De timing van een diner plannen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home before dinner guests arrive, two adults plan starters, vegetables, and serving order so the meal timing stays manageable..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De timing van een diner plannen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Les invités peuvent arriver pendant que le plat principal est encore en train de cuire.

leez ahn-vee-tay puh-vahn ah-ree-vay pahn-dahn kuh luh plah prahn-see-pal eh-tahn trahn duh kweer De gasten kunnen aankomen terwijl het hoofdgerecht nog wordt klaargemaakt.
B

Alors, sers une entrée simple pour que tout le monde puisse s'installer tranquillement.

ah-lor, sairz uun ahn-tray sahmpl poor kuh too luh mond pweez sahn-stah-lay trahn-keel-mahn Serveer dan een eenvoudig voorgerecht, zodat iedereen rustig kan gaan zitten.
A

Je peux préparer la salade et le pain avant qu'ils arrivent.

zhuh puh pray-pah-ray lah sah-lahd ay luh pan ah-vahn keel zah-reev Ik kan de salade en het brood klaarzetten voordat ze hier zijn.
B

Cela laisse un peu plus de temps au plat principal sans donner l'impression que le dîner est en retard.

seh-lah less uun puh pluu duh tahn oh plah prahn-see-pal sahn doh-nay lahn-preh-syon kuh luh dee-nay eh-tahn ruh-tar Dat geeft het hoofdgerecht wat extra tijd zonder dat het lijkt alsof het diner vertraging heeft.
A

Est-ce que je dois faire cuire les légumes une fois que tout le monde est arrivé ?

ess kuh zhuh dwah fair kweer lay lay-guum uun fwah kuh too luh mond eh tah-ree-vay Moet ik de groenten klaarmaken zodra iedereen is aangekomen?
B

Elles sont meilleures juste après la cuisson, alors attends d'être sur le point de servir.

ell son meh-yur zhuust ah-preh lah kwee-son, ah-lor ah-tahn suur luh pwan duh sair-veer Ze smaken beter als ze vers gekookt zijn, dus wacht tot je bijna gaat serveren.
A

Recevoir des invités est stressant, parce que tout faire au bon moment est plus difficile que cuisiner.

ruh-suh-vwar day zahn-vee-tay eh stress-ahn, pars kuh too fair oh bon moh-mahn eh pluu dee-fee-seel kuh kwee-zee-nay Gasten ontvangen voelt stressvol, omdat alles op het juiste moment regelen moeilijker is dan koken.
B

Fais un plan simple pour servir : les boissons, l'entrée, puis le plat principal.

fay zun plahn sahmpl poor sair-veer: lay bwah-son, lahn-tray, pwee luh plah prahn-see-pal Maak een eenvoudig serveerplan: drankjes, voorgerecht en dan het hoofdgerecht.
A

Je peux garder cette liste près de la cuisinière.

zhuh puh gar-day set leest pray duh lah kwee-zee-nyair Ik kan die checklist bij het fornuis leggen.
B

Cela devrait t'aider à rester concentré pendant que les gens arrivent.

seh-lah duh-vray tay-day ah res-tay kon-sahn-tray pahn-dahn kuh lay zhahn zah-reev Dat zou je moeten helpen om gefocust te blijven terwijl de mensen aankomen.

Uitleg van de zinnen

  1. Les invités peuvent arriver pendant que le plat principal est encore en train de cuire.

    De gasten kunnen aankomen terwijl het hoofdgerecht nog wordt klaargemaakt.

    invités
    gasten
    peuvent
    kunnen
    arriver
    aankomen
    pendant que
    terwijl
    plat
    gerecht
    principal
    belangrijkste; hoofd-
    encore
    nog
    en train de
    bezig met
    cuire
    garen
    Uitgebreide uitleg

