Praten over joggen als hobby | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: During a personal conversation, one adult describes a new jogging routine around the park and a goal to keep running..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Praten over joggen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai commencé à faire du jogging après le travail.

zjee ko-mã-see a feer dü dzjoging a-pre le tra-vaj Ik ben na het werk begonnen met joggen.
B

Comment ça se passe pour l'instant ?

ko-mã sa suh pas poer len-stã Hoe gaat het tot nu toe?
A

Mon rythme est lent, mais je progresse.

mõ reetm è lã, mè zje pro-gres Mijn tempo is laag, maar ik word beter.
B

Tu as un parcours habituel ?

tü a un par-koer a-bi-tü-èl Heb je een vaste route?
A

Je cours généralement autour du parc.

zje koer zje-ne-raal-mã a-toer dü park Ik loop meestal rond het park.
B

Quel objectif veux-tu atteindre ?

kel ob-zjek-tief vuh-tü a-tẽdr Welk doel wil je bereiken?
A

Je veux faire du jogging sans m'arrêter.

zje vuh feer dü dzjoging sã ma-re-tee Ik wil joggen zonder te stoppen.
B

C'est réaliste si tu progresses petit à petit.

seh ree-a-list sie tü pro-gres puh-tee a puh-tee Dat is haalbaar als je het rustig opbouwt.

