Benodigdheden kopen zonder extra's | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shop, two adults keep a purchase focused on needed shoes and socks while avoiding an unnecessary jacket..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Benodigdheden kopen zonder extra's oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je suis venu pour des chaussures, mais les autres articles exposés me distraient.

zje swie vuh-nuu poer dee sjoesuur, mè leez oot'r ar-tikl eks-po-zee muh dis-traè. Ik kwam voor schoenen, maar de andere spullen in de winkel leiden me af.
B

Commence par ce pour quoi tu es venu avant d'ajouter quoi que ce soit d'autre.

ko-mans par suh poer kwaa tuu è vuh-nuu a-van da-zjoe-tee kwaa kuh suh swaa dootr. Begin met waarvoor je bent gekomen voordat je iets anders toevoegt.
A

Les chaussures sont nécessaires, mais la veste ne fait que me tenter.

lee sjoesuur son nee-se-sèr, mè la vest nuh fè kuh muh tan-tee. De schoenen zijn nodig, maar het jasje is alleen maar verleidelijk.
B

Alors, laisse la veste hors de ton panier pour le moment.

a-lor, les la vest or duh tong pa-njee poer luh mo-man. Houd het jasje dan voorlopig uit je mandje.
A

Ces chaussettes iraient bien avec les chaussures et remplaceraient ma paire usée.

see sjo-set i-rè bjèn a-vek lee sjoesuur ee ran-plas-uh-rè ma pèr uu-zee. Deze sokken zouden bij de schoenen passen en mijn versleten paar vervangen.
B

Elles conviennent mieux à ton plan que la veste.

èl kon-vjèn mjeu a tong plan kuh la vest. Ze passen beter bij je plan dan het jasje.
A

Je prends les chaussures et les chaussettes, puis je pars.

zje pran lee sjoesuur ee lee sjo-set, pwie zje par. Ik neem de schoenen en de sokken mee en ga dan weg.
B

Ainsi, ta visite au magasin reste ciblée et pratique.

èn-sie, ta vie-ziet oo ma-ga-zèn rest sie-blee ee pra-tiek. Zo blijft je bezoek aan de winkel doelgericht en praktisch.

