Eten labelen in de gedeelde koelkast | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared kitchen, two adults discuss labeling food, choosing the right fridge shelf, and taking items home soon..

NL → FR / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Eten labelen in de gedeelde koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que je peux mettre cette soupe dans le frigo partagé ?

ès-kuh zjuh peu mètr sèt soep dan luh frie-goo par-ta-zjee Kan ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?
B

Mets une étiquette sur le récipient avant de le laisser là.

mè un ee-ti-kèt suur luh ree-sie-pja(n) a-van duh luh lè-see la Plak een label op het bakje voordat je het daar laat staan.
A

Est-ce que je dois aussi écrire la date dessus ?

ès-kuh zjuh dwa oo-see ee-krier la dat duh-suu Zal ik de datum er ook op schrijven?
B

Comme ça, les gens savent depuis combien de temps c'est dans le frigo.

kom sa, lee zjan saav duh-pwie kom-bjè(n) duh tan sè dan luh frie-goo Zo weten mensen hoe lang het er al in staat.
A

Quelle étagère est pour ta nourriture à toi ?

kel ee-ta-zjèr è poer ta noe-rie-tuur a twa Welke plank is voor jouw eigen eten?
B

Utilise l'étagère du haut, loin des aliments communs.

uu-ti-lie-z lee-ta-zjèr dü oo, lwe(n) dee za-lie-ma(n) ko-meu(n) Gebruik de bovenste plank, weg van de gedeelde spullen.
A

Je vais le laisser là et le rapporter bientôt chez moi.

zjuh vè luh lè-see la ee luh ra-por-tee bjè(n)-too sjee mwa Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.
B

Comme ça, le frigo ne se remplit pas de vieux aliments.

kom sa, luh frie-goo nuh suh ram-plie pa duh vjeu za-lie-ma(n) Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce que je peux mettre cette soupe dans le frigo partagé ?

    Kan ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    je peux
    ik kan / mag
    mettre
    zetten
    cette
    deze
    soupe
    soep
    dans
    in
    frigo
    koelkast
    partagé
    gedeeld
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que is een vaste manier om in het Frans een gewone vraag te beginnen. De woordvolgorde van de mededeling blijft daarbij grotendeels behouden. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? je peux komt van pouvoir en betekent hier dat de spreker vraagt of iets mag of mogelijk is. peux is de tegenwoordige tijd bij je; het onderwerp je is enkelvoud. Vergelijk: je peux — ik kan/mag, maar tu peux — jij kunt/mag. Samen vormen Est-ce que je peux ... ? een herbruikbaar beleefd vraagpatroon: “Kan/mag ik ...?” mettre is een infinitief met de betekenis “zetten” of, afhankelijk van het voorwerp, “doen/leggen”. Na je peux staat het werkwoord in de infinitief: je peux mettre ... — ik kan/mag ... zetten. De vorm mettre hoort bij het werkwoord zelf; het is niet een vervoegde vorm voor een bepaalde persoon. Voorbeeld: Je peux mettre le livre ici ? — Mag ik het boek hier leggen? cette betekent “deze” bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het aanwijzende woord past dus bij soupe, niet bij de spreker. De andere enkelvoudsvorm is ce bij een mannelijk zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld ce livre — dit boek. In het meervoud gebruikt het Frans ces. soupe is het vrouwelijke zelfstandig naamwoord voor “soep”. Het lidwoord of aanwijzende woord laat het grammaticale geslacht en getal zien: cette soupe — deze soep. Het geslacht van het woord bepaalt hier de vorm cette; het gaat niet om het geslacht van een persoon. dans is een voorzetsel voor iets dat zich in een ruimte of houder bevindt of daarin wordt geplaatst: “in”. In mettre ... dans ... geeft het aan waar iets wordt neergezet of gedaan. Voorbeeld: mettre le sac dans la voiture — de tas in de auto zetten. frigo is een alledaags, verkort woord voor réfrigérateur, “koelkast”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: le frigo. In deze zin staat het na dans: dans le frigo — in de koelkast. Réfrigérateur is neutraler of formeler, terwijl frigo heel gebruikelijk is in gewone gesprekken. partagé betekent hier “gedeeld”. Het is de voltooid deelwoordsvorm van partager en wordt hier als beschrijvend woord bij frigo gebruikt. Omdat frigo mannelijk enkelvoud is, staat de vorm op partagé; bij een vrouwelijk enkelvoudig woord verschijnt bijvoorbeeld partagée. Het woord beschrijft hier een koelkast die door meerdere mensen wordt gebruikt. De delen bouwen de vraag als volgt op: Est-ce que maakt er een vraag van; je peux mettre betekent “kan/mag ik zetten”; cette soupe is “deze soep”; en dans le frigo partagé geeft de bestemming aan: “in de gedeelde koelkast”. Het geheel betekent daarom: “Kan ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?”

