Een afspraak bij de kliniek maken als je ziek bent | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, one adult feels unwell and asks another how to call a clinic for an appointment..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een afspraak bij de kliniek maken als je ziek bent oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai de la toux et je me sens fatigué aujourd'hui.

zjee duh la toe ee zuh muh san fa-ti-gee oo-zjoer-dwie. Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.
B

Tu devrais appeler la clinique et demander un rendez-vous.

tuu duh-vreh ah-plee la kli-niek ee duh-man-dee uhn ran-duh-voe. Je zou de kliniek moeten bellen en om een afspraak vragen.
A

Qu'est-ce que je dois dire quand j'appelle ?

kès-kuh zuh dwa dier kan zja-pèl? Wat moet ik zeggen als ik bel?
B

Dis-leur que tu ne te sens pas bien et que tu voudrais voir un médecin.

die-leur kuh tuu nuh tuh san pah byen ee kuh tuu voe-dreh vwar uhn mee-dsèn. Zeg tegen hen dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.
A

Je veux aussi demander quels horaires sont disponibles.

zuh veu oo-see duh-man-dee kel zo-rèr son dee-spo-nee-bl. Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.
B

Cela les aidera à trouver un rendez-vous qui te convient.

suh-la lez-eh-drah ah troe-vee uhn ran-duh-voe kie tuh kon-vjèn. Dat helpt hen om een afspraak te vinden die jou uitkomt.
A

Je vais appeler la clinique maintenant.

zuh vèh ah-plee la kli-niek mèn-tuh-nan. Ik ga de kliniek nu bellen.
B

Note tes symptômes pour pouvoir les expliquer clairement.

not tee sèn-ptom poer poe-vwar lez-eks-plee-kee klèr-man. Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai de la toux et je me sens fatigué aujourd'hui.

    Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.

    J'ai
    ik heb
    toux
    hoest
    je me sens
    ik voel me
    fatigué
    moe
    aujourd'hui
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is the first-person singular present form of avoir (“heb”): j'ai = “ik heb”. The apostrophe is an elision of je before a vowel. Example: J'ai un livre. — “Ik heb een boek.” toux means “hoest”. In this sentence it appears in the expression avoir de la toux: literally “hoest hebben”, naturally “hoesten” or “last hebben van hoest”. de la is a partitive form used with an uncounted amount or substance; it does not assert a specific number of coughs. Example: Elle a de la toux. — “Zij hoest.” Together, J'ai de la toux states that the speaker has a cough. The article de la belongs to the expression, while toux is the noun. je me sens means “ik voel me”. It is the first-person singular present form of the reflexive construction se sentir, “zich voelen”. The reflexive form changes with the subject: je me sens, tu te sens, il/elle se sent. Example: Je me sens mieux. — “Ik voel me beter.” fatigué means “moe” here. It is an adjective describing the speaker’s state. The observed form is masculine singular; French adjectives can agree with the person or thing they describe. The feminine singular form is fatiguée, while the plural forms are fatigués and fatiguées. Example: Je suis fatiguée. — “Ik ben moe.” Here the feminine form is used because the described speaker has feminine grammatical agreement. aujourd'hui means “vandaag”. It is an adverb of time and places the situation on the current day. Example: Je travaille aujourd'hui. — “Ik werk vandaag.” The conjunction et links the two statements. The sentence therefore assembles as J'ai de la toux (“Ik heb last van hoest”) + et (“en”) + je me sens fatigué (“ik voel me moe”) + aujourd'hui (“vandaag”): “Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.”

  2. Tu devrais appeler la clinique et demander un rendez-vous.

    Je zou de kliniek moeten bellen en om een afspraak vragen.

