Ma
« Ma » betekent hier « mijn » bij « Ma cousine ». Het is een bezittelijk woord dat vóór het zelfstandig naamwoord staat; je gebruikt zo’n patroon om een vrouwelijke persoon of zaak als van jezelf aan te duiden.
cousine
« cousine » betekent hier « nicht », dus de vrouwelijke neef/nicht van de spreker. In deze situatie gebruikt iemand het woord wanneer hij over een familielid spreekt dat op bezoek komt; een nieuw voorbeeld is « ma cousine habite à Lyon ».
vient
« vient » betekent hier « komt » in « vient séjourner ». De vorm hoort bij het werkwoord « venir » en wordt gebruikt om te zeggen dat iemand naar een plaats komt; een nieuw voorbeeld is « Elle vient demain ».
séjourner
« séjourner » betekent hier « verblijven » of « ergens logeren » en maakt samen met « vient » duidelijk dat de nicht komt om er een tijd te blijven. Na « venir » kan een infinitief zoals « séjourner » het doel van het komen aangeven; een nieuw voorbeeld is « Nous venons séjourner chez des amis ».
chez
« chez » betekent hier « bij iemand thuis », in « chez nous ». Het wordt gebruikt vóór een persoon of een persoonlijk voornaamwoord om de plaats bij die persoon aan te geven; een nieuw voorbeeld is « Je dors chez mon frère ».
nous
« nous » betekent hier « ons » in « chez nous »: bij ons thuis. Na « chez » verwijst het naar de mensen bij wie de plaats hoort; hetzelfde voornaamwoord kan ook als onderwerp « wij » betekenen, zoals in « Nous préparons la chambre ».
pour
« pour » betekent hier « voor » in de tijds- of doelaanduiding « pour une courte visite ». Het verbindt de komst met het korte bezoek; een nieuw voorbeeld is « Elle vient pour deux jours ».
une
« une » betekent hier « een » vóór het vrouwelijke woord « visite ». Het introduceert één niet nader bepaalde vrouwelijke zaak; een nieuw voorbeeld is « une chambre ».
courte
« courte » betekent hier « korte » in « une courte visite ». Het beschrijft de beperkte duur van het bezoek en staat vóór « visite »; een nieuw voorbeeld is « une courte pause ».
visite
« visite » betekent hier « bezoek ». In « pour une courte visite » gaat het om de gelegenheid waarvoor de nicht komt; een nieuw voorbeeld is « Nous avons une visite ce soir ».
devrions
« devrions » betekent hier « zouden moeten » en geeft een voorzichtige aanbeveling: de kamer comfortabeler maken. De vorm hoort bij « devoir » en met « nous » vormt ze een voorstel; een nieuw voorbeeld is « Nous devrions appeler demain ».
rendre
« rendre » betekent hier « maken » in de constructie « rendre la chambre d’amis plus confortable ». Het drukt een verandering van toestand uit: iets comfortabeler maken; een nieuw voorbeeld is « rendre le travail plus facile ».
la
« la » betekent hier « de » vóór « chambre ». Het verwijst naar één bepaalde vrouwelijke kamer; het patroon « la » plus zelfstandig naamwoord wordt gebruikt wanneer de bedoelde zaak bekend of bepaald is.
chambre
« chambre » betekent hier « kamer », meer bepaald de kamer die voor gasten wordt klaargemaakt. In « la chambre d’amis » is het de hoofdzaak van de woordgroep; een nieuw voorbeeld is « la chambre est prête ».
d’amis
« d’amis » betekent hier « voor gasten » in « chambre d’amis », letterlijk een kamer van vrienden. Samen met « chambre » vormt het de vaste benaming voor een gastenkamer; gebruik de volledige woordgroep wanneer je die kamer bedoelt.
plus
« plus » betekent hier « meer » in « plus confortable ». Het versterkt het bijvoeglijk naamwoord en drukt een vergelijking met de huidige toestand uit; een nieuw voorbeeld is « plus pratique ».
confortable
« confortable » betekent hier « comfortabel » en beschrijft de gewenste toestand van de gastenkamer. In « rendre ... plus confortable » volgt het op « plus » om aan te geven wat er moet verbeteren; een nieuw voorbeeld is « un fauteuil confortable ».
avant
« avant » betekent hier « voordat » in « avant son arrivée ». Het plaatst het klaarmaken vóór een gebeurtenis; vóór een zelfstandig naamwoord kan het zoals hier een tijdsrelatie aangeven.
son
« son » betekent hier « haar » in « son arrivée ». Het verwijst naar de nicht en staat vóór « arrivée » om aan te geven dat het om haar aankomst gaat; een nieuw voorbeeld is « son ordinateur ».
arrivée
« arrivée » betekent hier « aankomst ». In « avant son arrivée » wordt de aankomst als gebeurtenis genoemd waarvoor de kamer klaar moet zijn; een nieuw voorbeeld is « après son arrivée ».
