Een gastenkamer zorgvuldig klaarmaken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two adults prepare a guest room with workspace, towels, internet instructions, and a short note..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een gastenkamer zorgvuldig klaarmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Ma cousine vient séjourner chez nous pour une courte visite.

ma koezien vjèn sèzjoerné sjè noe poer un koert viziet. Mijn nicht komt een tijdje bij ons logeren.
B

Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable avant son arrivée.

noe devrie-jõ randr la sjambr damie pluu konfortabl avã son narivé. We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.
A

Laisse-moi débarrasser le bureau pour qu’elle ait de la place pour son ordinateur portable.

less-mwa debarassé le buuroo poer kel è de la plass poer son ordienatoor portabl. Laat mij het bureau opruimen, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.
B

Laisse les instructions pour Internet là où elle peut les trouver facilement.

less lè zẽnstruksjon poer ẽternet la oe èl peu lè troevé fasilemã. Leg de internetinstructies op een plek waar ze die gemakkelijk kan vinden.
A

Est-ce qu’on met des serviettes supplémentaires dans la chambre ou est-ce qu’on lui montre le placard ?

ès kon mè dee sèrvjèt suuplemãtèr dã la sjambr oe ès kon lwi mõtr le plakar. Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast laten zien?
B

Mets-les dans la chambre. Cela donne plus d’intimité aux invités.

mè lè dã la sjambr. Səla don pluu dẽtimité oo zẽvité. Leg ze in de kamer. Zo hebben gasten meer privacy.
A

Je veux être un hôte détendu, pas quelqu’un qui explique chaque détail.

zje veu ètr un oot detãduu, pa kelkẽ ki eksplik sjak detay. Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.
B

Un petit mot suffit, surtout pour les clés, les lumières et le petit-déjeuner.

un pəti moo suufie, suurtoe poer lè klé, lè luumjèr é le pəti-dezjeuné. Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.
A

Si nous le préparons à l’avance, nous n’aurons pas à nous dépêcher plus tard.

si noe le préparõ a lavãs, noe norõ pa a noe depèsjé pluu taar. Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.
B

Elle se sentira ainsi la bienvenue sans que la visite devienne trop formelle.

èl se santira ẽsie la bjẽvənuu san ke la viziet devjèn trop formèl. Daardoor zal ze zich welkom voelen, zonder dat het bezoek te formeel wordt.

Uitleg van de zinnen

  1. Ma cousine vient séjourner chez nous pour une courte visite.

    Mijn nicht komt een tijdje bij ons logeren.

    cousine
    nicht (vrouwelijk familielid)
    vient
    komt
    séjourner
    verblijven; logeren
    chez nous
    bij ons
    courte
    kort
    visite
    bezoek
    Uitgebreide uitleg

    cousine betekent hier een vrouwelijke nicht/cousine. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; de mannelijke tegenhanger is cousin. Het meervoud is cousines voor vrouwelijke personen of een gemengde groep, en cousins voor een mannelijke of gemengde groep. vient is de vorm van venir voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: elle vient = “zij komt”. In deze zin verwijst elle volgens de vertaling naar de nicht. Venir kan met een infinitief een beweging om iets te doen uitdrukken: Il vient travailler = “Hij komt werken.” séjourner is een infinitief en betekent “verblijven” of “logeren”. Na vient beschrijft deze infinitief wat zij komt doen; vient séjourner betekent dus “komt logeren/verblijven”. Het woord is wat formeler dan het alledaagse rester in de betekenis “blijven”. chez nous betekent letterlijk “bij ons” of “bij ons thuis”. Chez wordt gebruikt voor de woning of de plaats die met personen verbonden is: chez moi = “bij mij/thuis”, chez elle = “bij haar”. Nous betekent hier “ons” na chez. courte is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord court (“kort”). De vorm staat in overeenstemming met het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord visite: un court séjour, maar une courte visite. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft dus de korte duur van het bezoek. visite betekent “bezoek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une visite. Een bruikbaar voorbeeld is Nous avons eu une courte visite. — “We hebben een kort bezoek gehad.” De zin wordt opgebouwd als Ma cousine + vient séjourner + chez nous + pour une courte visite: “Mijn nicht komt bij ons logeren voor een kort bezoek.” In natuurlijk Nederlands wordt dat hier weergegeven als: “Mijn nicht komt een tijdje bij ons logeren.” Pour une courte visite geeft het doel of de beperkte duur van haar verblijf aan; het maakt niet noodzakelijk een precieze tijdsduur bekend.

