Tu
In "Tu peux vérifier cet e-mail" betekent "Tu" ‘jij’ en verwijst het naar de persoon die wordt aangesproken. Het staat hier als onderwerp van het verzoek aan één persoon.
peux
In "Tu peux vérifier cet e-mail" betekent "peux" dat de aangesproken persoon iets kan doen. Na deze vorm volgt een infinitief, zoals "vérifier"; zo kun je iemand vragen of die persoon iets kan uitvoeren.
vérifier
In "Tu peux vérifier cet e-mail" betekent "vérifier" dat je de e-mail controleert. De vorm staat na "peux" en benoemt de handeling die gecontroleerd moet worden; een object zoals "cet e-mail" kan er direct bij staan.
cet
In "cet e-mail" wijst "cet" naar deze specifieke e-mail. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en past bij een mannelijk woord in het enkelvoud; je gebruikt het om één concreet voorwerp aan te wijzen.
e-mail
In "cet e-mail" betekent "e-mail" een elektronisch bericht. Het woord kan samen met een aanwijzend woord als "cet" naar één concreet bericht verwijzen, bijvoorbeeld wanneer je dat bericht wilt laten controleren.
avant
In "avant que je l'envoie" betekent "avant" ‘voordat’ en geeft het aan dat de controle eerder plaatsvindt dan het verzenden. Met "que" volgt een volledige bijzin; deze combinatie is bruikbaar wanneer je twee handelingen in de tijd ordent.
que
In "avant que je l'envoie" leidt "que" de bijzin in die vertelt welke gebeurtenis later komt. Samen met "avant" verbindt het de controle met het moment waarop de e-mail wordt verzonden; na deze combinatie volgt een volledige zin.
je
In "avant que je l'envoie" betekent "je" ‘ik’ en is het de persoon die de e-mail zal verzenden. Het staat vóór het werkwoord en maakt duidelijk wie de handeling uitvoert.
l'envoie
In "avant que je l'envoie" betekent "l'envoie" dat ik hem verstuur, waarbij "l'" naar de e-mail verwijst. Het voornaamwoord staat vóór het werkwoord; zo voorkom je dat "cet e-mail" opnieuw moet worden herhaald.
le
In "Je peux le vérifier" betekent "le" ‘hem’ of ‘het’ en verwijst het naar de e-mail. Het objectvoornaamwoord staat vóór het infinitief "vérifier"; dit is een gebruikelijke manier om een eerder genoemd object niet te herhalen.
Qu'est-ce
Als geheel opent "Qu'est-ce que je dois vérifier d'abord ?" een vraag naar wat er gecontroleerd moet worden. "Qu'est" en "ce" vormen samen de vaste vraagopening; daarna leidt "que" de rest van de vraag in.
dois
In "Qu'est-ce que je dois vérifier d'abord ?" betekent "dois" dat de spreker iets moet of hoort te controleren. De vorm staat bij "je" en wordt gevolgd door het infinitief "vérifier"; zo vraag je welke taak eerst moet worden uitgevoerd.
d'abord
In "je dois vérifier d'abord" betekent "d'abord" ‘eerst’ of ‘om te beginnen’. Het geeft de volgorde van de handelingen aan en is bruikbaar wanneer je vraagt welke stap als eerste komt.
Commence
In "Commence par la ligne d'objet" is "Commence" een directe instructie om te beginnen. De vorm richt zich hier tot één persoon en wordt gevolgd door het startpunt van de handeling.
par
In "Commence par la ligne d'objet" betekent "par" dat de handeling begint met de onderwerpregel. De combinatie "commence par" wordt gevolgd door het eerste onderdeel waarmee je start, zoals "la ligne d'objet".
la
In "la ligne d'objet" en "La ligne d'objet" is "la" het lidwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord "ligne" in het enkelvoud. Het verwijst hier naar één specifieke onderwerpregel; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als "La".
ligne
In "la ligne d'objet" betekent "ligne" ‘regel’, hier de onderwerpregel van een e-mail. Het woord staat samen met "la" en wordt nader bepaald door "d'objet"; zo benoem je welk onderdeel van de e-mail je controleert.