    invités betekent hier “gasten”. Het is het meervoud van invité (“gast”, iemand die uitgenodigd is). Het meervoud op -s is hier zichtbaar; het woord verwijst in deze zin naar de gasten die kunnen aankomen. peuvent is een vorm van pouvoir (“kunnen”). peuvent is de tegenwoordige tijd voor ils/elles; de vorm past bij het meervoudige onderwerp Les invités. Na pouvoir staat een infinitief: peuvent arriver = “kunnen aankomen”. Bijvoorbeeld: Ils peuvent venir. — “Ze kunnen komen.” arriver is de infinitief “aankomen”. De infinitief blijft na peuvent onveranderd; tijd en persoon worden in deze combinatie door peuvent uitgedrukt. Een bruikbaar contrast is arriver (“aankomen”) tegenover partir (“vertrekken”), maar alleen arriver staat in de vaste zin. pendant que is een voegwoordelijke constructie met de betekenis “terwijl”. Het verbindt twee gebeurtenissen die tijdens dezelfde periode plaatsvinden: de gasten kunnen aankomen terwijl het gerecht nog gaart. Het is een vaste combinatie; que hoort hier bij pendant. plat betekent hier “gerecht”, dus bereid voedsel als onderdeel van een maaltijd. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk enkelvoud: dat blijkt ook uit le in le plat. principal betekent hier “hoofd-” in le plat principal: het hoofdgerecht. Dit bijvoeglijk naamwoord staat na het zelfstandig naamwoord en stemt ermee overeen in mannelijk enkelvoud. De basisvorm is principal; bijvoorbeeld une entrée principale zou “een hoofdgerecht/hoofdingang” kunnen betekenen afhankelijk van de context, maar de vaste combinatie hier is het hoofdgerecht. encore betekent hier “nog”. Het geeft aan dat het koken op dat moment nog bezig is. In andere contexten kan encore ook “weer” betekenen, maar in deze zin past de betekenis “nog”. en train de is onderdeel van de constructie être en train de + infinitief, waarmee je benadrukt dat een handeling op dat moment bezig is. Hier staat est ... en train de cuire: est is de vorm van être bij het enkelvoudige onderwerp le plat, en cuire is de infinitief. Bijvoorbeeld: Je suis en train de lire. — “Ik ben aan het lezen.” cuire betekent hier “garen” of “koken” en staat als infinitief na en train de. Het onderwerp van deze handeling is le plat principal: het gerecht is aan het garen. Dat is iets anders dan cuisiner, dat meestal betekent dat iemand kookt of een gerecht bereidt. De zin gebruikt dus niet cuisiner voor de gasten, maar cuire voor het gerecht. Samen vormt Les invités peuvent arriver de betekenis “De gasten kunnen aankomen”. pendant que introduceert de gelijktijdige bijzin le plat principal est encore en train de cuire: “terwijl het hoofdgerecht nog aan het garen is”. De hele zin betekent daarom: “De gasten kunnen aankomen terwijl het hoofdgerecht nog wordt klaargemaakt.”

  2. Alors, sers une entrée simple pour que tout le monde puisse s'installer tranquillement.

    Serveer dan een eenvoudig voorgerecht, zodat iedereen rustig kan gaan zitten.

    sers
    serveer
    entrée
    voorgerecht
    simple
    eenvoudig
    pour que
    zodat
    tout le monde
    iedereen
    puisse
    kan
    s'installer
    gaan zitten
    tranquillement
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    sers is de gebiedende wijs van servir (“serveren”) voor tu: sers = “serveer!”. Het is dus geen vorm van être of van een ander werkwoord. Voorbeeld: Sers le café. = “Serveer de koffie.” entrée betekent hier “voorgerecht”. Het is een zelfstandig naamwoord in het vrouwelijk enkelvoud. In andere contexten kan entrée bijvoorbeeld een ingang of entree aanduiden, maar die betekenis past hier niet. simple is het bijvoeglijk naamwoord “eenvoudig”. Het hoort hier bij het vrouwelijke enkelvoud entrée, maar simple heeft in het enkelvoud dezelfde zichtbare vorm voor mannelijk en vrouwelijk; het woord zelf toont het vrouwelijke geslacht dus niet. In het meervoud krijgt het een -s: simples. Voorbeeld: C'est une recette simple. = “Het is een eenvoudig recept.” pour que leidt een bijzin met een doel of beoogd gevolg in: “zodat”. Na deze uitdrukking staat in het Frans doorgaans de subjonctif, omdat het om iets gewensts of beoogds gaat. tout le monde is de vaste uitdrukking “iedereen”. Ondanks de meervoudige betekenis is de uitdrukking grammaticaal enkelvoudig. Daarom staat het werkwoord daarna in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: Tout le monde est prêt. = “Iedereen is klaar.” puisse is de tegenwoordige subjonctif van pouvoir (“kunnen”), derde persoon enkelvoud. De keten is pouvoir – peut (indicatif) – puisse (subjonctif). Hier volgt puisse op pour que: pour que tout le monde puisse... = “zodat iedereen kan...”. s'installer is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'installer, hier “gaan zitten” of “zich installeren”. De apostrof is de verkorte vorm van se vóór een klinker. De infinitief volgt hier op puisse; tout le monde is de betekenisdrager van het onderwerp van die handeling. Voorbeeld: Vous pouvez vous installer. = “U kunt gaan zitten.” tranquillement is een bijwoord en betekent hier “rustig”. Het beschrijft de manier waarop het gaan zitten gebeurt. Het hangt samen met het adjectief tranquille (“rustig”), maar tranquillement zelf verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ils attendent tranquillement. = “Ze wachten rustig.” Samen vormt Sers une entrée simple een directe opdracht: “Serveer een eenvoudig voorgerecht.” pour que tout le monde puisse s'installer tranquillement geeft het doel daarvan: “zodat iedereen rustig kan gaan zitten.” Alors voegt de betekenis “dan” of “dus” toe. De volledige betekenis is: “Serveer dan een eenvoudig voorgerecht, zodat iedereen rustig kan gaan zitten.”

