Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp in “Je veux une routine quotidienne plus saine.” Het staat vóór de werkwoordsvorm die de handeling van de spreker uitdrukt. In “Je peux boire plus d'eau” heeft je dezelfde functie.
veux
Veux betekent hier ‘wil’ in “Je veux une routine quotidienne plus saine.” De woordenboekvorm is vouloir; veux is de vorm die bij je hoort. Je gebruikt vouloir met wat iemand wil, hier “une routine quotidienne plus saine”.
une
Une betekent hier ‘een’ vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “routine”. Het vormt samen met “routine quotidienne plus saine” de uitdrukking “een gezondere dagelijkse routine”. Gebruik une vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
routine
Routine betekent hier ‘routine’, in “une routine quotidienne plus saine”. Het woord benoemt een regelmatig dagelijks patroon. Het kan in deze zin gecombineerd worden met een bijvoeglijke bepaling zoals “quotidienne”.
quotidienne
Quotidienne betekent hier ‘dagelijkse’ en beschrijft “routine” in “une routine quotidienne plus saine”. De woordenboekvorm is quotidien; quotidienne is de vorm die bij het vrouwelijke woord routine past. Het staat vóór “plus saine” binnen dezelfde beschrijving.
plus
Plus betekent hier ‘meer’ in de vergelijking “plus saine”: de routine is gezonder dan voorheen of dan een andere routine. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord in “une routine quotidienne plus saine”. Met plus kun je een hogere graad van een eigenschap aangeven.
saine
Saine betekent hier ‘gezond’ in “une routine quotidienne plus saine”. De woordenboekvorm is sain; saine is de vorm die bij “routine” past. Samen met “plus” beschrijft het een gezondere routine.
Commence
Commence betekent hier ‘begin’ in “Commence par de petits changements”. De woordenboekvorm is commencer; commence is hier een directe aansporing aan tu. Met “commence par” geef je aan waarmee iemand moet beginnen.
par
Par betekent hier ‘met’ of ‘door’ in “Commence par de petits changements”: het noemt het eerste onderdeel van de aanpak. In deze constructie volgt na par datgene waarmee iemand begint. “Commence par” is een bruikbaar patroon om een eerste stap aan te geven.
de
De maakt in “de petits changements” deel uit van de onbepaalde meervoudige woordgroep en betekent hier ongeveer ‘enkele’. Na par staat de volledige groep “de petits changements”, waarmee de kleine veranderingen worden genoemd. Het woord hoort hier dus bij de daaropvolgende zelfstandige naamwoordgroep.
petits
Petits betekent hier ‘kleine’ in “de petits changements”. De woordenboekvorm is petit; petits is de vorm bij het meervoudige woord changements. Het beschrijft de veranderingen als beperkt en haalbaar.
changements
Changements betekent hier ‘veranderingen’ in “de petits changements”. Het gaat om kleine aanpassingen in de dagelijkse routine. Je kunt het woord gebruiken voor veranderingen die iemand begint of blijft uitvoeren.
que
Que verbindt in “des changements que tu peux continuer à faire” het woord changements met de informatie die daarop volgt. Het leidt hier de bijzin in die uitlegt welke veranderingen bedoeld zijn. De volledige constructie geeft aan dat je de veranderingen kunt blijven doen.
tu
Tu betekent hier ‘je’ of ‘jij’ als aangesproken persoon in “que tu peux continuer à faire”. Het is het onderwerp van de bijzin. In deze dialoog spreekt de ene volwassene de andere rechtstreeks aan.
peux
Peux betekent hier ‘kunt’ in “tu peux continuer à faire”: de aangesproken persoon heeft de mogelijkheid om ermee door te gaan. De woordenboekvorm is pouvoir; peux is de vorm die bij tu hoort. Je gebruikt het vóór een infinitief, hier “continuer”.
continuer
Continuer betekent hier ‘doorgaan’ in “continuer à faire”. De woordenboekvorm is dezelfde vorm: continuer. In deze constructie geeft het aan dat iemand een handeling of gewoonte blijft uitvoeren.
à
À maakt in “continuer à faire” de verbinding tussen continuer en de volgende infinitief. Het helpt de betekenis ‘doorgaan met doen’ vormen. Na continuer staat hier dus “à faire”, niet alleen het losse woord à.
faire
Faire betekent hier ‘doen’ in “continuer à faire”. De woordenboekvorm is faire, en het staat als infinitief na “continuer à”. Het verwijst in de dialoog naar het blijven uitvoeren van de genoemde veranderingen.
boire
Boire betekent hier ‘drinken’ in “Je peux boire plus d'eau”. De woordenboekvorm is boire; na “Je peux” staat het als infinitief. Het noemt hier de concrete gewoonte die de spreker op het werk kan uitvoeren.
