De weg vragen bij een kliniek | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a clinic reception area, a visitor asks where to wait, how to check in, and what to keep ready..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De weg vragen bij een kliniek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Excusez-moi, où est la salle d'attente ?

eks-kuu-zee-mwaa, oe è la sal da-tãt? Pardon, waar is de wachtkamer?
B

Passez devant l'accueil.

pa-see duh-vã la-keuj. Loop langs de balie.
B

Elle sera sur votre gauche.

el suh-raa suur votr gosj. Die is aan uw linkerkant.
A

Dois-je m'inscrire avant de m'asseoir ?

dwaazj mẽ-skrir a-vã duh ma-swaar? Moet ik me aanmelden voordat ik ga zitten?
B

Remplissez d'abord ce formulaire.

rã-pli-see da-bor suh for-muu-lèr. Vul eerst dit formulier in.
B

Puis donnez-le à l'accueil.

pwie do-nee luh a-keuj. Geef het daarna aan de balie.
A

Est-ce que quelqu'un m'appellera quand ce sera mon tour ?

ès-ku kel-keũ ma-pèl-raa kã suh suh-raa mõ toer? Roept iemand mij als ik aan de beurt ben?
B

Une infirmière devrait bientôt appeler votre nom.

uun ẽ-fir-jèr duh-vrè bjẽ-too a-plee votr nõ. Een verpleegkundige zal zo uw naam roepen.
A

Dois-je garder ma carte d'assurance à portée de main ?

dwaazj gar-dee ma kart da-sü-rãs a por-tuh duh mẽ? Moet ik mijn verzekeringskaart bij de hand houden?
B

Gardez-la à portée de main au cas où l'accueil en aurait encore besoin.

gar-dee-la a por-tuh duh mẽ oo ka oe la-keuj ã no-rè ã-kor buh-zwẽ. Houd de kaart bij de hand, voor het geval de balie die weer nodig heeft.

Uitleg van de zinnen

  1. Excusez-moi, où est la salle d'attente ?

    Pardon, waar is de wachtkamer?

    Excusez-moi
    Pardon
    où est
    waar is …?
    salle d'attente
    wachtkamer
    Uitgebreide uitleg

    Excusez-moi betekent hier “pardon” of “neemt u me niet kwalijk”. Excusez is de gebiedende wijs van excuser voor vous: dat kan één formeel aangesproken persoon of meerdere personen aanduiden. moi is de beklemtoonde vorm van “mij”. Samen is dit een vaste beleefde manier om iemands aandacht te vragen. où est vormt de vraag “waar is …?”. où is het vraagwoord voor een plaats. est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”): je zegt dus letterlijk dat iets zich ergens bevindt. Bijvoorbeeld: Où est l'accueil ? — “Waar is de balie?” salle d'attente betekent “wachtkamer”. salle is een zelfstandig naamwoord voor een kamer of zaal; het is vrouwelijk, zoals blijkt uit la salle. d'attente bestaat uit de vóór attente; attente hangt samen met attendre (“wachten”) en benoemt hier de functie van de ruimte: een ruimte om te wachten. Bijvoorbeeld: La salle d'attente est à gauche. — “De wachtkamer is links.” De hele vraag bouwt dus op als Excusez-moi + où est + la salle d'attente: “Pardon, waar is de wachtkamer?” De vraag vraagt naar de locatie van de wachtkamer en bevat geen bewering over de route ernaartoe.

  2. Passez devant l'accueil.

    Loop langs de balie.

    Passez
    loop / gaat u
    devant
    langs / voorbij
    l'accueil
    de balie
    Uitgebreide uitleg

