Est-ce
In « Est-ce que je peux avoir… ? » helpt « Est-ce » om een beleefde vraag te vormen. Het staat hier aan het begin van een vraag waarin de spreker iets bestelt. Een bruikbaar patroon is « Est-ce que… ? » voor een directe vraag.
que
In « Est-ce que je peux avoir… ? » is « que » onderdeel van de vraagconstructie en heeft het geen zelfstandige betekenis als Nederlands « dat ». Gebruik « que » samen met « Est-ce » in het patroon « Est-ce que… ? ».
je
« je » betekent hier « ik » en verwijst naar de klant die iets vraagt. Het staat vóór het werkwoord in « je peux ». Een veelgebruikt patroon is « je peux + infinitief » om te vragen of je iets kunt doen of krijgen.
peux
« peux » drukt hier uit dat de spreker iets kan of mag krijgen: « je peux avoir ». Het is de vorm die hier bij « je » hoort en wordt gevolgd door het hele werkwoord « avoir ». Gebruik « je peux + infinitief » bijvoorbeeld bij een verzoek aan een medewerker.
avoir
« avoir » betekent hier « krijgen » in het verzoek « je peux avoir un latte ». Na « peux » staat dit werkwoord in deze vorm. Een bruikbaar patroon bij bestellen is « Je peux avoir + iets ? ».
un
« un » betekent hier « een » en staat vóór « latte »: « un latte ». Het introduceert één bestelde drank. Gebruik « un » vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je één exemplaar bedoelt.
latte
« latte » verwijst hier naar de bestelde koffiedrank. Het woord blijft in deze Franse bestelling herkenbaar als « latte ». Je kunt het gebruiken in « un latte au lait d’avoine » om een latte met een bepaalde melksoort te bestellen.
au
In « au lait d’avoine » betekent « au » hier « met het » en verbindt het de latte met de melksoort. « au » hoort in deze uitdrukking bij « lait ». Gebruik « au » in de vaste combinatie « au lait d’avoine » wanneer je een drank met havermelk bestelt.
lait
« lait » betekent hier « melk » en maakt samen met « d’avoine » de melksoort duidelijk. In « au lait d’avoine » beschrijft het welk ingrediënt de latte bevat. Een bruikbaar patroon is « au lait + soort » voor een drank met een bepaalde melksoort.
d’avoine
« d’avoine » betekent hier « van haver » en specificeert het soort « lait » in « lait d’avoine ». De volledige uitdrukking « au lait d’avoine » betekent dat de latte met havermelk wordt bereid. Gebruik deze exacte uitdrukking wanneer je havermelk wilt vragen.
si
« si » betekent hier « als » in « si vous en avez » en introduceert de voorwaarde dat de melk beschikbaar is. Het verbindt de bestelling met een mogelijke voorraadbeperking. Gebruik « si + zin » om een voorwaarde te formuleren.
vous
« vous » betekent hier « u » en richt de vraag aan de medewerker. In « si vous en avez » is het de persoon die de melk mogelijk heeft. Gebruik « vous » voor een beleefde aanspreekvorm van één persoon.
en
In « si vous en avez » verwijst « en » naar de eerder genoemde havermelk: « als u ervan hebt ». Het voorkomt dat « lait d’avoine » opnieuw wordt herhaald. Gebruik « en avoir » wanneer je zegt dat je iets van een eerder genoemd product hebt.
avez
« avez » betekent hier « hebt » in « vous en avez ». Het hoort bij « vous » en vormt samen met « en » de betekenis « ervan hebben ». Een bruikbaar patroon is « Vous en avez ? » om te vragen of iets beschikbaar is.
