J'ai
« J'ai » betekent hier « ik heb » in « J'ai trop de tâches ». Het is de vorm van avoir bij je, met weggelaten e vóór de klinker in ai. Gebruik « J'ai » om te zeggen dat je iets hebt of bezit.
trop
« trop » geeft hier een te grote hoeveelheid aan: « te veel ». Na « trop » staat in « trop de tâches » het hoeveelheidswoord « de ». Een bruikbaar patroon is « trop de » gevolgd door een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld bij te veel werk of taken.
de
« de » introduceert hier het zelfstandig naamwoord na de hoeveelheidsaanduiding in « trop de tâches ». Het betekent in deze combinatie niet gewoon « van », maar hoort bij de uitdrukking voor « te veel ». Gebruik « de » na « trop » vóór het genoemde object.
tâches
« tâches » betekent hier « taken », namelijk de werkzaamheden die vanochtend gedaan moeten worden. Het is de meervoudsvorm van « tâche » in « trop de tâches ». Je gebruikt « tâches » voor afzonderlijke werkzaamheden of opdrachten.
ce
« ce » betekent hier « deze » in de tijdsaanduiding « ce matin ». Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord « matin ». Een bruikbaar patroon is « ce » gevolgd door een mannelijk zelfstandig naamwoord.
matin
« matin » betekent « ochtend » in « ce matin », dus « vanochtend ». Samen geeft « ce matin » aan wanneer iets gebeurt. Je gebruikt « matin » in tijdsaanduidingen over de ochtend.
Classe-les
« Classe-les » is hier een opdracht om de eerder genoemde taken te ordenen. In deze vorm verwijst « -les » naar « de taken » en staat het achter de gebiedende wijs. Een bruikbaar patroon is een opdrachtwerkwoord met « -les » wanneer je naar meerdere genoemde zaken verwijst.
d'abord
« d'abord » betekent hier « eerst » en geeft de eerste stap in de volgorde aan. In « Classe-les d'abord » moet het ordenen vóór andere acties gebeuren. Gebruik « d'abord » om de eerste actie of prioriteit te markeren.
par
« par » betekent hier « volgens » of « op basis van » in « par ordre de priorité ». Het geeft het criterium aan waarmee de taken geordend worden. Een bruikbaar patroon is « par ordre de » gevolgd door het criterium.
ordre
« ordre » betekent hier « volgorde » in « par ordre de priorité ». Het woord beschrijft de rangschikking waarin de taken komen te staan. Gebruik « ordre de priorité » wanneer je iets rangschikt volgens belangrijkheid of urgentie.
priorité
« priorité » betekent « prioriteit » en geeft aan wat eerst moet gebeuren. In « par ordre de priorité » is het de maatstaf voor de volgorde van de taken. Je gebruikt het in situaties waarin je werkzaamheden of keuzes rangschikt.
Cet
« Cet » betekent hier « deze » in « Cet e-mail ». Deze vorm staat vóór het mannelijke enkelvoud « e-mail », dat met een klinkerklank begint. Gebruik « cet » om naar zo’n mannelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen.
e-mail
« e-mail » betekent « e-mail » in « Cet e-mail est urgent ». Het verwijst hier naar het bericht dat onmiddellijk aandacht nodig heeft. Je kunt « e-mail » gebruiken als object na een werkwoord zoals beantwoorden of lezen.
est
« est » betekent hier « is » in « Cet e-mail est urgent ». Het verbindt het onderwerp met de beschrijving « urgent » en is een vorm van être. Een bruikbaar patroon is « onderwerp est + beschrijving ».
urgent
« urgent » beschrijft de e-mail hier als « dringend ». In « Cet e-mail est urgent » geeft het aan dat het bericht snel behandeld moet worden. Gebruik « être urgent » om de noodzaak van snelle aandacht te beschrijven.
Le
« Le » is hier het bepaalde lidwoord vóór « rapport » in « Le rapport ». Het betekent « het » en verwijst naar een specifiek verslag. In « sur le rapport » verschijnt hetzelfde lidwoord als « le » met een kleine letter; gebruik « le » vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord.
rapport
« rapport » betekent hier « verslag » in « Le rapport est important ». Het gaat om het werkdocument dat binnenkort af moet zijn. Je gebruikt « rapport » voor een verslag dat iemand voor werk of een andere taak maakt.
important
« important » betekent hier « belangrijk » en beschrijft het verslag in « Le rapport est important ». Het geeft aan dat het verslag betekenis of prioriteit heeft. Een bruikbaar patroon is « être important » om het belang van iets te benoemen.
Quelle
« Quelle » leidt hier de vraag in « Quelle est la date limite du rapport ? » en vraagt welke datum de deadline is. De vorm staat bij het vrouwelijke woord « date ». Een bruikbaar vraagpatroon is « Quelle est + zelfstandig naamwoord? ».
la
« la » is hier het bepaalde lidwoord vóór « date » in « la date limite ». Het verwijst naar een specifieke datum, namelijk de deadline. Gebruik « la » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
date
« date » betekent hier « datum » in « la date limite ». Samen met « limite » verwijst het naar de datum waarop iets uiterlijk klaar moet zijn. Je gebruikt « date » voor een kalenderdatum of een afgesproken moment.
limite
« limite » betekent hier « grens » of « uiterste » in « date limite ». In de volledige uitdrukking gaat het om de uiterste datum voor het verslag. Gebruik « date limite » voor een deadline.
du
« du » betekent hier « van het » in « du rapport ». Het verbindt de deadline met het verslag waar de deadline bij hoort. « Du » is de samengevoegde vorm van « de » en « le » en wordt gebruikt vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord.