    Passez is hier de gebiedende wijs van passer (“gaan” of “langsgaan”). De vorm passez wordt gebruikt voor vous: voor één persoon als beleefde aanspreekvorm of voor meerdere personen. Bijvoorbeeld: Passez ici. — “Ga hier langs.” devant geeft de plaats- of routebetekenis “voorbij/voor langs”. In deze zin vormt het samen met het volgende zelfstandig naamwoord de herbruikbare structuur passer devant + plaats: “langs een plaats gaan”. Bijvoorbeeld: Passez devant la porte. — “Ga langs de deur.” l'accueil bestaat uit l' (de verkorte vorm van le voor een klinker) en het mannelijke zelfstandig naamwoord accueil, “receptie” of “balie”. Hier is l'accueil de balie waar men langs moet gaan. De apostrof hoort bij de Franse samentrekking en maakt van le accueil de vorm l'accueil. Samen betekent Passez devant l'accueil.: “Loop langs de balie.” Het is een directe route-instructie; Passez geeft de handeling, devant de route ten opzichte van een plaats, en l'accueil de plaats waarlangs men gaat.

  3. Elle sera sur votre gauche.

    Die is aan uw linkerkant.

    Elle
    zij
    sera
    zal zijn
    sur
    aan / op
    votre
    uw
    gauche
    linkerkant
    Uitgebreide uitleg

    Elle betekent hier “zij” en is een persoonlijk voornaamwoord voor een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp. De Franse vorm geeft die grammaticale eigenschappen aan; de vertaling identificeert niet precies wie of wat wordt aangewezen. Vergelijk: Il sera... = “Hij zal ... zijn” voor een mannelijk enkelvoudig onderwerp. sera is de futur simple van être (“zijn”): être → je serai, elle sera, ils seront. Hier betekent het “zal zijn” en geeft het een toekomstige locatie of toestand aan. Voorbeeld: La salle sera à droite. = “De zaal zal rechts zijn.” sur betekent hier “aan” of “op”. In sur votre gauche maakt het deel uit van een plaatsuitdrukking; de volledige combinatie betekent “aan uw linkerkant”. votre is een bezittelijk bepalend woord met de betekenis “uw” of “jullie”. Het Frans gebruikt votre bij één bezitter of bij meerdere aangesproken personen wanneer het bezeten zelfstandig naamwoord enkelvoud is. Votre verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk; voor een meervoudig bezeten zelfstandig naamwoord gebruikt het Frans vos, bijvoorbeeld vos places = “uw/jullie plaatsen”. gauche betekent hier “linkerkant” en is een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig gebruikt woord. Het kan ook als bijvoeglijk naamwoord “links” betekenen, bijvoorbeeld in la main gauche = “de linkerhand”. Het tegenovergestelde als richtingswoord is droite = “rechterkant/rechts”, bijvoorbeeld in sur votre droite = “aan uw rechterkant”. Samen vormen sur votre gauche de herbruikbare plaatsuitdrukking “aan uw linkerkant”. Elle is het onderwerp en sera verbindt dat onderwerp met de toekomstige locatie. De hele zin betekent: “Zij zal aan uw linkerkant zijn.”

  4. Dois-je m'inscrire avant de m'asseoir ?

    Moet ik me aanmelden voordat ik ga zitten?

    Dois-je
    moet ik
    m'inscrire
    me aanmelden
    avant de
    voordat
    m'asseoir
    gaan zitten
    Uitgebreide uitleg

    Dois-je is de omgekeerde vraagvorm van je dois: devoir betekent hier “moeten”, in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud. Bij een ja-neevraag kan het werkwoord vóór het onderwerp staan: Dois-je ... ? = “Moet ik ...?” In een gewone mededeling is dat Je dois .... m'inscrire betekent hier “me aanmelden/inschrijven”. Het basiswerkwoord is het pronominale werkwoord s'inscrire; bij je wordt het in de tegenwoordige tijd je m'inscris, en na een ander werkwoord staat de infinitief m'inscrire. De apostrof in m'inscrire komt doordat me vóór de klinker van inscrire wordt verkort. Voorbeeld: Je dois m'inscrire. — “Ik moet me aanmelden.” avant de leidt een handeling met een infinitief in en betekent hier “voordat”. Hier volgt m'asseoir, dus de constructie is avant de + infinitief. Voorbeeld: Avant de partir, je ferme la porte. — “Voordat ik vertrek, doe ik de deur dicht.” m'asseoir betekent hier “gaan zitten”. Het basiswerkwoord is het pronominale werkwoord s'asseoir, met onregelmatige vormen. In de tegenwoordige tijd is bijvoorbeeld je m'assieds — “ik ga zitten/ik zit”, terwijl na de de infinitief m'asseoir blijft staan. Ook hier wordt me vóór een klinker verkort tot m'. Samen vormt de zin: Dois-je m'inscrire avant de m'asseoir ? — “Moet ik me aanmelden voordat ik ga zitten?” De vraag vraagt of de aanmelding vóór het gaan zitten moet gebeuren. Het onderwerp van beide handelingen is je; daarom staat bij beide pronominale werkwoorden de eerste-persoonsvorm m'.