  3. Je peux préparer la salade et le pain avant qu'ils arrivent.

    Ik kan de salade en het brood klaarzetten voordat ze hier zijn.

    Je peux
    ik kan
    préparer
    klaarmaken; voorbereiden
    salade
    salade
    pain
    brood
    avant qu'
    voordat …
    arrivent
    aankomen
    Uitgebreide uitleg

    Je peux drukt hier uit dat de spreker iets kan doen. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij je; daarom is het je peux, niet je peut. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux venir. = “Ik kan komen.” préparer betekent hier dat de spreker de salade en het brood klaarmaakt of voorbereidt. Het is de infinitief na peux. Dezelfde vorm kan ook na andere werkwoorden staan: Elle veut préparer le repas. = “Zij wil de maaltijd klaarmaken.” In la salade is salade een zelfstandig naamwoord voor “salade”. Het lidwoord la hoort bij dit concrete zelfstandig naamwoord; salade zelf heeft hier geen zichtbare verbuiging. In het meervoud staat bijvoorbeeld les salades. In le pain betekent pain “brood”. Het lidwoord le hoort bij dit zelfstandig naamwoord. In deze zin verwijst pain naar brood als voedingsmiddel of hoeveelheid, niet noodzakelijk naar één afzonderlijk stuk. un morceau de pain betekent bijvoorbeeld “een stuk brood”. avant qu' leidt een bijzin in met de betekenis “voordat …”. De apostrof markeert de elisie van que vóór ils: que wordt qu' voor een volgende klinkerklank. Na avant que gebruikt het Frans de subjonctif; dat is hier een vaste grammaticale constructie, niet alleen een gevolg van het feit dat de handeling nog niet heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: Pars avant qu'il arrive. = “Vertrek voordat hij aankomt.” arrivent betekent hier “aankomen” en hoort bij het meervoudige onderwerp ils. De vorm komt van arriver en is hier de tegenwoordige subjonctif, derde persoon meervoud. Bij dit werkwoord heeft die vorm dezelfde spelling als de tegenwoordige indicatief: ils arrivent; de combinatie met avant que bepaalt hier de subjonctif-functie. Het specifieke referent van ils wordt in de gegeven zin niet nader vastgelegd; ondersteund is alleen dat het om een meervoudig onderwerp gaat. De volledige opbouw is Je peux + préparer + la salade et le pain + avant qu'ils arrivent: “Ik kan de salade en het brood klaarmaken voordat ze hier zijn.” De spreker plaatst het klaarmaken vóór het moment waarop het meervoudige onderwerp aanwezig is. In de Franse tekst staat ici (“hier”) niet letterlijk; dat element komt uit de vaste Nederlandse vertaling. De woordvolgorde en de betekenis van de Franse tijdsrelatie blijven daarmee duidelijk.

  4. Cela laisse un peu plus de temps au plat principal sans donner l'impression que le dîner est en retard.

    Dat geeft het hoofdgerecht wat extra tijd zonder dat het lijkt alsof het diner vertraging heeft.

    Cela
    dat
    laisse
    laat
    un peu
    een beetje
    plus
    meer
    temps
    tijd
    plat
    gerecht
    principal
    hoofd-
    donner l'impression
    de indruk wekken
    dîner
    diner
    en retard
    vertraging hebben
    Uitgebreide uitleg