  2. Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable avant son arrivée.

    We moeten de logeerkamer comfortabeler maken voordat ze aankomt.

    Nous devrions
    we zouden moeten
    rendre
    maken
    chambre
    kamer
    amis
    vrienden
    plus confortable
    comfortabeler
    avant
    voor (in de tijd)
    son
    haar
    arrivée
    aankomst
    Uitgebreide uitleg

    Nous devrions bevat nous (“wij”) en devrions, de conditionnel présent van devoir in de eerste persoon meervoud. In deze zin drukt het een aanbeveling of verzachte verplichting uit: “we zouden moeten”. De vorm is dus niet simpelweg verleden tijd. Een bruikbaar patroon is nous devrions + infinitief: Nous devrions partir. — “We zouden moeten vertrekken.” rendre staat als infinitief na devrions. Met rendre + adjectief betekent het hier “iets in een bepaalde toestand brengen” of “iets ... maken”. Het lijdend voorwerp staat er direct achter: rendre la chambre plus confortable — “de kamer comfortabeler maken”. chambre is een zelfstandig naamwoord in het vrouwelijk enkelvoud en betekent hier “kamer”. In chambre d’amis geeft d’amis het soort kamer aan: dit is een natuurlijke uitdrukking voor een logeer- of gastenkamer. amis is het meervoud van ami; de apostrof in d’amis hoort bij de samentrekking van de voor een klinkerklank. De uitdrukking hoeft hier niet te betekenen dat er letterlijk vrienden als bewoners worden genoemd. plus confortable is de vergrotende trap van confortable: confortable — plus confortable — le plus confortable, oftewel “comfortabel” — “comfortabeler” — “het comfortabelst”. plus maakt hier de vergelijking; het zegt dat de kamer comfortabeler wordt dan tevoren, zonder een tweede vergelijkingspunt te noemen. confortable verandert in deze vorm niet naar mannelijk of vrouwelijk: une chambre confortable en un fauteuil confortable. avant is hier een voorzetsel met de betekenis “voor” in de tijd. Het staat vóór de naamwoordgroep son arrivée; samen betekent avant son arrivée “voordat ze aankomt” of letterlijk “voor haar aankomst”. Een andere veelgebruikte structuur is avant de + infinitief, bijvoorbeeld avant de partir — “voordat we vertrekken”. son is een bezittelijk bepalend woord vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In deze context betekent het “haar”, omdat de vaste vertaling en de context de aankomst van de nicht bedoelen. In het Frans wordt de vorm afgestemd op het bezeten zelfstandig naamwoord: son hoort bij een mannelijk enkelvoud, maar wordt ook vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met een klinkerklank gebruikt. Daarom staat hier son arrivée; sa visite gebruikt sa vóór een vrouwelijk enkelvoud dat met een medeklinkerklank begint. De bezitter zelf bepaalt hier dus niet of er son of sa staat; son kan in een andere context ook “zijn” betekenen. arrivée is hier het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “aankomst”, niet de werkwoordsvorm in deze zin. Het hoort bij arriver (“aankomen”). De uitgang en betekenis zijn dus die van een zelfstandig naamwoord: l’arrivée de ma cousine — “de aankomst van mijn nicht”. Samen vormt de zin: Nous devrions (“we zouden moeten”) + rendre la chambre d’amis plus confortable (“de logeerkamer comfortabeler maken”) + avant son arrivée (“voordat ze aankomt”). De volledige betekenis is: “We zouden de logeerkamer comfortabeler moeten maken voordat ze aankomt.”

  3. Laisse-moi débarrasser le bureau pour qu’elle ait de la place pour son ordinateur portable.

    Laat mij het bureau opruimen, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.

