Avant
Avant betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat iets eerder gebeurt dan het koken. In de dialoog staat het in de uitdrukking ‘Avant de commencer à cuisiner’. Je gebruikt ‘Avant de’ voor een handeling die nog moet beginnen.
de
De verbindt ‘Avant’ met de handeling ‘commencer à cuisiner’ en betekent hier ‘voordat te’. In ‘Avant de commencer’ staat de vóór een infinitief. Een nieuw voorbeeld is ‘Avant de partir’ voor ‘voordat je vertrekt’.
commencer
Commencer betekent hier ‘beginnen’, namelijk beginnen met koken in ‘commencer à cuisiner’. Dit is de infinitief na ‘de’. Een gebruikelijk patroon is ‘commencer à’ plus een infinitief.
à
À verbindt ‘commencer’ met de handeling ‘cuisiner’ in ‘commencer à cuisiner’. Hier geeft het aan waarmee iemand begint. Na ‘commencer à’ volgt een infinitief.
cuisiner
Cuisiner betekent hier ‘koken’ in ‘commencer à cuisiner’. Het is de handeling die volgens de dialoog gaat beginnen. Je kunt ‘cuisiner’ gebruiken voor koken als activiteit.
quels
Quels betekent hier ‘welke’ en verwijst naar de meervoudige ingrediënten in ‘quels ingrédients’. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord waarnaar wordt gevraagd. Je gebruikt ‘quels’ in een vraag naar meerdere mannelijke zaken.
ingrédients
Ingrédients betekent hier ‘ingrediënten’, de producten die nodig zijn om te koken. In ‘quels ingrédients est-ce qu’on a ?’ vraagt de spreker welke ingrediënten beschikbaar zijn. Je gebruikt het voor onderdelen van een gerecht of recept.
est-ce
‘Est-ce qu’on a ?’ maakt van de mededeling een vraag; ‘est-ce’ is hier de vaste vraagmarkering. Binnen deze vorm draagt ‘est’ samen met ‘ce’ de vraagfunctie, niet de losse betekenis ‘is dit’. Je gebruikt ‘est-ce que’ vóór een gewone vraagzin.
qu'on
Qu’on betekent hier ‘dat we’ in ‘est-ce qu’on a ?’, waarbij ‘que’ vóór ‘on’ is verkort tot ‘qu’on’. Het leidt de vraagzin in en ‘on’ verwijst hier naar de gesprekspartners als ‘we’. Een gebruikelijk patroon is ‘Est-ce qu’on peut… ?’.
a
A betekent hier ‘heeft’ in ‘qu’on a’, dus dat de aanwezige personen bepaalde ingrediënten hebben. De vorm a komt van het werkwoord avoir en hoort hier bij on. Je gebruikt ‘avoir’ ook in de vaste uitdrukking ‘avoir besoin de’.
La
La betekent hier ‘de’ en staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord ‘recette’ in ‘La recette’. Het is het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt ‘la’ vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
recette
Recette betekent hier ‘recept’, de kookinstructie die bepaalt welke ingrediënten nodig zijn. In ‘La recette a besoin d’oignons et de tomates’ is het recept het onderwerp. Je gebruikt ‘recette’ voor een recept voor een gerecht.
besoin
Besoin betekent hier ‘behoefte’ binnen de vaste uitdrukking ‘a besoin de’, die in deze dialoog ‘nodig hebben’ betekent. Het woord zelf geeft samen met ‘avoir’ aan dat iets vereist is. Een herbruikbaar patroon is ‘avoir besoin de’ plus een zelfstandig naamwoord.
d'oignons
D’oignons betekent hier ‘uien’ na de uitdrukking ‘a besoin de’: het recept heeft uien nodig. De vorm combineert ‘de’ met ‘oignons’ vóór de klinker. Je gebruikt ‘avoir besoin d’…’ om aan te geven wat nodig is.
et
Et betekent hier ‘en’ en verbindt de twee ingrediënten in ‘d’oignons et de tomates’. Het voegt de tweede genoemde zaak toe aan de eerste. Je gebruikt ‘et’ om woorden of woordgroepen op te sommen.
tomates
Tomates betekent hier ‘tomaten’, het tweede ingrediënt in ‘d’oignons et de tomates’. Het verwijst naar tomaten die volgens het recept nodig zijn. Je gebruikt het voor meerdere tomaten of voor tomaten als ingrediënt.