Laisse-moi
« Laisse-moi » betekent hier « laat me » en leidt een voorstel van de spreker in: laat mij iets doen. Het combineert de aansporing « Laisse » met « moi » en wordt gebruikt vóór een infinitief, zoals in « Laisse-moi vérifier » als nieuw voorbeeld.
débarrasser
« débarrasser » betekent hier « leegmaken » of « opruimen » in « débarrasser le bureau ». Het gaat om spullen van het bureau weghalen zodat er ruimte ontstaat; een nieuw voorbeeld is « débarrasser la table ».
le
« le » betekent hier « het » vóór « bureau » in « le bureau ». Het verwijst naar een bepaald bureau in de kamer; het patroon « le » plus zelfstandig naamwoord gebruik je voor een bepaald mannelijk woord.
bureau
« bureau » betekent hier « bureau », het meubel waarop de nicht haar laptop kan zetten. In « débarrasser le bureau » is het de zaak die wordt opgeruimd; een nieuw voorbeeld is « travailler au bureau ».
qu’elle
« qu’elle » betekent hier « zodat zij » in de doelconstructie « pour qu’elle ait de la place ». Het verbindt de doelzin met het onderwerp « elle »; na « pour que » volgt een volledige bijzin, zoals in nieuw voorbeeld « pour qu’elle comprenne ».
ait
« ait » betekent hier « heeft » in « qu’elle ait de la place ». De vorm staat in de doelbijzin na « pour que » en hoort bij « avoir »; het patroon « pour qu’elle ait ... » geeft aan wat iemand dankzij een handeling kan hebben.
de
« de » maakt hier samen met « la place » de uitdrukking « de la place », die « ruimte » betekent. Na « avoir » gebruik je deze woordgroep om beschikbare ruimte aan te duiden; een nieuw voorbeeld is « Il y a de la place ici ».
place
« place » betekent hier niet een fysieke plaats in het algemeen, maar « ruimte » in « avoir de la place ». De uitdrukking « avoir de la place pour » wordt gebruikt om ruimte voor een voorwerp of persoon aan te geven; een nieuw voorbeeld is « avoir de la place pour une chaise ».
ordinateur
« ordinateur » betekent hier « computer » in « ordinateur portable ». Samen met « portable » verwijst het naar een laptop; de volledige woordgroep is bruikbaar wanneer je een draagbare computer bedoelt.
portable
« portable » betekent hier « draagbaar » en specificeert in « ordinateur portable » dat de computer makkelijk meegenomen kan worden. Het staat na « ordinateur » in deze vaste woordgroep; een nieuw voorbeeld is « un téléphone portable ».
Laisse
« Laisse » betekent hier « laat » of « leg » in de opdracht « Laisse les instructions là où... ». De precieze betekenis komt uit de combinatie met het voorwerp en de plaats: de instructies daar achterlaten; een nieuw voorbeeld is « Laisse le livre sur la table ».
les
« les » betekent hier « de » vóór « instructions ». Het verwijst naar bepaalde instructies die al bij de situatie horen; het patroon « les » plus meervoudig zelfstandig naamwoord gebruik je voor bepaalde meervoudige zaken.
instructions
« instructions » betekent hier « instructies », namelijk de informatie waarmee de gast het internet kan gebruiken. In « Laisse les instructions... » is het wat ergens moet worden achtergelaten; een nieuw voorbeeld is « lire les instructions ».
Internet
« Internet » betekent hier « internet ». In « les instructions pour Internet » geeft het aan waarvoor de instructies bedoeld zijn; je gebruikt het woord om naar de onlineverbinding of het internetgebruik te verwijzen.
là
« là » betekent hier « daar » en wijst naar de plek waar de instructies moeten liggen. In combinatie met « là où » verwijst het naar een plaats die daarna nader wordt omschreven; een nieuw voorbeeld is « Pose-le là ».
où
« où » betekent hier « waar » in « là où elle peut les trouver ». Het introduceert de plaats waar iets kan worden gevonden; een nieuw voorbeeld is « la table où nous mangeons ».