Oui
« Oui » betekent hier « ja » en bevestigt dat de medewerker de gevraagde melk heeft. Het staat als zelfstandig antwoord vóór « nous en avons ». Gebruik « Oui » om een aanbod, vraag of bevestiging positief te beantwoorden.
nous
« nous » betekent hier « wij » en verwijst naar de zaak of het personeel. In « nous en avons » is de zaak degene die havermelk beschikbaar heeft. Gebruik « nous » als onderwerp wanneer je namens een groep of bedrijf spreekt.
avons
« avons » betekent hier « hebben » in « nous en avons ». Samen met « en » betekent de uitdrukking dat de zaak havermelk heeft. Gebruik « nous avons + zelfstandig naamwoord » om namens een zaak te zeggen wat beschikbaar is.
voulez
« voulez » drukt hier uit wat de medewerker denkt dat de klant wil: « Vous voulez la quantité habituelle de mousse ? ». Het hoort bij « vous » en vraagt naar een voorkeur. Gebruik « Vous voulez + iets ? » om beleefd naar een keuze te vragen.
la
« la » betekent hier « de » en staat vóór « quantité »: « la quantité habituelle ». Het verwijst naar de specifieke hoeveelheid schuim die wordt besproken. Gebruik « la » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in een bepaalde uitdrukking.
quantité
« quantité » betekent hier « hoeveelheid » en verwijst naar hoeveel schuim de latte krijgt. Het wordt nader bepaald door « habituelle » en « de mousse ». Een bruikbaar patroon is « la quantité de + zelfstandig naamwoord ».
habituelle
« habituelle » betekent hier « gebruikelijke » en beschrijft de hoeveelheid schuim die normaal wordt gegeven. De vorm staat bij « quantité » in « la quantité habituelle ». Gebruik « quantité habituelle » wanneer je naar de normale hoeveelheid verwijst.
de
In « la quantité de mousse » verbindt « de » de hoeveelheid met wat wordt gemeten: schuim. Het betekent hier « van » in de betekenis « hoeveelheid schuim ». Gebruik « quantité de + iets » om aan te geven waarvan je een hoeveelheid bedoelt.
mousse
« mousse » betekent hier « schuim » en verwijst naar het schuim op de latte. In « la quantité habituelle de mousse » is het datgene waarvan de hoeveelheid wordt besproken. Je kunt « de mousse » gebruiken om specifiek naar schuim in een drank te verwijzen.
Moins
« Moins » betekent hier « minder » en staat aan het begin van de reactie « Moins de mousse, ce serait mieux ». De klant vraagt daarmee om een kleinere hoeveelheid schuim. Gebruik « moins de + zelfstandig naamwoord » om een kleinere hoeveelheid te vragen.
ce
In « ce serait mieux » verwijst « ce » naar de voorgestelde optie, namelijk minder schuim. Samen betekent de uitdrukking dat die optie beter zou zijn. Gebruik « ce serait + bijvoeglijk naamwoord » om een voorkeur of beoordeling voorzichtig te formuleren.
serait
« serait » betekent hier « zou zijn » in « ce serait mieux ». Het maakt de voorkeur voor minder schuim minder stellig en klinkt als een beleefde beoordeling. Gebruik « ce serait mieux » om aan te geven dat een alternatief beter zou zijn.
mieux
« mieux » betekent hier « beter » en beoordeelt de optie met minder schuim. In « ce serait mieux » zegt de klant dat die keuze de voorkeur heeft. Gebruik « ce serait mieux » wanneer je beleefd een verbetering of alternatief voorstelt.
J’évite
« J’évite » betekent hier « ik vermijd » en verwijst naar de keuze om gewone melk vandaag niet te gebruiken. De vorm bestaat uit « je » voor een klinker en « évite », waardoor de uitspraak in één vorm wordt geschreven. Gebruik « J’évite + zelfstandig naamwoord » om te zeggen dat je iets probeert te vermijden.
le
« le » betekent hier « de » en staat vóór « lait » in « le lait ordinaire ». Het verwijst naar de specifieke melksoort die de klant vermijdt. Gebruik « le » vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
ordinaire
« ordinaire » betekent hier « gewone » en specificeert « lait » als gewone melk. In « le lait ordinaire » maakt het duidelijk welke melk de klant niet wil. Gebruik « lait ordinaire » wanneer je gewone melk tegenover een andere melkoptie benoemt.
