Eten labelen in de gedeelde koelkast | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared kitchen, two adults discuss labeling food, choosing the right fridge shelf, and taking items home soon..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met Eten labelen in de gedeelde koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je peux mettre cette soupe dans le frigo partagé ?

ès-kuh zjuh peu mètr sèt soep dan luh frie-goo par-ta-zjee Kan ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?
B

Mets une étiquette sur le récipient avant de le laisser là.

mè un ee-ti-kèt suur luh ree-sie-pja(n) a-van duh luh lè-see la Plak een label op het bakje voordat je het daar laat staan.
A

Est-ce que je dois aussi écrire la date dessus ?

ès-kuh zjuh dwa oo-see ee-krier la dat duh-suu Zal ik de datum er ook op schrijven?
B

Comme ça, les gens savent depuis combien de temps c'est dans le frigo.

kom sa, lee zjan saav duh-pwie kom-bjè(n) duh tan sè dan luh frie-goo Zo weten mensen hoe lang het er al in staat.
A

Quelle étagère est pour ta nourriture à toi ?

kel ee-ta-zjèr è poer ta noe-rie-tuur a twa Welke plank is voor jouw eigen eten?
B

Utilise l'étagère du haut, loin des aliments communs.

uu-ti-lie-z lee-ta-zjèr dü oo, lwe(n) dee za-lie-ma(n) ko-meu(n) Gebruik de bovenste plank, weg van de gedeelde spullen.
A

Je vais le laisser là et le rapporter bientôt chez moi.

zjuh vè luh lè-see la ee luh ra-por-tee bjè(n)-too sjee mwa Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.
B

Comme ça, le frigo ne se remplit pas de vieux aliments.

kom sa, luh frie-goo nuh suh ram-plie pa duh vjeu za-lie-ma(n) Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.

