Je plek in de rij laten bewaren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: While waiting in line, one adult asks another to keep their place during a quick restroom break..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Je plek in de rij laten bewaren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu peux me rendre un petit service ?

Tuu peuh me rangdr uh pe-tie sèr-vies? Kun je me even helpen?
B

Tu as besoin de quoi ?

Tuu aa be-zwè(n) de kwa? Wat heb je nodig?
A

Tu peux garder ma place pendant que je vais aux toilettes ?

Tuu peuh gar-dee ma plass pang-dang ke zje vè oo twa-lèt? Kun je mijn plek in de rij bewaren terwijl ik naar het toilet ga?
B

Je peux, mais reviens vite, s'il te plaît, si la file avance.

Zje peuh, mè, reu-vjè(n) viet, siel te plè, sie la fiel a-vangs. Dat kan, maar kom alsjeblieft snel terug als de rij verdergaat.
A

Je reviens tout de suite.

Zje reu-vjè(n) toe de swiet. Ik ben zo terug.
B

Si la file avance, j'avancerai et je garderai ta place.

Sie la fiel a-vangs, zja-vangs-rè ee zje gar-dee-rè ta plass. Als de rij verdergaat, ga ik naar voren en houd ik je plek vrij.
A

Merci. Je vais me dépêcher et revenir tout de suite.

Mèr-sie. Zje vè me de-pe-sjee ee reu-ve-nier toe de swiet. Bedankt. Ik schiet op en kom meteen terug.

Uitleg van de zinnen

  1. Tu peux me rendre un petit service ?

    Kun je me even helpen?

    Tu peux
    je kunt
    me
    mij
    rendre … service
    iemand een dienst bewijzen
    petit
    klein; hier: een kleine
    service
    dienst; hulp
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux bevat pouvoir in de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: “jij kunt”. In deze vraag gaat het om de mogelijkheid of bereidheid om iets te doen. Vergelijk: Tu peux venir ? — “Kun je komen?” me is het voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud (“mij”). Het staat vóór het werkwoord en is hier de persoon voor wie de dienst wordt gevraagd. In Tu peux me rendre service ? hoort me bij de uitdrukking rendre service, niet bij petit of service. rendre service is een vaste uitdrukking: iemand helpen of iemand een dienst bewijzen. rendre betekent buiten deze uitdrukking vaak “teruggeven” of “maken”, maar hier heeft de combinatie de betekenis “helpen”. Het patroon is rendre service à quelqu’un; met een voornaamwoord wordt dat bijvoorbeeld Je lui rends service — “Ik help hem/haar.” petit is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit, “klein”. Het past zich hier aan service aan, dat mannelijk en enkelvoud is. In deze vaste formulering betekent un petit service meestal “een kleine gunst” of “een kleine hulpvraag”; un drukt hier geen specifiek aantal uit. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is petite, bijvoorbeeld in une petite aide — “een beetje hulp” of “een kleine hulp”. service is een mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “dienst” of, in deze uitdrukking, “gunst/hulp”. Het meervoud is services. In rendre service krijgt het samen met rendre de idiomatische betekenis “helpen”, terwijl petit service de gevraagde hulp als bescheiden voorstelt. Samen bestaat de vraag uit Tu peux + me + rendre un petit service ?: “Kun je me een kleine dienst bewijzen?” In natuurlijk Nederlands komt dat overeen met de vaste vertaling “Kun je me even helpen?” De vraagvorm klinkt als een verzoek om hulp; het vraagteken markeert de vraag, terwijl de beleefdheid hier vooral uit de formulering van het verzoek voortkomt.

  2. Tu as besoin de quoi ?

    Wat heb je nodig?

    as besoin de
    nodig hebben
    quoi
    wat
    Uitgebreide uitleg

    as besoin de is een vaste constructie met het werkwoord avoir (hebben): avoir besoin de betekent “nodig hebben”. In deze zin is as de vorm van avoir bij tu in de tegenwoordige tijd: tu as. Het zelfstandig naamwoord besoin betekent “behoefte” en staat hier in de vaste combinatie avoir besoin de. Voor een andere persoon verandert alleen de vorm van avoir, bijvoorbeeld j’ai besoin de (“ik heb nodig”) en il a besoin de (“hij/zij heeft nodig”). Voorbeeld: J’ai besoin d’aide. — “Ik heb hulp nodig.” Voor een klinker wordt de vaak verkort tot d’. quoi betekent hier “wat” en vraagt naar datgene wat iemand nodig heeft. Het staat aan het einde van deze informele vraag. Vergelijk het vraagwoord met qui (“wie”): Tu attends qui ? — “Op wie wacht je?” Quoi vraagt dus naar een zaak of inhoud, niet naar een persoon. Samen vormen de delen Tu as besoin de quoi ? de letterlijke vraag “Je hebt behoefte aan wat?”, met de natuurlijke betekenis: “Wat heb je nodig?” De vraag is informeel en gebruikt tu, de enkelvoudige aanspreekvorm voor een vertrouwde of informele gesprekspartner.

