Je
« Je » betekent hier « ik » en verwijst naar de persoon die de klacht indient of reageert. Dit is de gebruikelijke vorm vóór een werkwoord, zoals in « Je voudrais faire une réclamation ».
voudrais
« voudrais » betekent hier « zou graag willen » en maakt het verzoek beleefd. Het is een vorm van « vouloir »; « Je voudrais + infinitief » is een bruikbaar patroon voor een beleefde wens of vraag.
faire
« faire » betekent hier « doen » in de vaste combinatie « faire une réclamation », dus een klacht indienen. Het is de infinitief van het werkwoord; na « voudrais » staat de infinitief.
une
« une » is hier het vrouwelijke enkelvoudige onbepaalde lidwoord vóór « réclamation »: « een klacht ». Het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord dat erop volgt.
réclamation
« réclamation » betekent hier « klacht », namelijk een formeel bezwaar over de service. Je gebruikt het bijvoorbeeld in « faire une réclamation » wanneer je bij een organisatie een probleem meldt.
au
« au » is hier de samentrekking van « à » en « le » in « au sujet de », een uitdrukking om het onderwerp van een klacht of gesprek aan te geven. « au sujet de » betekent in deze zin « over ».
sujet
« sujet » betekent hier « onderwerp » of « kwestie » binnen « au sujet de ». De volledige uitdrukking « au sujet de » wordt gevolgd door datgene waarover je spreekt of klaagt.
du
« du » is hier de samentrekking van « de » en « le » in « du service ». Het geeft aan van welke service sprake is, zoals in « le résultat du travail ».
service
« service » betekent hier de dienstverlening waarover de klant klaagt. Het kan in een combinatie staan met een bepaling, zoals « le service d'hier ».
d'hier
« d'hier » betekent hier « van gisteren » en specificeert wanneer de service plaatsvond. Het bestaat uit « de » vóór « hier »; de apostrof voorkomt twee klinkers naast elkaar.
suis
« suis » betekent hier « ben » in « Je suis désolé ». Het is de ik-vorm van « être »; « Je suis + bijvoeglijk naamwoord » beschrijft de toestand of houding van de spreker.
désolé
« désolé » betekent hier « het spijt me » of « sorry » als reactie op de klacht. In « Je suis désolé de l'apprendre » drukt de spreker medeleven uit met wat hij heeft gehoord.
de
« de » verbindt hier « désolé » met de infinitiefconstructie « de l'apprendre » en betekent ongeveer « om te ». Na « être désolé » kan « de » een betreurenswaardige mededeling of gebeurtenis inleiden.
l'apprendre
« l'apprendre » betekent hier « het te horen » of « dat te vernemen »; « l' » verwijst naar de klacht of wat er is gebeurd. Het bestaat uit het voornaamwoord « le » vóór de infinitief « apprendre », waarvan de klinker wegvalt voor « apprendre ».
Pouvez-vous
« Pouvez-vous » betekent hier « kunt u » en leidt een beleefde vraag aan de klant in. Het is een vraag met inversie van « pouvoir » en « vous »; het patroon « Pouvez-vous + infinitief? » vraagt iemand iets te vertellen of te doen.
me
« me » betekent hier « mij » en is de persoon aan wie iets verteld wordt in « me dire ». Het staat vóór het werkwoord, zoals in « Vous pouvez me répondre ».
dire
« dire » betekent hier « vertellen » in « me dire ce qui s'est passé ». Het is de infinitief van « dire » en volgt hier op « pouvez »; de persoon die iets hoort staat ervoor als « me ».
ce
« ce » verwijst hier naar een niet nader genoemde gebeurtenis in « ce qui s'est passé », ongeveer « wat » of « datgene wat ». Samen met « qui » leidt het een bijzin in; « ce » verwijst naar het onbepaalde onderwerp van die bijzin.
qui
« qui » betekent hier « wat » in « ce qui s'est passé » en introduceert datgene wat gebeurd is. In deze constructie verbindt « qui » het verwijzende « ce » met de daaropvolgende bijzin.
s'est
« s'est » maakt in « s'est passé » deel uit van de uitdrukking « is gebeurd ». Het bestaat uit het wederkerende voornaamwoord « se » en « est », een vorm van « être »; samen met « passé » beschrijft het een gebeurtenis.
passé
« passé » betekent hier « gebeurd » in « ce qui s'est passé ». Het is de voltooide vorm van « passer » en krijgt zijn betekenis hier binnen de uitdrukking voor « wat er is gebeurd ».
