Mon
Mon betekent hier ‘mijn’ in Mon horaire de travail: het geeft aan dat het rooster van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord horaire. Je gebruikt deze vorm wanneer je in het Frans naar iets van jezelf verwijst.
horaire
Horaire betekent hier ‘rooster’ of ‘werktijden’, in Mon horaire de travail. In combinatie met de travail verwijst het naar het schema waarin iemand werkt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een werk- of vervoersschema bespreekt.
de
De verbindt horaire met travail en betekent hier ‘van’: Mon horaire de travail is ‘mijn werkrooster’. De geeft aan waar het rooster betrekking op heeft. Deze verbinding is bruikbaar bij een rooster, planning of ander schema dat bij werk hoort.
travail
Travail betekent hier ‘werk’ in de vaste woordgroep horaire de travail. Het specificeert dat het om een werkrooster gaat, niet om een ander soort rooster. Je gebruikt het wanneer je over werk, werktijden of werkgerelateerde planning spreekt.
a
A betekent hier ‘heeft’ en helpt samen met changé om aan te geven dat het rooster veranderd is. In a changé is a de vorm van het hulpwerkwoord avoir. Je gebruikt avoir met een voltooid deelwoord om een afgeronde verandering of gebeurtenis te beschrijven.
changé
Changé betekent hier ‘veranderd’ in a changé: het werkrooster is veranderd. Samen met a vormt het de uitdrukking a changé voor een verandering die al heeft plaatsgevonden. Je gebruikt het wanneer een planning, situatie of gewoonte niet meer hetzelfde is.
alors
Alors betekent hier ‘dus’ en verbindt de veranderde werksituatie met de conclusie dat een abonnement misschien nodig is. Het laat zien dat de tweede mededeling uit de eerste volgt. Je gebruikt alors in gesprekken om een gevolg, voorstel of volgende stap in te leiden.
j'aurai
J'aurai betekent hier ‘ik zal hebben’ in j'aurai peut-être besoin d'un abonnement. Het is de toekomstige vorm van avoir en verwijst naar een mogelijke behoefte in de toekomst. Je gebruikt de constructie avoir besoin de wanneer je zegt dat je iets nodig hebt.
peut-être
Peut-être betekent als geheel ‘misschien’ en drukt onzekerheid uit over de behoefte aan een abonnement. De uitdrukking bestaat uit peut, dat mogelijkheid uitdrukt, en être, ‘zijn’; samen vormen ze de vaste bijwoordelijke uitdrukking peut-être. Je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid noemt zonder zekerheid te geven.
besoin
Besoin betekent hier ‘behoefte’ in j'aurai peut-être besoin d'un abonnement, dus ‘ik heb misschien een abonnement nodig’. Het hoort bij de constructie avoir besoin de, waarin de persoon of zaak die nodig is na de komt. Je gebruikt deze constructie voor een praktische of persoonlijke behoefte.
d'un
D'un betekent hier ‘van een’ in besoin d'un abonnement. Het is de samentrekking van de en un vóór een zelfstandig naamwoord. Na besoin de geeft d'un aan wat iemand nodig heeft.
abonnement
Abonnement betekent hier ‘abonnement’ of ‘vervoerspas’. In abonnement de transport gaat het om een abonnement waarmee je gebruikmaakt van vervoer. Je gebruikt dit woord wanneer je een periodieke vervoersoptie of pas bespreekt.
transport
Transport betekent hier ‘vervoer’ in abonnement de transport. Het specificeert het soort abonnement. Je gebruikt het in contexten over openbaar vervoer, vervoersdiensten of reizen.