  2. Mets une étiquette sur le récipient avant de le laisser là.

    Plak een label op het bakje voordat je het daar laat staan.

    Mets
    plak
    une étiquette
    een label
    sur
    op
    le récipient
    het bakje
    avant de
    voordat je …
    le laisser
    het laten staan
    là
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Mets is de gebiedende wijs van mettre ("zetten", "doen", "plaatsen") voor één aangesproken persoon. Hier betekent het, volgens de vertaling, "plak" in de concrete opdracht om een label aan te brengen. Voorbeeld: Mets le livre sur la table. — "Zet het boek op tafel." De gebiedende wijs heeft hier geen uitgesproken onderwerp. une étiquette betekent "een label". Étiquette is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het onbepaalde lidwoord in deze vorm als une. Voorbeeld: Une étiquette est sur la boîte. — "Er zit een label op de doos." sur geeft hier de plaats of het oppervlak aan: "op". Het leidt het naamwoordgroepje le récipient in. Voorbeeld: Le nom est sur l’étiquette. — "De naam staat op het label." le récipient betekent hier "het bakje"; algemener kan het "de recipiënt" of "de houder" betekenen. Récipient is een mannelijk zelfstandig naamwoord, wat ook zichtbaar is aan le. Voorbeeld: Le récipient est propre. — "Het bakje is schoon." avant de introduceert een handeling die eerder moet plaatsvinden dan de volgende handeling. Na avant de volgt een infinitief, zoals in het patroon avant de + infinitif: "voordat je …" of "alvorens …". Voorbeeld: Lave tes mains avant de manger. — "Was je handen voordat je eet." In le laisser is laisser de infinitief, met de betekenis "laten" of "achterlaten". Het voornaamwoord le staat vóór het werkwoord en is het lijdend voorwerp: het verwijst hier naar het mannelijke récipient, dus naar het bakje. Het is niet het onderwerp van laisser. Voorbeeld: Je vais le laisser ici. — "Ik ga het hier laten." là betekent "daar" en wijst op een plaats die als niet-hier wordt voorgesteld. Samen met laisser geeft het aan waar het bakje moet worden achtergelaten. Voorbeeld: Laisse-le là. — "Laat het daar." De volledige opbouw is: Mets + une étiquette + sur le récipient: "Plak een label op het bakje". Daarna geeft avant de le laisser là de voorwaarde in de tijd: dit moet gebeuren voordat je het bakje daar laat staan. Zo betekent de hele zin: "Plak een label op het bakje voordat je het daar laat staan."