    Laisse-moi
    laat me
    débarrasser
    opruimen
    bureau
    bureau
    ait de la place
    ruimte hebben
    ordinateur
    computer
    portable
    draagbaar
    Uitgebreide uitleg

    Laisse-moi betekent hier: “laat mij …”. Laisse is de gebiedende wijs van laisser voor één aangesproken persoon. In een bevestigende gebiedende wijs staat moi erachter met een koppelteken; het verwijst hier naar de spreker. Het patroon Laisse-moi + infinitief is herbruikbaar: Laisse-moi entrer. — “Laat me binnenkomen.” débarrasser betekent hier “opruimen” of “vrijmaken”. Het is een infinitief na laisse-moi; de spreker vraagt dus toestemming of ruimte om zelf de handeling uit te voeren. In débarrasser le bureau is le bureau het voorwerp van de handeling. bureau betekent in deze zin “bureau” in de betekenis van een werktafel of schrijftafel. Het kan in andere contexten ook “kantoor” betekenen, maar de verwijzing naar ruimte voor een laptop ondersteunt hier de betekenis “bureau/meubel”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: un bureau, le bureau. ait de la place betekent “ruimte heeft”. Ait is de derde persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige conjunctief: avoir → qu’elle ait. De combinatie pour que leidt hier een doelzin met de conjunctief in. De la place is een vaste uitdrukking voor een hoeveelheid beschikbare ruimte; de la drukt hier geen concreet aantal uit. Voorbeeld: Il y a de la place ici. — “Hier is ruimte.” ordinateur betekent “computer”. In son ordinateur portable is het het zelfstandige naamwoord dat door het bezittelijke woord wordt bepaald: un ordinateur, dus mannelijk enkelvoud. Son stemt hier af op ordinateur, niet op het geslacht van de bezitter; in de vertaling is die bezitter een vrouw (haar). portable betekent hier “draagbaar” en beschrijft ordinateur: samen betekent ordinateur portable “laptop”. Het bijvoeglijk naamwoord staat in deze woordgroep na het zelfstandig naamwoord. De vorm portable is voor mannelijk enkelvoud hetzelfde als voor vrouwelijk enkelvoud, terwijl andere bijvoeglijke naamwoorden wel een zichtbare vormverandering kunnen hebben. De combinatie pour qu’elle ait de la place pour son ordinateur portable geeft het doel van het opruimen aan: zodat zij ruimte heeft voor haar laptop. Het eerste pour hoort bij pour que en leidt de doelzin in; het tweede pour verbindt de beschikbare ruimte met het voorwerp waarvoor die ruimte nodig is. Alles samen betekent de zin: “Laat mij het bureau opruimen, zodat ze ruimte heeft voor haar laptop.”

  4. Laisse les instructions pour Internet là où elle peut les trouver facilement.

    Leg de internetinstructies op een plek waar ze die gemakkelijk kan vinden.

    Laisse
    leg
    instructions
    instructies
    Internet
    internet
    là où
    op de plek waar
    elle
    ze
    peut
    kan
    les
    die
    trouver
    vinden
    facilement
    gemakkelijk
    Uitgebreide uitleg

    Laisse is hier de gebiedende wijs van laisser voor één aangesproken persoon: “leg” of “laat liggen”. De infinitief is laisser; het onderwerp van de gebiedende wijs wordt niet uitgedrukt. Hier krijgt het werkwoord, samen met les instructions, de bedoelde betekenis “leggen”. instructions is het meervoud van instruction, “instructie”. Het is hier het lijdend voorwerp van laisse. Het bepaalde lidwoord staat er daadwerkelijk vóór: les instructions; dat les is dus niet weggelaten. Het latere les is een apart persoonlijk voornaamwoord dat naar deze instructies verwijst. Internet benoemt het internet. In les instructions pour Internet betekent pour Internet “voor internet” en geeft het aan waarvoor de instructies bedoeld zijn. là où betekent hier “op de plek waar” en leidt een plaatsbijzin in. Het patroon là où + zin is bruikbaar voor een plaats: Mets le livre là où tu peux le voir. — “Leg het boek op de plek waar je het kunt zien.” elle is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud in de vrouwelijke vorm. In deze zin is zij degene die de instructies kan vinden; de Nederlandse vertaling ondersteunt die lezing. Elle zegt op zichzelf niet wie deze persoon precies is. peut is de derde persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd: elle peut = “zij kan”. Na pouvoir volgt een infinitief, zoals in elle peut trouver. les is hier een meervoudig lijdendvoornaamwoord met de betekenis “ze” of “die”. Het verwijst hier naar les instructions. Bij één vrouwelijk lijdend voorwerp staat bijvoorbeeld la: Elle peut la trouver — “Ze kan het vinden.” trouver is de infinitief “vinden”. In elle peut les trouver is les het lijdend voorwerp van trouver, terwijl peut de vervoegde vorm van pouvoir is. facilement is een bijwoord met de betekenis “gemakkelijk”. Het beschrijft hoe zij de instructies kan vinden. Het is gevormd op basis van het bijvoeglijk naamwoord facile (“gemakkelijk”) en verandert zelf niet mee met persoon of getal. De zin bouwt dus op als Laisse + les instructions pour Internet + là où elle peut les trouver facilement: een opdracht om de internetinstructies te leggen op de plek waar zij die gemakkelijk kan vinden. Als geheel betekent de zin: “Leg de internetinstructies op een plek waar ze die gemakkelijk kan vinden.”

