Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Ingrediënten controleren voor het koken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Avant de commencer à cuisiner, quels ingrédients est-ce qu'on a ?
A-van duh ko-man-see aa, kel-zan-gree-djan es-kuh-on aa? Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?La recette a besoin d'oignons et de tomates.
La ruh-set aa buh-zwan do-njon ee duh to-maat. Het recept heeft uien en tomaten nodig.On a des tomates, mais on n'a plus d'oignons.
On aa dee to-maat, mee on naa pluu do-njon. We hebben tomaten, maar de uien zijn op.Est-ce qu'on peut utiliser des oignons verts à la place ?
Es-kuh-on puh uu-ti-li-zee dee zon-njon ver aa la plas? Kunnen we in plaats daarvan lente-uitjes gebruiken?Peut-être, mais le goût sera différent.
Puh-tehtr, mee luh goe suh-raa die-feh-ran. Misschien, maar de smaak wordt anders.Alors, je vais acheter des oignons au magasin du coin.
A-lor, zjuh vee a-sjee-tee dee zon-njon oo ma-ga-zan düü kwan. Dan ga ik uien bij de winkel op de hoek kopen.Nous devons encore mesurer le riz.
Nuu duh-von-zan-kor muh-zuu-ree luh rie. We moeten de rijst nog afmeten.Je vais mesurer assez de riz pour quatre personnes quand je serai de retour.
Zjuh vee muh-zuu-ree a-see duh rie poer katr per-son kan zjuh suh-reh duh ruh-toer. Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen als ik terug ben.Uitleg van de zinnen
Avant de commencer à cuisiner, quels ingrédients est-ce qu'on a ?
Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?
- Avant de
- voordat …
- commencer
- beginnen
- cuisiner
- koken
- quels
- welke
- ingrédients
- ingrediënten
- est-ce qu'on a
- hebben we?
Uitgebreide uitleg
Avant de geeft hier aan dat iets eerder gebeurt dan de handeling die erop volgt. Voor een werkwoord staat daarna de infinitief: avant de + infinitief betekent “voordat …”. Bijvoorbeeld: Avant de partir, je ferme la porte. = “Voordat ik vertrek, doe ik de deur dicht.” commencer is de infinitief “beginnen”. In deze zin wordt het gevolgd door à en nog een infinitief: commencer à + werkwoord = “beginnen te …”. Het is dus commencer dat “beginnen” betekent; cuisiner is de handeling waarmee men begint. cuisiner is de infinitief “koken”. De combinatie commencer à cuisiner betekent hier “beginnen met koken”. De infinitief staat na à, omdat die voorzetselconstructie de gekozen vorm is. quels is de meervoudsvorm van het vragend bepalend woord dat bij een mannelijk meervoudig zelfstandig naamwoord staat. Hier past het bij ingrédients. De belangrijkste vormen zijn quel (mannelijk enkelvoud), quelle (vrouwelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud) en quelles (vrouwelijk meervoud). Bijvoorbeeld: Quelle recette choisis-tu ? = “Welk recept kies je?” ingrédients betekent “ingrediënten”. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; het enkelvoud is ingrédient. Samen met quels vormt het de vraag naar welke ingrediënten men heeft. Bijvoorbeeld: Quels ingrédients faut-il ? = “Welke ingrediënten zijn nodig?” est-ce qu'on a is een vaste, veelgebruikte manier om een vraag te vormen zonder gewone inversie. est-ce que markeert de vraag, on is hier het onderwerp met de betekenis “we”, en a is de vorm van avoir (“hebben”) bij on. Hoewel on hier “we” betekent, krijgt het werkwoord grammaticaal de enkelvoudsvorm: on a, niet on ont. Bijvoorbeeld: Est-ce qu'on a du pain ? = “Hebben we brood?” Samen geeft Avant de + commencer à cuisiner de tijdsrelatie “voordat we gaan koken”. Daarna vraagt quels ingrédients est-ce qu'on a welke ingrediënten we hebben. De volledige vraag betekent dus: “Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?”
