Ingrediënten controleren voor het koken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults check ingredients before cooking and decide to buy onions before measuring rice..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Ingrediënten controleren voor het koken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Avant de commencer à cuisiner, quels ingrédients est-ce qu'on a ?

A-van duh ko-man-see aa, kel-zan-gree-djan es-kuh-on aa? Voordat we gaan koken, welke ingrediënten hebben we?
B

La recette a besoin d'oignons et de tomates.

La ruh-set aa buh-zwan do-njon ee duh to-maat. Het recept heeft uien en tomaten nodig.
A

On a des tomates, mais on n'a plus d'oignons.

On aa dee to-maat, mee on naa pluu do-njon. We hebben tomaten, maar de uien zijn op.
B

Est-ce qu'on peut utiliser des oignons verts à la place ?

Es-kuh-on puh uu-ti-li-zee dee zon-njon ver aa la plas? Kunnen we in plaats daarvan lente-uitjes gebruiken?
A

Peut-être, mais le goût sera différent.

Puh-tehtr, mee luh goe suh-raa die-feh-ran. Misschien, maar de smaak wordt anders.
B

Alors, je vais acheter des oignons au magasin du coin.

A-lor, zjuh vee a-sjee-tee dee zon-njon oo ma-ga-zan düü kwan. Dan ga ik uien bij de winkel op de hoek kopen.
A

Nous devons encore mesurer le riz.

Nuu duh-von-zan-kor muh-zuu-ree luh rie. We moeten de rijst nog afmeten.
B

Je vais mesurer assez de riz pour quatre personnes quand je serai de retour.

Zjuh vee muh-zuu-ree a-see duh rie poer katr per-son kan zjuh suh-reh duh ruh-toer. Ik meet genoeg rijst af voor vier mensen als ik terug ben.