Un
Un betekent hier ‘een’ in Un abonnement en introduceert een abonnement zonder het als een al eerder genoemd specifiek abonnement aan te wijzen. Het is het onbepaalde lidwoord vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Je gebruikt un wanneer je een optie of zaak voor het eerst noemt.
n'est
N'est maakt hier deel uit van n'est utile que en helpt samen met que om een beperking uit te drukken: het abonnement is alleen nuttig onder een bepaalde voorwaarde. De vorm bevat ne vóór est, waarbij de e wegvalt. De betekenis ‘alleen’ komt uit de hele constructie ne ... que, niet uit n'est alleen.
utile
Utile betekent hier ‘nuttig’ in n'est utile que: een abonnement helpt alleen wanneer het bij de reisfrequentie past. Het beschrijft de praktische waarde van het abonnement. Je gebruikt utile om te zeggen dat iets voordeel of nut heeft.
que
Que betekent hier samen met n'est ‘alleen’ en beperkt wanneer het abonnement nuttig is. In n'est utile que s'il ... vormt que het tweede deel van de beperkende constructie ne ... que. Je gebruikt deze constructie om één voorwaarde of beperking te benadrukken.
s'il
S'il betekent hier ‘als het’ in s'il correspond à la fréquence de tes trajets. Het is de samentrekking van si en il en leidt een voorwaarde in. Je gebruikt s'il om te zeggen onder welke voorwaarde iets geldt.
correspond
Correspond betekent hier ‘overeenkomt met’ of ‘past bij’: het abonnement moet passen bij de frequentie van je ritten. Het werkwoord wordt in deze zin gebruikt met à, zoals in correspond à la fréquence. Je gebruikt het om een overeenkomst tussen een optie en een behoefte of patroon te beschrijven.
à
À betekent hier ‘bij’ in correspond à la fréquence de tes trajets. Het markeert waarmee het abonnement moet overeenkomen. Deze combinatie is bruikbaar wanneer je zegt dat iets bij een persoon, situatie of criterium past.
la
La is hier het bepaalde lidwoord ‘de’ vóór fréquence. Het verwijst naar de specifieke frequentie die in deze context bij de ritten hoort. Je gebruikt la vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van dit type.
fréquence
Fréquence betekent hier ‘frequentie’, dus hoe vaak de ritten worden gemaakt. In la fréquence de tes trajets bepaalt de woordgroep de maatstaf waaraan het abonnement moet beantwoorden. Je gebruikt het bij aantallen of gebeurtenissen die regelmatig terugkomen.
tes
Tes betekent hier ‘jouw’ vóór het meervoud trajets. Het laat zien dat de ritten van de aangesproken persoon zijn. Je gebruikt tes wanneer één persoon meerdere dingen bezit of ermee verbonden is.
trajets
Trajets betekent hier ‘ritten’ of ‘trajecten’ in la fréquence de tes trajets. Het verwijst naar de verplaatsingen die iemand maakt, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer. Je gebruikt dit woord wanneer de afgelegde ritten zelf centraal staan.
Acheter
Acheter betekent hier ‘kopen’ en staat aan het begin van de zin als de handeling waarover een oordeel wordt gegeven. Acheter des billets à l'unité betekent ‘losse kaartjes kopen’. Je gebruikt een infinitief op deze manier wanneer je een activiteit als onderwerp bespreekt.
des
Des betekent hier ‘enkele’ of ‘kaartjes’ in de onbepaalde meervoudsgroep des billets. Het introduceert meerdere kaartjes zonder een specifieke set aan te wijzen. Je gebruikt des vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om niet nader bepaalde zaken gaat.
billets
Billets betekent hier ‘kaartjes’ of ‘tickets’ in des billets à l'unité. In deze context gaat het om afzonderlijke vervoerskaartjes. Je gebruikt het wanneer je tickets voor een reis of vervoersrit bespreekt.
l'unité
L'unité betekent hier in billets à l'unité ‘per stuk’ of ‘afzonderlijk’. De uitdrukking maakt duidelijk dat de kaartjes één voor één worden gekocht, tegenover een abonnement. Je gebruikt à l'unité wanneer je iets individueel of per afzonderlijke eenheid beschrijft.
me
Me betekent hier ‘mij’ in me paraît peu pratique en geeft aan voor wie iets onpraktisch lijkt. Het hoort bij paraît: de indruk wordt aan de spreker toegeschreven. Je gebruikt me op dezelfde plaats wanneer je zegt hoe iets op jou overkomt.
paraît
Paraît betekent hier ‘lijkt’ in me paraît peu pratique: losse kaartjes kopen komt op de spreker onpraktisch over. Samen met me drukt het een persoonlijke indruk uit. Je gebruikt paraît wanneer je een beoordeling of indruk voorzichtig formuleert.