  3. Tu peux garder ma place pendant que je vais aux toilettes ?

    Kun je mijn plek in de rij bewaren terwijl ik naar het toilet ga?

    Tu peux
    kun je
    garder
    bewaren
    place
    plek
    pendant que
    terwijl
    vais
    ga
    toilettes
    toilet
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “kun je...?”: peux is de vorm van pouvoir (kunnen) bij tu. In een vraag staat het onderwerp vóór het werkwoord; de vraagintonatie en het vraagteken maken er een verzoek van. Pouvoir + een infinitief drukt uit dat iemand iets kan doen; in deze verzoekcontext gaat het ook om de vraag of de ander dat wil of kan doen. Voorbeeld: Tu peux attendre ? — “Kun je wachten?” garder betekent hier “bewaren” of “vrijhouden”. Het is een infinitief na peux: tu peux garder = “je kunt vrijhouden”. In deze context gaat het erom dat de spreker zijn plek behoudt. Voorbeeld: Je peux garder ton sac. — “Ik kan je tas bewaren.” place is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “plek”, specifiek de plek van de spreker in de rij. Het bezittelijk woord ma past daarbij: ma place = “mijn plek”. Hetzelfde woord kan in andere contexten ook een plaats of locatie aanduiden. Voorbeeld: Cette place est libre. — “Deze plek is vrij.” pendant que betekent “terwijl” en leidt een bijzin in. Het verbindt twee handelingen die tijdens dezelfde periode plaatsvinden. Voorbeeld: Je lis pendant que tu cuisines. — “Ik lees terwijl jij kookt.” vais betekent hier “ga”. Dit is de eerste persoon enkelvoud van aller in de tegenwoordige tijd: je vais. In je vais aux toilettes geeft vais de beweging naar een bestemming aan. Aller kan ook in de constructie aller + infinitief voorkomen voor een nabije toekomstige handeling, maar dat is hier niet de functie. Voorbeeld: Je vais au magasin. — “Ik ga naar de winkel.” toilettes betekent hier “toilet” of “toiletten”. In het Frans staat dit woord in de vaste uitdrukking les toilettes doorgaans in het meervoud. Dat meervoud legt hier geen bepaald aantal toiletten vast. Na aller ontstaat de vaste combinatie aux toilettes: à + les wordt aux. Voorbeeld: Les toilettes sont là-bas. — “Het toilet is daar.” De hele zin is opgebouwd als Tu peux + infinitief (garder) + het lijdend voorwerp (ma place) + pendant que + de bijzin je vais aux toilettes. Daardoor vraagt de spreker of de ander de plek van de spreker in de rij wil vrijhouden terwijl de spreker naar het toilet gaat. De Nederlandse vertaling is dus: “Kun je mijn plek in de rij bewaren terwijl ik naar het toilet ga?”

  4. Je peux, mais reviens vite, s'il te plaît, si la file avance.

    Dat kan, maar kom alsjeblieft snel terug als de rij verdergaat.

    Je peux
    Dat kan
    mais
    maar
    reviens
    kom terug
    vite
    snel
    s'il te plaît
    alsjeblieft
    si
    als
    la file
    de rij
    avance
    vooruitgaat
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier dat de spreker kan instemmen met het verzoek. peux is de vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd voor je: je peux, tu peux, il/elle peut. Het betekent hier “kunnen”, niet noodzakelijk “mogen”. Voorbeeld: Je peux attendre. = “Ik kan wachten.” mais verbindt een instemming met een beperking of voorwaarde: “maar”. Het volgende deel geeft aan wat de spreker vervolgens vraagt. reviens is de gebiedende wijs van revenir voor tu: “kom terug”. Bij dit werkwoord ziet de gebiedende wijs er hier hetzelfde uit als de vorm voor tu in de tegenwoordige tijd: tu reviens → reviens. Het onderwerp tu staat bij een gewone Franse gebiedende wijs meestal niet uitgeschreven. Voorbeeld: Reviens demain. = “Kom morgen terug.” vite is een bijwoord en zegt dat de terugkeer snel moet gebeuren: “snel”. Het beschrijft hier hoe de handeling gebeurt, niet de snelheid van een zelfstandig naamwoord. s'il te plaît is een vaste beleefde formule bij een verzoek: “alsjeblieft”. Letterlijk zijn de delen niet nodig om de formule als geheel te leren; als patroon kun je ..., s'il te plaît achter een verzoek plaatsen. Voorbeeld: Attends, s'il te plaît. = “Wacht alsjeblieft.” si leidt hier een voorwaardelijke of temporele bijzin in: “als”. De zin daarna beschrijft de omstandigheid waaronder het terugkomen wordt gevraagd. Dit is niet het vragende si in een ja/nee-vraag, maar een voegwoord. la file betekent hier “de rij”. file is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, waardoor het lidwoord la gebruikt wordt. In deze context gaat het om de rij waarin de spreker en de aangesprokene staan; het vaste Nederlands maakt die betekenis expliciet. Voorbeeld: La file est longue. = “De rij is lang.” avance betekent hier “vooruitgaat” of “opschuift”. Het is de vorm van avancer in de tegenwoordige tijd voor een derde persoon enkelvoud: la file avance. De uitgangsvorm is dus avancer, niet file. Voorbeeld: La file avance. = “De rij gaat vooruit.” Samen betekent Je peux, mais “Dat kan, maar”. Daarna volgt het verzoek reviens vite, s'il te plaît: de aangesprokene moet snel terugkomen. si la file avance maakt dat verzoek afhankelijk van de voorwaarde dat de rij vooruitgaat. De volledige betekenis is daarom: “Dat kan, maar kom alsjeblieft snel terug als de rij verdergaat.”