La recette a besoin d'oignons et de tomates.
Het recept heeft uien en tomaten nodig.
- recette
- recept
- a besoin d'
- heeft ... nodig
- oignons
- uien
- tomates
- tomaten
Uitgebreide uitleg
recette betekent hier ‘recept’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is recettes. In de zin wordt het onderwerp aangeduid door La recette: ‘het recept’. Voorbeeld: Cette recette est simple. — ‘Dit recept is eenvoudig.’ a besoin d' is het vaste patroon avoir besoin de — ‘nodig hebben’. a is hier de vorm van avoir bij de derde persoon enkelvoud: ‘heeft’. Het deel besoin de drukt de behoefte uit; je vertaalt het dus niet woord voor woord als alleen ‘heeft’. Voor een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld ont besoin de: Les cuisiniers ont besoin de temps. — ‘De koks hebben tijd nodig.’ Voor een klinker valt de in deze constructie samen tot d', zoals in d'oignons; voor tomates blijft het de. oignons betekent ‘uien’. Het is het meervoud van oignon; het enkelvoud staat bijvoorbeeld in un oignon. De vorm oignons verwijst hier naar uien als ingrediënt, zonder dat de zin een exact aantal noemt. Voorbeeld: J'achète des oignons. — ‘Ik koop uien.’ tomates betekent ‘tomaten’. Het is het meervoud van tomate; het enkelvoud is une tomate. Voorbeeld: Nous lavons les tomates. — ‘We wassen de tomaten.’ Samen geeft La recette a besoin d'oignons et de tomates het patroon Le/la [zelfstandig naamwoord] a besoin de [zaak] et de [zaak]: ‘Het/de [zelfstandig naamwoord] heeft [zaak] en [zaak] nodig.’ Hier is La recette degene waaraan de behoefte wordt toegeschreven, en de twee ingrediënten zijn verbonden door et: ‘Het recept heeft uien en tomaten nodig.’
On a des tomates, mais on n'a plus d'oignons.
We hebben tomaten, maar de uien zijn op.
- On a
- we hebben
- tomates
- tomaten
- mais
- maar
- on n'a plus
- we hebben niet meer
- oignons
- uien
Uitgebreide uitleg
On a betekent hier “we hebben”. on is grammaticaal een derde-persoons enkelvoudig onderwerp, maar het kan in alledaags Frans “we” betekenen. Daarom staat a, de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”), en niet een meervoudsvorm. Voorbeeld: On a du pain. — “We hebben brood.” tomates is het meervoud van tomate (“tomaat”). In des tomates markeert des een onbepaald meervoud; de zin noemt geen exact aantal. Vergelijk: une tomate — “een tomaat” — en des tomates — “tomaten”. mais verbindt twee mededelingen met een tegenstelling en betekent “maar”. Hier staat tegenover elkaar dat er tomaten zijn en dat er geen uien meer zijn. on n'a plus betekent hier “we hebben niet meer”. Dit is de ontkenningsconstructie ne ... plus; vóór een klinker wordt ne doorgaans n', zoals in n'a. plus geeft in deze constructie aan dat iets niet langer beschikbaar is. Voorbeeld: Je n'ai plus de café. — “Ik heb geen koffie meer.” oignons is het meervoud van oignon (“ui”). In de volledige woordgroep staat d'oignons: bij ontkenning verandert het onbepaalde meervoudige lidwoord des hier in de, dat vóór de klinker van oignons wordt verkort tot d'. Het zelfstandig naamwoord blijft meervoud: des oignons betekent “uien”, terwijl un oignon “een ui” betekent. Samen vormen de delen On a des tomates — “We hebben tomaten” —, mais — “maar” — en on n'a plus d'oignons — “we hebben geen uien meer”. De volledige betekenis is dus: “We hebben tomaten, maar de uien zijn op.”
Est-ce qu'on peut utiliser des oignons verts à la place ?
Kunnen we in plaats daarvan lente-uitjes gebruiken?
