J'ai
In deze dialoog betekent "J'ai" ‘ik heb’ in de uitdrukking "J'ai besoin d'une salle calme": de spreker geeft aan dat hij een rustige ruimte nodig heeft. Dit is de vorm van het werkwoord "avoir" bij "je". Gebruik "J'ai besoin de ..." om te zeggen wat je nodig hebt, bijvoorbeeld met een zelfstandig naamwoord erna.
besoin
"Besoin" betekent hier ‘behoefte’ en maakt samen met "J'ai" de uitdrukking "J'ai besoin de ..." voor ‘ik heb ... nodig’. Het zelfstandig naamwoord dat nodig is, volgt na "de", hier "d'une salle calme". Gebruik dezelfde structuur voor iets wat je nodig hebt in een praktische situatie.
d'une
"D'une" betekent hier ‘van een’ en hoort bij de vaste structuur "avoir besoin d'une ...": iets nodig hebben. Het is de vorm van "de" voor "une" vóór het vrouwelijke woord "salle". Gebruik "besoin d'une" vóór één vrouwelijke zaak die iemand nodig heeft.
salle
"Salle" betekent hier ‘ruimte’ of ‘kamer’, namelijk de rustige kamer die voor een telefoongesprek nodig is. In "d'une salle calme" staat het woord na het onbepaalde lidwoord "une" en vóór het bijvoeglijk naamwoord "calme". Gebruik "salle" bijvoorbeeld voor een specifieke ruimte in een gebouw.
calme
"Calme" betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de kamer in "une salle calme". Het geeft aan dat de ruimte geschikt is voor een gesprek zonder veel geluid. Gebruik "calme" vóór of na een zelfstandig naamwoord om een rustige persoon of plaats te beschrijven, afhankelijk van de zin.
pour
"Pour" betekent hier ‘voor’ en geeft het doel van de kamer aan in "pour un appel": de kamer is bedoeld voor een telefoongesprek. Na "pour" staat hier een zelfstandig naamwoord met lidwoord. Gebruik "pour" om een doel of bestemming aan te geven.
un
"Un" is hier het onbepaalde lidwoord ‘een’ vóór "appel". Samen betekent "un appel" ‘een telefoongesprek’ of ‘een oproep’. Gebruik "un" vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet als een specifieke bekende zaak wordt aangeduid.
appel
"Appel" betekent hier ‘telefoongesprek’ of ‘oproep’ in "pour un appel". Het woord verwijst in deze kantoorcontext naar het gesprek waarvoor de rustige kamer nodig is. Gebruik "appel" met "un" in een uitdrukking voor een telefoongesprek.
Regarde
"Regarde" betekent hier ‘kijk’ en is een directe instructie om de kalender te controleren. Het is de gebiedende vorm van "regarder" voor één aangesproken persoon. Gebruik "Regarde ..." om iemand informeel te vragen ergens naar te kijken.
d'abord
"D'abord" betekent hier ‘eerst’ en geeft aan dat de kalender moet worden gecontroleerd vóór de volgende stap. In "Regarde d'abord le calendrier" staat het bijwoord tussen de instructie en het object. Gebruik "d'abord" om de eerste stap in een reeks aan te geven.
le
"Le" is hier het bepaalde lidwoord ‘de’ vóór "calendrier" in "le calendrier". Het verwijst naar de bekende gedeelde kantooragenda. Gebruik "le" vóór een bepaald mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
calendrier
"Calendrier" betekent hier ‘kalender’ of ‘agenda’, waarin de beschikbaarheid van de kamers staat. In "le calendrier du bureau partagé" wordt de kalender nader verbonden met het gedeelde kantoor. Gebruik "calendrier" voor een kalender of agenda waarin afspraken worden bijgehouden.
du
"Du" betekent hier ‘van het’ in "du bureau partagé" en verbindt de kalender met het gedeelde kantoor. Het is de samengevoegde vorm van "de" en "le". Gebruik "du" vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord na een betekenis van ‘van het’.
bureau
"Bureau" betekent hier ‘kantoor’ in "le bureau partagé", niet het meubel waarop je werkt. Samen verwijst de uitdrukking naar het gedeelde kantoor. De betekenis hangt hier dus samen met "partagé" en de kantoorcontext.
partagé
"Partagé" betekent hier ‘gedeeld’ en beschrijft het kantoor in "le bureau partagé". Het maakt duidelijk dat meerdere mensen dezelfde kantoorruimte gebruiken. Gebruik "partagé" na een zelfstandig naamwoord om een gedeelde plaats of voorziening te beschrijven wanneer die betekenis zeker is.
