La
«La» is het Franse bepaalde lidwoord bij «caisse»; samen betekent «La caisse» hier ‘de kassa’. De vorm staat voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
caisse
«caisse» betekent hier ‘kassa’, de plaats of het kassasysteem waarop het artikel wordt geregistreerd. In de dialoog staat het in «La caisse» en later in «à la caisse».
indique
«indique» betekent hier ‘geeft aan’ of ‘toont’ en is de werkwoordsvorm bij «La caisse». De vorm komt van indiquer en staat in «indique qu'il s'agit d'un autre article».
qu'il
«qu'il» betekent hier ‘dat het’ en verbindt de mededeling van «indique» met wat de kassa aangeeft. Het is de samentrekking van que en il in «qu'il s'agit d'un autre article».
s'agit
«s'agit» helpt hier aangeven waar het om gaat: het gaat om een ander artikel. De vorm komt van s'agir en draagt die betekenis samen met de omliggende constructie in «qu'il s'agit d'un autre article».
d'un
«d'un» betekent hier ‘van een’ en maakt deel uit van «d'un autre article». Het is de samentrekking van de en un en specificeert samen met «autre article» om welk artikel het gaat.
autre
«autre» betekent hier ‘ander’ en beschrijft «article» als niet hetzelfde artikel als het eerder bedoelde. In «un autre article» staat het direct vóór het zelfstandig naamwoord.
article
«article» betekent hier ‘artikel’, dus een winkelartikel. In de dialoog staat het in «un autre article» en in «l'article dans notre système».
Mais
«Mais» betekent ‘maar’ en introduceert een tegenstelling met de informatie over de kassa. Het kondigt hier een correctie of tegenwerping aan, zoals in «Mais l'étiquette du rayon était sous ce produit».
l'étiquette
«l'étiquette» betekent hier ‘het etiket’ of ‘het schapkaartje’. De l' is het bepaalde lidwoord vóór een klinker; de volledige woordgroep «l'étiquette du rayon» benoemt het kaartje van de winkelafdeling.
du
«du» betekent hier ‘van het/de’ in «l'étiquette du rayon». Het is de samentrekking van de en le en verbindt rayon met étiquette.
rayon
«rayon» verwijst hier naar het schap of de winkelafdeling waar het kaartje hangt. In «l'étiquette du rayon» bepaalt het waarvan het etiket is.
était
«était» betekent hier ‘was’ en beschrijft waar het etiket zich bevond. De vorm komt van être en staat in «l'étiquette du rayon était sous ce produit».
sous
«sous» betekent hier ‘onder’ en geeft de positie van het etiket ten opzichte van het product aan. Het staat in de plaatsbepaling «sous ce produit».
ce
«ce» betekent hier ‘dit/deze’ en wijst in «ce produit» het bedoelde product aan. Het staat direct vóór «produit».
produit
«produit» betekent hier ‘product’, het artikel in de winkel. In «ce produit» wordt het door ce aangewezen als een concreet product.
Je
«Je» betekent ‘ik’ en is hier het onderwerp van wat medewerker B gaat doen. Het staat aan het begin van «Je vais vérifier l'étiquette du rayon».
vais
«vais» betekent hier niet op zichzelf ‘ga’ als verplaatsing, maar vormt met «vérifier» de nabije toekomst: «Je vais vérifier l'étiquette du rayon». De vorm komt van aller; het patroon is je vais + infinitief.
vérifier
«vérifier» betekent ‘controleren’ en is hier de handeling die B meteen van plan is te doen. Het is een infinitief na «vais» in «Je vais vérifier l'étiquette du rayon».
avant
«avant» betekent hier ‘voordat’ en plaatst de controle vóór een andere handeling. In «avant de modifier quoi que ce soit» staat het in het patroon avant de + infinitief.
de
«de» is hier niet los ‘van’, maar het verbindende deel in «avant de modifier». Zo wordt de infinitief «modifier» na «avant» geplaatst; het patroon «avant de» betekent ‘voordat je ...’.
modifier
«modifier» betekent hier ‘wijzigen’ en benoemt de handeling die nog niet zonder controle mag gebeuren. Het is de infinitief na «avant de» in «avant de modifier quoi que ce soit».
quoi que ce soit
«quoi que ce soit» betekent hier ‘wat dan ook’ of ‘iets, om het even wat’, in de betekenis dat er niets zonder controle wordt gewijzigd. In deze vaste uitdrukking draagt «quoi» het idee ‘wat’, terwijl «que», «ce» en «soit» samen de onbepaalde formulering vormen; ze staan samen in «modifier quoi que ce soit».
