Een online taalcursus kiezen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a study planning conversation, two adults compare online language courses by schedule, reviews, and teaching style..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een online taalcursus kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux choisir un cours de langue en ligne.

Zjeuh vuh sjwa-zier uhn koer duh lang an lienj. Ik wil een online taalcursus kiezen.
B

Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.

Kom-paar luh planning, lee-zah-vee ee la fa-son an-sen-jee. Vergelijk het rooster, de beoordelingen en de manier van lesgeven.
A

Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.

Suh koer eh pluu koer, meh eel a mwan duh luh-son. Deze cursus is korter, maar heeft minder lessen.
B

L’autre semble plus adapté aux débutants.

Lot(r) sambl pluu-zah-dah-tay oh day-buu-tan. De andere lijkt geschikter voor beginners.
A

Je peux seulement étudier le week-end.

Zjeuh puh seuluh-man ay-tu-dyay luh wiek-end. Ik kan alleen in het weekend studeren.
B

Alors, choisis la formation avec des cours le week-end.

Ah-lor, sjwa-zie la for-mah-sjon a-vek dee koer luh wiek-end. Kies dan de cursus met lessen in het weekend.
A

Les avis disent que le professeur explique clairement.

Lee-zah-vee dees kuh luh პრო-fes-seur eks-pleek klair-man. In de beoordelingen staat dat de docent duidelijk uitlegt.
B

C’est plus important qu’un cours plus court.

Say pluu-zam-por-tan kuhn koer pluu koer. Dat is belangrijker dan een kortere cursus.