    Tu devrais
    je zou moeten
    appeler
    bellen
    la clinique
    de kliniek
    demander
    vragen
    un rendez-vous
    een afspraak
    Uitgebreide uitleg

    Tu devrais betekent hier: je zou moeten. devrais is de conditionnel présent van devoir voor tu; de vorm drukt hier een advies uit, niet een vast bevel. De nuttige reeks is devoir (moeten) → tu dois (je moet) → tu devrais (je zou moeten). Voorbeeld: Tu devrais te reposer. — Je zou moeten rusten. appeler is een infinitief en betekent hier bellen. Na devoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: Tu devrais appeler = je zou moeten bellen. Het werkwoord wordt gespeld met dubbele p in de infinitief: appeler. In vervoegde vormen verandert ook de spelling van de stam, bijvoorbeeld j'appelle en tu appelles. la clinique betekent de kliniek. clinique is een zelfstandig naamwoord met vrouwelijk grammaticaal geslacht; daarom staat hier het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord presenteert de kliniek als een identificeerbare kliniek in deze situatie. Voorbeeld: La clinique est ouverte. — De kliniek is open. demander betekent vragen, hier in de betekenis iets vragen of om iets verzoeken. Ook dit is een infinitief, gecoördineerd met appeler: appeler ... et demander ... = bellen ... en vragen ... . Een bruikbaar patroon is demander un rendez-vous — om een afspraak vragen. Voorbeeld: Je vais demander de l'aide. — Ik ga om hulp vragen. un rendez-vous betekent een afspraak. rendez-vous is een zelfstandig naamwoordelijk geheel; un is het onbepaalde lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord. Het gaat hier om een afspraak bij de kliniek, niet om een expliciet genoemd aantal. Voorbeeld: J'ai un rendez-vous demain. — Ik heb morgen een afspraak. Samen vormt de zin: Tu devrais appeler la clinique et demander un rendez-vous. De spreker geeft de aangesprokene het advies om de kliniek te bellen en om een afspraak te vragen. et verbindt de twee handelingen; beide staan als infinitief na devrais.

  3. Qu'est-ce que je dois dire quand j'appelle ?

    Wat moet ik zeggen als ik bel?

    Qu'est-ce que
    wat ...?
    je dois
    ik moet
    dire
    zeggen
    quand
    als
    j'appelle
    ik bel
    Uitgebreide uitleg

    Qu'est-ce que is een vaste Franse vraagconstructie voor “wat?”. In deze zin vraagt ze naar de inhoud van wat de spreker moet zeggen. Voorbeeld: Qu'est-ce que tu fais ? — “Wat doe je?” je dois komt van devoir (“moeten”) en is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud. Het drukt hier verplichting of noodzaak uit. De vorm voor “jij moet” is tu dois; het onderwerp bepaalt dus de vorm. dire betekent “zeggen”. Dit is de infinitief na dois: je dois dire betekent “ik moet zeggen”. In de tegenwoordige tijd krijgt dit werkwoord andere vormen, bijvoorbeeld je dis — “ik zeg” — en tu dis — “jij zegt”. Na devoir blijft dire echter een infinitief. quand betekent hier “als” of “wanneer” en leidt de tijdsbepaling in. Het verbindt de hoofdzin met het moment waarop de handeling plaatsvindt. j'appelle komt van appeler (“bellen”). Dit is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: j'appelle betekent “ik bel”. Voor “jij belt” is de vorm tu appelles. De apostrof in j'appelle is een Franse samentrekking van je vóór een klinker; de werkwoordsvorm behoudt de dubbele l in de spelling. Samen betekent Qu'est-ce que je dois dire quand j'appelle ?: “Wat moet ik zeggen als ik bel?” De vraag vraagt welke woorden de spreker tijdens het bellen moet gebruiken; quand j'appelle geeft aan wanneer dat geldt.

  4. Dis-leur que tu ne te sens pas bien et que tu voudrais voir un médecin.

    Zeg tegen hen dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.

    Dis-leur
    zeg tegen hen
    ne te sens pas bien
    je niet goed voelen
    tu voudrais
    je zou graag willen
    voir
    zien
    médecin
    dokter
    Uitgebreide uitleg

