Je
In « Je suis venu » betekent « Je » ‘ik’ en het is het onderwerp van de zin. Je gebruikt deze vorm vóór een werkwoord om naar jezelf te verwijzen.
suis
In « Je suis venu » is « suis » de vorm van être die samen met « venu » uitdrukt dat de spreker gekomen is. Het patroon is onderwerp + « suis » + een voltooid deelwoord.
venu
In « Je suis venu » betekent « venu » ‘gekomen’; het is de vorm van venir die met « suis » de voltooide handeling vormt. Dit patroon gebruik je om een komst vóór het spreekmoment te beschrijven.
pour
In « pour des chaussures » betekent « pour » ‘voor’ en het geeft aan waarvoor iemand komt. Een bruikbaar patroon is « venir pour » gevolgd door het doel of de zaak.
des
In « des chaussures » is « des » het onbepaalde lidwoord voor een meervoudige zaak. Het staat vóór « chaussures ».
chaussures
In « des chaussures » betekent « chaussures » ‘schoenen’. Het woord vormt hier de zaak waarvoor de spreker naar de winkel kwam; het patroon « pour des chaussures » is direct herbruikbaar.
mais
In « mais les autres articles exposés » betekent « mais » ‘maar’ en het leidt een tegenstelling in. Hier worden de noodzakelijke schoenen tegenover de afleidende andere artikelen geplaatst.
les
In « les autres articles exposés » betekent « les » ‘de’ bij een meervoud. Het staat vóór « autres articles ».
autres
In « les autres articles exposés » betekent « autres » ‘andere’ en onderscheidt het deze artikelen van de schoenen waarvoor de spreker kwam. Een bruikbaar patroon is « les autres » gevolgd door een meervoudig zelfstandig naamwoord.
articles
In « les autres articles exposés » betekent « articles » ‘artikelen’ of ‘artikelen in de winkel’. Het woord staat na « les autres » en wordt verder omschreven door « exposés ».
exposés
In « les autres articles exposés » betekent « exposés » ‘uitgestald’ of ‘getoond’. Het beschrijft de artikelen als zaken die in de winkel zichtbaar worden aangeboden en sluit in vorm aan bij « articles ».
me
In « me distraient » betekent « me » ‘mij’ en het geeft aan wie door de artikelen wordt afgeleid. Het voornaamwoord staat vóór het werkwoord.
distraient
In « me distraient » betekent « distraient » ‘leiden af’. De uitgestalde artikelen zijn hier degene die de aandacht van de spreker wegnemen; het patroon is onderwerp + « me » + werkwoord.
Commence
In « Commence par ce pour quoi tu es venu » betekent « Commence » ‘begin’ en het is een directe aansporing aan één persoon. De combinatie « commence par » geeft aan waarmee iemand moet starten.
par
In « commence par ce pour quoi tu es venu » betekent « par » ‘met’ of ‘bij’ en het geeft het startpunt aan. Het patroon « commencer par » gebruik je om de eerste stap of zaak te noemen.
ce
In « ce pour quoi tu es venu » verwijst « ce » naar datgene waarvoor je gekomen bent. Samen met « pour quoi » vormt het een verwijzende uitdrukking voor ‘waarvoor’ of ‘dat waarvoor’.
quoi que ce soit
« quoi que ce soit » betekent als geheel ‘wat dan ook’ of ‘iets om het even wat’ en maakt de uitdrukking onbeperkt. In « avant d'ajouter quoi que ce soit d'autre » draagt « quoi » het idee ‘wat’, verbindt « que » de delen, verwijst « ce » naar de zaak en geeft « soit » de vaste werkwoordsvorm; samen vormen ze één vaste uitdrukking. Hier is de hele uitdrukking het object van « ajouter ».
tu
In « tu es venu » betekent « tu » ‘jij’ en het is het onderwerp van de aansporing en de bijbehorende uitleg. Deze vorm gebruik je voor de persoon die je rechtstreeks aanspreekt.
es
In « tu es venu » is « es » de vorm van être die samen met « venu » uitdrukt dat de aangesproken persoon gekomen is. Het staat direct na « tu ».
avant
In « avant d'ajouter » betekent « avant » ‘voordat’. Het plaatst het toevoegen na de actie waarmee iemand moet beginnen; het patroon is « avant de » + infinitief.