d'eau
D'eau betekent hier ‘water’ in “boire plus d'eau”, dus een grotere hoeveelheid water drinken. Het is de verkorte vorm van de + eau vóór een klinker. De woordgroep “plus d'eau” geeft de hoeveelheid aan zonder een bepaalde hoeveelheid te noemen.
quand
Quand betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in “quand je suis au travail”. Het introduceert de situatie waarin de spreker meer water kan drinken. Het wordt gevolgd door een volledige bijzin met “je suis”.
suis
Suis betekent hier ‘ben’ in “je suis au travail”. De woordenboekvorm is être; suis is de vorm die bij je hoort. Met “être au travail” geef je aan dat iemand op het werk is.
au
Au betekent hier ‘op het’ of ‘aan het’ in “au travail”. Het is de samengevoegde vorm van à + le. De vaste woordgroep “au travail” verwijst naar de situatie waarin iemand werkt of op zijn werk is.
travail
Travail betekent hier ‘werk’ in “je suis au travail”. Samen met “au” vormt het de uitdrukking “op het werk”. Het woord benoemt hier de werkplek of werksituatie.
Ça
Ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ in “Ça peut t'aider”. Het verwijst naar de eerder genoemde gewoonte om meer water te drinken. Als onderwerp kan ça naar een vooraf genoemde handeling of situatie verwijzen.
peut
Peut betekent hier ‘kan’ of ‘kan mogelijk’ in “Ça peut t'aider”. De woordenboekvorm is pouvoir; peut is de vorm bij ça. Het staat vóór “t'aider” en drukt hier een mogelijk effect uit, niet een zekerheid.
t'aider
T'aider betekent hier ‘je helpen’ in “Ça peut t'aider à avoir plus d'énergie”. Het bestaat uit t’ voor de aangesproken persoon en aider, ‘helpen’. De woordenboekvorm van het werkwoord is aider; de volledige constructie “aider à avoir” geeft aan welk effect wordt bedoeld.
avoir
Avoir betekent hier ‘hebben’ in “t'aider à avoir plus d'énergie”. De woordenboekvorm is avoir, en het staat na “à” als infinitief. Het verwijst hier naar het hebben van meer energie in de middag.
d'énergie
D'énergie betekent hier ‘energie’ in “avoir plus d'énergie”. Het is de verkorte vorm van de + énergie vóór een klinker. De groep “plus d'énergie” benoemt een grotere hoeveelheid energie.
l'après-midi
L'après-midi betekent hier ‘de middag’ in “plus d'énergie l'après-midi”. Het geeft aan op welk moment van de dag de spreker meer energie zou kunnen hebben. Het wordt in deze zin gebruikt als tijdsaanduiding.
Est-ce que
Est-ce que is in “Est-ce que je devrais aussi faire de l'exercice après le dîner ?” een vaste opener voor een ja-neevraag. “Est-ce” vormt het vraagkader en “que” verbindt dat kader met de daaropvolgende mededeling. De woordvolgorde daarna blijft hier die van een gewone zin.
devrais
Devrais betekent hier ‘zou ik moeten’ in “je devrais aussi faire de l'exercice”. De woordenboekvorm is devoir; devrais is de vorm die bij je hoort in deze voorzichtige vraag. De spreker vraagt hiermee om advies over een mogelijke gewoonte.
aussi
Aussi betekent hier ‘ook’ in “je devrais aussi faire de l'exercice”. Het voegt sporten toe aan de eerder besproken verandering, zoals meer water drinken. Het staat hier vóór de activiteit “faire de l'exercice”.
l'exercice
L'exercice betekent hier ‘het sporten’ of ‘de lichaamsbeweging’ in “faire de l'exercice”. Het lidwoord le wordt vóór de klinker van exercice verkort tot l'. De vaste woordgroep “faire de l'exercice” betekent hier bewegen of sporten.
après
Après betekent hier ‘na’ in “après le dîner”. Het plaatst de activiteit in de tijd na het avondeten. Het wordt hier gevolgd door de volledige woordgroep “le dîner”.
le
Le betekent hier ‘het’ in “le dîner”. Het is het bepaald lidwoord vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord dîner. Samen verwijst “le dîner” naar de maaltijd die als bekend tijdstip wordt gebruikt.
dîner
Dîner betekent hier ‘avondeten’ of ‘diner’ in “le dîner”. In deze woordgroep benoemt het een maaltijd en niet de handeling van eten. “Après le dîner” betekent ‘na het avondeten’.
petite
Petite betekent hier ‘klein’ of ‘kort’ in “Une petite marche”. De woordenboekvorm is petit; petite is de vorm die bij het vrouwelijke woord marche past. Het maakt de voorgestelde wandeling klein en daardoor haalbaar.
marche
Marche betekent hier ‘wandeling’ in “Une petite marche”. Het is hier een zelfstandig naamwoord, omdat het na “Une petite” staat. De volledige woordgroep benoemt een korte wandeling als eerste stap.