    Cela betekent hier “dat” en is een aanwijzend voornaamwoord dat naar een eerder genoemde handeling of situatie kan verwijzen. De vorm verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk; het verwijst hier naar wat uit de context bedoeld wordt, zonder dat de zin zelf een zelfstandig naamwoord als referent noemt. laisse is de vorm van laisser (“laten”, “geven” in de zin van ruimte of tijd beschikbaar maken). Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je laisse, il/elle laisse, ils/elles laissent. In deze zin krijgt het hoofdgerecht daardoor extra tijd. un peu betekent “een beetje” en verzacht de hoeveelheid. In combinatie met plus vormt het un peu plus de + zelfstandig naamwoord: “iets meer …”. plus betekent hier “meer”. Het staat vóór de temps, omdat temps een hoeveelheid aanduidt: plus de temps = “meer tijd”. Een nuttig contrast is moins de temps = “minder tijd”. temps betekent hier “tijd”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; na plus staat de constructie plus de temps, zonder lidwoord vóór temps. plat betekent “gerecht”. Het is hier een zelfstandig naamwoord, niet alleen een algemene beschrijving. Een voorbeeld: Le plat est prêt. — “Het gerecht is klaar.” principal betekent “hoofd-” en beschrijft plat: le plat principal = “het hoofdgerecht”. Omdat principal bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat, heeft het deze vorm. De vrouwelijke overeenkomst is principale, bijvoorbeeld in la raison principale — “de belangrijkste reden”. Samen vormen un peu plus de temps au plat principal en de verbale context de betekenis dat het hoofdgerecht iets meer tijd krijgt. au is de samentrekking van à le; hier markeert het voor wie of wat die extra tijd bedoeld is. donner l'impression is een vaste, herbruikbare constructie: “de indruk wekken” of “de indruk geven”. Na sans staat hier sans donner, dus zonder een handeling te verrichten. Een voorbeeld: Il part sans donner d'explication. — “Hij vertrekt zonder uitleg te geven.” dîner betekent hier “het diner” of “de avondmaaltijd”. Het is een zelfstandig naamwoord. Hetzelfde woord kan in een andere context ook een werkwoord zijn, maar in le dîner is het een naamwoordelijke verwijzing naar de maaltijd. en retard betekent hier “vertraging hebben” of letterlijk “te laat zijn”. De constructie être en retard betekent “te laat zijn”; in deze zin staat zij na que in le dîner est en retard. est is de derde persoon enkelvoud van être. De volledige structuur is: Cela laisse ... sans donner l'impression que ... — “Dat geeft … extra tijd zonder de indruk te wekken dat …”. Het geheel betekent: “Dat geeft het hoofdgerecht wat extra tijd zonder dat het lijkt alsof het diner vertraging heeft.”

  5. Est-ce que je dois faire cuire les légumes une fois que tout le monde est arrivé ?

    Moet ik de groenten klaarmaken zodra iedereen is aangekomen?

    Est-ce que
    vraagbegin: is het zo dat…?
    je dois
    ik moet
    faire cuire
    koken, gaar maken
    les légumes
    de groenten
    une fois que
    zodra, eenmaal wanneer
    tout le monde
    iedereen
    est arrivé
    is aangekomen
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que opent hier een ja-neevraag. Het is een vaste vraagconstructie; daarna blijft de gewone woordvolgorde staan. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — Kom je? je dois komt van devoir en betekent hier dat de spreker vraagt of iets noodzakelijk is: “moet ik …?” De vorm dois is de tegenwoordige tijd bij je; andere personen hebben andere vormen, bijvoorbeeld tu dois en il doit. Dit is niet hetzelfde als je peux (“ik kan/mag”) of je veux (“ik wil”). faire cuire betekent dat je iets kookt of gaart. faire staat hier samen met cuire in een causatieve constructie: je zorgt ervoor dat het voedsel gaar wordt. In de infinitief blijft de combinatie faire cuire; na een vervoegde vorm kan bijvoorbeeld volgen: Je fais cuire le riz. — Ik kook de rijst. les légumes betekent “de groenten”. légume is het enkelvoud en légumes het meervoud. les is hier het bepaald lidwoord voor het meervoud; het zegt niet op zichzelf hoeveel groenten het zijn. Bijvoorbeeld: Les légumes sont prêts. — De groenten zijn klaar. une fois que leidt een tijdsbepaling in met de betekenis “zodra” of “wanneer eenmaal”. Het beschrijft dus het moment waarop de handeling in de hoofdzin moet plaatsvinden. Bijvoorbeeld: Une fois que tu es prêt, nous partons. — Zodra je klaar bent, vertrekken we. tout le monde betekent “iedereen”. Ondanks de meervoudige betekenis is monde grammaticaal enkelvoud; daarom staat het werkwoord in tout le monde est ..., niet in een meervoudsvorm. Bijvoorbeeld: Tout le monde est prêt. — Iedereen is klaar. est arrivé is de vorm van arriver in de passé composé: est + het voltooid deelwoord arrivé. Hier betekent het “is aangekomen”. Bij tout le monde staat de persoonsvorm in het enkelvoud: tout le monde est arrivé. Het hulpwerkwoord is être; bij een vrouwelijk enkelvoud kan het voltooid deelwoord bijvoorbeeld arrivée zijn, terwijl arrivés en arrivées meervoudsvormen zijn wanneer de grammaticale voorwaarden daarvoor gelden. Samen vormt je dois faire cuire les légumes de vraag of de spreker de groenten moet koken. une fois que tout le monde est arrivé bepaalt wanneer: pas zodra iedereen is aangekomen. De volledige betekenis is daarom: “Moet ik de groenten klaarmaken zodra iedereen is aangekomen?” De vraag gaat over de noodzakelijkheid en timing van het koken; Est-ce que maakt er de directe vraag van.