Woord voor woord

Je In « Je suis venu » betekent « Je » ‘ik’ en het is het onderwerp van de zin. Je gebruikt deze vorm vóór een werkwoord om naar jezelf te verwijzen.
suis In « Je suis venu » is « suis » de vorm van être die samen met « venu » uitdrukt dat de spreker gekomen is. Het patroon is onderwerp + « suis » + een voltooid deelwoord.
venu In « Je suis venu » betekent « venu » ‘gekomen’; het is de vorm van venir die met « suis » de voltooide handeling vormt. Dit patroon gebruik je om een komst vóór het spreekmoment te beschrijven.
pour In « pour des chaussures » betekent « pour » ‘voor’ en het geeft aan waarvoor iemand komt. Een bruikbaar patroon is « venir pour » gevolgd door het doel of de zaak.
des In « des chaussures » is « des » het onbepaalde lidwoord voor een meervoudige zaak. Het staat vóór « chaussures ».
chaussures In « des chaussures » betekent « chaussures » ‘schoenen’. Het woord vormt hier de zaak waarvoor de spreker naar de winkel kwam; het patroon « pour des chaussures » is direct herbruikbaar.
mais In « mais les autres articles exposés » betekent « mais » ‘maar’ en het leidt een tegenstelling in. Hier worden de noodzakelijke schoenen tegenover de afleidende andere artikelen geplaatst.
les In « les autres articles exposés » betekent « les » ‘de’ bij een meervoud. Het staat vóór « autres articles ».
autres In « les autres articles exposés » betekent « autres » ‘andere’ en onderscheidt het deze artikelen van de schoenen waarvoor de spreker kwam. Een bruikbaar patroon is « les autres » gevolgd door een meervoudig zelfstandig naamwoord.
articles In « les autres articles exposés » betekent « articles » ‘artikelen’ of ‘artikelen in de winkel’. Het woord staat na « les autres » en wordt verder omschreven door « exposés ».
exposés In « les autres articles exposés » betekent « exposés » ‘uitgestald’ of ‘getoond’. Het beschrijft de artikelen als zaken die in de winkel zichtbaar worden aangeboden en sluit in vorm aan bij « articles ».
me In « me distraient » betekent « me » ‘mij’ en het geeft aan wie door de artikelen wordt afgeleid. Het voornaamwoord staat vóór het werkwoord.
distraient In « me distraient » betekent « distraient » ‘leiden af’. De uitgestalde artikelen zijn hier degene die de aandacht van de spreker wegnemen; het patroon is onderwerp + « me » + werkwoord.
Commence In « Commence par ce pour quoi tu es venu » betekent « Commence » ‘begin’ en het is een directe aansporing aan één persoon. De combinatie « commence par » geeft aan waarmee iemand moet starten.
par In « commence par ce pour quoi tu es venu » betekent « par » ‘met’ of ‘bij’ en het geeft het startpunt aan. Het patroon « commencer par » gebruik je om de eerste stap of zaak te noemen.
ce In « ce pour quoi tu es venu » verwijst « ce » naar datgene waarvoor je gekomen bent. Samen met « pour quoi » vormt het een verwijzende uitdrukking voor ‘waarvoor’ of ‘dat waarvoor’.
quoi que ce soit « quoi que ce soit » betekent als geheel ‘wat dan ook’ of ‘iets om het even wat’ en maakt de uitdrukking onbeperkt. In « avant d'ajouter quoi que ce soit d'autre » draagt « quoi » het idee ‘wat’, verbindt « que » de delen, verwijst « ce » naar de zaak en geeft « soit » de vaste werkwoordsvorm; samen vormen ze één vaste uitdrukking. Hier is de hele uitdrukking het object van « ajouter ».
tu In « tu es venu » betekent « tu » ‘jij’ en het is het onderwerp van de aansporing en de bijbehorende uitleg. Deze vorm gebruik je voor de persoon die je rechtstreeks aanspreekt.
es In « tu es venu » is « es » de vorm van être die samen met « venu » uitdrukt dat de aangesproken persoon gekomen is. Het staat direct na « tu ».
avant In « avant d'ajouter » betekent « avant » ‘voordat’. Het plaatst het toevoegen na de actie waarmee iemand moet beginnen; het patroon is « avant de » + infinitief.
d'ajouter In « avant d'ajouter » betekent « d'ajouter » ‘toe te voegen’. Het is de infinitief « ajouter » na « de », waarbij « de » vóór een klinker de vorm « d' » krijgt.
d'autre In « quoi que ce soit d'autre » betekent « d'autre » ‘anders’ of ‘iets anders’. De vorm bestaat hier uit « de » en « autre » met elisie en staat na « quoi que ce soit ».
sont In « Les chaussures sont nécessaires » betekent « sont » ‘zijn’ en het verbindt de schoenen met hun eigenschap. Omdat « chaussures » het onderwerp is, staat hier de bijbehorende meervoudsvorm van être.
nécessaires In « Les chaussures sont nécessaires » betekent « nécessaires » ‘noodzakelijk’ of ‘nodig’. Het beschrijft de schoenen en sluit in vorm aan bij het meervoudige « chaussures ».
la In « la veste » betekent « la » ‘de’ en het is het bepaald lidwoord bij « veste ». Het staat vóór « veste ».
veste In « la veste » betekent « veste » ‘jasje’ of ‘jas’. Het is het kledingstuk dat in het gesprek als verleidelijk maar niet noodzakelijk wordt beschreven.
ne In « ne fait que me tenter » is « ne » onderdeel van de begrenzende constructie « ne ... que », die hier ‘alleen maar’ betekent. « ne » drukt dus samen met « que » de beperking uit en vormt hier geen volledige ontkenning.
fait In « ne fait que me tenter » is « fait » de vorm van faire binnen de constructie « ne fait que + infinitief ». De hele constructie betekent hier ‘alleen maar ... doen’ of ‘alleen maar ... zijn’; daarna volgt de infinitief « tenter ».
que In « ne fait que me tenter » sluit « que » samen met « ne » de constructie « ne ... que » af. De volledige constructie beperkt de betekenis tot ‘alleen maar’, zodat de veste alleen verleidt.
tenter In « me tenter » betekent « tenter » ‘verleiden’ in de zin van ergens zin in krijgen. Het staat als infinitief na « fait » binnen « ne fait que me tenter », terwijl « me » aangeeft wie verleid wordt.