Woord voor woord

Avant Avant betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat iets eerder gebeurt dan het koken. In de dialoog staat het in de uitdrukking ‘Avant de commencer à cuisiner’. Je gebruikt ‘Avant de’ voor een handeling die nog moet beginnen.
de De verbindt ‘Avant’ met de handeling ‘commencer à cuisiner’ en betekent hier ‘voordat te’. In ‘Avant de commencer’ staat de vóór een infinitief. Een nieuw voorbeeld is ‘Avant de partir’ voor ‘voordat je vertrekt’.
commencer Commencer betekent hier ‘beginnen’, namelijk beginnen met koken in ‘commencer à cuisiner’. Dit is de infinitief na ‘de’. Een gebruikelijk patroon is ‘commencer à’ plus een infinitief.
à À verbindt ‘commencer’ met de handeling ‘cuisiner’ in ‘commencer à cuisiner’. Hier geeft het aan waarmee iemand begint. Na ‘commencer à’ volgt een infinitief.
cuisiner Cuisiner betekent hier ‘koken’ in ‘commencer à cuisiner’. Het is de handeling die volgens de dialoog gaat beginnen. Je kunt ‘cuisiner’ gebruiken voor koken als activiteit.
quels Quels betekent hier ‘welke’ en verwijst naar de meervoudige ingrediënten in ‘quels ingrédients’. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord waarnaar wordt gevraagd. Je gebruikt ‘quels’ in een vraag naar meerdere mannelijke zaken.
ingrédients Ingrédients betekent hier ‘ingrediënten’, de producten die nodig zijn om te koken. In ‘quels ingrédients est-ce qu’on a ?’ vraagt de spreker welke ingrediënten beschikbaar zijn. Je gebruikt het voor onderdelen van een gerecht of recept.
est-ce ‘Est-ce qu’on a ?’ maakt van de mededeling een vraag; ‘est-ce’ is hier de vaste vraagmarkering. Binnen deze vorm draagt ‘est’ samen met ‘ce’ de vraagfunctie, niet de losse betekenis ‘is dit’. Je gebruikt ‘est-ce que’ vóór een gewone vraagzin.
qu'on Qu’on betekent hier ‘dat we’ in ‘est-ce qu’on a ?’, waarbij ‘que’ vóór ‘on’ is verkort tot ‘qu’on’. Het leidt de vraagzin in en ‘on’ verwijst hier naar de gesprekspartners als ‘we’. Een gebruikelijk patroon is ‘Est-ce qu’on peut… ?’.
a A betekent hier ‘heeft’ in ‘qu’on a’, dus dat de aanwezige personen bepaalde ingrediënten hebben. De vorm a komt van het werkwoord avoir en hoort hier bij on. Je gebruikt ‘avoir’ ook in de vaste uitdrukking ‘avoir besoin de’.
La La betekent hier ‘de’ en staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord ‘recette’ in ‘La recette’. Het is het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt ‘la’ vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
recette Recette betekent hier ‘recept’, de kookinstructie die bepaalt welke ingrediënten nodig zijn. In ‘La recette a besoin d’oignons et de tomates’ is het recept het onderwerp. Je gebruikt ‘recette’ voor een recept voor een gerecht.
besoin Besoin betekent hier ‘behoefte’ binnen de vaste uitdrukking ‘a besoin de’, die in deze dialoog ‘nodig hebben’ betekent. Het woord zelf geeft samen met ‘avoir’ aan dat iets vereist is. Een herbruikbaar patroon is ‘avoir besoin de’ plus een zelfstandig naamwoord.
d'oignons D’oignons betekent hier ‘uien’ na de uitdrukking ‘a besoin de’: het recept heeft uien nodig. De vorm combineert ‘de’ met ‘oignons’ vóór de klinker. Je gebruikt ‘avoir besoin d’…’ om aan te geven wat nodig is.
et Et betekent hier ‘en’ en verbindt de twee ingrediënten in ‘d’oignons et de tomates’. Het voegt de tweede genoemde zaak toe aan de eerste. Je gebruikt ‘et’ om woorden of woordgroepen op te sommen.
tomates Tomates betekent hier ‘tomaten’, het tweede ingrediënt in ‘d’oignons et de tomates’. Het verwijst naar tomaten die volgens het recept nodig zijn. Je gebruikt het voor meerdere tomaten of voor tomaten als ingrediënt.
On On betekent hier ‘we’ in ‘On a des tomates’, omdat de spreker over de aanwezige personen samen praat. In andere contexten kan on ook ‘men’ betekenen, maar hier is ‘we’ de bedoelde betekenis. Je gebruikt ‘on’ vaak in gesproken Frans voor een groep waarvan de spreker deel uitmaakt.
des Des is hier het meervoudige onbepaalde lidwoord in ‘des tomates’ en betekent ongeveer ‘tomaten’ of ‘enkele tomaten’. Het kondigt niet nader bepaalde tomaten aan. Je gebruikt ‘des’ vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet om bepaalde exemplaren gaat.
mais Mais betekent hier ‘maar’ en zet het bezit van tomaten tegenover het tekort aan uien in ‘On a des tomates, mais on n’a plus d’oignons’. Het markeert dus een tegenstelling. Je gebruikt ‘mais’ om twee tegengestelde mededelingen te verbinden.
n'a N’a betekent hier ‘heeft niet’ in ‘on n’a plus d’oignons’. Het is de ontkennende vorm vóór ‘plus’ en zegt dat er geen uien meer zijn. Je gebruikt ‘n’a’ met ‘plus’ om aan te geven dat iets niet langer beschikbaar is.
plus Plus betekent hier ‘meer’ in de betekenis ‘niet meer’ binnen ‘n’a plus d’oignons’. Samen met de ontkenning maakt het duidelijk dat de uien op zijn. Een herbruikbaar patroon is ‘ne … plus’ voor iets dat niet langer gebeurt of beschikbaar is.
peut Peut betekent hier ‘kan’ in ‘Est-ce qu’on peut utiliser… ?’. De vorm drukt uit dat de gesprekspartners overwegen of het mogelijk of toegestaan is om iets te gebruiken. Je gebruikt ‘pouvoir’ gevolgd door een infinitief, zoals in ‘peut utiliser’.
utiliser Utiliser betekent hier ‘gebruiken’ in ‘peut utiliser des oignons verts’. Het benoemt wat men als alternatief in het gerecht wil gebruiken. Na ‘pouvoir’ staat ‘utiliser’ als infinitief.
oignons Oignons betekent hier ‘uien’ in ‘des oignons verts’, meer bepaald het soort uien dat als alternatief wordt genoemd. Het woord staat hier in een meervoudige woordgroep. Je gebruikt ‘oignons’ voor uien als ingrediënt.