    Dis-leur betekent hier: “zeg tegen hen”. Dis is de gebiedende wijs van dire (“zeggen”) voor tu; het onderwerp tu staat niet apart in deze vorm. leur is een meewerkend voornaamwoord met de betekenis “aan/tegen hen”. Het is de meervoudsvorm; bij één persoon staat doorgaans lui. Herbruikbaar patroon: Dis-moi ... = “Zeg me ...”. ne te sens pas bien betekent in deze zin dat je je niet goed voelt. sens is de tu-vorm van se sentir in de tegenwoordige tijd; te hoort bij het wederkerende werkwoord. De combinatie ne ... pas maakt de uitdrukking ontkennend. Zonder ontkenning krijg je tu te sens bien (“je voelt je goed”); in deze zin staat pas na sens. tu voudrais geeft weer dat je graag iets zou willen. voudrais is de tu-vorm van de conditionnel présent van vouloir (“willen”): tu veux = “je wilt”, tu voudrais = “je zou graag willen”. De conditionnel maakt de wens hier zachter en beleefder; hij beweert niet dat je het al daadwerkelijk doet. voir betekent “zien”. Dit is de infinitief van voir; na voudrais blijft het werkwoord in de infinitief: tu voudrais voir ... (“je zou graag ... willen zien”). Voorbeeld: Je voudrais parler au médecin. = “Ik zou graag met de dokter willen praten.” médecin betekent “dokter” of “arts”. Het is een zelfstandig naamwoord; in un médecin wordt het voorafgegaan door het onbepaalde lidwoord un. Dat lidwoord introduceert hier een dokter, zonder op zichzelf een specifieke naam of verdere identificatie te geven. Voorbeeld: Elle consulte un médecin. = “Zij raadpleegt een dokter.” Samen vormen de delen de opdracht Dis-leur que ...: “Zeg tegen hen dat ...”. Na que volgen twee inhoudelijke delen met hetzelfde onderwerp tu: je voelt je niet goed en je zou graag een dokter willen zien. De volledige betekenis is dus: “Zeg tegen hen dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.”

  5. Je veux aussi demander quels horaires sont disponibles.

    Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.

    Je veux
    ik wil
    aussi
    ook
    demander
    vragen
    quels
    welke
    horaires
    tijden
    disponibles
    beschikbaar
    Uitgebreide uitleg

    Je veux betekent hier “ik wil”. veux is de tegenwoordige tijd van vouloir in de eerste persoon enkelvoud: je veux; bij een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld tu veux (“jij wilt”). Na vouloir staat gewoonlijk een infinitief: Je veux demander betekent “Ik wil vragen”. aussi betekent “ook” en voegt deze wens toe aan wat al eerder is genoemd. De plaatsing vóór het werkwoord demander is hier natuurlijk: Je veux aussi demander. demander is de infinitief “vragen”. In deze zin volgt hij op veux. Het Franse werkwoord demander kan ook “verzoeken” betekenen, afhankelijk van de aanvulling; hier gaat het om informatie vragen. Voorbeeld: Je demande une information. — “Ik vraag om informatie.” quels betekent hier “welke”. Het is de meervoudsvorm van quel en past zich aan het zelfstandig naamwoord aan dat erop volgt. De relevante vormen zijn bijvoorbeeld quel (mannelijk enkelvoud), quelle (vrouwelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud) en quelles (vrouwelijk meervoud). In quels horaires is het meervoud van horaires de reden voor quels; het meervoud alleen bepaalt niet op zichzelf het grammaticale geslacht. horaires betekent hier “tijden” in de betekenis van beschikbare tijdstippen of openingstijden, niet zomaar een algemene duur. Het is het meervoud van horaire. Voorbeeld: Quels sont les horaires du train ? — “Wat zijn de tijden van de trein?” disponibles betekent “beschikbaar”. Dit is de meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord disponible en het stemt hier af op horaires. De vorm disponible blijft voor mannelijk en vrouwelijk hetzelfde; in het meervoud komt er -s bij. Voorbeeld: Les places sont disponibles. — “De plaatsen zijn beschikbaar.” Samen vormt quels horaires sont disponibles een indirecte vraag: “welke tijden beschikbaar zijn”. sont is de vorm van être bij het meervoudige onderwerp horaires, en disponibles beschrijft die tijden. De hele zin betekent dus: “Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.”

  6. Cela les aidera à trouver un rendez-vous qui te convient.

    Dat helpt hen om een afspraak te vinden die jou uitkomt.