  6. Elles sont meilleures juste après la cuisson, alors attends d'être sur le point de servir.

    Ze smaken beter als ze vers gekookt zijn, dus wacht tot je bijna gaat serveren.

    Elles
    ze
    sont
    zijn
    meilleures
    beter
    juste après
    direct na
    la cuisson
    het koken
    alors
    dus
    attends
    wacht
    d'être
    te zijn
    sur le point de
    op het punt om
    servir
    serveren
    Uitgebreide uitleg

    Elles betekent hier “ze” en is de vrouwelijke meervoudsvorm van het Franse persoonlijk voornaamwoord. In de gegeven context verwijst het naar de groenten uit de vorige zin. De vorm geeft aan dat naar meerdere vrouwelijke referenten wordt verwezen; in het enkelvoud staat bijvoorbeeld elle. Sont is de derde persoon meervoud van être (“zijn”): je suis, tu es, il/elle est, ils/elles sont. Samen met Elles vormt het de werkwoordsgroep “ze zijn”. Meilleures betekent hier “beter” en is de vrouwelijke meervoudsvorm van het vergelijkende bijvoeglijk naamwoord meilleur. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan de vrouwelijke meervoudsvorm van Elles: meilleur (mannelijk enkelvoud), meilleure (vrouwelijk enkelvoud), meilleurs (mannelijk meervoud), meilleures (vrouwelijk meervoud). Een relevant tegenovergesteld vergelijkend woord is pire (“slechter”, “erger”). Juste après betekent “direct na” of “vlak na”. Het verwijst naar iets dat onmiddellijk volgt op een eerder genoemd moment of een eerdere handeling. Voorbeeld: Juste après le cours, je rentre. — “Direct na de les ga ik naar huis.” La cuisson is het zelfstandig naamwoord voor het koken of garen als proces. Het vrouwelijke lidwoord la hoort bij dit zelfstandig naamwoord. Het verwante werkwoord is cuire (“koken”, “garen”), maar cuisson is niet de vorm van dat werkwoord in deze zin. Alors verbindt de twee delen met de betekenis “dus” of “daarom”: het tweede deel volgt als gevolg of praktische conclusie uit het eerste deel. Het introduceert hier de aansporing om te wachten. Attends is de gebiedende wijs voor tu van attendre (“wachten”): attends ! betekent “wacht!”. Het onderwerp tu wordt in een Franse gebiedende wijs normaal niet uitgesproken. De vorm attendez is de gebiedende wijs voor vous. D'être bestaat uit de plus het infinitief être (“zijn”). In attendre de + infinitief geeft het aan waarop iemand wacht; hier gaat het om het moment waarop je op het punt staat te serveren. De betekenis moet dus samen met het volgende patroon worden gelezen, niet als alleen “te zijn”. Sur le point de is een vaste constructie met de betekenis “op het punt staan om”. Het patroon is être sur le point de + infinitief: iemand staat op het punt een handeling te verrichten. Voorbeeld: Je suis sur le point de partir. — “Ik sta op het punt te vertrekken.” Servir is het infinitief “serveren”. In deze zin volgt het op de binnen de constructie être sur le point de servir, dus “op het punt staan om te serveren”. Het kan in andere contexten ook “bedienen” betekenen; hier past “serveren” bij de vaste vertaling. Samen vormen elles sont meilleures juste après la cuisson en alors attends d'être sur le point de servir de betekenis: “Ze zijn direct na het koken beter, dus wacht tot je bijna gaat serveren.” Het eerste deel noemt het gunstige moment; alors leidt daaruit de aansporing af, en attends d'être sur le point de servir zegt dat je moet wachten tot vlak vóór het serveren.

  7. Recevoir des invités est stressant, parce que tout faire au bon moment est plus difficile que cuisiner.

    Gasten ontvangen voelt stressvol, omdat alles op het juiste moment regelen moeilijker is dan koken.