  5. Est-ce qu’on met des serviettes supplémentaires dans la chambre ou est-ce qu’on lui montre le placard ?

    Zullen we extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast laten zien?

    Est-ce qu’on
    gaan we …?
    met
    legt
    des serviettes
    handdoeken
    supplémentaires
    extra
    dans
    in
    la chambre
    de kamer
    ou
    of
    lui
    haar
    montre
    laat zien
    le placard
    de kast
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu’on maakt van de volgende zin een ja-neevraag. on is hier het onderwerp en betekent in deze context “we”; het werkwoord blijft in de derde persoon enkelvoud. Het patroon Est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ? is een neutrale manier om een vraag te vormen. Voorbeeld: Est-ce qu’on commence ? — “Beginnen we?” met is de tegenwoordige tijd van mettre bij on. Hier betekent mettre “leggen” of “zetten”, afhankelijk van de plaats en het voorwerp. De vormen zijn bijvoorbeeld je mets, tu mets, il/elle/on met, nous mettons; de spelling van met hoort dus bij het werkwoord mettre, niet bij on. Voorbeeld: On met les livres sur la table. — “We leggen de boeken op tafel.” des serviettes betekent hier “handdoeken”. serviette is het enkelvoud en serviettes het meervoud; des is het onbepaalde meervoudige lidwoord. Het zegt op zichzelf niet hoeveel handdoeken het zijn. Voorbeeld: Il faut des serviettes. — “Er zijn handdoeken nodig.” supplémentaires beschrijft serviettes en betekent “extra” of “bijkomende”. Het is de meervoudsvorm van supplémentaire; die vorm blijft voor mannelijk en vrouwelijk hetzelfde, maar krijgt hier wel een -s omdat het zelfstandig naamwoord meervoudig is. Voorbeeld: Nous avons besoin de chaises supplémentaires. — “We hebben extra stoelen nodig.” dans geeft hier de plaats aan en betekent “in”. Het voorzetsel verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Le sac est dans la voiture. — “De tas ligt in de auto.” la chambre betekent “de kamer” en verwijst in deze zin naar de kamer waar de handdoeken gelegd zouden worden. chambre is vrouwelijk enkelvoud; het bepaalde lidwoord daarbij is la. In het meervoud wordt dat les chambres. Voorbeeld: La chambre est prête. — “De kamer is klaar.” ou verbindt de twee voorgestelde mogelijkheden en betekent “of”. Het eerste alternatief is handdoeken in de kamer leggen; het tweede alternatief volgt na ou. Voorbeeld: Tu prends le bus ou le train ? — “Neem je de bus of de trein?” lui is hier een persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp, met de betekenis “aan haar” of in natuurlijk Nederlands “haar” in “haar iets laten zien”. De gegeven vertaling identificeert deze persoon als vrouwelijk. lui wordt in deze functie zowel voor een man als voor een vrouw gebruikt; het onderscheid zit dus niet in de Franse vorm. Voorbeeld: Je lui parle. — “Ik praat met hem/haar.” montre is de tegenwoordige tijd van montrer bij il, elle of on en betekent “laat zien”. De vorm is enkelvoud, omdat het onderwerp on is. Dat onderwerp staat hier wel in het tweede vraagdeel: est-ce qu’on lui montre. Voorbeeld: On montre la sortie aux visiteurs. — “We laten de uitgang aan de bezoekers zien.” le placard betekent “de kast”. placard is mannelijk enkelvoud, daarom staat er le; het meervoud is les placards. In deze zin gaat het om de kast die aan haar getoond zou worden. Voorbeeld: Le placard est dans la chambre. — “De kast staat in de kamer.” Als geheel vraagt de spreker: Est-ce qu’on met des serviettes supplémentaires dans la chambre ou est-ce qu’on lui montre le placard ? De twee alternatieven zijn dus: extra handdoeken in de kamer leggen, of haar de kast laten zien. De vertaling gebruikt “haar” voor lui en “zullen we” voor de vraag met on.