d'ajouter
In « avant d'ajouter » betekent « d'ajouter » ‘toe te voegen’. Het is de infinitief « ajouter » na « de », waarbij « de » vóór een klinker de vorm « d' » krijgt.
d'autre
In « quoi que ce soit d'autre » betekent « d'autre » ‘anders’ of ‘iets anders’. De vorm bestaat hier uit « de » en « autre » met elisie en staat na « quoi que ce soit ».
sont
In « Les chaussures sont nécessaires » betekent « sont » ‘zijn’ en het verbindt de schoenen met hun eigenschap. Omdat « chaussures » het onderwerp is, staat hier de bijbehorende meervoudsvorm van être.
nécessaires
In « Les chaussures sont nécessaires » betekent « nécessaires » ‘noodzakelijk’ of ‘nodig’. Het beschrijft de schoenen en sluit in vorm aan bij het meervoudige « chaussures ».
la
In « la veste » betekent « la » ‘de’ en het is het bepaald lidwoord bij « veste ». Het staat vóór « veste ».
veste
In « la veste » betekent « veste » ‘jasje’ of ‘jas’. Het is het kledingstuk dat in het gesprek als verleidelijk maar niet noodzakelijk wordt beschreven.
ne
In « ne fait que me tenter » is « ne » onderdeel van de begrenzende constructie « ne ... que », die hier ‘alleen maar’ betekent. « ne » drukt dus samen met « que » de beperking uit en vormt hier geen volledige ontkenning.
fait
In « ne fait que me tenter » is « fait » de vorm van faire binnen de constructie « ne fait que + infinitief ». De hele constructie betekent hier ‘alleen maar ... doen’ of ‘alleen maar ... zijn’; daarna volgt de infinitief « tenter ».
que
In « ne fait que me tenter » sluit « que » samen met « ne » de constructie « ne ... que » af. De volledige constructie beperkt de betekenis tot ‘alleen maar’, zodat de veste alleen verleidt.
tenter
In « me tenter » betekent « tenter » ‘verleiden’ in de zin van ergens zin in krijgen. Het staat als infinitief na « fait » binnen « ne fait que me tenter », terwijl « me » aangeeft wie verleid wordt.
Alors
In « Alors, laisse la veste hors de ton panier » betekent « Alors » ‘dan’ of ‘dus’. Het verbindt het advies met de conclusie uit de vorige zin en staat hier aan het begin van de reactie.
laisse
In « laisse la veste hors de ton panier » betekent « laisse » ‘laat’ of ‘houd’. Het is een directe aansporing om de veste niet in het mandje te doen.
hors
In « hors de ton panier » betekent « hors » ‘buiten’ of ‘uit’. Samen met « de » vormt het een ruimtelijke uitdrukking voor iets buiten een plaats houden.
de
In « hors de ton panier » maakt « de » samen met « hors » duidelijk waar iets buiten blijft: buiten het mandje. Het herbruikbare patroon is « hors de » + een plaats of zaak.
ton
In « ton panier » betekent « ton » ‘jouw’ of ‘je’. Het staat vóór « panier » en maakt duidelijk dat het mandje van de aangesproken persoon is.
panier
In « ton panier » betekent « panier » ‘mandje’. Hier gaat het om het winkelmandje waarin het jasje voorlopig niet moet komen.
le
In « pour le moment » betekent « le » ‘het’ of ‘de’ binnen deze vaste tijdsuitdrukking. De hele uitdrukking « pour le moment » betekent ‘voorlopig’ of ‘op dit moment’.
moment
In « pour le moment » betekent « moment » ‘moment’. Samen met « pour le » vormt het een tijdsaanduiding voor iets dat voorlopig geldt.
