Beslissen welke taak eerst moet | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At work, two adults prioritize an urgent email before starting an important report due soon..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Beslissen welke taak eerst moet oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai trop de tâches ce matin.

zjee troo də tash sə matèn Ik heb vanochtend te veel taken.
B

Classe-les d'abord par ordre de priorité.

klas-lee da-bor par ordr də prie-jor-itee Zet ze eerst op volgorde van prioriteit.
A

Cet e-mail est urgent.

set ie-mèl è ür-zjã Deze e-mail is dringend.
A

Le rapport est important.

lə ra-por è è̃-por-tã Het verslag is belangrijk.
B

Quelle est la date limite du rapport ?

kèl è la dat li-miet dü ra-por Wanneer is de deadline van het verslag?
A

Il doit être prêt demain après-midi.

iel dwa ètr prè də-mè̃ a-prè mie-die Het moet morgenmiddag klaar zijn.
B

Alors, réponds d'abord à l'e-mail urgent.

a-lor, ree-pon da-bor aa l ie-mèl ür-zjã Beantwoord dan eerst de dringende e-mail.
A

Après cela, je vais travailler sur le rapport.

a-prè sə-la, zjə vè tra-va-jee sür lə ra-por Daarna ga ik aan het verslag werken.
B

Cela devrait t'aider à te sentir moins stressé.

sə-la də-vrè tè-dee aa tə san-tier mwè̃ stre-see Dat zou je helpen om je minder gestrest te voelen.