On
On betekent hier ‘we’ in ‘On a des tomates’, omdat de spreker over de aanwezige personen samen praat. In andere contexten kan on ook ‘men’ betekenen, maar hier is ‘we’ de bedoelde betekenis. Je gebruikt ‘on’ vaak in gesproken Frans voor een groep waarvan de spreker deel uitmaakt.
des
Des is hier het meervoudige onbepaalde lidwoord in ‘des tomates’ en betekent ongeveer ‘tomaten’ of ‘enkele tomaten’. Het kondigt niet nader bepaalde tomaten aan. Je gebruikt ‘des’ vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet om bepaalde exemplaren gaat.
mais
Mais betekent hier ‘maar’ en zet het bezit van tomaten tegenover het tekort aan uien in ‘On a des tomates, mais on n’a plus d’oignons’. Het markeert dus een tegenstelling. Je gebruikt ‘mais’ om twee tegengestelde mededelingen te verbinden.
n'a
N’a betekent hier ‘heeft niet’ in ‘on n’a plus d’oignons’. Het is de ontkennende vorm vóór ‘plus’ en zegt dat er geen uien meer zijn. Je gebruikt ‘n’a’ met ‘plus’ om aan te geven dat iets niet langer beschikbaar is.
plus
Plus betekent hier ‘meer’ in de betekenis ‘niet meer’ binnen ‘n’a plus d’oignons’. Samen met de ontkenning maakt het duidelijk dat de uien op zijn. Een herbruikbaar patroon is ‘ne … plus’ voor iets dat niet langer gebeurt of beschikbaar is.
peut
Peut betekent hier ‘kan’ in ‘Est-ce qu’on peut utiliser… ?’. De vorm drukt uit dat de gesprekspartners overwegen of het mogelijk of toegestaan is om iets te gebruiken. Je gebruikt ‘pouvoir’ gevolgd door een infinitief, zoals in ‘peut utiliser’.
utiliser
Utiliser betekent hier ‘gebruiken’ in ‘peut utiliser des oignons verts’. Het benoemt wat men als alternatief in het gerecht wil gebruiken. Na ‘pouvoir’ staat ‘utiliser’ als infinitief.
oignons
Oignons betekent hier ‘uien’ in ‘des oignons verts’, meer bepaald het soort uien dat als alternatief wordt genoemd. Het woord staat hier in een meervoudige woordgroep. Je gebruikt ‘oignons’ voor uien als ingrediënt.
verts
Verts betekent hier ‘groene’ en beschrijft de uien in ‘des oignons verts’. Het geeft aan om welk type uien het gaat. In deze woordgroep staat het bijvoeglijke woord na ‘oignons’.
Peut-être
‘Peut-être’ betekent als geheel ‘misschien’ en geeft een onzekere mogelijkheid aan. Het bevat ‘peut’, dat mogelijkheid uitdrukt, en ‘être’, ‘zijn’; samen vormen ze hier één vaste uitdrukking. Je gebruikt ‘Peut-être’ als kort antwoord wanneer je iets niet zeker weet.
le
Le betekent hier ‘de’ in ‘le goût’. Het is het bepaalde lidwoord vóór het mannelijke enkelvoudige woord ‘goût’. Je gebruikt ‘le’ vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
goût
Goût betekent hier ‘smaak’, namelijk de smaak van het gerecht die anders kan worden door de vervangende uien. In ‘le goût sera différent’ is het de zaak die anders zal zijn. Je gebruikt ‘goût’ om de smaak van eten of drinken te beschrijven.
sera
Sera betekent hier ‘zal zijn’ in ‘le goût sera différent’. De vorm komt van être en plaatst de verandering in de toekomst. Je gebruikt ‘sera’ met een beschrijving zoals ‘différent’.
différent
Différent betekent hier ‘anders’ of ‘verschillend’ in ‘le goût sera différent’. Het beschrijft dat de smaak niet hetzelfde zal zijn als met gewone uien. Je gebruikt ‘être différent’ om een verschil te beschrijven.
