Het appartement controleren voor vertrek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults check the stove, windows, door, and lights before leaving the apartment..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Het appartement controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Avant de partir, nous devrions vérifier l’appartement.

Avã duh partí, noe duhvriejõ veerifiee la-partəmã. Voordat we weggaan, moeten we het appartement controleren.
B

J’ai déjà éteint la cuisinière.

Zjè deezjaa eetẽ la kwiezin-jèr. Ik heb het fornuis al uitgezet.
A

Est-ce que toutes les fenêtres sont fermées ?

Ès kuh toet lè fuh-nètr sõ fèrmée? Zijn alle ramen dicht?
B

La fenêtre de la chambre est encore ouverte.

La fuh-nètr duh la sjãbr è ãkoor oevèrt. Het slaapkamerraam staat nog open.
A

Je vais la fermer et verrouiller la porte du balcon.

Zjuh vè la fèrmée ee vèroeyee la poort duu balkõ. Ik doe het dicht en doe de balkondeur op slot.
B

Les lumières du couloir sont encore allumées.

Lè luumjèr duu koelwaar sõ ãkoor aluume. De lampen in de gang staan nog aan.
B

Alors, je vais les éteindre.

Aloor, zjuh vè lèz eetẽdr. Dus doe ik ze uit.
A

Ça devrait être tout.

Saa duhvrè ètruh toe. Dat zou alles moeten zijn.
B

Allons-y avant qu’il soit trop tard.

Alõ-zie avã kiel swaa troo taar. Laten we gaan voordat het te laat wordt.

Uitleg van de zinnen

  1. Avant de partir, nous devrions vérifier l’appartement.

    Voordat we weggaan, moeten we het appartement controleren.

    Avant de partir
    voordat we vertrekken
    nous devrions
    we zouden moeten
    vérifier
    controleren
    l’appartement
    het appartement
    Uitgebreide uitleg

    Avant de partir gebruikt de vaste Franse structuur avant de + infinitief: “voordat …”. Partir is het werkwoord “vertrekken/weggaan”. Het niet-uitgedrukte onderwerp van partir wordt hier normaal begrepen als hetzelfde als het onderwerp van de hoofdzin: nous (“wij”). Nous devrions bestaat uit nous (“wij”) en de conditionnel présent van devoir (“moeten”). De vorm devrions hoort bij nous; het is niet de tegenwoordige tijd devons. In deze zin drukt de conditionnel een aanbeveling of verplichting met de betekenis “we zouden moeten” uit. Andere vormen zijn bijvoorbeeld je devrais (“ik zou moeten”) en vous devriez (“jullie/u zouden moeten”). Vérifier betekent hier “controleren” of “nakijken”. Het is een infinitief en volgt op devrions: na devoir staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Nous devrions vérifier la porte. — “We zouden de deur moeten controleren.” L’appartement betekent “het appartement”. L’ is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinkerklank; het vervangt in deze context le. Het zelfstandig naamwoord is appartement, niet l’ afzonderlijk. Samen geeft Avant de partir, nous devrions vérifier l’appartement de betekenis: “Voordat we weggaan, zouden we het appartement moeten controleren.” De eerste woordgroep geeft aan wanneer de handeling moet plaatsvinden; nous devrions drukt de aanbeveling uit, en vérifier l’appartement benoemt de aanbevolen handeling en haar object.

  2. J’ai déjà éteint la cuisinière.

    Ik heb het fornuis al uitgezet.

