Een gastenkamer zorgvuldig klaarmaken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults prepare a guest room with workspace, towels, internet instructions, and a short note..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Een gastenkamer zorgvuldig klaarmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Ma cousine vient séjourner chez nous pour une courte visite.

ma koezien vjèn sèzjoerné sjè noe poer un koert viziet. Mijn nicht komt een tijdje bij ons logeren.
B

Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable avant son arrivée.

noe devrie-jõ randr la sjambr damie pluu konfortabl avã son narivé. We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.
A

Laisse-moi débarrasser le bureau pour qu’elle ait de la place pour son ordinateur portable.

less-mwa debarassé le buuroo poer kel è de la plass poer son ordienatoor portabl. Laat mij het bureau opruimen, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.
B

Laisse les instructions pour Internet là où elle peut les trouver facilement.

less lè zẽnstruksjon poer ẽternet la oe èl peu lè troevé fasilemã. Leg de internetinstructies op een plek waar ze die gemakkelijk kan vinden.
A

Est-ce qu’on met des serviettes supplémentaires dans la chambre ou est-ce qu’on lui montre le placard ?

ès kon mè dee sèrvjèt suuplemãtèr dã la sjambr oe ès kon lwi mõtr le plakar. Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast laten zien?
B

Mets-les dans la chambre. Cela donne plus d’intimité aux invités.

mè lè dã la sjambr. Səla don pluu dẽtimité oo zẽvité. Leg ze in de kamer. Zo hebben gasten meer privacy.
A

Je veux être un hôte détendu, pas quelqu’un qui explique chaque détail.

zje veu ètr un oot detãduu, pa kelkẽ ki eksplik sjak detay. Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.
B

Un petit mot suffit, surtout pour les clés, les lumières et le petit-déjeuner.

un pəti moo suufie, suurtoe poer lè klé, lè luumjèr é le pəti-dezjeuné. Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.
A

Si nous le préparons à l’avance, nous n’aurons pas à nous dépêcher plus tard.

si noe le préparõ a lavãs, noe norõ pa a noe depèsjé pluu taar. Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.
B

Elle se sentira ainsi la bienvenue sans que la visite devienne trop formelle.

èl se santira ẽsie la bjẽvənuu san ke la viziet devjèn trop formèl. Daardoor zal ze zich welkom voelen, zonder dat het bezoek te formeel wordt.

