Een cadeau voor een collega kiezen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At work, two adults choose a useful personal gift and a card for a coworker..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een cadeau voor een collega kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Nous devons choisir un cadeau pour notre collègue.

Noe duh-vong sjwa-zier uhn ka-doe poer notr kol-lèg. We moeten een cadeau voor onze collega kiezen.
B

Est-ce qu'il doit être utile ou plus personnel ?

Ès-kil dwaa etr uu-tiel oe pluu per-so-nèl? Moet het nuttig of wat persoonlijker zijn?
A

Elle aime le thé, donc un service à thé pourrait convenir.

Èl èm luh tee, dongk uhn sèr-vies aa tee poe-rè kong-vuh-nier. Ze houdt van thee, dus een theeservies zou goed kunnen zijn.
B

C'est personnel, mais ça reste utile.

Sè per-so-nèl, mè sa rèst uu-tiel. Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.
A

Ajoutons aussi une petite carte.

A-zjoe-tong oo-sie uun puh-tiet kaart. Laten we ook een klein kaartje toevoegen.
B

Tout le monde peut la signer avant de lui donner le cadeau.

Toe luh mongd peu laa sie-njee a-vang duh luui do-nee luh ka-doe. Iedereen kan het ondertekenen voordat we haar het cadeau geven.

Uitleg van de zinnen

  1. Nous devons choisir un cadeau pour notre collègue.

    We moeten een cadeau voor onze collega kiezen.

    Nous devons
    wij moeten
    choisir
    kiezen
    cadeau
    cadeau
    collègue
    collega
    Uitgebreide uitleg

    Nous devons betekent hier “wij moeten”. devons is de vorm van het werkwoord devoir in de tegenwoordige tijd voor nous (eerste persoon meervoud). Het patroon nous devons + infinitief drukt uit dat wij iets moeten doen. Voorbeeld: Nous devons partir. — “Wij moeten vertrekken.” choisir betekent “kiezen”. Dit is de infinitief; na devons blijft het werkwoord in de infinitief staan. De stam is niet hetzelfde als die van devoir: devons en choisir zijn twee afzonderlijke werkwoorden. Voorbeeld: Je dois choisir. — “Ik moet kiezen.” cadeau betekent hier “cadeau”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor un: un cadeau. Het meervoud is des cadeaux. Voorbeeld: Elle offre un cadeau. — “Zij geeft een cadeau.” collègue betekent “collega”. Dit zelfstandig naamwoord kan naar een man of een vrouw verwijzen; het woord zelf krijgt daarvoor niet noodzakelijk een andere vorm. In deze zin staat notre collègue, dus “onze collega”: notre is de bezittelijke vorm bij één bezeten persoon of zaak. Voorbeeld: Notre collègue arrive. — “Onze collega komt aan.” pour verbindt un cadeau met de ontvanger of voor wie het cadeau bedoeld is: un cadeau pour notre collègue betekent “een cadeau voor onze collega”. Samen vormen de delen Nous devons choisir en un cadeau pour notre collègue de volledige betekenis: “Wij moeten een cadeau voor onze collega kiezen.”

  2. Est-ce qu'il doit être utile ou plus personnel ?

    Moet het nuttig of wat persoonlijker zijn?