  5. Remplissez d'abord ce formulaire.

    Vul eerst dit formulier in.

    Remplissez
    vul in
    d'abord
    eerst
    ce
    dit
    formulaire
    formulier
    Uitgebreide uitleg

    Remplissez betekent hier «vul in». Het is de gebiedende wijs van remplir («invullen/vullen»), gericht tot één persoon in de beleefde aanspreekvorm of tot meerdere personen. De vorm voor één vertrouwelijk aangesproken persoon is remplis. d'abord betekent «eerst» en geeft de volgorde aan. Het kan ook «allereerst» betekenen. Voorbeeld: Lisez d'abord. — «Lees eerst.» ce betekent hier «dit» en staat vóór het zelfstandig naamwoord formulaire. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzende woord; voor een vrouwelijk enkelvoud staat doorgaans cette, zoals in cette fiche («dit formulier/dit blad», afhankelijk van het zelfstandig naamwoord). De vorm verwijst grammaticaal naar iets dat als mannelijk enkelvoud wordt behandeld, maar de zin specificeert niet zelfstandig welk formulier buiten de context bedoeld is. formulaire betekent «formulier». Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is formulaires. In ce formulaire staat het in het enkelvoud, en ce stemt daarmee overeen. Samen vormt Remplissez d'abord ce formulaire een beleefde of meervoudige instructie: «Vul eerst dit formulier in.» Remplissez drukt de opdracht uit, d'abord bepaalt dat dit vóór de volgende handeling gebeurt, en ce formulaire noemt wat ingevuld moet worden.

  6. Puis donnez-le à l'accueil.

    Geef het daarna aan de balie.

    Puis
    daarna
    donnez
    geef
    le
    het
    l'accueil
    de balie
    Uitgebreide uitleg

    Puis betekent hier ‘daarna’ of ‘vervolgens’: het plaatst deze handeling na de vorige stap. Een bruikbaar voorbeeld is: Puis, entrez. — ‘Ga daarna naar binnen.’ donnez is hier de bevestigende gebiedende wijs van donner (‘geven’). De vorm is gericht tot vous: dat kan meerdere personen betekenen of één persoon in een formele aanspreekvorm. In de tegenwoordige tijd bestaat dezelfde vorm ook als vous donnez, maar in deze zin maakt de instructieve context de gebiedende betekenis duidelijk. Voorbeeld: Donnez-moi le formulaire. — ‘Geef mij het formulier.’ le is het enkelvoudige mannelijke lijdend-voorwerpspronomen ‘het’ of ‘hem’, afhankelijk van wat eerder genoemd is. Hier verwijst het volgens de vaste vertaling naar het eerder bedoelde object; de zin specificeert niet opnieuw welk object dat is. Na een bevestigende gebiedende wijs staat dit pronomen achter het werkwoord met een koppelteken: donnez-le. l'accueil bevat het zelfstandig naamwoord accueil, hier in de betekenis ‘receptie’ of ‘balie’. Het lidwoord l' is de verkorte vorm van le vóór een klinkerklank; accueil begint in de uitspraak met zo’n klank. In à l'accueil geeft à de bestemming of plaats aan: ‘naar/bij de receptie’ of, in deze vertaling, ‘aan de balie’. Samen vormt Puis donnez-le à l'accueil. een beleefde of meervoudige instructie: ‘Geef het daarna aan de balie.’ Puis ordent de handeling in de tijd, donnez-le betekent ‘geef het’, en à l'accueil noemt de bestemming.