  6. Mets-les dans la chambre. Cela donne plus d’intimité aux invités.

    Leg ze in de kamer. Zo hebben gasten meer privacy.

    Mets
    leg
    les
    ze
    dans
    in
    chambre
    kamer
    Cela
    dat
    donne
    geeft
    plus
    meer
    d’intimité
    privacy
    aux
    aan de
    invités
    gasten
    Uitgebreide uitleg

    Mets is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van mettre (“zetten/leggen”). In deze zin staat het vooraan omdat het een opdracht is. In de bevestigende gebiedende wijs komt het voornaamwoord erachter met een koppelteken: Mets-les. Voorbeeld: Mets le livre ici. — “Leg het boek hier.” les is hier een meervoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord: “ze”. Het vervangt de bedoelde meervoudige dingen; de vorm onderscheidt geen mannelijk en vrouwelijk geslacht. Vergelijk in het enkelvoud le (“hem/het”) en la (“haar/het”); beide worden in deze constructie Mets-le of Mets-la. dans betekent “in” wanneer iets zich binnen een plaats of ruimte bevindt. la chambre betekent “de kamer”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk, wat zichtbaar is aan het lidwoord la; het geslacht bepaalt niet de betekenis “kamer”, maar hoort bij de Franse grammaticale vorm. Voorbeeld: Les serviettes sont dans la chambre. — “De handdoeken zijn in de kamer.” Cela is een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat” of “dit” als onderwerp. Het verwijst hier naar de voorafgaande handeling als geheel, niet noodzakelijk naar één afzonderlijk zelfstandig naamwoord. Het is grammaticaal enkelvoud en krijgt daarom de werkwoordsvorm donne. donne is de vorm van donner (“geven”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het natuurlijker “bieden” of “zorgen voor”: de voorafgaande handeling zorgt voor meer privacy. Voorbeeld: Cette solution donne plus de confort. — “Deze oplossing biedt meer comfort.” plus betekent “meer” en vormt hier samen met d’intimité een vergelijking van hoeveelheid: plus de ... = “meer ...”. Het zelfstandige naamwoord intimité betekent hier “privacy” of “beslotenheid”. d’ is de verkorte vorm van de vóór een klinker: de intimité wordt d’intimité. De apostrof is dus geen afzonderlijk woord. aux betekent “aan de” of “voor de” en is de vaste samentrekking van à + les. les invités betekent “de gasten”; invités is het meervoud van invité (“gast”). In donner quelque chose aux invités zijn de gasten degenen voor wie of aan wie iets wordt geboden. Voorbeeld: Je donne les clés aux invités. — “Ik geef de sleutels aan de gasten.” Samen vormt Mets-les dans la chambre de opdracht “Leg ze in de kamer”. Daarna zegt Cela donne plus d’intimité aux invités: die handeling biedt de gasten meer privacy. De volledige betekenis is dus: “Leg ze in de kamer. Zo hebben de gasten meer privacy.”

  7. Je veux être un hôte détendu, pas quelqu’un qui explique chaque détail.

    Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.

    Je veux
    ik wil
    être
    zijn
    un hôte
    een gastheer
    détendu
    ontspannen
    pas
    niet
    quelqu’un
    iemand
    explique
    legt uit
    chaque
    elk
    détail
    detail
    Uitgebreide uitleg