- Est-ce qu'on peut
- kunnen we
- utiliser
- gebruiken
- oignons
- uien
- verts
- groene; hier: lente-
- à la place
- in plaats daarvan
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on peut opent een ja/nee-vraag. Est-ce que is hier een vraagmarkeerder; het verandert de betekenis van de mededeling niet in een vraagwoord als “waar” of “wanneer”. on is het onderwerp en betekent in deze context “we”, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt. peut is de vorm van pouvoir (“kunnen”) voor on in de tegenwoordige tijd. Het patroon Est-ce qu'on peut + infinitief ... ? is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Est-ce qu'on peut entrer ? — “Kunnen we binnenkomen?” utiliser betekent hier “gebruiken”. Het is een infinitief die na peut staat: pouvoir draagt de vervoegde vorm, terwijl het volgende werkwoord in de infinitief blijft. Dezelfde vorm kan ook “gebruiken” betekenen bij andere onderwerpen, bijvoorbeeld: Je veux utiliser cette poêle. — “Ik wil deze pan gebruiken.” oignons is het meervoud van oignon, “ui”. In des oignons verts is het een zelfstandig naamwoord in het meervoud; des is een onbepaald meervoud en geeft op zichzelf geen exact aantal aan. Het woord oignons verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar uien die als alternatief voor de opgeraakte uien worden voorgesteld. verts betekent hier “groene” en hoort bij oignons. Het is de mannelijke meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord vert: vert (mannelijk enkelvoud), verte (vrouwelijk enkelvoud), verts (mannelijk meervoud), vertes (vrouwelijk meervoud). In oignons verts beschrijft het bijvoeglijk naamwoord het soort uien; samen wordt dit in de vertaling weergegeven als “lente-uitjes”. à la place betekent hier “in plaats daarvan”. Het verwijst naar het vervangen van de eerder genoemde uien door een andere soort; de volledige vervangingsrelatie wordt pas duidelijk in combinatie met de rest van de zin. Een herbruikbaar voorbeeld is: Prenez du riz à la place. — “Neem in plaats daarvan rijst.” Samen vormt de zin Est-ce qu'on peut utiliser des oignons verts à la place ? de vraag: “Kunnen we in plaats daarvan lente-uitjes gebruiken?” De vraagmarkeerder maakt er een ja/nee-vraag van, on peut utiliser drukt de mogelijkheid of toestemming uit, des oignons verts benoemt het voorgestelde alternatief en à la place geeft aan dat dit alternatief iets anders vervangt.
Peut-être, mais le goût sera différent.
Misschien, maar de smaak wordt anders.
- Peut-être
- misschien
- goût
- smaak
- sera
- zal zijn
- différent
- anders
Uitgebreide uitleg
Peut-être betekent hier “misschien” en drukt onzekerheid uit over de hele daaropvolgende bewering. Het is een vaste uitdrukking; de spelling bevat een koppelteken. Voorbeeld: Peut-être demain. — “Misschien morgen.” goût betekent hier “smaak”, dus de smaak van wat in de voorafgaande vraag wordt besproken. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is goûts. Voorbeeld: J’aime le goût de cette sauce. — “Ik houd van de smaak van deze saus.” sera is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de futur simple: il/elle/on sera. Hier hoort de vorm bij het enkelvoudige onderwerp le goût en betekent zij “zal zijn” of natuurlijker “wordt” in de vertaling. De futur simple kan een toekomstige toestand uitdrukken. Voorbeeld: La soupe sera chaude. — “De soep zal warm zijn.” différent betekent hier “anders” of “verschillend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat le goût beschrijft. Omdat goût mannelijk enkelvoud is, staat de vorm hier als mannelijk enkelvoud: différent. Bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de vorm différente; het meervoud is différents of différentes, afhankelijk van het geslacht. Een bruikbaar contrast is différent tegenover pareil (“hetzelfde”/“gelijk”). Voorbeeld: La couleur est différente. — “De kleur is anders.” Samen betekent Peut-être, mais le goût sera différent.: “Misschien, maar de smaak wordt anders.” Peut-être maakt de instemming voorzichtig; mais markeert daarna een tegenstelling. Le goût is het onderwerp, en sera différent zegt welke toekomstige toestand die smaak zal hebben.