J'ai
« J'ai » betekent hier « ik heb » en vormt samen met « attendu » de mededeling over het wachten. Het bestaat uit « je » en « ai », de ik-vorm van « avoir »; « J'ai + voltooid deelwoord » beschrijft een afgeronde gebeurtenis.
attendu
« attendu » betekent hier « gewacht » in « J'ai attendu longtemps ». Het is de voltooide vorm van « attendre » en volgt op « ai » in de voltooide tijd.
longtemps
« longtemps » betekent hier « lang » of « lange tijd » en geeft aan hoe lang de spreker wachtte. Het staat na « J'ai attendu » en kan zo de duur van een handeling aangeven.
après
« après » betekent hier « na » en plaatst het wachten na een eerdere afspraak. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord of andere tijdsaanduiding, zoals in « après le rendez-vous ».
mon
« mon » betekent hier « mijn » vóór « rendez-vous ». Het is een bezittelijk woord voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het geeft aan dat de afspraak van de spreker was.
rendez-vous
« rendez-vous » betekent hier « afspraak », namelijk de vooraf bevestigde afspraak van de klant. Je gebruikt het bijvoorbeeld na « avoir » of « prendre » wanneer je over een afspraak spreekt.
confirmé
« confirmé » betekent hier « bevestigd » en beschrijft de afspraak in « mon rendez-vous confirmé ». Het is de vorm van « confirmer » die hier als beschrijving bij « rendez-vous » staat.
retard
« retard » betekent hier « vertraging » en verwijst naar het te laat verlopen van de dienstverlening. Een bruikbaar patroon is « un retard » met een bepaling die uitlegt waar de vertraging betrekking op heeft.
aurait
« aurait » betekent hier « zou hebben » in « aurait dû être expliqué ». Het is een vorm van « avoir » en helpt een niet-uitgevoerde verplichting in het verleden uit te drukken.
dû
« dû » betekent hier « had moeten » in « aurait dû être expliqué ». Het is de voltooide vorm van « devoir »; samen met « aurait » en een infinitief beschrijft het wat volgens de spreker had moeten gebeuren.
être
« être » betekent hier « zijn » in de passieve constructie « être expliqué ». Het is de infinitief van « être » en staat na « dû »; samen met « expliqué » betekent de constructie « uitgelegd worden ».
expliqué
« expliqué » betekent hier « uitgelegd » in « être expliqué ». Het is de voltooide vorm van « expliquer » en vormt samen met « être » de passieve uitdrukking voor iets dat uitgelegd had moeten worden.
à
« à » betekent hier « op » in « à ce moment-là » en verwijst naar een specifiek tijdstip. Het staat vóór de tijdsbepaling die aangeeft wanneer de uitleg had moeten komen.
moment-là
« moment-là » betekent hier « dat moment » in « à ce moment-là ». « -là » wijst naar een specifiek moment dat in de situatie bedoeld wordt, namelijk het moment van de vertraging.
comprends
« comprends » betekent hier « begrijp » in « Je comprends ». Het is de ik-vorm van « comprendre »; daarna volgt met « que » de inhoud die de spreker begrijpt.
que
« que » betekent hier « dat » en leidt de bijzin « des retards puissent arriver » in. Het verbindt de hoofdzin « Je comprends » met de gedachte of mededeling die daarop volgt.
des
« des » is hier het meervoudige onbepaalde lidwoord vóór « retards » en betekent ongeveer « enkele » of « vertragingen » zonder verdere bepaling. Het kondigt een meervoudig zelfstandig naamwoord aan.
retards
« retards » betekent hier « vertragingen » en verwijst naar vertragingen die kunnen voorkomen. De slotletter « -s » markeert hier het meervoud van « retard ».
