Avant
Avant betekent in «Avant de partir» ‘voordat’: het plaatst het vertrek vóór de controle. In dit patroon staat avant vóór de combinatie de + infinitief.
de
De maakt in «Avant de partir» van partir een infinitiefconstructie met de betekenis ‘voordat we vertrekken’. In «avant de + infinitief» staat de dus vóór de handeling.
partir
Partir is de infinitief voor ‘vertrekken’ in «Avant de partir». Na avant de benoemt deze vorm de handeling die nog moet plaatsvinden.
nous
Nous is het onderwerp ‘wij’ in «nous devrions vérifier l’appartement»; het verwijst naar de twee mensen die samen controleren. Je gebruikt nous als onderwerp voor een gezamenlijke handeling.
devrions
De vorm «devrions» betekent hier ‘zouden moeten’ en drukt een aanbeveling uit. Het is een vorm van devoir en staat vóór de infinitief «vérifier» in «nous devrions vérifier l’appartement».
vérifier
Vérifier is de infinitief ‘controleren’ in «vérifier l’appartement». Het directe object staat er meteen achter en benoemt wat gecontroleerd moet worden.
l’appartement
«l’appartement» betekent hier ‘het appartement’, het object dat gecontroleerd moet worden in «vérifier l’appartement». L’ is de verkorte vorm van het lidwoord vóór een klinker.
J’ai
«J’ai» betekent ‘ik heb’ in «J’ai déjà éteint la cuisinière». Je en ai vormen samen het onderwerp en het hulpwerkwoord voor de afgeronde handeling.
déjà
Déjà geeft in «J’ai déjà éteint la cuisinière» aan dat het uitzetten al gebeurd is. Het staat vóór de voltooide handeling en is bruikbaar om aan te geven dat iets eerder is gedaan.
éteint
Éteint betekent hier ‘uitgezet’ in «éteint la cuisinière». Het is het voltooid deelwoord van éteindre en hoort bij de afgeronde handeling na «J’ai déjà».
la
«la» is het bepaald lidwoord vóór «cuisinière» in «la cuisinière» en betekent daar ‘de’. Dezelfde vorm verschijnt aan het begin van «La fenêtre de la chambre» als «La».
cuisinière
Cuisinière betekent hier ‘fornuis’ in «la cuisinière», het apparaat dat al is uitgezet. Met la vormt het de naamwoordgroep voor dat apparaat.
Est-ce que
«Est-ce que» is de vaste vraagconstructie in «Est-ce que toutes les fenêtres sont fermées ?» en maakt hiervan een ja-neevraag. «Est-ce» zet de vraagvorm in en «que» leidt de daaropvolgende mededeling «toutes les fenêtres sont fermées» in.
toutes
Toutes betekent hier ‘alle’ in «toutes les fenêtres». De vorm verwijst naar de volledige groep ramen en sluit aan bij het meervoudige naamwoord «fenêtres».
les
«les» is in «les fenêtres» het meervoudige bepaalde lidwoord en betekent hier ‘de’. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord «fenêtres».
fenêtres
Fenêtres betekent ‘ramen’ in «toutes les fenêtres». Het is de meervoudsvorm van fenêtre en verwijst hier naar alle ramen die gecontroleerd worden.
sont
Sont betekent ‘zijn’ in «sont fermées». Het is de vorm van être bij het meervoudige onderwerp «toutes les fenêtres».
fermées
Fermées beschrijft in «toutes les fenêtres sont fermées» dat de ramen dicht zijn. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke meervoud «fenêtres».
fenêtre
Fenêtre betekent ‘raam’ in «La fenêtre de la chambre». De vorm is enkelvoud, omdat hier één slaapkamerraam wordt genoemd.
chambre
Chambre betekent hier ‘slaapkamer’ in «la chambre»; samen met fenêtre specificeert het welk raam bedoeld is. De combinatie «la fenêtre de la chambre» is bruikbaar om een raam aan een kamer te koppelen.
est
Est betekent ‘is’ in «est encore ouverte». Het is de vorm van être bij het enkelvoudige onderwerp «La fenêtre».
encore
Encore betekent hier ‘nog’ in «est encore ouverte»: de toestand duurt op dat moment voort. Het staat vóór «ouverte» om aan te geven dat het raam nog open is.
ouverte
Ouverte beschrijft in «La fenêtre de la chambre est encore ouverte» de toestand ‘open’. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke enkelvoud «fenêtre».