    Est-ce qu'il
    is het …?
    doit
    moet
    être
    zijn
    utile
    nuttig
    plus personnel
    persoonlijker
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'il vormt hier de standaard Franse vraagconstructie est-ce que + het onderwerp il. De constructie maakt van de mededeling een ja-neevraag. In deze context verwijst il, volgens de vertaling en de context, naar het cadeau. Door de klinker voor de volgende klinker wordt que il geschreven als qu'il. doit is de tegenwoordige tijd van devoir bij de derde persoon enkelvoud: il doit. Met een infinitief erna geeft devoir hier een vereiste aan: “moet”. Een nuttige vormreeks is je dois, il/elle doit, nous devons. Voorbeeld: Le cadeau doit être simple. — “Het cadeau moet eenvoudig zijn.” être is de infinitief van “zijn”. Na doit staat deze infinitief: doit être, niet een vervoegde vorm van être. Hetzelfde patroon werkt met andere eigenschappen: Il doit être pratique. — “Het moet praktisch zijn.” utile is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “nuttig” of “bruikbaar”. Hier beschrijft het een mogelijke eigenschap van het cadeau. Voorbeeld: Ce livre est utile. — “Dit boek is nuttig.” plus personnel drukt een vergelijking uit: “persoonlijker”. plus staat vóór het bijvoeglijk naamwoord personnel en vormt de vergrotende trap. De basisvorm is personnel; plus personnel betekent “meer persoonlijk”. personnel staat hier in het mannelijk enkelvoud en past bij het mannelijke enkelvoudige cadeau. Voorbeeld: Ce cadeau est plus personnel. — “Dit cadeau is persoonlijker.” De vraag bouwt dus op als Est-ce qu'il doit être + eigenschap 1 utile + ou (“of”) + vergelijkende eigenschap plus personnel. In zijn geheel vraagt de zin of het cadeau nuttig moet zijn of persoonlijker moet zijn.

  3. Elle aime le thé, donc un service à thé pourrait convenir.

    Ze houdt van thee, dus een theeservies zou goed kunnen zijn.

    Elle
    zij
    aime
    houdt van
    le thé
    de thee
    donc
    dus
    service
    servies
    à thé
    voor thee
    pourrait
    zou kunnen
    convenir
    passen
    Uitgebreide uitleg

    Elle betekent hier “zij”. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud en de vorm is vrouwelijk; de zin zegt niet wie deze persoon precies is. Vergelijk in een andere context Il voor een mannelijke persoon of een mannelijk referent. aime komt van aimer (“houden van”, “leuk vinden”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: elle aime. Het onderwerp Elle bepaalt hier die vorm. Voorbeeld: Elle aime le café. — “Zij houdt van koffie.” le thé betekent “de thee”. thé is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord le is de bepaalde, mannelijke enkelvoudsvorm. In het Frans hoort het lidwoord bij het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord, niet bij de persoon die de thee lekker vindt. donc betekent “dus” en verbindt de voorkeur met de gevolgtrekking die daarna komt. Het markeert hier een conclusie: omdat zij van thee houdt, wordt het volgende voorstel als passend gezien. service betekent hier “servies”, meer bepaald een set servies die samen voor een bepaald doel wordt gebruikt. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk enkelvoud; het meervoud is services. Voorbeeld: Le service est sur la table. — “Het servies staat op tafel.” à thé betekent “voor thee”. à geeft hier het doel of de bestemming aan, en thé benoemt waarvoor het servies bedoeld is. Samen met service vormt dit un service à thé: “een theeservies”. De losse woorden service en à thé dragen dus samen de betekenis van het samengestelde begrip. pourrait komt van pouvoir (“kunnen”) en is de conditionnel présent, derde persoon enkelvoud. De vorm drukt hier een mogelijke of voorzichtige geschiktheid uit: “zou kunnen”. De overeenkomstige vorm bij ils of elles is pourraient. Voorbeeld: Cela pourrait aider. — “Dat zou kunnen helpen.” convenir is een infinitief en betekent hier “passen” of “geschikt zijn”. In de constructie pourrait convenir staat pouvoir vervoegd en blijft het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Ce cadeau pourrait convenir. — “Dit cadeau zou geschikt kunnen zijn.” De zin bouwt zo op: Elle aime le thé (“Zij houdt van thee”) geeft de relevante voorkeur; donc leidt daaruit een gevolgtrekking af; un service à thé is het voorgestelde theeservies; en pourrait convenir zegt voorzichtig dat dit voorstel geschikt zou kunnen zijn. Als geheel betekent de uiting: “Ze houdt van thee, dus een theeservies zou goed kunnen zijn.”

  4. C'est personnel, mais ça reste utile.

    Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.