La
"La" betekent hier ‘de’ en is het bepaalde lidwoord vóór "petite salle" in "La petite salle". De hoofdletter komt doordat het aan het begin van de zin staat; verderop verschijnt dezelfde vorm als "la". Gebruik "la" vóór een bepaald vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
petite
"Petite" betekent hier ‘kleine’ en beschrijft de ruimte in "La petite salle". De vorm hoort bij het vrouwelijke woord "salle". Gebruik "petite salle" om een kleine kamer of ruimte aan te duiden.
semble
"Semble" betekent hier ‘lijkt’ in "semble libre": op basis van de kalender lijkt de kamer beschikbaar te zijn. Het is de vorm van "sembler" bij "la petite salle". Gebruik "sembler" met een bijvoeglijk naamwoord om een indruk of voorlopige beoordeling uit te drukken.
libre
"Libre" betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’ en beschrijft de kamer in "semble libre". In deze context gaat het om een ruimte die vanmiddag nog geboekt kan worden. Gebruik "libre" bijvoorbeeld na "être" of "sembler" om beschikbaarheid te beschrijven.
cet
"Cet" betekent hier ‘deze’ in de tijdsaanduiding "cet après-midi": deze middag. Het wijst de middag aan die bij het huidige gesprek hoort. Gebruik "cet" in een vaste aanwijzende combinatie vóór "après-midi".
après-midi
"Après-midi" betekent hier ‘middag’ in "cet après-midi", dus ‘deze middag’. De volledige uitdrukking geeft aan wanneer de kamer beschikbaar lijkt. Gebruik "cet après-midi" om naar de middag van de huidige dag te verwijzen.
Ajoute
"Ajoute" betekent hier ‘voeg toe’ en is een instructie om de reservering in de kalender te plaatsen. Het is de gebiedende vorm van "ajouter" voor één aangesproken persoon. Gebruik "Ajoute ... au calendrier" wanneer je iemand vraagt een afspraak of reservering aan een kalender toe te voegen.
réservation
"Réservation" betekent hier ‘reservering’ en is wat aan de kalender moet worden toegevoegd. In "Ajoute la réservation au calendrier" is het de informatie over het geboekte gebruik van de ruimte. Gebruik "réservation" voor een boeking van bijvoorbeeld een kamer of plaats.
au
"Au" betekent hier ‘aan het’ of ‘in het’ in "au calendrier": aan de kalender toevoegen. Het is de samengevoegde vorm van "à" en "le". Gebruik "ajouter ... au calendrier" als vaste structuur voor iets aan een kalender toevoegen.
avant
"Avant" betekent hier ‘voordat’ in "avant d'utiliser la salle". Het geeft aan dat de reservering eerst moet worden toegevoegd en het gebruik daarna komt. Gebruik "avant de" vóór een infinitief, zoals in deze zin.
d'utiliser
"D'utiliser" betekent hier ‘te gebruiken’ in "avant d'utiliser la salle": voordat je de ruimte gebruikt. Het bestaat uit "de" vóór de infinitief "utiliser", na "avant". Gebruik "avant d'utiliser ..." om een handeling te noemen die nog niet mag plaatsvinden vóór een andere stap.
Est-ce que
"Est-ce que" vormt hier samen de ja-neevraag "Est-ce que je dois faire quelque chose ... ?". De uitdrukking maakt van de mededeling over iets moeten doen een directe vraag, zonder de rest van de woordvolgorde te veranderen. Gebruik "Est-ce que" aan het begin van een gewone vraagzin.
je
"Je" betekent hier ‘ik’ en is degene die vraagt of er na het telefoongesprek nog iets moet gebeuren. In "Est-ce que je dois ..." staat het vóór de werkwoordsvorm "dois". Gebruik "je" om de spreker als onderwerp van de zin aan te geven.
dois
"Dois" betekent hier ‘moet’ in de vraag "je dois faire quelque chose": moet ik iets doen? Het is de vorm van "devoir" bij "je". Gebruik "devoir" met een infinitief, zoals "devoir faire", om noodzaak of een verplichting uit te drukken.
faire
"Faire" betekent hier ‘doen’ in "je dois faire quelque chose". Als infinitief volgt het na "dois" en benoemt het de handeling waarnaar gevraagd wordt. Gebruik "devoir faire" om te vragen of te zeggen dat iemand iets moet doen.
quelque chose
"Quelque chose" betekent hier ‘iets’ in de vraag "faire quelque chose": iets doen. De twee woorden vormen samen één onbepaalde uitdrukking; "quelque" en "chose" horen dus bij elkaar. Gebruik "faire quelque chose" wanneer de precieze handeling nog niet wordt genoemd.
après
"Après" betekent hier ‘na’ in "après l'appel" en geeft het moment na het telefoongesprek aan. Het wordt hier gevolgd door de naamwoordgroep "l'appel". Gebruik "après" vóór een gebeurtenis of tijdstip om een later moment aan te duiden.
l'appel
"L'appel" betekent hier ‘het telefoongesprek’ of ‘de oproep’ in "après l'appel". De apostrof is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór "appel". Gebruik "après l'appel" om te verwijzen naar wat er na een telefoongesprek gebeurt.