  3. Est-ce que je dois aussi écrire la date dessus ?

    Zal ik de datum er ook op schrijven?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    je dois
    ik moet
    aussi
    ook
    écrire
    schrijven
    la date
    de datum
    dessus
    erop
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que staat aan het begin als vaste, neutrale vraaginleiding. Het maakt van een mededelende zin een ja-neevraag zonder de woordvolgorde van de daaropvolgende mededeling om te keren. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? betekent: “Kom je?” je dois komt van devoir (“moeten”). dois is de vorm voor je in de tegenwoordige tijd; het onderwerp is dus degene die de handeling moet uitvoeren. De infinitief na devoir blijft onveranderd: je dois écrire (“ik moet schrijven”). aussi betekent hier “ook” en voegt deze handeling toe aan iets dat al in de situatie aanwezig is. Het staat vóór de infinitief écrire, maar de precieze plaats van aussi kan in het Frans soms verschuiven afhankelijk van de gewenste nadruk. écrire is de infinitief “schrijven”. Na een werkwoord zoals devoir gebruik je de infinitief, niet een vervoegde vorm. Voorbeelden: Je dois lire. — “Ik moet lezen.” Nous devons écrire. — “Wij moeten schrijven.” In het tweede voorbeeld verandert het hulpwerkwoord devoir van vorm, terwijl écrire infinitief blijft. la date betekent “de datum”. date is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord la. Het lidwoord geeft hier bepaaldheid aan, niet op zichzelf een aantal. Een bruikbaar contrast is la date (“de datum”) tegenover une date (“een datum”). dessus betekent hier “erop” of “op dat oppervlak”. Het is een zelfstandig gebruikt plaatsaanduidend element en neemt de plaats in van een volledige herhaling van de bedoelde ondergrond. In deze context sluit het aan bij het eerder genoemde voorwerp waarop iets geplaatst of vermeld kan worden; de vorm zelf geeft niet aan of dat voorwerp mannelijk of vrouwelijk is. Samen vormt de zin een neutrale ja-neevraag: de spreker vraagt of die persoon, naast de al besproken handeling, de datum op het bedoelde oppervlak moet schrijven. Est-ce que markeert de vraag, je dois drukt de noodzaak voor de spreker uit, aussi voegt de extra handeling toe, en écrire la date dessus noemt wat er geschreven wordt en waar.

  4. Comme ça, les gens savent depuis combien de temps c'est dans le frigo.

    Zo weten mensen hoe lang het er al in staat.

    Comme ça
    zo
    les gens
    de mensen
    savent
    weten
    depuis combien de temps
    hoelang al
    c'est
    het is
    dans le frigo
    in de koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Comme ça betekent hier “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de manier die in de voorafgaande handeling wordt vastgelegd: zo kunnen mensen de informatie later kennen. Het is een herbruikbare verbindingsuitdrukking: Comme ça, ... = “Zo ...”. les gens betekent “de mensen”. gens is een zelfstandig naamwoord in het meervoud; het enkelvoudige woord is niet gewoon *gen*. Het lidwoord les markeert hier een meervoud, zonder zelf een specifiek aantal te geven. savent is de tegenwoordige tijd van savoir (“weten”), voor ils/elles: je sais, ils savent. In deze zin betekent het dat de mensen de informatie weten. Savoir gaat vaak over kennis van een feit of antwoord; bijvoorbeeld: Je sais la réponse. — “Ik weet het antwoord.” depuis combien de temps is een vaste vraagconstructie voor “hoelang al” of letterlijk “sinds hoeveel tijd”. Depuis geeft een periode aan die tot het relevante huidige moment voortduurt, terwijl combien de temps naar de duur vraagt. Bijvoorbeeld: Depuis combien de temps habites-tu ici ? — “Hoelang woon je hier al?” c'est is de samentrekking van ce en est: ce is een neutraal onderwerp en est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). Hier verwijst het neutrale “het” naar het bedoelde voorwerp, maar de zin zelf benoemt dat voorwerp niet nader. In een vraag naar duur blijft deze vorm hetzelfde; de tijdsbetekenis komt uit depuis combien de temps, niet uit c'est alleen. dans le frigo betekent “in de koelkast”. dans geeft een plaats binnenin aan, le is het bepaalde enkelvoudige lidwoord en frigo is de alledaagse verkorting van réfrigérateur (“koelkast”). Bijvoorbeeld: Le lait est dans le frigo. — “De melk staat in de koelkast.” Samen vormt savent depuis combien de temps ... een hoofdzin met een ingebedde vraag: “weten hoelang ... al”. De hele uiting betekent: “Zo weten mensen hoelang het al in de koelkast staat.” De Franse formulering gebruikt daarbij c'est dans le frigo (“het is in de koelkast”); de Nederlandse vertaling kiest natuurlijk staat voor iets dat zich daar bevindt. Comme ça staat vooraan en geeft aan dat de beschreven manier het mogelijk maakt deze informatie te weten.