    Je veux betekent hier “ik wil”. veux is de ik-vorm van het werkwoord vouloir in de tegenwoordige tijd: je veux, tu veux, il/elle veut. Na vouloir volgt rechtstreeks een infinitief: Je veux apprendre. — “Ik wil leren.” être is de infinitief “zijn”. De combinatie vouloir + infinitief drukt uit wat iemand wil doen of zijn: Je veux être prêt. — “Ik wil klaar zijn.” un hôte betekent hier “een gastheer”. hôte is een zelfstandig naamwoord; un markeert hier een mannelijk enkelvoud, niet op zichzelf een expliciet aantal. Voor een vrouwelijke gastvrouw bestaat ook une hôtesse. In deze zin is hôte het naamwoord dat na être beschrijft wat de spreker wil zijn. détendu betekent hier “ontspannen”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat bij hôte hoort en daarom mannelijk enkelvoud is: un hôte détendu. Bij een vrouwelijk enkelvoud verandert de vorm in détendue: une personne détendue. Een voorbeeld: Les invités sont détendus. — “De gasten zijn ontspannen.” pas betekent hier “niet” in de contrastieve toevoeging pas quelqu’un.... Hier wordt niet een volledig werkwoordelijk deel ontkend; de spreker stelt “een gastheer zijn” tegenover “iemand zijn die elk detail uitlegt”. Daarom staat er in deze elliptische tegenstelling geen ne vóór pas. Een gewone verbale ontkenning is bijvoorbeeld Je ne veux pas partir. — “Ik wil niet vertrekken.” quelqu’un betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een persoon. In pas quelqu’un qui... introduceert het de persoon met wie de spreker zich niet wil identificeren. Quelqu’un arrive. — “Er komt iemand aan.” explique betekent hier “legt uit”. Dit is de derde persoon enkelvoud van expliquer in de tegenwoordige tijd: j’explique, tu expliques, il/elle explique. Het onderwerp is qui; in deze betrekkelijke bijzin verwijst qui naar quelqu’un, zodat het werkwoord enkelvoud blijft. La guide explique le plan. — “De gids legt het plan uit.” chaque betekent “elk(e)” en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het legt de nadruk op de afzonderlijke leden van een reeks: chaque jour — “elke dag”. Het verandert niet naar meervoud; bijvoorbeeld chaque détail, niet een meervoudsvorm na chaque. détail betekent “detail”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is détails. In chaque détail staat het enkelvoud omdat chaque elk afzonderlijk detail neemt. De woordgroep explique chaque détail betekent dus “legt elk detail uit”. Samen geeft Je veux être un hôte détendu weer dat de spreker ontspannen wil zijn als gastheer. pas quelqu’un qui explique chaque détail vormt daar een tegenstelling mee: de spreker wil niet iemand zijn die elk detail uitlegt. De volledige betekenis is: “Ik wil een ontspannen gastheer zijn, niet iemand die elk detail uitlegt.”

  8. Un petit mot suffit, surtout pour les clés, les lumières et le petit-déjeuner.

    Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.

    petit
    kort
    mot
    briefje
    suffit
    is genoeg
    surtout
    vooral
    clés
    sleutels
    lumières
    lampen
    petit-déjeuner
    ontbijt
    Uitgebreide uitleg

    petit betekent hier “kort” bij mot: het gaat om de beperkte lengte van het briefje. De basisvorm is petit; de vrouwelijke vorm is petite en de meervoudsvormen zijn petits en petites, afhankelijk van het grammaticale geslacht. Voorbeeld: une petite note — “een kort briefje”. mot betekent hier “briefje”, in de betekenis van een korte geschreven boodschap. In een andere context kan hetzelfde woord “woord” betekenen, bijvoorbeeld un mot français — “een Frans woord”. Het meervoud is mots; de t en s worden daar niet uitgesproken. suffit is de tegenwoordige tijd van suffire in de derde persoon enkelvoud: “is genoeg” of “volstaat”. De vorm past bij un petit mot, dat grammaticaal enkelvoud is. Voorbeeld: Cela suffit. — “Dat is genoeg.” surtout betekent “vooral” en legt nadruk op wat erop volgt. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Hier benadrukt het de zaken waarvoor het briefje vooral bedoeld is. clés is het meervoud van clé, “sleutel”. Clé is vrouwelijk: une clé, des clés. Voorbeeld: Je prends les clés. — “Ik neem de sleutels.” lumières is het meervoud van lumière, “licht” of “lamp/licht” afhankelijk van de context. In deze zin past door de vaste vertaling de betekenis “lampen”. Het woord is vrouwelijk: une lumière, les lumières. petit-déjeuner is het zelfstandige naamwoord “ontbijt”. Het vormt hier met het koppelteken één vaste naamwoordelijke uitdrukking. Een gebruikelijk werkwoord is prendre le petit-déjeuner, “ontbijten”. Voorbeeld: Nous prenons le petit-déjeuner à huit heures. — “We ontbijten om acht uur.” Samen betekent Un petit mot suffit dat een kort briefje genoeg is. Un markeert hier een onbepaalde, grammaticaal enkelvoudige naamwoordgroep; het stelt niet op zichzelf dat er precies één briefje wordt geteld. Surtout pour voegt de zaken toe waarvoor dat briefje vooral bedoeld is: les clés, les lumières en le petit-déjeuner. De volledige betekenis is: “Een kort briefje is genoeg, vooral voor de sleutels, de lampen en het ontbijt.”