Woord voor woord

Je ‘Je’ betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die de cursus wil kiezen. Het staat in ‘Je veux’ vóór het werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
veux ‘veux’ drukt hier ‘wil’ uit in ‘Je veux choisir’. Na ‘veux’ volgt een infinitief, zoals ‘choisir’, om te zeggen wat je wilt doen.
choisir ‘choisir’ betekent hier ‘kiezen’ en is de handeling die de spreker wil uitvoeren. Na ‘Je veux’ gebruik je een infinitief, zoals in ‘Je veux choisir un cours’.
un ‘un’ betekent hier ‘een’ in ‘un cours de langue’ en introduceert één niet nader bepaalde cursus. Het staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
cours ‘cours’ betekent hier ‘cursus’ in ‘un cours de langue’. In ‘un cours de langue en ligne’ wordt het gevolgd door informatie over het soort cursus.
de ‘de’ betekent hier ‘van’ en verbindt ‘cours’ met ‘langue’ in ‘un cours de langue’. Het patroon zelfstandig naamwoord + ‘de’ + zelfstandig naamwoord specificeert waar iets over gaat.
langue ‘langue’ betekent hier ‘taal’ in ‘cours de langue’, dus een cursus waarin je een taal leert. Je gebruikt het in deze woordgroep na ‘de’ om het onderwerp van de cursus te noemen.
en ‘en’ vormt hier samen met ‘ligne’ de uitdrukking ‘en ligne’, met de betekenis ‘online’. Gebruik de volledige woordgroep, zoals in ‘un cours de langue en ligne’, om aan te geven dat iets online plaatsvindt.
ligne ‘ligne’ betekent in ‘en ligne’ niet letterlijk een losse lijn, maar draagt samen met ‘en’ de betekenis ‘online’. De uitdrukking ‘en ligne’ kan achter een zelfstandig naamwoord staan om het soort aanbod te beschrijven.
Compare ‘Compare’ betekent hier ‘vergelijk’ en is een directe opdracht aan één persoon. Het wordt gevolgd door de zaken die je naast elkaar moet leggen, zoals ‘le planning, les avis et la façon d’enseigner’.
le ‘le’ is hier het bepaalde lidwoord vóór ‘planning’ in ‘le planning’. Het verwijst naar de specifieke planning die bij de cursus hoort.
planning ‘planning’ betekent hier ‘planning’ of ‘rooster’, namelijk de tijdsindeling van de cursus. In ‘le planning’ staat het na een bepaald lidwoord wanneer naar een specifieke planning wordt verwezen.
les ‘les’ is hier het meervoudige bepaalde lidwoord in ‘les avis’. Het staat vóór meervoudige zaken die in het gesprek als concrete beoordelingsinformatie worden genoemd.
avis ‘avis’ betekent hier ‘beoordelingen’ of ‘meningen’ over een cursus. In het patroon ‘les avis disent que’ worden beoordelingen gebruikt als bron van informatie.
et ‘et’ betekent ‘en’ en verbindt hier ‘le planning’, ‘les avis’ en ‘la façon d’enseigner’. Je gebruikt het vóór het laatste onderdeel van een opsomming.
la ‘la’ is hier het bepaalde lidwoord vóór ‘façon’ in ‘la façon d’enseigner’. Het verwijst naar de specifieke manier van lesgeven die met de cursus wordt geassocieerd.
façon ‘façon’ betekent hier ‘manier’ in ‘la façon d’enseigner’. Het patroon ‘la façon de’ of de vorm ‘la façon d’enseigner’ benoemt hoe iets wordt gedaan.
d’enseigner ‘d’enseigner’ betekent hier ‘van lesgeven’ in ‘la façon d’enseigner’, dus de manier waarop les wordt gegeven. ‘d’’ is de verkorte vorm van ‘de’ vóór ‘enseigner’, dat met een klinker begint.
Ce ‘Ce’ betekent hier ‘deze’ en staat vóór ‘cours’ in ‘Ce cours’. Het wijst naar de cursus die op dat moment wordt besproken.
est ‘est’ betekent ‘is’ en koppelt in ‘Ce cours est plus court’ de cursus aan een beschrijving. Het patroon ‘[iets] est + beschrijving’ wordt gebruikt om iets te beoordelen of te kenmerken.
plus ‘plus’ betekent hier ‘meer’ en maakt in ‘plus court’ de vergelijking ‘korter’. Je gebruikt ‘plus’ vóór een bijvoeglijke beschrijving wanneer iets in hogere mate een eigenschap heeft dan iets anders.
court ‘court’ betekent hier ‘kort’ in de vergelijkende woordgroep ‘plus court’, dus ‘korter’. In deze situatie beschrijft het de duur van de cursus.
mais ‘mais’ betekent ‘maar’ en zet in ‘plus court, mais il a moins de leçons’ twee tegengestelde eigenschappen tegenover elkaar. Het patroon ‘X, mais Y’ verbindt een voordeel met een beperking of tegenstelling.
il ‘il’ betekent hier ‘het’ en verwijst terug naar ‘ce cours’. In ‘il a moins de leçons’ staat het als onderwerp vóór het werkwoord.
a ‘a’ betekent hier ‘heeft’ in ‘il a moins de leçons’. Met ‘avoir’ en een zelfstandig naamwoord beschrijf je wat een cursus bevat of welke eigenschap hij heeft.
moins ‘moins’ betekent hier ‘minder’ in ‘moins de leçons’, dus een kleiner aantal lessen. Het betrouwbare patroon is ‘moins de’ gevolgd door wat er in kleinere hoeveelheid aanwezig is.
leçons ‘leçons’ betekent hier ‘lessen’ in ‘moins de leçons’. Het noemt wat de cursus bevat en staat na de hoeveelheidsaanduiding ‘moins de’.
L’autre ‘L’autre’ betekent hier ‘de andere’ en verwijst naar de andere van de twee cursussen. Je gebruikt ‘l’autre’ om één optie tegenover een al genoemde optie te stellen.
semble ‘semble’ betekent hier ‘lijkt’ in ‘L’autre semble plus adapté’. Het geeft een beoordeling of indruk aan, gevolgd door de eigenschap die je aan iets toeschrijft.
adapté ‘adapté’ betekent hier ‘geschikt’ in ‘plus adapté aux débutants’. Het beschrijft hoe goed een cursus past bij de groep die er iets mee wil doen.
aux ‘aux’ betekent hier ‘voor de’ in ‘adapté aux débutants’. Het is de samengevoegde vorm van ‘à’ en ‘les’ en staat vóór de genoemde groep.
débutants ‘débutants’ betekent hier ‘beginners’ in ‘aux débutants’. Het verwijst naar mensen die aan het begin van hun leerproces staan, bijvoorbeeld bij het aanbevelen van een geschikte cursus.
peux ‘peux’ drukt hier ‘kan’ uit in ‘Je peux seulement étudier’. Na ‘peux’ volgt een infinitief, zoals ‘étudier’, om aan te geven wat iemand kan doen.
seulement ‘seulement’ betekent hier ‘alleen’ en beperkt in ‘Je peux seulement étudier le week-end’ het mogelijke moment van studeren. Het staat hier vóór ‘étudier’ om precies die beperking aan te geven.
étudier ‘étudier’ betekent hier ‘studeren’ en benoemt de activiteit in ‘Je peux seulement étudier’. Na ‘peux’ staat het in de infinitief, omdat het zegt wat de spreker kan doen.
week-end ‘week-end’ betekent ‘weekend’ in de tijdsaanduiding ‘le week-end’. Deze uitdrukking gebruik je om aan te geven wanneer iemand beschikbaar is of iets doet.
Alors ‘Alors’ betekent hier ‘dan’ of ‘dus’ en leidt een gevolgtrekking of advies in. Aan het begin van ‘Alors, choisis...’ verbindt het advies met de eerder genoemde weekendbeschikbaarheid.
choisis ‘choisis’ betekent hier ‘kies’ en is een directe aansporing aan één persoon. Het wordt gevolgd door de gekozen optie, zoals in ‘choisis la formation’.
formation ‘formation’ betekent hier ‘opleiding’ of ‘cursus’ in ‘la formation avec des cours le week-end’. Het verwijst naar het onderwijsprogramma waaruit de lerende kan kiezen.
avec ‘avec’ betekent ‘met’ en verbindt in ‘la formation avec des cours le week-end’ de opleiding met een kenmerk ervan. Je gebruikt ‘avec’ om aan te geven wat iets bevat of waarmee het gepaard gaat.
disent ‘disent’ betekent hier ‘zeggen’ in ‘Les avis disent que...’. Het patroon ‘Les avis disent que’ introduceert informatie die volgens de beoordelingen waar is.
que ‘que’ betekent hier ‘dat’ en verbindt ‘Les avis disent’ met de inhoud van wat de beoordelingen melden. Na ‘disent que’ volgt een volledige mededeling, hier ‘le professeur explique clairement’.
professeur ‘professeur’ betekent hier ‘docent’ of ‘leraar’ in ‘le professeur explique clairement’. Het is degene die de uitleg geeft, en staat in deze zin na het lidwoord ‘le’.
explique ‘explique’ betekent hier ‘legt uit’ in ‘le professeur explique clairement’. Het patroon ‘le professeur explique’ benoemt wie iets uitlegt; ‘clairement’ beschrijft hoe dat gebeurt.
clairement ‘clairement’ betekent ‘duidelijk’ en beschrijft in ‘explique clairement’ de manier van uitleggen. Je gebruikt het om aan te geven dat informatie begrijpelijk wordt overgebracht.
C’est ‘C’est’ betekent hier ‘dat is’ en beoordeelt de informatie over de duidelijke uitleg. Het is de samengevoegde vorm van ‘ce’ en ‘est’ en kan gevolgd worden door een beschrijving zoals ‘plus important’.
important ‘important’ betekent hier ‘belangrijk’ in ‘C’est plus important qu’un cours plus court’. Het beschrijft welk criterium zwaarder weegt bij het kiezen van een cursus.
qu’un ‘qu’un’ betekent hier ‘dan een’ en begint de vergelijking ‘plus important qu’un cours plus court’. Het is de samengevoegde vorm van ‘que’ en ‘un’ en introduceert datgene waarmee iets wordt vergeleken.