    C'est
    het is
    personnel
    persoonlijk
    mais
    maar
    ça
    het
    reste
    blijft
    utile
    nuttig
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce en est (être, “zijn”). In deze zin introduceert het een beoordeling: “het is”. In c'est + adjectief blijft het onderwerp vaak het algemene ce, terwijl het adjectief in deze vaste formulering mannelijk enkelvoud staat. personnel betekent hier “persoonlijk”. Het is het bijvoeglijk naamwoord bij de beoordeling in C'est personnel. De vorm is mannelijk enkelvoud; andere vormen zijn bijvoorbeeld personnelle (vrouwelijk enkelvoud) en personnels/personnelles (meervoud). Voorbeeld: Une question personnelle. — “Een persoonlijke vraag.” mais verbindt twee delen met een tegenstelling en betekent “maar”. Het verandert de grammaticale vorm van de woorden eromheen niet. ça is een aanwijzend voornaamwoord en betekent hier “het”, in overeenstemming met de vaste vertaling. De precieze referent wordt in deze zin niet benoemd. Ça is een gebruikelijke informele vorm naast cela. Voorbeeld: Ça reste important. — “Dat blijft belangrijk.” reste is de derde persoon enkelvoud van rester (“blijven”). De vorm staat in de tegenwoordige tijd: je reste, tu restes, il/elle/on reste. Hier drukt reste uit dat een eigenschap blijft gelden, niet alleen dat iets ergens blijft. utile betekent “nuttig” en beschrijft hier ça. Dit bijvoeglijk naamwoord heeft in het enkelvoud dezelfde geschreven vorm voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud wordt het utiles. Voorbeeld: Ce conseil est utile. — “Dit advies is nuttig.” Samen betekent C'est personnel, mais ça reste utile.: “Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.” Eerst wordt iets als persoonlijk beoordeeld; daarna wordt met mais een tegenstelling ingevoerd, en ça reste utile zegt dat de nuttigheid ondanks die persoonlijke aard blijft gelden.

  5. Ajoutons aussi une petite carte.

    Laten we ook een klein kaartje toevoegen.

    Ajoutons
    laten we toevoegen
    aussi
    ook
    une
    een
    petite
    klein
    carte
    kaartje
    Uitgebreide uitleg

    Ajoutons betekent hier “laten we toevoegen”. Het is de nous-vorm van de Franse tegenwoordige imperatief van ajouter (“toevoegen”): de spreker stelt dus een gezamenlijke handeling voor. Vergelijk: Ajoutons une note. — “Laten we een notitie toevoegen.” De vorm bevat al het onderwerp “wij”; een afzonderlijk onderwerp is daarom niet nodig. aussi betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets dat al in de context genoemd is. De plaats ervan vóór het naamwoordelijk deel is hier natuurlijk: Ajoutons aussi ... — “Laten we ook ... toevoegen.” une is het onbepaalde lidwoord bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het drukt hier niet op zichzelf een expliciet getal uit als telhandeling, maar introduceert een niet eerder bepaalde kaart. Het mannelijke enkelvoudige pendant is un, bijvoorbeeld un message (“een bericht”); une carte is vrouwelijk. petite betekent hier “klein”. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; die vorm past bij het vrouwelijke enkelvoud van carte. De basisvorm is petit, de vrouwelijke vorm petite. Bijvoorbeeld: une petite note — “een klein briefje”. carte betekent hier “kaartje” of “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une carte. De vorm verandert hier niet doordat het om één kaart gaat; het enkelvoud wordt vooral zichtbaar in het lidwoord une en in petite. In de volgende zin kan la naar deze kaart verwijzen, omdat carte vrouwelijk enkelvoud is. Samen vormen de delen Ajoutons aussi (“laten we ook toevoegen”) en une petite carte (“een klein kaartje”). De volledige zin betekent daarom: “Laten we ook een klein kaartje toevoegen.”

  6. Tout le monde peut la signer avant de lui donner le cadeau.

    Iedereen kan het ondertekenen voordat we haar het cadeau geven.