  7. Est-ce que quelqu'un m'appellera quand ce sera mon tour ?

    Roept iemand mij als ik aan de beurt ben?

    Est-ce que
    is het zo dat …? / …?
    quelqu'un
    iemand
    m'
    mij
    appellera
    zal roepen
    quand
    wanneer / als
    ce
    het / dat
    sera
    zal zijn
    mon
    mijn
    tour
    beurt
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de zin een gewone ja/nee-vraag. Het is een vaste vraagconstructie; de woorden erna houden hun normale volgorde. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? = “Kom je?” quelqu'un betekent hier “iemand”: een onbepaald voornaamwoord voor één niet nader genoemde persoon. Het is niet hetzelfde als personne, dat in een ontkennende context “niemand” betekent. m' is de verkorte vorm van me voor een klinkerklank. Het is hier het lijdend voorwerp bij het werkwoord: “mij”. De apostrof hoort bij de Franse schrijfwijze; voor een medeklinker blijft de vorm bijvoorbeeld me in Il me voit (“Hij ziet mij”). appellera is de derde persoon enkelvoud van het futur simple van appeler (“roepen”, “bellen” of iemand oproepen). De vorm betekent hier “zal roepen/oproepen”. De reeks is appeler → il/elle appellera; in deze werkwoordsvorm staat de dubbele l in appellera. In deze zin wordt iemand opgeroepen wanneer die aan de beurt is. quand introduceert hier een tijdsbepaling: “wanneer” of, in deze Nederlandse vertaling, “als”. Bij een toekomstige gebeurtenis gebruikt het Frans hier het futur simple in de bijzin: quand ce sera ... = “wanneer/als het ... zal zijn”. ce is een aanwijzend voornaamwoord met de onpersoonlijke betekenis “het/dat” in de vaste uitdrukking ce sera .... Het verwijst hier niet naar een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord; samen met sera vormt het de onpersoonlijke formulering “het zal ... zijn”. sera is de derde persoon enkelvoud van het futur simple van être (“zijn”): être → il/elle sera. In ce sera mon tour beschrijft het een toekomstige toestand. Het is dus de vorm van être, niet van tour, die hier de tijd en persoon draagt. mon betekent “mijn” en staat voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het past hier bij tour; het is niet zelf een meervouds- of persoonsvorm. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat vaak ma, bijvoorbeeld ma place (“mijn plaats”), terwijl voor een meervoud mes wordt gebruikt. tour betekent hier “beurt”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: mon tour = “mijn beurt”. Een nuttig contrast is ton tour (“jouw beurt”) en son tour (“zijn/haar beurt”); het bezittelijk woord verandert volgens de bezitter, terwijl tour mannelijk enkelvoud blijft. Samen vormen Est-ce que quelqu'un m'appellera en quand ce sera mon tour de vraag: “Zal iemand mij roepen wanneer/als het mijn beurt is?” De eerste helft vraagt of iemand de handeling zal uitvoeren; de tweede helft geeft aan op welk toekomstig moment dat gebeurt. De Nederlandse vertaling “Roept iemand mij als ik aan de beurt ben?” geeft dezelfde bedoelde betekenis weer.

  8. Une infirmière devrait bientôt appeler votre nom.

    Een verpleegkundige zal zo uw naam roepen.

    infirmière
    verpleegkundige
    devrait
    zou moeten
    bientôt
    binnenkort
    appeler
    roepen
    votre
    uw
    nom
    naam
    Uitgebreide uitleg