  9. Si nous le préparons à l’avance, nous n’aurons pas à nous dépêcher plus tard.

    Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.

    Si
    als
    préparons
    klaarmaken
    à l’avance
    van tevoren
    n’aurons pas à
    niet hoeven te
    nous dépêcher
    ons haasten
    plus tard
    later
    Uitgebreide uitleg

    Si introduceert hier een voorwaarde: “als”. In een voorwaardelijke zin over de toekomst staat na si vaak de tegenwoordige tijd, ook al gaat de voorwaarde over later. Voorbeeld: Si tu viens, nous mangerons. — “Als je komt, zullen we eten.” préparons is de vorm van préparer (“klaarmaken, voorbereiden”) voor nous in de tegenwoordige tijd. De uitgang -ons markeert hier de eerste persoon meervoud. In deze zin betekent het dat we het bedoelde vooraf klaarmaken; le is het lijdend voorwerp en betekent hier volgens de vertaling “het”. Voorbeeld: Nous préparons le repas. — “We maken de maaltijd klaar.” à l’avance betekent “van tevoren” of “vooraf”. Het is een vaste uitdrukking voor iets dat eerder gebeurt dan het moment waarop het nodig is. Voorbeeld: Elle réserve à l’avance. — “Zij reserveert van tevoren.” n’aurons pas à bevat aurons, de toekomende vorm van avoir voor nous, met de ontkenning ne ... pas en à. Samen met een infinitief vormt dit ne pas avoir à + infinitief, met de betekenis “niet hoeven te”. Het betekent hier dus niet simpelweg “niet hebben”. Voorbeeld: Nous n’aurons pas à attendre. — “We zullen niet hoeven te wachten.” nous dépêcher is een infinitiefconstructie: dépêcher is de infinitief en nous is het wederkerende voornaamwoord bij het werkwoord se dépêcher (“zich haasten”). Bij nous luidt de vervoegde vorm bijvoorbeeld nous nous dépêchons (“we haasten ons”). Na avoir à blijft het werkwoord in de infinitief staan: nous n’aurons pas à nous dépêcher. Voorbeeld: Je dois me dépêcher. — “Ik moet me haasten.” plus tard betekent “later”, dus op een later moment dan het moment waarover men spreekt. Voorbeeld: Nous en parlerons plus tard. — “We zullen er later over praten.” De zin bestaat uit twee delen: Si nous le préparons à l’avance (“Als we het van tevoren klaarmaken”) en nous n’aurons pas à nous dépêcher plus tard (“hoeven we ons later niet te haasten”). De tegenwoordige tijd préparons staat in het voorwaardelijke deel; aurons staat in de hoofdzin in de futur simple. Samen betekent de hele uiting: “Als we het van tevoren klaarmaken, hoeven we ons later niet te haasten.”

  10. Elle se sentira ainsi la bienvenue sans que la visite devienne trop formelle.

    Daardoor zal ze zich welkom voelen, zonder dat het bezoek te formeel wordt.