    J’ai
    ik heb
    déjà
    al
    éteint
    uitgezet
    cuisinière
    fornuis
    Uitgebreide uitleg

    J’ai bevat het onderwerp je (“ik”) en de tegenwoordige tijd van avoir (“hebben”): j’ai is de eerste persoon enkelvoud. De klinkerbotsing zorgt voor de elisie van je vóór ai; daarom staat er j’ai, niet je ai. Samen met een voltooid deelwoord vormt j’ai hier de passé composé. déjà betekent hier “al” en geeft aan dat de handeling op het relevante moment voltooid is. Het woord kan in andere zinnen ook vóór of na een ander zinsdeel staan, maar in deze zin versterkt het de betekenis van de voltooide handeling. éteint is het voltooid deelwoord van éteindre (“uitzetten”, bijvoorbeeld van een apparaat). De keten is éteindre → éteint; dit is geen regelmatig deelwoord op -é. In j’ai éteint staat het bij de hulpwerkwoordconstructie met avoir en beschrijft het een afgeronde handeling. Vergelijk bijvoorbeeld: J’ai éteint la lampe. — “Ik heb de lamp uitgezet.” la cuisinière betekent hier “het fornuis”. Cuisinière is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; la markeert hier de bepaalde vorm. Het woord kan afhankelijk van de context ook een vrouwelijke kok aanduiden, maar in deze zin maakt de combinatie met éteint en de vaste vertaling duidelijk dat het om het fornuis gaat. De opbouw is J’ai + déjà + éteint + la cuisinière: “Ik heb” + “al” + “uitgezet” + “het fornuis”. De hele zin betekent dus: “Ik heb het fornuis al uitgezet.”

  3. Est-ce que toutes les fenêtres sont fermées ?

    Zijn alle ramen dicht?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    toutes
    allemaal
    fenêtres
    ramen
    sont
    zijn
    fermées
    dicht
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que leidt in het Frans een ja-neevraag in zonder de betekenis van het daaropvolgende werkwoord zelf te dragen. Het is een vaste vraagconstructie: Est-ce que ... ? = “...?” of “Is het zo dat ...?” toutes betekent hier “alle” en staat in de vrouwelijke meervoudsvorm, omdat het verwijst naar fenêtres, een vrouwelijk meervoud. De vormen zijn tout (mannelijk enkelvoud), toute (vrouwelijk enkelvoud), tous (mannelijk meervoud) en toutes (vrouwelijk meervoud). Voorbeeld: Toutes les portes sont ouvertes. = “Alle deuren staan open.” fenêtres is het meervoud van fenêtre, “raam”. Het lidwoord les en de vorm fenêtres maken hier duidelijk dat het om meerdere, bepaalde ramen gaat. Voorbeeld: La fenêtre est ouverte. = “Het raam staat open.” sont is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) in de derde persoon meervoud: ils/elles sont. In deze zin koppelt het werkwoord het onderwerp aan een toestand. Voorbeeld: Les portes sont fermées. = “De deuren zijn dicht.” fermées beschrijft de toestand “dicht” of “gesloten”. Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van fermé, in overeenstemming met fenêtres; de uitgang -es markeert hier vrouwelijk meervoud. Het werkwoord fermer betekent “sluiten”, terwijl fermées in deze zin de resulterende toestand beschrijft. Voorbeeld: La porte est fermée. = “De deur is dicht.” Samen vormen de delen Est-ce que + toutes les fenêtres + sont fermées de vraag: “Zijn alle ramen dicht?” De vraag gebruikt être met het onderwerp toutes les fenêtres en het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord fermées, dat daarmee in vrouwelijk meervoud overeenkomt.

  4. La fenêtre de la chambre est encore ouverte.

    Het slaapkamerraam staat nog open.

    fenêtre
    raam
    chambre
    slaapkamer
    est
    is
    encore
    nog
    ouverte
    open
    Uitgebreide uitleg

