Het appartement controleren voor vertrek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults check the stove, windows, door, and lights before leaving the apartment..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Het appartement controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Avant de partir, nous devrions vérifier l’appartement.

Avã duh partí, noe duhvriejõ veerifiee la-partəmã. Voordat we weggaan, moeten we het appartement controleren.
B

J’ai déjà éteint la cuisinière.

Zjè deezjaa eetẽ la kwiezin-jèr. Ik heb het fornuis al uitgezet.
A

Est-ce que toutes les fenêtres sont fermées ?

Ès kuh toet lè fuh-nètr sõ fèrmée? Zijn alle ramen dicht?
B

La fenêtre de la chambre est encore ouverte.

La fuh-nètr duh la sjãbr è ãkoor oevèrt. Het slaapkamerraam staat nog open.
A

Je vais la fermer et verrouiller la porte du balcon.

Zjuh vè la fèrmée ee vèroeyee la poort duu balkõ. Ik doe het dicht en doe de balkondeur op slot.
B

Les lumières du couloir sont encore allumées.

Lè luumjèr duu koelwaar sõ ãkoor aluume. De lampen in de gang staan nog aan.
B

Alors, je vais les éteindre.

Aloor, zjuh vè lèz eetẽdr. Dus doe ik ze uit.
A

Ça devrait être tout.

Saa duhvrè ètruh toe. Dat zou alles moeten zijn.
B

Allons-y avant qu’il soit trop tard.

Alõ-zie avã kiel swaa troo taar. Laten we gaan voordat het te laat wordt.

Woord voor woord

Avant Avant betekent in «Avant de partir» ‘voordat’: het plaatst het vertrek vóór de controle. In dit patroon staat avant vóór de combinatie de + infinitief.
de De maakt in «Avant de partir» van partir een infinitiefconstructie met de betekenis ‘voordat we vertrekken’. In «avant de + infinitief» staat de dus vóór de handeling.
partir Partir is de infinitief voor ‘vertrekken’ in «Avant de partir». Na avant de benoemt deze vorm de handeling die nog moet plaatsvinden.
nous Nous is het onderwerp ‘wij’ in «nous devrions vérifier l’appartement»; het verwijst naar de twee mensen die samen controleren. Je gebruikt nous als onderwerp voor een gezamenlijke handeling.
devrions De vorm «devrions» betekent hier ‘zouden moeten’ en drukt een aanbeveling uit. Het is een vorm van devoir en staat vóór de infinitief «vérifier» in «nous devrions vérifier l’appartement».
vérifier Vérifier is de infinitief ‘controleren’ in «vérifier l’appartement». Het directe object staat er meteen achter en benoemt wat gecontroleerd moet worden.
l’appartement «l’appartement» betekent hier ‘het appartement’, het object dat gecontroleerd moet worden in «vérifier l’appartement». L’ is de verkorte vorm van het lidwoord vóór een klinker.
J’ai «J’ai» betekent ‘ik heb’ in «J’ai déjà éteint la cuisinière». Je en ai vormen samen het onderwerp en het hulpwerkwoord voor de afgeronde handeling.
déjà Déjà geeft in «J’ai déjà éteint la cuisinière» aan dat het uitzetten al gebeurd is. Het staat vóór de voltooide handeling en is bruikbaar om aan te geven dat iets eerder is gedaan.
éteint Éteint betekent hier ‘uitgezet’ in «éteint la cuisinière». Het is het voltooid deelwoord van éteindre en hoort bij de afgeronde handeling na «J’ai déjà».
la «la» is het bepaald lidwoord vóór «cuisinière» in «la cuisinière» en betekent daar ‘de’. Dezelfde vorm verschijnt aan het begin van «La fenêtre de la chambre» als «La».
cuisinière Cuisinière betekent hier ‘fornuis’ in «la cuisinière», het apparaat dat al is uitgezet. Met la vormt het de naamwoordgroep voor dat apparaat.
Est-ce que «Est-ce que» is de vaste vraagconstructie in «Est-ce que toutes les fenêtres sont fermées ?» en maakt hiervan een ja-neevraag. «Est-ce» zet de vraagvorm in en «que» leidt de daaropvolgende mededeling «toutes les fenêtres sont fermées» in.
toutes Toutes betekent hier ‘alle’ in «toutes les fenêtres». De vorm verwijst naar de volledige groep ramen en sluit aan bij het meervoudige naamwoord «fenêtres».
les «les» is in «les fenêtres» het meervoudige bepaalde lidwoord en betekent hier ‘de’. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord «fenêtres».
fenêtres Fenêtres betekent ‘ramen’ in «toutes les fenêtres». Het is de meervoudsvorm van fenêtre en verwijst hier naar alle ramen die gecontroleerd worden.
sont Sont betekent ‘zijn’ in «sont fermées». Het is de vorm van être bij het meervoudige onderwerp «toutes les fenêtres».
fermées Fermées beschrijft in «toutes les fenêtres sont fermées» dat de ramen dicht zijn. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke meervoud «fenêtres».
fenêtre Fenêtre betekent ‘raam’ in «La fenêtre de la chambre». De vorm is enkelvoud, omdat hier één slaapkamerraam wordt genoemd.
chambre Chambre betekent hier ‘slaapkamer’ in «la chambre»; samen met fenêtre specificeert het welk raam bedoeld is. De combinatie «la fenêtre de la chambre» is bruikbaar om een raam aan een kamer te koppelen.
est Est betekent ‘is’ in «est encore ouverte». Het is de vorm van être bij het enkelvoudige onderwerp «La fenêtre».
encore Encore betekent hier ‘nog’ in «est encore ouverte»: de toestand duurt op dat moment voort. Het staat vóór «ouverte» om aan te geven dat het raam nog open is.
ouverte Ouverte beschrijft in «La fenêtre de la chambre est encore ouverte» de toestand ‘open’. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke enkelvoud «fenêtre».
Je Je is het onderwerp ‘ik’ in «Je vais la fermer». Het verwijst naar degene die het raam zal sluiten en staat vóór «vais».
vais Vais betekent hier niet simpelweg ‘ga’, maar helpt in «Je vais la fermer» om de nabije toekomstige handeling ‘ik ga haar sluiten’ uit te drukken. Het is een vorm van aller en staat vóór de infinitief «fermer».
fermer Fermer is de infinitief ‘sluiten’ in «la fermer». Het volgt op «vais» en «la» staat ervoor als verwijzing naar het raam.
et Et verbindt de twee handelingen in «la fermer et verrouiller la porte du balcon». Het betekent ‘en’ en voegt de tweede actie toe zonder contrast.
verrouiller Verrouiller betekent ‘vergrendelen’ of ‘op slot doen’ in «verrouiller la porte du balcon». De infinitief staat na et en krijgt «la porte du balcon» als object.
porte Porte betekent ‘deur’ in «la porte du balcon». Met «du balcon» wordt aangegeven welke deur bedoeld is.
du Du betekent in «du balcon» ‘van het balkon’. Het is de samengevoegde vorm van de en le en staat vóór «balcon».
balcon Balcon betekent ‘balkon’ in «la porte du balcon». Het benoemt de plaats waartoe de deur behoort.
lumières Lumières betekent ‘lichten’ of ‘lampen’ in «Les lumières du couloir». De meervoudsvorm benoemt meerdere lichten en vormt later de verwijzing «les» in «je vais les éteindre».
couloir Couloir betekent ‘gang’ in «du couloir». De combinatie «les lumières du couloir» geeft aan dat het om de lichten in de gang gaat.
allumées Allumées betekent hier ‘aan’ of ‘brandend’ in «Les lumières du couloir sont encore allumées». De vorm sluit aan bij het vrouwelijke meervoud «lumières».
Alors Alors betekent hier ‘dus’ in «Alors, je vais les éteindre» en leidt de actie als gevolg van de vorige constatering in. Het kan in deze positie een vervolgstap in het gesprek inleiden.
éteindre Éteindre is de infinitief ‘uitdoen’ in «les éteindre». Het volgt op «vais» en neemt «les» als object: de lichten worden uitgezet.
Ça Ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ in «Ça devrait être tout» en verwijst naar de zojuist uitgevoerde controle. Als onderwerp staat het vóór «devrait».
devrait Devrait betekent hier ‘zou moeten’ in «Ça devrait être tout» en drukt een voorzichtige verwachting uit. Het is een vorm van devoir en staat vóór de infinitief «être».
être Être is de infinitief ‘zijn’ in «devrait être tout». Hij volgt op «devrait» en verbindt Ça met de verwachte conclusie «tout».
tout Tout betekent hier ‘alles’ in «Ça devrait être tout». Het vat de volledige controle en de genoemde punten samen.
Allons-y «Allons-y» is de vaste aansporing ‘laten we gaan’ in «Allons-y avant qu’il soit trop tard». «Allons» is de aansporende vorm van aller voor een gezamenlijke actie, en «y» voegt de richting ‘ernaartoe’ of ‘daarheen’ toe; samen vormen ze de uitdrukking.
qu’il «Qu’il» betekent hier ‘dat het’ in «avant qu’il soit trop tard» en bestaat uit que + il. Que leidt de bijzin in, terwijl il het onpersoonlijke onderwerp is in ‘het is te laat’.
soit Soit betekent hier ‘is’ in «qu’il soit trop tard». Het is de vorm van être die na «avant que» in deze bijzin staat; de zin betekent ‘voordat het te laat is’.
trop Trop betekent hier ‘te’ in «trop tard» en geeft aan dat het moment te laat zou zijn. Het staat vóór «tard».
tard Tard betekent ‘laat’ in «trop tard». Samen met «trop» vormt het de combinatie ‘te laat’, bijvoorbeeld als waarschuwing dat men moet vertrekken.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de partir, nous devrions vérifier l'appartement.

