Een rustige kamer kiezen om te studeren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults compare the kitchen and bedroom and choose the quieter room for studying..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een rustige kamer kiezen om te studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Quelle pièce dois-je utiliser pour étudier ?

kel pjès dwa zje uu-ti-li-zee poer ee-tuu-djee Welke kamer moet ik gebruiken om te studeren?
B

Et la chambre ou la cuisine ?

ee la sjambre oe la kwi-zien En de slaapkamer of de keuken?
A

La cuisine est plus lumineuse, mais elle devient bruyante.

la kwi-zien è pluu luu-mi-neuz, mè èl du-vjèn brüi-jant De keuken is lichter, maar het wordt er lawaaierig.
B

La chambre est plus calme et plus confortable.

la sjambre è pluu kalm ee pluu kon-fortabl De slaapkamer is stiller en comfortabeler.
A

J'ai besoin de me concentrer sans interruption.

zjee be-zwen de me kon-san-tree san-z en-te-rüp-sjon Ik moet me zonder onderbrekingen concentreren.
B

Alors, il est plus logique de choisir la chambre la plus calme.

a-lor il è pluu lo-zjiek de sjoa-zier la sjambre la pluu kalm Dan is het logischer om de stillere kamer te kiezen.
A

Je vais étudier dans la chambre aujourd'hui.

zje vè ee-tuu-djee dan la sjambre oo-zjoer-dwie Ik ga vandaag in de slaapkamer studeren.
B

Ferme la porte si le couloir devient bruyant.

fèrm la port sie le koe-lwaar du-vjèn brüi-jang Sluit de deur als het in de gang lawaaierig wordt.