    infirmière betekent hier ‘verpleegkundige’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de mannelijke vorm is infirmier. In une infirmière maakt une de verwijzing enkelvoudig en onbepaald; dat is niet op zichzelf een expliciete telling. devrait is de derde persoon enkelvoud van het conditionnel présent van devoir; de basisvorm is devoir. Met een infinitief erna kan deze vorm een verwachting of iets dat zou moeten gebeuren uitdrukken. doit appeler betekent eerder ‘moet roepen’ en devra appeler ‘zal moeten roepen’. In deze vaste zin wordt de verwachte nabije gebeurtenis volgens de vertaling natuurlijk weergegeven als ‘zal ... roepen’. bientôt betekent ‘binnenkort’ of ‘zo’. Het plaatst appeler in de nabije toekomst. appeler is de infinitief en betekent hier iemand roepen of diens naam afroepen. In een andere context kan het ook ‘opbellen’ betekenen. Na een vorm zoals devrait blijft het werkwoord in de infinitief: Elle devrait appeler. — ‘Zij zou moeten roepen.’ votre is een bezittelijk bepalend woord vóór nom en betekent hier ‘uw’. Het kan betrekking hebben op één formeel aangesproken persoon of op meerdere aangesproken personen. De vorm stemt af op het aantal van het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op het grammaticale geslacht: votre nom is enkelvoud, terwijl vos noms — ‘uw namen’ — meervoud is. nom betekent ‘naam’. De meervoudsvorm is noms. In votre nom gaat het om de naam van de aangesprokene. Samen vormen Une infirmière, devrait bientôt appeler en votre nom de structuur ‘Een verpleegkundige zou binnenkort uw naam moeten roepen’. Volgens de vaste vertaling is de bedoelde natuurlijke betekenis: ‘Een verpleegkundige zal zo uw naam roepen.’ De verpleegkundige is het onderwerp, devrait appeler vormt de verwachte handeling, bientôt plaatst die in de nabije toekomst en votre nom is wat er wordt afgeroepen.

  9. Dois-je garder ma carte d'assurance à portée de main ?

    Moet ik mijn verzekeringskaart bij de hand houden?

    Dois-je
    moet ik
    garder
    houden
    ma carte d'assurance
    mijn verzekeringskaart
    à portée de main
    binnen handbereik
    Uitgebreide uitleg

    Dois-je betekent hier “moet ik?”. dois is de vorm van devoir voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; je is het onderwerp. In een vraag staat het werkwoord hier vóór het onderwerp met een koppelteken: Dois-je ... ?. De constructie devoir + infinitief drukt noodzaak of een praktische verplichting uit. Voorbeeld: Dois-je attendre ? = “Moet ik wachten?” garder betekent hier “houden” of “bewaren”. Dit is de infinitief na devoir; het is dus niet de vervoegde vorm die de persoon aangeeft. garder kan afhankelijk van de context ook “bewaken” of “bewaren” betekenen, maar hier gaat het om iets bij zich houden. Voorbeeld: Je dois garder ce document. = “Ik moet dit document bewaren.” ma carte d'assurance betekent “mijn verzekeringskaart”. carte is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bezittelijk woord hier als ma. d'assurance specificeert welk soort kaart het is: letterlijk een kaart van verzekering, in natuurlijk Nederlands een verzekeringskaart. Het bezittelijk woord verwijst hier naar de spreker, niet naar het grammaticale geslacht van de bezitter. Voorbeeld: Voici ma carte. = “Hier is mijn kaart.” à portée de main is een vaste uitdrukking voor “binnen handbereik” of “bij de hand”. à portée de geeft aan dat iets binnen het bereik is; main betekent “hand”. In deze zin beschrijft de uitdrukking de gewenste plaats of beschikbaarheid van de kaart bij garder. Voorbeeld: Gardez votre téléphone à portée de main. = “Houd uw telefoon bij de hand.” Samen vormt de zin de vraag Dois-je garder ma carte d'assurance à portée de main ?: “Moet ik mijn verzekeringskaart bij de hand houden?” De vraag gebruikt devoir voor de noodzaak, garder voor het bij zich houden, de bezittelijke naamwoordgroep voor welke kaart bedoeld is, en à portée de main voor de gewenste beschikbaarheid ervan.

  10. Gardez-la à portée de main au cas où l'accueil en aurait encore besoin.

    Houd de kaart bij de hand, voor het geval de balie die weer nodig heeft.