    Recevoir
    ontvangen
    invités
    gasten
    stressant
    stressvol
    faire
    doen
    bon
    goed
    moment
    moment
    plus difficile
    moeilijker
    cuisiner
    koken
    Uitgebreide uitleg

    Recevoir staat hier in de infinitief en vormt samen met des invités het onderwerp: “gasten ontvangen”. De infinitief kan in het Frans dus ook als onderwerp van een zin optreden. Vergelijk: Voyager est agréable. — “Reizen is aangenaam.” In deze zin betekent recevoir specifiek mensen als gasten ontvangen; het kan in andere contexten ook “ontvangen” in een bredere betekenis hebben. invités is het zelfstandig naamwoord “gasten”. Het is het meervoud van invité; de uitgang -s markeert hier het meervoud. Invité kan ook als bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord voorkomen, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. Het lidwoord des maakt de groep onbepaald; het zegt op zichzelf niet hoeveel gasten het zijn. stressant is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord: iets veroorzaakt stress of voelt stressvol aan. Het hoort bij het onderwerp Recevoir des invités, niet bij invités. De vorm komt van het werkwoord stresser; in deze positie beschrijft stressant de situatie als bron van stress. Voor een persoon die stress ervaart, gebruikt het Frans vaak stressé of stressée, afhankelijk van de persoon. faire is opnieuw een infinitief, hier in tout faire: “alles doen” of, in deze context, “alles regelen”. Tout maakt duidelijk dat het om alle benodigde handelingen gaat. De infinitief blijft onveranderd na deze constructie. Voorbeeld: Il faut tout préparer. — “Alles moet worden voorbereid.” bon staat in au bon moment en betekent hier “juist” of “geschikt”, niet simpelweg een moreel oordeel over goed en kwaad. Bon is een bijvoeglijk naamwoord en stemt af op moment: beide zijn mannelijk enkelvoud. De vaste combinatie au bon moment betekent “op het juiste moment”. De vorm au is hier de samentrekking van à en le. moment betekent “moment” of “tijdstip”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er le bon moment en in de samentrekking au bon moment. Voorbeeld: C’est le bon moment. — “Dit is het juiste moment.” plus difficile is een vergrotende trap: “moeilijker”. Het bijvoeglijk naamwoord is difficile; plus maakt de vergelijking. De volledige vorm plus difficile que betekent “moeilijker dan”. Het bijvoeglijk naamwoord verandert in deze vorm niet voor mannelijk of vrouwelijk; plus blijft eveneens hetzelfde. De basisvorm is difficile, de overtreffende trap is le plus difficile — “het moeilijkst”. cuisiner is de infinitief “koken”. Na que staat deze infinitief als de activiteit waarmee tout faire au bon moment wordt vergeleken. Voorbeeld: Cuisiner prend du temps. — “Koken kost tijd.” De zin is opgebouwd als Recevoir des invités est stressant: “Gasten ontvangen is stressvol.” Daarna geeft parce que de reden: tout faire au bon moment betekent “alles op het juiste moment regelen”. est plus difficile que cuisiner vergelijkt dat geheel met cuisiner: alles op het juiste moment regelen wordt als moeilijker voorgesteld dan koken. Samen betekent de volledige uiting: “Gasten ontvangen voelt stressvol, omdat alles op het juiste moment regelen moeilijker is dan koken.”

  8. Fais un plan simple pour servir : les boissons, l'entrée, puis le plat principal.

    Maak een eenvoudig serveerplan: drankjes, voorgerecht en dan het hoofdgerecht.

    Fais
    maak
    plan
    plan
    simple
    eenvoudig
    servir
    serveren
    boissons
    drankjes
    entrée
    voorgerecht
    puis
    daarna
    plat
    gerecht
    principal
    belangrijkste
    Uitgebreide uitleg