Alors, je vais acheter des oignons au magasin du coin.
Dan ga ik uien bij de winkel op de hoek kopen.
- Alors
- dan
- je vais
- ik ga …
- acheter
- kopen
- oignons
- uien
- magasin
- winkel
- du coin
- op de hoek
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en sluit aan bij wat eraan voorafgaat. Het kan ook “dus” of “toen” betekenen, maar die betekenissen passen hier niet het best. je vais bestaat uit je (“ik”) en de vorm vais van aller (“gaan”). vais is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Samen met een infinitief vormt aller + infinitief de futur proche: een handeling die de spreker als nabije of voorgenomen toekomst voorstelt. Het onderwerp is hier je, dus “ik”; de vorm verandert bijvoorbeeld naar tu vas (“jij gaat”) bij tu. acheter is de infinitief van “kopen”. In deze zin volgt het op vais; het blijft daarom infinitief en draagt de hoofdactie van de futur proche. Bijvoorbeeld: Je vais lire. — “Ik ga lezen.” oignons betekent hier “uien”. Het is het meervoud van oignon (“ui”); de uitgang -s markeert in de spelling het meervoud, maar wordt in deze vorm niet uitgesproken. des is het Franse onbepaalde meervoudslidwoord; het geeft meervoud aan, maar stelt op zichzelf geen exact aantal vast. magasin betekent “winkel”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is magasins. In au magasin is au de samentrekking van à + le: letterlijk “bij/naar de winkel” in deze context. De geselecteerde quote magasin zelf benoemt alleen de winkel; au voegt de plaatsrelatie toe. du coin betekent hier “op de hoek” of “in de buurt, om de hoek”. du is de samentrekking van de + le, en coin betekent in deze uitdrukking “hoek”. Samen specificeert dit welke winkel bedoeld wordt: de winkel die op of bij de hoek ligt. De plaatsbepaling staat na magasin en beschrijft dat zelfstandig naamwoord. De delen worden dus als volgt gecombineerd: Alors = “dan”; je vais acheter = “ga ik kopen”; des oignons = “uien”; en au magasin du coin = “bij de winkel op de hoek”. De volledige betekenis is: “Dan ga ik uien bij de winkel op de hoek kopen.”
Nous devons encore mesurer le riz.
We moeten de rijst nog afmeten.
- Nous devons
- we moeten
- encore
- nog
- mesurer
- afmeten; meten
- riz
- rijst
Uitgebreide uitleg
Nous devons betekent hier “wij moeten”. Nous is het onderwerp “wij”; devons is de tegenwoordige tijd van devoir bij de eerste persoon meervoud. De constructie devoir + infinitief drukt verplichting of noodzaak uit: Nous devons partir. — “Wij moeten vertrekken.” Vergelijk: nous devons = “wij moeten”, terwijl ils doivent = “zij moeten”. Encore betekent hier “nog”: de handeling moet op dit moment of later nog gebeuren. Het verwijst dus naar de voortzetting of het nog niet voltooide karakter van de handeling. Voorbeeld: Je dois encore travailler. — “Ik moet nog werken.” Mesurer is een infinitief en betekent “meten” of, in deze context met rijst, “afmeten”. Na devons blijft het werkwoord in de infinitief: Nous devons mesurer .... De keuze tussen “meten” en “afmeten” hangt af van wat er gemeten wordt en van de context; hier gaat het om een hoeveelheid rijst bepalen. Riz betekent “rijst”. In deze zin is het een stofnaam: het verwijst naar rijst als hoeveelheid of product, niet noodzakelijk naar afzonderlijke korrels. Voorbeeld: Je mesure le riz. — “Ik meet de rijst af.” Samen vormen de delen Nous devons + encore + mesurer le riz de betekenis: “We moeten de rijst nog afmeten.” De infinitief mesurer benoemt de handeling die volgens devons noodzakelijk is, en encore geeft aan dat die handeling nog moet plaatsvinden.