Woord voor woord

J'ai « J'ai » betekent hier « ik heb » in « J'ai trop de tâches ». Het is de vorm van avoir bij je, met weggelaten e vóór de klinker in ai. Gebruik « J'ai » om te zeggen dat je iets hebt of bezit.
trop « trop » geeft hier een te grote hoeveelheid aan: « te veel ». Na « trop » staat in « trop de tâches » het hoeveelheidswoord « de ». Een bruikbaar patroon is « trop de » gevolgd door een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld bij te veel werk of taken.
de « de » introduceert hier het zelfstandig naamwoord na de hoeveelheidsaanduiding in « trop de tâches ». Het betekent in deze combinatie niet gewoon « van », maar hoort bij de uitdrukking voor « te veel ». Gebruik « de » na « trop » vóór het genoemde object.
tâches « tâches » betekent hier « taken », namelijk de werkzaamheden die vanochtend gedaan moeten worden. Het is de meervoudsvorm van « tâche » in « trop de tâches ». Je gebruikt « tâches » voor afzonderlijke werkzaamheden of opdrachten.
ce « ce » betekent hier « deze » in de tijdsaanduiding « ce matin ». Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord « matin ». Een bruikbaar patroon is « ce » gevolgd door een mannelijk zelfstandig naamwoord.
matin « matin » betekent « ochtend » in « ce matin », dus « vanochtend ». Samen geeft « ce matin » aan wanneer iets gebeurt. Je gebruikt « matin » in tijdsaanduidingen over de ochtend.
Classe-les « Classe-les » is hier een opdracht om de eerder genoemde taken te ordenen. In deze vorm verwijst « -les » naar « de taken » en staat het achter de gebiedende wijs. Een bruikbaar patroon is een opdrachtwerkwoord met « -les » wanneer je naar meerdere genoemde zaken verwijst.
d'abord « d'abord » betekent hier « eerst » en geeft de eerste stap in de volgorde aan. In « Classe-les d'abord » moet het ordenen vóór andere acties gebeuren. Gebruik « d'abord » om de eerste actie of prioriteit te markeren.
par « par » betekent hier « volgens » of « op basis van » in « par ordre de priorité ». Het geeft het criterium aan waarmee de taken geordend worden. Een bruikbaar patroon is « par ordre de » gevolgd door het criterium.
ordre « ordre » betekent hier « volgorde » in « par ordre de priorité ». Het woord beschrijft de rangschikking waarin de taken komen te staan. Gebruik « ordre de priorité » wanneer je iets rangschikt volgens belangrijkheid of urgentie.
priorité « priorité » betekent « prioriteit » en geeft aan wat eerst moet gebeuren. In « par ordre de priorité » is het de maatstaf voor de volgorde van de taken. Je gebruikt het in situaties waarin je werkzaamheden of keuzes rangschikt.
Cet « Cet » betekent hier « deze » in « Cet e-mail ». Deze vorm staat vóór het mannelijke enkelvoud « e-mail », dat met een klinkerklank begint. Gebruik « cet » om naar zo’n mannelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen.
e-mail « e-mail » betekent « e-mail » in « Cet e-mail est urgent ». Het verwijst hier naar het bericht dat onmiddellijk aandacht nodig heeft. Je kunt « e-mail » gebruiken als object na een werkwoord zoals beantwoorden of lezen.
est « est » betekent hier « is » in « Cet e-mail est urgent ». Het verbindt het onderwerp met de beschrijving « urgent » en is een vorm van être. Een bruikbaar patroon is « onderwerp est + beschrijving ».
urgent « urgent » beschrijft de e-mail hier als « dringend ». In « Cet e-mail est urgent » geeft het aan dat het bericht snel behandeld moet worden. Gebruik « être urgent » om de noodzaak van snelle aandacht te beschrijven.
Le « Le » is hier het bepaalde lidwoord vóór « rapport » in « Le rapport ». Het betekent « het » en verwijst naar een specifiek verslag. In « sur le rapport » verschijnt hetzelfde lidwoord als « le » met een kleine letter; gebruik « le » vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord.
rapport « rapport » betekent hier « verslag » in « Le rapport est important ». Het gaat om het werkdocument dat binnenkort af moet zijn. Je gebruikt « rapport » voor een verslag dat iemand voor werk of een andere taak maakt.
important « important » betekent hier « belangrijk » en beschrijft het verslag in « Le rapport est important ». Het geeft aan dat het verslag betekenis of prioriteit heeft. Een bruikbaar patroon is « être important » om het belang van iets te benoemen.
Quelle « Quelle » leidt hier de vraag in « Quelle est la date limite du rapport ? » en vraagt welke datum de deadline is. De vorm staat bij het vrouwelijke woord « date ». Een bruikbaar vraagpatroon is « Quelle est + zelfstandig naamwoord? ».
la « la » is hier het bepaalde lidwoord vóór « date » in « la date limite ». Het verwijst naar een specifieke datum, namelijk de deadline. Gebruik « la » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
date « date » betekent hier « datum » in « la date limite ». Samen met « limite » verwijst het naar de datum waarop iets uiterlijk klaar moet zijn. Je gebruikt « date » voor een kalenderdatum of een afgesproken moment.
limite « limite » betekent hier « grens » of « uiterste » in « date limite ». In de volledige uitdrukking gaat het om de uiterste datum voor het verslag. Gebruik « date limite » voor een deadline.
du « du » betekent hier « van het » in « du rapport ». Het verbindt de deadline met het verslag waar de deadline bij hoort. « Du » is de samengevoegde vorm van « de » en « le » en wordt gebruikt vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord.
Il « Il » betekent hier « het » en verwijst naar het verslag in « Il doit être prêt ». Het staat als onderwerp vóór de mededeling wat ermee moet gebeuren. Een bruikbaar patroon is « Il doit être + beschrijving » wanneer iets aan een vereiste moet voldoen.
doit « doit » betekent hier « moet » in « Il doit être prêt ». De vorm drukt uit dat het verslag uiterlijk op een bepaald moment klaar moet zijn en komt van devoir. Gebruik « devoir + infinitief » om een verplichting of noodzakelijke handeling uit te drukken.
être « être » betekent hier « zijn » in « doit être prêt ». Het is de infinitief die volgt op « doit » en beschrijft de toestand die bereikt moet worden. Een bruikbaar patroon is « doit être + bijvoeglijk naamwoord ».
prêt « prêt » betekent hier « klaar » in « être prêt ». Het beschrijft de toestand waarin het verslag zich op de deadline moet bevinden. Gebruik « être prêt » om te zeggen dat iemand of iets klaar is.
demain « demain » betekent « morgen » en geeft aan dat de deadline de volgende dag ligt. In « demain après-midi » hoort het bij het tijdstip van de middag. Je gebruikt « demain » als tijdsaanduiding voor de volgende dag.
après-midi « après-midi » betekent « middag » in « demain après-midi », dus « morgenmiddag ». Het specificeert welk deel van de volgende dag bedoeld wordt. Gebruik « après-midi » in combinaties die een middagmoment aangeven.
Alors « Alors » betekent hier « dan » of « dus » en trekt een gevolg uit de informatie over de deadline. In « Alors, réponds d'abord » leidt het de voorgestelde volgende stap in. Gebruik « alors » om in een gesprek naar een conclusie of gevolg over te gaan.
réponds « réponds » is hier een directe opdracht om te antwoorden op de dringende e-mail. De vorm is gericht aan één persoon en hoort bij répondre. Een bruikbaar patroon is « réponds à » gevolgd door de persoon of zaak waarop je antwoordt.
à « à » betekent hier « aan » in « réponds à l'e-mail ». Het is de voorzetselverbinding die bij répondre hoort en wijst naar de ontvanger of het bericht waarop je antwoordt. Gebruik « répondre à » met een persoon of communicatieobject.
l'e-mail « l'e-mail » betekent hier « de e-mail » in « réponds d'abord à l'e-mail urgent ». De apostrof laat het lidwoord vóór « e-mail » aansluiten op de klinkerklank. Gebruik « l' » vóór een zelfstandig naamwoord dat met een klinkerklank begint.
Après « Après » betekent hier « daarna » of « na » in « Après cela ». Het markeert een handeling die volgt op het beantwoorden van de e-mail. Gebruik « après » vóór een genoemde tijd, zaak of verwijzing naar een eerdere gebeurtenis.
cela « cela » betekent hier « dat » in « Après cela » en verwijst naar de voorafgaande handeling, het beantwoorden van de e-mail. Samen maakt het duidelijk dat de volgende stap daarna plaatsvindt. Een bruikbaar patroon is « après cela » om naar een volgend moment na een eerdere actie te verwijzen.
je « je » betekent « ik » en is hier het onderwerp van « je vais travailler ». Het geeft aan dat de spreker zelf aan het verslag gaat werken. Gebruik « je » als onderwerp vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
vais « vais » betekent hier « ga » in « je vais travailler ». Samen met de infinitief « travailler » drukt « je vais » een voorgenomen toekomstige handeling uit. Een bruikbaar patroon is « je vais + infinitief » voor iets wat je van plan bent te doen.
travailler « travailler » betekent hier « werken » in « je vais travailler sur le rapport ». Het staat als infinitief na « vais » en benoemt de geplande activiteit. Gebruik « travailler sur » met een taak, onderwerp of document waaraan je werkt.
sur « sur » betekent hier « aan » in « travailler sur le rapport ». Het koppelt het werk aan het verslag dat de spreker gaat maken of afwerken. Een bruikbaar patroon is « travailler sur + taak, onderwerp of document ».
devrait « devrait » betekent hier « zou moeten » in de betekenis van een verwachte uitkomst: het zou moeten helpen. Het gaat in « Cela devrait t'aider » niet om een bevel, maar om de verwachting dat iets nuttig zal zijn. Een bruikbaar patroon is « Cela devrait + infinitief » om een verwachte werking of gevolg uit te drukken.
t'aider « t'aider » betekent hier « je helpen » in « Cela devrait t'aider à te sentir moins stressé ». « t' » verwijst naar de persoon die geholpen wordt en « aider » benoemt de hulp. Een bruikbaar patroon is « aider quelqu'un à + infinitief », zoals in « t'aider à te sentir ».
te « te » verwijst hier naar « je » in « à te sentir moins stressé » en maakt duidelijk wie de toestand ervaart. Het staat vóór de infinitief « sentir » en hoort bij de uitdrukking voor jezelf voelen. Een bruikbaar patroon is « te sentir + bijvoeglijk naamwoord ».
sentir « sentir » betekent hier « voelen » in « te sentir moins stressé ». Het staat als infinitief na « à te » en beschrijft de ervaren toestand. Gebruik « se sentir » of de passende vorm daarvan met een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven.
moins « moins » betekent hier « minder » in « moins stressé ». Het vermindert de mate waarin iemand gestrest is. Gebruik « moins » vóór een bijvoeglijk naamwoord om een lagere graad aan te geven.
stressé « stressé » betekent hier « gestrest » in « te sentir moins stressé ». Het beschrijft de toestand die volgens de spreker minder sterk zal worden. Gebruik « se sentir moins stressé » om te zeggen dat iemand zich minder gestrest voelt.