verts Verts betekent hier ‘groene’ en beschrijft de uien in ‘des oignons verts’. Het geeft aan om welk type uien het gaat. In deze woordgroep staat het bijvoeglijke woord na ‘oignons’.
Peut-être ‘Peut-être’ betekent als geheel ‘misschien’ en geeft een onzekere mogelijkheid aan. Het bevat ‘peut’, dat mogelijkheid uitdrukt, en ‘être’, ‘zijn’; samen vormen ze hier één vaste uitdrukking. Je gebruikt ‘Peut-être’ als kort antwoord wanneer je iets niet zeker weet.
le Le betekent hier ‘de’ in ‘le goût’. Het is het bepaalde lidwoord vóór het mannelijke enkelvoudige woord ‘goût’. Je gebruikt ‘le’ vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
goût Goût betekent hier ‘smaak’, namelijk de smaak van het gerecht die anders kan worden door de vervangende uien. In ‘le goût sera différent’ is het de zaak die anders zal zijn. Je gebruikt ‘goût’ om de smaak van eten of drinken te beschrijven.
sera Sera betekent hier ‘zal zijn’ in ‘le goût sera différent’. De vorm komt van être en plaatst de verandering in de toekomst. Je gebruikt ‘sera’ met een beschrijving zoals ‘différent’.
différent Différent betekent hier ‘anders’ of ‘verschillend’ in ‘le goût sera différent’. Het beschrijft dat de smaak niet hetzelfde zal zijn als met gewone uien. Je gebruikt ‘être différent’ om een verschil te beschrijven.
Alors Alors betekent hier ‘dan’ en leidt de beslissing in ‘Alors, je vais acheter des oignons’. Het geeft aan wat de spreker doet als gevolg van het vooraf genoemde probleem. Je gebruikt ‘Alors’ ook om in een gesprek naar een volgende stap over te gaan.
je Je betekent hier ‘ik’ in ‘je vais acheter des oignons’. Het verwijst naar de persoon die besluit de uien te kopen. Je gebruikt ‘je’ als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
vais Vais betekent hier ‘ga’ in ‘je vais acheter’, een vorm van aller die samen met de infinitief een nabije toekomstige handeling uitdrukt. De spreker kondigt aan wat hij of zij gaat doen. Een herbruikbaar patroon is ‘je vais’ plus een infinitief.
acheter Acheter betekent hier ‘kopen’ in ‘je vais acheter des oignons’. Het benoemt de geplande handeling in de winkel. Na ‘je vais’ staat ‘acheter’ als infinitief.
au Au betekent hier ‘bij het’ of ‘naar het’ in ‘au magasin du coin’. Het is de samengevoegde vorm van ‘à’ en ‘le’ en geeft de bestemming of plaats aan. Je gebruikt ‘aller au’ vóór een mannelijk enkelvoudige plaatsnaam.
magasin Magasin betekent hier ‘winkel’ in ‘au magasin du coin’. Het is de plaats waar de spreker uien gaat kopen. Je gebruikt ‘magasin’ voor een winkel waar producten worden verkocht.
du Du betekent hier ‘van de’ in ‘le magasin du coin’ en verbindt de winkel met de hoek. Het is de samengevoegde vorm van ‘de’ en ‘le’. Je gebruikt ‘du’ om een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met ‘de’ te verbinden.
coin Coin betekent hier ‘hoek’ in ‘le magasin du coin’, letterlijk de winkel van de hoek. De woordgroep duidt de winkel aan die bij een bepaalde hoek ligt. Je kunt ‘du coin’ gebruiken om iets uit de directe omgeving aan te duiden.
Nous Nous betekent hier ‘wij’ in ‘Nous devons encore mesurer le riz’. Het verwijst naar de twee personen die samen nog iets moeten doen. Je gebruikt ‘nous’ als expliciet onderwerp voor ‘wij’.
devons Devons betekent hier ‘moeten’ in ‘Nous devons encore mesurer le riz’. De vorm komt van devoir en drukt de noodzakelijke volgende handeling uit. Je gebruikt ‘devoir’ gevolgd door een infinitief, zoals ‘devons mesurer’.
encore Encore betekent hier ‘nog’ in ‘Nous devons encore mesurer le riz’. Het laat zien dat het meten nog niet is gebeurd en nog moet gebeuren. Je gebruikt ‘encore’ om een handeling aan te duiden die tot nu toe niet voltooid is.
mesurer Mesurer betekent hier ‘meten’ of ‘afmeten’ in ‘mesurer le riz’. Het gaat om de hoeveelheid rijst bepalen die nodig is. Na ‘devons’ staat ‘mesurer’ als infinitief; je kunt het gebruiken met een object zoals ‘mesurer le riz’.
riz Riz betekent hier ‘rijst’ in ‘mesurer le riz’. Het is het product waarvan de hoeveelheid voor het koken bepaald moet worden. Je gebruikt ‘riz’ voor rijst als ingrediënt of voedsel.
assez Assez betekent hier ‘genoeg’ in ‘assez de riz’. Het geeft aan dat de hoeveelheid rijst voldoende moet zijn. Je gebruikt het patroon ‘assez de’ vóór een zelfstandig naamwoord.
pour Pour betekent hier ‘voor’ in ‘pour quatre personnes’ en geeft aan voor wie de hoeveelheid rijst bedoeld is. Het verbindt de hoeveelheid met de vier personen. Je gebruikt ‘pour’ om een doel of begunstigde aan te geven.
personnes Personnes betekent hier ‘mensen’ of ‘personen’ in ‘pour quatre personnes’. Het geeft aan voor hoeveel eters de rijst wordt afgemeten. Je gebruikt ‘personnes’ na een getal om het aantal personen te noemen.
quand Quand betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in ‘quand je serai de retour’. Het introduceert het moment waarop de spreker de rijst zal afmeten. Je gebruikt ‘quand’ om een tijdstip of voorwaarde in verband met tijd aan te geven.
serai Serai betekent hier ‘zal zijn’ in ‘quand je serai de retour’. De vorm komt van être en beschrijft de toekomstige toestand van de spreker bij terugkomst. Je gebruikt ‘serai’ in een tijdsbepaling zoals ‘quand je serai…’.
retour Retour betekent hier ‘terug’ in de vaste uitdrukking ‘être de retour’, die ‘terug zijn’ betekent. In ‘quand je serai de retour’ geeft het aan dat de spreker teruggekomen zal zijn. Je gebruikt ‘de retour’ om terugkeer naar een plaats of situatie te beschrijven.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de commencer à cuisiner.