    Cela
    dat
    les
    hen
    aidera
    zal helpen
    trouver
    vinden
    rendez-vous
    afspraak
    convient
    uitkomt
    Uitgebreide uitleg

    Cela is een aanwijzend voornaamwoord. Hier betekent het dat, zonder dat de precieze zaak waarnaar het verwijst in deze ene zin wordt benoemd. Het staat als onderwerp van de zin. Vergelijk: C’est utile. = Dat is nuttig. les betekent hier hen en is het meervoudige lijdend voorwerp bij aidera: iemand helpt hen. Deze vorm onderscheidt mannelijk en vrouwelijk niet; het meervoud blijkt uit de vorm zelf. Een enkelvoudig alternatief is bijvoorbeeld l’aidera = zal hem/haar helpen, waarbij het geslacht niet uit l’ zelf blijkt. aidera is de futur simple van aider (helpen): aider → il/elle/cela aidera. De vorm zegt dat het helpen later zal plaatsvinden. In combinatie met les ontstaat Cela les aidera = Dat zal hen helpen. trouver is de infinitief van vinden. Na aider wordt hier de constructie aider quelqu’un à + infinitif gebruikt: iemand helpen om iets te doen. à trouver betekent dus om te vinden; het is geen vervoegde vorm voor een nieuwe tijd. rendez-vous is een zelfstandig naamwoord voor een afspraak, vaak een geplande afspraak of ontmoeting. Het is mannelijk: un rendez-vous; het meervoud heeft dezelfde spelling: des rendez-vous. In deze zin is het wat men probeert te vinden: trouver un rendez-vous = een afspraak vinden. In qui te convient verwijst qui naar de afspraak en is het onderwerp van de betrekkelijke bijzin. te is het meewerkend voorwerp bij convenir à quelqu’un: iets convient à iemand wanneer het die persoon goed uitkomt of bij die persoon past. convient is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van convenir; het onderwerp is hier qui, dus de afspraak. Bijvoorbeeld: Cette heure me convient. = Dit tijdstip komt mij uit. De delen worden samen: Cela les aidera (Dat zal hen helpen) + à trouver un rendez-vous (om een afspraak te vinden) + qui te convient (die jou uitkomt). De volledige betekenis is daarom: Dat helpt hen om een afspraak te vinden die jou uitkomt.

  7. Je vais appeler la clinique maintenant.

    Ik ga de kliniek nu bellen.

    Je vais
    ik ga
    appeler
    bellen
    la clinique
    de kliniek
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Je vais betekent hier “ik ga” en vormt samen met een daaropvolgend infinitief de Franse nabije toekomst: aller in de tegenwoordige tijd + infinitief. vais is de ik-vorm van aller; vergelijk tu vas (“jij gaat”) en il/elle va (“hij/zij gaat”). Op zichzelf kan vais ook een letterlijke beweging uitdrukken, maar in deze combinatie kondigt het een handeling aan die de spreker nu van plan is of binnenkort uitvoert. appeler betekent hier “bellen”. Het is een infinitief en blijft na vais in deze vorm: Je vais appeler ... = “Ik ga ... bellen”. De stam is appel-; in sommige vervoegde vormen verschijnt een extra l, bijvoorbeeld j'appelle (“ik bel”), maar de vorm in deze zin is het infinitief appeler. la clinique betekent “de kliniek”. clinique is hier een zelfstandig naamwoord; la is het bepaald lidwoord dat ermee overeenkomt. Het vrouwelijke grammaticale geslacht blijkt uit la, niet uit het feit dat het om één kliniek gaat. In het meervoud wordt dit les cliniques (“de klinieken”). maintenant betekent “nu” en geeft het tijdstip van de aangekondigde handeling aan. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Een bruikbaar contrast is maintenant (“nu”) tegenover plus tard (“later”). Samen vormen de delen Je vais + appeler de constructie voor de nabije toekomst, gevolgd door het doel van de handeling, la clinique, en het tijdsbepalende bijwoord maintenant. De volledige betekenis is: “Ik ga de kliniek nu bellen.”