    fenêtre betekent hier “raam”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une fenêtre = “een raam”, la fenêtre = “het raam”. Het meervoud is les fenêtres; dat zie je ook in de vorige zin. Voorbeeld: La fenêtre est fermée. = “Het raam is dicht.” chambre betekent “slaapkamer”. In de la chambre geeft het aan bij welke ruimte het raam hoort: letterlijk “van de slaapkamer”. chambre is vrouwelijk, vandaar la in de la chambre. Voorbeeld: La porte de la chambre est ouverte. = “De slaapkamerdeur staat open.” est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud. In deze zin verbindt het het onderwerp la fenêtre met de toestand ouverte. Frans gebruikt hier dus letterlijk “is open”, terwijl het Nederlands natuurlijk “staat open” zegt. Voorbeeld: La porte est fermée. = “De deur is dicht.” encore betekent hier “nog”: de toestand duurt op dit moment voort. Het staat vóór ouverte, maar het hoort qua betekenis bij de hele toestand “nog open zijn”. Voorbeeld: La fenêtre est encore fermée. = “Het raam is nog dicht.” ouverte is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van ouvert, het voltooid deelwoord en bijvoeglijk gebruikte vorm van ouvrir (“openen”). De vorm past zich hier aan la fenêtre aan: ouverte voor vrouwelijk enkelvoud, ouvert voor mannelijk enkelvoud, bijvoorbeeld un portail ouvert = “een open poort”. Het bijvoeglijke element beschrijft hier de toestand van het raam; het betekent niet dat het raam zelf de handeling van openen uitvoert. Samen vormen La fenêtre de la chambre het onderwerp: “het raam van de slaapkamer”. est encore ouverte zegt dat dit raam nog open is. De volledige betekenis is daarom: “Het slaapkamerraam staat nog open.”

  5. Je vais la fermer et verrouiller la porte du balcon.

    Ik doe het dicht en doe de balkondeur op slot.

    Je vais
    ik ga
    fermer
    sluiten; dichtdoen
    verrouiller
    op slot doen; vergrendelen
    porte
    deur
    balcon
    balkon
    Uitgebreide uitleg

    Je vais vormt hier samen met een daaropvolgend werkwoord de nabije toekomst: aller + infinitief. vais is de vorm van aller voor de eerste persoon enkelvoud; je vais fermer betekent dus “ik ga sluiten” of “ik zal binnenkort sluiten”. Voorbeeld: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” fermer is het infinitief en betekent hier iets sluiten of dichtdoen. Het kan bijvoorbeeld over een deur, raam of kast gaan. Het tegengestelde is ouvrir (“openen”). In deze zin staat het na vais, binnen de constructie voor de nabije toekomst. verrouiller betekent met een slot vergrendelen, dus “op slot doen”. Het is specifieker dan fermer: iets kan gesloten zijn zonder vergrendeld te zijn. Voorbeeld: Je verrouille la porte. — “Ik doe de deur op slot.” Na et blijft het onderwerp hetzelfde en staat ook dit werkwoord in de infinitief: vais fermer et verrouiller. porte is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “deur”. In la porte is la het bepaald lidwoord bij dit vrouwelijke enkelvoudige woord. De vorm la vóór fermer is een voornaamwoordelijk lijdend voorwerp en verwijst hier naar de deur. Frans kan zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord plaatsen: Je la ferme. — “Ik doe de deur dicht.” balcon betekent “balkon”. In la porte du balcon specificeert du balcon welke deur bedoeld is: letterlijk “de deur van het balkon”, hier natuurlijk “de balkondeur”. du is de samentrekking van de en le. De zin wordt zo opgebouwd: Je vais la fermer = “Ik ga de deur dichtdoen”, waarbij la naar de deur verwijst; et verrouiller la porte du balcon = “en de balkondeur op slot doen”. Samen betekent de uiting: “Ik doe het dicht en doe de balkondeur op slot.” De twee handelingen hebben hetzelfde onderwerp, je; de eerste noemt het voorwerp met het voornaamwoord la, terwijl de deur in het tweede deel volledig wordt genoemd.