Ces
In « Ces chaussettes » betekent « Ces » ‘deze’ en het wijst naar de sokken die hier worden aangewezen. Het staat vóór het meervoudige « chaussettes ».
chaussettes
In « Ces chaussettes » betekent « chaussettes » ‘sokken’. Deze sokken worden voorgesteld als een aankoop die bij de schoenen past en een versleten paar vervangt.
iraient
In « iraient bien avec les chaussures » betekent « iraient » hier ‘zouden passen’ of ‘zouden goed staan’. Het is de conditionele vorm van aller en maakt van de combinatie een voorstel of inschatting.
bien
In « iraient bien avec les chaussures » betekent « bien » ‘goed’. Het versterkt « iraient » en maakt duidelijk dat de sokken goed bij de schoenen zouden passen.
avec
In « iraient bien avec les chaussures » betekent « avec » ‘met’. Het verbindt de sokken met de schoenen waarmee ze worden gecombineerd; het patroon is « aller bien avec » + zaak.
et
In « iraient bien avec les chaussures et remplaceraient ma paire usée » betekent « et » ‘en’. Het verbindt hier twee eigenschappen of mogelijke functies van dezelfde sokken.
remplaceraient
In « remplaceraient ma paire usée » betekent « remplaceraient » ‘zouden vervangen’. De conditionele vorm presenteert het vervangen van het oude paar als het mogelijke gevolg van de aankoop.
ma
In « ma paire usée » betekent « ma » ‘mijn’. Het staat vóór « paire » en maakt duidelijk dat het versleten paar van de spreker is.
paire
In « ma paire usée » betekent « paire » ‘paar’. Hier verwijst het naar het oude paar sokken dat door de nieuwe sokken vervangen zou worden.
usée
In « ma paire usée » betekent « usée » ‘versleten’. Het beschrijft « paire » en geeft aan waarom dit paar vervangen moet worden.
Elles
In « Elles conviennent mieux à ton plan » betekent « Elles » ‘ze’ en verwijst het naar « ces chaussettes ». Het is het onderwerp van de zin over de geschiktheid van de sokken.
conviennent
In « Elles conviennent mieux à ton plan » betekent « conviennent » ‘passen bij’ of ‘geschikt zijn voor’. Het werkwoord wordt hier gebruikt met « à » om aan te geven waaraan iets voldoet.
mieux
In « conviennent mieux à ton plan que la veste » betekent « mieux » ‘beter’. Het vergelijkt hoe goed de sokken bij het plan passen met de veste.
à
In « conviennent mieux à ton plan » geeft « à » aan waarop de geschiktheid gericht is: het plan. Het bruikbare patroon is « convenir à » + een persoon, plan of doel.
plan
In « ton plan » betekent « plan » ‘plan’. Hier is het het plan om de aankoop beperkt te houden tot wat nodig en praktisch is.
prends
In « Je prends les chaussures et les chaussettes » betekent « prends » ‘neem’ of ‘pak’. Met « je » drukt de spreker hier een concrete keuze in de winkel uit; het patroon is « je prends » + gekozen zaak.
puis
In « puis je pars » betekent « puis » ‘daarna’ of ‘vervolgens’. Het ordent de twee acties: eerst de schoenen en sokken nemen, daarna vertrekken.
pars
In « puis je pars » betekent « pars » ‘ik vertrek’ of ‘ik ga weg’. Het beschrijft de actie die volgt nadat de aankoop is gekozen.
Ainsi
In « Ainsi, ta visite au magasin reste ciblée et pratique » betekent « Ainsi » ‘zo’ of ‘op die manier’. Het leidt de conclusie in over het gevolg van de beperkte keuze.
ta
In « ta visite au magasin » betekent « ta » ‘jouw’ of ‘je’. Het staat vóór « visite » en maakt duidelijk dat het winkelbezoek van de aangesproken persoon is.
visite
In « ta visite au magasin » betekent « visite » ‘bezoek’. Hier gaat het om het bezoek aan de winkel als geheel, niet om één afzonderlijke aankoop.
au
In « au magasin » betekent « au » ‘naar de’ of ‘in de’. Het is de samengevoegde vorm van « à » en « le » vóór « magasin ».
magasin
In « au magasin » betekent « magasin » ‘winkel’. Samen verwijst « au magasin » naar de plaats waar de schoenen, sokken en veste worden bekeken.
reste
In « ta visite au magasin reste ciblée et pratique » betekent « reste » ‘blijft’. Het geeft aan dat het winkelbezoek zijn gerichte en praktische karakter behoudt.
ciblée
In « reste ciblée et pratique » betekent « ciblée » ‘gericht’ of ‘gefocust’. Het beschrijft « visite » en verwijst hier naar een bezoek dat bij de benodigde aankopen blijft.
pratique
In « reste ciblée et pratique » betekent « pratique » ‘praktisch’. Het beschrijft het winkelbezoek als nuttig en doelmatig naast « ciblée ».