Alors In « Alors, laisse la veste hors de ton panier » betekent « Alors » ‘dan’ of ‘dus’. Het verbindt het advies met de conclusie uit de vorige zin en staat hier aan het begin van de reactie.
laisse In « laisse la veste hors de ton panier » betekent « laisse » ‘laat’ of ‘houd’. Het is een directe aansporing om de veste niet in het mandje te doen.
hors In « hors de ton panier » betekent « hors » ‘buiten’ of ‘uit’. Samen met « de » vormt het een ruimtelijke uitdrukking voor iets buiten een plaats houden.
de In « hors de ton panier » maakt « de » samen met « hors » duidelijk waar iets buiten blijft: buiten het mandje. Het herbruikbare patroon is « hors de » + een plaats of zaak.
ton In « ton panier » betekent « ton » ‘jouw’ of ‘je’. Het staat vóór « panier » en maakt duidelijk dat het mandje van de aangesproken persoon is.
panier In « ton panier » betekent « panier » ‘mandje’. Hier gaat het om het winkelmandje waarin het jasje voorlopig niet moet komen.
le In « pour le moment » betekent « le » ‘het’ of ‘de’ binnen deze vaste tijdsuitdrukking. De hele uitdrukking « pour le moment » betekent ‘voorlopig’ of ‘op dit moment’.
moment In « pour le moment » betekent « moment » ‘moment’. Samen met « pour le » vormt het een tijdsaanduiding voor iets dat voorlopig geldt.
Ces In « Ces chaussettes » betekent « Ces » ‘deze’ en het wijst naar de sokken die hier worden aangewezen. Het staat vóór het meervoudige « chaussettes ».
chaussettes In « Ces chaussettes » betekent « chaussettes » ‘sokken’. Deze sokken worden voorgesteld als een aankoop die bij de schoenen past en een versleten paar vervangt.
iraient In « iraient bien avec les chaussures » betekent « iraient » hier ‘zouden passen’ of ‘zouden goed staan’. Het is de conditionele vorm van aller en maakt van de combinatie een voorstel of inschatting.
bien In « iraient bien avec les chaussures » betekent « bien » ‘goed’. Het versterkt « iraient » en maakt duidelijk dat de sokken goed bij de schoenen zouden passen.
avec In « iraient bien avec les chaussures » betekent « avec » ‘met’. Het verbindt de sokken met de schoenen waarmee ze worden gecombineerd; het patroon is « aller bien avec » + zaak.
et In « iraient bien avec les chaussures et remplaceraient ma paire usée » betekent « et » ‘en’. Het verbindt hier twee eigenschappen of mogelijke functies van dezelfde sokken.
remplaceraient In « remplaceraient ma paire usée » betekent « remplaceraient » ‘zouden vervangen’. De conditionele vorm presenteert het vervangen van het oude paar als het mogelijke gevolg van de aankoop.
ma In « ma paire usée » betekent « ma » ‘mijn’. Het staat vóór « paire » en maakt duidelijk dat het versleten paar van de spreker is.
paire In « ma paire usée » betekent « paire » ‘paar’. Hier verwijst het naar het oude paar sokken dat door de nieuwe sokken vervangen zou worden.
usée In « ma paire usée » betekent « usée » ‘versleten’. Het beschrijft « paire » en geeft aan waarom dit paar vervangen moet worden.
Elles In « Elles conviennent mieux à ton plan » betekent « Elles » ‘ze’ en verwijst het naar « ces chaussettes ». Het is het onderwerp van de zin over de geschiktheid van de sokken.
conviennent In « Elles conviennent mieux à ton plan » betekent « conviennent » ‘passen bij’ of ‘geschikt zijn voor’. Het werkwoord wordt hier gebruikt met « à » om aan te geven waaraan iets voldoet.
mieux In « conviennent mieux à ton plan que la veste » betekent « mieux » ‘beter’. Het vergelijkt hoe goed de sokken bij het plan passen met de veste.
à In « conviennent mieux à ton plan » geeft « à » aan waarop de geschiktheid gericht is: het plan. Het bruikbare patroon is « convenir à » + een persoon, plan of doel.
plan In « ton plan » betekent « plan » ‘plan’. Hier is het het plan om de aankoop beperkt te houden tot wat nodig en praktisch is.
prends In « Je prends les chaussures et les chaussettes » betekent « prends » ‘neem’ of ‘pak’. Met « je » drukt de spreker hier een concrete keuze in de winkel uit; het patroon is « je prends » + gekozen zaak.
puis In « puis je pars » betekent « puis » ‘daarna’ of ‘vervolgens’. Het ordent de twee acties: eerst de schoenen en sokken nemen, daarna vertrekken.
pars In « puis je pars » betekent « pars » ‘ik vertrek’ of ‘ik ga weg’. Het beschrijft de actie die volgt nadat de aankoop is gekozen.
Ainsi In « Ainsi, ta visite au magasin reste ciblée et pratique » betekent « Ainsi » ‘zo’ of ‘op die manier’. Het leidt de conclusie in over het gevolg van de beperkte keuze.
ta In « ta visite au magasin » betekent « ta » ‘jouw’ of ‘je’. Het staat vóór « visite » en maakt duidelijk dat het winkelbezoek van de aangesproken persoon is.
visite In « ta visite au magasin » betekent « visite » ‘bezoek’. Hier gaat het om het bezoek aan de winkel als geheel, niet om één afzonderlijke aankoop.
au In « au magasin » betekent « au » ‘naar de’ of ‘in de’. Het is de samengevoegde vorm van « à » en « le » vóór « magasin ».
magasin In « au magasin » betekent « magasin » ‘winkel’. Samen verwijst « au magasin » naar de plaats waar de schoenen, sokken en veste worden bekeken.
reste In « ta visite au magasin reste ciblée et pratique » betekent « reste » ‘blijft’. Het geeft aan dat het winkelbezoek zijn gerichte en praktische karakter behoudt.
ciblée In « reste ciblée et pratique » betekent « ciblée » ‘gericht’ of ‘gefocust’. Het beschrijft « visite » en verwijst hier naar een bezoek dat bij de benodigde aankopen blijft.
pratique In « reste ciblée et pratique » betekent « pratique » ‘praktisch’. Het beschrijft het winkelbezoek als nuttig en doelmatig naast « ciblée ».

