Iemand voorlaten in de rij | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a line at a counter, one adult lets another person with heavy bags go ahead..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Iemand voorlaten in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Excusez-moi, vous pouvez passer devant moi.

eksküze-mwaa, voe poevé passée devang mwaa. Pardon, u mag voor mij gaan.
B

Vous êtes sûr ? Je ne veux pas prendre votre place.

voe zèt süür? Zje nə vø pa prangdr votr plass. Weet u het zeker? Ik wil uw plaats niet innemen.
A

Ce n'est pas grave, vos sacs ont l'air lourds.

sə nè pa grav, voe sak ong lèr loer. Dat geeft niet, uw tassen zien er zwaar uit.
B

Je vous remercie.

Zje voe reumersie. Dat waardeer ik.
B

Je serai seulement une minute au comptoir.

Zje sə ré seul-mang ün minuut oo kongtwaar. Ik ben maar een minuut aan de balie.
A

Je peux attendre un peu plus longtemps.

Zje peu atangdr uhng peu plüs longtang. Ik kan nog wat langer wachten.
B

Je ferai attention à ne pas vous retarder.

Zje feurè atangsjong aa nə pa voe reutardé. Ik zal ervoor zorgen dat ik u niet ophoud.

Woord voor woord

Excusez-moi “Excusez-moi” betekent hier “Neem me niet kwalijk” en opent een beleefde aanspreking. Het is de vous-vorm van excuser, met “moi” als de persoon aan wie om verontschuldiging wordt gevraagd. Gebruik deze uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je een onbekende beleefd wilt aanspreken.
vous “vous” betekent hier formeel “u” en verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In “vous pouvez” en “Vous êtes sûr ?” is het het onderwerp; in “Je vous remercie” is het de persoon die bedankt wordt. Gebruik “vous” in een beleefd gesprek met een onbekende of klant.
pouvez “pouvez” betekent hier “kunt” of “mag” in “vous pouvez passer devant moi”. Het is de vorm van pouvoir die bij vous hoort en wordt gevolgd door het hele werkwoord “passer”. Gebruik het patroon vous pouvez + infinitief om een mogelijkheid of toestemming uit te drukken.
passer “passer” betekent hier “voorbijgaan” of “naar voren gaan” in de rij. Na “vous pouvez” staat het werkwoord in deze onverbogen vorm; “passer devant moi” betekent als geheel vóór mij gaan. Gebruik pouvoir + infinitief wanneer je zegt wat iemand kan of mag doen.
devant “devant” betekent hier “voor” of “vóór iemand” en geeft de positie ten opzichte van de spreker aan in “passer devant moi”. Het staat vóór “moi” om de plaatsrelatie uit te drukken. Gebruik “devant” met een persoon of plaats wanneer je zegt dat iets ervoor staat of gebeurt.
moi “moi” betekent hier “mij” in “devant moi”. Het is de beklemtoonde vorm die na het voorzetsel “devant” wordt gebruikt. Gebruik deze vorm na een voorzetsel wanneer je naar jezelf verwijst, bijvoorbeeld om een positie te beschrijven.
êtes “êtes” betekent “bent” in de vraag “Vous êtes sûr ?”. Het is de vorm van être die bij vous hoort. Gebruik het patroon vous êtes + bijvoeglijk naamwoord om beleefd naar iemands toestand of zekerheid te vragen.
sûr “sûr” betekent hier “zeker” in “Vous êtes sûr ?”. Samen met être vormt het een vraag waarmee iemand controleert of de ander echt overtuigd is. Gebruik “être sûr” wanneer je zekerheid over een keuze, aanbod of informatie wilt uitdrukken.
Je “Je” betekent “ik” en is het onderwerp van verschillende zinnen in deze dialoog. Het staat vóór het vervoegde werkwoord, zoals in “Je ne veux pas” en “Je peux attendre”. Gebruik “Je” wanneer je je eigen wens, mogelijkheid of toekomstige handeling beschrijft.
ne “ne” is het eerste ontkenningselement in “Je ne veux pas prendre votre place”. Het staat vóór het vervoegde werkwoord “veux”; samen met “pas” maakt het de zin ontkennend. Gebruik het patroon ne + vervoegd werkwoord + pas om te zeggen dat je iets niet wilt.
veux “veux” betekent “wil” in “Je ne veux pas prendre votre place”. Het is de vorm van vouloir die bij Je hoort en wordt gevolgd door de infinitief “prendre”. Gebruik Je veux + infinitief om een wens uit te drukken, of Je ne veux pas + infinitief om die wens te ontkennen.
pas “pas” is het tweede ontkenningselement in “Je ne veux pas prendre votre place” en “Ce n'est pas grave”. Het staat samen met “ne” rond het vervoegde werkwoord. Gebruik ne ... pas om een handeling, wens of beoordeling te ontkennen.
prendre “prendre” betekent hier “nemen” in “prendre votre place”. Het staat als infinitief na “veux”; de volledige uitdrukking verwijst naar de plaats van de andere persoon in de rij. Gebruik vouloir + infinitief om te zeggen wat iemand wel of niet wil doen.
votre “votre” betekent hier “uw” in “votre place” en verwijst naar de plaats van de aangesproken persoon. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “place”. Gebruik votre + een enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets beleefd aan de ander toe te schrijven.
place “place” betekent hier “plaats” of “plek” in de rij. In “prendre votre place” gaat het om de positie van de andere persoon; de volledige uitdrukking betekent iemands plaats innemen. Gebruik “place” wanneer je naar een plek of positie verwijst.
Ce “Ce” verwijst hier naar de situatie en betekent “dat” in “Ce n'est pas grave”. Het vormt samen met “n'est pas grave” een geruststelling dat er geen probleem is. Gebruik “Ce n'est pas ...” om een situatie of gebeurtenis te beoordelen.
n'est “n'est” is de verkorte vorm van ne + est in “Ce n'est pas grave”. Het begint daar de ontkenning; “pas” maakt de ontkenning compleet. Gebruik “n'est pas” vóór een beschrijving wanneer je zegt dat iets niet zo is.
grave “grave” betekent hier “ernstig” of “een probleem” in “Ce n'est pas grave”. Door de ontkenning betekent de volledige zin dat het in orde is. Gebruik “grave” om de ernst van een situatie te beoordelen, bijvoorbeeld wanneer iemand zich verontschuldigt.