Je vais mesurer assez de riz pour quatre personnes quand je serai de retour.
Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen als ik terug ben.
- Je vais
- ik ga
- mesurer
- afmeten
- assez de
- genoeg
- riz
- rijst
- pour
- voor
- quatre
- vier
- personnes
- mensen
- quand
- als, wanneer
- je serai
- ik zal zijn
- de retour
- terug
Uitgebreide uitleg
Je vais kondigt hier een nabije toekomstige handeling aan. Het bestaat uit de tegenwoordige tijd van aller plus een infinitief: je vais mesurer = “ik ga afmeten”. Het is niet hetzelfde als het eenvoudige futurum; vergelijk Je mesurerai le riz demain = “Ik zal de rijst morgen afmeten.” mesurer betekent hier “afmeten”: een hoeveelheid bepalen, niet alleen een lengte opmeten. Het is een infinitief na vais. Voorbeeld: Je vais mesurer l’eau. = “Ik ga het water afmeten.” assez de geeft een voldoende hoeveelheid aan: “genoeg”. Na assez de staat het zelfstandig naamwoord zonder lidwoord, zoals in assez de riz en assez de temps (“genoeg tijd”). riz betekent “rijst”. Dit zelfstandig naamwoord verwijst hier naar de stof of hoeveelheid rijst in het algemeen. Voorbeeld: Il reste assez de riz. = “Er is nog genoeg rijst over.” pour betekent hier “voor” en leidt het doel of de bestemde groep in: de afgemeten rijst is bestemd voor de genoemde mensen. Het kan in andere zinnen ook andere relaties uitdrukken, maar hier gaat het om bestemming. quatre is het telwoord “vier”. Het verandert in het Frans niet mee met het geslacht of het meervoud van het zelfstandig naamwoord: quatre personnes, maar ook quatre livres (“vier boeken”). personnes betekent “mensen” of, afhankelijk van de context, “personen”. De vorm is het meervoud van personne; het meervoud wordt hier zichtbaar met -s. In quatre personnes noemt het de groep waarvoor de rijst bestemd is. quand betekent hier “wanneer” of “als” en leidt een tijdsbepaling in. In deze zin verwijst die bepaling naar het moment van terugkeer. je serai is de eerste persoon enkelvoud van het futurum van être (“zijn”): je serai = “ik zal zijn”. In een toekomstige tijdsbepaling gebruikt het Frans hier dus het futurum: quand je serai de retour. Dit is niet de constructie je vais être; die zou de nabije toekomst met aller uitdrukken. de retour is een vaste uitdrukking met de betekenis “terug” of “teruggekeerd”. Samen met je serai vormt zij je serai de retour = “ik zal terug zijn”. Samen vormt Je vais mesurer assez de riz de kern “Ik ga genoeg rijst afmeten”. pour quatre personnes specificeert dat die hoeveelheid bestemd is voor vier mensen. quand je serai de retour voegt het tijdstip toe: dat gebeurt wanneer de spreker terug is. De volledige betekenis is dus: “Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen als ik terug ben.”
Grammatica
avant de + infinitif
Avant de commencer à cuisiner.
A-van duh ko-man-see aa kwi-zi-nee.Voordat ik begin met koken.
Na « avant de » staat een infinitief. Gebruik dit voor een handeling die vóór een andere plaatsvindt.
ne … plus
Je ne cuisine plus.
Zjuh nuh kwi-zien pluu.Ik kook niet meer.
« Ne … plus » betekent dat iets niet meer gebeurt. « Ne » staat vóór het werkwoord en « plus » erna.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Misschien, maar de smaak wordt anders.
Antwoord tonen
Peut-être, mais le goût sera différent.We moeten de rijst nog afmeten.
Antwoord tonen
Nous devons encore mesurer le riz.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
beginnen
Antwoord tonen
commencerkoken
Antwoord tonen
cuisinerrecept
Antwoord tonen
recettetomaten