Grammatica

Classe-les + bijwoord

Classe-les d'abord.

klas-lee da-bor

Rangschik ze eerst.

Bij de gebiedende wijs staat het voornaamwoord achter het werkwoord, met een koppelteken.

devoir + infinitif

Il doit répondre.

iel dwa ree-pondr

Hij moet antwoorden.

Devoir wordt gevolgd door een infinitief om verplichting of noodzaak uit te drukken.

Frans woordenschat

avoir werkwoord
a-vwaar hebben J'ai

J'ai trop de tâches ce matin.

ce matin uitdrukking
sə matèn vanochtend

J'ai trop de tâches ce matin.

classer werkwoord
kla-see rangschikken Classe-les

Classe-les d'abord par ordre de priorité.

d'abord bijwoord
da-bor eerst

Classe-les d'abord par ordre de priorité.

e-mail zelfstandig naamwoord
ie-mèl e-mail Cet e-mail

Cet e-mail est urgent.

important bijvoeglijk naamwoord
è̃-por-tã belangrijk

Le rapport est important.

par ordre de priorité uitdrukking
par ordr də prie-jor-itee op volgorde van prioriteit

Classe-les d'abord par ordre de priorité.

priorité zelfstandig naamwoord
prie-jor-itee prioriteit

Classe-les d'abord par ordre de priorité.

rapport zelfstandig naamwoord
ra-por verslag

Le rapport est important.

tâche zelfstandig naamwoord
tash taak tâches

J'ai trop de tâches ce matin.

trop bijwoord
troo te veel

J'ai trop de tâches ce matin.

urgent bijvoeglijk naamwoord
ür-zjã dringend

Cet e-mail est urgent.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb vanochtend te veel taken.

Antwoord tonenJ'ai trop de tâches ce matin.

Zet ze eerst op volgorde van prioriteit.

Antwoord tonenClasse-les d'abord par ordre de priorité.

Deze e-mail is dringend.

Antwoord tonenCet e-mail est urgent.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

te veel

Antwoord tonentrop

prioriteit

Antwoord tonenpriorité

taak

Antwoord tonentâches

verslag

Antwoord tonenrapport