  5. Je reviens tout de suite.

    Ik ben zo terug.

    reviens
    terugkomen
    tout de suite
    meteen; direct
    Uitgebreide uitleg

    Je reviens betekent hier “ik kom terug”; in natuurlijk Nederlands: “ik ben zo terug”. Je is het onderwerp “ik”. Reviens is hier de tegenwoordige tijd van revenir bij je; dezelfde vorm komt ook voor bij tu en als gebiedende wijs tegen tu, maar in deze zin maakt Je duidelijk dat het om “ik kom terug” gaat. Revenir betekent “terugkomen”; venir betekent “komen”. Tout de suite is een vaste bijwoordelijke uitdrukking die “meteen” of “direct” betekent. Ze geeft aan dat het terugkomen onmiddellijk gebeurt. Voorbeeld: Je viens tout de suite. — “Ik kom meteen.” Samen betekent Je reviens tout de suite.: “Ik ben zo terug.” De spreker zegt dat de spreker terugkomt en dat dit meteen gebeurt.

  6. Si la file avance, j'avancerai et je garderai ta place.

    Als de rij verdergaat, ga ik naar voren en houd ik je plek vrij.

    file
    rij
    avance
    verdergaat
    j'avancerai
    ik ga naar voren
    garderai
    zal houden of behouden
    place
    plek
    Uitgebreide uitleg

    file betekent hier “rij”, in de betekenis van mensen of zaken die achter elkaar staan. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une file, en daarom staat ervoor la. Een nuttig contrast is une file “een rij” tegenover une queue “een wachtrij” in contexten waarin juist het wachten wordt benadrukt. Voorbeeld: La file avance. — “De rij gaat vooruit.” avance is de vorm van avancer in de tegenwoordige tijd voor il/elle/on; hier is la file het onderwerp. avancer betekent “vooruitgaan” of “opschuiven”. In de voorwaardelijke constructie met si beschrijft deze tegenwoordige vorm de voorwaarde: Si la file avance... — “Als de rij verdergaat...” In het Frans staat na si in zo'n reële voorwaarde gewoonlijk de tegenwoordige tijd, niet de futur simple. j'avancerai komt van avancer en is de futur simple voor de eerste persoon enkelvoud: j'avancerai = “ik zal vooruitgaan”. De apostrof in j' ontstaat doordat je voor een klinker wordt verkort. Deze vorm benoemt de handeling die volgt als de voorwaarde uitkomt. Voorbeeld: J'avancerai quand la porte s'ouvrira. — “Ik zal vooruitgaan wanneer de deur opengaat.” garderai komt van garder en is eveneens futur simple, eerste persoon enkelvoud: je garderai. In deze zin betekent garder niet simpelweg “bewaren”, maar door de context “vrijhouden” of “voor iemand behouden”. Het lijdend voorwerp is ta place: de spreker zal de plek van de aangesprokene behouden. Voorbeeld: Je garderai ta place. — “Ik houd je plek vrij.” place betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une place. In ta place is ta de bezittelijke vorm bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de bezitter is één aangesprokene, maar ta drukt niet uit of die persoon mannelijk of vrouwelijk is. Het bezittelijk woord stemt hier af op het bezetene, dus op place, niet op het geslacht van de bezitter. Voorbeeld: Cette place est libre. — “Deze plek is vrij.” De hele vorm Si ... , ... maakt een voorwaarde en het gevolg ervan. Si la file avance geeft de voorwaarde. Daarna verbinden et en het herhaalde onderwerp je twee toekomstige handelingen van dezelfde spreker: j'avancerai en je garderai ta place. Samen betekent de zin: “Als de rij verdergaat, ga ik naar voren en houd ik je plek vrij.”