d'objet
In "la ligne d'objet" maakt "d'objet" duidelijk dat het om de regel van het onderwerp gaat. De vorm verbindt "ligne" met het onderwerp van de e-mail; een dergelijke de-constructie specificeert waar iets bij hoort.
s'il te plaît
Als geheel maakt "s'il te plaît" een verzoek beleefd en betekent het ‘alsjeblieft’. "s'il" vormt het eerste deel van de uitdrukking, "te" verwijst naar de aangesproken persoon en "plaît" drukt uit dat iets die persoon bevalt; samen gebruik je dit bij een verzoek aan één persoon.
est
In "La ligne d'objet est claire" betekent "est" ‘is’ en verbindt het de onderwerpregel met de beschrijving "claire". Je gebruikt deze vorm om een toestand of eigenschap van iets te beschrijven.
claire
In "La ligne d'objet est claire" betekent "claire" dat de onderwerpregel duidelijk is. De vorm beschrijft "la ligne" en stemt daarmee overeen; zo geef je aan dat de inhoud gemakkelijk te begrijpen is.
mais
In "est claire, mais le sujet de la réunion aiderait" betekent "mais" ‘maar’ en leidt het een tegenstelling of aanvulling in. Het verbindt de positieve beoordeling met een suggestie voor extra informatie.
sujet
In "le sujet de la réunion" betekent "sujet" het onderwerp of thema van de vergadering. Met "de la réunion" wordt duidelijk van welke bijeenkomst het onderwerp is; zo kun je benoemen waar een bericht over gaat.
de
In "le sujet de la réunion" verbindt "de" het onderwerp met de vergadering waarvan het onderwerp wordt genoemd. De vorm drukt hier een relatie uit, vergelijkbaar met ‘van’ in het Nederlands.
réunion
In "le sujet de la réunion" betekent "réunion" een vergadering. Het woord staat na "de la" en specificeert bij welke bijeenkomst het genoemde onderwerp hoort.
aiderait
In "le sujet de la réunion aiderait" betekent "aiderait" dat het onderwerp zou helpen. De vorm drukt hier een voorzichtige suggestie uit: extra informatie zou de e-mail nuttiger of duidelijker maken.
Est-ce
Als geheel opent "Est-ce que le bon fichier est joint ?" een ja-neevraag over het bestand. "Est" levert het deel ‘is’ en "ce" maakt samen met "Est" de vaste vraagopening; daarna volgt "que".
bon
In "le bon fichier" betekent "bon" hier ‘het juiste’ bestand, niet alleen ‘goed’ in algemene zin. Het staat vóór "fichier" en helpt het bedoelde bestand van andere bestanden te onderscheiden.
fichier
In "le bon fichier" betekent "fichier" ‘bestand’. Samen met "le bon" verwijst het naar het specifieke bestand dat als bijlage bij de e-mail hoort.
joint
In "le bon fichier est joint" betekent "joint" dat het bestand als bijlage is toegevoegd. Het staat na "est" en beschrijft de toestand van het bestand; zo controleer je of een bestand bij een e-mail zit.
Oui
In "Oui, la version finale est jointe" betekent "Oui" ‘ja’ en bevestigt het de voorafgaande vraag. Je gebruikt het aan het begin van een antwoord wanneer je wilt aangeven dat de bewering klopt.
version
In "la version finale" betekent "version" een versie van het bestand. Met "finale" wordt aangegeven dat dit de definitieve versie is die als bijlage is toegevoegd.
finale
In "la version finale" betekent "finale" ‘definitief’ of ‘laatste’. De vorm beschrijft "version" en stemt daarmee overeen; zo maak je duidelijk dat er geen eerdere werkversie bedoeld is.
jointe
In "la version finale est jointe" betekent "jointe" dat de definitieve versie als bijlage is toegevoegd. De vorm staat na "est" en beschrijft de toestand van "la version"; je kunt dit gebruiken om de aanwezigheid van een bijlage te bevestigen.
j'ai
In "j'ai inclus toutes les personnes" betekent "j'ai" dat de spreker zelf de handeling heeft uitgevoerd. Samen met "inclus" vormt het de uitdrukking voor ‘ik heb toegevoegd/opgenomen’; daarna volgt wat er is opgenomen.