Woord voor woord

Ma « Ma » betekent hier « mijn » bij « Ma cousine ». Het is een bezittelijk woord dat vóór het zelfstandig naamwoord staat; je gebruikt zo’n patroon om een vrouwelijke persoon of zaak als van jezelf aan te duiden.
cousine « cousine » betekent hier « nicht », dus de vrouwelijke neef/nicht van de spreker. In deze situatie gebruikt iemand het woord wanneer hij over een familielid spreekt dat op bezoek komt; een nieuw voorbeeld is « ma cousine habite à Lyon ».
vient « vient » betekent hier « komt » in « vient séjourner ». De vorm hoort bij het werkwoord « venir » en wordt gebruikt om te zeggen dat iemand naar een plaats komt; een nieuw voorbeeld is « Elle vient demain ».
séjourner « séjourner » betekent hier « verblijven » of « ergens logeren » en maakt samen met « vient » duidelijk dat de nicht komt om er een tijd te blijven. Na « venir » kan een infinitief zoals « séjourner » het doel van het komen aangeven; een nieuw voorbeeld is « Nous venons séjourner chez des amis ».
chez « chez » betekent hier « bij iemand thuis », in « chez nous ». Het wordt gebruikt vóór een persoon of een persoonlijk voornaamwoord om de plaats bij die persoon aan te geven; een nieuw voorbeeld is « Je dors chez mon frère ».
nous « nous » betekent hier « ons » in « chez nous »: bij ons thuis. Na « chez » verwijst het naar de mensen bij wie de plaats hoort; hetzelfde voornaamwoord kan ook als onderwerp « wij » betekenen, zoals in « Nous préparons la chambre ».
pour « pour » betekent hier « voor » in de tijds- of doelaanduiding « pour une courte visite ». Het verbindt de komst met het korte bezoek; een nieuw voorbeeld is « Elle vient pour deux jours ».
une « une » betekent hier « een » vóór het vrouwelijke woord « visite ». Het introduceert één niet nader bepaalde vrouwelijke zaak; een nieuw voorbeeld is « une chambre ».
courte « courte » betekent hier « korte » in « une courte visite ». Het beschrijft de beperkte duur van het bezoek en staat vóór « visite »; een nieuw voorbeeld is « une courte pause ».
visite « visite » betekent hier « bezoek ». In « pour une courte visite » gaat het om de gelegenheid waarvoor de nicht komt; een nieuw voorbeeld is « Nous avons une visite ce soir ».
devrions « devrions » betekent hier « zouden moeten » en geeft een voorzichtige aanbeveling: de kamer comfortabeler maken. De vorm hoort bij « devoir » en met « nous » vormt ze een voorstel; een nieuw voorbeeld is « Nous devrions appeler demain ».
rendre « rendre » betekent hier « maken » in de constructie « rendre la chambre d’amis plus confortable ». Het drukt een verandering van toestand uit: iets comfortabeler maken; een nieuw voorbeeld is « rendre le travail plus facile ».
la « la » betekent hier « de » vóór « chambre ». Het verwijst naar één bepaalde vrouwelijke kamer; het patroon « la » plus zelfstandig naamwoord wordt gebruikt wanneer de bedoelde zaak bekend of bepaald is.
chambre « chambre » betekent hier « kamer », meer bepaald de kamer die voor gasten wordt klaargemaakt. In « la chambre d’amis » is het de hoofdzaak van de woordgroep; een nieuw voorbeeld is « la chambre est prête ».
d’amis « d’amis » betekent hier « voor gasten » in « chambre d’amis », letterlijk een kamer van vrienden. Samen met « chambre » vormt het de vaste benaming voor een gastenkamer; gebruik de volledige woordgroep wanneer je die kamer bedoelt.
plus « plus » betekent hier « meer » in « plus confortable ». Het versterkt het bijvoeglijk naamwoord en drukt een vergelijking met de huidige toestand uit; een nieuw voorbeeld is « plus pratique ».
confortable « confortable » betekent hier « comfortabel » en beschrijft de gewenste toestand van de gastenkamer. In « rendre ... plus confortable » volgt het op « plus » om aan te geven wat er moet verbeteren; een nieuw voorbeeld is « un fauteuil confortable ».
avant « avant » betekent hier « voordat » in « avant son arrivée ». Het plaatst het klaarmaken vóór een gebeurtenis; vóór een zelfstandig naamwoord kan het zoals hier een tijdsrelatie aangeven.
son « son » betekent hier « haar » in « son arrivée ». Het verwijst naar de nicht en staat vóór « arrivée » om aan te geven dat het om haar aankomst gaat; een nieuw voorbeeld is « son ordinateur ».
arrivée « arrivée » betekent hier « aankomst ». In « avant son arrivée » wordt de aankomst als gebeurtenis genoemd waarvoor de kamer klaar moet zijn; een nieuw voorbeeld is « après son arrivée ».
Laisse-moi « Laisse-moi » betekent hier « laat me » en leidt een voorstel van de spreker in: laat mij iets doen. Het combineert de aansporing « Laisse » met « moi » en wordt gebruikt vóór een infinitief, zoals in « Laisse-moi vérifier » als nieuw voorbeeld.
débarrasser « débarrasser » betekent hier « leegmaken » of « opruimen » in « débarrasser le bureau ». Het gaat om spullen van het bureau weghalen zodat er ruimte ontstaat; een nieuw voorbeeld is « débarrasser la table ».
le « le » betekent hier « het » vóór « bureau » in « le bureau ». Het verwijst naar een bepaald bureau in de kamer; het patroon « le » plus zelfstandig naamwoord gebruik je voor een bepaald mannelijk woord.