à
«à» betekent hier ‘bij’ of ‘aan’ in «à la caisse» en geeft de plaats van de handeling aan. Het vormt met het lidwoord en zelfstandig naamwoord een veelgebruikt patroon voor een locatie.
Elle
«Elle» betekent hier ‘zij’ of ‘het’ en verwijst naar «l'étiquette», dat in het Frans vrouwelijk is. In «Elle était juste sous cette taille» is het het onderwerp.
juste
«juste» betekent hier ‘precies’ of ‘direct’ en versterkt de plaatsbepaling onder de maat. In «juste sous cette taille» geeft het de exacte positie aan.
cette
«cette» betekent hier ‘deze’ en wijst in «cette taille» naar de bedoelde maat. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord.
taille
«taille» betekent hier ‘maat’, bijvoorbeeld de maat van het product. In «sous cette taille» is het de referentie voor de positie van het etiket.
ne
«ne» is hier het eerste deel van de ontkenning in «ne correspond pas à l'article». Het maakt samen met «pas» duidelijk dat het label niet overeenkomt.
correspond
«correspond» betekent hier ‘komt overeen’ en beschrijft de relatie tussen het label en het artikel. De vorm komt van correspondre en staat in «ne correspond pas à l'article».
pas
«pas» is hier het tweede deel van de ontkenning «ne correspond pas». Samen betekent de constructie dat het label niet overeenkomt met het artikel.
l'article
«l'article» betekent hier ‘het artikel’ dat in het systeem staat geregistreerd. De l' is het bepaalde lidwoord vóór een klinker; de woordgroep staat in «pas à l'article».
dans
«dans» betekent hier ‘in’ en geeft aan dat het artikel in het systeem staat. Het staat in de woordgroep «dans notre système».
notre
«notre» betekent ‘ons/onze’ en verbindt het systeem met de winkel die spreekt. In «notre système» staat het vóór het zelfstandig naamwoord.
système
«système» betekent hier ‘systeem’, het registratiesysteem van de winkel. In «notre système» wordt het door notre aan de winkel gekoppeld.
Pourriez-vous
«Pourriez-vous» betekent hier ‘zou u kunnen’ en is een beleefde vraag aan de medewerker. De vorm komt van pouvoir met vous en staat vóór het infinitief in «Pourriez-vous le corriger».
le
«le» betekent hier ‘het’ en verwijst naar de kwestie of fout die gecorrigeerd moet worden. Als objectpronomen staat het vóór «corriger» in «le corriger».
corriger
«corriger» betekent hier ‘corrigeren’ en benoemt de gevraagde handeling. Het is de infinitief in «Pourriez-vous le corriger» en volgt daar op le.
que
«que» betekent hier ‘dat’ in «avant que je paie». Het leidt de bijzin in die aangeeft welke handeling nog niet heeft plaatsgevonden.
paie
«paie» betekent hier ‘betaal’ in de bijzin «avant que je paie». De vorm komt van payer en benoemt de handeling van de spreker na je.