Woord voor woord

Est-ce que «Est-ce que» is hier de vraagconstructie voor een ja/nee-vraag, zoals in «Est-ce que je peux mettre cette soupe dans le frigo partagé ?». «Est-ce» leidt de vraag in en «que» verbindt de constructie met de rest van de zin. Een bruikbaar patroon is Est-ce que + onderwerp + werkwoord.
je «je» betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van «je peux mettre». Het is de vorm die de spreker voor zichzelf gebruikt; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als «Je». Een bruikbaar patroon is je + werkwoord.
peux «peux» betekent hier dat de spreker iets kan of mag doen: «je peux mettre». Dit is de vorm van «pouvoir» die bij «je» hoort. Een bruikbaar patroon is je peux + infinitief.
mettre «mettre» betekent hier iets ergens neerzetten of plaatsen, namelijk de soep in de koelkast. Het staat na «peux» in «mettre cette soupe dans le frigo partagé». Een bruikbaar patroon is mettre + voorwerp + dans + plaats.
cette «cette» verwijst hier naar één specifieke soep: «cette soupe», ‘deze soep’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk welk voorwerp bedoeld wordt. Een bruikbaar patroon is cette + zelfstandig naamwoord.
soupe «soupe» betekent hier ‘soep’, het voorwerp dat in de koelkast geplaatst wordt. In «cette soupe» staat het na het aanwijzende woord «cette». Een bruikbaar patroon is cette soupe wanneer je naar een specifieke soep verwijst.
dans «dans» geeft hier aan dat iets zich binnen een plaats bevindt: «dans le frigo partagé», ‘in de gedeelde koelkast’. Het staat vóór de plaats waar de soep naartoe gaat. Een bruikbaar patroon is dans + plaats.
le «le» is hier het bepaalde lidwoord vóór «frigo»: «le frigo», ‘de koelkast’. Het verwijst naar de koelkast die in deze gedeelde ruimte bekend is. Een bruikbaar patroon is le + zelfstandig naamwoord.
frigo «frigo» betekent hier ‘koelkast’ in «le frigo partagé». Het benoemt de plaats waar de soep wordt bewaard. Een bruikbaar patroon is dans le frigo voor iets dat in de koelkast staat.
partagé «partagé» betekent hier ‘gedeeld’ en beschrijft «frigo»: «le frigo partagé». Het maakt duidelijk dat de koelkast door meerdere mensen wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + partagé.
Mets «Mets» is hier een directe instructie om iets te plaatsen: «Mets une étiquette sur le récipient». Het is de gebiedende vorm van «mettre» voor één aangesproken persoon. Een bruikbaar patroon is Mets + voorwerp + plaats.
une «une» is hier het onbepaalde lidwoord vóór «étiquette»: «une étiquette», ‘een etiket’. Het introduceert één nog niet eerder genoemd etiket. Een bruikbaar patroon is une + zelfstandig naamwoord.
étiquette «étiquette» betekent hier ‘etiket’ of ‘label’, dat op het bakje moet komen. In «une étiquette sur le récipient» wordt aangegeven waar het label geplaatst wordt. Een bruikbaar patroon is une étiquette sur + voorwerp.
sur «sur» betekent hier ‘op’ en geeft het oppervlak aan waarop het label komt: «sur le récipient». Het staat vóór het voorwerp waarop iets wordt geplaatst. Een bruikbaar patroon is sur + voorwerp.
récipient «récipient» betekent hier ‘bakje’ of ‘bewaardoos’, het voorwerp waarop het etiket komt. In «sur le récipient» volgt het op het voorzetsel «sur». Een bruikbaar patroon is le récipient wanneer je naar het bewaarbakje verwijst.
avant «avant» betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat het labelen eerder moet gebeuren dan het achterlaten van het bakje. In «avant de le laisser là» vormt het samen met «de» een constructie vóór een infinitief. Een bruikbaar patroon is avant de + infinitief.
de «de» hoort hier bij de constructie «avant de le laisser là» en leidt de infinitief «laisser» in. Het betekent in deze zin niet zelfstandig ‘van’, maar maakt de combinatie ‘voordat je iets doet’. Een bruikbaar patroon is avant de + infinitief.
laisser «laisser» betekent hier iets ergens laten staan of achterlaten: «le laisser là». Het staat als infinitief na «avant de» en heeft «le» als voorwerp. Een bruikbaar patroon is laisser + voorwerp + plaats.
«là» betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de plek waar het bakje blijft staan: «le laisser là». Het geeft dus een concrete plaats aan. Een bruikbaar patroon is iets laisser là.
dois «dois» betekent hier ‘moet’ of ‘hoef ik’ in de vraag «Est-ce que je dois aussi écrire la date dessus ?». Het is de vorm van «devoir» die bij «je» hoort en drukt noodzaak of verwachting uit. Een bruikbaar patroon is je dois + infinitief.
aussi «aussi» betekent hier ‘ook’ en voegt het schrijven van de datum toe aan de eerdere handeling. In «je dois aussi écrire» staat het vóór de infinitief. Een bruikbaar patroon is je dois aussi + infinitief.
écrire «écrire» betekent hier ‘schrijven’, namelijk de datum op het bakje of etiket zetten. Het staat na «dois» in «dois aussi écrire la date dessus». Een bruikbaar patroon is écrire + informatie, zoals «écrire la date».
la «la» is hier het bepaalde lidwoord vóór «date»: «la date», ‘de datum’. Het verwijst naar de datum die op het etiket moet worden geschreven. Een bruikbaar patroon is la + zelfstandig naamwoord.
date «date» betekent hier ‘datum’, de informatie die op het bakje moet worden geschreven. In «écrire la date» is het de informatie die je noteert. Een bruikbaar patroon is écrire la date.
dessus «dessus» betekent hier ‘erop’ en verwijst naar het oppervlak van het bakje of etiket: «écrire la date dessus». Het vervangt hier een herhaling van de plek waarop je schrijft. Een bruikbaar patroon is iets écrire dessus.
Comme «Comme» draagt in «Comme ça» bij aan de betekenis ‘zo’ of ‘op die manier’. De volledige uitdrukking verwijst naar de zojuist beschreven handeling, namelijk de datum opschrijven. Een bruikbaar patroon is Comme ça, + gevolg.
ça «ça» betekent hier ‘dat’ of ‘zo’ in de vaste combinatie «Comme ça». Het verwijst naar de manier waarop het labelen en dateren gebeurt. Een bruikbaar patroon is Comme ça om een gevolg of voordeel van een handeling in te leiden.
les «les» is hier het bepaalde meervoudige lidwoord in «les gens». Het verwijst naar de mensen die de gedeelde koelkast gebruiken. Een bruikbaar patroon is les + meervoudig zelfstandig naamwoord.
gens «gens» betekent hier ‘mensen’, namelijk de gebruikers die door het etiket weten hoe lang het eten in de koelkast staat. Het wordt in deze zin gebruikt als «les gens». Een bruikbaar patroon is les gens voor een groep mensen.
savent «savent» betekent hier ‘weten’: «les gens savent depuis combien de temps». Het is de vorm van «savoir» die bij «les gens» hoort. Een bruikbaar patroon is weten + sinds hoe lang iets duurt, zoals in «savent depuis combien de temps».
depuis «depuis» betekent hier ‘sinds’ of ‘al gedurende’ en vraagt naar de verstreken tijd vanaf het moment dat het eten in de koelkast kwam. Het staat in «depuis combien de temps». Een bruikbaar patroon is depuis + tijdsduur of depuis quand.