aujourd’hui
« aujourd’hui » betekent hier « vandaag » en beperkt de uitspraak tot deze dag. Het staat in « J’évite le lait ordinaire aujourd’hui ». Gebruik « aujourd’hui » om aan te geven wanneer een keuze of handeling geldt.
vais
« vais » betekent hier « ga » in « Je vais le préparer ». Samen met « préparer » geeft het aan wat de medewerker nu van plan is te doen. Gebruik « Je vais + infinitief » om een nabije handeling of voornemen uit te drukken.
préparer
« préparer » betekent hier « klaarmaken » of « bereiden » en verwijst naar het klaarmaken van de latte. Het staat na « vais » in « Je vais le préparer ». Gebruik « préparer + object » wanneer je zegt wat je klaarmaakt.
avec
« avec » betekent hier « met » en introduceert in de Nederlandse bron de hoeveelheid schuim, maar in het Franse dialoogfragment staat het niet in de doelzin. In deze worklist hoort « avec » daarom bij de betekenis « met » uit de opgegeven eenheid, zonder een extra dialoogvorm te verzinnen. Een algemeen patroon is « avec + zelfstandig naamwoord ».
C’est
« C’est » betekent hier « dat is » in « C’est tout ce qu’il me faut ». Het kondigt aan dat de klant niets anders nodig heeft. Gebruik « C’est tout » om aan te geven dat iets volledig is.
tout
« tout » betekent hier « alles » in « C’est tout ». De klant zegt dat dit de volledige bestelling of behoefte is. Gebruik « C’est tout » bijvoorbeeld om een bestelling af te sluiten.
qu’il
In « tout ce qu’il me faut » maakt « qu’il » deel uit van de uitdrukking « ce qu’il me faut », die betekent wat ik nodig heb. « qu’il » bevat hier « que » en « il » en verwijst niet naar een mannelijke persoon in de betekenis van de hele uitdrukking. Gebruik « ce qu’il me faut » om te zeggen wat je nodig hebt.
me
« me » betekent hier « mij » in « ce qu’il me faut ». Het geeft aan voor wie iets nodig is: voor de spreker. Gebruik « me faut » in de vaste uitdrukking « ce qu’il me faut ».
faut
« faut » betekent hier « nodig is » in « ce qu’il me faut ». Samen met « me » vormt het de vaste uitdrukking voor wat de spreker nodig heeft. Gebruik « ce qu’il me faut » wanneer je je benodigde hoeveelheid, voorwerp of keuze benoemt.
maintenant
« maintenant » betekent hier « nu » en geeft aan dat de medewerker de latte direct gaat klaarmaken. Het staat in « le préparer maintenant ». Gebruik « maintenant » om een handeling naar het huidige moment te plaatsen.
et
« et » betekent hier « en » en verbindt twee handelingen: « préparer » en « vérifier ». De medewerker gaat beide handelingen uitvoeren. Gebruik « et » om handelingen of andere gelijkwaardige delen van een zin te verbinden.
vérifier
« vérifier » betekent hier « controleren » en verwijst naar het controleren van het etiket. Het staat na « et » naast « préparer » als tweede aangekondigde handeling. Gebruik « vérifier + object » wanneer je iets controleert.
l’étiquette
« l’étiquette » betekent hier « het etiket » en is het object van « vérifier ». De apostrof laat zien dat het lidwoord vóór een klinker verkort wordt. Gebruik « vérifier l’étiquette » wanneer je een etiket controleert.
avant
« avant » betekent hier « voordat » in « avant de vous le donner ». Het geeft aan dat het controleren van het etiket eerder gebeurt dan het overhandigen van de latte. Gebruik « avant de + infinitief » om een eerdere handeling aan te geven.
donner
« donner » betekent hier « geven » in « vous le donner ». Het verwijst naar het overhandigen van de klaargemaakte latte aan de klant. Gebruik « donner quelque chose à quelqu’un » wanneer je zegt wat je aan wie geeft.