Een afspraak bij de kliniek maken als je ziek bent | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, one adult feels unwell and asks another how to call a clinic for an appointment..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Een afspraak bij de kliniek maken als je ziek bent oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai de la toux et je me sens fatigué aujourd'hui.

zjee duh la toe ee zuh muh san fa-ti-gee oo-zjoer-dwie. Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.
B

Tu devrais appeler la clinique et demander un rendez-vous.

tuu duh-vreh ah-plee la kli-niek ee duh-man-dee uhn ran-duh-voe. Je zou de kliniek moeten bellen en om een afspraak vragen.
A

Qu'est-ce que je dois dire quand j'appelle ?

kès-kuh zuh dwa dier kan zja-pèl? Wat moet ik zeggen als ik bel?
B

Dis-leur que tu ne te sens pas bien et que tu voudrais voir un médecin.

die-leur kuh tuu nuh tuh san pah byen ee kuh tuu voe-dreh vwar uhn mee-dsèn. Zeg tegen hen dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.
A

Je veux aussi demander quels horaires sont disponibles.

zuh veu oo-see duh-man-dee kel zo-rèr son dee-spo-nee-bl. Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.
B

Cela les aidera à trouver un rendez-vous qui te convient.

suh-la lez-eh-drah ah troe-vee uhn ran-duh-voe kie tuh kon-vjèn. Dat helpt hen om een afspraak te vinden die jou uitkomt.
A

Je vais appeler la clinique maintenant.

zuh vèh ah-plee la kli-niek mèn-tuh-nan. Ik ga de kliniek nu bellen.
B

Note tes symptômes pour pouvoir les expliquer clairement.

not tee sèn-ptom poer poe-vwar lez-eks-plee-kee klèr-man. Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