inclus
In "j'ai inclus toutes les personnes" betekent "inclus" dat de spreker alle genoemde personen heeft opgenomen in de geadresseerden. Het staat na "j'ai" en vóór het object "toutes les personnes"; zo beschrijf je wat er aan de e-mail is toegevoegd.
toutes
In "toutes les personnes" betekent "toutes" ‘alle’ en benadrukt het dat de volledige groep wordt bedoeld. Het staat vóór de meervoudige woordgroep en helpt controleren of niemand die de e-mail nodig heeft, ontbreekt.
les
In "toutes les personnes" is "les" het meervoudige lidwoord vóór "personnes". Samen verwijst de woordgroep naar de mensen die in het algemeen binnen de bedoelde groep vallen.
personnes
In "toutes les personnes qui ont besoin de cet e-mail" betekent "personnes" ‘personen’ of ‘mensen’. De groep wordt verder omschreven door "qui ont besoin de cet e-mail", waardoor duidelijk wordt welke mensen bedoeld zijn.
qui
In "les personnes qui ont besoin de cet e-mail" verwijst "qui" naar de personen en leidt het de beschrijving van die personen in. Daarna volgt "ont besoin de cet e-mail"; zo identificeer je mensen op basis van wat zij nodig hebben.
ont
In "qui ont besoin de cet e-mail" betekent "ont" ‘hebben’ en hoort het bij de personen over wie wordt gesproken. Samen met "besoin de" vormt het de uitdrukking voor iets nodig hebben; daarna volgt wat nodig is.
besoin
In "ont besoin de cet e-mail" betekent "besoin" ‘behoefte’ of ‘nodig hebben’ binnen de vaste combinatie met "ont" en "de". De constructie "ont besoin de" wordt gevolgd door datgene wat iemand nodig heeft, hier "cet e-mail".
liste
In "La liste semble complète" betekent "liste" ‘lijst’. Het woord is het onderwerp van de zin en verwijst hier naar de lijst met ontvangers van de e-mail.
semble
In "La liste semble complète" betekent "semble" dat de lijst compleet lijkt. De vorm wordt gevolgd door de beschrijving "complète" en drukt een beoordeling uit op basis van wat zichtbaar of gecontroleerd is.
complète
In "La liste semble complète" betekent "complète" dat er niemand lijkt te ontbreken. De vorm beschrijft "la liste" en stemt daarmee overeen; zo geef je een oordeel over de volledigheid van een lijst.
Alors
In "Alors, je pense qu'il est prêt à être envoyé" betekent "Alors" ‘dan’ of ‘dus’ en leidt het een conclusie in. Hier verbindt het de afgeronde controle met de beslissing om de e-mail te verzenden.
pense
In "je pense qu'il est prêt à être envoyé" betekent "pense" dat de spreker een mening of inschatting geeft. De combinatie "je pense que" wordt gevolgd door een volledige bijzin; zo formuleer je een persoonlijke conclusie.
qu'il
In "je pense qu'il est prêt à être envoyé" betekent "qu'il" ‘dat hij/het’ en leidt het de bijzin na de mening in. De vorm is een samentrekking van "que" en "il"; "il" verwijst hier naar de e-mail.
prêt
In "il est prêt à être envoyé" betekent "prêt" dat de e-mail klaar is voor verzending. De vorm staat na "est" en vóór "à être envoyé"; de constructie drukt uit dat de volgende handeling kan plaatsvinden.
à
In "prêt à être envoyé" verbindt "à" de toestand van klaar zijn met de handeling die daarop kan volgen. De combinatie "être prêt à" wordt gevolgd door een infinitief om aan te geven waarvoor iets klaar is.
être
In "à être envoyé" is "être" de infinitief die samen met "envoyé" uitdrukt dat de e-mail verzonden wordt. De vorm volgt na "à" en maakt deel uit van de constructie voor klaar zijn om verzonden te worden.
envoyé
In "être envoyé" betekent "envoyé" ‘verzonden’. Samen met "être" beschrijft het de handeling die met de e-mail zal gebeuren; de volledige uitdrukking past bij de conclusie dat het bericht klaar is om te versturen.