Grammatica

ne faire que + infinitif

ne faire que

nuh fèr kuh

alleen maar

Deze vaste constructie beperkt de handeling: iemand doet niets anders dan wat erop volgt.

aller bien avec — conditionnel

iraient bien avec

i-rè bjèn a-vek

goed zouden passen bij

De uitgang -aient geeft hier het conditionnel aan: iets zou goed passen bij iets anders.

Frans woordenschat

ajouter werkwoord
a-zjoe-tee toevoegen

avant d'ajouter quoi que ce soit d'autre

article zelfstandig naamwoord
ar-tikl artikel, winkelartikel articles

les autres articles exposés

ce pour quoi uitdrukking
suh poer kwaa waarvoor

ce pour quoi tu es venu

chaussure zelfstandig naamwoord
sjoesuur schoen chaussures

des chaussures

commencer werkwoord
ko-man-see beginnen Commence

Commence par ce pour quoi tu es venu

distraire werkwoord
dis-trèr afleiden distraient

me distraient

exposé bijvoeglijk naamwoord
eks-po-zee uitgestald, tentoongesteld exposés

les articles exposés

laisser werkwoord
les-see laten laisse

laisse la veste hors de ton panier

ne faire que uitdrukking
nuh fèr kuh alleen maar

la veste ne fait que me tenter

nécessaire bijvoeglijk naamwoord
nee-se-sèr nodig, noodzakelijk nécessaires

Les chaussures sont nécessaires

tenter werkwoord
tan-tee verleiden, in de verleiding brengen

me tenter

veste zelfstandig naamwoord
vest jasje, jas

la veste

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

jasje, jas

Antwoord tonenveste

nodig, noodzakelijk

Antwoord tonennécessaires

afleiden

Antwoord tonendistraient

uitgestald, tentoongesteld

Antwoord tonenexposés