maintenant
Maintenant betekent hier ‘nu’ en plaatst de beoordeling in de huidige situatie. Het contrasteert impliciet met de vroegere situatie waarin de spreker minder vaak reisde. Je gebruikt maintenant om aan te geven dat iets op dit moment geldt.
peu
Peu betekent hier ‘niet erg’ in peu pratique en verzacht de beoordeling van praktische bruikbaarheid. Samen met pratique betekent peu pratique ‘weinig praktisch’ of ‘onhandig’. Je gebruikt peu vóór een bijvoeglijk naamwoord om een beperkte mate aan te geven.
pratique
Pratique betekent hier ‘praktisch’ of ‘handig’, maar in peu pratique beschrijft het juist iets als onhandig. Het geeft aan hoe gemakkelijk een manier van reizen of betalen is. Je gebruikt pratique om een optie vanuit praktisch oogpunt te beoordelen.
puisque
Puisque betekent hier ‘aangezien’ of ‘omdat’ en introduceert de reden waarom losse kaartjes nu onpraktisch lijken. Het verbindt een beoordeling met een reden die als bekend of duidelijk wordt gepresenteerd. Je gebruikt puisque wanneer je een vanzelfsprekende of al bekende verklaring geeft.
je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van je voyage plus souvent. Het verwijst naar de spreker die vaker reist. Je gebruikt je vóór een werkwoord wanneer je over je eigen handeling of toestand spreekt.
voyage
Voyage betekent hier ‘reis’ als werkwoordsvorm in je voyage plus souvent: ‘ik reis vaker’. Het beschrijft de verplaatsingen van de spreker, niet een los zelfstandig naamwoord. Je gebruikt je voyage wanneer je vertelt dat je zelf reist.
plus
Plus betekent hier ‘meer’ in plus souvent en verhoogt de frequentie van het reizen. Samen met souvent betekent de woordgroep ‘vaker’. Je gebruikt plus vóór een bijwoord wanneer je een grotere mate of frequentie aangeeft.
souvent
Souvent betekent hier ‘vaak’ en beschrijft hoe regelmatig de spreker reist. In plus souvent betekent het samen met plus ‘vaker’. Je gebruikt souvent om de frequentie van een handeling te beschrijven.
compare
Compare betekent hier ‘vergelijk’ en is een opdracht aan de aangesproken persoon. Het vraagt om twee abonnementen naast elkaar te beoordelen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand informeel opdraagt een vergelijking te maken.
l'abonnement
L'abonnement betekent hier ‘het abonnement’ en verwijst naar het abonnement dat al in het gesprek centraal staat. De vorm is le abonnement, waarbij le vóór een klinker wordt verkort tot l'. Je gebruikt l'abonnement wanneer je naar een specifiek abonnement verwijst.
flexible
Flexible betekent hier ‘flexibel’ en beschrijft het type abonnement dat met het klassieke abonnement wordt vergeleken. Het geeft aan dat de optie geschikt kan zijn voor wisselende werkpatronen. Je gebruikt flexible om een aanpasbare optie of regeling te beschrijven.
avec
Avec betekent hier ‘met’ in compare l'abonnement flexible avec l'abonnement classique. Het verbindt de twee zaken die met elkaar worden vergeleken. Je gebruikt comparer ... avec ... wanneer je twee opties naast elkaar zet.
classique
Classique betekent hier ‘klassiek’, ‘gewoon’ of ‘regulier’ in l'abonnement classique. Het duidt de standaardoptie aan tegenover de flexibele optie. Je gebruikt het wanneer je een conventionele of normale variant benoemt.
