Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een online taalcursus kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Zjeuh vuh sjwa-zier uhn koer duh lang an lienj. Ik wil een online taalcursus kiezen.Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.
Kom-paar luh planning, lee-zah-vee ee la fa-son an-sen-jee. Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.
Suh koer eh pluu koer, meh eel a mwan duh luh-son. Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.L’autre semble plus adapté aux débutants.
Lot(r) sambl pluu-zah-dah-tay oh day-buu-tan. De andere lijkt geschikter voor beginners.Je peux seulement étudier le week-end.
Zjeuh puh seuluh-man ay-tu-dyay luh wiek-end. Ik kan alleen in het weekend studeren.Alors, choisis la formation avec des cours le week-end.
Ah-lor, sjwa-zie la for-mah-sjon a-vek dee koer luh wiek-end. Kies dan de cursus met lessen in het weekend.Les avis disent que le professeur explique clairement.
Lee-zah-vee dees kuh luh პრო-fes-seur eks-pleek klair-man. In de beoordelingen staat dat de docent duidelijk uitlegt.C’est plus important qu’un cours plus court.
Say pluu-zam-por-tan kuhn koer pluu koer. Dat is belangrijker dan een kortere cursus.Uitleg van de zinnen
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Ik wil een online taalcursus kiezen.
- Je veux
- ik wil
- choisir
- kiezen
- cours
- cursus
- langue
- taal
- en ligne
- online
Uitgebreide uitleg
Je veux betekent hier “ik wil”. Het bevat je (“ik”) en de tegenwoordige tijd van vouloir (“willen”) in de eerste persoon enkelvoud: je veux. Het onderwerp is dus de spreker. Vergelijk: je veux apprendre = “ik wil leren”. Na vouloir volgt doorgaans een infinitief zonder extra voorzetsel. choisir betekent “kiezen”. Dit is de infinitiefvorm; na je veux blijft het werkwoord in de infinitief: je veux choisir = “ik wil kiezen”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld je choisis = “ik kies” en nous choisissons = “wij kiezen”. cours betekent hier “cursus”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In het enkelvoud staat het hier na un: un cours = “een cursus”. De vorm cours wordt in het meervoud hetzelfde geschreven; het lidwoord of de context maakt het verschil zichtbaar, bijvoorbeeld un cours tegenover des cours. langue betekent “taal”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In un cours de langue verbindt de het soort cursus met het onderwerp: letterlijk een cursus van taal, natuurlijk vertaald als “een taalcursus”. Een bruikbaar patroon is un cours de + onderwerp, bijvoorbeeld un cours de musique = “een muziekcursus”. en en ligne betekent “online” of “via het internet”. Dit is een vaste uitdrukking met en en ligne; samen beschrijven ze hier het soort of de manier waarop de cursus wordt aangeboden. Vergelijk: un cours en ligne = “een onlinecursus”. Samen opgebouwd: Je veux geeft de wens van de spreker aan, choisir benoemt de gewenste handeling, en un cours de langue en ligne is wat de spreker wil kiezen. De volledige betekenis is daarom: “Ik wil een online taalcursus kiezen.”
Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.
Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.
- Compare
- vergelijk
- le planning
- het rooster
- les avis
- de beoordelingen
- la façon
- de manier
- enseigner
- lesgeven
Uitgebreide uitleg
Compare is hier de gebiedende wijs van comparer (vergelijken), gericht aan één persoon in de vertrouwde aanspreekvorm. De vorm voor meerdere personen of voor de formele aanspreekvorm is comparez, niet compare. De ontkenning staat bijvoorbeeld in Ne compare pas les prix. — Vergelijk de prijzen niet. le planning betekent hier het rooster of de planning. planning is een mannelijk zelfstandig naamwoord, daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord le; het meervoud is les plannings. Het Franse woord kan, afhankelijk van de context, een tijdschema of werkplanning aanduiden; in deze zin past de betekenis rooster. les avis betekent hier de beoordelingen. avis is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het enkelvoud en meervoud worden hetzelfde geschreven: un avis en des avis. Het lidwoord en de context maken het meervoud zichtbaar. Een kort voorbeeld is Je lis les avis. — Ik lees de beoordelingen. la façon betekent de manier of de wijze. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, vandaar la. Een veelgebruikte constructie is la façon de plus een infinitief: die beschrijft de manier waarop een handeling wordt uitgevoerd, zoals in la façon de travailler — de manier van werken. enseigner is de infinitief van het werkwoord en betekent lesgeven of onderwijzen. Na de blijft het werkwoord in de infinitief; voor een klinker wordt de door elisie d’, zoals in d’enseigner. Dezelfde vorm kan in andere constructies ook onderwijzen betekenen, bijvoorbeeld Elle aime enseigner. — Zij geeft graag les. Samen vormt la façon d’enseigner de woordgroep de manier van lesgeven. De gebiedende wijs Compare krijgt vervolgens drie dingen die met elkaar vergeleken moeten worden: le planning, les avis en la façon d’enseigner. De komma’s en et verbinden deze drie onderdelen. De volledige betekenis is dus: Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.
Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.
Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.
- cours
- cursus
- plus court
- korter
- a
- heeft
- moins de
- minder …
- leçons
- lessen
Uitgebreide uitleg
cours betekent hier “cursus”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un cours betekent “een cursus” en des cours betekent “cursussen”. In ce cours betekent ce “deze”, en il verwijst in deze zin naar die cursus. plus court is de vergrotende trap van court (“kort”). De reeks is court – plus court – le plus court: kort – korter – het kortst. Court staat hier in het mannelijk enkelvoud, omdat het bij cours hoort. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord kan de vorm bijvoorbeeld courte zijn. a is hier de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”): il a = “hij/het heeft”. De vorm wordt gebruikt omdat het onderwerp il enkelvoud is. Bijvoorbeeld: Le cours a cinq leçons. = “De cursus heeft vijf lessen.” moins de drukt een kleinere hoeveelheid uit: “minder”. Na moins de volgt het zelfstandig naamwoord zonder lidwoord, zoals in moins de leçons. Het is een kwantiteitsconstructie; moins vergelijkt hier het aantal lessen met dat van een andere cursus. leçons betekent “lessen”. Het enkelvoud is leçon, het meervoud leçons; de uitgang en de spelling laten hier het meervoud zien. Bijvoorbeeld: Cette leçon est courte. = “Deze les is kort.” Samen betekent Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.: “Deze cursus is korter, maar hij heeft minder lessen.” Ce cours is het onderwerp van het eerste deel. est plus court zegt dat de cursus korter is, en mais verbindt daarmee de tegenstelling. In het tweede deel is il hetzelfde onderwerp; a moins de leçons zegt dat deze cursus minder lessen heeft.
L’autre semble plus adapté aux débutants.
De andere lijkt geschikter voor beginners.
- L’autre
- de andere
- semble
- lijkt
- plus adapté
- geschikter
- débutants
- beginners
Uitgebreide uitleg
L’autre betekent hier “de andere”, waarbij autre naar een andere optie verwijst die in de vergelijking wordt bedoeld. Het woord staat zelfstandig met het bepaalde lidwoord l’; de apostrof is de elisie van la of le voor een klinker. autre heeft in het enkelvoud dezelfde vorm voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud is de vorm autres. Voorbeeld: une autre méthode = “een andere methode”. semble komt van sembler (“lijken”) en is hier de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: “lijkt”. De vorm verwijst dus naar het onderwerp L’autre. Een bruikbaar patroon is sembler + bijvoeglijk naamwoord: Cette méthode semble simple. = “Deze methode lijkt eenvoudig.” plus adapté drukt een vergelijking uit: “geschikter”. adapté is het bijvoeglijk naamwoord, met als basisvorm adapté; plus maakt de vergrotende trap. In deze vorm staat adapté in het mannelijk enkelvoud, zichtbaar aan de uitgang -é. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan het bedoelde onderwerp; vrouwelijke vormen zijn bijvoorbeeld adaptée, en meervoudsvormen adaptés of adaptées. Het patroon is plus + bijvoeglijk naamwoord + que: Ce livre est plus adapté que l’autre. = “Dit boek is geschikter dan het andere.” In de vaste zin wordt het vergelijkingspunt niet met que uitgesproken; alleen de hogere geschiktheid voor beginners wordt genoemd. débutants is het meervoudige zelfstandig naamwoord voor “beginners”. De enkelvoudige basisvorm is débutant; het meervoud krijgt hier -s. In pour les débutants betekent het geheel “voor beginners”. débutant kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, maar hier benoemt het een groep personen. Samen vormt de zin L’autre semble plus adapté aux débutants.: “De andere lijkt geschikter voor beginners.” L’autre is het onderwerp, semble zegt dat dit een indruk of beoordeling is, en plus adapté aux débutants beschrijft de hogere geschiktheid voor die groep. aux is de samentrekking van à les en hoort bij de betekenis “voor de”. Het is dus geen onderdeel van de geselecteerde quote débutants, maar maakt samen met die vorm de volledige bepaling aux débutants.
Je peux seulement étudier le week-end.
Ik kan alleen in het weekend studeren.