    Elle
    zij
    se sentira
    zal zich voelen
    ainsi
    daardoor
    bienvenue
    welkom
    sans que
    zonder dat
    la visite
    het bezoek
    devienne
    wordt
    trop
    te
    formelle
    formeel
    Uitgebreide uitleg

    Elle betekent hier “zij” en is de vrouwelijke enkelvoudige onderwerpsvorm. De vorm staat los van het geslacht van een eventueel genoemd zelfstandig naamwoord: voor een mannelijke enkelvoudige persoon gebruik je il. Voorbeeld: Elle arrive. — “Zij komt aan.” se sentira komt van se sentir, “zich voelen”. sentira is de futur simple voor de derde persoon enkelvoud: “zal voelen”; se maakt het werkwoord hier wederkerend. De toekomstige gebeurtenis wordt dus als geheel uitgedrukt door se sentira, niet door een afzonderlijk woord voor “zal”. Voorbeeld: Il se sentira mieux demain. — “Hij zal zich morgen beter voelen.” ainsi betekent hier “daardoor” of “op die manier”. Het legt een verband met de vooraf beschreven voorbereiding, zonder zelf de toekomstige werkwoordsvorm te dragen. bienvenue betekent hier “welkom”. In se sentir la bienvenue hoort het bij de vrouwelijke persoon elle; de overeenkomst is zichtbaar in bienvenue. De mannelijke vorm is bienvenu: Il se sentira le bienvenu. — “Hij zal zich welkom voelen.” sans que betekent “zonder dat” en leidt een bijzin in. Na deze uitdrukking staat in het Frans doorgaans de subjonctif, omdat de bijzin als een niet-gerealiseerde of begrensde omstandigheid wordt voorgesteld. la visite betekent “het bezoek”. visite is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; la is hier het bepaald lidwoord voor een vrouwelijke enkelvoudige vorm. Voorbeeld: La visite commence. — “Het bezoek begint.” devienne komt van devenir, “worden”, en is hier de subjonctif présent van de derde persoon enkelvoud. De vorm past bij het onderwerp la visite: het bezoek wordt te formeel. Voorbeeld: sans que la situation devienne difficile — “zonder dat de situatie moeilijk wordt.” trop betekent “te” in de betekenis van “meer dan wenselijk”. Het versterkt hier formelle; op zichzelf betekent het niet “formeel”. formelle betekent “formeel” en beschrijft la visite. De vrouwelijke uitgang -elle stemt overeen met het vrouwelijke zelfstandig naamwoord visite; de mannelijke vorm is formel. Voorbeeld: un échange formel — “een formeel gesprek”; une rencontre formelle — “een formele ontmoeting”. Samen betekent Elle se sentira ainsi la bienvenue dat zij zich daardoor welkom zal voelen. sans que la visite devienne trop formelle voegt de voorwaarde toe: dit gebeurt zonder dat het bezoek te formeel wordt. De volledige betekenis is dus: “Daardoor zal ze zich welkom voelen, zonder dat het bezoek te formeel wordt.”

Grammatica

rendre + adjectif

rendre la chambre d’amis confortable

randr la sjambr damie konfortabl

de logeerkamer comfortabel maken

Na rendre staat een bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft in welke toestand iets wordt gebracht.

Frans woordenschat

arrivée zelfstandig naamwoord
arivé aankomst son arrivée

Avant son arrivée.

bureau zelfstandig naamwoord
buuroo bureau

Laisse-moi débarrasser le bureau.

chambre d’amis uitdrukking
sjambr damie logeerkamer

Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable.

confortable bijvoeglijk naamwoord
konfortabl comfortabel

La chambre d’amis est plus confortable.

cousine zelfstandig naamwoord
koezien vrouwelijke neef/nicht

Ma cousine vient séjourner chez nous.

débarrasser werkwoord
debarassé opruimen; leeghalen

Laisse-moi débarrasser le bureau.

instructions zelfstandig naamwoord
ẽstruksjon instructies les instructions

Les instructions pour Internet.

laisser werkwoord
lessé laten; achterlaten

Laisse les instructions pour Internet là où elle peut les trouver facilement.

ordinateur portable zelfstandig naamwoord
ordienatoor portabl laptop

Son ordinateur portable.

place zelfstandig naamwoord
plass ruimte; plaats

Elle a de la place pour son ordinateur portable.

rendre werkwoord
randr maken; doen worden

Nous devrions rendre la chambre d’amis plus confortable.

séjourner werkwoord
sèzjoerné verblijven; logeren

Ma cousine vient séjourner chez nous.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrouwelijke neef/nicht

Antwoord tonencousine

ruimte; plaats

Antwoord tonenplace

opruimen; leeghalen

Antwoord tonendébarrasser

bureau

Antwoord tonenbureau