Grammatica

vouloir / pouvoir + infinitif

Je veux choisir un cours en ligne.

Zjeuh vuh sjwa-zier uhn koer an lienj.

Ik wil een online cursus kiezen.

Na vouloir en pouvoir volgt een infinitief zonder voorzetsel: veux choisir, peux étudier.

plus + adjectif / moins

Un cours plus court semble plus adapté.

Uhn koer pluu koer sambl pluu-zah-dah-tay.

Een kortere cursus lijkt geschikter.

Plus maakt een bijvoeglijk naamwoord comparatief; moins betekent ‘minder’.

Frans woordenschat

avis zelfstandig naamwoord
ah-vee beoordelingen

Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.

choisir werkwoord
sjwa-zier kiezen

Je veux choisir un cours de langue en ligne.

cours zelfstandig naamwoord
koer cursus

Je veux choisir un cours de langue en ligne.

court bijvoeglijk naamwoord
koer kort plus court

Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.

en ligne uitdrukking
an lienj online

Je veux choisir un cours de langue en ligne.

enseigner werkwoord
an-sen-jee lesgeven d’enseigner

Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.

façon zelfstandig naamwoord
fa-son manier

Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.

langue zelfstandig naamwoord
lang taal

Je veux choisir un cours de langue en ligne.

leçon zelfstandig naamwoord
luh-son les leçons

Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.

moins bijwoord
mwan minder

Ce cours est plus court, mais il a moins de leçons.

planning zelfstandig naamwoord
pla-nieng rooster

Compare le planning, les avis et la façon d’enseigner.

vouloir werkwoord
voel-waar willen veux

Je veux choisir un cours de langue en ligne.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De andere lijkt geschikter voor beginners.

Antwoord tonenL’autre semble plus adapté aux débutants.

Ik kan alleen in het weekend studeren.

Antwoord tonenJe peux seulement étudier le week-end.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kiezen

Antwoord tonenchoisir

cursus

Antwoord tonencours

willen

Antwoord tonenveux

manier

Antwoord tonenfaçon