A-van duh ko-man-see aa kwi-zi-nee.

Voordat ik begin met koken.

Na « avant de » staat een infinitief. Gebruik dit voor een handeling die vóór een andere plaatsvindt.

ne … plus

Je ne cuisine plus.

Zjuh nuh kwi-zien pluu.

Ik kook niet meer.

« Ne … plus » betekent dat iets niet meer gebeurt. « Ne » staat vóór het werkwoord en « plus » erna.

Frans woordenschat

à la place uitdrukking
aa la plas in plaats daarvan
avant de voorzetsel
a-van duh voordat
avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar buh-zwan duh nodig hebben
commencer werkwoord
ko-man-see beginnen
cuisiner werkwoord
kwi-zi-nee koken
ingrédients zelfstandig naamwoord
an-gree-djan ingrediënten
ne ... plus bijwoord
nuh ... pluu niet meer
oignons zelfstandig naamwoord
on-njon uien
oignons verts zelfstandig naamwoord
on-njon ver lente-uitjes
recette zelfstandig naamwoord
ruh-set recept
tomates zelfstandig naamwoord
to-maat tomaten
utiliser werkwoord
uu-ti-li-zee gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Misschien, maar de smaak wordt anders.

Antwoord tonenPeut-être, mais le goût sera différent.

We moeten de rijst nog afmeten.

Antwoord tonenNous devons encore mesurer le riz.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beginnen

Antwoord tonencommencer

koken

Antwoord tonencuisiner

recept

Antwoord tonenrecette

tomaten

Antwoord tonentomates