- Je peux
- ik kan
- seulement
- alleen
- étudier
- studeren
- week-end
- weekend
Uitgebreide uitleg
Je peux betekent hier: “ik kan”. peux is de vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd voor je; het onderwerp je maakt duidelijk wie de mogelijkheid heeft. pouvoir wordt gevolgd door een infinitief: Je peux travailler = “Ik kan werken”. Deze vorm verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk, omdat peux hier persoon en getal uitdrukt, niet het geslacht van de spreker. seulement beperkt hier de mogelijkheid in de volledige zin: de spreker kan alleen in het weekend studeren. Het woord staat vóór étudier, maar de tijdsbepaling le week-end maakt duidelijk waarop de beperking betrekking heeft. Een vergelijkbaar woord is aussi (“ook”), maar dat drukt uitbreiding uit in plaats van beperking. étudier is de infinitief “studeren”. Na pouvoir blijft het werkwoord in de infinitief: Je peux étudier = “Ik kan studeren”. De vorm étudie is daarentegen een vervoegde vorm, bijvoorbeeld in J’étudie = “Ik studeer”. week-end is het zelfstandig naamwoord “weekend”. In deze zin staat het met het bepaalde lidwoord le: le week-end is de tijdsaanduiding “in het weekend”. Het lidwoord hoort bij de volledige uitdrukking; het zelfstandig naamwoord zelf verandert hier niet door persoon of getal. Samen vormen de delen Je peux seulement étudier le week-end: “Ik kan alleen in het weekend studeren.” De structuur is onderwerp + kunnen + beperking + infinitief + tijdsbepaling. Je kunt hetzelfde patroon hergebruiken met een ander werkwoord, bijvoorbeeld Je peux seulement travailler le matin = “Ik kan alleen ’s ochtends werken.”
Alors, choisis la formation avec des cours le week-end.
Kies dan de cursus met lessen in het weekend.
- Alors
- dan
- choisis
- kies
- formation
- opleiding; cursus
- avec
- met
- cours
- lessen; colleges
- week-end
- weekend
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en sluit aan bij een eerder genoemde situatie. Het kan ook “dus” of “nou” betekenen, maar in deze zin geeft het vooral de overgang naar een voorstel of aansporing aan. choisis is de gebiedende wijs van choisir (“kiezen”) voor één aangesproken persoon. Dezelfde vorm komt ook voor als tegenwoordige tijd bij je: je choisis = “ik kies”. De volledige aansporing is hier “kies”. Voorbeelden: Choisis une option. — “Kies een optie.” Choisissez is de vorm voor meerdere aangesproken personen of een formele aangesproken persoon. formation is hier een opleiding of cursus: een georganiseerd leertraject. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; het meervoud is formations. Een bruikbaar onderscheid is un cours voor een les of cursusonderdeel tegenover une formation voor het bredere opleidingstraject. avec betekent “met” en verbindt hier de opleiding met wat erbij hoort. Na avec staat in deze zin des cours: des is het meervoudige onbepaalde lidwoord, zonder dat het op zichzelf een bepaald aantal noemt. cours betekent hier “lessen” of “colleges”. Het woord kan in andere contexten ook “cursus” betekenen. De vorm cours ziet er hetzelfde uit in het enkelvoud en meervoud; het lidwoord of de context maakt het aantal duidelijk: un cours = “een les”, des cours = “lessen”. week-end betekent “weekend”. In le week-end wordt de tijdsaanduiding als een bepaalde periode genoemd. De zin gebruikt dus des cours le week-end: lessen die in het weekend plaatsvinden. Samen betekent choisis la formation “kies de opleiding/cursus”. avec des cours le week-end specificeert welke opleiding bedoeld is: een opleiding met lessen in het weekend. Alors geeft de overgang naar dit advies aan. De volledige betekenis is: “Kies dan de cursus met lessen in het weekend.”
Les avis disent que le professeur explique clairement.
In de beoordelingen staat dat de docent duidelijk uitlegt.