    Tout le monde
    iedereen
    peut
    kan
    la
    het
    signer
    ondertekenen
    avant de
    voordat
    lui
    haar
    donner
    geven
    cadeau
    cadeau
    Uitgebreide uitleg

    Tout le monde betekent hier ‘iedereen’. Ondanks de betekenis van een groep staat deze uitdrukking grammaticaal in het enkelvoud; daarom staat het werkwoord daarna in de derde persoon enkelvoud. Een vergelijkbaar patroon is Tout le monde vient — ‘Iedereen komt’. peut is de vorm van pouvoir (‘kunnen’). Het is hier de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Pouvoir wordt gevolgd door een infinitief: peut signer betekent ‘kan ondertekenen’. Andere nuttige vormen zijn je peux (‘ik kan’) en nous pouvons (‘wij kunnen’). la is een vrouwelijk enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: ‘haar’ of, zoals in de vaste vertaling, ‘het’. In deze context sluit het aan bij de eerder genoemde carte, een vrouwelijk woord in het Frans; de kaart is dus wat ondertekend kan worden. Het voornaamwoord staat vóór het vervoegde werkwoord: la signer betekent letterlijk ‘haar/het ondertekenen’. signer is de infinitief ‘ondertekenen’. Het werkwoord krijgt hier als lijdend voorwerp la. Dezelfde constructie werkt bijvoorbeeld in Je peux signer le document — ‘Ik kan het document ondertekenen’. avant de leidt een infinitiefconstructie in en betekent ‘voordat’. Na deze vaste combinatie staat geen vervoegde werkwoordsvorm maar een infinitief: avant de partir betekent ‘voordat [iemand] vertrekt’. In avant de lui donner wordt dus een handeling genoemd die vóór het geven plaatsvindt. lui is hier een meewerkend voornaamwoord: ‘aan haar’, in de vertaling natuurlijk weergegeven als ‘haar’. Frans gebruikt lui voor een enkelvoudige ontvanger bij zowel een mannelijke als vrouwelijke persoon; de vorm zelf toont dus geen geslacht. Het hoort bij donner: iets donner à quelqu’un wordt ‘iets aan iemand geven’, en à elle kan als lui verschijnen. donner betekent ‘geven’. Een veelgebruikt patroon is donner quelque chose à quelqu’un: ‘iemand iets geven’. In deze zin is lui de ontvanger en staat het gegeven voorwerp in het daaropvolgende naamwoordstuk. cadeau betekent ‘cadeau’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; met het bepaald lidwoord krijg je le cadeau, ‘het cadeau’. In donner le cadeau is het cadeau het voorwerp dat gegeven wordt. Samen betekent Tout le monde peut la signer dat iedereen de kaart kan ondertekenen. avant de lui donner le cadeau voegt toe dat dit gebeurt voordat het cadeau aan haar wordt gegeven. De volledige vaste betekenis is daarom: ‘Iedereen kan het ondertekenen voordat we haar het cadeau geven.’

Grammatica

pourrait + infinitif

pourrait convenir

poe-rè kong-vuh-nier

zou kunnen passen

Na pourrait staat een infinitief; deze vorm drukt een mogelijkheid of voorzichtige suggestie uit.

avant de + infinitif

avant de donner

a-vang duh do-nee

voordat je geeft

Na avant de volgt een infinitief wanneer het onderwerp hetzelfde blijft als in de hoofdzin.

Frans woordenschat

aime werkwoord
èm houdt van
cadeau zelfstandig naamwoord
ka-doe cadeau
choisir werkwoord
sjwa-zier kiezen
collègue zelfstandig naamwoord
kol-lèg collega
convenir werkwoord
kong-vuh-nier passen
devons werkwoord
duh-vong moeten
doit werkwoord
dwaa moet
personnel bijvoeglijk naamwoord
per-so-nèl persoonlijk
pourrait werkwoord
poe-rè zou kunnen
service à thé uitdrukking
sèr-vies aa tee theeservies
thé zelfstandig naamwoord
tee thee
utile bijvoeglijk naamwoord
uu-tiel nuttig

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat voelt persoonlijk, maar het is nog steeds nuttig.

Antwoord tonenC'est personnel, mais ça reste utile.

Laten we ook een klein kaartje toevoegen.

Antwoord tonenAjoutons aussi une petite carte.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nuttig

Antwoord tonenutile

houdt van

Antwoord tonenaime

moet

Antwoord tonendoit

moeten

Antwoord tonendevons