  5. Quelle étagère est pour ta nourriture à toi ?

    Welke plank is voor jouw eigen eten?

    Quelle
    welke
    étagère
    plank
    est
    is
    pour
    voor
    nourriture
    eten
    à toi
    van jou
    Uitgebreide uitleg

    Quelle staat hier vóór étagère en vraagt welke van meerdere mogelijke planken bedoeld is. Het is een vragend bepalend woord; de vorm quelle is vrouwelijk enkelvoud omdat étagère een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is. Vergelijk: Quel livre ? = “Welk boek?” en Quelles étagères ? = “Welke planken?” étagère betekent hier “plank”, meer bepaald een plank van een rek of kast. Het is een zelfstandig naamwoord met het vrouwelijk lidwoord: une étagère. Een bruikbaar voorbeeld is L'étagère du haut est vide. = “De bovenste plank is leeg.” est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”), in de tegenwoordige tijd. Hier verbindt het de plank met de daaropvolgende bepaling pour ta nourriture; het betekent dus “is bestemd voor”, niet zelfstandig “bestaat”. Een vergelijkbaar patroon is Cette place est pour toi. = “Deze plaats is voor jou.” pour geeft hier bestemming of bedoeld gebruik aan: iets is bestemd voor iemand of iets. In est pour ta nourriture betekent het “is voor je eten”. Het is niet hetzelfde als par, dat vaak een uitvoerder of middel aanduidt. nourriture is het zelfstandig naamwoord “eten” of “voedsel”. Het is vrouwelijk: la nourriture. In de zin staat het met ta: ta nourriture betekent “jouw eten”; ta past zich aan nourriture aan, niet aan het geslacht van de eigenaar. De combinatie ta nourriture à toi legt extra nadruk op het feit dat het om jouw eigen eten gaat. à toi is een beklemtoonde vorm met het zelfstandige voornaamwoord toi. Na ta nourriture versterkt deze toevoeging het bezit of de tegenstelling: “jouw eigen eten”. Het patroon à + beklemtoond voornaamwoord kan ook zelfstandig bezit uitdrukken, bijvoorbeeld Ce sac est à toi. = “Deze tas is van jou.” Samen vormt Quelle étagère est pour ta nourriture à toi ? een vraag naar de plank die bestemd is voor het eigen eten van de aangesproken persoon: “Welke plank is voor jouw eigen eten?” De vraag gebruikt de gewone volgorde met de vraagbepaler en het onderwerp voor est; de nadruk op à toi maakt het persoonlijke bezit expliciet.

  6. Utilise l'étagère du haut, loin des aliments communs.

    Gebruik de bovenste plank, weg van de gedeelde spullen.

    Utilise
    Gebruik
    l'étagère
    de plank
    du haut
    bovenste
    loin des
    weg van
    aliments
    voedsel
    communs
    gedeeld
    Uitgebreide uitleg