J'ai
«J'ai» betekent ‘ik heb’ en introduceert hier de behoefte aan goedkeuring. De vorm komt van avoir en staat in «J'ai besoin qu'un responsable approuve la correction».
besoin
«besoin» betekent hier ‘behoefte’ en maakt met «J'ai» de betekenis ‘ik heb nodig’. In «J'ai besoin qu'un responsable approuve la correction» volgt een bijzin die aangeeft wat nodig is.
qu'un
«qu'un» betekent hier ‘dat een’ en leidt de bijzin in na «J'ai besoin». Het is de samentrekking van que en un; in «qu'un responsable approuve la correction» is responsable de persoon die moet goedkeuren.
responsable
«responsable» betekent hier ‘verantwoordelijke’ of ‘leidinggevende’, de persoon die de correctie mag goedkeuren. In «un responsable approuve la correction» is het de uitvoerder van approuve.
approuve
«approuve» betekent ‘goedkeurt’ en is de handeling die de verantwoordelijke moet uitvoeren. De vorm komt van approuver en staat vóór «la correction» in «responsable approuve la correction».
correction
«correction» betekent hier ‘correctie’, dus de aanpassing die nodig is om het verschil te herstellen. In «approuve la correction» is het datgene waarvoor goedkeuring nodig is.
peux
«peux» betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de spreker bereid of in staat is om te wachten. De vorm komt van pouvoir en staat bij je in «Je peux attendre».
attendre
«attendre» betekent ‘wachten’ en is de handeling die de klant aanbiedt. Het is de infinitief na «peux» in «Je peux attendre».
pendant
«pendant» betekent hier ‘terwijl’ in «pendant que vous vérifiez». Met que leidt het de gelijktijdige handeling van controleren in.
vous
«vous» betekent hier ‘u’ en richt zich beleefd tot de medewerker. In «vous vérifiez» is het het onderwerp van de controle.
vérifiez
«vérifiez» betekent hier ‘controleert’ en is de werkwoordsvorm bij «vous». De vorm komt van vérifier en staat in «pendant que vous vérifiez».
Nous
«Nous» betekent ‘wij’ en is hier het onderwerp van de twee acties aan de kassa en met het label. Het staat in «Nous allons corriger cela».
allons
«allons» vormt met «corriger» de nabije toekomst in «Nous allons corriger cela». De vorm komt van aller; het patroon nous allons + infinitief is bruikbaar voor wat de spreker meteen gaat doen.
cela
«cela» betekent hier ‘dat’ of ‘die kwestie’ en verwijst naar het probleem dat aan de kassa moet worden opgelost. In «corriger cela» staat het als object van corriger.
et
«et» betekent ‘en’ en verbindt de correctie aan de kassa met het bijwerken van het label. In «corriger cela à la caisse et mettre à jour l'étiquette du rayon» koppelt het twee handelingen.
mettre à jour
«mettre à jour» betekent hier ‘bijwerken’ of weer actueel maken. «mettre» draagt de handeling, terwijl «à jour» samen het idee toevoegt dat iets actueel wordt; in «mettre à jour l'étiquette du rayon» is het label het object.
préfère
«préfère» betekent hier ‘geeft de voorkeur aan’ en laat zien dat de spreker het probleem nu wil afhandelen. De vorm komt van préférer en staat in «Je préfère régler cela maintenant».
régler
«régler» betekent hier ‘afhandelen’ of ‘regelen’ en verwijst naar het oplossen van de kwestie. In «régler cela maintenant» staat cela als object van dit infinitief.
maintenant
«maintenant» betekent ‘nu’ en legt vast dat de afhandeling meteen moet gebeuren. Het staat in «régler cela maintenant» en contrasteert daar met «plus tard».
plutôt que
«plutôt que» betekent hier ‘liever dan’ en zet de gewenste optie tegenover het terugkomen op een later moment. «plutôt» drukt de voorkeur uit en «que» verbindt de twee opties; de volledige constructie staat in «plutôt que de revenir plus tard».
revenir
«revenir» betekent ‘terugkomen’ en is de handeling die de spreker liever wil vermijden door het nu te regelen. Het staat na «de» in «de revenir plus tard».
plus
«plus» draagt in de woordgroep «plus tard» bij aan de betekenis ‘later’, niet aan ‘meer’. Samen met tard duidt het een later moment aan; de woordgroep staat in «de revenir plus tard».
tard
«tard» betekent hier ‘later’ in de tijdsaanduiding «plus tard». Samen met plus verwijst het naar een moment na nu.