Woord voor woord

J'ai "J'ai" betekent hier ik ben, als hulpwerkwoord in "J'ai commencé". Het is de ik-vorm van avoir en staat samen met commencé voor iets dat begonnen is. Gebruik dit patroon om te zeggen dat je met een activiteit bent begonnen.
commencé "commencé" betekent hier begonnen. Het komt van commencer en staat na "J'ai" in de uitdrukking "J'ai commencé à faire du jogging". De constructie commencer à + infinitief gebruik je om het begin van een activiteit te beschrijven.
à "à" verbindt in "commencé à faire" het werkwoord voor beginnen met de activiteit die daarna volgt. Hier betekent het niet naar, maar maakt het deel uit van commencer à + infinitief. Gebruik het na commencer wanneer je zegt waarmee iemand begint.
faire "faire" betekent hier doen of beoefenen, in de vaste uitdrukking "faire du jogging". Het staat als infinitief na à. Gebruik faire du + een activiteit om te zeggen welke activiteit iemand doet.
du "du" maakt hier samen met faire de uitdrukking "faire du jogging", dus joggen. Het staat vóór jogging als lidwoord bij deze activiteit. Gebruik in een vergelijkbare activiteit de vorm faire du + activiteit wanneer die Franse uitdrukking dat vereist.
jogging "jogging" verwijst hier naar de sportieve activiteit joggen. In "faire du jogging" is het de activiteit die iemand doet. Je gebruikt het wanneer je over joggen als sport of vrijetijdsbesteding praat.
après "après" betekent hier na en geeft aan wanneer het joggen begint: na het werk. Het staat vóór de tijdsbepaling in "après le travail". Gebruik après + een tijdsbepaling om een activiteit na een moment of gebeurtenis te plaatsen.
le "le" is hier het bepaalde lidwoord in "le travail" en verwijst naar het werk. Het staat vóór travail. Gebruik le vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
travail "travail" betekent hier werk, in de tijdsbepaling "après le travail". Samen geeft die uitdrukking aan dat iets na werktijd gebeurt. Je gebruikt het in gesprekken over dagelijkse activiteiten en werktijden.
Comment "Comment" betekent hier hoe en vraagt naar het verloop van iets. In "Comment ça se passe" vormt het de vraag hoe het gaat. Gebruik Comment om naar de manier of het verloop van een situatie te vragen.
ça "ça" betekent hier het of dat en verwijst naar de situatie waarover gesproken wordt, namelijk het joggen. In "ça se passe" is het onderdeel van de uitdrukking voor hoe iets verloopt. Gebruik ça vaak in een informeel gesprek over een situatie of activiteit.
se "se" is hier een onderdeel van de werkwoordelijke uitdrukking "ça se passe", die betekent dat iets verloopt of gaat. Het heeft in deze uitdrukking geen zelfstandige betekenis die je los moet vertalen. Gebruik de volledige constructie om te vragen of vertellen hoe iets gaat.
passe "passe" betekent hier verloopt of gaat, binnen "ça se passe". Het is een vorm van passer in deze vaste uitdrukking. Gebruik ça se passe wanneer je naar het verloop van een activiteit of situatie vraagt.
pour "pour" betekent hier voor in de tijdsuitdrukking "pour l'instant", die voorlopig of voor nu betekent. Het staat vóór een tijdsaanduiding. Gebruik pour l'instant wanneer iets alleen op dit moment geldt.
l'instant "l'instant" betekent letterlijk het moment, maar in "pour l'instant" betekent het nu of voorlopig. Het lidwoord le wordt hier verkort tot l' vóór instant. Gebruik pour l'instant om een tijdelijke huidige situatie aan te duiden.
Mon "Mon" betekent mijn en hoort hier bij rythme in "Mon rythme". Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat aangeeft wat van de spreker is. Gebruik mon + zelfstandig naamwoord om bezit of een persoonlijke eigenschap aan te geven.
rythme "rythme" betekent hier tempo, specifiek het tempo van het joggen. In "Mon rythme est lent" is het datgene waarvan het tempo beschreven wordt. Gebruik rythme wanneer je over het tempo of ritme van een activiteit praat.
est "est" betekent hier is en verbindt "Mon rythme" met de beschrijving "lent". Het is een vorm van être. Gebruik het patroon zelfstandig naamwoord + est + bijvoeglijk naamwoord om iets te beschrijven.
lent "lent" betekent hier langzaam en beschrijft het tempo in "Mon rythme est lent". Het geeft aan dat de spreker nog niet snel loopt. Je gebruikt het om het tempo van een activiteit te beoordelen.
mais "mais" betekent maar en verbindt twee tegenovergestelde mededelingen: het tempo is langzaam, maar er is vooruitgang. Het introduceert de tweede, aanvullende gedachte. Gebruik het patroon een mededeling, mais een andere mededeling om contrast uit te drukken.
je "je" betekent ik; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als "Je". Hier is het onderwerp van "je progresse" en "Je cours". Gebruik je vóór een werkwoord om over jezelf te spreken.
progresse "progresse" betekent hier ga vooruit of maak vooruitgang. Het is de vorm van progresser die in "je progresse" bij je hoort. Gebruik je progresse om te zeggen dat je beter wordt of vooruitgaat in een activiteit.
Tu "Tu" betekent jij en spreekt één persoon informeel aan. In "Tu as un parcours habituel ?" staat het als onderwerp van de vraag. Gebruik tu in een persoonlijk gesprek met iemand die je informeel aanspreekt.
as "as" betekent hier hebt in "Tu as un parcours habituel ?". Het is de vorm van avoir die bij tu hoort. Gebruik tu as + zelfstandig naamwoord om te vragen of iemand iets heeft.
un "un" betekent een en staat vóór "parcours" in "un parcours habituel". Het introduceert hier één route die nog niet eerder als bepaalde route is genoemd. Gebruik un vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets niet-bepaalds noemt.
parcours "parcours" betekent hier route of parcours, de weg die iemand tijdens het joggen volgt. In "un parcours habituel" wordt die route als gebruikelijk beschreven. Gebruik parcours om een afgelegde of geplande route te benoemen.
habituel "habituel" betekent hier gebruikelijk of vast en beschrijft de route in "un parcours habituel". Het staat na het zelfstandig naamwoord parcours. Gebruik het om aan te geven dat iets regelmatig op dezelfde manier terugkomt.
cours "cours" betekent hier ren. Het is de vorm van courir die in "Je cours généralement autour du parc" bij je hoort. Gebruik je cours + een plaats- of tijdsbepaling om te vertellen waar of wanneer je rent.
généralement "généralement" betekent hier gewoonlijk of meestal. In "Je cours généralement" zegt het hoe vaak de activiteit plaatsvindt. Gebruik het bij een werkwoord om een algemene gewoonte te beschrijven.
autour "autour" betekent hier rond of rondom. In "autour du parc" geeft het de plaats aan waar de spreker rent. Gebruik autour vóór een plaatsaanduiding wanneer een beweging of locatie rondom iets wordt beschreven.
parc "parc" betekent park en staat in "autour du parc" na de plaatsaanduiding. De volledige uitdrukking betekent rond het park. Gebruik parc wanneer je een park als locatie of loopgebied benoemt.
Quel "Quel" betekent hier welk of wat voor en vraagt om nadere informatie over een doel. In "Quel objectif" staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik Quel + zelfstandig naamwoord om naar een specifiek gekozen doel of ding te vragen.
objectif "objectif" betekent hier doel, iets wat iemand wil bereiken. In "Quel objectif veux-tu atteindre ?" is het het onderwerp van de vraag waarnaar gevraagd wordt. Gebruik objectif wanneer je over een persoonlijk of praktisch streefdoel praat.
veux-tu "veux-tu" betekent hier wil je. In de vraag "veux-tu atteindre" staat de werkwoordsvorm vóór tu; het is een vraagvorm van vouloir. Gebruik veux-tu + infinitief om te vragen wat iemand wil doen of bereiken.
atteindre "atteindre" betekent hier bereiken en staat als infinitief na "veux-tu". Het doel dat bereikt moet worden is in de vraag "Quel objectif". Gebruik vouloir + atteindre om te spreken over iets wat iemand wil bereiken.
veux "veux" betekent hier wil in "Je veux faire du jogging". Het is de vorm van vouloir die bij je hoort en wordt gevolgd door de activiteit faire du jogging. Gebruik je veux + infinitief om een wens of bedoeling uit te drukken.
sans "sans" betekent zonder en introduceert hier de voorwaarde dat de spreker niet stopt. Het staat vóór de infinitiefconstructie in "sans m'arrêter". Gebruik sans + infinitief om te zeggen dat iets gebeurt zonder een andere handeling.
m'arrêter "m'arrêter" betekent hier stoppen, in de context stoppen met joggen. De vorm combineert m' voor de spreker met de infinitief arrêter. Gebruik de volledige constructie "sans m'arrêter" om te zeggen dat je doorgaat zonder te stoppen.
C'est "C'est" betekent hier dat is of het is en geeft een beoordeling van het doel. Het is de combinatie van ce en de vorm est van être. Gebruik C'est + bijvoeglijk naamwoord om iets kort te beoordelen.
réaliste "réaliste" betekent hier realistisch en dus haalbaar in de besproken situatie. In "C'est réaliste" beoordeelt de spreker het doel positief. Gebruik het om aan te geven dat een plan of doel uitvoerbaar lijkt.
si "si" betekent hier als en introduceert de voorwaarde voor de beoordeling. In "si tu progresses petit à petit" volgt wat nodig is om het doel realistisch te maken. Gebruik si + een zin om een voorwaarde te formuleren.
progresses "progresses" betekent hier vooruitgaat of vooruitgang maakt. Het is de vorm van progresser die bij tu hoort in "si tu progresses". Gebruik si tu progresses + een manier of tempo om een voorwaarde over vooruitgang te beschrijven.
petit à petit "petit à petit" betekent beetje bij beetje en beschrijft geleidelijke vooruitgang. De twee keer petit benadrukken kleine stappen en à verbindt die herhaling in de vaste uitdrukking. In "progresses petit à petit" gebruik je het om iemand aan te moedigen rustig en geleidelijk verder te gaan.