    Utilise is de gebiedende wijs van utiliser (“gebruiken”) voor één aangesproken persoon in de tu-vorm. De vorm bevat hier geen uitgedrukte naam of voornaamwoord voor de handelende persoon; de opdracht is gericht aan de gesprekspartner. Voorbeeld: Utilise cette chaise. — “Gebruik deze stoel.” l'étagère betekent hier “de plank”. étagère is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord verschijnt daarom als l' vóór de klinker. De apostrof is een Franse samentrekking van la voor een klinker: la table, maar l'étagère. Voorbeeld: L'étagère est grande. — “De plank is groot.” du haut specificeert welke plank bedoeld wordt: de plank bovenaan, dus “de bovenste plank”. Letterlijk bestaat deze woordgroep uit de + le haut, samengevoegd tot du haut; het is hier geen vorm van étagère. Samen met het voorafgaande zelfstandig naamwoord vormt dit l'étagère du haut. Voorbeeld: Prends le livre du haut. — “Pak het bovenste boek.” loin des betekent “weg van” of “ver van”. Het is de combinatie loin de (“ver van”) met een meervoudige bepaalde groep: de + les wordt des. Deze woordgroep drukt hier afstand of scheiding uit; het volgende naamwoord geeft aan waarvan iets weggehouden moet worden. Voorbeeld: Garde cela loin des enfants. — “Houd dat weg van de kinderen.” aliments betekent “voedsel” of “etenswaren”. De vorm is het meervoud van aliment; het meervoud is hier herkenbaar aan de uitgang -s. In de vaste vertaling wordt dit binnen de context weergegeven als gedeelde spullen, maar het Franse woord verwijst letterlijk naar voedsel of voorraden. Voorbeeld: Les aliments sont dans la boîte. — “Het voedsel zit in de doos.” communs betekent hier “gedeeld” of “gemeenschappelijk” en beschrijft het meervoudige aliments. Het is de mannelijke meervoudsvorm van commun: commun (mannelijk enkelvoud), commune (vrouwelijk enkelvoud), communs (mannelijk meervoud), communes (vrouwelijk meervoud). De vorm communs past bij het mannelijke meervoud aliments; dat zegt niets over het grammaticale geslacht van étagère. De delen worden zo samengevoegd: Utilise geeft de opdracht “gebruik”; l'étagère du haut is “de bovenste plank”; en loin des aliments communs geeft de plaatsingsvoorwaarde “weg van het gedeelde voedsel” weer. Als geheel is de betekenis de vaste vertaling: “Gebruik de bovenste plank, weg van de gedeelde spullen.” De gebiedende wijs maakt de formulering direct en praktisch.

  7. Je vais le laisser là et le rapporter bientôt chez moi.

    Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.

    Je vais
    ik ga
    laisser
    laten
    là
    daar
    rapporter
    meenemen
    bientôt
    binnenkort
    chez moi
    naar huis
    Uitgebreide uitleg

    Je vais is de vorm van aller bij je in de tegenwoordige tijd. Voor een infinitief betekent aller + infinitief meestal een nabije of voorgenomen handeling: Je vais partir. = «Ik ga vertrekken.» Hier kondigt Je vais laisser dus aan wat de spreker gaat doen. laisser is de infinitief en betekent hier «laten staan» of «achterlaten». De combinatie laisser quelque chose là betekent dat je iets op die plaats laat. Laisser kan in andere contexten ook «toestaan» betekenen, maar dat is hier niet de bedoeling. Het kleine woord le vóór laisser is een mannelijk enkelvoudig lijdend voornaamwoord; in de vaste vertaling verwijst het naar «het». De vorm van laisser zelf verandert hier niet door dat voornaamwoord. là betekent «daar» en wijst op een plaats die in de situatie herkenbaar is. Samen vormen laisser le ... là en de voorafgaande context de betekenis «het daar laten staan». rapporter is opnieuw een infinitief. In deze zin betekent het «meenemen» in de zin van iets terugbrengen of naar een andere plaats brengen. Het verschil met apporter is nuttig: rapporter bevat het idee van terugbrengen, terwijl apporter gewoon «brengen» naar een plaats of persoon kan betekenen. Voorbeeld: Je rapporte le livre demain. = «Ik breng het boek morgen terug.» bientôt is een bijwoord van tijd: «binnenkort». Het zegt dat de handeling van rapporter op korte termijn zal gebeuren. Voorbeeld: Il revient bientôt. = «Hij komt binnenkort terug.» chez moi betekent letterlijk «bij mij thuis» en wordt hier natuurlijk vertaald als «naar huis» omdat het de bestemming van rapporter aanduidt. Chez verwijst naar iemands woning of de plaats van die persoon; moi is de beklemtoonde vorm van «ik» na chez. Vergelijk: chez toi = «bij jou thuis». De zin bestaat uit twee handelingen die met et verbonden zijn: de spreker gaat het voorwerp daar laten staan en het vervolgens binnenkort naar huis meenemen. In zijn geheel betekent de vaste uiting: «Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.»