bureau « bureau » betekent hier « bureau », het meubel waarop de nicht haar laptop kan zetten. In « débarrasser le bureau » is het de zaak die wordt opgeruimd; een nieuw voorbeeld is « travailler au bureau ».
qu’elle « qu’elle » betekent hier « zodat zij » in de doelconstructie « pour qu’elle ait de la place ». Het verbindt de doelzin met het onderwerp « elle »; na « pour que » volgt een volledige bijzin, zoals in nieuw voorbeeld « pour qu’elle comprenne ».
ait « ait » betekent hier « heeft » in « qu’elle ait de la place ». De vorm staat in de doelbijzin na « pour que » en hoort bij « avoir »; het patroon « pour qu’elle ait ... » geeft aan wat iemand dankzij een handeling kan hebben.
de « de » maakt hier samen met « la place » de uitdrukking « de la place », die « ruimte » betekent. Na « avoir » gebruik je deze woordgroep om beschikbare ruimte aan te duiden; een nieuw voorbeeld is « Il y a de la place ici ».
place « place » betekent hier niet een fysieke plaats in het algemeen, maar « ruimte » in « avoir de la place ». De uitdrukking « avoir de la place pour » wordt gebruikt om ruimte voor een voorwerp of persoon aan te geven; een nieuw voorbeeld is « avoir de la place pour une chaise ».
ordinateur « ordinateur » betekent hier « computer » in « ordinateur portable ». Samen met « portable » verwijst het naar een laptop; de volledige woordgroep is bruikbaar wanneer je een draagbare computer bedoelt.
portable « portable » betekent hier « draagbaar » en specificeert in « ordinateur portable » dat de computer makkelijk meegenomen kan worden. Het staat na « ordinateur » in deze vaste woordgroep; een nieuw voorbeeld is « un téléphone portable ».
Laisse « Laisse » betekent hier « laat » of « leg » in de opdracht « Laisse les instructions là où... ». De precieze betekenis komt uit de combinatie met het voorwerp en de plaats: de instructies daar achterlaten; een nieuw voorbeeld is « Laisse le livre sur la table ».
les « les » betekent hier « de » vóór « instructions ». Het verwijst naar bepaalde instructies die al bij de situatie horen; het patroon « les » plus meervoudig zelfstandig naamwoord gebruik je voor bepaalde meervoudige zaken.
instructions « instructions » betekent hier « instructies », namelijk de informatie waarmee de gast het internet kan gebruiken. In « Laisse les instructions... » is het wat ergens moet worden achtergelaten; een nieuw voorbeeld is « lire les instructions ».
Internet « Internet » betekent hier « internet ». In « les instructions pour Internet » geeft het aan waarvoor de instructies bedoeld zijn; je gebruikt het woord om naar de onlineverbinding of het internetgebruik te verwijzen.
« là » betekent hier « daar » en wijst naar de plek waar de instructies moeten liggen. In combinatie met « là où » verwijst het naar een plaats die daarna nader wordt omschreven; een nieuw voorbeeld is « Pose-le là ».
« où » betekent hier « waar » in « là où elle peut les trouver ». Het introduceert de plaats waar iets kan worden gevonden; een nieuw voorbeeld is « la table où nous mangeons ».
elle « elle » betekent hier « zij » en verwijst naar de nicht. In « elle peut les trouver » is zij degene die de instructies kan vinden; een nieuw voorbeeld is « Elle arrive demain ».
peut « peut » betekent hier « kan » in « elle peut les trouver ». De vorm hoort bij « pouvoir » en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit; een nieuw voorbeeld is « Elle peut venir ce soir ».
trouver « trouver » betekent hier « vinden » in « peut les trouver ». Na « peut » staat het werkwoord in de infinitief; het patroon « pouvoir + infinitief » geeft aan wat iemand kan doen.
facilement « facilement » betekent hier « gemakkelijk » of « zonder moeite ». Het beschrijft hoe zij de instructies kan vinden en staat bij het werkwoord « trouver »; een nieuw voorbeeld is « comprendre facilement ».
Est-ce « Est-ce » is hier het begin van de vaste vraagvorm « Est-ce qu’on met ... ? ». Het maakt van de mededeling een ja-neevraag; een nieuw voorbeeld is « Est-ce que tu viens ? ».
qu’on « qu’on » betekent hier « of we » binnen « Est-ce qu’on met ... ? ». Het bestaat in deze vraag uit het verbindende « que » en « on », waarbij « on » naar de mensen in de situatie verwijst; de volledige vraagvorm is bruikbaar voor een voorstel of keuze.
met « met » betekent hier « legt » in « on met des serviettes dans la chambre ». De vorm hoort bij « mettre » en beschrijft het plaatsen van iets op een bepaalde plek; een nieuw voorbeeld is « On met les clés sur la table ».
des « des » betekent hier « enkele » of « wat » vóór het meervoudige « serviettes ». Het introduceert niet nader bepaalde handdoeken; een nieuw voorbeeld is « des livres ».
serviettes « serviettes » betekent hier « handdoeken ». In « des serviettes supplémentaires » gaat het om extra handdoeken voor de gast; een nieuw voorbeeld is « plier les serviettes ».
supplémentaires « supplémentaires » betekent hier « extra » en geeft aan dat er meer handdoeken zijn dan de standaardvoorraad. Het staat na « serviettes » en specificeert die meervoudige hoeveelheid; een nieuw voorbeeld is « des informations supplémentaires ».