Grammatica

sans + infinitif

sans m'arrêter

sã ma-re-tee

zonder te stoppen

Na sans staat een infinitief; bij een wederkerend werkwoord komt het voornaamwoord ervoor: m'arrêter.

vouloir + infinitif

veux atteindre

vuh a-tẽdr

wil bereiken

Vouloir wordt gevolgd door een infinitief: veux atteindre betekent ‘wil bereiken’.

Frans woordenschat

après voorzetsel
a-preh na

après le travail

commencer werkwoord
ko-mã-see beginnen commencé

J'ai commencé

courir werkwoord
koe-rir rennen; hardlopen cours

Je cours

faire du jogging uitdrukking
feer dü dzjoging joggen

faire du jogging

habituel bijvoeglijk naamwoord
a-bi-tü-èl gebruikelijk; gewoonlijk

un parcours habituel

lent bijvoeglijk naamwoord
langzaam

un rythme lent

parcours zelfstandig naamwoord
par-koer route; parcours

un parcours habituel

pour l'instant uitdrukking
poer len-stã tot nu toe; voorlopig

pour l'instant

progresser werkwoord
pro-gre-see vooruitgaan; verbeteren progresse

je progresse

rythme zelfstandig naamwoord
reetm tempo

Mon rythme

se passer werkwoord
suh pa-see verlopen; gaan se passe

Comment ça se passe

travail zelfstandig naamwoord
tra-vaj werk

le travail

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je een vaste route?

Antwoord tonenTu as un parcours habituel ?

Ik loop meestal rond het park.

Antwoord tonenJe cours généralement autour du parc.

Welk doel wil je bereiken?

Antwoord tonenQuel objectif veux-tu atteindre ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vooruitgaan; verbeteren

Antwoord tonenprogresse

werk

Antwoord tonentravail

langzaam

Antwoord tonenlent

beginnen

Antwoord tonencommencé