  6. Les lumières du couloir sont encore allumées.

    De lampen in de gang staan nog aan.

    lumières
    lampen; lichten
    couloir
    gang
    sont
    zijn
    encore
    nog
    allumées
    aan; verlicht
    Uitgebreide uitleg

    lumières betekent hier “lampen/lichten”. Het is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord lumière. Daarom staat het lidwoord in Les lumières ook in het meervoud; les is hier een bepaald meervoudig lidwoord. couloir betekent “gang”. In du couloir betekent du “van de”: het is de samensmelting van de + le. De woordgroep les lumières du couloir betekent dus “de lampen van/in de gang”. sont is de derde persoon meervoud van être (“zijn”): je suis, tu es, il/elle est, nous sommes, vous êtes, ils/elles sont. Hier hoort het bij les lumières, dat meervoud is. encore betekent hier “nog” en geeft aan dat de toestand voortduurt. Bijvoorbeeld: La porte est encore ouverte. — “De deur staat nog open.” allumées betekent hier “aan” of “verlicht”. De basisvorm is allumé; dit is de vrouwelijke meervoudsvorm, omdat het betrekking heeft op lumières (vrouwelijk meervoud). Het tegengestelde werkwoord is éteindre (“uitdoen”); bijvoorbeeld: J’éteins la lumière. — “Ik doe het licht uit.” Samen vormen de delen Les lumières du couloir (“de lampen in de gang”), sont (“zijn”), encore (“nog”) en allumées (“aan”) de betekenis: “De lampen in de gang staan nog aan.”

  7. Alors, je vais les éteindre.

    Dus doe ik ze uit.

    Alors
    dus
    je vais
    ik ga
    les
    ze
    éteindre
    uitdoen
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dus” en verbindt deze conclusie met de voorafgaande situatie. Het kan ook “toen” betekenen, maar die tijdsbetekenis past hier niet. je vais bestaat uit je (“ik”) en de vervoegde vorm vais van aller (“gaan”): je vais. Samen met een infinitief vormt dit in het Frans de nabije toekomst: je vais éteindre = “ik ga uitdoen” of “ik zal uitdoen”. De vorm vais hoort bij de eerste persoon enkelvoud; bij een andere persoon verandert het werkwoord, bijvoorbeeld tu vas éteindre = “jij gaat uitdoen”. les is hier een meervoudig lijdendvoorwerpspronomen: “ze” of “hen”. In deze context verwijst het naar de lampen die eerder genoemd zijn. In de constructie met de nabije toekomst staat het voor de infinitief: je vais les éteindre. éteindre is de infinitief “uitdoen”, hier in de betekenis van een licht uitschakelen. Het is het werkwoord dat na aller in de constructie van de nabije toekomst staat. Het tegenovergestelde is allumer (“aanzetten”): Je vais allumer la lampe. = “Ik ga de lamp aandoen.” Samen vormen Alors + je vais + les + éteindre de betekenis: “Dus ga ik ze uitdoen.” Alors markeert de gevolgtrekking, je vais éteindre geeft de nabije toekomstige handeling aan, en les vervangt het meervoudige lijdend voorwerp, namelijk de lampen.

  8. Ça devrait être tout.

    Dat zou alles moeten zijn.

    Ça devrait
    Dat zou moeten
    être
    zijn
    tout
    alles
    Uitgebreide uitleg

    Ça devrait betekent hier “dat zou moeten”. Ça is een aanwijzend voornaamwoord dat als onderwerp staat; in deze zin wordt niet nader bepaald waarnaar het verwijst. Devrait is de vorm van devoir voor de derde persoon enkelvoud in de conditionnel présent. In combinatie met een infinitief drukt devoir hier een verwachting of waarschijnlijke conclusie uit: “zou moeten”. De voorwaardelijke vorm maakt de uitspraak minder absoluut dan ça doit être (“dat moet zijn”). Voorbeeld: Ça devrait fonctionner. — “Dat zou moeten werken.” Hier staat dezelfde constructie vóór de infinitief fonctionner. Être betekent “zijn”. Het is de infinitief van être en staat na devrait; na een vervoegde vorm van devoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief. Vergelijk: Ça doit être simple.` — “Dat moet eenvoudig zijn.” Tout betekent hier “alles”. Het is in deze zin een zelfstandig gebruikt voornaamwoord en verwijst naar het geheel van wat relevant is; de zin specificeert niet afzonderlijk waaruit dat geheel bestaat. Als bijvoeglijk woord past de vorm zich wel aan het zelfstandig naamwoord aan, bijvoorbeeld tout le travail (“al het werk”) en toute la journée (“de hele dag”), maar in être tout is tout zelfstandig gebruikt. Samen vormen de delen Ça devrait être tout: “Dat zou alles moeten zijn.” De zin presenteert “alles” als de verwachte volledige omvang van wat bedoeld wordt, zonder die inhoud verder te benoemen.