  7. Merci. Je vais me dépêcher et revenir tout de suite.

    Bedankt. Ik schiet op en kom meteen terug.

    Merci
    bedankt
    Je vais
    ik ga
    me dépêcher
    me haasten
    revenir
    terugkomen
    tout de suite
    meteen
    Uitgebreide uitleg

    Merci betekent hier “bedankt”. Het is een vaste, korte manier om dank uit te drukken. Voorbeeld: Merci beaucoup. = “Heel erg bedankt.” Je vais bestaat uit je (“ik”) en de tegenwoordige vorm vais van aller (“gaan”). Samen met een infinitief vormt het de futur proche: je vais + infinitief betekent dat de spreker iets binnenkort gaat doen. Voorbeeld: Je vais partir. = “Ik ga vertrekken.” Vais is dus de vervoegde vorm; partir blijft een infinitief. me dépêcher betekent “me haasten”. Dépêcher staat hier in de reflexieve constructie se dépêcher; bij je wordt se me. De infinitief blijft dépêcher, terwijl me aangeeft dat de handeling op de spreker zelf betrokken is. Voorbeeld: Je dois me dépêcher. = “Ik moet me haasten.” revenir betekent “terugkomen”. Dit is een infinitief. In de zin staat het na vais en na et, zodat het deel uitmaakt van twee handelingen die de spreker binnenkort zal uitvoeren: zich haasten en terugkomen. Voorbeeld: Je vais revenir demain. = “Ik kom morgen terug.” tout de suite betekent “meteen” of “onmiddellijk”. Het is een vaste bijwoordelijke uitdrukking en bepaalt hier vooral wanneer het terugkomen plaatsvindt. Voorbeeld: Je reviens tout de suite. = “Ik kom meteen terug.” Samen betekent Je vais me dépêcher et revenir tout de suite: “Ik schiet op en kom meteen terug.” Je vais introduceert de nabije toekomst; daarna volgen de twee infinitieven me dépêcher en revenir, verbonden door et (“en”). Tout de suite voegt toe dat het terugkomen onmiddellijk gebeurt. De volledige uiting is dus: “Bedankt. Ik schiet op en kom meteen terug.”

Grammatica

pendant que + sujet + verbe

Pendant que tu reviens, je garde ta place.

Pang-dang ke tuu reu-vjè(n), zje gard ta plass.

Terwijl je terugkomt, bewaar ik je plek.

‘Pendant que’ verbindt twee handelingen die tegelijkertijd plaatsvinden.

Impératif: avance

Avance vite, s’il te plaît.

A-vangs viet, siel te plè.

Schuif snel op, alsjeblieft.

De gebiedende wijs gebruikt hier ‘avance’ zonder onderwerp om iemand direct iets te laten doen.

Frans woordenschat

avancer werkwoord
a-vang-see vooruitgaan; opschuiven avance

Si la file avance.

avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar be-zwè(n) de nodig hebben

Tu as besoin de quoi ?

file zelfstandig naamwoord
fiel rij

Si la file avance, j'avancerai et je garderai ta place.

garder werkwoord
gar-dee bewaren; vasthouden

Tu peux garder ma place pendant que je vais aux toilettes ?

pendant que voegwoord
pang-dang ke terwijl

Tu peux garder ma place pendant que je vais aux toilettes ?

place zelfstandig naamwoord
plass plek; plaats

Tu peux garder ma place pendant que je vais aux toilettes ?

rendre werkwoord
rangdr doen; verlenen

Tu peux me rendre un petit service ?

revenir werkwoord
reu-ve-nier terugkomen

Je reviens tout de suite.

service zelfstandig naamwoord
sèr-vies dienst

Tu peux me rendre un petit service ?

toilettes zelfstandig naamwoord
twa-lèt toilet

Tu peux garder ma place pendant que je vais aux toilettes ?

tout de suite bijwoord
toe de swiet meteen; onmiddellijk

Je reviens tout de suite.

vite bijwoord
viet snel

Mais reviens vite, s'il te plaît.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat heb je nodig?

Antwoord tonenTu as besoin de quoi ?

Ik ben zo terug.

Antwoord tonenJe reviens tout de suite.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

toilet

Antwoord tonentoilettes

terugkomen

Antwoord tonenrevenir

doen; verlenen

Antwoord tonenrendre

snel

Antwoord tonenvite