    Fais is de gebiedende wijs van faire voor de tweede persoon enkelvoud: “maak”. Het onderwerp tu staat hier niet los in de zin. De vormen zijn onder meer faire (infinitief), fais (gebiedende wijs tegen één persoon) en faites (gebiedende wijs tegen meerdere personen of in de beleefde aanspreekvorm). Voorbeeld: Fais une liste. — “Maak een lijst.” plan is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier een plan of schema. Het staat na het onbepaalde lidwoord un: un plan. Voorbeeld: J'ai un plan simple. — “Ik heb een eenvoudig plan.” simple is een bijvoeglijk naamwoord dat plan nader bepaalt. De vorm is hier mannelijk enkelvoud; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord verschijnt doorgaans dezelfde geschreven vorm, bijvoorbeeld une idée simple. Het betekent hier “eenvoudig”, niet “simpel” in een afkeurende zin. servir is de infinitief “serveren”. Na pour kan een infinitief het doel aangeven: pour servir betekent “om te serveren”. De infinitief verandert hier niet mee met een persoon. Voorbeeld: Je prépare la table pour servir le dîner. — “Ik dek de tafel om het avondeten te serveren.” boissons is het meervoud van boisson, “drank” of “drankje”. Met les verwijst les boissons naar de drankjes als onderdeel van de opsomming. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: enkelvoud la boisson, meervoud les boissons. entrée is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze context betekent het “voorgerecht”; het kan in andere contexten ook een “ingang” betekenen, maar hier bepaalt de maaltijdopsomming de betekenis. l'entrée gebruikt de weglating van la voor een klinker. Voorbeeld: L'entrée est prête. — “Het voorgerecht is klaar.” puis is een bijwoord dat volgorde aangeeft: “daarna” of “vervolgens”. Het verbindt hier de volgende maaltijdgang met de eerder genoemde drankjes en het voorgerecht. Voorbeeld: D'abord le pain, puis la soupe. — “Eerst het brood, daarna de soep.” plat is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “gerecht”. In een maaltijdcontext kan het een gang aanduiden. De vaste combinatie le plat principal betekent “het hoofdgerecht”. principal is een bijvoeglijk naamwoord bij plat en betekent hier “hoofd-” of “belangrijkste” binnen de maaltijdvolgorde. Het staat in de mannelijke enkelvoudsvorm omdat plat mannelijk enkelvoud is. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is de vorm principale, bijvoorbeeld la raison principale — “de belangrijkste reden”. Samen geeft Fais un plan simple pour servir de opdracht om een eenvoudig schema voor het serveren te maken. Daarna volgt de volgorde van dat schema: les boissons, vervolgens l'entrée, en daarna le plat principal. De volledige betekenis is dus: “Maak een eenvoudig serveerplan: drankjes, voorgerecht en dan het hoofdgerecht.”

  9. Je peux garder cette liste près de la cuisinière.

    Ik kan die checklist bij het fornuis leggen.

    Je peux
    ik kan
    garder
    houden/bewaren
    cette
    die/deze
    liste
    checklist
    près de
    bij/in de buurt van
    cuisinière
    fornuis
    Uitgebreide uitleg

    Je peux bevat de vorm peux van het werkwoord pouvoir (kunnen). Je peux betekent hier dat de spreker iets kan doen. De tegenwoordige tijd is: je peux, tu peux, maar il/elle peut; het verschil zit dus ook in de vorm van het werkwoord. Voorbeeld: Je peux venir. — Ik kan komen. garder is een infinitief en betekent hier een lijst houden of bewaren op een bepaalde plaats. Na peux staat het volgende werkwoord in de infinitief: Je peux garder... — Ik kan ... houden/bewaren. In de vaste Nederlandse vertaling wordt dit opgevat als leggen, maar het Franse garder zelf beschrijft vooral het houden of bewaren, niet een afzonderlijk moment van neerleggen. cette is een aanwijzend woord voor één vrouwelijk zelfstandig naamwoord: cette liste. Het staat bij liste, dat vrouwelijk is. Bij een mannelijk enkelvoud staat bijvoorbeeld ce livre; voor een mannelijk enkelvoud vóór een klinkerklank staat vaak cet, zoals cet objet. Het meervoud gebruikt ces. liste betekent lijst. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une liste, la liste. Voorbeeld: La liste est sur la table. — De lijst ligt op tafel. près de betekent dicht bij of in de buurt van. Deze voorzetselgroep geeft de plaats aan waar iets wordt gehouden: garder quelque chose près de ... — iets dicht bij ... houden. Na de staat hier la, omdat cuisinière een vrouwelijk enkelvoud is. cuisinière betekent hier fornuis of kooktoestel. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une cuisinière, la cuisinière. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook een vrouwelijke kok aanduiden; in deze zin maakt de plaatsaanduiding, samen met de vaste vertaling, de betekenis fornuis duidelijk. Samen vormt garder cette liste près de la cuisinière de betekenis: de lijst op een plaats dicht bij het fornuis houden of bewaren. Met Je peux wordt dat: Je peux garder cette liste près de la cuisinière. — Ik kan die checklist bij het fornuis leggen.

  10. Cela devrait t'aider à rester concentré pendant que les gens arrivent.

    Dat zou je moeten helpen om gefocust te blijven terwijl de mensen aankomen.