- avis
- beoordelingen
- disent
- zeggen
- que
- dat
- professeur
- docent
- explique
- legt uit
- clairement
- duidelijk
Uitgebreide uitleg
avis betekent hier “beoordelingen” of “meningen”. Het is een meervoudsvorm; het enkelvoud is avis — in beide getallen blijft de spelling gelijk. Bijvoorbeeld: un avis positif = “een positieve beoordeling” en des avis positifs = “positieve beoordelingen”. disent is de tegenwoordige tijd van dire (“zeggen”) bij ils/elles. De vorm disent hoort dus bij een meervoudig onderwerp, hier Les avis. Andere nuttige vormen zijn je dis (“ik zeg”) en vous dites (“u/jullie zeggen”). que verbindt de hoofdzin met de inhoud die wordt meegedeeld. In deze zin betekent het “dat”: Les avis disent que ... = “De beoordelingen zeggen dat ...”. Het is hier geen vraagwoord. professeur betekent “docent” of “leraar”. Het woord kan voor een man of een vrouw worden gebruikt; het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord is niet hetzelfde als het geslacht van de persoon. Het lidwoord en eventuele bijvoeglijke naamwoorden geven de vorm in de zin aan, bijvoorbeeld un professeur expérimenté = “een ervaren docent”. explique is de tegenwoordige tijd van expliquer (“uitleggen”) bij il/elle of een ander enkelvoudig onderwerp. Hier verwijst de vorm naar le professeur: le professeur explique = “de docent legt uit”. Vergelijk j’explique (“ik leg uit”) en ils expliquent (“zij leggen uit”). clairement betekent “duidelijk” als manier waarop iets wordt uitgelegd. Het is een bijwoord en beschrijft dus de handeling explique; het is niet het bijvoeglijk naamwoord zelf. Het bijvoeglijk naamwoord is clair (mannelijk) of claire (vrouwelijk), terwijl clairement onveranderd blijft in deze functie. Bijvoorbeeld: Elle explique clairement la règle. = “Zij legt de regel duidelijk uit.” Samen vormen Les avis disent de hoofdzin: “De beoordelingen zeggen”. Daarna geeft que de inhoud van die uitspraak aan. le professeur explique clairement betekent “de docent legt duidelijk uit”. De volledige betekenis is daarom: “In de beoordelingen staat dat de docent duidelijk uitlegt.”
C’est plus important qu’un cours plus court.
Dat is belangrijker dan een kortere cursus.
- C’est
- Dat is
- plus important
- belangrijker
- qu’un
- dan een
- cours
- cursus
- plus court
- korter
Uitgebreide uitleg
C’est betekent hier “dat is”. Het bestaat uit ce en est, de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). ce verwijst hier naar “dat”, maar de zin benoemt niet zelfstandig welk concreet antecedent daarmee wordt bedoeld. plus important betekent “belangrijker”. important is het bijvoeglijk naamwoord; de basisvorm is important, en plus important is de vergelijkende vorm in de structuur plus ... que (“belangrijker dan ...”). De zichtbare vorm important is mannelijk enkelvoud. Dat is hier de vorm van het predicatieve bijvoeglijk naamwoord; daaruit volgt niet dat ce zelf een mannelijk zelfstandig naamwoord aanduidt. Voorbeeld: Ce point est plus important. — “Dit punt is belangrijker.” qu’un betekent “dan een”. Het bevat que (“dan”) met de vergelijkingsfunctie en un (“een”). Voor een klinker valt de eindklinker van que weg: que un wordt qu’un. In plus ... que ... leidt dit het tweede deel van de vergelijking in. cours betekent hier “cursus”. Het is een zelfstandig naamwoord dat in het Frans in het enkelvoud en meervoud dezelfde spelling heeft; het enkelvoud blijkt hier uit un. Het woord is mannelijk: un cours. Voorbeeld: un cours de français — “een cursus Frans”. plus court betekent “korter”. court is het bijvoeglijk naamwoord met als basisvorm court; plus court is de vergelijkende vorm. Het beschrijft cours en staat daarom in het mannelijk enkelvoud. Bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de overeenkomstige vorm bijvoorbeeld courte. De structuur is C’est plus important que ...: “Dat is belangrijker dan ...”. Het tweede vergelijkingsdeel is un cours plus court: “een kortere cursus”. Samen betekent de zin: “Dat is belangrijker dan een kortere cursus.” De zin vergelijkt dus “dat” met een cursus die korter is, zonder de precieze lengte van die cursus te noemen.
Grammatica
vouloir / pouvoir + infinitif
Je veux choisir un cours en ligne.
Zjeuh vuh sjwa-zier uhn koer an lienj.Ik wil een online cursus kiezen.
Na vouloir en pouvoir volgt een infinitief zonder voorzetsel: veux choisir, peux étudier.
plus + adjectif / moins
Un cours plus court semble plus adapté.
Uhn koer pluu koer sambl pluu-zah-dah-tay.Een kortere cursus lijkt geschikter.
Plus maakt een bijvoeglijk naamwoord comparatief; moins betekent ‘minder’.
Frans woordenschat
Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.
Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.
Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.
Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.
Je veux choisir un cours de langue en ligne.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
De andere lijkt geschikter voor beginners.
Antwoord tonen
L’autre semble plus adapté aux débutants.Ik kan alleen in het weekend studeren.
Antwoord tonen
Je peux seulement étudier le week-end.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kiezen
Antwoord tonen
choisircursus
Antwoord tonen
courswillen
Antwoord tonen
veuxmanier