elle
« elle » betekent hier « zij » en verwijst naar de nicht. In « elle peut les trouver » is zij degene die de instructies kan vinden; een nieuw voorbeeld is « Elle arrive demain ».
peut
« peut » betekent hier « kan » in « elle peut les trouver ». De vorm hoort bij « pouvoir » en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit; een nieuw voorbeeld is « Elle peut venir ce soir ».
trouver
« trouver » betekent hier « vinden » in « peut les trouver ». Na « peut » staat het werkwoord in de infinitief; het patroon « pouvoir + infinitief » geeft aan wat iemand kan doen.
facilement
« facilement » betekent hier « gemakkelijk » of « zonder moeite ». Het beschrijft hoe zij de instructies kan vinden en staat bij het werkwoord « trouver »; een nieuw voorbeeld is « comprendre facilement ».
Est-ce
« Est-ce » is hier het begin van de vaste vraagvorm « Est-ce qu’on met ... ? ». Het maakt van de mededeling een ja-neevraag; een nieuw voorbeeld is « Est-ce que tu viens ? ».
qu’on
« qu’on » betekent hier « of we » binnen « Est-ce qu’on met ... ? ». Het bestaat in deze vraag uit het verbindende « que » en « on », waarbij « on » naar de mensen in de situatie verwijst; de volledige vraagvorm is bruikbaar voor een voorstel of keuze.
met
« met » betekent hier « legt » in « on met des serviettes dans la chambre ». De vorm hoort bij « mettre » en beschrijft het plaatsen van iets op een bepaalde plek; een nieuw voorbeeld is « On met les clés sur la table ».
des
« des » betekent hier « enkele » of « wat » vóór het meervoudige « serviettes ». Het introduceert niet nader bepaalde handdoeken; een nieuw voorbeeld is « des livres ».
serviettes
« serviettes » betekent hier « handdoeken ». In « des serviettes supplémentaires » gaat het om extra handdoeken voor de gast; een nieuw voorbeeld is « plier les serviettes ».
supplémentaires
« supplémentaires » betekent hier « extra » en geeft aan dat er meer handdoeken zijn dan de standaardvoorraad. Het staat na « serviettes » en specificeert die meervoudige hoeveelheid; een nieuw voorbeeld is « des informations supplémentaires ».
dans
« dans » betekent hier « in » en geeft de plaats van de handdoeken aan: « dans la chambre ». Het wordt gebruikt vóór een plaats waarin iets zich bevindt of wordt gelegd; een nieuw voorbeeld is « dans le placard ».
ou
« ou » betekent hier « of » en verbindt de twee mogelijkheden in de vraag. Het introduceert een alternatief: de handdoeken in de kamer leggen of de kast tonen; een nieuw voorbeeld is « du thé ou du café ».
lui
« lui » betekent hier « haar » of « aan haar » in « lui montre ». Het verwijst naar de nicht als persoon aan wie de kast wordt getoond; bij « montrer quelque chose à quelqu’un » staat zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord.
montre
« montre » betekent hier « laat zien » in « on lui montre le placard ». Het hoort bij « montrer » en krijgt hier een persoon als ontvanger en « le placard » als getoond voorwerp; een nieuw voorbeeld is « Je lui montre la cuisine ».
placard
« placard » betekent hier « kast », de plek waarin de gast extra handdoeken kan vinden. In « montrer le placard » is het de kast die aan de gast wordt aangewezen; een nieuw voorbeeld is « Le placard est ouvert ».
Mets-les
« Mets-les » betekent hier « leg ze » en verwijst met « les » naar de handdoeken. Het combineert de opdracht « Mets » met het voornaamwoord « les »; bij een opdracht staat het voornaamwoord hier achter het werkwoord, zoals in een nieuw voorbeeld « Prends-les ».
Cela
« Cela » betekent hier « dat » en verwijst naar de keuze om de handdoeken in de kamer te leggen. Het is het onderwerp van « donne » en kan een eerder genoemde handeling of situatie samenvatten; een nieuw voorbeeld is « Cela me plaît ».
donne
« donne » betekent hier « geeft » in « donne plus d’intimité ». Het hoort bij « donner » en beschrijft hier het gevolg van de handdoeken in de kamer leggen; een nieuw voorbeeld is « Cette solution donne plus de temps ».
d’intimité
« d’intimité » betekent hier « privacy » in « donner plus d’intimité aux invités ». Samen met « donner » beschrijft het de privacy die gasten krijgen; een nieuw voorbeeld is « respecter l’intimité de quelqu’un ».
aux
« aux » betekent hier « aan de » of « voor de » in « aux invités ». Het verbindt het gegeven voordeel met de ontvangers, de gasten; de vorm hoort bij de vaste combinatie « donner quelque chose aux invités ».
invités
« invités » betekent hier « gasten ». Het verwijst naar de mensen die in de kamer verblijven en meer privacy krijgen; een nieuw voorbeeld is « accueillir les invités ».