Woord voor woord

Quelle « Quelle » betekent hier « welke » en hoort bij « pièce » in « Quelle pièce ». Het is een bruikbare vraagvorm: « Quelle + zelfstandig naamwoord » om naar een keuze te vragen.
pièce « pièce » betekent hier « kamer » of « ruimte », in « Quelle pièce dois-je utiliser ». Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een kamer die je voor een bepaalde activiteit kiest.
dois « dois » betekent hier « moet » in « dois-je utiliser » en komt van « devoir ». De vorm staat vóór een infinitief, zoals in « dois-je utiliser ».
je « je » is het onderwerp « ik » in « dois-je utiliser ». In een vraag staat het hier na het werkwoord in de omgekeerde volgorde « dois-je ».
utiliser « utiliser » betekent « gebruiken » in « utiliser pour étudier ». Het is een infinitief na « dois »; een bruikbaar patroon is « utiliser + iets ».
pour « pour » geeft hier het doel aan: « om te » in « pour étudier ». De combinatie « pour + infinitief » beschrijft waarvoor je iets doet.
étudier « étudier » betekent « studeren » in « pour étudier » en « vais étudier ». Het is een infinitief die na « pour » het doel aangeeft.
Et « Et » betekent hier « en » en leidt in « Et la chambre ou la cuisine ? » een andere mogelijkheid of vervolgvraag in. Je kunt het gebruiken om een extra optie ter sprake te brengen.
la « la » is hier het lidwoord bij « chambre » en « cuisine »: « la chambre » en « la cuisine ». Je gebruikt « la » vóór deze vrouwelijke enkelvoudige zelfstandige naamwoorden.
chambre « chambre » betekent hier « slaapkamer » in « la chambre ». De combinatie « la chambre » verwijst naar de slaapkamer als mogelijke studeerruimte.
ou « ou » betekent « of » en verbindt in « la chambre ou la cuisine » twee keuzemogelijkheden. Je gebruikt het tussen alternatieven.
cuisine « cuisine » betekent « keuken » in « la cuisine ». In « La cuisine est plus lumineuse » is de keuken het onderwerp van de beschrijving.
est « est » betekent « is » in « La cuisine est plus lumineuse » en « La chambre est plus calme ». Het verbindt de kamer met een beschrijving.
plus « plus » betekent in « plus lumineuse » en « plus confortable » « meer » en vormt een vergelijking. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord dat de sterkere eigenschap beschrijft.
lumineuse « lumineuse » betekent hier « helderder » of « lichter » in « plus lumineuse ». De vorm beschrijft « la cuisine »; in de dialoog wordt de keuken daarmee als helderder dan de andere optie beschreven.
mais « mais » betekent « maar » en verbindt in « mais elle devient bruyante » een tegenstelling. Het tweede deel geeft een nadeel van de helderdere keuken aan.
elle « elle » betekent hier « zij » of « ze » en verwijst in « elle devient bruyante » naar « la cuisine ». Het vervangt daar het eerder genoemde vrouwelijke onderwerp.
devient « devient » betekent « wordt » in « elle devient bruyante » en komt van « devenir ». Het beschrijft een verandering naar de toestand « bruyante ».
bruyante « bruyante » betekent « lawaaierig » in « elle devient bruyante ». Deze vorm beschrijft « la cuisine » en staat na « devient » als de nieuwe toestand.
calme « calme » betekent hier « rustig » of « stil » in « La chambre est plus calme ». In « plus calme » beschrijft het dat de slaapkamer rustiger is dan de andere mogelijkheid.
confortable « confortable » betekent « comfortabel » in « plus confortable ». Het staat na « plus » om de slaapkamer als comfortabeler te beschrijven.
J'ai besoin de « J'ai besoin de » betekent als geheel « ik heb ... nodig » in « J'ai besoin de me concentrer ». « J'ai » betekent letterlijk « ik heb », « besoin » benoemt de behoefte en « de » leidt datgene in wat nodig is; gebruik het patroon « J'ai besoin de + zelfstandig naamwoord of infinitief ».
me « me » betekent hier « me » of « mij » in « me concentrer » en verwijst naar de spreker. Het hoort bij de handeling « me concentrer », dus de spreker richt de handeling op zichzelf.
concentrer « concentrer » betekent hier « concentreren » in « me concentrer ». Na « J'ai besoin de » volgt deze infinitief; het patroon is « avoir besoin de se concentrer » wanneer iemand focus nodig heeft.
sans « sans » betekent « zonder » in « sans interruption ». Het leidt datgene in dat ontbreekt of vermeden wordt.
interruption « interruption » betekent « onderbreking » in « sans interruption ». De combinatie « sans interruption » beschrijft studeren of concentreren zonder onderbreking.
Alors « Alors » betekent hier « dan » of « dus » in « Alors, il est plus logique... ». Het verbindt de eerdere observatie met de daaruit volgende conclusie.
il « il » hoort in « il est plus logique de choisir » bij een onpersoonlijke formulering: « het is logischer om te kiezen ». Het verwijst hier niet naar een concrete man of een eerder genoemd zelfstandig naamwoord.
logique « logique » betekent « logisch » in « il est plus logique de choisir ». De constructie « il est logique de + infinitief » geeft aan dat een handeling verstandig of logisch lijkt.
choisir « choisir » betekent « kiezen » in « de choisir la chambre la plus calme ». Het is de infinitief na « de » en krijgt daarna het gekozen object « la chambre ».
vais « vais » betekent hier « ga » in « Je vais étudier » en komt van « aller ». Samen met « étudier » geeft « vais étudier » aan wat de spreker gaat doen.
dans « dans » betekent « in » en geeft in « dans la chambre » de plaats aan. Je gebruikt het vóór een plaats waar iemand zich bevindt of iets doet.
aujourd'hui « aujourd'hui » betekent « vandaag » in « Je vais étudier dans la chambre aujourd'hui ». Het geeft aan wanneer de studieactiviteit plaatsvindt.
Ferme « Ferme » betekent « sluit » in « Ferme la porte » en is hier een directe opdracht. De vorm staat aan het begin van de instructie en wordt gevolgd door wat gesloten moet worden.
porte « porte » betekent « deur » in « Ferme la porte ». In dit patroon is « la porte » het voorwerp van de opdracht: de deur moet gesloten worden.
si « si » betekent « als » in « si le couloir devient bruyant ». Het leidt een voorwaarde in waaronder de opdracht « Ferme la porte » geldt.
le « le » is hier het lidwoord bij « couloir » in « le couloir ». Je gebruikt « le » vóór dit mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord.
couloir « couloir » betekent « gang » in « le couloir devient bruyant ». De gang is daar het onderwerp dat lawaaierig wordt.
bruyant « bruyant » betekent « lawaaierig » in « le couloir devient bruyant ». Deze vorm beschrijft « le couloir » als de toestand waarin de gang verandert.

Grammatica

devoir + infinitif

Je dois étudier.

zje dwa ee-tuu-djee

Ik moet studeren.

Na devoir staat het volgende werkwoord in de infinitief.

avoir besoin de + infinitif

J'ai besoin de me concentrer.

zjee be-zwen de me kon-san-tree

Ik heb het nodig om me te concentreren.

Na avoir besoin de staat vóór een werkwoord de.

Frans woordenschat

bruyant bijvoeglijk naamwoord
brüi-jang lawaaiierig bruyante
calme bijvoeglijk naamwoord
kalm rustig; stil
chambre zelfstandig naamwoord
sjambre slaapkamer
confortable bijvoeglijk naamwoord
kon-for-tabl comfortabel
cuisine zelfstandig naamwoord
kwi-zien keuken
devenir werkwoord
du-vu-nier worden devient
devoir werkwoord
de-vwaar moeten dois
étudier werkwoord
ee-tuu-djee studeren
lumineux bijvoeglijk naamwoord
luu-mi-neu licht; helder lumineuse
pièce zelfstandig naamwoord
pjès kamer; ruimte
quelle bepaler
kel welke
utiliser werkwoord
uu-ti-li-zee gebruiken

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kamer; ruimte

Antwoord tonenpièce

welke

Antwoord tonenquelle

licht; helder

Antwoord tonenlumineuse

keuken

Antwoord tonencuisine