    Cela
    Dat
    devrait
    zou moeten
    t'aider
    je helpen
    rester
    blijven
    concentré
    geconcentreerd
    pendant que
    terwijl
    gens
    mensen
    arrivent
    aankomen
    Uitgebreide uitleg

    Cela betekent hier “dat” en fungeert als onderwerp: het verwijst naar iets dat in de situatie al is genoemd of begrepen. Als aanwijzend voornaamwoord staat het los; het is niet hetzelfde als ce in alle constructies. devrait is de conditionele vorm van devoir voor de derde persoon enkelvoud. Hier drukt devoir met een infinitief een verwachte of bedoelde werking uit: “zou moeten”. Vergelijk: doit = “moet” en devrait = “zou moeten”. In t'aider is t' de verkorte vorm van te vóór een klinker, en aider is de infinitief “helpen”. te is hier het lijdend voorwerp van aider: aider quelqu'un betekent “iemand helpen”. Volgens de vertaling verwijst het naar de aangesprokene. Voorbeeld: Je veux t'aider. — “Ik wil je helpen.” rester is een infinitief en betekent “blijven”. Na aider staat hier de constructie aider quelqu'un à + infinitif: iemand helpen om iets te doen. Het onderwerp van rester blijft in deze zin dezelfde aangesprokene als bij t'aider. concentré is het voltooid deelwoord van concentrer, hier gebruikt als bijvoeglijk naamwoord: “geconcentreerd”. De zichtbare vorm is mannelijk enkelvoud, maar de vaste teksten identificeren het geslacht van de aangesprokene niet; daaruit volgt dus geen specifieke genderreferentie. In het Frans kan deze bijvoeglijke vorm in geslacht en getal veranderen: concentrée is vrouwelijk enkelvoud, en concentrés of concentrées zijn meervoudsvormen. pendant que is een voegwoordelijke uitdrukking met de betekenis “terwijl”. Het leidt de bijzin les gens arrivent in en verbindt die tijdsbepaling met wat eraan voorafgaat. gens betekent “mensen” en is een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het verschijnt hier met het bepaalde lidwoord les, dus les gens betekent “de mensen” in de bedoelde situatie. Het is niet hetzelfde als het enkelvoudige personne, dat “persoon” betekent. arrivent is de tegenwoordige tijd van arriver voor de derde persoon meervoud: “komen aan” of “aankomen”. De uitgang hoort bij het onderwerp les gens; het onderwerp staat vóór het werkwoord in deze bijzin. Voorbeeld: Les invités arrivent. — “De gasten komen aan.” Samen vormen de delen: Cela devrait t'aider = “Dat zou je moeten helpen”, à rester concentré = “om geconcentreerd te blijven”, en pendant que les gens arrivent = “terwijl de mensen aankomen”. De volledige betekenis is: “Dat zou je moeten helpen om geconcentreerd te blijven terwijl de mensen aankomen.”

Grammatica

avant que + subjonctif

Avant que tout le monde arrive, je prépare une salade.

ah-vahn kuh too luh mond ah-reev, zhuh pray-par uun sah-lahd

Voordat iedereen aankomt, maak ik een salade klaar.

Na « avant que » gebruikt het Frans de subjonctif: « arrive ». In het Nederlands is die speciale vorm er niet.

être en train de + infinitif

Je suis en train de faire cuire les légumes.

zhuh swee ahn trahn duh fair kweer lay lay-guum

Ik ben de groenten aan het koken.

Deze constructie drukt een handeling uit die op dit moment bezig is. Het Nederlands gebruikt hiervoor « aan het ».

Frans woordenschat

arriver werkwoord
ah-ree-vay aankomen
entrée zelfstandig naamwoord
ahn-tray voorgerecht
être en train de cuire uitdrukking
ehtr ahn trahn duh kweer aan het koken zijn
invité zelfstandig naamwoord
ahn-vee-tay gast invités
plat principal zelfstandig naamwoord
plah prahn-see-pal hoofdgerecht
préparer werkwoord
pray-pah-ray klaarmaken
s'installer werkwoord
sahn-stah-lay gaan zitten
salade zelfstandig naamwoord
sah-lahd salade
servir werkwoord
sair-veer serveren
simple bijvoeglijk naamwoord
sanpl eenvoudig
tout le monde voornaamwoord
too luh mond iedereen
tranquillement bijwoord
trahn-keel-mahn rustig

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

serveren

Antwoord tonenservir

voorgerecht

Antwoord tonenentrée

eenvoudig

Antwoord tonensimple

gast

Antwoord toneninvités