vos “vos” betekent hier “uw” vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “sacs” en verwijst naar de tassen van de aangesproken persoon. De vorm “vos” wordt gebruikt omdat het volgende zelfstandig naamwoord meervoudig is. Gebruik vos + een meervoudig zelfstandig naamwoord om bezit van de ander aan te geven.
sacs “sacs” betekent “tassen” en is het onderwerp van “ont l'air lourds”. De vorm is het meervoud van sac, omdat er meerdere tassen worden genoemd. Gebruik “sacs” wanneer je naar tassen verwijst, bijvoorbeeld bij een balie of in een winkel.
ont “ont” betekent “hebben” in “vos sacs ont l'air lourds”. Het is de vorm van avoir die bij het meervoudige onderwerp “sacs” hoort en helpt de uitdrukking avoir l'air te vormen. Gebruik een onderwerp + avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord om te zeggen hoe iets eruitziet of lijkt.
l'air “l'air” is in “ont l'air lourds” onderdeel van de uitdrukking avoir l'air, die hier “eruitzien” of “lijken” betekent. Het verwijst naar de indruk die de tassen geven, niet naar lucht als zelfstandig begrip. Gebruik avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord om een uiterlijk of indruk te beschrijven.
lourds “lourds” betekent hier “zwaar” en beschrijft de tassen in “vos sacs ont l'air lourds”. De vorm is meervoud en sluit aan bij “sacs”. Gebruik avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord wanneer je op basis van het uiterlijk een eigenschap inschat.
remercie “remercie” betekent “bedank” in “Je vous remercie”. Het is de vorm van remercier die bij Je hoort en wordt gebruikt om de aangesproken persoon beleefd te bedanken. Een veelgebruikt patroon is “Je vous remercie” met daarna eventueel een reden die met pour wordt ingeleid.
serai “serai” betekent “zal zijn” in “Je serai seulement une minute au comptoir”. Het is de toekomstige vorm van être die bij Je hoort en verwijst naar de korte toekomstige duur aan de balie. Gebruik Je serai om een toekomstige toestand of aanwezigheid te beschrijven.
seulement “seulement” betekent hier “slechts” en beperkt de duur in “seulement une minute”. Het maakt duidelijk dat de spreker maar weinig tijd aan de balie nodig heeft. Gebruik seulement vóór een hoeveelheid of tijdsduur om die als beperkt voor te stellen.
une “une” betekent hier “een” in “une minute”. Het is het onbepaalde lidwoord vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord “minute”. Gebruik une vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud wanneer je één niet nader bepaalde zaak of tijdseenheid noemt.
minute “minute” betekent “minuut” in “une minute” en geeft de verwachte duur aan. Samen betekent “seulement une minute” dat de handeling aan de balie kort zal duren. Gebruik “une minute” wanneer je beleefd een korte tijdsduur inschat.
au “au” betekent hier “aan de” of “bij de” in “au comptoir”. Het is de samentrekking van à en le vóór het mannelijke enkelvoudige “comptoir”. Gebruik au + een mannelijke enkelvoudige plaatsaanduiding om te zeggen waar iemand is of naartoe gaat.
comptoir “comptoir” betekent hier “balie”, de plek waar iemand wordt geholpen. In “au comptoir” wordt de locatie van de korte handeling genoemd. Gebruik dit woord bijvoorbeeld wanneer je bij een service-, winkel- of informatiebalie bent.
peux “peux” betekent “kan” in “Je peux attendre un peu plus longtemps”. Het is de vorm van pouvoir die bij Je hoort en wordt gevolgd door de infinitief “attendre”. Gebruik Je peux + infinitief om een mogelijkheid of bereidheid uit te drukken.
attendre “attendre” betekent hier “wachten” in “Je peux attendre un peu plus longtemps”. Het staat als infinitief na “peux” en krijgt verderop een tijdsduur als aanvulling. Gebruik pouvoir + infinitief wanneer je zegt dat je kunt wachten of iets anders kunt doen.
un “un” maakt samen met “peu” de uitdrukking “un peu”, die hier “een beetje” betekent. Het helpt een kleine hoeveelheid of mate aan te geven in “un peu plus longtemps”. Gebruik un peu vóór een hoeveelheid, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord om iets af te zwakken.
peu “peu” betekent in “un peu” een kleine hoeveelheid of mate. In “un peu plus longtemps” verzacht het de voorgestelde extra wachttijd. Gebruik “un peu” wanneer je een kleine hoeveelheid of beperkte mate wilt aanduiden.
plus “plus” betekent hier “meer” en maakt in “un peu plus longtemps” de wachttijd langer dan eerder bedoeld. Het versterkt de duur die door “longtemps” wordt uitgedrukt. Gebruik plus + een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord om een vergelijking of grotere mate aan te geven.
longtemps “longtemps” verwijst hier naar de duur van het wachten; samen met “plus” betekent “plus longtemps” “langer”. Het staat na “attendre” om te zeggen hoe lang de spreker bereid is te wachten. Gebruik “attendre longtemps” of “attendre plus longtemps” wanneer je over wachttijd spreekt.
ferai “ferai” betekent “zal doen” in “Je ferai attention à ne pas vous retarder”. Het is de toekomstige vorm van faire die bij Je hoort en maakt deel uit van de belofte om voorzichtig te zijn. Gebruik “Je ferai attention à ...” wanneer je zegt dat je ergens op zult letten.
attention “attention” betekent hier “aandacht” of “zorgvuldigheid” in “ferai attention”. Samen met faire vormt het de uitdrukking faire attention à, die betekent dat je ergens op let of voorzichtig bent. Gebruik faire attention à + een zelfstandig naamwoord of infinitief om je aandacht op iets te richten.
à “à” leidt in “à ne pas vous retarder” de infinitiefgroep in die aangeeft waarop de zorgvuldigheid gericht is. Na “faire attention” verbindt het de aandacht met een handeling of doel. Gebruik faire attention à + infinitief wanneer je zegt welke handeling je probeert te vermijden of zorgvuldig uit te voeren.
retarder “retarder” betekent hier “ophouden” of “vertragen” in “vous retarder”. Het staat als infinitief na “à” en heeft “vous” als persoon die niet opgehouden mag worden. Gebruik “retarder quelqu'un” wanneer een handeling ervoor zorgt dat iemand later verder kan.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Vous pouvez passer devant.