Si
Si betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde Si mon rythme de travail continue de changer in. De voorwaarde verklaart wanneer het flexibele abonnement mogelijk beter past. Je gebruikt si om een voorwaarde of mogelijk scenario te beschrijven.
rythme
Rythme betekent hier ‘ritme’ of ‘patroon’ in mon rythme de travail. Het gaat om de manier waarop het werk zich door de tijd heen herhaalt of verandert. Je gebruikt deze woordgroep wanneer je een werkritme of werkpatroon bespreekt.
continue
Continue betekent hier ‘gaat door’ of ‘blijft’ in continue de changer. Het geeft aan dat het veranderen niet ophoudt. Je gebruikt continuer de + een infinitief om aan te geven dat een handeling of ontwikkeling doorgaat.
changer
Changer betekent hier ‘veranderen’ en staat na continue de: het werkpatroon blijft veranderen. Als infinitief benoemt het de handeling zonder die als zelfstandig tijdstip uit te werken. Je gebruikt changer wanneer een planning, toestand of patroon niet stabiel blijft.
conviendra
Conviendra betekent hier ‘zal beter passen’ of ‘zal geschikter zijn’ in me conviendra peut-être mieux. Het verwijst naar de toekomstige geschiktheid van het flexibele abonnement voor de spreker. Je gebruikt convenir met een persoon om te zeggen dat iets bij die persoon past of geschikt voor die persoon is.
mieux
Mieux betekent hier ‘beter’ en vergelijkt de geschiktheid van het flexibele abonnement met een andere optie. In me conviendra peut-être mieux betekent het dat deze keuze waarschijnlijk beter past. Je gebruikt mieux om een verbetering of sterkere geschiktheid aan te geven.
Ça
Ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ en verwijst naar het idee van een flexibel abonnement wanneer iemand soms thuis werkt. Het is een alledaagse manier om naar een eerder genoemde situatie of voorstel te verwijzen. Je gebruikt Ça vaak als onderwerp van een korte reactie op wat iemand net heeft gezegd.
semble
Semble betekent hier ‘lijkt’ in Ça semble pratique. Het presenteert de beoordeling als een indruk en niet als een absolute zekerheid. Je gebruikt sembler met een bijvoeglijk naamwoord om te zeggen hoe iets overkomt.
tu
Tu betekent hier ‘jij’ en is het onderwerp van tu travailles parfois à la maison. Het verwijst naar de persoon tegen wie de spreker informeel praat. Je gebruikt tu in een vertrouwde of informele aanspreekvorm.
travailles
Travailles betekent hier ‘werkt’ in tu travailles parfois à la maison. Het beschrijft de werkplaats of werksituatie van de aangesproken persoon. Je gebruikt tu travailles wanneer je informeel zegt of vraagt waar of hoe iemand werkt.
parfois
Parfois betekent hier ‘soms’ en geeft aan dat thuiswerken niet elke keer gebeurt. Het nuanceert de voorwaarde voor de bruikbaarheid van het flexibele abonnement. Je gebruikt parfois wanneer iets af en toe voorkomt.
maison
Maison betekent hier ‘huis’ in de vaste uitdrukking à la maison, die ‘thuis’ betekent. De hele uitdrukking geeft de plaats aan waar iemand werkt. Je gebruikt à la maison om te zeggen dat iemand zich thuis bevindt of daar iets doet.
comparerai
Comparerai betekent hier ‘ik zal vergelijken’ in Je comparerai les deux options. Het is de toekomstige vorm van comparer en beschrijft een geplande handeling na het werk. Je gebruikt deze vorm wanneer je aankondigt wat je later zult doen.
les
Les betekent hier ‘de’ vóór het meervoud deux options en verwijst naar de twee specifieke opties uit het gesprek. Het is het bepaalde lidwoord voor een meervoudige groep. Je gebruikt les wanneer de bedoelde zaken bekend of duidelijk afgebakend zijn.
deux
Deux betekent hier ‘twee’ en geeft het aantal opties aan dat met elkaar wordt vergeleken. Het staat vóór options in les deux options. Je gebruikt deux om precies twee personen, zaken of mogelijkheden te tellen.
options
Options betekent hier ‘opties’ en verwijst naar de twee mogelijke abonnementskeuzes. Het woord maakt duidelijk dat er tussen verschillende mogelijkheden wordt gekozen. Je gebruikt options wanneer je alternatieven of keuzemogelijkheden bespreekt.
dans
Dans betekent hier ‘in’ en geeft aan dat de vergelijking in de vervoersapp zal worden uitgevoerd. Het introduceert de plaats of omgeving waarin een handeling gebeurt. Je gebruikt dans met een app, programma of andere omgeving waarin je iets doet.