Range
"Range" betekent hier ‘ruim op’ en is een instructie om het bureau netjes te maken. Het is de gebiedende vorm van "ranger" voor één aangesproken persoon. Gebruik "Range le bureau" om iemand informeel te vragen een bureau op te ruimen.
et
"Et" betekent hier ‘en’ en verbindt twee opdrachten: "Range le bureau" en "prends tes affaires avec toi". Het maakt duidelijk dat beide handelingen moeten worden uitgevoerd. Gebruik "et" om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of opdrachten te verbinden.
prends
"Prends" betekent hier ‘neem’ in de opdracht "prends tes affaires avec toi". Het is de gebiedende vorm van "prendre" voor één aangesproken persoon. Gebruik "prendre ... avec soi" om te zeggen dat iemand iets meeneemt.
tes
"Tes" betekent hier ‘je’ of ‘jouw’ en verwijst naar de spullen van de aangesproken persoon in "tes affaires". Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord "affaires". Gebruik "tes" vóór meerdere zaken die bij de aangesproken persoon horen.
affaires
"Affaires" betekent hier ‘spullen’ in "tes affaires", dus de persoonlijke zaken die iemand moet meenemen. In deze context verwijst het niet naar zakelijke aangelegenheden. Gebruik "tes affaires" voor persoonlijke spullen van de aangesproken persoon.
avec
"Avec" betekent hier ‘met’ in "avec toi" en geeft aan dat de spullen samen met de aangesproken persoon meegaan. Het wordt gevolgd door het beklemtoonde voornaamwoord "toi". Gebruik "avec toi" om ‘met jou’ of ‘bij jou’ uit te drukken.
toi
"Toi" betekent hier ‘jou’ in "avec toi". Na het voorzetsel "avec" is deze beklemtoonde vorm nodig. Gebruik "toi" na voorzetsels zoals "avec" wanneer je naar de aangesproken persoon verwijst.
laisserai
"Laisserai" betekent hier ‘zal achterlaten’ in "Je laisserai la salle en ordre". Het is de toekomstige vorm van "laisser" bij "je" en verwijst naar wat de spreker vóór vertrek zal doen. Gebruik "laisser ... en ordre" om te zeggen dat je een plaats netjes achterlaat.
en
"En" betekent hier niet simpelweg ‘in’, maar maakt met "ordre" de uitdrukking "en ordre": in een nette of ordelijke toestand. In "laisserai la salle en ordre" beschrijft het de toestand waarin de kamer wordt achtergelaten. Gebruik "en ordre" om aan te geven dat iets netjes en georganiseerd is.
ordre
"Ordre" betekent hier ‘orde’ of een ‘nette toestand’ in de uitdrukking "en ordre". Samen met "en" beschrijft het hoe de kamer wordt achtergelaten. Gebruik "laisser quelque chose en ordre" voor een plaats die na gebruik netjes moet blijven.
de
"De" betekent hier ‘om te’ in "avant de partir": voordat ik vertrek. Het staat vóór de infinitief "partir" na "avant". Gebruik de vaste structuur "avant de" plus een infinitief om twee handelingen in de tijd te ordenen.
partir
"Partir" betekent hier ‘vertrekken’ in "avant de partir": voordat de spreker weggaat. Het is de infinitief na "avant de". Gebruik "avant de partir" om te zeggen dat iets gebeurt vóór het vertrek.
Cela
"Cela" betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het netjes achterlaten van de kamer. Het is het onderwerp van "Cela aide ...": dat helpt de volgende persoon. Gebruik "cela" om naar een eerder genoemde handeling of situatie te verwijzen.
aide
"Aide" betekent hier ‘helpt’ in "Cela aide la personne suivante à commencer facilement". Het is de vorm van "aider" bij "cela". Gebruik "aider quelqu'un à" plus een infinitief om te zeggen dat je iemand helpt iets te doen.
personne
"Personne" betekent hier ‘persoon’ in "la personne suivante": de persoon die na de spreker de ruimte gebruikt. Het woord staat na het bepaalde lidwoord "la" en wordt beschreven door "suivante". Gebruik "personne" om naar een individuele persoon te verwijzen.
suivante
"Suivante" betekent hier ‘volgende’ in "la personne suivante". Het beschrijft de persoon die daarna aan de beurt is en past zich in deze uitdrukking aan "personne" aan. Gebruik "la personne suivante" voor degene die na de huidige gebruiker komt.
à
"À" betekent hier ‘om te’ in de structuur "aide ... à commencer": helpt iemand om te beginnen. Het staat vóór de infinitief "commencer" na het werkwoord "aide". Gebruik "aider quelqu'un à" plus een infinitief om het geholpen doel te noemen.
commencer
"Commencer" betekent hier ‘beginnen’ in "à commencer facilement": gemakkelijk aan het werk kunnen gaan. Het is de infinitief na "à" in de structuur "aider ... à commencer". Gebruik "commencer" voor het starten van een activiteit of taak.
facilement
"Facilement" betekent hier ‘gemakkelijk’ of ‘soepel’ en beschrijft hoe de volgende persoon kan beginnen. Het is een bijwoord bij "commencer" in "commencer facilement". Gebruik "facilement" om aan te geven dat een handeling zonder veel moeite verloopt.