combien «combien» betekent hier ‘hoeveel’ en krijgt in «combien de temps» de betekenis ‘hoe lang’. Het vraagt naar de hoeveelheid tijd. Een bruikbaar patroon is combien de + zelfstandig naamwoord, zoals «combien de temps».
temps «temps» betekent hier ‘tijd’ in de vraag «depuis combien de temps». Samen met «combien de» vraagt het naar de duur. Een bruikbaar patroon is combien de temps voor ‘hoe lang’.
c'est «c'est» betekent hier ‘het is’ in «depuis combien de temps c'est dans le frigo». Het verwijst naar het eten en zegt waar dat zich bevindt. «C'est» is de combinatie van «ce» en de vorm «est» van «être». Een bruikbaar patroon is c'est + plaats.
Quelle «Quelle» betekent hier ‘welke’ en vraagt samen met «étagère» naar de juiste plank: «Quelle étagère est pour ta nourriture à toi ?». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover de vraag gaat. Een bruikbaar patroon is Quelle + zelfstandig naamwoord.
étagère «étagère» betekent hier ‘plank’, meer bepaald een plank in de koelkast. In «Quelle étagère» is het de plaats waar de persoonlijke etenswaren mogen staan. Een bruikbaar patroon is l'étagère voor ‘de plank’.
est «est» betekent hier ‘is’ in «Quelle étagère est pour ta nourriture à toi ?». Het is de vorm van «être» die het onderwerp «Quelle étagère» met het doel of de bestemming verbindt. Een bruikbaar patroon is iets est pour + persoon of doel.
pour «pour» betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie of waarvoor de plank bedoeld is: «pour ta nourriture à toi». Het introduceert het doel of de gebruiker van de plank. Een bruikbaar patroon is pour + persoon of zelfstandig naamwoord.
ta «ta» betekent hier ‘jouw’ en staat vóór «nourriture» in «ta nourriture». Het geeft aan dat het eten aan de aangesproken persoon toebehoort. Een bruikbaar patroon is ta + zelfstandig naamwoord.
nourriture «nourriture» betekent hier ‘eten’ of ‘voedsel’, namelijk het persoonlijke eten dat op een bepaalde plank mag staan. In «ta nourriture à toi» wordt het bezit extra benadrukt. Een bruikbaar patroon is ta nourriture.
à «à» hoort hier bij «à toi» en helpt het bezit of de persoon extra te benadrukken in «ta nourriture à toi». De combinatie maakt duidelijk dat het om jouw eten gaat. Een bruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + à toi.
toi «toi» is hier de beklemtoonde vorm van ‘jou’ in «à toi». Samen met «à» benadrukt het dat de etenswaren van de aangesproken persoon zijn. Een bruikbaar patroon is à toi na een zelfstandig naamwoord om ‘van jou’ te benadrukken.
Utilise «Utilise» is hier een directe instructie om de bovenste plank te gebruiken: «Utilise l'étagère du haut». Het is de gebiedende vorm van «utiliser» voor één aangesproken persoon. Een bruikbaar patroon is Utilise + voorwerp.
l'étagère «l'étagère» betekent hier ‘de plank’. De apostrof toont dat het lidwoord vóór de klinker in «étagère» is verkort. Een bruikbaar patroon is l' + zelfstandig naamwoord dat met een klinker begint.
du «du» hoort hier bij «du haut» en betekent ‘van het bovenste deel’; het is de combinatie van «de» en «le». Samen met «l'étagère» geeft het aan dat het om de bovenste plank gaat. Een bruikbaar patroon is l'étagère du + plaatsaanduiding.
haut «haut» betekent hier ‘boven’ of ‘het bovenste deel’ in «l'étagère du haut». Het onderscheidt deze plank van andere planken in de koelkast. Een bruikbaar patroon is du haut voor een plaats in het bovenste deel.
loin «loin» betekent hier ‘ver weg’ of ‘op afstand’ in «loin des aliments communs». Het geeft aan dat de persoonlijke etenswaren niet bij het gemeenschappelijke eten staan. Een bruikbaar patroon is loin de + zelfstandig naamwoord.
des «des» is hier de combinatie van «de» en «les» in «loin des aliments communs». Het hoort bij het voorzetsel «loin de» en verwijst naar de meervoudige etenswaren. Een bruikbaar patroon is loin des + meervoudig zelfstandig naamwoord.
aliments «aliments» betekent hier ‘voedingsmiddelen’ of ‘etenswaren’, namelijk het eten dat gemeenschappelijk is. In «des aliments communs» wordt het door «communs» nader beschreven. Een bruikbaar patroon is des aliments + beschrijving.
communs «communs» betekent hier ‘gemeenschappelijk’ en beschrijft «aliments»: «des aliments communs». Het maakt duidelijk dat meerdere mensen deze etenswaren delen. Een bruikbaar patroon is aliments communs voor gemeenschappelijk eten.
vais «vais» betekent hier niet alleen ‘ga’, maar vormt met «laisser» de nabije toekomst in «Je vais le laisser là». Het is de vorm van «aller» die bij «je» hoort. Een bruikbaar patroon is je vais + infinitief voor iets dat je binnenkort gaat doen.
et «et» betekent hier ‘en’ en verbindt twee handelingen: «le laisser là et le rapporter bientôt chez moi». Het laat zien dat de spreker beide handelingen zal uitvoeren. Een bruikbaar patroon is handeling + et + handeling.
rapporter «rapporter» betekent hier iets meenemen of terugbrengen naar huis: «le rapporter bientôt chez moi». Het staat als infinitief na «vais» en heeft «le» als voorwerp. Een bruikbaar patroon is rapporter + voorwerp + chez + persoon.
bientôt «bientôt» betekent hier ‘binnenkort’ en geeft aan wanneer het eten naar huis wordt gebracht. Het staat in «le rapporter bientôt chez moi». Een bruikbaar patroon is bientôt bij een handeling die op korte termijn gebeurt.
chez «chez» betekent hier ‘naar het huis van’ of ‘bij het huis van’ in «chez moi». Het geeft de bestemming van het eten aan. Een bruikbaar patroon is chez + beklemtoonde persoon, zoals «chez moi».
moi «moi» betekent hier ‘mij’ in «chez moi», dat als geheel ‘naar mijn huis’ of ‘bij mij thuis’ betekent. Na «chez» verwijst het naar het huis van de spreker. Een bruikbaar patroon is chez moi voor ‘thuis bij mij’ of ‘naar mijn huis’.
ne «ne» is hier het eerste deel van de ontkenning «ne se remplit pas». Samen met «pas» maakt het duidelijk dat de koelkast niet volloopt. Een bruikbaar patroon is ne + werkwoord + pas.
se «se» hoort hier bij «se remplit» en maakt duidelijk dat de koelkast zelf het onderwerp is van het vol raken. Samen beschrijft «se remplit» dat de koelkast gevuld raakt. Een bruikbaar patroon is se + werkwoord in een handeling die het onderwerp zelf ondergaat.
remplit «remplit» betekent hier ‘vult zich’ of ‘raakt gevuld’ in «le frigo ne se remplit pas». Het is de vorm van «remplir» bij «le frigo». Een bruikbaar patroon is iets se remplit de + inhoud.
pas «pas» is hier het tweede deel van de ontkenning «ne se remplit pas» en betekent samen met «ne» ‘niet’. Het zorgt ervoor dat de koelkast niet volraakt met oud eten. Een bruikbaar patroon is ne + werkwoord + pas.
vieux «vieux» betekent hier ‘oud’ en beschrijft «aliments»: «de vieux aliments». Het gaat om eten dat al langer in de koelkast ligt en daardoor ruimte inneemt. Een bruikbaar patroon is vieux + zelfstandig naamwoord.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de laisser la soupe dans le frigo, écrire la date dessus.