Alors
Alors betekent hier ‘dan’ en leidt de beslissing in ‘Alors, je vais acheter des oignons’. Het geeft aan wat de spreker doet als gevolg van het vooraf genoemde probleem. Je gebruikt ‘Alors’ ook om in een gesprek naar een volgende stap over te gaan.
je
Je betekent hier ‘ik’ in ‘je vais acheter des oignons’. Het verwijst naar de persoon die besluit de uien te kopen. Je gebruikt ‘je’ als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
vais
Vais betekent hier ‘ga’ in ‘je vais acheter’, een vorm van aller die samen met de infinitief een nabije toekomstige handeling uitdrukt. De spreker kondigt aan wat hij of zij gaat doen. Een herbruikbaar patroon is ‘je vais’ plus een infinitief.
acheter
Acheter betekent hier ‘kopen’ in ‘je vais acheter des oignons’. Het benoemt de geplande handeling in de winkel. Na ‘je vais’ staat ‘acheter’ als infinitief.
au
Au betekent hier ‘bij het’ of ‘naar het’ in ‘au magasin du coin’. Het is de samengevoegde vorm van ‘à’ en ‘le’ en geeft de bestemming of plaats aan. Je gebruikt ‘aller au’ vóór een mannelijk enkelvoudige plaatsnaam.
magasin
Magasin betekent hier ‘winkel’ in ‘au magasin du coin’. Het is de plaats waar de spreker uien gaat kopen. Je gebruikt ‘magasin’ voor een winkel waar producten worden verkocht.
du
Du betekent hier ‘van de’ in ‘le magasin du coin’ en verbindt de winkel met de hoek. Het is de samengevoegde vorm van ‘de’ en ‘le’. Je gebruikt ‘du’ om een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met ‘de’ te verbinden.
coin
Coin betekent hier ‘hoek’ in ‘le magasin du coin’, letterlijk de winkel van de hoek. De woordgroep duidt de winkel aan die bij een bepaalde hoek ligt. Je kunt ‘du coin’ gebruiken om iets uit de directe omgeving aan te duiden.
Nous
Nous betekent hier ‘wij’ in ‘Nous devons encore mesurer le riz’. Het verwijst naar de twee personen die samen nog iets moeten doen. Je gebruikt ‘nous’ als expliciet onderwerp voor ‘wij’.
devons
Devons betekent hier ‘moeten’ in ‘Nous devons encore mesurer le riz’. De vorm komt van devoir en drukt de noodzakelijke volgende handeling uit. Je gebruikt ‘devoir’ gevolgd door een infinitief, zoals ‘devons mesurer’.
encore
Encore betekent hier ‘nog’ in ‘Nous devons encore mesurer le riz’. Het laat zien dat het meten nog niet is gebeurd en nog moet gebeuren. Je gebruikt ‘encore’ om een handeling aan te duiden die tot nu toe niet voltooid is.
mesurer
Mesurer betekent hier ‘meten’ of ‘afmeten’ in ‘mesurer le riz’. Het gaat om de hoeveelheid rijst bepalen die nodig is. Na ‘devons’ staat ‘mesurer’ als infinitief; je kunt het gebruiken met een object zoals ‘mesurer le riz’.
riz
Riz betekent hier ‘rijst’ in ‘mesurer le riz’. Het is het product waarvan de hoeveelheid voor het koken bepaald moet worden. Je gebruikt ‘riz’ voor rijst als ingrediënt of voedsel.
assez
Assez betekent hier ‘genoeg’ in ‘assez de riz’. Het geeft aan dat de hoeveelheid rijst voldoende moet zijn. Je gebruikt het patroon ‘assez de’ vóór een zelfstandig naamwoord.
pour
Pour betekent hier ‘voor’ in ‘pour quatre personnes’ en geeft aan voor wie de hoeveelheid rijst bedoeld is. Het verbindt de hoeveelheid met de vier personen. Je gebruikt ‘pour’ om een doel of begunstigde aan te geven.
personnes
Personnes betekent hier ‘mensen’ of ‘personen’ in ‘pour quatre personnes’. Het geeft aan voor hoeveel eters de rijst wordt afgemeten. Je gebruikt ‘personnes’ na een getal om het aantal personen te noemen.
quand
Quand betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in ‘quand je serai de retour’. Het introduceert het moment waarop de spreker de rijst zal afmeten. Je gebruikt ‘quand’ om een tijdstip of voorwaarde in verband met tijd aan te geven.
serai
Serai betekent hier ‘zal zijn’ in ‘quand je serai de retour’. De vorm komt van être en beschrijft de toekomstige toestand van de spreker bij terugkomst. Je gebruikt ‘serai’ in een tijdsbepaling zoals ‘quand je serai…’.
retour
Retour betekent hier ‘terug’ in de vaste uitdrukking ‘être de retour’, die ‘terug zijn’ betekent. In ‘quand je serai de retour’ geeft het aan dat de spreker teruggekomen zal zijn. Je gebruikt ‘de retour’ om terugkeer naar een plaats of situatie te beschrijven.