puissent
« puissent » betekent hier « kunnen » in « des retards puissent arriver » en presenteert vertragingen als iets dat mogelijk kan gebeuren. Het is een vorm van « pouvoir » in de bijzin na « que ».
arriver
« arriver » betekent hier « gebeuren » of « voorkomen » in « des retards puissent arriver ». Het is de infinitief na « puissent »; het onderwerp van wat kan gebeuren is « des retards ».
mais
« mais » betekent hier « maar » en stelt de erkenning dat vertragingen kunnen voorkomen tegenover de klacht over het gebrek aan informatie. Het verbindt twee tegengestelde delen van de mededeling.
personne
« personne » betekent hier « niemand » en is het onderwerp van de mededeling dat geen enkele medewerker informatie gaf. In « personne ne m'a tenu au courant » hoort het bij de ontkenning met « ne ».
ne
« ne » is hier het eerste deel van de ontkenning met « personne » in « personne ne m'a tenu au courant ». Het markeert dat niemand de spreker op de hoogte heeft gehouden.
m'a
« m'a » betekent hier « heeft mij » in « m'a tenu au courant ». Het bestaat uit het voornaamwoord « me » en « a », een vorm van « avoir »; het voornaamwoord verwijst naar de klant.
tenu
« tenu » betekent hier niet letterlijk alleen « gehouden », maar maakt deel uit van « tenir quelqu'un au courant », iemand op de hoogte houden. Het is de voltooide vorm van « tenir » en staat hier na « a ».
au courant
« au courant » betekent hier « op de hoogte » binnen de volledige constructie « tenir quelqu'un au courant », dus iemand geïnformeerd houden. « au » is de samentrekking van « à » en « le », terwijl « courant » het andere onderdeel van deze vaste uitdrukking is; samen met « tenir » wordt de persoon die informatie ontvangt genoemd.
Nous
« Nous » betekent hier « wij » en verwijst naar de organisatie of medewerker die namens de service spreekt. Het staat als onderwerp vóór « aurions dû ».
aurions
« aurions » betekent hier « zouden hebben » in « Nous aurions dû vous tenir au courant ». Het is een vorm van « avoir »; samen met « dû » beschrijft het wat de organisatie had moeten doen.
vous
« vous » betekent hier « u » en verwijst naar de klant die tijdens het wachten geïnformeerd had moeten worden. In « vous tenir au courant » is « vous » degene die informatie ontvangt.
tenir
« tenir » betekent hier « houden » in « tenir quelqu'un au courant », dus iemand op de hoogte houden. Het is de infinitief van « tenir » na « dû »; het patroon behoudt een persoon tussen « tenir » en « au courant ».
pendant
« pendant » betekent hier « terwijl » en leidt de bijzin « pendant que vous attendiez » in. Het plaatst de handeling van informeren binnen dezelfde periode als het wachten.
attendiez
« attendiez » betekent hier « wachtte » in « pendant que vous attendiez ». Het is een vorm van « attendre » in een bijzin met « vous » en beschrijft de achtergrondhandeling van de klant.
n'essaie
« n'essaie » betekent hier « probeer niet » in de ontkenning « Je n'essaie pas d'être difficile ». Het is de ik-vorm van « essayer » met het eerste deel van de ontkenning; « pas » maakt de ontkenning compleet.
pas
« pas » is hier het tweede deel van de ontkenning « ne ... pas » in « Je n'essaie pas ». Samen met « n' » maakt het duidelijk dat de spreker niet probeert lastig te zijn.
d'être
« d'être » betekent hier « lastig te zijn » binnen « d'être difficile ». Het bestaat uit « de » en de infinitief « être »; na « essayer de » volgt een infinitief die beschrijft wat iemand probeert te doen.
difficile
« difficile » betekent hier « moeilijk » in de uitdrukking « être difficile », die in deze situatie betekent dat iemand lastig doet. Het beschrijft hier de houding die de spreker juist ontkent.
m'attendais
« m'attendais » betekent hier « ik verwachtte » in « je m'attendais à un meilleur service ». Het bevat « m' », het voornaamwoord bij « s'attendre », en « attendais », een vorm van « attendre »; de volledige constructie wordt gevolgd door datgene wat men verwacht.