  8. Comme ça, le frigo ne se remplit pas de vieux aliments.

    Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.

    Comme ça
    zo / op die manier
    frigo
    koelkast
    se remplit
    zich vult
    vieux
    oud
    aliments
    voedsel
    Uitgebreide uitleg

    Comme ça betekent hier “zo” of “op die manier” en geeft de manier of het gevolg van een handeling aan. Het is een herbruikbare manier om naar een zojuist genoemde aanpak te verwijzen. frigo is een informele, verkorte vorm van réfrigérateur, “koelkast”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het lidwoord hier als le. Voorbeeld: Le frigo est vide. — “De koelkast is leeg.” se remplit komt van se remplir, “vol raken” of “zich vullen”. De vorm remplit is de tegenwoordige tijd bij een enkelvoudig onderwerp; se hoort bij de wederkerende vorm. In deze zin betekent dat niet dat de koelkast zelf bewust iets vult, maar dat hij vol raakt. Voorbeeld: La boîte se remplit vite. — “De doos raakt snel vol.” De ontkenning ne ... pas omringt hier de vervoegde vorm: ne se remplit pas, “raakt niet vol”. In spreektaal kan ne soms wegvallen, maar in deze zin staat de volledige ontkenning. vieux betekent hier “oud”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord vieux bij een mannelijk meervoudig zelfstandig naamwoord; dezelfde vorm komt ook voor bij mannelijk enkelvoud. Bij vrouwelijk enkelvoud en meervoud is de vorm vieille respectievelijk vieilles. Voorbeeld: de vieux livres — “oude boeken”. aliments betekent “voedingsmiddelen” of, in deze context natuurlijker, “eten”. Het is het meervoud van aliment. Het bijvoeglijk naamwoord vieux beschrijft dit zelfstandig naamwoord en staat er hier vóór. Samen vormt Comme ça een verwijzing naar de voorafgaande manier van handelen, waarna le frigo het onderwerp is. ne se remplit pas zegt dat de koelkast niet vol raakt, en de vieux aliments geeft aan waarmee hij anders vol zou raken: oud eten. De volledige betekenis is dus: “Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.”

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de laisser la soupe dans le frigo, écrire la date dessus.

a-van duh lè-see la soep dan luh frie-goo, ee-krier la dat duh-suu

Voordat je de soep in de koelkast laat staan, schrijf je de datum erop.

Na « avant de » gebruik je het hele werkwoord, niet een vervoegde vorm.

Frans woordenschat

avant de voorzetsel
a-van duh voordat

avant de le laisser là

comme ça uitdrukking
kom sa zo

Comme ça, les gens savent...

date zelfstandig naamwoord
dat datum

la date

dessus bijwoord
duh-suu erop

écrire la date dessus

écrire werkwoord
ee-krier schrijven

écrire la date dessus

étiquette zelfstandig naamwoord
ee-ti-kèt label

Mets une étiquette sur le récipient

frigo zelfstandig naamwoord
frie-goo koelkast

le frigo partagé

laisser werkwoord
lè-see laten staan

avant de le laisser là

mettre werkwoord
mètr zetten

Est-ce que je peux mettre cette soupe dans le frigo partagé ?

partagé bijvoeglijk naamwoord
par-ta-zjee gedeeld

le frigo partagé

récipient zelfstandig naamwoord
ree-sie-pja(n) bakje

sur le récipient

soupe zelfstandig naamwoord
soep soep

cette soupe

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bakje

Antwoord tonenrécipient

schrijven

Antwoord tonenécrire

koelkast

Antwoord tonenfrigo

soep

Antwoord tonensoupe