Il
« Il » betekent hier « het » en verwijst naar het verslag in « Il doit être prêt ». Het staat als onderwerp vóór de mededeling wat ermee moet gebeuren. Een bruikbaar patroon is « Il doit être + beschrijving » wanneer iets aan een vereiste moet voldoen.
doit
« doit » betekent hier « moet » in « Il doit être prêt ». De vorm drukt uit dat het verslag uiterlijk op een bepaald moment klaar moet zijn en komt van devoir. Gebruik « devoir + infinitief » om een verplichting of noodzakelijke handeling uit te drukken.
être
« être » betekent hier « zijn » in « doit être prêt ». Het is de infinitief die volgt op « doit » en beschrijft de toestand die bereikt moet worden. Een bruikbaar patroon is « doit être + bijvoeglijk naamwoord ».
prêt
« prêt » betekent hier « klaar » in « être prêt ». Het beschrijft de toestand waarin het verslag zich op de deadline moet bevinden. Gebruik « être prêt » om te zeggen dat iemand of iets klaar is.
demain
« demain » betekent « morgen » en geeft aan dat de deadline de volgende dag ligt. In « demain après-midi » hoort het bij het tijdstip van de middag. Je gebruikt « demain » als tijdsaanduiding voor de volgende dag.
après-midi
« après-midi » betekent « middag » in « demain après-midi », dus « morgenmiddag ». Het specificeert welk deel van de volgende dag bedoeld wordt. Gebruik « après-midi » in combinaties die een middagmoment aangeven.
Alors
« Alors » betekent hier « dan » of « dus » en trekt een gevolg uit de informatie over de deadline. In « Alors, réponds d'abord » leidt het de voorgestelde volgende stap in. Gebruik « alors » om in een gesprek naar een conclusie of gevolg over te gaan.
réponds
« réponds » is hier een directe opdracht om te antwoorden op de dringende e-mail. De vorm is gericht aan één persoon en hoort bij répondre. Een bruikbaar patroon is « réponds à » gevolgd door de persoon of zaak waarop je antwoordt.
à
« à » betekent hier « aan » in « réponds à l'e-mail ». Het is de voorzetselverbinding die bij répondre hoort en wijst naar de ontvanger of het bericht waarop je antwoordt. Gebruik « répondre à » met een persoon of communicatieobject.
l'e-mail
« l'e-mail » betekent hier « de e-mail » in « réponds d'abord à l'e-mail urgent ». De apostrof laat het lidwoord vóór « e-mail » aansluiten op de klinkerklank. Gebruik « l' » vóór een zelfstandig naamwoord dat met een klinkerklank begint.
Après
« Après » betekent hier « daarna » of « na » in « Après cela ». Het markeert een handeling die volgt op het beantwoorden van de e-mail. Gebruik « après » vóór een genoemde tijd, zaak of verwijzing naar een eerdere gebeurtenis.
cela
« cela » betekent hier « dat » in « Après cela » en verwijst naar de voorafgaande handeling, het beantwoorden van de e-mail. Samen maakt het duidelijk dat de volgende stap daarna plaatsvindt. Een bruikbaar patroon is « après cela » om naar een volgend moment na een eerdere actie te verwijzen.
je
« je » betekent « ik » en is hier het onderwerp van « je vais travailler ». Het geeft aan dat de spreker zelf aan het verslag gaat werken. Gebruik « je » als onderwerp vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
vais
« vais » betekent hier « ga » in « je vais travailler ». Samen met de infinitief « travailler » drukt « je vais » een voorgenomen toekomstige handeling uit. Een bruikbaar patroon is « je vais + infinitief » voor iets wat je van plan bent te doen.
travailler
« travailler » betekent hier « werken » in « je vais travailler sur le rapport ». Het staat als infinitief na « vais » en benoemt de geplande activiteit. Gebruik « travailler sur » met een taak, onderwerp of document waaraan je werkt.
sur
« sur » betekent hier « aan » in « travailler sur le rapport ». Het koppelt het werk aan het verslag dat de spreker gaat maken of afwerken. Een bruikbaar patroon is « travailler sur + taak, onderwerp of document ».
devrait
« devrait » betekent hier « zou moeten » in de betekenis van een verwachte uitkomst: het zou moeten helpen. Het gaat in « Cela devrait t'aider » niet om een bevel, maar om de verwachting dat iets nuttig zal zijn. Een bruikbaar patroon is « Cela devrait + infinitief » om een verwachte werking of gevolg uit te drukken.
t'aider
« t'aider » betekent hier « je helpen » in « Cela devrait t'aider à te sentir moins stressé ». « t' » verwijst naar de persoon die geholpen wordt en « aider » benoemt de hulp. Een bruikbaar patroon is « aider quelqu'un à + infinitief », zoals in « t'aider à te sentir ».
te
« te » verwijst hier naar « je » in « à te sentir moins stressé » en maakt duidelijk wie de toestand ervaart. Het staat vóór de infinitief « sentir » en hoort bij de uitdrukking voor jezelf voelen. Een bruikbaar patroon is « te sentir + bijvoeglijk naamwoord ».
sentir
« sentir » betekent hier « voelen » in « te sentir moins stressé ». Het staat als infinitief na « à te » en beschrijft de ervaren toestand. Gebruik « se sentir » of de passende vorm daarvan met een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven.
moins
« moins » betekent hier « minder » in « moins stressé ». Het vermindert de mate waarin iemand gestrest is. Gebruik « moins » vóór een bijvoeglijk naamwoord om een lagere graad aan te geven.
stressé
« stressé » betekent hier « gestrest » in « te sentir moins stressé ». Het beschrijft de toestand die volgens de spreker minder sterk zal worden. Gebruik « se sentir moins stressé » om te zeggen dat iemand zich minder gestrest voelt.