un
« un » is hier het mannelijke enkelvoudige onbepaalde lidwoord vóór « meilleur service ». Het betekent « een » en hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord « service ».
meilleur
« meilleur » betekent hier « beter » in « un meilleur service ». Het beschrijft de gewenste kwaliteit van de service en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het nader bepaalt.
vais
« vais » betekent hier « ga » in « Je vais demander », waarmee de spreker een voorgenomen actie aankondigt. Het is de ik-vorm van « aller »; « aller + infinitief » verwijst hier naar de nabije toekomstige handeling.
demander
« demander » betekent hier « vragen » in « demander au responsable de répondre par écrit ». Het is de infinitief na « vais » en geeft aan welke actie de spreker van plan is te ondernemen.
responsable
« responsable » betekent hier « verantwoordelijke » of « manager », de persoon aan wie de medewerker om een schriftelijk antwoord zal vragen. In « au responsable » verwijst het naar de persoon die verantwoordelijk is voor de service.
répondre
« répondre » betekent hier « antwoorden » of « reageren » in « répondre par écrit ». Het is de infinitief na « de » in « demander au responsable de répondre » en benoemt de gevraagde actie.
par
« par » betekent hier « via » of « door middel van » in de vaste uitdrukking « par écrit ». Die uitdrukking geeft aan dat de reactie schriftelijk en niet alleen mondeling wordt gegeven.
écrit
« écrit » betekent hier « schriftelijk » in « par écrit ». Het is de vorm van « écrire » die in deze vaste uitdrukking de manier van reageren aanduidt.
Cela
« Cela » betekent hier « dat » en verwijst naar het voorgestelde schriftelijke antwoord. Als onderwerp staat het vóór « aiderait » en verwijst het naar een eerder genoemde actie of oplossing.
aiderait
« aiderait » betekent hier « zou helpen » als reactie op het aanbod om schriftelijk te antwoorden. Het is een vorm van « aider » en drukt uit dat die oplossing nuttig zou zijn.
veux
« veux » betekent hier « wil » in « Je veux simplement que... ». Het is de ik-vorm van « vouloir »; daarna volgt met « que » de gewenste behandeling van het probleem.
simplement
« simplement » betekent hier « gewoon » of « alleen maar » en verzacht de formulering van wat de spreker vraagt. Het beperkt de wens tot één duidelijke uitkomst: een correcte behandeling van het probleem.
le
« le » is hier het mannelijke enkelvoudige bepaalde lidwoord vóór « problème » en betekent « het ». Het maakt duidelijk dat het om de specifieke kwestie uit de klacht gaat.
problème
« problème » betekent hier « probleem » of « kwestie », namelijk de vertraging en het gebrek aan informatie. Het staat als onderwerp van de passieve constructie « le problème soit traité ».
soit
« soit » betekent hier « wordt » in « que le problème soit traité ». Het is een vorm van « être » na « Je veux que »; samen met « traité » vormt het een gewenste passieve handeling.
traité
« traité » betekent hier « behandeld » of « afgehandeld » in « le problème soit traité correctement ». Het is de voltooide vorm van « traiter » en staat samen met « soit » in de passieve constructie.
correctement
« correctement » betekent hier « correct » of « naar behoren » en beschrijft hoe het probleem moet worden behandeld. Het staat bij « traité » en legt de gewenste kwaliteit van de afhandeling vast.
Veuillez
« Veuillez » betekent hier « alstublieft » of « wilt u » en leidt een beleefd verzoek in: « Veuillez attendre ici ». Het is een beleefde bevelsvorm van « vouloir » die vaak in formele instructies wordt gebruikt.
ici
« ici » betekent hier « hier » en geeft de plaats aan waar de klant moet wachten. Het staat na « attendre » en verwijst naar de locatie van de servicedesk.
parle
« parle » betekent hier « praat » of « spreek » in « pendant que je parle au responsable ». Het is de ik-vorm van « parler » in de bijzin en beschrijft waarmee de medewerker bezig is terwijl de klant wacht.