Je
« Je » betekent hier « ik » en is het onderwerp van « veux être ». De spreker gebruikt het om zijn eigen wens uit te drukken; een nieuw voorbeeld is « Je prépare la chambre ».
veux
« veux » betekent hier « wil » in « Je veux être ». De vorm hoort bij « vouloir » en drukt een persoonlijke wens of bedoeling uit; een nieuw voorbeeld is « Je veux aider ».
être
« être » betekent hier « zijn » na « veux » in « Je veux être un hôte détendu ». Na « vouloir » staat het gewenste werkwoord in de infinitief; een nieuw voorbeeld is « Je veux être prêt ».
un
« un » betekent hier « een » vóór « hôte ». Het introduceert de rol die de spreker wil hebben; een nieuw voorbeeld is « un invité ».
hôte
« hôte » betekent hier « gastheer », de persoon die iemand ontvangt. In deze context gaat het om de rol van de spreker tegenover zijn nicht; afhankelijk van de context kan het woord ook naar een gast verwijzen.
détendu
« détendu » betekent hier « ontspannen » en beschrijft het soort gastheer dat de spreker wil zijn. Het staat na « hôte » als beschrijving van die persoon; een nieuw voorbeeld is « une ambiance détendue ».
pas
« pas » maakt hier deel uit van de ontkenning « pas quelqu’un qui explique chaque détail »: niet iemand die elk detail uitlegt. Het contrasteert de gewenste ontspannen gastheer met de persoon die alles uitlegt; een nieuw voorbeeld is « pas maintenant » binnen een volledige ontkenning.
quelqu’un
« quelqu’un » betekent hier « iemand » in « pas quelqu’un qui explique chaque détail ». Het verwijst naar een niet nader genoemde persoon en wordt door de relatieve bijzin verder beschreven; een nieuw voorbeeld is « quelqu’un de confiance ».
qui
« qui » betekent hier « die » en verwijst naar « quelqu’un ». Het introduceert de bijzin die uitlegt wat deze persoon doet; een nieuw voorbeeld is « une personne qui travaille ici ».
explique
« explique » betekent hier « uitlegt » in « qui explique chaque détail ». Het beschrijft de handeling die de spreker juist niet voortdurend wil uitvoeren; een nieuw voorbeeld is « Elle explique la règle ».
chaque
« chaque » betekent hier « elk » in « chaque détail ». Het verwijst naar de afzonderlijke details één voor één en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; een nieuw voorbeeld is « chaque jour ».
détail
« détail » betekent hier « detail ». In « explique chaque détail » gaat het om alle kleine afzonderlijke zaken over het verblijf; een nieuw voorbeeld is « un détail important ».
petit
« petit » betekent hier « kort » in « un petit mot », niet alleen fysiek klein. Samen met « mot » verwijst het naar een korte geschreven mededeling voor de gast; een nieuw voorbeeld is « un petit message ».
mot
« mot » betekent hier « briefje » in « un petit mot ». De combinatie verwijst naar een korte geschreven boodschap, niet naar één los woord; een nieuw voorbeeld is « laisser un mot sur la table ».
suffit
« suffit » betekent hier « is genoeg » of « volstaat » in « Un petit mot suffit ». Het zegt dat een korte boodschap voldoende is voor dit doel; een nieuw voorbeeld is « Une explication suffit ».
surtout
« surtout » betekent hier « vooral » en legt nadruk op de informatie over sleutels, lampen en ontbijt. Je gebruikt het om bepaalde punten binnen een groter geheel extra te benadrukken; een nieuw voorbeeld is « surtout le matin ».
clés
« clés » betekent hier « sleutels », een van de onderwerpen waarover het briefje informatie kan geven. Het woord wordt in deze opsomming zonder lidwoord gebruikt; een nieuw voorbeeld is « où sont les clés ? ».
lumières
« lumières » betekent hier « lampen » of « verlichting ». In het briefje gaat het om informatie over de verlichting in de kamer; een nieuw voorbeeld is « éteindre les lumières ».
et
« et » betekent hier « en » en verbindt de drie onderwerpen in de opsomming. Het wordt gebruikt om gelijkwaardige woorden of woordgroepen aan elkaar te koppelen; een nieuw voorbeeld is « les clés et le téléphone ».
petit-déjeuner
« petit-déjeuner » betekent hier « ontbijt ». Het is een vaste samengestelde uitdrukking en vormt samen met « les clés » en « les lumières » een onderwerp waarover het briefje informatie geeft; een nieuw voorbeeld is « prendre le petit-déjeuner ».