  9. Allons-y avant qu’il soit trop tard.

    Laten we gaan voordat het te laat wordt.

    Allons-y
    Laten we gaan
    avant qu’il soit
    voordat het is
    trop tard
    te laat
    Uitgebreide uitleg

    Allons-y betekent hier “laten we gaan”. Allons is de gebiedende wijs in de eerste persoon meervoud van aller (“gaan”). Deze vorm ziet er hetzelfde uit als de tegenwoordige-tijdsvorm bij nous, maar functioneert hier als aansporing. y is een voornaamwoordelijk bijwoord met de betekenis “daar” of “ernaartoe”; de precieze bestemming wordt in deze zin niet genoemd. Voorbeeld: Allons-y ! — “Laten we gaan!” avant qu’il soit betekent hier “voordat het is”. Na avant que gebruikt het Frans normaal de subjonctif. soit is daarom de subjonctif présent van être bij il, niet de indicatief est. In deze zin is il het onpersoonlijke “het” uit de uitdrukking il est trop tard, niet een specifiek genoemde persoon. Voorbeeld: Pars avant qu’il soit trop tard. — “Vertrek voordat het te laat is.” trop tard betekent “te laat”. tard is een bijwoord van tijd en verandert hier niet van vorm. trop geeft aan dat het tijdstip later is dan wenselijk. Het tegenovergestelde van tard is tôt (“vroeg”): Il est tôt. — “Het is vroeg.” De zin bestaat uit de aansporing Allons-y en de tijdsbepaling avant qu’il soit trop tard. Samen betekent hij: “Laten we gaan voordat het te laat wordt.” De vorm soit staat in de subjonctif omdat hij volgt op avant que.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de partir, nous devrions vérifier l'appartement.

Avã duh partí, noe duhvriejõ veerifiee la-partəmã.

Voordat we vertrekken, zouden we het appartement moeten controleren.

Na avant de gebruik je een infinitief als het onderwerp hetzelfde blijft.

devoir au conditionnel présent

Nous devrions fermer et verrouiller la porte.

Noe duhvriejõ fèrmée ee vèroeyee la poort.

We zouden de deur moeten sluiten en op slot doen.

devrions drukt een advies of voorzichtige verplichting uit: ‘zouden moeten’.

Frans woordenschat

appartement zelfstandig naamwoord
apartəmã appartement
avant voorzetsel
avã voordat
chambre zelfstandig naamwoord
sjãbr slaapkamer
cuisinière zelfstandig naamwoord
kwiezin-jèr fornuis
déjà bijwoord
deezjaa al
devrions werkwoord
duhvriejõ zouden moeten
éteint werkwoord
eetẽ uitgezet
fenêtre zelfstandig naamwoord
fuh-nètr raam fenêtres
fermées bijvoeglijk naamwoord
fèrmée gesloten
partir werkwoord
partí vertrekken
toutes bepaler
toet alle
vérifier werkwoord
veerifiee controleren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het fornuis al uitgezet.

Antwoord tonenJ’ai déjà éteint la cuisinière.

Dus doe ik ze uit.

Antwoord tonenAlors, je vais les éteindre.

Dat zou alles moeten zijn.

Antwoord tonenÇa devrait être tout.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voordat

Antwoord tonenavant

alle

Antwoord tonentoutes

zouden moeten

Antwoord tonendevrions

uitgezet

Antwoord tonenéteint