Woord voor woord

J'ai "J'ai" betekent hier "ik heb" en opent de mededeling over de klacht. Het is de vorm van avoir die bij je hoort, zoals in "J'ai de la toux".
de In "de la toux" draagt "de" bij aan de onbepaalde hoeveelheid van de klacht; samen met la vormt het de uitdrukking voor hoest hebben. Gebruik de vóór la wanneer het volgende zelfstandig naamwoord vrouwelijk enkelvoud is.
la In "de la toux" is "la" het bepaald lidwoord vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord toux. Het hoort bij toux in de combinatie "la toux".
toux "toux" betekent hier "hoest", de lichamelijke klacht die de spreker noemt. Het staat in de combinatie "J'ai de la toux" na J'ai.
et In "J'ai de la toux et je me sens fatigué" verbindt "et" twee mededelingen over hoe de spreker zich voelt. Gebruik et om gelijkwaardige informatie of handelingen te verbinden.
je In "je me sens fatigué" is "je" het onderwerp: de spreker zegt "ik". Het staat vóór de werkwoordsvorm sens, zoals in "Je veux aussi demander".
me In "je me sens fatigué" verwijst "me" terug naar de spreker als degene die de toestand ervaart. Het hoort bij de constructie je me sens; de combinatie kan een toestand of gevoel van de spreker inleiden.
sens In "je me sens fatigué" betekent "sens" "voel". De combinatie "je me sens" kan een toestand of gevoel van de spreker inleiden.
fatigué In "je me sens fatigué" beschrijft "fatigué" dat de spreker zich moe voelt. Het staat na "je me sens" als beschrijving van de toestand.
aujourd'hui In "je me sens fatigué aujourd'hui" betekent "aujourd'hui" "vandaag" en beperkt het de mededeling tot deze dag. Het staat hier aan het einde van de zin.
Tu In "Tu devrais appeler la clinique" is "Tu" de aangesproken persoon: "jij". Het staat als onderwerp vóór devrais wanneer je iemand advies geeft.
devrais In "Tu devrais appeler la clinique" drukt "devrais" een advies uit: "zou moeten". Het is een vorm van devoir en wordt hier gevolgd door het infinitief appeler.
appeler In "appeler la clinique" betekent "appeler" "bellen". Het is een infinitief na devrais en krijgt de persoon of instantie die je belt er direct achter, zoals la clinique.
clinique In "la clinique" betekent "clinique" "kliniek", de medische instelling die gebeld moet worden. Gebruik de combinatie "appeler la clinique" voor deze handeling.
demander In "demander un rendez-vous" betekent "demander" "vragen om". Het infinitief krijgt hier "un rendez-vous" als datgene waarom gevraagd wordt; deze combinatie is bruikbaar aan de telefoon.
un In "un rendez-vous" is "un" het onbepaalde lidwoord voor één afspraak. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige rendez-vous en introduceert een afspraak die nog moet worden gevraagd.
rendez-vous "Rendez-vous" betekent hier "afspraak". In de vaste uitdrukking "rendez-vous" vormen de delen "rendez" en "vous" samen de naam voor een afgesproken ontmoeting. Gebruik het met un in "un rendez-vous".
Qu'est-ce In "Qu'est-ce que je dois dire" vormen "Qu'est" en "ce" samen het eerste deel van de vaste vraaguitdrukking voor "wat ...?". Het volgende que koppelt dit vraagdeel aan "je dois dire"; de hele vorm vraagt wat de spreker moet zeggen.
que In "Qu'est-ce que je dois dire" leidt "que" het deel in dat uitlegt waarnaar gevraagd wordt: wat de spreker moet zeggen. Het staat hier vóór "je dois dire".
dois In "je dois dire" betekent "dois" "moet". Het is een vorm van devoir bij je en staat vóór het infinitief dire; zo druk je een noodzakelijke volgende handeling uit.
dire In "je dois dire" betekent "dire" "zeggen". Het is het infinitief na dois en benoemt de boodschap die de spreker aan de kliniek moet geven.
quand In "quand j'appelle" betekent "quand" "wanneer" en introduceert het het moment waarop de handeling plaatsvindt. De combinatie koppelt de vraag over wat je moet zeggen aan het bellen.
j'appelle In "quand j'appelle" betekent "j'appelle" "ik bel". Het is de vorm van appeler met je en beschrijft de handeling waarvan het moment wordt genoemd.
Dis In "Dis-leur" is "Dis" een aansporing aan de aangesproken persoon om iets te zeggen of mee te delen. Het is de gebiedende vorm van dire en staat vóór leur.
leur In "Dis-leur" betekent "leur" "aan hen" en verwijst het naar de mensen aan de andere kant van het telefoongesprek. Het geeft aan voor wie de boodschap bedoeld is.
ne In "ne te sens pas bien" begint "ne" de ontkenning van de toestand. Het werkt hier samen met pas; pas is het andere deel van de ne...pas-constructie.
te In "ne te sens pas bien" verwijst "te" naar de aangesproken persoon, degene die zich niet goed voelt. Het hoort bij sens in deze wederkerende constructie en staat vóór het werkwoord.
pas In "ne te sens pas bien" maakt "pas" de ontkenning compleet die met ne begint. Samen geven ne en pas aan dat de aangesproken persoon zich niet goed voelt.
bien In "ne te sens pas bien" betekent "bien" "goed" of "wel" en beschrijft het hoe iemand zich voelt. Door de combinatie met ne en pas wordt hier gezegd dat die persoon zich niet goed voelt.
voudrais In "tu voudrais voir un médecin" drukt "voudrais" een beleefde of voorzichtige wens uit: "zou graag willen". Het is een vorm van vouloir en staat vóór het infinitief voir.
voir In "voudrais voir un médecin" betekent "voir" "zien", hier in de betekenis van een arts bezoeken of spreken. Het is het infinitief na voudrais en neemt un médecin als persoon die je wilt zien.
médecin In "voir un médecin" betekent "médecin" "arts". Het staat na un als de medische professional die de spreker wil zien; de combinatie is bruikbaar wanneer je om medische hulp vraagt.
veux In "Je veux aussi demander" betekent "veux" "wil". Het is een vorm van vouloir bij je en staat vóór het infinitief demander; zo kondigt de spreker een extra bedoeling aan.
aussi In "Je veux aussi demander" betekent "aussi" "ook". Het voegt vragen naar beschikbare tijden toe aan wat de spreker al van plan is te zeggen en staat vóór demander.
quels In "quels horaires" betekent "quels" "welke" en vraagt het om een keuze uit meerdere tijden of tijdstippen. De vorm staat vóór het meervoudige mannelijke woord horaires.
horaires In "quels horaires sont disponibles" verwijst "horaires" naar de beschikbare tijdstippen of tijdsblokken voor een afspraak. Het wordt hier nader bepaald door disponibles; samen vraag je welke momenten mogelijk zijn.
sont In "horaires sont disponibles" betekent "sont" "zijn". Het is de vorm van être die bij het meervoudige onderwerp horaires hoort en dat onderwerp met disponibles verbindt.
disponibles In "horaires sont disponibles" betekent "disponibles" "beschikbaar". Het beschrijft welke tijdstippen nog mogelijk zijn en volgt op sont.
Cela In "Cela les aidera" verwijst "Cela" naar de vooraf genoemde informatie of handeling, namelijk naar beschikbare tijden vragen. Het betekent hier "dat" of "dit" en vormt het onderwerp van aidera.
les In "Cela les aidera" betekent "les" "hen" en verwijst het naar de mensen van de kliniek die de afspraak zoeken. Hier is les een voornaamwoordelijk object, geen lidwoord.
aidera In "Cela les aidera à trouver" betekent "aidera" "zal helpen". Het is een vorm van aider en staat met les vóór à trouver; zo wordt aangegeven wie hulp krijgt en waarbij.
à In "les aidera à trouver" verbindt "à" aidera met de handeling die de hulp beschrijft. De combinatie laat zien dat à vóór het infinitief trouver staat.
trouver In "à trouver un rendez-vous" betekent "trouver" "vinden". Het is het infinitief na à en krijgt un rendez-vous als wat de kliniek moet vinden; deze combinatie beschrijft het regelen van een afspraak.
qui In "un rendez-vous qui te convient" leidt "qui" een bijzin in die extra informatie geeft over de afspraak. Het verwijst naar un rendez-vous en is het onderwerp van convient in die bijzin.
convient In "qui te convient" betekent "convient" hier "past bij" of "komt uit voor". Het is een vorm van convenir; te geeft aan voor wie de afspraak geschikt is.
maintenant In "appeler la clinique maintenant" betekent "maintenant" "nu". Het geeft aan dat het bellen meteen zal gebeuren en staat hier aan het einde van de zin.
Note In "Note tes symptômes" is "Note" een aansporing om de symptomen op te schrijven. Het is de gebiedende vorm van noter en staat vóór tes symptômes, wat je moet noteren.
tes In "tes symptômes" betekent "tes" "jouw" en laat het zien dat de symptomen bij de aangesproken persoon horen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord symptômes.
symptômes In "tes symptômes" betekent "symptômes" "symptomen": de klachten die je kunt uitleggen. Het staat na tes en is het object van Note.
pour In "pour pouvoir les expliquer clairement" geeft "pour" het doel aan: zodat je ze duidelijk kunt uitleggen. Het staat vóór de infinitiefconstructie pouvoir; pour + infinitief formuleert hier een doel.
pouvoir In "pour pouvoir les expliquer clairement" betekent "pouvoir" "kunnen". Het is het infinitief na pour en drukt uit dat de aangesproken persoon in staat moet zijn de symptomen uit te leggen.
expliquer In "les expliquer clairement" betekent "expliquer" "uitleggen". Het staat als infinitief na pouvoir en wordt voorafgegaan door les, dat verwijst naar symptômes.
clairement In "les expliquer clairement" betekent "clairement" "duidelijk". Het zegt hoe de symptomen moeten worden uitgelegd en staat na expliquer.