dans « dans » betekent hier « in » en geeft de plaats van de handdoeken aan: « dans la chambre ». Het wordt gebruikt vóór een plaats waarin iets zich bevindt of wordt gelegd; een nieuw voorbeeld is « dans le placard ».
ou « ou » betekent hier « of » en verbindt de twee mogelijkheden in de vraag. Het introduceert een alternatief: de handdoeken in de kamer leggen of de kast tonen; een nieuw voorbeeld is « du thé ou du café ».
lui « lui » betekent hier « haar » of « aan haar » in « lui montre ». Het verwijst naar de nicht als persoon aan wie de kast wordt getoond; bij « montrer quelque chose à quelqu’un » staat zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord.
montre « montre » betekent hier « laat zien » in « on lui montre le placard ». Het hoort bij « montrer » en krijgt hier een persoon als ontvanger en « le placard » als getoond voorwerp; een nieuw voorbeeld is « Je lui montre la cuisine ».
placard « placard » betekent hier « kast », de plek waarin de gast extra handdoeken kan vinden. In « montrer le placard » is het de kast die aan de gast wordt aangewezen; een nieuw voorbeeld is « Le placard est ouvert ».
Mets-les « Mets-les » betekent hier « leg ze » en verwijst met « les » naar de handdoeken. Het combineert de opdracht « Mets » met het voornaamwoord « les »; bij een opdracht staat het voornaamwoord hier achter het werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld « Prends-les ».
Cela « Cela » betekent hier « dat » en verwijst naar de keuze om de handdoeken in de kamer te leggen. Het is het onderwerp van « donne » en kan een eerder genoemde handeling of situatie samenvatten; een nieuw voorbeeld is « Cela me plaît ».
donne « donne » betekent hier « geeft » in « donne plus d’intimité ». Het hoort bij « donner » en beschrijft hier het gevolg van de handdoeken in de kamer leggen; een nieuw voorbeeld is « Cette solution donne plus de temps ».
d’intimité « d’intimité » betekent hier « privacy » in « donner plus d’intimité aux invités ». Samen met « donner » beschrijft het de privacy die gasten krijgen; een nieuw voorbeeld is « respecter l’intimité de quelqu’un ».
aux « aux » betekent hier « aan de » of « voor de » in « aux invités ». Het verbindt het gegeven voordeel met de ontvangers, de gasten; de vorm hoort bij de vaste combinatie « donner quelque chose aux invités ».
invités « invités » betekent hier « gasten ». Het verwijst naar de mensen die in de kamer verblijven en meer privacy krijgen; een nieuw voorbeeld is « accueillir les invités ».
Je « Je » betekent hier « ik » en is het onderwerp van « veux être ». De spreker gebruikt het om zijn eigen wens uit te drukken; een nieuw voorbeeld is « Je prépare la chambre ».
veux « veux » betekent hier « wil » in « Je veux être ». De vorm hoort bij « vouloir » en drukt een persoonlijke wens of bedoeling uit; een nieuw voorbeeld is « Je veux aider ».
être « être » betekent hier « zijn » na « veux » in « Je veux être un hôte détendu ». Na « vouloir » staat het gewenste werkwoord in de infinitief; een nieuw voorbeeld is « Je veux être prêt ».
un « un » betekent hier « een » vóór « hôte ». Het introduceert de rol die de spreker wil hebben; een nieuw voorbeeld is « un invité ».
hôte « hôte » betekent hier « gastheer », de persoon die iemand ontvangt. In deze context gaat het om de rol van de spreker tegenover zijn nicht; afhankelijk van de context kan het woord ook naar een gast verwijzen.
détendu « détendu » betekent hier « ontspannen » en beschrijft het soort gastheer dat de spreker wil zijn. Het staat na « hôte » als beschrijving van die persoon; een nieuw voorbeeld is « une ambiance détendue ».
pas « pas » maakt hier deel uit van de ontkenning « pas quelqu’un qui explique chaque détail »: niet iemand die elk detail uitlegt. Het contrasteert de gewenste ontspannen gastheer met de persoon die alles uitlegt; een nieuw voorbeeld is « pas maintenant » binnen een volledige ontkenning.
quelqu’un « quelqu’un » betekent hier « iemand » in « pas quelqu’un qui explique chaque détail ». Het verwijst naar een niet nader genoemde persoon en wordt door de relatieve bijzin verder beschreven; een nieuw voorbeeld is « quelqu’un de confiance ».
qui « qui » betekent hier « die » en verwijst naar « quelqu’un ». Het introduceert de bijzin die uitlegt wat deze persoon doet; een nieuw voorbeeld is « une personne qui travaille ici ».
explique « explique » betekent hier « uitlegt » in « qui explique chaque détail ». Het beschrijft de handeling die de spreker juist niet voortdurend wil uitvoeren; een nieuw voorbeeld is « Elle explique la règle ».
chaque « chaque » betekent hier « elk » in « chaque détail ». Het verwijst naar de afzonderlijke details één voor één en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; een nieuw voorbeeld is « chaque jour ».
détail « détail » betekent hier « detail ». In « explique chaque détail » gaat het om alle kleine afzonderlijke zaken over het verblijf; een nieuw voorbeeld is « un détail important ».
petit « petit » betekent hier « kort » in « un petit mot », niet alleen fysiek klein. Samen met « mot » verwijst het naar een korte geschreven mededeling voor de gast; een nieuw voorbeeld is « un petit message ».