Je
Je is het onderwerp ‘ik’ in «Je vais la fermer». Het verwijst naar degene die het raam zal sluiten en staat vóór «vais».
vais
Vais betekent hier niet simpelweg ‘ga’, maar helpt in «Je vais la fermer» om de nabije toekomstige handeling ‘ik ga haar sluiten’ uit te drukken. Het is een vorm van aller en staat vóór de infinitief «fermer».
fermer
Fermer is de infinitief ‘sluiten’ in «la fermer». Het volgt op «vais» en «la» staat ervoor als verwijzing naar het raam.
et
Et verbindt de twee handelingen in «la fermer et verrouiller la porte du balcon». Het betekent ‘en’ en voegt de tweede actie toe zonder contrast.
verrouiller
Verrouiller betekent ‘vergrendelen’ of ‘op slot doen’ in «verrouiller la porte du balcon». De infinitief staat na et en krijgt «la porte du balcon» als object.
porte
Porte betekent ‘deur’ in «la porte du balcon». Met «du balcon» wordt aangegeven welke deur bedoeld is.
du
Du betekent in «du balcon» ‘van het balkon’. Het is de samengevoegde vorm van de en le en staat vóór «balcon».
balcon
Balcon betekent ‘balkon’ in «la porte du balcon». Het benoemt de plaats waartoe de deur behoort.
lumières
Lumières betekent ‘lichten’ of ‘lampen’ in «Les lumières du couloir». De meervoudsvorm benoemt meerdere lichten en vormt later de verwijzing «les» in «je vais les éteindre».
couloir
Couloir betekent ‘gang’ in «du couloir». De combinatie «les lumières du couloir» geeft aan dat het om de lichten in de gang gaat.
allumées
Allumées betekent hier ‘aan’ of ‘brandend’ in «Les lumières du couloir sont encore allumées». De vorm sluit aan bij het vrouwelijke meervoud «lumières».
Alors
Alors betekent hier ‘dus’ in «Alors, je vais les éteindre» en leidt de actie als gevolg van de vorige constatering in. Het kan in deze positie een vervolgstap in het gesprek inleiden.
éteindre
Éteindre is de infinitief ‘uitdoen’ in «les éteindre». Het volgt op «vais» en neemt «les» als object: de lichten worden uitgezet.
Ça
Ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ in «Ça devrait être tout» en verwijst naar de zojuist uitgevoerde controle. Als onderwerp staat het vóór «devrait».
devrait
Devrait betekent hier ‘zou moeten’ in «Ça devrait être tout» en drukt een voorzichtige verwachting uit. Het is een vorm van devoir en staat vóór de infinitief «être».
être
Être is de infinitief ‘zijn’ in «devrait être tout». Hij volgt op «devrait» en verbindt Ça met de verwachte conclusie «tout».
tout
Tout betekent hier ‘alles’ in «Ça devrait être tout». Het vat de volledige controle en de genoemde punten samen.
Allons-y
«Allons-y» is de vaste aansporing ‘laten we gaan’ in «Allons-y avant qu’il soit trop tard». «Allons» is de aansporende vorm van aller voor een gezamenlijke actie, en «y» voegt de richting ‘ernaartoe’ of ‘daarheen’ toe; samen vormen ze de uitdrukking.
qu’il
«Qu’il» betekent hier ‘dat het’ in «avant qu’il soit trop tard» en bestaat uit que + il. Que leidt de bijzin in, terwijl il het onpersoonlijke onderwerp is in ‘het is te laat’.
soit
Soit betekent hier ‘is’ in «qu’il soit trop tard». Het is de vorm van être die na «avant que» in deze bijzin staat; de zin betekent ‘voordat het te laat is’.
trop
Trop betekent hier ‘te’ in «trop tard» en geeft aan dat het moment te laat zou zijn. Het staat vóór «tard».
tard
Tard betekent ‘laat’ in «trop tard». Samen met «trop» vormt het de combinatie ‘te laat’, bijvoorbeeld als waarschuwing dat men moet vertrekken.