l'application
L'application betekent hier ‘de applicatie’ of ‘de app’, namelijk de vervoersapp waarin de opties worden vergeleken. De vorm is la application, waarbij la vóór een klinker wordt verkort tot l'. Je gebruikt l'application wanneer je naar een specifieke digitale toepassing verwijst.
après
Après betekent hier ‘na’ en geeft aan wanneer de spreker de opties zal vergelijken: na het werk. Het introduceert een tijdstip of gebeurtenis die eerst voorbijgaat. Je gebruikt après om een handeling in de tijd te plaatsen.
le
Le betekent hier ‘het’ vóór travail in le travail. Het verwijst naar het werk als de bekende activiteit of periode waarnaar de spreker verwijst. Je gebruikt le vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer het om iets specifieks gaat.
Choisis
Choisis betekent hier ‘kies’ en is een informele opdracht aan één persoon. Het vraagt om het abonnement te selecteren dat bij de echte week past. Je gebruikt Choisis wanneer je iemand rechtstreeks en informeel een keuze laat maken.
qui
Qui betekent hier ‘dat’ of ‘die’ en leidt de bijzin in die uitlegt welk abonnement gekozen moet worden. In qui correspond à ta semaine verwijst het terug naar l'abonnement en is het onderwerp van correspond. Je gebruikt qui om extra informatie over een eerder genoemd zelfstandig naamwoord toe te voegen.
ta
Ta betekent hier ‘jouw’ vóór semaine en laat zien dat de week van de aangesproken persoon is. Het staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de vrouwelijke vorm. Je gebruikt ta wanneer je in een informele aanspreekvorm iets aan één persoon toeschrijft.
semaine
Semaine betekent hier ‘week’ in ta semaine telle qu'elle est vraiment. Het verwijst naar het werkelijke weekschema van de aangesproken persoon. Je gebruikt semaine wanneer je activiteiten of planning binnen een week bespreekt.
telle
Telle betekent hier ‘zoals die is’ in ta semaine telle qu'elle est vraiment. Het benadrukt dat de keuze moet aansluiten bij de feitelijke week, niet bij een voorgestelde of ideale versie. Je gebruikt telle qu'elle est om iets te beschrijven zoals het in werkelijkheid is.
qu'elle
Qu'elle betekent hier ‘zoals die’ in telle qu'elle est vraiment en verbindt telle met de beschrijving van de week. Het is de samentrekking van que en elle; elle verwijst hier naar semaine. Je gebruikt deze verbinding om te zeggen hoe iets daadwerkelijk is.
est
Est betekent hier ‘is’ in qu'elle est vraiment en beschrijft de werkelijke toestand van de week. Samen met telle geeft het de betekenis ‘zoals die echt is’. Je gebruikt est om een toestand, eigenschap of situatie te beschrijven.
vraiment
Vraiment betekent hier ‘echt’ of ‘werkelijk’ en versterkt est: de week moet worden genomen zoals die in werkelijkheid is. Het contrasteert met een ideale planning. Je gebruikt vraiment om te benadrukken dat iets overeenkomt met de realiteit.
pas
Pas betekent hier ‘niet’ in pas à un emploi du temps idéal. Het verwerpt het ideale rooster als maatstaf voor de keuze. Samen met de voorafgaande ontkenning maakt pas duidelijk welke tweede optie niet gevolgd moet worden.
emploi du temps
Emploi du temps betekent als geheel ‘rooster’ of ‘werkschema’ in un emploi du temps idéal. Emploi draagt hier het idee van indeling of gebruik, du is de samentrekking van de en le, en temps betekent ‘tijd’; samen vormen ze de vaste uitdrukking voor een tijdschema. Je gebruikt emploi du temps wanneer je een dagelijkse, wekelijkse of werkplanning bedoelt.
idéal
Idéal betekent hier ‘ideaal’ in un emploi du temps idéal. Het beschrijft een perfect of gewenst rooster dat niet noodzakelijk overeenkomt met de echte week. Je gebruikt idéal wanneer je een gewenste of optimale situatie tegenover de werkelijkheid plaatst.