mot « mot » betekent hier « briefje » in « un petit mot ». De combinatie verwijst naar een korte geschreven boodschap, niet naar één los woord; een nieuw voorbeeld is « laisser un mot sur la table ».
suffit « suffit » betekent hier « is genoeg » of « volstaat » in « Un petit mot suffit ». Het zegt dat een korte boodschap voldoende is voor dit doel; een nieuw voorbeeld is « Une explication suffit ».
surtout « surtout » betekent hier « vooral » en legt nadruk op de informatie over sleutels, lampen en ontbijt. Je gebruikt het om bepaalde punten binnen een groter geheel extra te benadrukken; een nieuw voorbeeld is « surtout le matin ».
clés « clés » betekent hier « sleutels », een van de onderwerpen waarover het briefje informatie kan geven. Het woord wordt in deze opsomming zonder lidwoord gebruikt; een nieuw voorbeeld is « où sont les clés ? ».
lumières « lumières » betekent hier « lampen » of « verlichting ». In het briefje gaat het om informatie over de verlichting in de kamer; een nieuw voorbeeld is « éteindre les lumières ».
et « et » betekent hier « en » en verbindt de drie onderwerpen in de opsomming. Het wordt gebruikt om gelijkwaardige woorden of woordgroepen aan elkaar te koppelen; een nieuw voorbeeld is « les clés et le téléphone ».
petit-déjeuner « petit-déjeuner » betekent hier « ontbijt ». Het is een vaste samengestelde uitdrukking en vormt samen met « les clés » en « les lumières » een onderwerp waarover het briefje informatie geeft; een nieuw voorbeeld is « prendre le petit-déjeuner ».
Si « Si » betekent hier « als » en introduceert de voorwaarde « Si nous le préparons à l’avance ». De zin beschrijft wat er gebeurt wanneer de kamer vooraf wordt klaargemaakt; een nieuw voorbeeld is « Si tu as le temps, viens ».
préparons « préparons » betekent hier « maken klaar » in « nous le préparons à l’avance ». De vorm hoort bij « préparer » en beschrijft samen met « nous » het vooraf klaarmaken; een nieuw voorbeeld is « Nous préparons le dîner ».
à « à » maakt hier samen met « l’avance » de vaste tijdsaanduiding « à l’avance », die « van tevoren » betekent. Gebruik de volledige uitdrukking om aan te geven dat iets vooraf gebeurt; een nieuw voorbeeld is « réserver à l’avance ».
l’avance « l’avance » betekent hier samen met « à » « van tevoren ». De volledige uitdrukking « à l’avance » beschrijft een handeling die vóór het betreffende moment wordt uitgevoerd; een nieuw voorbeeld is « prévenir les invités à l’avance ».
n’aurons « n’aurons » betekent hier « zullen niet hebben » in « n’aurons pas à nous dépêcher ». Het combineert de ontkenning met een toekomstige vorm van « avoir » en maakt deel uit van de constructie « avoir à »; die betekent hier dat haast niet nodig zal zijn.
dépêcher « dépêcher » betekent hier « haasten » in de wederkerende uitdrukking « nous dépêcher ». De volledige constructie verwijst naar sneller moeten handelen omdat er weinig tijd is; een nieuw voorbeeld is « Nous devons nous dépêcher ».
tard « tard » betekent hier « later » in « plus tard ». Het verwijst naar een later moment waarop de voorbereiding anders gehaast zou moeten gebeuren; een nieuw voorbeeld is « Je reviendrai plus tard ».
se « se » maakt hier deel uit van « se sentira », dus van « zich voelen ». Het verwijst naar dezelfde vrouwelijke persoon als het onderwerp « elle »; wederkerende werkwoorden gebruiken zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord.
sentira « sentira » betekent hier « zal voelen » in « Elle se sentira la bienvenue ». De vorm hoort bij « sentir » en verwijst naar een toekomstige ervaring van de nicht; een nieuw voorbeeld is « Il se sentira mieux demain ».
ainsi « ainsi » betekent hier « zo » en verwijst naar de manier waarop de kamer wordt voorbereid. Het legt een verband tussen die voorbereiding en het gevoel van welkom zijn; een nieuw voorbeeld is « Ainsi, tout sera prêt ».
bienvenue « bienvenue » betekent hier « welkom » in « se sentira la bienvenue ». Samen met « se sentir » beschrijft het dat de nicht zich welkom zal voelen; een nieuw voorbeeld is « souhaiter la bienvenue à quelqu’un ».
sans « sans » betekent hier « zonder » en leidt de voorwaarde in « sans que la visite devienne trop formelle ». Het beschrijft dat het bezoek welkom moet aanvoelen zonder een ongewenste verandering; een nieuw voorbeeld is « partir sans dire au revoir ».
que « que » betekent hier « dat » in de bijzin na « sans ». Samen met « sans » vormt het de constructie « sans que ... », die een omstandigheid beschrijft zonder dat iets anders gebeurt; een nieuw voorbeeld is « sans que personne le sache ».
devienne « devienne » betekent hier « wordt » in « que la visite devienne trop formelle ». De vorm hoort bij « devenir » en beschrijft een mogelijke verandering van het bezoek; een nieuw voorbeeld is « sans que la situation devienne difficile ».
trop « trop » betekent hier « te » in « trop formelle ». Het geeft aan dat de formaliteit een ongewenst hoge graad zou bereiken; een nieuw voorbeeld is « trop compliqué ».
formelle « formelle » betekent hier « formeel » en beschrijft de vrouwelijke « visite ». In « devienne trop formelle » gaat het om een bezoek dat te officieel of afstandelijk zou worden; een nieuw voorbeeld is « une réunion formelle ».