  8. Note tes symptômes pour pouvoir les expliquer clairement.

    Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

    Note
    schrijf op
    tes
    je
    symptômes
    symptomen
    pour pouvoir
    om te kunnen
    les
    ze
    expliquer
    uitleggen
    clairement
    duidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Note is hier de gebiedende wijs van noter voor tu: “schrijf op” of “noteer”. De vorm zonder uitgesproken onderwerp is typisch voor een opdracht aan één aangesproken persoon. In een gewone mededelende zin staat bijvoorbeeld Tu notes tes symptômes. — “Je schrijft je symptomen op.” tes is het bezittelijke woord bij een meervoudig zelfstandig naamwoord: “je”. Het verwijst hier naar de persoon die wordt aangesproken; het krijgt de meervoudsvorm omdat symptômes meervoud is. Vergelijk ton symptôme — “je symptoom” — met tes symptômes — “je symptomen”. symptômes betekent “symptomen”. Het is het meervoud van symptôme; de slot-s markeert hier het meervoud, maar wordt in het Frans niet uitgesproken. Een enkelvoudig voorbeeld is un symptôme — “een symptoom”. pour pouvoir geeft het doel aan: “om te kunnen”. pouvoir is de infinitief “kunnen”. Het patroon pour + infinitief verbindt een handeling met het doel ervan; hier is het opschrijven bedoeld om daarna iets mogelijk te maken. Bijvoorbeeld: Je prends des notes pour pouvoir répondre. — “Ik maak aantekeningen om te kunnen antwoorden.” les is hier een meervoudig lijdend-voorwerpvoornaamwoord: “ze”. Het verwijst in deze zin naar de symptomen. In het Frans staat zo’n voornaamwoord vóór de infinitief: les expliquer betekent letterlijk “ze uitleggen”. Het enkelvoudige overeenkomstige patroon is bijvoorbeeld l'expliquer — “het/hem/haar uitleggen”, afhankelijk van het bedoelde enkelvoudige referent. expliquer is de infinitief “uitleggen”. Na pouvoir blijft het werkwoord in de infinitief: pouvoir expliquer — “kunnen uitleggen”. Met het voornaamwoord erbij ontstaat pouvoir les expliquer — “ze kunnen uitleggen”. clairement is een bijwoord en betekent “duidelijk”. Het beschrijft hier hoe het uitleggen gebeurt. Het is verwant aan het bijvoeglijk naamwoord clair — “duidelijk”, bijvoorbeeld une explication claire — “een duidelijke uitleg”; clairement is echter de bijwoordelijke vorm. De zin bouwt als volgt op: Note tes symptômes betekent “Schrijf je symptomen op”. pour pouvoir les expliquer clairement voegt het doel toe: “zodat je ze duidelijk kunt uitleggen” of letterlijker “om ze duidelijk te kunnen uitleggen”. Samen betekent de volledige uiting: “Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.”

Grammatica

Je voudrais + infinitif

Je voudrais voir le médecin.

zuh voe-dreh vwar luh may-dsèn.

Ik zou de dokter willen zien.

De conditionnelvoud voudrais maakt een verzoek beleefder. Daarna volgt een infinitief, zoals voir.

Je vais + infinitif

Je vais appeler maintenant.

zuh vèh ah-plee mèn-tuh-nan.

Ik ga nu bellen.

Vais + infinitief vormt de futur proche: iets gaat binnenkort gebeuren.

Frans woordenschat

appeler werkwoord
ah-plee bellen

Tu devrais appeler la clinique.

aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-dwie vandaag

Je me sens fatigué aujourd'hui.

clinique zelfstandig naamwoord
kli-niek kliniek

Tu devrais appeler la clinique.

demander werkwoord
duh-man-dee vragen

Et demander un rendez-vous.

devrais werkwoord
duh-vreh zou moeten

Tu devrais appeler la clinique.

dire werkwoord
dier zeggen

Je dois dire.

dois werkwoord
dwa moet

Qu'est-ce que je dois dire quand j'appelle ?

fatigué bijvoeglijk naamwoord
fa-ti-gee moe

Je me sens fatigué aujourd'hui.

ne te sens pas bien uitdrukking
nuh tuh san pah byen je niet goed voelen

Tu ne te sens pas bien.

rendez-vous zelfstandig naamwoord
ran-duh-voe afspraak

Demander un rendez-vous.

toux zelfstandig naamwoord
toe hoest

J'ai de la toux.

voudrais werkwoord
voe-dreh zou willen

Tu voudrais voir un médecin.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga de kliniek nu bellen.

Antwoord tonenJe vais appeler la clinique maintenant.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoest

Antwoord tonentoux

moet

Antwoord tonendois

moe

Antwoord tonenfatigué

zou moeten

Antwoord tonendevrais