serait
Serait betekent hier ‘zou zijn’ in “Une petite marche serait un début simple”. De woordenboekvorm is être; serait is de vorm bij de voorgestelde mogelijkheid. Het maakt van de wandeling een voorzichtige aanbeveling in plaats van een bevel.
un
Un betekent hier ‘een’ vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord “début”. Het vormt de woordgroep “un début simple”, waarmee de wandeling als een begin wordt beschreven. Gebruik un vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord.
début
Début betekent hier ‘begin’ in “un début simple”. Het noemt het eerste punt van de nieuwe routine. In de zin wordt een korte wandeling voorgesteld als zo’n begin.
simple
Simple betekent hier ‘eenvoudig’ en daardoor ‘haalbaar’ in “un début simple”. Het beschrijft het begin dat door de korte wandeling wordt gevormd. Het kan na een zelfstandig naamwoord staan, zoals in deze woordgroep.
mettre
Mettre betekent hier ‘zetten’ of ‘leggen’ in “Je peux mettre mes chaussures près de la porte”. De woordenboekvorm is mettre; het staat als infinitief na “Je peux”. De constructie geeft aan waar de spreker de schoenen bewust plaatst.
mes
Mes betekent hier ‘mijn’ in “mes chaussures”. Het bezit verwijst naar de spreker en het woord staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord chaussures. Het verandert niet volgens het geslacht van het bezit, maar hoort hier bij een meervoud.
chaussures
Chaussures betekent hier ‘schoenen’ in “mettre mes chaussures près de la porte”. Het is het voorwerp dat de spreker bij de deur wil zetten. Het meervoud past bij mes en bij de twee of meer schoenen die samen worden bedoeld.
près
Près betekent hier ‘dicht bij’ in “près de la porte”. Het geeft de plaats van de schoenen aan ten opzichte van de deur. Het bruikbare patroon is “près de” plus een plaats of voorwerp.
la
La betekent hier ‘de’ in “la porte”. Het is het bepaald lidwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord porte. Samen vormt “près de la porte” de plaatsaanduiding ‘dicht bij de deur’.
porte
Porte betekent hier ‘deur’ in “près de la porte”. Het benoemt het herkenbare punt waar de schoenen worden geplaatst. Met “la porte” wordt een specifieke deur in de besproken thuissituatie bedoeld.
pour
Pour betekent hier ‘om’ of ‘om te’ in “pour me rappeler de sortir”. Het introduceert het doel van de handeling: de schoenen zo plaatsen dat de spreker eraan denkt naar buiten te gaan. Een bruikbaar patroon is “pour” gevolgd door een infinitiefconstructie.
me
Me verwijst hier naar de spreker in “me rappeler de sortir”: de spreker wil zichzelf eraan herinneren. Het staat vóór het werkwoord rappeler en maakt de betekenis persoonlijk. De volledige groep “me rappeler de sortir” betekent ‘me eraan herinneren naar buiten te gaan’.
rappeler
Rappeler betekent hier ‘herinneren’ in “me rappeler de sortir”. De woordenboekvorm is rappeler; na “pour me” staat het als infinitief. Met “se rappeler” of “me rappeler” geef je aan wie iets in gedachten moet houden.
sortir
Sortir betekent hier ‘naar buiten gaan’ in “de sortir”. De woordenboekvorm is sortir; het staat als infinitief na de. Het benoemt het doel of de handeling waaraan de spreker herinnerd wil worden.
a l'air
A l'air betekent hier ‘lijkt’ of ‘ziet eruit’ in “Ça a l'air réaliste”. De vorm a komt van avoir en l'air betekent letterlijk ‘de lucht’; samen vormen ze de vaste uitdrukking “a l'air”. Je gebruikt de volledige uitdrukking om een indruk of beoordeling te geven.
réaliste
Réaliste betekent hier ‘realistisch’ in “Ça a l'air réaliste”. Het beschrijft het plan als uitvoerbaar volgens de indruk van de spreker. Het blijft hier dezelfde vorm na ça a l'air.
et
Et betekent hier ‘en’ in “réaliste et facile à tenir”. Het verbindt twee beoordelingen van hetzelfde plan. Na et volgt de tweede beschrijving “facile à tenir”.
facile
Facile betekent hier ‘gemakkelijk’ in “facile à tenir”. Het beoordeelt de voorgestelde routine als niet moeilijk om vol te houden. Het staat vóór de infinitiefconstructie “à tenir”, die uitlegt wat gemakkelijk is.
tenir
Tenir betekent hier ‘volhouden’ of ‘in stand houden’ in “facile à tenir”. De woordenboekvorm is tenir; het staat als infinitief na “facile à”. Samen betekent “facile à tenir” dat de routine gemakkelijk vol te houden is.