Grammatica

rendre + adjectif

rendre la chambre d’amis confortable

randr la sjambr damie konfortabl

de logeerkamer comfortabel maken

Na rendre staat een bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft in welke toestand iets wordt gebracht.

Frans woordenschat

arrivée zelfstandig naamwoord
arivé aankomst son arrivée

Avant son arrivée.

bureau zelfstandig naamwoord
buuroo bureau

Laisse-moi débarrasser le bureau.

chambre d’amis uitdrukking
sjambr damie logeerkamer

Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable.

confortable bijvoeglijk naamwoord
konfortabl comfortabel

La chambre d’amis est plus confortable.

cousine zelfstandig naamwoord
koezien vrouwelijke neef/nicht

Ma cousine vient séjourner chez nous.

débarrasser werkwoord
debarassé opruimen; leeghalen

Laisse-moi débarrasser le bureau.

instructions zelfstandig naamwoord
ẽstruksjon instructies les instructions

Les instructions pour Internet.

laisser werkwoord
lessé laten; achterlaten

Laisse les instructions pour Internet là où elle peut les trouver facilement.

ordinateur portable zelfstandig naamwoord
ordienatoor portabl laptop

Son ordinateur portable.

place zelfstandig naamwoord
plass ruimte; plaats

Elle a de la place pour son ordinateur portable.

rendre werkwoord
randr maken; doen worden

Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable.

séjourner werkwoord
sèzjoerné verblijven; logeren

Ma cousine vient séjourner chez nous.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrouwelijke neef/nicht

Antwoord tonencousine

ruimte; plaats

Antwoord tonenplace

opruimen; leeghalen

Antwoord tonendébarrasser

bureau

Antwoord tonenbureau