Avã duh partí, noe duhvriejõ veerifiee la-partəmã.

Voordat we vertrekken, zouden we het appartement moeten controleren.

Na avant de gebruik je een infinitief als het onderwerp hetzelfde blijft.

devoir au conditionnel présent

Nous devrions fermer et verrouiller la porte.

Noe duhvriejõ fèrmée ee vèroeyee la poort.

We zouden de deur moeten sluiten en op slot doen.

devrions drukt een advies of voorzichtige verplichting uit: ‘zouden moeten’.

Frans woordenschat

appartement zelfstandig naamwoord
apartəmã appartement
avant voorzetsel
avã voordat
chambre zelfstandig naamwoord
sjãbr slaapkamer
cuisinière zelfstandig naamwoord
kwiezin-jèr fornuis
déjà bijwoord
deezjaa al
devrions werkwoord
duhvriejõ zouden moeten
éteint werkwoord
eetẽ uitgezet
fenêtre zelfstandig naamwoord
fuh-nètr raam fenêtres
fermées bijvoeglijk naamwoord
fèrmée gesloten
partir werkwoord
partí vertrekken
toutes bepaler
toet alle
vérifier werkwoord
veerifiee controleren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het fornuis al uitgezet.

Antwoord tonenJ’ai déjà éteint la cuisinière.

Dus doe ik ze uit.

Antwoord tonenAlors, je vais les éteindre.

Dat zou alles moeten zijn.

Antwoord tonenÇa devrait être tout.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voordat

Antwoord tonenavant

alle

Antwoord tonentoutes

zouden moeten

Antwoord tonendevrions

uitgezet

Antwoord tonenéteint