Si
« Si » betekent hier « als » en introduceert de voorwaarde « Si nous le préparons à l’avance ». De zin beschrijft wat er gebeurt wanneer de kamer vooraf wordt klaargemaakt; een nieuw voorbeeld is « Si tu as le temps, viens ».
préparons
« préparons » betekent hier « maken klaar » in « nous le préparons à l’avance ». De vorm hoort bij « préparer » en beschrijft samen met « nous » het vooraf klaarmaken; een nieuw voorbeeld is « Nous préparons le dîner ».
à
« à » maakt hier samen met « l’avance » de vaste tijdsaanduiding « à l’avance », die « van tevoren » betekent. Gebruik de volledige uitdrukking om aan te geven dat iets vooraf gebeurt; een nieuw voorbeeld is « réserver à l’avance ».
l’avance
« l’avance » betekent hier samen met « à » « van tevoren ». De volledige uitdrukking « à l’avance » beschrijft een handeling die vóór het betreffende moment wordt uitgevoerd; een nieuw voorbeeld is « prévenir les invités à l’avance ».
n’aurons
« n’aurons » betekent hier « zullen niet hebben » in « n’aurons pas à nous dépêcher ». Het combineert de ontkenning met een toekomstige vorm van « avoir » en maakt deel uit van de constructie « avoir à »; die betekent hier dat haast niet nodig zal zijn.
dépêcher
« dépêcher » betekent hier « haasten » in de wederkerende uitdrukking « nous dépêcher ». De volledige constructie verwijst naar sneller moeten handelen omdat er weinig tijd is; een nieuw voorbeeld is « Nous devons nous dépêcher ».
tard
« tard » betekent hier « later » in « plus tard ». Het verwijst naar een later moment waarop de voorbereiding anders gehaast zou moeten gebeuren; een nieuw voorbeeld is « Je reviendrai plus tard ».
se
« se » maakt hier deel uit van « se sentira », dus van « zich voelen ». Het verwijst naar dezelfde vrouwelijke persoon als het onderwerp « elle »; wederkerende werkwoorden gebruiken zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord.
sentira
« sentira » betekent hier « zal voelen » in « Elle se sentira la bienvenue ». De vorm hoort bij « sentir » en verwijst naar een toekomstige ervaring van de nicht; een nieuw voorbeeld is « Il se sentira mieux demain ».
ainsi
« ainsi » betekent hier « zo » en verwijst naar de manier waarop de kamer wordt voorbereid. Het legt een verband tussen die voorbereiding en het gevoel van welkom zijn; een nieuw voorbeeld is « Ainsi, tout sera prêt ».
bienvenue
« bienvenue » betekent hier « welkom » in « se sentira la bienvenue ». Samen met « se sentir » beschrijft het dat de nicht zich welkom zal voelen; een nieuw voorbeeld is « souhaiter la bienvenue à quelqu’un ».
sans
« sans » betekent hier « zonder » en leidt de voorwaarde in « sans que la visite devienne trop formelle ». Het beschrijft dat het bezoek welkom moet aanvoelen zonder een ongewenste verandering; een nieuw voorbeeld is « partir sans dire au revoir ».
que
« que » betekent hier « dat » in de bijzin na « sans ». Samen met « sans » vormt het de constructie « sans que ... », die een omstandigheid beschrijft zonder dat iets anders gebeurt; een nieuw voorbeeld is « sans que personne le sache ».
devienne
« devienne » betekent hier « wordt » in « que la visite devienne trop formelle ». De vorm hoort bij « devenir » en beschrijft een mogelijke verandering van het bezoek; een nieuw voorbeeld is « sans que la situation devienne difficile ».
trop
« trop » betekent hier « te » in « trop formelle ». Het geeft aan dat de formaliteit een ongewenst hoge graad zou bereiken; een nieuw voorbeeld is « trop compliqué ».
formelle
« formelle » betekent hier « formeel » en beschrijft de vrouwelijke « visite ». In « devienne trop formelle » gaat het om een bezoek dat te officieel of afstandelijk zou worden; een nieuw voorbeeld is « une réunion formelle ».