    Gardez-la
    houd die
    à portée de main
    binnen handbereik
    au cas où
    voor het geval dat
    l'accueil
    de balie
    en aurait encore besoin
    weer nodig zou hebben
    Uitgebreide uitleg

    Gardez-la is hier een bevelsvorm van garder (“houden”, “bewaren”) in de vous-vorm. gardez kan dus tegen één beleefd aangesproken persoon of tegen meerdere personen worden gebruikt. -la is het vrouwelijke enkelvoudige lijdendvoorwerpvoornaamwoord; volgens de vertaling en de vorige zin verwijst het hier naar de kaart. In een bevestigende Franse gebiedende wijs staat dit voornaamwoord achter het werkwoord en krijgt het een koppelteken: Gardez-la. Voorbeeld: Gardez-le ici. — “Houd hem hier.” à portée de main is een vaste uitdrukking voor “binnen handbereik”. Garder quelque chose à portée de main betekent iets zo bewaren dat het snel gepakt kan worden. Voorbeeld: Gardez votre téléphone à portée de main. — “Houd uw telefoon binnen handbereik.” au cas où introduceert een mogelijke omstandigheid: “voor het geval dat”. In zo’n voorwaardelijke bijzin staat in het Frans vaak de conditionnel; die vorm verschijnt hier verderop als aurait. Voorbeeld: Prenez un stylo au cas où vous en auriez besoin. — “Neem een pen mee voor het geval u die nodig zou hebben.” l'accueil betekent hier “de receptie” of “de balie”. l' is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinker; het zelfstandige naamwoord is accueil. Hier is l'accueil het onderwerp van het tweede deel: de balie zou de kaart mogelijk opnieuw nodig hebben. en aurait encore besoin gebruikt de constructie avoir besoin de quelque chose, “iets nodig hebben”. aurait is de conditionnel présent van avoir in de derde persoon enkelvoud: avoir → a → aurait. en vervangt in deze constructie de la carte, zoals in avoir besoin de la carte → en avoir besoin; encore betekent hier “weer” of “opnieuw”. Samen verwijst dit deel naar het opnieuw nodig hebben van de kaart. De zin bouwt op als Gardez-la (“houd de kaart”), à portée de main (“binnen handbereik”), au cas où (“voor het geval dat”) en l'accueil en aurait encore besoin (“de balie die de kaart weer nodig zou hebben”). Als geheel betekent de vaste vertaling: “Houd de kaart bij de hand, voor het geval de balie die weer nodig heeft.”

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de m'asseoir

a-vã duh ma-swaar

Voordat ik ga zitten

Na « avant de » volgt een infinitief. In « m'asseoir » staat het wederkerend voornaamwoord « me ».

gebiedende wijs + le/la

Gardez-la.

gar-dee-la

Houd deze bij u.

In de Franse gebiedende wijs staat het objectpronomen na het werkwoord met een koppelteken: « donnez-le », « gardez-la ».

Frans woordenschat

accueil zelfstandig naamwoord
a-keuj receptie; balie
avant de voorzetsel
a-vã duh voordat

avant de m'asseoir

d'abord bijwoord
da-bor eerst

Remplissez d'abord ce formulaire

devant voorzetsel
duh-vã voorbij; voor

devant l'accueil

excuser werkwoord
eks-kuu-zee verontschuldigen Excusez-moi

Excusez-moi

gauche zelfstandig naamwoord
gosj linkerkant

sur votre gauche

où bijwoord
oe waar

où est la salle d'attente

passer werkwoord
pa-see langsgaan; voorbijgaan Passez
remplir werkwoord
rã-plir invullen Remplissez
s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten; zitten m'asseoir
s'inscrire werkwoord
sẽ-skrir zich aanmelden; zich inschrijven m'inscrire
salle d'attente zelfstandig naamwoord
sal da-tãt wachtkamer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Loop langs de balie.

Antwoord tonenPassez devant l'accueil.

Die is aan uw linkerkant.

Antwoord tonenElle sera sur votre gauche.

Moet ik me aanmelden voordat ik ga zitten?

Antwoord tonenDois-je m'inscrire avant de m'asseoir ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

langsgaan; voorbijgaan

Antwoord tonenPassez

voorbij; voor

Antwoord tonendevant

receptie; balie

Antwoord tonenaccueil

linkerkant

Antwoord tonengauche