a-van duh lè-see la soep dan luh frie-goo, ee-krier la dat duh-suu

Voordat je de soep in de koelkast laat staan, schrijf je de datum erop.

Na « avant de » gebruik je het hele werkwoord, niet een vervoegde vorm.

Frans woordenschat

avant de voorzetsel
a-van duh voordat

avant de le laisser là

comme ça uitdrukking
kom sa zo

Comme ça, les gens savent...

date zelfstandig naamwoord
dat datum

la date

dessus bijwoord
duh-suu erop

écrire la date dessus

écrire werkwoord
ee-krier schrijven

écrire la date dessus

étiquette zelfstandig naamwoord
ee-ti-kèt label

Mets une étiquette sur le récipient

frigo zelfstandig naamwoord
frie-goo koelkast

le frigo partagé

laisser werkwoord
lè-see laten staan

avant de le laisser là

mettre werkwoord
mètr zetten

Est-ce que je peux mettre cette soupe dans le frigo partagé ?

partagé bijvoeglijk naamwoord
par-ta-zjee gedeeld

le frigo partagé

récipient zelfstandig naamwoord
ree-sie-pja(n) bakje

sur le récipient

soupe zelfstandig naamwoord
soep soep

cette soupe

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bakje

Antwoord tonenrécipient

schrijven

Antwoord tonenécrire

koelkast

Antwoord tonenfrigo

soep

Antwoord tonensoupe