Grammatica

Je voudrais + infinitif

Je voudrais voir le médecin.

zuh voe-dreh vwar luh may-dsèn.

Ik zou de dokter willen zien.

De conditionnelvoud voudrais maakt een verzoek beleefder. Daarna volgt een infinitief, zoals voir.

Je vais + infinitif

Je vais appeler maintenant.

zuh vèh ah-plee mèn-tuh-nan.

Ik ga nu bellen.

Vais + infinitief vormt de futur proche: iets gaat binnenkort gebeuren.

Frans woordenschat

appeler werkwoord
ah-plee bellen

Tu devrais appeler la clinique.

aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-dwie vandaag

Je me sens fatigué aujourd'hui.

clinique zelfstandig naamwoord
kli-niek kliniek

Tu devrais appeler la clinique.

demander werkwoord
duh-man-dee vragen

Et demander un rendez-vous.

devrais werkwoord
duh-vreh zou moeten

Tu devrais appeler la clinique.

dire werkwoord
dier zeggen

Je dois dire.

dois werkwoord
dwa moet

Qu'est-ce que je dois dire quand j'appelle ?

fatigué bijvoeglijk naamwoord
fa-ti-gee moe

Je me sens fatigué aujourd'hui.

ne te sens pas bien uitdrukking
nuh tuh san pah byen je niet goed voelen

Tu ne te sens pas bien.

rendez-vous zelfstandig naamwoord
ran-duh-voe afspraak

Demander un rendez-vous.

toux zelfstandig naamwoord
toe hoest

J'ai de la toux.

voudrais werkwoord
voe-dreh zou willen

Tu voudrais voir un médecin.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga de kliniek nu bellen.

Antwoord tonenJe vais appeler la clinique maintenant.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoest

Antwoord tonentoux

moet

Antwoord tonendois

moe

Antwoord tonenfatigué

zou moeten

Antwoord tonendevrais