt welk doel bedoeld wordt, en veux-tu atteindre vraagt welke handeling de aangesprokene met betrekking tot dat doel wil uitvoeren.

  7. Je veux faire du jogging sans m'arrêter.

    Ik wil joggen zonder te stoppen.

    Je veux
    ik wil
    faire
    doen
    jogging
    joggen
    sans m'arrêter
    zonder te stoppen
    Uitgebreide uitleg

    Je veux betekent hier “ik wil”. veux is de tegenwoordige tijd van vouloir in de eerste persoon enkelvoud: je veux. Na vouloir volgt vaak een infinitief: je veux + infinitif = “ik wil …”. Voorbeeld: Je veux apprendre. — “Ik wil leren.” faire betekent hier “doen” en staat als infinitief na veux. In de vaste uitdrukking faire du jogging krijgt faire samen met du jogging de betekenis “joggen”. De infinitief blijft na veux onveranderd; de persoon wordt al door veux aangegeven. jogging is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor “joggen”. In du jogging is du de samentrekking van de le; hier hoort dat bij de vaste activiteituitdrukking faire du jogging. Voorbeeld: Elle fait du jogging. — “Zij jogt.” sans m'arrêter betekent “zonder te stoppen”. sans wordt hier gevolgd door een infinitiefconstructie. m'arrêter bestaat uit m' (= me) en de infinitief arrêter met het wederkerende voornaamwoord in s'arrêter; samen betekent het hier “stoppen”. De apostrof ontstaat vóór de klinker van arrêter. Omdat m' naar de spreker verwijst, is de betekenis “zonder zelf te stoppen”. Voorbeeld: Il continue sans s'arrêter. — “Hij gaat door zonder te stoppen.” De hele zin bouwt zo op: Je veux (“ik wil”) + faire du jogging (“joggen”) + sans m'arrêter (“zonder te stoppen”). De vaste betekenis is: “Ik wil joggen zonder te stoppen.”

  8. C'est réaliste si tu progresses petit à petit.

    Dat is haalbaar als je het rustig opbouwt.

    C'est
    dat is
    réaliste
    realistisch; haalbaar
    progresses
    vooruitgaat
    petit à petit
    beetje bij beetje
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce en est. Ce is hier een voornaamwoord en est is de derde persoon enkelvoud van être in de tegenwoordige tijd. Samen betekent het hier “dat is”. Bij tu gebruik je bijvoorbeeld tu es. réaliste is een bijvoeglijk naamwoord. Hier beschrijft het iets als realistisch of haalbaar. De vaste vertaling maakt duidelijk dat de betekenis hier “haalbaar” is; het precieze waarnaar ce verwijst, wordt niet nader benoemd. De vorm réaliste is enkelvoud en heeft in het enkelvoud dezelfde spelling voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud komt -s erbij, zoals in des idées réalistes (“realistische ideeën”). si leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als”. In een gewone toekomstige voorwaarde staat na si vaak de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld: Si tu travailles régulièrement, tu progresseras. — “Als je regelmatig werkt, zul je vooruitgaan.” progresses komt van progresser en betekent hier “vooruitgaan” of “vorderingen maken”. Het is de tegenwoordige tijd bij tu: tu progresses. De uitgang -es hoort hier bij de tweede persoon enkelvoud; bij je en il/elle staat in deze tijd progresse, zoals in je progresse (“ik ga vooruit”) en elle progresse (“zij gaat vooruit”). petit à petit is een vaste uitdrukking met de betekenis “beetje bij beetje” of “geleidelijk”. Ze beschrijft een ontwikkeling in kleine stappen. Voorbeeld: Elle apprend petit à petit. — “Zij leert beetje bij beetje.” Samen vormen de delen het patroon C'est + bijvoeglijk naamwoord + si + onderwerp + werkwoord + petit à petit. De zin zegt dat iets haalbaar is als jij geleidelijk vooruitgaat. In natuurlijk Nederlands: “Dat is haalbaar als je het rustig opbouwt.”

Grammatica

sans + infinitif

sans m'arrêter

sã ma-re-tee

zonder te stoppen

Na sans staat een infinitief; bij een wederkerend werkwoord komt het voornaamwoord ervoor: m'arrêter.

vouloir + infinitif

veux atteindre

vuh a-tẽdr

wil bereiken

Vouloir wordt gevolgd door een infinitief: veux atteindre betekent ‘wil bereiken’.

Frans woordenschat

après voorzetsel
a-preh na

après le travail

commencer werkwoord
ko-mã-see beginnen commencé

J'ai commencé

courir werkwoord
koe-rir rennen; hardlopen cours

Je cours

faire du jogging uitdrukking
feer dü dzjoging joggen

faire du jogging

habituel bijvoeglijk naamwoord
a-bi-tü-èl gebruikelijk; gewoonlijk

un parcours habituel

lent bijvoeglijk naamwoord
lã langzaam

un rythme lent

parcours zelfstandig naamwoord
par-koer route; parcours

un parcours habituel

pour l'instant uitdrukking
poer len-stã tot nu toe; voorlopig

pour l'instant

progresser werkwoord
pro-gre-see vooruitgaan; verbeteren progresse

je progresse

rythme zelfstandig naamwoord
reetm tempo

Mon rythme

se passer werkwoord
suh pa-see verlopen; gaan se passe

Comment ça se passe

travail zelfstandig naamwoord
tra-vaj werk

le travail

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je een vaste route?

Antwoord tonenTu as un parcours habituel ?

Ik loop meestal rond het park.

Antwoord tonenJe cours généralement autour du parc.

Welk doel wil je bereiken?

Antwoord tonenQuel objectif veux-tu atteindre ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vooruitgaan; verbeteren

Antwoord tonenprogresse

werk

Antwoord tonentravail

langzaam

Antwoord tonenlent

beginnen

Antwoord tonencommencé