voe poevé passée devang.

U kunt voorlangs gaan.

Na pouvoir volgt een infinitief zonder voorzetsel: pouvez passer.

avoir l'air + adjectif

Les sacs ont l'air lourds.

lee sak ong lèr loer.

De tassen zien er zwaar uit.

Frans gebruikt avoir l’air + bijvoeglijk naamwoord om te zeggen hoe iets eruitziet.

Frans woordenschat

avoir l'air uitdrukking
avoar lèr eruitzien; lijken ont l'air

Vos sacs ont l'air lourds.

devant voorzetsel
devang voor; vóór

Vous pouvez passer devant moi.

être sûr uitdrukking
ètr süür zeker zijn êtes sûr

Vous êtes sûr ?

Excusez-moi uitdrukking
eksküze-mwaa Pardon; excuseer me

Excusez-moi, vous pouvez passer devant moi.

grave bijvoeglijk naamwoord
grav erg; ernstig

Ce n'est pas grave.

lourd bijvoeglijk naamwoord
loer zwaar lourds

Vos sacs ont l'air lourds.

passer werkwoord
passé gaan; voorbijgaan

Vous pouvez passer devant moi.

place zelfstandig naamwoord
plass plaats

Je ne veux pas prendre votre place.

pouvoir werkwoord
poevoar kunnen; mogen pouvez

Vous pouvez passer devant moi.

prendre werkwoord
prangdr nemen; innemen

Je ne veux pas prendre votre place.

sac zelfstandig naamwoord
sak tas sacs

Vos sacs ont l'air lourds.

vouloir werkwoord
voeloar willen veux

Je ne veux pas prendre votre place.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Pardon, u mag voor mij gaan.

Antwoord tonenExcusez-moi, vous pouvez passer devant moi.

Dat waardeer ik.

Antwoord tonenJe vous remercie.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

willen

Antwoord tonenveux

plaats

Antwoord tonenplace

nemen; innemen

Antwoord tonenprendre

kunnen; mogen

Antwoord tonenpouvez